bijlage 2 Onderzoeksrapport quickscan invoering Omgevingswet
Tekst van het document
Quickscan invoering Omgevingswet
Quickscan in opdracht van de rekenkamercommissie gemeente Zoetermeer d.d. 25 januari 2021 Pascale Georgopoulou Voor meer informatie: pascale@georgopoulou.nl
1
Inhoudsopgave 1.
Vraagstelling .................................................................................................................................... 3
2.
Aanpak ............................................................................................................................................. 3
3.
“Toetsingskader” ............................................................................................................................. 3
4.
Vergelijking met andere gemeenten ............................................................................................... 4
5.
Voortgang ........................................................................................................................................ 5 Neutrale overgang ............................................................................................................................... 5 Toekomstvisie Zoetermeer 2040......................................................................................................... 6 Op schema? ......................................................................................................................................... 7 Tabel 1: Voortgang programma ...................................................................................................... 7
6.
Raadsbetrokkenheid........................................................................................................................ 9 De klankbordgroep van raadsleden .................................................................................................... 9 De raad aan zet.................................................................................................................................. 10 Tabel 2: Matrix raadsbetrokkenheid ............................................................................................. 11
7.
Participatie .................................................................................................................................... 12 Tabel 3: Bouwstenen participatie.................................................................................................. 14
BIJLAGE A: Besluitvorming van de raad................................................................................................. 15 BIJLAGE B: Lijst van geïnterviewden...................................................................................................... 17 BIJLAGE C: Enquête onder raadsleden .................................................................................................. 18
2
1. Vraagstelling De rekenkamercommissie van de gemeente Zoetermeer heeft een quickscan uitgevoerd naar de implementatie van de Omgevingswet. De vraag die centraal staat is: welke zaken lopen op koers en welke zaken behoeven nog extra aandacht? Met de uitkomsten van deze quickscan kan de raad de vinger aan de pols houden en bijsturen als dat nodig blijkt. Ook biedt de quickscan praktische handreikingen voor de raad en het college van B&W voor de vervolgstappen.
2. Aanpak De quickscan is uitgevoerd in oktober en november 2020. Voor het beantwoorden van de vragen zijn documenten bestudeerd (zie lijst in bijlage A), interviews gehouden met de voorzitter van de klankbordgroep van de raad, de griffier, de raadsadviseur, de wethouder, de gemeentesecretaris, de ambtelijk opdrachtgever van het programma, programmamanager Omgevingswet, leden van het programmateam en enkele managers van de gemeente (zie lijst in bijlage B). Alle geïnterviewden waren bereidwillig en open, de gesprekken waren informatief en verliepen in een prettige sfeer. Er is een bijeenkomst van de klankbordgroep bezocht en er is een enquête gehouden onder de leden van de raad (zie voor de uitkomsten bijlage C). De enquête is ingevuld door negen raadsleden (23%), waarvan er zeven lid zijn van de klankbordgroep van de raad. Deze informatie, hoe summier ook, is verwerkt in de quickscan. De quickscan geeft een impressie van de stand van zaken van de implementatie van de Omgevingswet in de gemeente Zoetermeer.
3. “Toetsingskader” Alle gemeenten stellen zich bij de implementatie van de Omgevingswet precies dezelfde vragen, echter vanuit een diversiteit aan uitgangsposities, maatschappelijke opgaven, ambities en financiële armslag. De raad van Zoetermeer heeft in 2017 de uitgangspunten voor de implementatie vastgesteld. Op basis daarvan is door het college van B&W een “Programmaplan Implementatie Omgevingswet 2017-2020” opgesteld1. Dat plan is leidend voor stappen die door de gemeente Zoetermeer worden gezet. Voor het toetsen van de voortgang ten behoeve van de quickscan zijn deze eigen ambities en gestelde doelen leidend. Ze worden ook naast de lijst van minimale acties van de VNG2 gelegd. De “minimale acties Omgevingswet” geven aan welke voorbereidingen gemeenten minimaal moeten hebben getroffen vóór 1 januari 2022 om te kunnen starten met het werken volgens de Omgevingswet. In tabel 1 is de voortgang van de zeven ontwikkellijnen van de implementatie van de Omgevingswet samengevat. Er zijn drie gradaties: loopt vooruit, loopt op schema en loopt achter. De raad stelt de kaders voor het te voeren beleid vast, stelt middelen ter beschikking en monitort de resultaten. Dit gebeurt op de vaste momenten in de P&C-cyclus en de momenten dat een besluit van de raad noodzakelijk is. Daarnaast is er een klankbordgroep van de raad die “mee wordt genomen” in het proces en meedenkt.
In tabel 2 is te zien op welke onderdelen raadsleden zich betrokken en in positie achten. Versterking van participatie is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en een van de lijnen in het programmaplan implementatie Omgevingswet. Daarnaast heeft Zoetermeer al vijftien jaar een traditie in participatie (samenspraak). Het college van B&W en de raad “dragen” dit beleid, dat is 1
In december 2020 is het programmaplan geactualiseerd en verwerkt in de routekaart implementatie Omgevingswet 2020-21. 2 https://vng.nl/publicaties/minimale-acties-omgevingswet
3
vastgelegd in een geactualiseerde kadernota en een verordening. De vraag is of er nog ontbrekende puzzelstukjes zijn. Dat is te zien in tabel 3.
4. Vergelijking met andere gemeenten Ondanks het feit dat alle gemeenten met de Omgevingswet bezig zijn en er intussen veel aanpakken en praktijkvoorbeelden kunnen worden gedeeld, is het haast onmogelijk om gemeenten te vergelijken. Elke lokale situatie is uniek, de opgaven divers, zoals ook de ambities. Drie dingen vallen in Zoetermeer op: •
• •
De Omgevingswet wordt weliswaar beleidsneutraal geïmplementeerd (zie door de raad vastgestelde uitgangspunten), maar kansen worden benut. Een benutte kans is bijvoorbeeld het traject om te komen tot de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. De invulling is grotendeels vormvrij. In Zoetermeer is gekozen om er een uitgebreid en intensief traject van te maken, dat ook een “trendbreuk” kan worden genoemd met voorgaand beleid (bijv. de “Schaalsprong”). Een tweede is de Zoetermeerse “samenspraak-traditie”. Die vormt een basis om participatie in het kader van de Omgevingswet verder aan te scherpen. Tot slot is het programma opgenomen in de programmabegroting(en) onder “dienstverlening en samenspraak” (programma 6). In veel andere gemeenten is het de voorkeur om het onder “ruimtelijke ontwikkeling” te plaatsen.
Om iets meer gevoel te geven bij de voortgang van de Omgevingswet in Zoetermeer kan gebruik worden gemaakt van de monitor invoering omgevingswet3. Deze monitor wordt elk half jaar gemaakt
3
https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/voortgang-monitoring/monitor-invoeringomgevingswet/
4
door het samenwerkingsprogramma Aan de slag met de Omgevingswet. In de monitor wordt op vijf criteria gemeten hoe ver overheden zijn met de implementatie. Het gaat om verplichte onderdelen van de Omgevingswet tot 2022. In de tabel (boven) is te zien hoeveel gemeenten dit onderdeel in voorbereiding hebben, hoeveel er al klaar mee zijn en van hoeveel het nog niet bekend is. Voor enkele onderdelen (bijvoorbeeld omgevingsvisie, omgevingsverordening en projectbesluit) kunnen gemeenten voorbereidingen treffen, maar is dat niet verplicht tot 2022. De stand van zaken binnen de gemeente Zoetermeer wordt vergeleken met het landelijk beeld. Het overall beeld is dat Zoetermeer zeker niet achterloopt, maar juist op onderdelen voorop loopt. Omgevingsvisie
vergelijkbaar met 100% van de gemeenten (niet verplicht)
Omgevingsverordening
vergelijkbaar met 100% van de gemeenten (niet verplicht)
Projectbesluit
vergelijkbaar met 100% van de gemeenten (niet verplicht)
Omgevingsplan
vergelijkbaar met 92% van de gemeenten (in voorbereiding)
Vergunningen & meldingen Techniek
vergelijkbaar met 35% van de gemeenten (voldoet)
Indieningsvereisten
vergelijkbaar met 89% van de gemeenten (in voorbereiding)
Proces
vergelijkbaar met 89% van de gemeenten (in voorbereiding)
Beoordeling
vergelijkbaar met 78% van de gemeenten (in voorbereiding)
5. Voortgang In dit hoofdstuk gaat het over de voortgang van de implementatie van de Omgevingswet in Zoetermeer. Bij de implementatie moet rekening worden gehouden met het uitstel van de wet (was voorzien voor 2018, 2019, 2021 en is nu 2022). Dat heeft de urgentie, energie en planning van de diverse onderdelen ook in Zoetermeer beïnvloed. De uitgangspunten voor de Implementatie van de Omgevingswet (raadsbesluit, 2017) en het programmaplan (collegebesluit, 2017) moeten in dat licht worden gezien. Die lopen als het ware ook enkele jaren uit. Over de actualiteit en de gevolgen daarvan voor de gemeente is de raad telkens geïnformeerd. Het programmaplan is een beschrijving van doelen, activiteiten en resultaten en is geen sturingskader. Op de vraag of het programmaplan inzicht geeft in wat er wanneer gebeurt reageren in de enquête twee raadsleden met “ja”, zeven met “nee/weet niet”.
Neutrale overgang Bij de implementatie van de Omgevingswet wordt uitgegaan van de huidige sturing door de gemeente en van een zoveel mogelijk neutrale overgang. Een van de door de raad vastgestelde uitgangspunten is dat de rechten en plichten voor inwoners en ondernemers zoveel mogelijk gelijk blijven. Er worden vanuit het implementatietraject Omgevingswet zélf geen beleidskeuzes geïnitieerd. Dit betekent echter niet dat in het programmaplan geen ambities zijn verwerkt. Er wordt actief ingespeeld op de beleidskeuzes en verbetertrajecten die in aanverwante trajecten worden gemaakt, zoals de Schaalsprong, dienstverlening, informatisering, participatie (samenspraak) en toekomstgericht werken. Hierdoor wordt de implementatie van de Omgevingswet intensief benut om al vóór de datum van inwerkingtreding van de wet werkprocessen te stroomlijnen, dienstverlening naar burgers en ondernemers te verbeteren en te uniformeren en bijvoorbeeld zaakgericht werken en andere digitaliseringsstappen te effectueren. Zodoende worden de 5
randvoorwaarden gecreëerd om al vóór 2022 op een aantal fronten te werken in de geest van de wet.
Toekomstvisie Zoetermeer 2040 De gemeente Zoetermeer werkt aan een toekomstvisie: Zoetermeer 2040. Die visie schetst voor de lange termijn een perspectief voor sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen en beschrijft de manier waarop bestuur en samenleving samen aan deze toekomst gaan werken. Zoetermeer 2040 ís de omgevingsvisie in de zin van de wet. De focus van de raad, het college van B&W en de ambtelijke organisatie lag tot recent op de Schaalsprong, namelijk de groei met 10.000 á 16.000 woningen. Er was drie jaar gewerkt aan dat verhaal en de blik was gericht op bouwen, bouwen, bouwen. De analyse van Bureau Louter (Basisdocument) was een boodschap die daar niet op aansloot. Alleen bouwen bleek niet te helpen om tot een versterkte sociaal-economische positie te komen. Het eerste tussenresultaat voor de omgevingsvisie was dus het Basisdocument (maart 2020) met verscherpte inzichten over de groei van de stad. De inzichten hebben betrekking op: de achterblijvende woonaantrekkelijkheid ten opzichte van de regio, de dalende sociaal-economische positie, de groeiende mismatch tussen beroepsbevolking en werkgelegenheid, de toenemende sociaal-economische verschillen tussen buurten en wijken in Zoetermeer en het groeiende belang van een adaptieve overheid. Ook is er een impact-analyse uitgevoerd naar de effecten van de coronacrisis op lange termijn.
De raad heeft over het basisdocument gedebatteerd4. Vervolgens is een expertadvies aan de raad aangeboden met handelingsperspectieven om de positie van Zoetermeer te verbeteren. Het Basisdocument Zoetermeer 2040, het expertadvies en de uitkomsten van het raadsdebat moeten leiden tot vervolgstappen voor de toekomstvisie (c.q. omgevingsvisie). Het een en ander komt in 2021, is de verwachting, in de raad. De komst van de Omgevingswet helpt, maar ook zonder de wet was Zoetermeer eraan toe om de stappen richting “2040” te zetten. Er wordt veel tijd/energie geïnvesteerd in het proces om te komen tot een gedragen en samenhangende visie. Het beleid werd tot nu toe ambtelijk te verkokerd ontwikkeld. Nu staan de samenhang en de integraliteit centraal. Dat kan niet in één stap, maar de geïnterviewden geven aan dat die beweging er is. Dat er nu al meer over muren en schotten wordt gekeken. Voor de organisatieontwikkeling werkt de Omgevingswet als vliegwiel. De beweging komt van binnen (organisatie) en ook van buiten (partners, samenleving)5. De nieuwe werkwijze zal verder een plek krijgen binnen de organisatie. Ook voor de raad is het belangrijk om “aan de voorkant” van ontwikkelingen te komen. Het debat over Zoetermeer 2040 was belangrijk, omdat het van alle raadsleden was en niet alleen van de woordvoerders wonen. Centraal stond meer het “wat” en minder het “hoe”.
Daar moet meer tijd/ruimte voor zijn om het debat op een goede manier te voeren. Met de toekomstvisie neemt Zoetermeer een nieuwe afslag. De toekomst van de stad moet constant op de agenda van de raad staan, is de opvatting. Iedereen moet zich eraan committeren voor nu en in de toekomst. De keuzes moeten meerjarig in de begroting worden verwerkt met indicatoren en resultaten. Ook voor de raad (en het college van B&W) betekent dit een verandering. Soms ligt de focus nu op details en kleinere zaken. Het wordt de kunst om te leren een ander soort vragen te stellen en meer te concentreren op hoofdlijnen en effecten. Ook zullen er effecten zijn voor de
4
Op 9 en 15 september 2020. Ter inspiratie het voorbeeld van de gemeente Capelle, zie https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/ervaringen/praktijkverhalen/praktijkverhalen/capelle -stimuleert-meedoen-inwoners/ 5
6
samenwerking binnen de raad en binnen het college van B&W. Denk bijvoorbeeld aan de portefeuilleverdeling en hoe die eruit zou zien als er echt integraal wordt gewerkt. Alle geïnterviewden geven aan dat de focus ligt op de ontwikkeling van de Toekomstvisie 2040, c.q. de omgevingsvisie. Het is een belangrijk document dat richting geeft voor de langere termijn, waarin keuzes worden gemaakt en waar de raad bovenop moet zitten. De overige onderdelen die horen bij de implementatie zijn ook belangrijk. Er is vertrouwen dat dit ambtelijk goed wordt opgepakt. Er wordt over gerapporteerd in de klankbordgroep van de raad. De Omgevingswet mag wel forser en meer in samenhang op de agenda van de raad komen, is de algemene opvatting. Dat geldt ook voor onderdelen zoals vergunningverlening, dienstverlening, DSO en met name de samenhang daartussen. Het kerninstrument programma (collegebevoegdheid) moet nog worden opgepakt. Omdat er een directe relatie is met de omgevingsvisie (“communicerende vaten”) zal begin 2021 daarover een gesprek met de raad plaatsvinden (zie ook de routekaart).
Op schema? In bijgaand overzicht zijn de zeven ontwikkellijnen uit het programmaplan beoordeeld (indicatief) op basis van de eigen ambities en de wettelijk verplichte minimale acties. De voortgang wordt in drie gradaties aangegeven: • • •
loopt vooruit (aangegeven met “+”: is verder dan ambitie of wettelijke verplichting); loopt op schema (aangegeven met “=”: is op het niveau dat wordt geambieerd of dat wettelijk verplicht is); loopt achter (aangegeven met “-“: is nog niet zover als de ambitie of wettelijke verplichting).
In dit overzicht is meegenomen dat door het uitstel van de inwerkingtreding van de wet, ook de acties uit het programma zijn opgeschoven.
Tabel 1: Voortgang programma
6
Eigen ambitie
Wettelijk verplicht
Proces omgevingsvisie in drie stappen: • bouwstenendocument voor de omgevingsvisie (2017) • plan van aanpak opstellen omgevingsvisie, inhoudelijk starten met opstellen omgevingsvisie (2018) • vaststellen omgevingsvisie (2019) Mogelijkheden inzet omgevingswaarden nader onderzoeken (nadat omgevingsvisie wordt vastgesteld) Inventarisatie programma’s en welke plek deze krijgen binnen de instrumenten van de Omgevingswet. Opstellen programma voor omgevingsplan Gebruik maken van lopende en actualisering verordeningen/bestemmingsplannen (herziening APV 2020; pilot omgevingsplan Seghwaert in het kader van de Crisis- en Herstelwet) Planschade en nadeelcompensatie Actualisatie grondbeleid
=
+6
=
Niet verplicht
=
Niet verplicht
=
+
=
+
Omgevingsvergunning (kwaliteitsborging en knip) Eén loket, samenspraak, bestuurlijke samenwerking, beleid en mandaatregeling Toezicht en Handhaving (aanwijzing toezichthouders, aanpassen (digitale) werkprocessen toezicht en handhaving)
Ontwikkellijn
Acties en resultaten
Inhoud en Sturing
=
=
= =
Niet verplicht =
=
=
=
=
Een omgevingsvisie is pas in 2024 verplicht.
7
Dienstverlening
Samenspraak en Communicatie
Bestuurlijke samenwerking
Organisatieontwikkeling
Informatisering
Financiën
Van incidentele monitoring/evaluatie naar structurele monitoring en evaluatie Werkprocessen Uitgangspunten voor de dienstverlening voor de producten en diensten van de Omgevingswet Verplichtingen en keuzes in de Omgevingswet met betrekking tot dienstverlening Algemene uitgangspunten voor de communicatie
=
=
=
=
=
+
=
+
=
Niet verplicht
Communicatie per ontwikkellijn
=
Aanpassen samenspraakverordening Belang samenwerking met de ketenpartners in de uitvoering
+
Niet verplicht +
=
=
Inventarisatie regionale samenwerking van gemeente Zoetermeer De veranderopgave: anders (samen)werken
=
=
+
Gevolgen voor de organisatie
+
Digitaal én zaakgericht maken van processen Gegevens (-uitwisseling en standaarden) Systemen (applicaties en koppelingen) Maatregelen en activiteiten die noodzakelijk zijn voor een gestructureerde aanpak rond de financiën Omgevingswet Invoeringskosten (voorbereiding op inwerkingtreding Omgevingswet; investeringskosten), onder te verdelen in: • Veranderingen in de exploitatie (na inwerkingtreding Omgevingswet) • Achterblijvende kosten (frictie- en desintegratiekosten) • Veranderingen in financiële processen • Aanvullende acties.
+
Niet verplicht Niet verplicht +
=
=
=
+
=
Niet verplicht
=
=
Het beeld uit tabel 1 wordt bevestigd door de voortgangsrapportages en de interviews. Over de hele linie is er voldoende voortgang, er is op onderdelen zelfs vooruit gewerkt. Het uitstel van de invoeringsdatum geeft meer adem om nog extra aandacht te besteden aan enkele onderdelen en om te kunnen oefenen. Denk daarbij vooral aan het DSO (digitaal stelsel Omgevingswet). Er zijn ook zorgen. Die hebben betrekking op factoren die niet beïnvloedbaar zijn, zoals een functionerend DSO (landelijk) en de structurele financiële effecten van de wet (invoeringskosten, structurele kosten/opbrengsten en financiële dekking). De raad van de gemeente Zoetermeer heeft het initiatief genomen om samen met collega’s uit het hele land actie te voeren in de richting van het Rijk om te bewerkstelligen dat het gemeentefonds zo snel mogelijk structureel toereikend wordt voor de gemeentelijke taken. De invoering van de Omgevingswet hangt hiermee samen. In een tussenbericht is de raad geïnformeerd over de gevolgen van het uitstel van de inwerkingtreding van de wet en de discussies tussen het rijk en de VNG over de financiële kaders. Omdat nog niet alle processen kunnen worden ontwikkeld en ingericht wordt verwacht dat van het beschikbare aanvullende budget van € 872.000, € 200.000 niet in 2020 zal worden besteed.
Door het uitstel van de inwerkingtreding zullen wel extra kosten worden gemaakt voor een aantal activiteiten (onder meer programmamanagement, vertraging DSO). Deze kosten worden in de Perspectiefnota 2022 aangevraagd.
8
6. Raadsbetrokkenheid In dit hoofdstuk gaat het over de betrokkenheid van de gemeenteraad bij de implementatie van de Omgevingswet in Zoetermeer. De betrokkenheid hangt samen met de eigen ambities, de gekozen (of ervaren) rol/positie, informatievoorziening, besluitvorming en overzicht. Uit het gesprek met de klankbordgroep van de raad, de enquête en de interviews komt geen eenduidig beeld naar voren. Aan welke drie doelen van de Omgevingswet moet er worden gewerkt, was een van de vragen in de enquête. De antwoorden waren zeer divers. Het meest is het belang van een helder en overzichtelijk implementatietraject genoemd (7x). Ook de rol/betrokkenheid van de raad met in het bijzonder aandacht voor de informatievoorziening en de keuze- en sturingsmogelijkheden komen naar voren (5x). De omgevingsvisie wordt veel genoemd, vooral dat er snel duidelijkheid moet komen, zodat de visie de basis gaat vormen voor toekomstige ontwikkelingen (4x). En de betrokkenheid en participatie van inwoners (4x). Raadsleden waarderen hun kennis met een 5,5 (tussen 3 en 7,5 op een schaal van 0-10). De antwoorden zijn opmerkelijk gezien de gestructureerde aanpak van het traject, de intensieve informatievoorziening aan de raad en het functioneren van een raadsklankbordgroep. Je zou verwachten dat aan de genoemde belangrijkste doelen al is gewerkt en dat ze zijn gerealiseerd.
Op de vraag in de enquête of de raad aan zet is bij de invoering van de Omgevingswet scoren de raadsleden gemiddeld een 6,9 (tussen 4,4 en 10). Dat kan verbeteren door informatie overzichtelijk en toegankelijk aan te bieden, een dossier op te bouwen in iBabs en informatie te herhalen. Een helder tijdspad (routekaart) helpt en vaker agenderen ook. Tot slot helpt meer inzicht in keuzemogelijkheden (en de gevolgen daarvan) om meer aan zet te zijn. De betrokkenheid van de raad is groot, maar of de raad altijd in positie is en het overzicht heeft is de vraag. In de raadsvergadering op 15 september is een motie ingediend met het verzoek om een duidelijke “routekaart” met tijdspad en overzicht van besluiten naar de raad te sturen. Hoewel de motie is ingetrokken kan hierin een signaal worden gezien, dat er ondanks de uitgebreide informatievoorziening kennelijk voor leden van de raad vaak sprake is van de spreekwoordelijke bomen en het bos. Dit blijft continue een punt van aandacht. De gevraagde routekaart is in de klankbordgroep besproken in november en is in december 2020 aan de raad aangeboden.7
De klankbordgroep van raadsleden In september 2016 is een voorstel over raadsbetrokkenheid bij de implementatie van de Omgevingswet voorgelegd aan het seniorenconvent. Het voorstel was om onder meer diverse informatiemomenten en themabijeenkomsten te organiseren. Daarnaast was het voorstel om een klankbordgroep vanuit de raad in te stellen om via het bespreken van concrete thema’s de raad en ambtelijk organisatie te adviseren over het implementatietraject. Deze klankbordgroep is er gekomen. De focus ligt op het proces. De opinievorming en het debat vinden uiteraard plaats in het openbaar. Aan de klankbordgroep nemen bijna alle fracties deel met een lid per fractie. Andere raads- en commissieleden zijn vrij om aan te schuiven. De klankbordgroep buigt zich intussen ook over de RES8. Door de klankbordgroep is er een grotere raadsbetrokkenheid. De klankbordgroep werkt drempelverlagend. Vragen kunnen directer en aan de juiste persoon (ambtelijk) worden gesteld (en 7
Een ander voorbeeld van een routekaart is die van de raad van de gemeente Nieuwegein, zie https://indd.adobe.com/view/226a63dc-1b6b-415d-a01a-45d8df4e1591 8 Ter inspiratie Ruimte voor de energietransitie, door het samenhangend opstellen van de Omgevingswetinstrumenten https://www.platform31.nl/nieuws/durf-kriskras-te-gaan
9
beantwoord). Raadsleden krijgen meer een gevoel van wat er speelt en waar het om gaat. Er wordt zo aan gezamenlijkheid en “aan de relatie” gewerkt. De voorzitter heeft een belangrijke rol in het gesprek binnen de groep. De klankbordgroep is er niet om een strategie uit te rollen of om knopen door te hakken, eerder om het ambtelijk programmateam te waarschuwen als het niet de kant op gaat waar (politiek) draagvlak voor is. Binnen de klankbordgroep komen verschillende persoonlijke en politieke stijlen bij elkaar, de politieke controverse verschuift naar de achtergrond. Het gaat puur om het gezamenlijke proces om voor te bereiden op de komst van de wet en wat die kan betekenen voor Zoetermeer. Aan de andere kant kan een dergelijke klankbordgroep al gauw een legitimatie zijn voor de overige raadsleden om zich niet meer in het onderwerp te verdiepen. Uit de enquête blijkt dat raadsleden zich net voldoende geïnformeerd voelen door het college van B&W en het programmateam. Op een schaal van 0-10 scoort informatievoorziening gemiddeld een 5,5 (tussen 3,5 en 8). Er is behoefte aan meer technische bijeenkomsten, thema-avonden enz. bij twee derden van de raadsleden die de enquête hebben ingevuld. Dat is opmerkelijk gezien de tijd en effort die al in de klankbordgroep worden gestoken.
Daarnaast wordt de raad veelvuldig door het college van B&W via schriftelijke memo’s gevoed met (technische) informatie. De klankbordgroep zelf krijgt op een schaal van “niet nuttig”-“onmisbaar” een 5,5 (tussen 2,5 en 10). Dit is opmerkelijk, omdat van de raadsleden die de enquête hebben ingevuld er zeven lid zijn van de klankbordgroep. Zes raadsleden zeggen inzicht te hebben in de agenda van de klankbordgroep9. De klankbordgroep koppelt terug richting de raad met memo’s en berichten (in de dagmail en in iBabs), maar dat schijnt summier te gebeuren en mag meer/inhoudelijker. De inzet in de klankbordgroep om tot meer gezamenlijkheid en structuur te komen kan op instemming van een ruime meerderheid rekenen, maar wordt niet door iedereen gewaardeerd. Terwijl de raad (al dan niet in de klankbordgroep) zich verdiept in diverse onderdelen van de Omgevingswet en zich voorbereid op debatten en besluitvorming, blijkt dat de Omgevingswet-trein verder dendert. Diverse uitwerkingen worden gedaan, tientallen ambtenaren werken intensief aan vervolgproducten, terwijl de raad nog geen besluit heeft genomen. Dit verwijt was te horen in het debat over het Basisdocument. Het tempo van de ambtelijke organisatie, van het college van B&W en van de raad sluiten niet altijd op elkaar aan.
De raad aan zet De betrokkenheid van de raad raakt alle drie rollen, namelijk de kaderstellende, de volksvertegenwoordigende en de controlerende. In bijgaande matrix zijn diverse onderdelen ingevuld die concreet aangeven hoe de raad zijn betrokkenheid concreet vorm heeft gegeven10. Er wordt onderscheid gemaakt in inhoud, proces en houding & gedrag. Het gaat om een impressie om de aandachtspunten en de hiaten inzichtelijk te maken. Het gaat om (voorbereiding van) besluitvorming, concrete afspraken over proces of aanpak en rolopvatting.
9
Dit is bijzonder, omdat van de raadsleden die de enquête hebben ingevuld er zeven lid zijn van de klankbordgroep. 10 In de routekaart voor 2020-21 (aangeboden aan de raad op 9/12/2020) worden de omgevingsvisie en het omgevingsplan (instrumenten van de raad) en de programma’s (instrument van het college) genoemd en de wens van het college om de samenhang als de demarcatie tussen de instrumenten in Q1 met de raad te bespreken. Op deze manier ontstaat een coherent geheel van instrumenten.
10
Tabel 2: Matrix raadsbetrokkenheid Inhoud Kaderstellende rol
Focus op de omgevingsvisie Besluit over adviesrecht Volksvertegenwoordigende Nieuw participatiekader rol (kadernota & verordening) Controlerende rol Evaluatie adviesrecht over twee jaar
Houding & gedrag
Proces
nog niet concreet Instelling besproken/ingevuld klankbordgroep van de raad nog niet concreet Hoeder van besproken/ingevuld participatie nog niet concreet nog niet concreet besproken/ingevuld besproken/ingevuld
Uit de documentenstudie, enquête en de interviews blijkt dat de raad groot belang hecht aan de omgevingsvisie in het kader van zijn kaderstellende rol. Het gaat zowel om de inhoud als om het proces. Met het besluit over het adviesrecht heeft de raad kaders gesteld over de eigen betrokkenheid bij categorieën (buitenplanse) omgevingsplanactiviteiten. Ook de volksvertegenwoordigende rol wordt ingevuld. Er is nieuw participatiebeleid vastgesteld. Daarnaast voelt de raad zich de hoeder van participatie en vraagt er continu aandacht voor. De controlerende rol van de raad is één keer duidelijk naar voren gekomen, namelijk bij het besluit om na twee jaar het adviesrecht te evalueren. De Omgevingswet vraagt ook veel van houding en gedrag van alle betrokkenen. Het is de verwachting dat een cultuurverandering noodzakelijk is om in de geest van de Omgevingswet te werken. Dat wordt vaak aangeduid met de “ja, mits”-houding. Er wordt in de gemeente Zoetermeer gewerkt met “omgekeerde planologie”. Dat wil zeggen dat er binnen ruime kaders initiatiefnemers met plannen kunnen komen. Dat vraagt ook wat van de raad. Hoe de raad daarmee om wil gaan (sturen of loslaten?) en wat dat voor de raad zelf betekent is (nog) niet aan de orde gekomen11. Het valt de geïnterviewden op dat de raad veel tijd nodig heeft voor soms “kleinere” onderwerpen, waardoor er weinig tijd overblijft voor de grotere.
Het kan helpen om niet telkens een stukje van het debat te herhalen, maar om in één keer de grotere vraagstukken te adresseren, knopen door te hakken en verder te gaan met de concrete vertaalslag. En dus om herhalingen te vermijden. Dat hangt ook samen met het missen van overzicht. Dan hebben raadsleden de neiging om alles aan te grijpen wat langskomt om hun punt te maken. De raad heeft meer ondersteuning nodig om het debat te voeren over relevante zaken (denk daarbij aan de kwaliteit van stukken, een heldere procesgang enz.). Het is niet duidelijk of er gedurende dit traject ook tussentijds door de raad wordt gereflecteerd/geëvalueerd, ook over de eigen rol en betrokkenheid. Dat is (nog) niet in het programma implementatie Omgevingswet ingebouwd. Het klopt dat de werkdruk van de raad groot is en dat de tijd vaak ontbreekt, maar een investering in leren is noodzakelijk om verder te ontwikkelen. Een goede manier om te leren is om te oefenen met casuïstiek, om zo mogelijkheden en grenzen te verkennen en keuzes te maken. Elkaar uitdagen om standpunten te verhelderen en echt in debat te gaan is een andere manier. Soms lijkt het bij het debat in Zoetermeer te gaan om het verkondigen van standpunten zonder dat er op die standpunten wordt ingegaan.
11
Zie ter inspiratie het voorbeeld van de gemeente Doetinchem https://vng.nl/artikelen/paul-van-der-leeparticipatie-en-de-doetinchemse-handreiking
11
7. Participatie Versterking van participatie is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en een van de lijnen in het programmaplan implementatie Omgevingswet. Daarnaast moet elke gemeente generiek participatiebeleid formuleren12. In dit hoofdstuk gaat het over het participatiebeleid binnen de gemeente Zoetermeer en worden de beschikbare bouwstenen geïnventariseerd. Participatie (voorheen “samenspraak”) wordt erg belangrijk gevonden. Er wordt al vijftien jaar ervaring mee opgedaan. Vanuit de raad (ook bij andere onderwerpen) en de klankbordgroep wordt telkens aandacht gevraagd voor het onderwerp en hoe het participatieproces (betrokkenheid) wordt georganiseerd. Het beleid is verankerd in een kadernota Samenspraak/Participatie én een verordening. Deze zijn begin 2020 herzien/geactualiseerd. De eerdere versie dateerde uit 2014-2015. Participatie wordt integraal opgezet, niet alleen in het fysieke domein, maar ook in het sociale domein en breder. Participatie maakt onderdeel uit van nieuw kaderstellend beleid, maar ook van (beleids)uitwerkingen en planvorming. Dus zowel voor visie-trajecten, als voor woningbouwopgaven en gebiedsontwikkeling. Soms is de gemeente aan zet en soms de initiatiefnemer. Dat wordt per project en plan bekeken en liefst gezamenlijk opgepakt13. De opgave is om beide stukken (kader en verordening) aan te passen aan de Omgevingswet14.
Participatie is een aanvraagvereiste bij de Omgevingswet (bij aanvragen omgevingsvergunning). Maar is geen afwijzingsgrond. De raad heeft de mogelijkheid om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (activiteiten in strijd met het omgevingsplan) aan te wijzen waarvoor een participatie-verplichting geldt. Deze bevoegdheid biedt mogelijkheden om goed na te denken over welke activiteiten dat zijn. Het gesprek met de raad over de invulling van deze mogelijkheid gaat nog plaatsvinden15. Dat er een kadernota en een verordening liggen is een basis16. Maar de oplossing zit niet in de tekst, volgens geïnterviewden, maar in houding en gedrag. Het signaal is dat ambtenaren bang zijn om fouten te maken. Als het gaat om participatie moeten ze voldoen aan de hoge verwachtingen van de raad. Zoetermeer heeft te maken met veel en grootschalig binnenstedelijk bouwen waarbij het participatieniveau zelden hoger kan zijn dan "consulteren". Deze projecten zijn in de omgeving nooit populair. Ambtenaren proberen zo goed mogelijk ruimte te zoeken voor participatie. Maar krijgen van de raad 12
https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/ondersteuning/webinar-training/webcollegeswebinars/webcollege-participatie/webcollege-participatie-motie-nooren/ 13 Ter inspiratie hierbij de link naar een participatie-app, https://www.vpng.nl/bijeenkomsten/de-thinkparticipatie-toolbox-gaat-live-beleef-de-lancering/ 14 Ter inspiratie hierbij een link naar de inspiratiegids van Aan de slag met de Omgevingswet. https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/ 15 Ter inspiratie het voorbeeld uit de gemeente Tilburg, zie https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/implementatie/ervaringen/praktijkverhalen/praktijkverhalen/tilburgdeelt-praatplaten/ 16 Volgens planning komt de aangepaste kadernota participatie en aangepaste participatieverordening in Q2; inhoudelijke sessie met de raad in Q3.
12
meestal de reactie dat er iets aan mankeert. Dit kan leiden tot onnodige verkramping. Het is daarom belangrijk om aan de voorkant nog duidelijker te maken voor alle betrokkenen wat de ruimte en de spelregels zijn om teleurstellingen te voorkomen. Dus soms meepraten of meedoen, maar soms ook gewoon informatievoorziening. Vaak is de invulling van participatie “klassiek”, namelijk het ophalen van zoveel mogelijk belangen, die bovendien representatief moeten zijn. De zoektocht wordt om te komen tot meer diversiteit. De kwaliteit van besluitvorming is gebaat bij meer diversiteit (zoveel mogelijke verschillende inzichten en belangen ophalen). De representativiteit is al geborgd door de representativiteit in de raad. Door meningen te delen wordt er niet slechts gewerkt aan draagvlak, maar aan betere/mooiere oplossingen voor iedereen. Participatie is een puzzel voor alle volksvertegenwoordigers. Het zogenaamd “stuurwiel”17 (zie plaatje) helpt om over participatie na te denken en om het gesprek aan te gaan over keuzes. Het gaat om de volgende processen: 1. Rol in het (participatie) proces: Wat is belangrijk voor de raad in de relatie tussen gemeenschap, overheid en markt? Welke visie is er op participatie? Hoeveel ruimte krijgen initiatiefnemers? En waarover moet de politiek gaan? 2.
Bevoegdheden en invloed: Welke bevoegdheden zijn wettelijk geregeld en hoe is het samenspel tussen raad en college van B&W in Zoetermeer? Wat is de samenhang tussen de verschillende kerninstrumenten? 3. Eigen accenten leggen: Welke accenten worden er gelegd (beleid en uitvoering)? Wordt gekozen voor de inhoud en/of de rol als volksvertegenwoordiger en/of door te sturen met budget? 4. Richting geven aan participatieprocessen: Hoe wordt vroegtijdige samenwerking met inwoners, sociale partners en marktpartijen mogelijk gemaakt? Hoe krijgt dat vorm in bijvoorbeeld het maken van de omgevingsvisie of bij initiatieven uit de samenleving? 5. Versterken van samenhang tussen thema's: de Omgevingswet wil de samenhang bevorderen tussen thema’s als gezondheid, veiligheid en inrichting van de ruimte. Uit de enquête blijkt dat veel verschillende thema’s worden genoemd: participatie, bevoegdheden en rollen (bestuurlijk), leefbaarheid en wonen. Maar ook energietransitie, verkeer en mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en balans, veiligheid en natuur ontbreken niet op het lijstje. 6.
Rechtsbescherming: Hoe wordt ervoor gezorgd dat inwoners goed weten wat de gemeente doet en besluit? En dat omwonenden weten wat er in hun omgeving gebeurt? Hoe moeten initiatiefnemers overige omwonenden betrekken bij de initiatieven? Zorg dat iedereen kan meedoen en zorg voor een democratisch verloop van het proces. 7. Bijdragen in regionale of ketensamenwerking: Aan welke opgaven gaan we (regionaal) werken? Op welke manier werken we samen, welke afspraken maken we over resultaten en doorontwikkeling? En welke rol/belang heeft iedereen? 8. Monitoring en evaluatie: Hoe wordt de controlerende rol van de raad ingevuld? Uit de documenten, interviews en de enquête blijkt dat naast het huidige beleid verschillende van deze processen nog in ontwikkeling zijn, andere staan nog niet op de agenda van de gemeenteraad (zie tabel 3). Het overzicht helpt de raad om een eigen participatie-ontwikkelagenda te maken.
17
https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/participatieomgevingswet/hulpmiddelen/stuurwielvolksvertegenwoordigers/
13
Tabel 3: Bouwstenen participatie Processen Rol in het (participatie) proces Bevoegdheden en invloed Eigen accenten leggen Richting geven aan participatieprocessen Versterken van samenhang Rechtsbescherming Bijdragen in regionale of ketensamenwerking Monitoring en evaluatie
Beleid/verordening
In ontwikkeling
Nog niet op de agenda
X X X X X X X X
Je moet het in de praktijk doen, is de oproep. Door het debat scherper te voeren. Door inzicht te hebben in alle gevolgen van mogelijke keuzes in de praktijk. Door vast te houden aan de spelregels tijdens het spel en niet te gaan twijfelen onder druk van emoties en weerstand uit de samenleving. Wel kun je leren van een situatie en het de volgende keer beter/anders doen. De nadruk moet meer komen te liggen op monitoren en leren. De raad legt vaak de focus op de toekomst, op wat er gaat komen, wat de plannen zijn, welke kant het opgaat. Maar er hoort minstens evenveel aandacht te zijn voor reflectie en evaluatie. Dat is de les van de decentralisatie van de zorg. In Zoetermeer is er gezamenlijk in opgetrokken (raad, college van B&W en ambtelijke organisatie) en dat heeft geleid tot een “leeragenda”. Deze aanpak kan in het ruimtelijk domein ook betekenisvol zijn.
14
BIJLAGE A: Besluitvorming van de raad18 datum 9-09-15
nr
28-11-16 4-07-17 2-10-17 29-01-18
2017004015 2017007382
24-06-19
637456652
25-09-19 12-03-20
637514264 637543220
20-04-20
2-06-20 8-09-20
637591324
21-09-20
637583545
09-12-20
637656349
637621439
onderwerp Verzoek aan Presidium voor raadsbijeenkomst in kader van Omgevingswet en Structuurvisie Ter informatie – proces betrokkenheid gemeenteraad bij invoering Omgevingswet Omgevingswet: a. kennisdossier over Omgevingswet b. actuele planning voor gemeenteraad Uitgangspunten Implementatie Omgevingswet
soort Plannen raadsinformatieavond Ter informatie
Bouwstenen omgevingsvisie - pilot digitale presentatievorm
Raadsvoorstel (opdracht aan het college) Raadsvoorstel
Eindrapportage stadsbrede samenspraak - gesprek met de stad Proces implementatie Omgevingswet Raadsmemo toelichting op begrippen uit de Omgevingswet “advies met instemming” en “participatie” Motie Participatie Omgevingswet
Afdoening motie 2002-11: Participatie Omgevingswet Memo basisdocument Zoetermeer 2040 (vervolg op 15-09-2020) Lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is Routekaart implementatie Omgevingswet
Ter informatie Raadsvoorstel
Ter informatie Ter informatie
Motie bij agendapunt Kadernota Samenspraak en Samenspraakverorden ing 2020 Ter informatie Opiniërend Raadsvoorstel Raadsmemo
Toelichting Het college van B&W biedt aan om een extra raadsavond te organiseren. Het is september 2015 en net daarvoor op 1 juli ging de Tweede Kamer akkoord met de Omgevingswet19. In 2016 ontvangt de raad een memo met voorstellen voor raadsbetrokkenheid. Die bestaat uit een reeks informatiemomenten, raadsbijeenkomsten, besluitmomenten en overige processtappen. In oktober 2017 besluit de raad over de uitgangspunten voor de Implementatie van de Omgevingswet. Het zijn negen uitgangspunten: 1. Implementatie langs zeven ontwikkellijnen (Inhoud en sturing, Dienstverlening, Samenspraak en Communicatie, Bestuurlijke samenwerking, Organisatieontwikkeling, incl. Toekomstgericht werken, Informatisering en Financiën); 2. Stapsgewijze implementatie; 18 19
Met uitzonderling van jaarstukken. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien voor 2018.
15
3. Dynamisch programmaplan (jaarlijks actualiseren, eventueel actualiseren uitgangspunten) 4. Drie fasen: eerste fase (voorbereiding en pilotgewijs experimenteren), tweede fase (beleidsmatig richten en inrichten), derde fase (uitvoering en bijsturing); 5. Neutrale overgang; 6. Ambitie implementatie Omgevingswet: actief wordt ingespeeld op beleidskeuzes en verbetertrajecten die in aanverwante trajecten worden gemaakt; 7. Cyclus programmaplan in relatie tot P&C cyclus (streven naar budgetneutraliteit); 8. Samenspraak (gekoppeld aan inhoudelijke producten); 9. Vorm en verbeelding Omgevingsvisie (starten met het denken hierover). Op basis van deze uitgangspunten is er door het college van B&W een “Programmaplan Implementatie Omgevingswet 2017-2020” opgesteld20. Daarvoor heeft de raad21 € 1.078.000 beschikbaar gesteld, gedeeltelijk te dekken door al beschikbaar budget (€ 318.000), afdelingsbudgetten (€ 113.000) en bestaande formatie (€ 347.000). Op 4 juli 2017 worden de informatiemomenten, raadsbijeenkomsten, besluitmomenten en overige processtappen geactualiseerd. In december 2017 geeft de raad opdracht aan het college van B&W om verzamelde input/bouwstenen uit te werken in de omgevingsvisie. In het inwerkprogramma van de nieuwe raad in 2018 wordt ook aandacht besteed aan de invoering van de Omgevingswet.
In juni 2019 wordt de input uit de stadsbrede samenspraak vertaald naar acht aanbevelingen als bouwstenen voor de ontwikkeling van de omgevingsvisie. In september 2019 wordt het proces implementatie Omgevingswet geactualiseerd. In maart 2020 wordt de raad geïnformeerd over diverse aspecten van de Omgevingswet, onder meer het “advies met instemming” en “participatie”. Dit in aanloop naar besluitvorming door de raad later dat jaar. In september 2020 wordt er in twee etappes gedebatteerd over het Basisdocument Toekomstvisie Zoetermeer 2040. In september 2020 stelt de raad de “lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarvoor advies met instemming van de raad benodigd is” vast. Tijdens de raadsvergadering van 15 september 2020 is toegezegd om een routekaart naar de raad te sturen waarin overzichtelijk is weergegeven wanneer de raad de raadsvoorstellen kan verwachten die nodig zijn om de Omgevingswet te implementeren op uiterlijk 1 januari 2022. De routekaart is aan de raad aangeboden op 9 december 2020.
20 21
Programmaplan Implementatie Omgevingswet 2017-2020 (13 juli 2017) Besluitvorming Perspectiefnota 2017 en Perspectiefnota 2018.
16
BIJLAGE B: Lijst van geïnterviewden In de periode oktober t/m november 2020 zijn er interviews gehouden met de volgende personen: • • • • • • • • • • • • •
De heer Robin Blokland, griffier De heer Remy Storm, commissiegriffier Stad/raadsadviseur De heer Tjakko Dijk, programmamanager implementatie Omgevingswet Mevrouw Marieke van Aubel, lid programmateam, verantwoordelijk voor Inhoud en Sturing De heer Ad Overgaag, lid programmateam, verantwoordelijk voor DSO De heer John Straub, lid programmateam, verantwoordelijk voor Financiën De heer Ward Meijroos, raadslid en voorzitter klankbordgroep OW Zoetermeer De heer André Huykman, gemeentesecretaris De heer Ward de Meulemeester, programmamanager omgevingsvisie Mevrouw Maayke Rusken, strategisch communicatieadviseur De heer Jan Iedema, wethouder onder meer Omgevingswet De heer Reinoud Bakker, Teammanager RO Mevrouw Angelique Quentin, directeur en ambtelijk opdrachtgever
•
Gesprek met leden klankbordgroep raadsleden (27 oktober 2020)
Van 9-20 november konden raadsleden reageren op een enquête over de implementatie van de Omgevingswet en de rol van de raad. Op deze enquête, na twee reminders, reageerden 9 van de 39 raadsleden.
17
BIJLAGE C: Enquête onder raadsleden De enquête onder de raadsleden is ingevuld door negen raadsleden (23%), waarvan er zeven lid zijn van de klankbordgroep van de raad. De meeste raadsleden zijn al sinds het begin van deze periode betrokken bij het onderwerp, enkele al sinds 2015-2016. Op de vraag hoeveel ze afweten van het onderwerp geven ze zichzelf op een schaal van 0-10 een score van 5,5 (tussen 3 en 7,5). Op de vraag of het programmaplan (uit 2017) inzicht geeft in wat er wanneer gebeurt reageren twee raadsleden met “ja”, zeven met “nee/weet niet”. Op de vraag aan welke drie doelen moet worden gewerkt zijn de antwoorden divers. Het meest wordt het belang van een helder en overzichtelijk implementatietraject genoemd (7x). En de rol/positie van de raad met in het bijzonder aandacht voor de informatievoorziening en betrokkenheid, de keuze- en sturingsmogelijkheden (5x). De omgevingsvisie wordt ook veel genoemd, dat er snel duidelijkheid moet komen zodat de visie de basis gaat vormen voor toekomstige ontwikkelingen (4x). En de betrokkenheid en participatie van inwoners wordt ook genoemd (4x). Inzicht in financiële gevolgen wordt genoemd (2x). De thema’s die het belangrijkst worden gevonden zijn divers. Meer dan drie keer worden participatie, bevoegdheden en rollen (bestuurlijk), leefbaarheid en wonen genoemd.
Maar ook energietransitie, verkeer en mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit en balans, veiligheid en natuur ontbreken niet op de lijst. De raadsleden voelen zich net voldoende geïnformeerd door het college van B&W en het programmateam Omgevingswet. Op een schaal van 0-10 scoren ze gemiddeld 5,5 (tussen 3,5 en 8). Er is behoefte aan meer technische bijeenkomsten, thema-avonden enz. bij twee derden van de raadsleden die de enquête hebben ingevuld. De raadsleden die in de klankbordgroep zitten hebben een kennisvoorsprong, overige raadsleden missen die. Het belang om regelmatig het onderwerp aan de orde te laten komen wordt genoemd. Aan de andere kant moet het niet te veel worden, omdat de agenda al druk zat is. Een onderwerp dat nog niet aan de orde is gekomen is de “bestuurlijke inrichting” (bevoegdheden en rollen binnen de gemeente, maar ook van andere overheden). De klankbordgroep krijgt net een voldoende met op een schaal van “niet nuttig”-“onmisbaar” een gemiddelde score van 5,5 (tussen 2,5 en 10). Zes raadsleden zeggen inzicht te hebben in de agenda van de klankbordgroep. Over het bepalen van de agenda van de klankbordgroep wordt verschillend gedacht. De klankbordgroep doet het zelf, of de ambtenaren of in overleg met elkaar.
De klankbordgroep koppelt terug richting de raad met memo’s en berichten (in de dagmail en in iBabs), maar dat schijnt summier te gebeuren en mag meer/inhoudelijker. De inzet in de klankbordgroep om tot meer gezamenlijkheid en structuur te komen kan rekenen op instemming van een ruime meerderheid, maar wordt niet door iedereen gewaardeerd. Iedereen vindt het belangrijk dat de raad grip heeft op de invoering van de Omgevingswet. Om op deze manier kaders te stellen en te sturen (visie) en achteraf te controleren (wet- en regelgeving). En om de verbinding te zijn met de inwoners. Daarvoor is het noodzakelijk dat er een goede routekaart komt. Of de raad grip heeft op de invoering van de Omgevingswet is door twee raadsleden positief beantwoord. De overige raadsleden vindt van niet of weten het niet. Een kritische noot betreft de vraag of de raad grip heeft op andere dossiers. Er worden in elk geval stappen gezet. Op de vraag of de raad aan zet is bij de invoering van de Omgevingswet scoren de raadsleden gemiddeld een 6,9 (tussen 4,4 en 10). Dat kan verbeteren door informatie overzichtelijk en toegankelijk aan te bieden, een dossier op te bouwen in iBabs, en informatie te herhalen. Een helder
18
tijdspad helpt en vaker agenderen ook. Meer inzicht in keuzemogelijkheden (en de gevolgen daarvan) helpt om meer aan zet te zijn. Terugkijkend op het proces tot nu toe zijn de raadsleden tevreden over de instelling van de klankbordgroep en het proces om te komen tot de omgevingsvisie. Als verbeterpunt komt naar voren het eerder aanhaken van de energietransitie als onderwerp. Meer technische sessies en cursussen zijn een wens. Zo ook een heldere routekaart met duidelijkere stappen en besluitmomenten. En een hoger tempo. De nieuwe raad (ná 2022) doet er goed aan om te zorgen dat iedereen (raadsleden, commissieleden, wethouders, burgemeester en inwoners) mee kan doen. Een andere les is om niet op de stoel van de bestuurder te gaan zitten, niet met details te bemoeien, maar goed in de gaten houden of de raad bij elk proces goed in stelling is. De omgevingsvisie moet worden gezien als leidraad en door de nieuwe raad worden gebruikt voor beleidskeuzes (als basis voor het coalitieakkoord). De woordvoerders moeten zich goed inlezen en het woord voeren. Inzicht in keuzes en (financiële) gevolgen daarvan is nodig. Bouw verder op de basis die deze raad heeft gelegd, is het advies. Blijf evalueren en bijstellen.
19