Bijlage 2 - Overzicht wijzigingen Gemeentewet m.b.t. geheimhouding inclusief artikelen
Tekst van het document
Bijlage 2 Overzicht wijzigingen Gemeentewet m.b.t. geheimhouding Wijziging
Consequenties en opmerkingen
1. De artikelen 25, 55 en 86 komen te vervallen
Nieuwe regeling in hoofdstuk VA (art. 87-89 Gemeentewet, zie bijgevoegde tekst nieuw “HOOFDSTUK VA. GEHEIMHOUDING”) Kst. 35546
2. Nieuwe, logischer systematiek
•
Artikel 87: wie kan geheimhouding opleggen?
•
Artikel 88: wie heeft recht op kennisneming van geheime informatie?
•
Artikel 89: wat zijn de consequenties van geheimhouding en hoe kom je er weer vanaf?
3. De eis van bekrachtiging in de eerstvolgende raadsvergadering komt te vervallen
De raad kan in plaats daarvan een besluit nemen om de geheimhouding op te heffen
4. Selectieve geheimhouding wordt afgeschaft
Gaat eigenlijk over de vraag of informatie altijd aan alle raadsleden gelijkelijk ter beschikking moet worden gesteld
5. Geheime informatie die naar een commissie gaat waarin raadsleden zitting hebben, wordt ook aan de gehele raad gezonden
Zie ook 4
6. De burgemeester wordt zelfstandig bevoegd om geheimhouding op te leggen over eigen stukken
Van belang in verband met voorrang op de Woo (derogatieve werking)
7. De voorzitter van een commissie is niet langer bevoegd om geheimhouding op te leggen
Overgangsrecht zodat opgelegde geheimhouding blijft voortduren
8. Voor een besloten raadsvergadering geldt voortaan automatisch geheimhoudingsplicht
En idem voor besloten vergaderingen van (raads)commissies waarvoor naar artikel 23 lid 4 wordt verwezen. Dus overwegen of die geheimhouding weer kan worden opgeheven, meteen of op later moment
9. Het orgaan dat een commissie heeft ingesteld is (ook) bevoegd tot opheffing van de door die commissie opgelegde geheimhouding
De raad is daartoe niet langer bevoegd, tenzij de commissie zich tot de raad heeft gewend.
10. De raad kan een raadslid dat de geheimhouding heeft geschonden voor max 3 maanden uitsluiten van kennisneming van geheime stukken.
Veel vragen: Bewijs? Proportionaliteit?
Tekst nieuw HOOFDSTUK VA. GEHEIMHOUDING Artikel 87 De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. Artikel 88 1. De raad kan informatie ten aanzien waarvan krachtens artikel 23, vierde lid, een verplichting tot geheimhouding geldt of hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan het college, de burgemeester, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 2. Het college kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 3. De burgemeester kan informatie ten aanzien waarvan hij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de rekenkamer en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V. 4. Een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kan informatie ten aanzien waarvan zij een verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, verstrekken aan de raad, het college, de burgemeester en de rekenkamer. 5.
Indien het college of de burgemeester overeenkomstig het tweede of derde lid informatie verstrekt aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, verstrekt het college of de burgemeester die informatie tevens aan de raad. 6. Indien het college, de burgemeester of een commissie overeenkomstig het tweede, derde of vierde lid informatie verstrekt aan de raad, kan de raad die informatie verstrekken aan anderen. De raad kan regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt. Artikel 89 1. Een verplichting tot geheimhouding wordt vermeld op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt. Indien de geheimhouding geldt ten aanzien van informatie anders dan in schriftelijke vorm, wordt de verplichting op een passende wijze kenbaar gemaakt. 2. Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen. 3. Een verplichting tot geheimhouding duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. 4.
Indien informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid voort totdat de raad haar opheft. 5. Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat in strijd handelt met het tweede lid kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt.