Bijlage - 2 Rekenkamerbrief onderzoek MRDH
Tekst van het document
Aan
Datum
de Gemeenteraad (afschrift aan het College)
20 oktober 2022
Van
Bijlagen
de Rekenkamercommissie
2
Onderwerp
Rekenkamerbrief onderzoek MRDH
Geachte raads- en commissieleden, Grip op regionale samenwerking blijkt in de praktijk complexer dan op papier doet vermoeden. Uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) in 2021 blijkt dat slechts tweederde van de raadsleden grotendeels tot volledig bekend is met de inhoud van gemeenschappelijke regelingen waar de gemeente in participeert. Ruim de helft van de raadsleden is (zeer) ontevreden over de beïnvloedingsmogelijkheden op regionale besluitvorming. Dat zijn opvallende cijfers. Om de gemeenteraad van dienst te zijn op het gebied van regionale samenwerking, heeft de rekenkamercommissie Zoetermeer gebruik gemaakt van de mogelijkheid aan te haken bij een onderzoek dat de Rekenkamer Rotterdam begin 2022 is gestart naar het economisch programma van de MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag). Dit onderzoek gebeurde op verzoek van de Rotterdamse gemeenteraad, die een motie indiende waaruit bleek dat de raad behoefte heeft aan meer inzicht in de precieze rol en positie van de MRDH, in de opbrengsten van de inspanningen gericht op economische ontwikkeling en in de mate waarin de gemeenteraad van Rotterdam hierover wordt geïnformeerd. De focus lag daarmee op de activiteiten die de MRDH uitvoert om het economisch vestigingsklimaat (EV) te stimuleren.
De activiteiten in het kader van de Vervoersautoriteit vielen buiten de scope van dit onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam. De rekenkamercommissie van Zoetermeer heeft op dit onderzoek ingehaakt door te bezien op welke wijze de raad van Zoetermeer betrokken is bij de economische pijler van de MRDH. Het belang van die economische pijler wordt onderkend in de Actieagenda Economie 2020 - 2022. Voor alle vier de actieagendapunten wordt de MRDH als externe partner genoemd. Uit bovengenoemd onderzoek van de NVvR komt overigens ook naar voren dat gemeenschappelijke regelingen voornamelijk wenselijk zijn op onder andere ‘Economie, werkgelegenheid en arbeidsmarkt’. In deze brief zijn de bevindingen van de Rekenkamer Rotterdam die ook voor Zoetermeer van belang zijn samengevat, en aangevuld met de uitkomsten van het eigen onderzoek van de rekenkamercommissie van Zoetermeer naar de betrokkenheid van de eigen gemeenteraad. Als bijlage treft u het rapport van de Rekenkamer Rotterdam, alsmede een factsheet met kengetallen over de MRDH.
Inhaken op het onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam De vraag die centraal staat in het onderzoek is: 1. Hoe bevordert de MRDH het economisch vestigingsklimaat en wat is de waarde hiervan voor de regio en Rotterdam? 2. Welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad om zijn kaderstellende en controlerende rol in de MRDH uit te voeren en hoe benut de gemeenteraad deze beschikbare instrumenten? Deze twee hoofdvragen zijn in zeven deelvragen uitgewerkt. De rekenkamercommissie Zoetermeer heeft zich beperkt tot een kort eigen onderzoek naar de zesde deelvraag: Wat is de positie van de gemeenteraad van Zoetermeer in de MRDH en welke instrumenten kunnen raadsleden inzetten om hun rol te vervullen? Voor de beantwoording van deze deelvraag zijn korte interviews gevoerd met de raadsleden die zitting nemen (of onlangs hadden) in de Adviescommissie EV (ACEV). Daarnaast zijn documenten bestudeerd. Door de beschrijvende aard van het onderzoek is er geen gebruik gemaakt van een normenkader.
Bevindingen uit het onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam In haar rapport geeft de Rekenkamer Rotterdam een uitgebreide en heldere beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en doelen van de MRDH, de uitvoering en opbrengsten van de uitgevoerde activiteiten. Hieronder volgen puntsgewijs de bevindingen die ook voor Zoetermeer relevant zijn. -
De precieze functies die de MRDH m.b.t. EV vervult zijn niet vastgelegd. De rekenkamer heeft op basis van het onderzoek drie functies kunnen onderscheiden: • een strategische functie voor het initiëren van regionaal economische visies en programma’s; • een faciliterende functie voor het ondersteunen bij netwerkvorming (die voor alle betrokken gemeenten van meerwaarde is); • een uitvoerende functie die bestaat uit het leveren van een financiële impuls aan uitvoering van projecten die bijdragen aan de economische ontwikkeling van de regio.
-
Financiering: voor 2022 is de gemeentelijke bijdrage aan EV € 2,77 per inwoner. Voor Zoetermeer gaat het om een totaalbedrag van € 346.984.
-
Bijdrageregeling: in de periode 2019 – 2021 heeft de MRDH in totaal 34 projecten gefinancierd middels de bijdrageregeling. De gemiddelde bijdrage was € 200.000 per project. Zoetermeer heeft voor één project, namelijk ‘Sterker uit de crisis - Digitalisering mkb - Innoveren met data MKB’, een bijdrage ontvangen van € 75.000. Uit de jaarrekening 2021 van de gemeente Zoetermeer blijkt dat Zoetermeer 11 subsidieaanvragen heeft gehonoreerd vanuit het project ‘Sterker uit de crisis - Digitalisering mkb Voucherregeling digitalisering MKB’. Dit project is een samenwerking met de gemeenten Capelle aan den IJssel, Den Haag en Schiedam om een subsidieregeling op te zetten (provinciale MKB-Deal).
-
InnovationQuarter (IQ) is de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Zuid-Holland. IQ is een privaatrechtelijke organisatie met publieke aandeelhouders. De MRDH financiert IQ via een specifieke subsidie. Het is daarmee de enige organisatie waarmee IQ jaarlijks specifieke afspraken maakt over uit te voeren activiteiten. Door de financiering vanuit de MRDH dragen alle gemeenten uit de regio financieel bij aan IQ. Een aantal gemeenten uit de MRDH-regio verstrekt ook direct financiering aan IQ, als aandeelhouder of, zoals geldt voor Zoetermeer, financier. Deze gemeenten zijn vanaf de oprichting bij IQ betrokken en financieren IQ daarmee via twee routes: rechtstreeks en via de MRDH. Zoetermeer draagt jaarlijks een bedrag van € 100.000 bij aan IQ.
Beantwoording deelvraag: de positie van de gemeenteraad van Zoetermeer in de MRDH? Governance van de MRDH Er zijn verschillende vormen waarin gemeenten met elkaar kunnen samenwerken. De MRDH heeft de vorm van een gemeenschappelijk openbaar lichaam. Een openbaar lichaam is de meest gebruikte vorm van publiekrechtelijke samenwerking op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Van de vier samenwerkingsvormen binnen de Wgr is dit de meest uitgebreide (bron: VNG).
Een samenwerkingsconstructie als een gemeenschappelijke regeling (GR) wordt ook wel ‘verlengd bestuur’ genoemd. Dit wil zeggen dat de democratische controle op de samenwerking niet op regionaal niveau, maar (in het geval van gemeenten) op het niveau van de gemeenteraden plaatsvindt. De raad kan gebruik maken van dezelfde instrumenten die hij heeft om het college te kunnen controleren. In het geval van een GR vindt de controle echter niet rechtstreeks plaats, maar via het collegelid dat de gemeente in het samenwerkingsverband vertegenwoordigt. De governancestructuur van de MRDH ziet er als volgt uit:
Het algemeen bestuur bepaalt vooral de kaders van het beleid, onder meer door jaarlijks de begroting vast te stellen. De bestuurscommissies nemen het overgrote deel van de (inhoudelijke) besluiten voor hun rekening. Het algemeen bestuur heeft zowel voor de Vervoersautoriteit en als voor het Economisch Vestigingsklimaat een adviescommissie ingesteld. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) is door het algemeen bestuur ingesteld ter behartiging van taken op het terrein van de economische ontwikkeling van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, waaronder het ontwikkelen en realiseren van beleid en het nemen van maatregelen ter versterking van het economisch vestigingsklimaat. De adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat (ACEV) is ingesteld door het algemeen bestuur en adviseert gevraagd en ongevraagd het algemeen bestuur en de bestuurscommissie omtrent aangelegenheden van EV. De adviescommissie stelt zelf haar agenda vast en is zelf verantwoordelijk voor de wijze waarop zij haar vergaderingen inricht. Afhankelijk van het onderwerp kan in de adviescommissie het inhoudelijk gesprek met de MRDH-bestuurder plaatsvinden. De leden van de adviescommissies nemen niet namens de gemeenteraden deel, maar als gemeenteraadsleden van een regionaal adviesorgaan (bron: website MRDH).
Welke instrumenten kunnen raadsleden inzetten om hun rol te vervullen? De twee vormen van betrokkenheid van de gemeenteraad aan de MRDH zijn: - het lidmaatschap van de adviescommissie EV (hierboven toegelicht) en - de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.
In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat voor een aantal belangrijke besluiten een zienswijzeprocedure geldt en welke besluiten dat zijn. Het gaat om: • de strategische agenda • het werkplan • het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur • de strategische bereikbaarheidsagenda; • het regionaal verkeer- en vervoersplan, ingevolge de Planwet verkeer en vervoer; • het programma van eisen voor de verlening van een vervoersconcessie; • de uitgangspunten voor de dienstregeling voor het openbaar vervoer; • het treffen, wijzigen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling, alsmede het toetreden tot of uittreden uit een gemeenschappelijke regeling; • het oprichten van of deelnemen in een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze of besloten vennootschap, stichting, vennootschap onder firma of maatschap; • het vaststellen en wijzigen van de begroting, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; • het liquidatieplan bij uittreding en opheffing, en • het besluit tot instelling van adviescommissies. Voordat besluitvorming over de betreffende onderwerpen plaatsvindt in de bestuurscommissie of het algemeen bestuur, worden de gemeenteraden tenminste acht weken in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven.
Naast de genoemde manieren om de gemeenteraad bij de gemeenschappelijke regeling te betrekken, zijn er de gebruikelijke instrumenten die raadsleden kunnen inzetten om hun kaderstellende en controlerende rol te vervullen: 1. informatie: het bestuur dient desgevraagd alle informatie te verstrekken die nodig is voor een beoordeling van het door het bestuur gevoerde of te voeren beleid. Daarnaast moet het bestuur bepaalde informatie actief verstrekken aan colleges en raden, waaronder de vierjaarlijkse Strategische Agenda, de begroting, jaarverslagen en halfjaarlijkse voortgangsrapportages. 2. verantwoording: de informatie kan leiden tot het oordeel dat in afwijking van gemeentelijk beleid is besloten of dat een het standpunt niet goed is uitgedragen. 3. bijsturen: naast het indienen van een zienswijze op specifieke momenten zijn er instrumenten als een motie en de mogelijkheid tot ontslag van een wethouder. (bron: Nota van bevindingen Rekenkamer Rotterdam; op pagina 80 staat een overzicht van alle instrumenten die de gemeenteraad ter beschikking staan).
Gebruik van instrumenten in Zoetermeer Van de twee genoemde vormen van betrokkenheid maakt de Zoetermeerse gemeenteraad goed gebruik. In de bestuursperiode 2018 – 2022 is er altijd minimaal één raadslid aanwezig geweest bij de vergaderingen van de ACEV. Dat is bij lang niet alle gemeenten het geval! Het is goed gebruik dat de leden van de ACEV, voorafgaand aan een vergadering, in de commissie Plenair hun collega raadsleden om input vragen. Verder maakt de Zoetermeerse gemeenteraad gebruik van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Dat gebeurt bij de begroting van de MRDH en ook bij de vaststelling van de Strategische Agenda is een zienswijze ingediend. Ten aanzien van de instrumenten van de raad volgt hieronder in het kader een opsomming van moties en toezeggingen, alle in het kader van EV. Moties: - In 2015 heeft de raad de motie ‘Economisch beleid vanuit regionaal perspectief’ van D66 aangenomen - In 2018 diende GroenLinks de motie ‘Innovatieprogramma circulaire economie’ in. Deze motie werd ingetrokken. - In 2019 nam de raad de motie ‘Afhaalpunten mogen wel op bedrijventerreinen blijven’ van de VVD aan
Toezeggingen: - Toezegging 535:Wethouder Van Driel zegt toe dat de route van de Tour de France ook door de gemeente Zoetermeer gaat indien Zoetermeer onderdeel uitmaakt van de MRDH-bieding. Verdaagd met een memo naar 31 juli 2023. - Toezegging 228: burgemeester Aptroot zegt toe vóór 1 april na te vragen waarom er geen reactie op de zienswijzen is ontvangen. Afgedaan met een memo aan de raad. - Toezegging 474: Wethouder Iedema zegt toe om voor eind 2021 de raad op de hoogte te brengen van de ideeën van de MRDH rondom de circulaire economie en duurzaamheid voor Zoetermeer. Afgedaan met een memo aan de raad. Daarin wordt vermeld dat de MRDH op project- en programmabasis aan circulaire economie en duurzaamheid werkt inclusief een aantal voorbeelden, waaronder “(…)via het economisch vestigingsklimaat loopt het programma ‘city of the future’. Dit is een innovatieprogramma voor gemeenten waar er onder andere aandacht is voor duurzaamheid en circulaire economie opgaven bij gemeenten.” - Toezegging 104: De opdrachtformulering voor het onderzoek naar de bouwontwikkeling in het gebied Bleizo wordt voor het meireces toegestuurd. Afgedaan met een memo aan de raad.
Ervaring gebruik van instrumenten De rekenkamercommissie heeft gesproken met de raadsleden die in de bestuursperiode 2022 – 2026 zitting nemen in de ACEV, alsmede een raadslid dat in de vorige bestuursperiode lid was van de ACEV. Tevens is een memo over de terugkoppeling van een evaluatiegesprek over de samenwerking raad – college met betrekking tot de MRDH bestudeerd. Over deelname in de ACEV: De meerwaarde van de MRDH op het gebied van EV is voor de leden van de ACEV helder. Over verschillende zaken die Zoetermeer aangaan wordt regionaal besloten, het is dan ook zaak aan te haken en ‘dicht bij het vuur te zitten’. Ook ziet men het belang in bijvoorbeeld het regionaal vaststellen van spreiding van economische bedrijvigheid op plekken waar deze het beste past. Men constateert een actieve rol in ACEV met debat over adviesaanvragen. Ook de mogelijkheid om ongevraagd te adviseren, en dus te sturen, wordt gewaardeerd. Hoewel de ACEV geen kaderstellende rol heeft, ligt advisering wel in die lijn. De kwaliteit van de annotaties (ondersteuning vanuit de ambtelijke organisatie) is in orde. Over de betrokkenheid van de gemeenteraad: Het algemene gevoel is dat de inzet van de leden van de ACEV wordt gewaardeerd. Er wordt rondom vergaderingen van de adviescommissies altijd vooruitgekeken op of teruggekoppeld uit.
Desalniettemin wordt de betrokkenheid van de raad bij de MRDH als minimaal ervaren. Hiervoor worden de volgende redenen aangegeven: - de timing van de stukken is niet ideaal. Verslagen komen te laat, waardoor het momentum om een gesprek in de raad te voeren wordt gemist. Annotaties en agenda’s komen te laat, waardoor er te weinig voorbereidingstijd is om input op te halen. Ook is er dan te weinig tijd om bijvoorbeeld met behulp van een ‘motie vreemd aan de orde van de dag’ de wethouder een opdracht mee te geven naar de bestuurscommissie. - er is (bij de raadsleden die niet in de ACEV zitten) onbekendheid over wat de MRDH doet, in elk geval op het gebied van EV. Het Dutch Innovation Park in relatie tot de MRDH doet menig belletje rinkelen, maar daar blijft het bij. Bijkomend punt is dat onderwerpen met betrekking tot EV zelden (de inwoners van) Zoetermeer rechtstreeks raken, in tegenstelling tot onderwerpen die betrekking hebben op de Vervoersautoriteit. Het verdwijnen van een bushalte genereert meer (politieke) aandacht dan een strategische economische agenda. Dat is jammer, want er valt wel degelijk wat te halen bij de MRDH, ook in de zin van subsidies. Meer bekendheid kan ook het aandragen van projecten aanjagen. - Raadsleden hebben vaak een volle agenda en ervaren veel tijdsdruk.
Onderwerpen waarover men geen woordvoerder is, kunnen daardoor op minder belangstelling of in elk geval minder prioriteit rekenen. Raadsleden nemen nadrukkelijk zitting namens de raad, niet namens de eigen fractie. Het is wel zaak dat de hele raad een bepaald standpunt ondersteunt, daarom is het belangrijk dat de interesse wordt gestimuleerd. Zienswijzen worden besproken in de raad.
Relatie met onderzoek Smart City Onlangs heeft de rekenkamercommissie onderzoek gedaan naar Smart City. Een aantal observaties uit dat onderzoek raken de MRDH. Het gaat dan bijvoorbeeld om de mogelijkheden voor subsidies. Een actieve samenwerking met de MRDH, zoals het college zich in het coalitieakkoord voorneemt ter versterking van de economie, is ook van belang voor de ontwikkeling van Zoetermeer als slimme stad. Tegelijkertijd is het van belang om prioriteiten te stellen en te kijken wat werkelijk past bij Zoetermeer. Samenwerking is te verkiezen boven concurrentie.
Conclusie en aanbevelingen De rekenkamercommissie kan zich goed vinden in de conclusies en aanbevelingen (zie onderaan deze brief) die de Rekenkamer Rotterdam in haar bestuurlijke nota heeft geformuleerd. In aanbeveling 4 roept de rekenkamer op tot het optimaliseren van de betrokkenheid van de gemeenteraden. Een van de voorstellen daarbij is om in de adviescommissie meer ruimte te geven aan een onderlinge gedachtewisseling, met meer focus op strategische zaken (en minder op operationele en tactische onderwerpen die vanuit ambtelijk perspectief relevant zijn). Dat kan helpen om de balans tussen effectiviteit en werklast voor gemeenteraadsleden te verbeteren. In aanvulling op de aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam wil de rekenkamercommissie specifiek voor de gemeenteraad van Zoetermeer de volgende suggesties doen: -
Hoewel het budget voor EV in verhouding tot de gemeentelijke begroting bescheiden is, is het een feit dat Zoetermeer een bijdrage levert van bijna € 450.000 (totaal aan EV en IQ). Het is wat de rekenkamercommissie betreft niet meer dan reëel om voor een dergelijk bedrag te verwachten dat er tenminste duidelijkheid wordt gegeven over wat de MRDH voor wat betreft EV doet en bereikt. Voor raadsleden moet het daarnaast duidelijk zijn wanneer zij effectief invloed kunnen uitoefenen. Het helpt daarbij als de informatie (vergaderstukken, maar ook presentaties) goed en volledig in iBabs staan.
-
In de commissie Plenair vragen ‘om input’ levert weinig concreets op. Formeer wisselende werkgroepen met raadsleden die woordvoerder zijn op een thema (of algemeen op economie) dat in de ACEV voorligt. Op die manier worden de juiste mensen betrokken en zou kunnen worden bewerkstelligd dat de betrokkenheid van raadsleden bij de MRDH wordt vergroot.
-
Ga na op welke manier andere gemeenten omgaan met voorbereiding op en terugkoppeling uit de ACEV. Betrek daarbij ook de mogelijkheden van overleg met ambtenaar, wethouder en raadsleden.
De voorzitter van de rekenkamercommissie,
Marko Bos
Conclusies van de Rekenkamer Rotterdam inzet en waarde MRDH 1. De drie functies die de MRDH vervult ter versterking van het economisch vestigingsklimaat (de strategische, faciliterende en uitvoerende functie), passen bij de rol die overheden hebben in succesvolle economische regio’s. 2. Twee van de drie functies, de strategische functie en de faciliterende functie, hebben de samenwerking in de MRDH bevorderd. De samenwerking heeft geleid tot meer samenhang in beleid en bestuur en vergroting van de kennisuitwisseling tussen gemeenten. Hiermee is vooruitgang geboekt op één van de knelpunten die de aanleiding vormde voor de oprichting van de MRDH: de bestuurlijke versnippering en onderlinge spanningen in de regio. 3. De uitvoerende functie bestaat uit het financieren van activiteiten en projecten. De belangrijkste financiële regeling (de bijdrageregeling) heeft te maken met structurele onderbesteding, is niet doelmatig van opzet en hangt onvoldoende samen met strategische visies en programma’s. doelstellingen MRDH 4. De doelstellingen uit de Strategische Agenda voor verbetering van het economisch vestigingsklimaat zijn breed geformuleerd en gaan over diverse aspecten van het economisch vestigingsklimaat. De MRDH mist door deze breedte een eigen profiel ten opzichte van andere partners in de regio. 5.
De inzet in middelen en activiteiten concentreert zich op vier van de zeven doelstellingen van de Strategische Agenda. Bij de drie overige doelstellingen is de inzet dermate beperkt dat geen impact op het economisch vestigingsklimaat verwacht kan worden. positie raadsleden 6. In de opzet van de gemeenschappelijke regeling MRDH (GR MRDH) zijn relatief veel mogelijkheden gecreëerd om raadsleden te betrekken bij het samenwerkingsverband. De recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt nauwelijks mogelijkheden voor verdere vergroting van deze betrokkenheid. De belangrijkste wijzigingen waren al onderdeel van de werkwijze van de GR MRDH. 7. De manier waarop de adviescommissie economische vestigingsklimaat op dit moment wordt ingevuld, past onvoldoende bij de rol, expertise en beschikbare tijd van raadsleden. Daarnaast worden raadsleden onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van resultaten van het economisch programma. 8. In Rotterdam is een werkwijze ontwikkeld waarmee raadsleden goed betrokken kunnen worden bij de MRDH. Deze werkwijze wordt voor het economisch vestigingsklimaat beperkt benut. Aanbevelingen aan het college van Rotterdam als onderdeel van het bestuur van de MRDH 1. Heroverweeg de huidige opzet van de uitvoerende functie waarmee projecten in de regio worden gefinancierd.
Voor deze heroverweging ziet de rekenkamer twee scenario’s die in de afweging kunnen worden betrokken: ▪ Het eerste scenario is het programma economisch vestigingsklimaat terugbrengen tot de strategische en facilitaire functie. Daarbij is nog steeds enige financiering nodig ter ondersteuning van deze functies (de huidige procesmiddelen). Ook kan worden overwogen de subsidiëring van InnovationQuarter en YES!Delft te handhaven. Deze subsidies worden gebruikt voor uitvoering van activiteiten op de schaal van de gehele MRDH. ▪ Het tweede scenario is het herinrichten van de uitvoerende functie. In dit scenario blijft de MRDH activiteiten in de regio financieren, maar wordt de huidige bijdrageregeling stopgezet. In plaats daarvan moet een nieuwe vorm van financiering worden ontwikkeld met een duidelijke relatie met de strategische doelstellingen en een doelmatige wijze van verstrekking. 2. Formuleer concrete en meetbare doelstellingen in de nieuwe Strategische Agenda. Maak duidelijk op welke doelstellingen de MRDH actief inzet, wat de rol van de MRDH daarbij is en wat MRDH gaat bereiken op die doelstellingen. 3. Besteed als MRDH aandacht aan monitoring en evaluatie van resultaten. Gebruik deze informatie voor het tussentijds informeren van raadsleden over de voortgang van het bereiken van de doelen van de Strategische Agenda. 4. Optimaliseer de betrokkenheid van de gemeenteraden.
Zorg er als MRDH voor dat de inhoud en vorm van de adviescommissie economisch vestigingsklimaat beter aansluit bij de rol van raadsleden.
Geef raadsleden meer ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen over strategische vraagstukken. aan de gemeenteraad 5. Benut als Rotterdamse raad actief en structureel de mogelijkheden om betrokken te blijven bij het regionaal economisch beleid in de regio.