CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Participatieverordening Zoetermeer 2022

Raadsvergadering 7 november 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Participatieverordening Zoetermeer 2022 en Kadernota Participatie 20222.094 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Participatieverordening Zoetermeer 2022) De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van het college van 13 september 2022; Gelet op artikel 150 Gemeentewet en artikel 16.55 Omgevingswet; Besluit vast te stellen de: Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer houdende regels omtrent de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken (Participatieverordening Zoetermeer 2022) Hoofstuk 1. Algemene regels omtrent Participatie. Artikel 1.1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. participatie: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, in de vorm van informeren, consulteren of coproduceren; b. participatieprocedure: de wijze waarop in de fasen van het beleidsproces, in een concreet geval, aan de participatie vorm wordt gegeven. c. procesvoorstel: voorstel van het bevoegde bestuursorgaan, voorafgaande aan de te volgen participatieprocedure, waarin aangegeven wordt op welke wijze vorm zal worden gegeven aan de participatie. d.

gemeentelijk beleid: het aangeven van de doelen en de richting en de wijze waarop gestelde doelen van de gemeente worden gerealiseerd. e. ingezetene: ieder die met een adres in de gemeente Zoetermeer is ingeschreven in de gemeentelijke Basisadministratie. f. belanghebbenden: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. g. beleidsvoornemen: het voornemen van een bestuursorgaan tot het vaststellen, wijzigen of evalueren van beleid. h. coproduceren: De gemeente en betrokkenen bepalen samen de agenda en zoeken samen naar oplossingen. De gemeente verbindt zich aan deze oplossingen in de besluitvorming. De gemeente en deelnemers werken echt als samenwerkingspartners. De betrokkenen zitten zelf aan tafel om over uitgangspunten, een plan of ontwerp mee te denken. Vaak al in een vroeg stadium om ook het proces mede vorm te geven. i. consulteren: De gemeente bepaalt de agenda, geeft duidelijke informatie en houdt betrokkenen op de hoogte. Meningen, suggesties, ervaringen en ideeën worden actief geïnventariseerd. De gemeente verwerkt deze zoveel mogelijk in het te nemen besluit, maar kan bij uiteindelijke besluitvorming hiervan onderbouwd afwijken. De gemeente stelt een eindverslag op van de participatie waarna dit wordt vastgesteld door de gemeente. Na vaststelling communiceert de 1

gemeente het eindverslag zo snel mogelijk via de website en naar de deelnemers. De gemeente ziet betrokkenen als gesprekspartner bij de ontwikkeling van beleid. Het proces richt zich op het inventariseren van ervaringen, meningen en nieuwe ideeën. Belangrijk is dat zo inzicht verkregen wordt in de wereld van de betrokkenen. De rol van de deelnemer in de participatieprocedure is die van geconsulteerde. Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces. j. informeren: De gemeente bepaalt de agenda, geeft duidelijke informatie en houdt betrokkenen op de hoogte. Plannen worden door de gemeente opgesteld. Betrokkenen worden door de gemeente geïnformeerd, bijvoorbeeld door een wijkbericht, een informatieavond of via de website. Betrokkenen kunnen hun vragen kwijt. Vragen worden beantwoord. k. omgevingsvisie: Een visie als bedoeld in afdeling 3.1 van de Omgevingswet. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. l. programma: Een programma als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet. In een programma geven overheden uitwerking aan het te voeren beleid. Ook kunnen ze maatregelen opnemen om te voldoen aan andere doelstelling voor de fysieke leefomgeving. m.

omgevingsplan: Een plan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet. Het omgevingsplan bevat algemene juridische regels van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Iedere gemeente heeft 1 omgevingsplan onder de Omgevingswet. n: wijzigingsbesluit: Dit is het besluit waarmee het omgevingsplan wordt gewijzigd. o: Omgevingsbesluit: Dit zijn rijksregels in aanvulling op de Omgevingswet die onder meer gaan over welke procedures er gelden en welk bestuursorgaan bevoegd is een bepaald besluit te nemen. Artikel 1.2 Onderwerp van participatie 1. Bij het gehele proces van gemeentelijk beleid wordt participatie toegepast, tenzij er sprake is van één van de uitzonderingen als bedoeld in het zesde of zevende lid van dit artikel. 2. Het college of de burgemeester beslist over de participatieprocedure met betrekking tot de uitoefening van zijn eigen bevoegdheden, conform het bepaalde in artikel 1.4 van deze verordening. 3. De raad beslist over de participatieprocedure met betrekking tot nieuw kaderstellend beleid of een wijziging hiervan, conform het bepaalde in artikel 1.4 van deze verordening. 4. In afwijking van het vorige lid, beslist het college over de participatieprocedure met betrekking tot raadsvoorstellen waarbij het niet gaat om het ontwikkelen van nieuw kaderstellend beleid of een wijziging hiervan, conform het bepaalde in artikel 1.4 van deze verordening.

Het college stelt de raad hiervan voorafgaand aan de participatie op de hoogte. 5. Indien geen participatie wordt toegepast besluit het bevoegde bestuursorgaan gemotiveerd hiertoe. Het hiervoor in de leden 2, 3 en 4 bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 6. In ieder geval wordt geen participatie toegepast: a. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; b. inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en gemeentelijke belastingen; c. wanneer het een beleidsvoornemen betreft dat betrekking heeft op interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente. d. inzake de begroting. 2

7.

Het bevoegde bestuursorgaan kan beslissen om geen participatie toe te passen: a. indien de vaststelling van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; b. indien het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving; c. indien reeds participatie of een zienswijzeprocedure als bedoeld in afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht over hetzelfde beleidsonderwerp heeft plaatsgevonden; d. indien bezwaar en/of beroep open staat; e. ten aanzien van ondergeschikte herziening van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; f. indien het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid.

Artikel 1.3 Participatie gerechtigden Participatie wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Artikel 1.4 Participatieprocedure 1. Indien geen participatie wordt toegepast behoeft geen procesvoorstel te worden opgesteld. 2. Participatie vangt aan met het opstellen van een procesvoorstel. In dit voorstel wordt aangegeven op welke wijze aan de participatie vorm wordt gegeven. De volgende punten worden aangegeven: a. het exacte onderwerp van de participatie; b. de speelruimte van de participatie; c. het doel van de participatie; d. de schaal waarop de participatie speelt; e. wie mogen deelnemen aan de participatie; f. het niveau van participatie conform de niveaus zoals genoemd in de Kadernota Participatie: informeren, consulteren of coproduceren; g. de inrichting van het participatieproces. 3. Het voornemen hiertoe wordt bekend gemaakt op de voor die participatie gepaste wijze. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het tweede lid, onder a t/m f, bedoelde punten. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijk inhoud. 4. In afwijking van het in het tweede lid bepaalde, wordt geen procesvoorstel opgesteld indien participatie uitsluitend zal plaatsvinden met een voor het onderwerp speciaal ingesteld adviesorgaan. 5. Het procesvoorstel wordt door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld. Het bepaalde in artikel 1.2, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing.

6. Coproduceren is alleen mogelijk als er voldoende beleidsruimte, tijd en interesse van de ingezetenen en belanghebbenden voor is. Indien sprake is van coproduceren wordt altijd ook een participatieproces voor de ingezetenen en/of belanghebbenden die niet deelnemen aan de coproductie opgesteld. Artikel 1.5 Eindverslag participatieprocedure 1.

Ter afronding van de participatieprocedure wordt een eindverslag opgesteld. Ieder bestuursorgaan stelt het eindverslag voor zijn eigen bevoegdheid vast. Het bepaalde in artikel 1.2, tweede, derde en vierde lid, is van toepassing. 3

2.

3. 4.

Het eindverslag bevat in elk geval: a. een overzicht van de gevolgde participatie. Indien afgeweken is van de in het procesvoorstel aangegeven procedure, wordt dit gemotiveerd aangegeven; b. een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan de participatie, voor zover het niveau van de samenspraak zich daarvoor leent; c. een reactie van het bestuursorgaan op de inbreng als bedoeld onder b, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven welke punten al dan niet van invloed zullen zijn op het beleidsvoornemen en op het te nemen besluit. Het eindverslag wordt op de gebruikelijke wijze openbaar gemaakt. Het eindverslag wordt aan alle deelnemers van de participatie procedure toegezonden.

Hoofdstuk 2 Participatie op grond van de Omgevingswet Artikel 2.1 Participatie Omgevingsvisie, programma, omgevingsplan 1.

2.

3.

4.

Voorafgaand aan het in procedure brengen van een ontwerp-omgevingsvisie, een ontwerpprogramma of een ontwerp-omgevingsplan, wordt de mogelijkheid van participatie op grond van de Participatieverordening geboden aan gerechtigden zoals bedoeld in artikel 1.3 van deze Participatieverordening. De uitzonderingen genoemd in de leden 6 en 7 van artikel 1.2 van deze verordening zijn hierop ook van toepassing. Voor het omgevingsplan geldt dat er geen eindverslag wordt opgesteld. In plaats daarvan worden de resultaten van de participatie verwerkt in de toelichting op het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan. Participatie, als bedoeld in lid 1, houdt bij het omgevingsplan in dat een voorontwerp van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan voor zes weken ter inzage wordt gelegd, wanneer het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan voorziet in een ingrijpende wijziging waarover nog niet eerder participatie is verleend. Hierbij krijgen gerechtigden zoals bedoeld in artikel 1.3 van deze Participatieverordening de mogelijkheid om te reageren. De resultaten van deze participatie worden verwerkt in de toelichting op het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan. Het college van burgemeester en wethouders besluit over het toepassen van participatie over het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan.

Een omgevingsvisie, een programma of een omgevingsplan, wordt op grond van respectievelijk artikel 16.26, 16.27 en 16.30 van de Omgevingswet verder voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarbij kunnen op grond van artikel 16.23 Omgevingswet door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht. Bij het vaststellen van een omgevingsvisie, een programma, of een omgevingsplan wordt op grond van respectievelijk artikel 10.7, 10.8 en 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit aangegeven hoe "burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat daarvan de resultaten zijn." Daarbij wordt zoals onder het eerste lid bepaald, aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke participatiebeleid.

Artikel 2.2 Participatie buitenplanse omgevingsplanactiviteit 1.

Een aanvrager van een omgevingsvergunning is verplicht tot participatie van en overleg met derden, zoals bedoeld in artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet: a. voordat een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden ingediend, en b. waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is, en 4

2.

3.

4.

c. wanneer het een geval betreft waarvoor de gemeenteraad het voorbehoud van bindend advies heeft gemaakt als bedoeld in artikel 16.15a, lid b Omgevingswet. De omvang van de participatie op grond van lid 1 van dit artikel moet in een evenredige verhouding staan tot de gevolgen van het project voor de fysieke leefomgeving. Of hiervan sprake is, is aan het college van burgemeester en wethouders om te beoordelen. Bij een aanvraag omgevingsvergunning, zoals aangewezen in lid 1 van dit artikel, dient de volgende informatie te worden ingediend: a. een beschrijving op welke wijze participatie is verleend; b. wie bij de participatie betrokken is; c. welke reacties ontvangen zijn; d. wat met de reacties is gedaan; e. op welke onderdelen het plan is gewijzigd naar aanleiding van de reacties. Het college van burgemeester en wethouders kan regels vaststellen voor verplichte participatie, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen Artikel 3.1 Voorrangsbepaling Daar waar bij de toepassing van deze verordening in verband met de uitvoering van de Omgevingswet strijdigheid ontstaat tussen de algemene bepalingen in Hoofdstuk 1 en de bepalingen van Hoofdstuk 2 van deze verordening, gaan de bepalingen in Hoofdstuk 2 voor. Artikel 3.2 Inwerkingtreding De Participatieverordening treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Per gelijke datum wordt de Samenspraakverordening ingetrokken. Artikel 3.3 Overgangsrecht 1.

2.

Beleidsvoornemens waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatie- of inspraakprocedure was opgestart op grond van de Samenspraakverordening (versie 2015) of de Samenspraakverordening (versie 2020), worden afgerond met toepassing van die verordening. Deze verordening is niet van toepassing op een aanvraag omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 3.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening Zoetermeer 2022. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Zoetermeer op 7 november 2022

de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=8969558c-0740-4809-b115-f7d9d7ddb5ca