CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer voor het ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’

Raadsvergadering 7 november 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen kadernotitie Primair en speciaal onderwijs en de kadernotitie Voortgezet (speciaal) onderwijs8.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer Voortgezet (speciaal) onderwijs

Definitief

www.icsadviseurs.nl

Opdrachtgever Gemeente Zoetermeer

Datum 9 maart 2022

Referentienummer 2210151

Auteur(s) Maarten Groenen Chantal Pieterse

1/25 BV │ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep

Inhoudsopgave 1.

Introductie

4

2.

Visie op onderwijs

5

3.

2.1

Inleiding

5

2.2

Onderwijs van de toekomst

5

2.3

Vraag en aanbod

5

2.4

Passend onderwijs

7

2.5

Samenwerking

7

2.6

Groei

8

2.7

Vervolgacties

9

Visie op onderwijshuisvesting 3.1

10

3.1.1

Integrale benadering

10

3.1.2

Inspelen op groei

10

3.1.3

Flexibiliteit

11

3.1.4

Tijdelijke huisvesting tijdens de bouw

12

3.1.5

Specifieke faciliteiten

12

3.1.6

Sport en bewegen

12

3.1.7

Buitenruimte

13

3.2

4.

Vastgoedbeleid

10

Duurzaamheid

13

3.2.1

Duurzame energie

14

3.2.2

Aardgasvrij

14

3.2.3

Circulariteit

15

3.2.4

Gezond binnenklimaat

15

3.2.5

Klimaatadaptief

16

3.2.6

Rol in de wijk

17

Investeringsbeleid

18

4.1

Investeringen in schoolgebouwen

4.1.1

Levensduurverlengende ingreep

18 18

4.2

Renovatie

18

4.3

Normbedragen

19

4.3.1

Vervangingsfonds

19

4.3.2

Realisatie projecten

19

4.4

Realiseren ambities

4.4.1

Bijdrage gemeente

www.icsadviseurs.nl

20 20

2/25

4.4.2

Bijdrage schoolbesturen

21

4.4.3

Subsidie en additionele financiering

21

4.5

Inspelen op groei

22

Bijlage – Actiepuntenlijst kadernotitie

23

www.icsadviseurs.nl

3/25

1. Introductie Voor u ligt de ‘Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer’ voor het voortgezet (speciaal) onderwijs (VO en VSO). Deze kadernotitie is gezamenlijk door de gemeente Zoetermeer en schoolbesturen opgesteld en geeft de kaders voor de onderwijshuisvesting binnen de gemeente. De kadernotitie is een vervolg op de eerder opgestelde kadernotitie voor het primair en speciaal onderwijs en is tevens een vervolg op ‘Onderwijs in Zoetermeer, huisvesting en prognose 2015-2030 en ‘Uitvoering Integraal huisvestingsplan primair onderwijs 2016-2020’. De Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer borduurt enerzijds voort op bestaand beleid als ‘Lokaal Educatieve Agenda 2021-2025’, ‘Onderwijs in Zoetermeer, huisvesting en prognose 2015-2030’ en de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zoetermeer’. Anderzijds is tijdens gezamenlijke bijeenkomsten gewerkt aan het formuleren van nieuwe kaders en uitgangspunten. Tevens is vanuit een integrale blik naar de huisvestiging gekeken en is de koppeling gemaakt met andere relevante beleidsterreinen en met ontwikkelingen als de beoogde schaalsprong en ‘Zoetermeer 2040’ en bijvoorbeeld de stimulering van techniek onderwijs. De kadernotitie geeft de kaders voor het ontwikkelen van het Integraal Huisvestingsplan (2021-2040) en tevens voor het ‘Vervangingsfonds schoolgebouwen’.

Ook zijn concrete acties benoemd om bijvoorbeeld bepaalde beleidsthema’s verder uit te werken. De kadernotitie is een dynamisch document dat periodiek geactualiseerd wordt om in te spelen op nieuwe inzichten, ontwikkelingen en veranderingen in wet- en regelgeving. Het herijken wordt jaarlijks in een bestuurlijk overleg besproken. Tevens wordt dan de voortgang van de actiepunten en eventuele prioritering besproken. De voorliggende kadernotitie is vastgesteld in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) tussen gemeente en schoolbesturen op 9 maart 2022. Na vaststelling van deze kadernotitie worden de financiële effecten van de opgestelde kadernotities voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs voor het Vervangingsfonds schoolgebouwen inzichtelijk gemaakt door de gemeente. Op basis van de financiële effecten worden scenario's uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen kosten veranderde wet- en regelgeving, onvermijdelijke kosten als stijging bouwkosten en (nieuwe) beleidskeuzes. Het raadsvoorstel wordt met de schoolbesturen vooraf gedeeld.

www.icsadviseurs.nl

4/25

2. Visie op onderwijs 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs omschreven. De visie op onderwijs vormt, samen met de visie op onderwijshuisvesting, het fundament van het integraal huisvestingsplan (IHP). De visie sluit aan op de reeds bestaande visie op onderwijs (o.a. Lokaal Educatieve Agenda 2021-2025) en is tijdens een interactieve werkbijeenkomst met schoolbesturen en de gemeente verder aangevuld en aangescherpt waar nodig. De vraag die centraal stond luidt: “Wat willen we de leerlingen in de gemeente Zoetermeer bieden?”. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van verschillende thema’s, als vertaling van de gezamenlijke visie, antwoord gegeven op deze vraag. De thema’s zijn: Onderwijs van de toekomst, Aanbod, Passend Onderwijs, Samenwerking en Groei.

2.2 Onderwijs van de toekomst Net zoals de wereld om ons heen is ook het onderwijs continue in ontwikkeling. Binnen het voortgezet onderwijs zoeken scholen binnen de mogelijkheden van hybride onderwijs naar een optimum. Hybride onderwijs is drieledig. Het betekent enerzijds dat leerlingen zowel binnen als buiten de school (lees bij het bedrijfsleven of andere organisaties) leren. Anderzijds betekent het dat leerlingen zowel fysiek als online leren, en daarnaast dat er een verschuiving plaatsvindt tussen wat op school gebeurt en wat thuis. Waar voorheen school de plek was voor les en thuis de plek voor huiswerk, wordt dat onderscheid minder scherp. Het afgelopen jaar hebben scholen, noodgedwongen als gevolg covid-19, veel ervaring opgedaan met online lesgeven. De verwachting is dat ICT en digitalisering blijvend worden ingezet als middel om onderwijs te faciliteren, maar dat online onderwijs geen doel op zich is. Het schoolgebouw blijft het ankerpunt en is de plek waar de cultuur van de school tot uiting komt. Ontwikkelingen in het onderwijs kunnen gevolgen hebben voor de openstelling van het gebouw, de gewenste faciliteiten en de inzet van personeel. Ten behoeve van persoonsvorming worden leerlingen op school uitgedaagd om te ontdekken, leren én doen.

Dat geldt voor leerlingen van alle onderwijssoorten en profielen en vraagt ook wat van de beschikbare faciliteiten op de scholen. Uitgangspunt: ▪

Het schoolgebouw blijft het ankerpunt voor het onderwijs en gaat samen met verschillende vormen van hybride onderwijs.

2.3 Vraag en aanbod De schoolbesturen en gemeente Zoetermeer streven naar een divers en rijk onderwijsaanbod van onderwijssoorten en profielen. Leerlingen hebben keuzevrijheid. Het aanbod sluit aan bij de populatie van Zoetermeer en maakt het mogelijk om een diversiteit aan leerlingen te bedienen. Het aanbod sluit ook aan bij de vraag vanuit de (lokale) arbeidsmarkt. De ambitie van de schoolbesturen is om zoveel mogelijk ‘zachte’ overgangen te creëren voor leerlingen tot 18 jaar. Oftewel het creëren van doorgaande leerlijnen tussen het primair en het voortgezet onderwijs en ook tussen het voortgezet onderwijs en vervolgopleidingen (mbo, hbo, wo). Een ander speerpunt is Sterk Techniek Onderwijs (STO). Om landelijk te voldoen aan de grote vraag naar technisch personeel heeft het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen de subsidie Sterk Techniek Onderwijs in het leven geroepen. Gestimuleerd door deze subsidie werken de gemeente Zoetermeer, schoolbesturen en het bedrijfsleven samen in wat heet de “sterk techniek regio Zoetermeer”. Het vmbo en het mbo hebben hiermee de opdracht gekregen om meer technisch onderwijs aan te bieden dat gericht is op de vraag naar kwalitatief hoogwaardig technisch personeel. Het is de ambitie van de gemeente Zoetermeer

www.icsadviseurs.nl

5/25

en de schoolbesturen aan te sluiten bij de vraag naar technisch personeel in Zoetermeer. Hiervoor zijn goed geoutilleerde en specifieke voorzieningen nodig waar praktijkvakken aangeboden kunnen worden. In de toekomstvisie voor de stad, Zoetermeer 2040, is als ambitie opgenomen om voor iedere inwoner een leven lang ontwikkelen te faciliteren. In de ontwerp visie (d.d. 21 juni 2021) is hierover het volgende opgenomen: “Dit vraagt dat het onderwijs, bedrijfsleven en de gemeente sterke netwerken vormen in de stad. Deze netwerken zijn gericht op waar de markt en maatschappij behoefte aan hebben. Dit zorgt voor een doorlopend goede match tussen de beroepsbevolking en werkgelegenheid. Dit betekent het nog beter verbinden van onderwijs, economie en arbeidsmarkt. We koppelen dit aan vier sterke kernsectoren in Zoetermeer: ICT, Health, Logistiek & Handel en Bouw & Installatie. De netwerken rondom deze kernsectoren en de lijnen waarlangs deze worden bediend - bestuurlijk en ambtelijk - gaan we bij elkaar brengen. We komen tot een coherente aanpak met partners van de stad. Per onderdeel zetten we in op doorlopende leerlijnen in samenspraak met onderwijs, ondernemers en regionale partners.” Naast bovenstaande kwalitatieve aspecten heeft het thema aanbod ook betrekking op kwantitatieve aspecten als de omvang en spreiding van scholen.

De schoolbesturen in het voorgezet onderwijs streven ernaar afspraken te maken over stabiele en evenwichtige leerlingstromen. Hiervoor doorlopen zij momenteel een separaat proces, waarbij tevens de kwalitatieve aspecten worden meegenomen. Naast stabiele en evenwichtige leerlingenstromen is ook de ambitie om de uitstroom van leerlingen naar andere gemeenten te beperken. Hierbij zijn divers aanbod en kwalitatief hoogwaardige gebouwen een voorwaarde. Inzicht in de vraag naar onderwijs binnen de gemeente, zowel kwalitatief (niveau, profielen) als kwantitatief (leerlingaantallen) is hierbij nodig. Momenteel is met name binnen het VSO zichtbaar dat leerlingen naar andere gemeenten uitstromen voor onderwijs. De ambitie van de schoolbesturen is om in het samenwerkingsverband de visie op passend onderwijs verder aan te scherpen en middels regionale afstemming het gewenste aanbod in Zoetermeer te bepalen. Onderwijs en de huisvesting aan nieuwkomers is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de schoolbesturen en gemeente. De ambitie is om onderwijs aan nieuwkomers zoveel mogelijk dichtbij het reguliere onderwijs te organiseren. Uitgangspunten: ▪

▪ ▪

Het aanbod is rijk en divers en op elkaar afgestemd en sluit aan op de vraag binnen Zoetermeer en kent zachte overgangen. Dit betekent dat bij de realisatie van (nieuwe) onderwijshuisvesting, naast de prognoses, ook wordt gekeken naar het gewenste aanbod; Het aanbod in Zoetermeer is door de schoolbesturen op elkaar afgestemd en de kwaliteit van het aanbod is een gezamenlijke verantwoordelijkheid; Zoveel mogelijk leerlingen in Zoetermeer kunnen binnen de gemeente onderwijs volgen, uitstroom naar andere gemeenten wordt zoveel mogelijk voorkomen.

Actiepunten: ▪

▪ ▪

Schoolbesturen maken periodiek afspraken om te komen tot stabiele en evenwichtige leerlingenstromen en het borgen van een divers onderwijsaanbod. Hierbij worden tevens afspraken gemaakt met het vervolgonderwijs (mbo/hbo); Schoolbesturen hebben inzicht in welke leerlingen uitstromen naar andere gemeenten; Visie op passend onderwijs verder aanscherpen binnen het samenwerkingsverband en middels regionale afstemming bepalen wat dit betekent voor het aanbod in Zoetermeer.

www.icsadviseurs.nl

6/25

2.4 Passend onderwijs In het ondersteuningsplan SWV Zoetermeer is beschreven dat inclusie in het onderwijs geen doel op zich is, maar een middel om te komen tot een inclusievere samenleving, een inclusiever Zoetermeer. De toekomstvisie is dat leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoeftes en achtergronden zoveel mogelijk bij elkaar op school zitten. Zij leren met én van elkaar. Als het (tijdelijk) niet lukt om samen onderwijs te volgen dan wordt ontmoeting georganiseerd. Er moet sprake zijn van een dekkend onderwijsaanbod met een ondersteuningsstructuur die voldoet aan de behoefte van de Zoetermeerse leerlingen. Hierover moet ook in regionaal verband afstemming worden gezocht i.v.m. macrodoelmatigheid. Om te voorkomen dat leerlingen tussen wal en schip vallen is samenwerking tussen (voortgezet) speciaal en regulier onderwijs van belang. Binnen het voortgezet onderwijs is het de wens dat leerlingen van regulier en speciaal onderwijs nabij elkaar gehuisvest zijn zodat samenwerking niet wordt belemmerd door fysieke afstand. Binnen het voortgezet onderwijs kan het voorkomen dat leerlingen tijdelijk een ‘time out’ nodig hebben. Deze leerlingen worden opgevangen binnen het reguliere onderwijs. Elke school is zelf verantwoordelijk voor het organiseren van een faciliteit, ook wel de ‘time in’ genoemd.

Uitgangspunt is dat dit een tijdelijke situatie betreft, waarna de leerling het onderwijs hervat binnen de reguliere setting of indien nodig wordt doorverwezen naar een andere onderwijsomgeving. In een situatie dat een time-in geen passende voorziening is voor een leerling, wordt in samenspraak met het samenwerkingsverband naar een andere oplossing gezocht. Uitgangspunten: ▪ ▪

Leerlingen met verschillende ondersteuningsbehoefte en achtergronden zitten zoveel mogelijk bij elkaar op school; Leerlingen die tijdelijk een ‘time out’ nodig hebben worden opgevangen binnen het reguliere onderwijs.

Actiepunten: ▪

Schoolbesturen werken uit welke (huisvestings)consequenties het heeft dat zij leerlingen die tijdelijk een ‘time out’ nodig hebben binnen het reguliere onderwijs opvangen.

2.5 Samenwerking De ambitie van de schoolbesturen in de gemeente Zoetermeer is om samen te werken met elkaar én met externe partners zoals het mbo, bedrijfsleven, instellingen en sport. Schoolbesturen zoeken naar kansen waar samenwerken toegevoegde waarde biedt; dit kan op het gebied van aanbod zijn, maar ook betrekking hebben op het realiseren van evenwichtige leerling stromen en faciliteiten en het bijdragen aan maatschappelijke ambities zoals Zoetermeer 2040 en innovatie. Denk bijvoorbeeld aan het creëren van een specifiek aanbod rondom techniek onderwijs. De ervaring leert dat leerlingen veel waarde hechten aan het volgen van lessen in hun vertrouwde omgeving met klasgenoten. De opkomst van online onderwijs biedt kansen om uitwisseling of kruisbestuiving van kennis en leerlingen te stimuleren. Voor het bedrijfsleven betreft de samenwerking een wisselwerking: bedrijven worden in de school gehaald en leerlingen gaan naar de bedrijven toe (hybride onderwijs). Zowel inhoudelijke samenwerking als de gevolgen voor het van specifieke faciliteiten of ruimten vragen om het maken van duidelijke afspraken. Rondom het project Sterk Techniek Onderwijs wordt momenteel al intensief samengewerkt tussen diverse partijen. Ook voor andere thema’s of sectoren kan een dergelijke samenwerking kansen bieden voor het onderwijs.

Naast samenwerking met het bedrijfsleven staan de scholen open voor samenwerking met de buurt. Een mogelijkheid is dat de school wordt ingezet als een ontmoetingsplaats voor de buurt en vanuit een community gedachte, het gebruik van het gebouw en eventueel faciliteiten openstelt voor de omgeving. De gemeente is een partner bij het tot stand komen van deze samenwerkingen. De gemeente heeft hierbij een faciliterende en verbindende rol, mede vanuit haar integrale benadering.

www.icsadviseurs.nl

7/25

Uitgangspunten: ▪

Schoolbesturen streven naar samenwerking om toevoegde waarde te kunnen realiseren op het gebied van aanbod, evenwichtige leerlingstromen en hun bijdrage aan maatschappelijke ambities.

Actiepunten: ▪

Schoolbesturen onderzoeken de mogelijkheden voor het delen van specifieke faciliteiten onderling of met andere partners (mbo, hbo, bedrijfsleven en instellingen) en maken hierover nadere afspraken.

2.6 Groei In de gemeente Zoetermeer worden de komende 10 tot 15 jaar naar verwachting minimaal 10.000 nieuwe woningen gebouwd. De versnelling in de woningbouw betreft met name de grotere ontwikkellocaties in de Binnenstad en het Entreegebied. Naast het fysiek realiseren van extra woningen kan ook een verschuiving in de woningvoorraad (bijvoorbeeld als gevolg van vergrijzing) zorgen voor een toename van het aantal leerlingen. Inzicht in deze bouwopgave is noodzakelijk om zowel ruimtelijk als gebouwelijk te kunnen anticiperen op groei. Afhankelijk van het type woningen, dat wordt gerealiseerd, kan deze woningbouw en een verschuiving in de bestaande voorraad op grote schaal resulteren in een noodzaak om extra onderwijscapaciteit te realiseren. Kanttekening bij de bouwopgave is ‘Zoetermeer 2040’, de toekomstvisie voor de stad. In de visie staat de opgave centraal om tot een betere balans en tot een opwaartse beweging van de stad te komen, gericht op kansengelijkheid en leefbaarheid, op het verduurzamen van de stad en de vernieuwing van de economie. Keuzes met betrekking tot ‘Zoetermeer 2040’ zullen effect hebben op de woningbouw en daarmee ook op de groei en samenstelling van de bevolking. Monitoring en actuele leerling prognoses zijn daarom van groot belang. In paragraaf 3.1.2 zijn aanvullende uitgangs- en actiepunten geformuleerd om in te spelen op de verwachte groei.

Uitgangspunten: ▪

Voor de realisatie van (nieuwe) onderwijshuisvesting vormen de leerling prognoses de basis. Toekomstige woningbouwontwikkelingen en de gevolgen op het (verwachte) aantal leerlingen maken onderdeel uit van deze prognoses.

Actiepunten: ▪ ▪

De gemeente heeft inzicht in de beoogde woningbouwontwikkeling en gevolgen voor de leerling prognoses en deelt dit met de schoolbesturen; Vanwege de onzekerheid van woningbouwontwikkelingen en het beoogde effect van ‘Zoetermeer 2040’ en de gevolgen daarvan op leerling prognoses worden bij de planvorming ten behoeve van het IHP verschillende scenario’s onderzocht (in overleg met schoolbesturen). In het IHP wordt vervolgens in overleg met de schoolbesturen één (voorkeurs)scenario vastgesteld. In het IHP worden afspraken vastgelegd over hoe om te gaan met dit voorkeursscenario’s in het vervolgtraject, zodat bij de start van een project duidelijk is welke kaders worden gehanteerd.

www.icsadviseurs.nl

8/25

2.7 Vervolgacties De visie op onderwijs is continue in beweging en speelt in op nieuwe inzichten en ontwikkelingen. In deze kadernotitie zijn de voornaamste thema’s uitgewerkt en hiervoor uitgangspunten en actiepunten geformuleerd. De opgestelde visie heeft echter ook geresulteerd in een (bredere) vervolgactie, die na vaststelling van deze kadernotitie moeten worden opgepakt: ▪ ▪

Onderzoeken of (en hoe) de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zoetermeer moet worden aangepast als gevolg van deze kadernotitie; Voorliggende kadernotitie en het IHP wordt iedere 4 jaar geactualiseerd.

www.icsadviseurs.nl

9/25

3. Visie op onderwijshuisvesting In dit hoofdstuk is de visie op onderwijshuisvesting verder uitgewerkt. Bij het realiseren van deze visie dient rekening te worden gehouden met de wettelijke rolverdeling tussen gemeente en schoolbesturen. Vanuit de zorgplicht voor onderwijshuisvesting is de gemeente verantwoordelijk voor het voorzien in adequate huisvesting. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk is voor het realiseren van vervangende nieuwbouw (na 50 jaar) en ook bijdraagt aan een kleinschalige renovatie (na 25 jaar). Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het beheren en onderhouden van de schoolgebouwen en ontvangen daarvoor bekostiging vanuit het rijk.

3.1 Vastgoedbeleid Het vastgoedbeleid beschrijft welke ambities de gemeente Zoetermeer hanteert voor het onderwijsvastgoed en welke gezamenlijke ambities er daarnaast met de schoolbesturen zijn. De ambities zijn beschreven aan de hand van de voornaamste thema’s, te weten: Integrale benadering, Inspelen op groei, Flexibiliteit, Tijdelijke huisvesting tijdens de bouw, Veiligheid, Specifieke faciliteiten, Sport en bewegen en Buitenruimte.

3.1.1 Integrale benadering Schoolgebouwen bekleden een centrale functie in Zoetermeer en (maatschappelijke) ontwikkelingen hebben hun weerslag op de onderwijshuisvesting. Het streven is om bij nieuwbouw optimaal in te spelen op deze ontwikkelingen en de nieuwbouwopgave integraal te benaderen en in te zetten op multifunctioneel gebruik. Van belang is daarbij alle relevante gemeentelijke disciplines te betrekken, zoals het sociaal domein, stedenbouw en duurzaamheid. Waar relevant worden ook aanwezige en beoogde maatschappelijke partners betrokken bij de ontwikkelingen rondom de school. Voortgezet (speciaal) onderwijs is een gemeente brede voorziening. De locatie van de school is daarmee belangrijk. Enerzijds kan de locatie bijdragen aan de zichtbaarheid van de school naar buiten en bijvoorbeeld het bedrijfsleven of buurtbewoners uitnodigen van het gebouw gebruik te maken. Anderzijds heeft het meerwaarde als de school zich in de nabijheid bevindt van maatschappelijke partners en het bedrijfsleven. Dit geldt met name voor de beroepsgerichte opleidingen en het VSO. Uitgangspunten: ▪ ▪ ▪

Bij elk (nieuw) project worden de aanwezige en beoogde maatschappelijke functies geïnventariseerd; Onderzoek de mogelijkheden van het koppelen van maatschappelijke functies in of nabij de school; Nieuwbouwopgaves worden integraal benaderd, waarbij alle relevante disciplines van de gemeente worden betrokken.

3.1.2 Inspelen op groei In het verleden hebben diverse scholen i de gemeente tijdelijke huisvesting ingezet om de capaciteit tijdelijk te vergroten en daarmee in te spelen op (tijdelijke) groei. Een school huisvesten in tijdelijke huisvesting is in meerdere opzichten een suboptimale situatie. Het is de ambitie om in de toekomst het gebruik van tijdelijke huisvesting zoveel mogelijk te voorkomen en het gebruik van tijdelijke huisvesting zo snel mogelijk af te bouwen. Er wordt naar andere manieren gezocht om groei (al dan niet tijdelijk) in het leerlingaantal op te kunnen vangen. Hoewel de ontwikkelingen nog onzeker zijn, dient er in de gemeente Zoetermeer rekening gehouden te worden met een groei van het aantal leerlingen als gevolg van woningbouwontwikkelingen. Het vergroten van bestaande scholen, het realiseren van extra schoolgebouwen of het (tijdelijk) inzetten van ander beschikbaar (maatschappelijk) vastgoed kan daarmee op termijn een realistisch scenario worden. Het is daarom, in lijn met paragraaf 2.6, van belang de woningbouwontwikkelingen te monitoren en de demografische samenstelling binnen de gemeente in kaart te brengen. Vervolgens dient gemonitord te

www.icsadviseurs.nl

10/25

worden of de aanwezige onderwijscapaciteit voldoende is of dat deze om uitbreiding vraagt. Voor een efficiënte inzet van middelen maken gemeente en schoolbesturen afspraken over de maximale onderwijscapaciteit voor het voortgezet (speciaal) onderwijs. Ten behoeve van Bouwopgave Zoetermeer 2040 wordt er vanuit de gemeente gewerkt met meerdere scenario’s ten aanzien van de woningbouwontwikkeling. Dit resulteert in verschillende leerling prognoses voor het onderwijs. Voor de planvorming in het IHP is het belangrijk dat helder is met welke woningbouwprogramma rekening wordt gehouden en dus welke leerling prognose wordt gehanteerd.

Uitgangspunten: ▪ In de gemeente wordt toekomstbestendige onderwijscapaciteit gerealiseerd, gebaseerd op prognosecijfers en afspraken met en tussen de schoolbesturen; ▪ De inzet van tijdelijke huisvesting in de toekomst wordt zoveel mogelijk voorkomen, en bestaande tijdelijke huisvesting wordt zo snel mogelijk afgebouwd. Actiepunten: ▪ ▪ ▪

▪

In het IHP traject wordt onderzocht op welke manieren groei (al dan niet tijdelijk) in het leerlingenaantal kan worden opgevangen; Bepalen welk woningbouwprogramma en daarmee welke leerling prognose wordt gehanteerd als uitgangspunt ten behoeve van de planvorming in het IHP; De gevolgen van gebiedsontwikkelingen en demografische samenstelling worden jaarlijks voor onderwijshuisvesting door de gemeente in kaart gebracht en besproken tussen gemeente en schoolbesturen om passende huisvesting te kunnen realiseren; Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over de totale onderwijscapaciteit voor het voortgezet (speciaal) onderwijs) binnen de gemeente.

3.1.3 Flexibiliteit Om verder in te spelen op groei (maar ook op mogelijke krimp in bepaalde wijken) én het onderwijs van de toekomst staat flexibiliteit van schoolgebouwen centraal. Dit betekent enerzijds dat er binnen het schoolgebouw mogelijkheden moeten zijn om de functie of grootte van een ruimtes aan te passen aan de toekomstige behoefte. Anderzijds betekent het dat het schoolgebouw (relatief eenvoudig) uitbreidbaar of demontabel moet kunnen zijn, indien er meer of minder capaciteit nodig is. Beide vormen van flexibiliteit vragen een ontwerp dat hiermee rekening houdt en bijvoorbeeld uitgaat van vaste stramienmaten, plafondhoogtes of dakconstructies. Op portefeuilleniveau is het belangrijk om te bouwen voor een maximale onderwijscapaciteit, die past bij de behoefte en wensen aan onderwijsruimte, en daarnaast flexibiliteit te organiseren is om de piekbelasting op te vangen. Deze flexibiliteit kan worden georganiseerd door bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting of transformeerbare capaciteit. Uitgangspunten: ▪

Bij het ontwerpen van nieuwe schoolgebouwen wordt gestreefd naar een hoge mate van flexibiliteit.

Actiepunten: ▪

In het IHP maken gemeente en schoolbesturen afspraken over de maximale onderwijscapaciteit van de schoolgebouwen en de invulling van de flexibiliteit ten behoeve van de piekbelasting.

www.icsadviseurs.nl

11/25

3.1.4 Tijdelijke huisvesting tijdens de bouw Bij zowel de realisatie van (vervangende) nieuwbouw als een kleinschalige renovatie van een schoolgebouw is doorgaans tijdelijke huisvesting nodig om de school gedurende de uitvoering onderdak te bieden. Tijdelijke huisvesting is er in tal van vormen, van het huren van noodlokalen tot het inzetten van leegstaand (onderwijs)vastgoed. De omvang van de schoolgebouwen, voor het voortgezet onderwijs, maakt dat, in vergelijking tot het primair onderwijs, tijdelijke huisvesting een complexer vraagstuk is. Aangezien de kosten voor het huren van noodlokalen aanzienlijk kan oplopen, wordt er naar gestreefd om deze optie te voorkomen. In het IHP wordt nagedacht over de fasering van de projecten in relatie tot de vraag naar tijdelijke huisvesting en de mogelijkheden voor gefaseerd bouwen op de kavel. Uitgangspunten: ▪

Bij het ontwikkelen van plannen in het IHP wordt ingezet op een zo’n (kosten)efficiënte inzet van tijdelijke huisvesting.

Actiepunten: ▪

In het IHP wordt de behoefte aan en eventuele kosten voor tijdelijke huisvesting in beeld gebracht.

3.1.5 Specifieke faciliteiten De schoolbesturen zien kansen om specifieke en hoogwaardige faciliteiten te realiseren waar gezamenlijk gebruik van kan worden gemaakt, met elkaar als V(S)O scholen, maar ook met andere partners zoals het mbo, hbo en vwo en het bedrijfsleven. Schoolbesturen gaan onderzoeken welke specifieke faciliteiten zij wensen te realiseren, waarbij wordt aangesloten op de Zoetermeerse context en de vraag van de leerlingen en het bedrijfsleven. Te denken valt aan een praktijkruimte met hoogwaardige technische apparatuur of een multimedia faciliteit (filmstudio). Leerlingen en scholen profiteren met deze specifieke faciliteiten van de samenwerking doordat zij ervaring kunnen opdoen in een rijke omgeving. Voor het bedrijfsleven biedt het mogelijkheden om leerlingen op jonge leeftijd te laten kennismaken met hun werkveld en organisaties. Het delen van faciliteiten vraagt om het maken van duidelijke afspraken over het gebruik én een visie op het aanbod ervan. Uitgangspunten: ▪

Het delen van de specifieke en hoogwaardige faciliteiten leidt tot meerwaarde voor het onderwijs. Dit vraagt duidelijk afspraken over het gebruik en een visie op het aanbod.

Actiepunten: ▪

Schoolbesturen onderzoeken welke specifieke faciliteiten gewenst zijn om te realiseren in Zoetermeer en maken hierover concrete afspraken met elkaar en de partners.

3.1.6 Sport en bewegen Alle leerlingen in Zoetermeer kunnen in gelijke mate gebruik maken van faciliteiten om te sporten en bewegen. De faciliteiten zijn nabij , kwalitatief goed en bereikbaar. Daarnaast dragen ze bij aan de gezondheid van de leerlingen in Zoetermeer. Leerlingen worden ook gestimuleerd om in de buitenruimte actief te zijn. Sport en bewegen is meer dan alleen het ‘traditionele bewegingsonderwijs’. Voor de gymzaal geldt dat in plaats van standaardafmetingen en inrichting als uitgangspunt, kan worden gestreefd naar aansluiting bij de belevingswereld van de gebruikers en multifunctionaliteit. Voorbeelden in de markt zijn ‘De Beweegbox’ waar verschillende kleinere groepen les kunnen krijgen en uitdaging, interactie en beleving

www.icsadviseurs.nl

12/25

centraal staan. Of ‘de nieuwe gymzaal’, een innovatief concept waarbij door het gebruik van een verdieping de ruimte beter wordt benut om te sporten. Hierbij geldt dat de gymzaal altijd moet aansluiten bij het curriculum en de voorwaarden die gesteld worden aan bewegingsonderwijs binnen het voortgezet onderwijs. Medegebruik van de gymzaal is daarnaast een aandachtspunt, zowel in de ontwerpfase als in het gebruik en beheer. Het bewegingsonderwijs vormt een belangrijke basis voor de capaciteit aan binnensportaccommodaties en buitensportvelden binnen de gemeente. Bij de ontwikkeling van sportfaciliteiten ten behoeve van het onderwijs wordt waar mogelijk aangehaakt op het gemeentelijk sportbeleid en andere ontwikkelingen op het gebied van sport binnen de gemeente. De gemeente heeft hierbij een verbindende rol om onderwijs en sport(verenigingen) bij elkaar te brengen.

3.1.7 Buitenruimte Schoolbesturen en de gemeente streven ernaar zoveel mogelijk de koppeling te maken tussen de buitenruimte van de school en de openbare ruimte. In hoeverre dit mogelijk is wordt bepaald door de context van de omgeving en het onderwijs. Veiligheid en beheer en onderhoud vormen hierbij belangrijke aandachtspunten. Waar ruimtelijk mogelijk en inhoudelijk gewenst wordt de buitenruimte gekoppeld aan de onderwijskundige visie, en vormt het een verlengstuk van de school. Op deze manier kan de buitenruimte een plek zijn voor diverse activiteiten zoals ontspannen, leren en sporten/bewegen. Het breder inzetten van de buitenruimte vraagt tevens een integrale benadering. Uitgangspunt: ▪

Het koppelen van de buitenruimte van de school en de openbare ruimte wordt gezien als meerwaarde, maar is afhankelijk van de omgeving en het onderwijs.

3.2 Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema bij het creëren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Het thema duurzaamheid is in deze visie uitgewerkt aan de hand van diverse subthema’s, te weten: Duurzame energie, Gasloos, Circulair, Binnenklimaat, Klimaatadaptief en Rol in de wijk. De gemeente Zoetermeer zet volop in op de doelstellingen van het Klimaatverdrag van Parijs en omarmt het Duurzaamheidspact dat de Zoetermeerse politieke partijen gezamenlijk hebben ondertekend. Ze wil samen met inwoners en partners van de stad meters maken met de energietransitie. Een belangrijk onderdeel (en ook speerpunt in het Coalitieakkoord 2018-2022) is de verduurzaming van schoolgebouwen. In het Programma Duurzaam en Groen Zoetermeer 2020-2032 ligt de focus op de energietransitie in de gebouwde omgeving en op de versterking van groen/biodiversiteit. Hiermee wordt invulling gegeven aan de belangrijkste taken die de gemeente vanuit het klimaatakkoord heeft gekregen. De gemeente heeft als bevoegd gezag het gezag om te besluiten wanneer en hoe het aardgas uit een wijk verdwijnt én bepaalt samen met andere gemeenten waar en hoeveel duurzame energie er in de regio wordt opgewekt. In het Klimaatakkoord zijn daarnaast concrete doelstellingen geformuleerd voor het reduceren van de CO2emissie. Voor 2030 is het streefdoel een reductie van 49% (t.o.v.

1990) en voor 2050 is een hard einddoel van een reductie van 95% afgesproken. Om deze reductie te realiseren moeten alle gemeentes in 2022 een zogenaamde portefeuilleroutekaart hebben opgesteld. Ook voor het onderwijs geldt dat dergelijke portefeuilleroutekaarten moeten worden opgesteld. De ambities van de gemeente Zoetermeer sluiten ten aanzien van CO2-reductie sluiten aan bij de doelen uit het Klimaatakkoord. Het IHP is hierbij het instrument om de CO2-reductie van de schoolgebouwen inzichtelijk te maken.

www.icsadviseurs.nl

13/25

3.2.1 Duurzame energie De gemeente Zoetermeer heeft als doelstelling om schoolgebouwen te realiseren met een kwaliteitsniveau energieneutraal (ENG). Het draait hierbij zowel om gebouwgebonden als gebruiksgebonden energie. Aansluiting op het elektriciteitsnet blijft hierbij nodig om de piekmomenten/onbalans bij levering of eigen opwekking te kunnen opvangen. Dat betekent dat er een energierekening blijft bestaan voor onbalans in (beperkte) energielevering en kosten voor transport en vastrecht. Zodra er technische mogelijkheden zijn voor adequate opslag (accu’s/batterijen) is het elektriciteitsnet niet meer nodig. Ook bij het beheren en onderhouden wordt er naar gestreefd om de schoolgebouwen te verduurzamen. Bij het opstellen en uitvoeren van Meerjaren Onderhoudsplannen worden maatregelen opgenomen, die de energieprestaties verbeteren. Daarnaast wordt het energieverbruik van alle schoolgebouwen gemonitord, zodat duidelijk is welke gebouwen extra aandacht vragen. Zaken als slechte isolatie, verbruik buiten gebruikstijden of pieken in verbruik kunnen door goed inzicht in het verbruik worden aangepakt. Uitgangspunten: ▪ ▪ ▪

▪

Het realiseren van duurzaamheidsambities bij nieuwbouw is een gezamenlijke ambitie van de gemeente en schoolbesturen; Bij vervangende nieuwbouw wordt tenminste voldaan aan energieneutraal (ENG); De schoolbesturen dragen (ook financieel) bij aan het behalen van de gestelde duurzaamheidsambities, wanneer deze de wettelijke eisen overstijgen. Voorwaarde hiervoor is dat de investering van de schoolbesturen wordt onderbouwd met een sluitende businesscase; Bij het uitvoeren van groot onderhoud wordt gestreefd naar het verduurzamen van het schoolgebouw.

Actiepunten: ▪ ▪

Voor vervangende nieuwbouw dienen specifieke (duurzaamheids)doelstellingen te worden geformuleerd, waarbij het effect op het Vervangingsfonds onderzocht moet worden; Het energieverbruik van alle schoolgebouwen wordt gemonitord. Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over de wijze waarop dit gebeurt.

3.2.2 Aardgasvrij In 2050 mag aardgas in Nederland niet meer gebruikt worden als verwarmingsbron voor woningen en andere gebouwen zoals scholen. Zoetermeer werkt toe naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. In het klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente in Nederland uiterlijk in 2021 een transitievisie warmte heeft opgesteld. Dit is een plan waarin de gemeente het tijdspad vastlegt waarop wijken van het aardgas afgaan. Het klimaatakkoord vraagt vervolgens dat de gemeente per wijk een uitvoeringsplan opstelt waarin wordt uitgewerkt hoe de woningen en gebouwen in de wijk allen aardgasvrij zullen worden. Palenstein is aangewezen als eerste wijk om van het gas af te gaan. Naar verwachting zullen de focuswijken Meerzicht, Buytenwegh en Driemanspolder in de transitievisie van Zoetermeer worden aangewezen om ook als een van de eerste wijken van het gas af te gaan. Met betrekking tot onderwijshuisvesting is de ambitie van de gemeente Zoetermeer om aardgasvrije schoolgebouwen te realiseren. Aansluitend op de overkoepelende ambitie van de gemeente betekent dit dat er voor elk schoolgebouw een plan nodig is om in 2050 zonder aardgas op een duurzame energiebron te verwarmen en duurzaam in elektriciteit te voorzien.

Daarnaast dient inzichtelijk te worden gemaakt op welke wijze de beoogde doelstellingen voor CO2-reductie ook ten aanzien van de schoolgebouwen worden gerealiseerd. Uitgangspunten: ▪ ▪

Alle nieuwe schoolgebouwen worden aardgasvrij; Het is de gezamenlijke ambitie om de bestaande schoolgebouwen aardgasvrij te maken. Er is voor deze schoolgebouwen een plan nodig om gefaseerd van het aardgas af te stappen. Hierbij dient zoveel mogelijk te worden aangesloten bij natuurlijke momenten uit het meerjarenonderhoudsplan (bv.

www.icsadviseurs.nl

14/25

vervanging CV-ketel) en/of de kleinschalige renovatie. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk aangesloten op de uitvoeringsplannen per wijk; ▪

▪

De schoolbesturen zijn bereid om vanuit hun bekostiging bij te dragen aan de transitie, echter is het voor de schoolbesturen niet mogelijk om alle investeringen die nodig zijn ten behoeve van de energietransitie vanuit de reguliere middelen te bekostigen. Een financiële bijdrage vanuit de gemeente is daardoor noodzakelijk. De financiële effecten worden pas inzichtelijk, zodra de plannen ten aanzien van de transitievisie verder uitgewerkt en gereed zijn. In het IHP wordt het effect van de plannen op de CO2-emissie in beeld gebracht.

Actiepunten; ▪

Onderzoeken of en onder welke voorwaarden de gemeente kan bijdragen aan het aardgasvrij maken van bestaande schoolgebouwen.

3.2.3 Circulariteit Het streven naar een toekomstbestendige samenleving vraagt tevens een bewust en verantwoordelijk gebruik van grondstoffen. De ontwikkeling naar een circulaire economie, een economie zonder verspilling van grondstoffen en uitputting van de hulpbronnen van de aarde, vormt hiervoor de basis. Nederland wil in 2050 een volledig circulaire economie zijn. Het realiseren en onderhouden van schoolgebouwen maakt integraal onderdeel uit van de ontwikkeling naar een circulaire economie en levert hieraan een bijdrage. Gemeente en schoolbesturen zien kansen om circulariteit te integreren in het bouw- en gebruiksproces bij nieuwbouwprojecten. Zo wordt er gedacht aan demontabel bouwen en circulair slopen van onderwijshuisvesting. Bij circulair bouwen behouden de gebouwen een zekere restwaarde, omdat bouwmaterialen na een levenscyclus herbruikbaar zijn. Circulariteit is zowel in de ontwerp-, bouw- en gebruiksfase op vele vlakken in te vullen. Het is per situatie afhankelijk hoe ver je hierin kunt en wilt gaan en vraagt per project maatwerk. Bij nieuwbouw projecten worden de mogelijkheden om circulair te bouwen te integreren onderzocht; bijvoorbeeld in de vorm van pilots om tevens het leereffect te vergroten. Bij Om het circulair bouwen te bevorderen dient voor elk nieuwbouw project een zogenaamd materialenpaspoort te worden opgesteld.

Een materialenpaspoort maakt inzichtelijk welke materialen bij de bouw zijn gebruikt en hoe ze zijn verwerkt. Dat maakt het hergebruiken en terugwinnen van materialen bij de sloop of demontage veel eenvoudiger. Uitgangspunten: ▪ ▪

Bij het realiseren en beheren van schoolgebouwen wordt getracht om circulariteit zo veel mogelijk in het project te integreren; Bij elk nieuwbouwproject wordt een materialenpaspoort opgesteld.

Actiepunten: ▪ ▪

De gemeente onderzoekt of en onder welke voorwaarden zij kan bijdragen aan circulair bouwen (bij vervangende nieuwbouw of kleinschalige renovatie); Onderzoeken wat circulariteit betekent voor de investering, de afschrijving en restwaarde van een gebouw.

3.2.4 Gezond binnenklimaat Leerlingen hebben recht om goed te kunnen leren en recht op een goede en veilige omgeving in de school. Een goed binnenklimaat is onderdeel hiervan en heeft een positief effect op de leerprestaties en vermindert gezondheidsklachten. Schoolgebouwen met een gezond binnenklimaat dragen daarom bij aan een

www.icsadviseurs.nl

15/25

omgeving waarin al haar gebruikers optimaal kunnen leren en werken. Het is de gezamenlijke ambitie van de gemeente en schoolbesturen om alle schoolgebouwen in de gemeente Zoetermeer van een gezond binnenklimaat te voorzien. In lijn met de ambitie om energieneutrale schoolgebouwen te realiseren is het de ambitie om, waar mogelijk, installatiearme gebouwen te realiseren. Hierbij is aandacht voor natuurlijke bouwprincipes (lucht, licht, geluid) en bouwfysica (bouwhoogte, positionering t.o.v. de zon). De ambitie is dat alle bestaande schoolgebouwen voldoen aan het wettelijk kader (bouwbesluit) voor de prestaties ten aanzien van het binnenklimaat. Bij alle bestaande schoolgebouwen wordt een scan uitgevoerd waaruit volgt of ze aan dit wettelijk kader voldoen. Indien een schoolgebouw onder het wettelijk kader scoort, worden maatregelen voorgesteld en de bijbehorende kosten inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan wordt een actieplan geformuleerd (inclusief kostenverdeling) en opgenomen in het IHP. Voorgestelde maatregelen sluiten zoveel mogelijk aan op het huisvestingsscenario in het IHP, natuurlijke momenten uit het meerjarenonderhoudsplan, een levensduur verlengende ingreep en wijkgerichte plannen (zoals de transitievisie warmte). Uitgangspunten: ▪ ▪

Bij (vervangende) nieuwbouw wordt uitgegaan van Frisse Scholen Klasse B en Frisse Scholen Klasse A voor de thema’s ruimtevolume en akoestisch comfort1; Bij (vervangende) nieuwbouw wordt het realiseren van installatiearme gebouwen in de ontwerpfase verkend.

Actiepunten: ▪ ▪ ▪ ▪

Schoolbesturen laten een scan uitvoeren zodat een nulmeting ontstaat t.a.v. het binnenklimaat in de bestaande schoolgebouwen; Actieplan formuleren ter verbetering van het binnenklimaat; Schoolbesturen en gemeente onderzoeken subsidiemogelijkheden om het actieplan uit te voeren; Gemeente en schoolbesturen onderzoeken de uitgangspunten ten aanzien van Frisse Scholen op basis van het in 2021 geactualiseerde Programma van Eisen.

3.2.5 Klimaatadaptief Veranderingen in het klimaat hebben extreme weersomstandigheden tot gevolg, zoals zware regenval, windstoten, hittegolven en droogte. Dit kan onder andere leiden tot overstromingen en oververhitte steden. De inrichting van de bebouwde omgeving kan bijdragen aan het opvangen van deze omstandigheden en proberen de gevolgen te minimaliseren. De ambitie is om met de onderwijshuisvesting (inclusief het buitenterrein) een rol te spelen in het realiseren van een klimaatadaptieve omgeving. Bijvoorbeeld door in te zetten op het gebruik van (grijs) regenwater voor gebruik toiletspoeling, het zoveel mogelijk toepassen van groene daken en bewuste keuzes te maken bij de inrichting van het buitenterrein. Uitgangspunten: ▪ ▪ ▪ ▪

Schoolpleinen kunnen bijdragen aan een beter klimaatadaptieve omgeving; Bij het realiseren van klimaat adaptieve onderwijshuisvesting wordt deze opgave op wijkniveau benaderd; Mogelijkheden voor klimaatadaptief bouwen worden opgenomen in Programma’s van Eisen en verder verkend in de ontwerpfase; Waar mogelijk wordt ingespeeld op allerlei innovatieve ontwikkelingen omtrent klimaatadaptief bouwen.

1 Conform Programma van Eisen Frisse Scholen 2015 (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

www.icsadviseurs.nl

16/25

Actiepunten: ▪

Onderzoeken of en onder welke voorwaarden de gemeente aanvullend kan bijdragen het realiseren klimaatadaptieve onderwijshuisvesting;

3.2.6 Rol in de wijk Middels aandacht voor duurzaamheid kan een school een voorbeeldfunctie vervullen naar haar leerlingen maar ook naar de wijk(bewoners). In de gemeente Zoetermeer wordt duurzaamheid dan ook niet alleen benaderd vanuit het perspectief van een desbetreffende school, maar worden de mogelijkheden voor verduurzaming van de omgeving met een brede blik verkend. Een school kan op diverse manieren een actieve rol op het gebied van duurzaamheid bekleden in de wijk. Bijvoorbeeld dat scholen in het kader van de energietransitie de koppeling maken met andere gebouwen in de omgeving. Zaken als het ontwikkelen van bijvoorbeeld een lokaal warmtenet of energieopslag kunnen hierbij worden onderzocht. Samenwerking tussen gemeente, schoolbesturen en andere partners is hierbij van belang. Uitganspunten: ▪

Toepassingen van duurzaamheid waarbij de school kan bijdragen aan haar rol in de wijk worden opgenomen in Programma’s van Eisen en verkend in de ontwerpfase.

www.icsadviseurs.nl

17/25

4. Investeringsbeleid Met het investeringsbeleid houdt de gemeente enerzijds grip op de kwaliteit van de onderwijshuisvesting gedurende de levensduur en anderzijds grip op de jaarlijkse uitgaven ten behoeve van onderwijshuisvesting. De gemeente Zoetermeer hanteert een uniek en samenhangend systeem om op doeltreffende en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Het Vervangingsfonds schoolgebouwen is hierin een belangrijk instrument en borgt de langjarige financiering voor onderwijshuisvesting. Het investeringsbeleid brengt de theoretische en langjarige benadering van het Vervangingsfonds samen met het IHP en geeft daarvoor de financiële kaders. In het Integraal Huisvestingsplan worden iedere vijf jaar concrete plannen voor de onderwijshuisvesting gemaakt of herijkt. Hierbij kan afgeweken worden van de, in het Vervangingsfonds opgenomen, voorziene planning. De staat van de gebouwen en lokale ontwikkelingen zijn bepalend voor de fasering in het IHP. De periodieke herijking van het IHP in samenhang met het Vervangingsfonds waarborgt de actualiteit van de fondsopbouw en biedt mogelijkheden voor de gemeenteraad om bij te sturen in het systeem.

In onderstaande paragrafen zijn de bouwstenen van het investeringsbeleid nader toegelicht en staat beschreven op welke wijze de gemeente, schoolbesturen en eventueel andere partijen financieel bijdragen aan het realiseren van de benoemde ambities.

4.1 Investeringen in schoolgebouwen Om de kwaliteit van de onderwijshuisvesting te borgen investeert de gemeente Zoetermeer vanuit een vast kader in schoolgebouwen. In deze paragraaf staan de doelstellingen en uitgangspunten beschreven.

4.1.1 Levensduurverlengende ingreep Het huidige beleid is dat schoolgebouwen een levensduur kennen van 50 jaar. Na ca. 25 jaar krijgen schoolgebouwen een kleinschalige renovatie, oftewel een levensduurverlengde ingreep (LVI). Dit is gericht op functionele aanpassingen aan het gebouw (technisch en onderwijskundig). De LVI is een vast percentage van de normvergoeding voor nieuwbouw. Omdat de kwaliteit van gebouwen steeds hoger ligt, en de LVI drukt op het vervangingsfonds, wordt momenteel onderzocht of de LVI in de huidige vorm moet blijven bestaan. Een meer beperkte upgrade volstaat wellicht. Schoolbesturen hebben aangegeven het belangrijk te vinden dat er op de helft van de levensduur budget blijft om het gebouw een upgrade te geven. Daarnaast draagt de LVI ook bij aan een meer gelijkwaardig kwaliteitsniveau van onderwijsgebouwen in de gemeente. Uitgangspunten: ▪

Alle bestaande schoolgebouwen krijgen na 25 jaar een levensduurverlengende ingreep.

Actiepunten: ▪

De ambitie en investering ten aanzien van de levensduurverlengende ingreep voor nieuwe schoolgebouwen dient te worden bepaald.

4.2 Renovatie Renovatie is een actueel thema, maar vooralsnog hanteert de (onderwijs)wet het begrip renovatie niet. Er is echter een wetsvoorstel in voorbereiding om renovatie een formele status te geven. Het is de ambitie om, vooruitlopend op de aanstaande wetwijziging, in het IHP, naast de in de verordening opgenomen voorzieningen ‘nieuwbouw’ en ‘uitbreiding’ spelregels op te nemen ten aanzien van de oplossingsrichting ‘renovatie’.

www.icsadviseurs.nl

18/25

De oplossingsrichting renovatie vormt een gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw. Het bestaande gebouw wordt, met dezelfde (wettelijke) eisen en vergoedingen als bij nieuwbouw, kwalitatief verbeterd zodat de levensduur met minimaal 50 jaar wordt verlengd. Na de ingreep zijn de gebouwen duurzaam en toekomstbestendig en krijgt het schoolgebouw na 25 jaar weer een LVI. Uitgangspunten: ▪

Renovatie kan een financieel en kwalitatief gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw zijn.

Actiepunten: ▪

Gemeente en schoolbesturen maken aanvullende afspraken over de voorziening ‘renovatie’.

4.3 Normbedragen Het investeringsbeleid houdt op twee manieren rekening met norm- of investeringsbedragen. Enerzijds worden normbedragen gehanteerd ten behoeve van de toekomstige vervangingscyclus van het Vervangingsfonds en anderzijds zijn er norm- of investeringsbedragen om de realisatie van projecten te bekostigen (vanuit het IHP). De uitgangspunten voor beide gevallen worden hieronder beschreven.

4.3.1 Vervangingsfonds Jaarlijks stort de gemeente een bedrag in het Vervangingsfonds waaruit de projecten van het IHP bekostigd worden. Dergelijke stortingen zorgen ervoor dat voor de lange termijn het Vervangingsfonds voldoende dekkend is om, in lijn met de wettelijke zorgplicht, te voorzien in adequate huisvesting. Het Vervangingsfonds heeft daarbij uitsluitend betrekking op de huidige portefeuille. Het verleden wijst uit dat de investering (bedrag per m²) voor het realiseren van een schoolgebouw marktgevoelig is. Dit betekent dat in de huidige krappe bouwmarkt de normbedragen sterk onder druk staan. Daarnaast is er sprake van aangescherpte wet- en regelgeving omtrent duurzaamheid wat tevens een kostenverhogend effect met zich mee brengt. Hierdoor wijken de actuele (werkelijke) investeringskosten (per m²) sterk af van de gehanteerde investeringsbedragen ten behoeve van het Vervangingsfonds. In het Vervangingsfonds wordt nu voor toekomstige (nieuwbouw) investeringen gerekend met € 2.329,- inclusief BTW per m² bvo (prijspeil 2021). Het is de ambitie om in het Vervangingsfonds ten behoeve van de toekomstige vervangingscyclus rekening te houden met realistische investeringsbedragen, waarbij wordt ingespeeld op schommelingen in de markt. Actiepunten: ▪ ▪

De gemeente voert een onderzoek uit naar het effect van de marktwerking op de stichtingskosten; De gemeente herijkt de uitgangspunten ten aanzien van investeringsbedragen in het Vervangingsfonds op basis van resultaten uit het onderzoek.

4.3.2 Realisatie projecten Voor de realisatie van projecten (nieuwbouw of kleinschalige renovatie) maakt de gemeente aanspraak op het Vervangingsfonds. Hierbij is het belangrijk om uit te gaan van (en te werken met) reële investeringskosten. Momenteel houdt de gemeente rekening met een bedrag van € 2.329,- per m² bvo voor het bekostigen van energieneutraal en gasloos. Het uitgangspunt van de gemeente is dat er op basis van werkelijke kosten wordt gebouwd en dat het kwaliteitsniveau daarin leidend is. Indien het eerder geraamde investeringsbudget ontoereikend blijkt wordt er aanvullend budget aangevraagd.

www.icsadviseurs.nl

19/25

In de huidige markt blijkt een bedrag van € 2.329,- per m² bvo niet toereikend om een schoolgebouw te realiseren met de beoogde kwaliteitseisen (energieneutraal en gasloos). Momenteel dient in de huidige markt (prijspeil 2021) rekening gehouden te worden met (bedragen zijn incl. btw): ▪

Investering voor nieuwbouw (energieneutraal, gasloos en Frisse scholen B) per m² bvo: ─ VMBO (omvang 5.000 m² bvo): € 2.647,─ HAVO/VWO (omvang 8.000 m² bvo): € 2.485,─ VMBO/HAVO/VWO (omvang 13.000 m² bvo): € 2.449,-

In de praktijk komt het daarnaast voor dat voor een project een budget wordt bepaald, maar door diverse oorzaken de planvorming pas later gereed is of dat er locatie specifieke kosten zijn. In een markt met stijgende bouwkosten betekent dit dat het budget en/of beoogde kwaliteit onder druk komt. Bij een markt met dalende bouwkosten ontstaat het omgekeerde. Het streven is om de normbedragen beter aan te laten sluiten bij de marktsituatie. Uitgangspunten: ▪ ▪

In het IHP wordt bij (vervangende) nieuwbouw (energieneutraal, gasloos en Frisse Scholen B) rekening gehouden met marktconforme investeringen; Voorafgaand aan de uitvoering van projecten worden de normbedragen (budgetten) geïndexeerd naar het huidige prijspeil.

Actiepunten: ▪ ▪

Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over welke index gevolgd gaat worden bij het jaarlijks indexeren van de normvergoeding; Er wordt ten behoeve van nieuwbouwprojecten door gemeente en schoolbesturen een standaard demarcatielijst opgesteld, waarin helder staat aangeven welke zaken uit de normvergoeding worden bekostigd, welke zaken op basis van werkelijke kosten door de gemeente worden bekostigd en welke zaken voor rekening van het schoolbestuur komen.

4.4 Realiseren ambities In deze kadernotitie zijn de gezamenlijke visie en ambitie van de gemeente en schoolbesturen geformuleerd met betrekking tot onderwijshuisvesting. Onderstaand is beschreven hoe partijen (beoogd) bijdragen aan het realiseren van deze ambities.

4.4.1 Bijdrage gemeente De vaste kaders en systematiek van het Vervangingsfonds bieden kansen om de aanvullende ambities toch (deels) realiseren vanuit de huidige jaarlijkse storting. Voorgesteld wordt om de volgende mogelijkheden hierbij te onderzoeken: ▪

▪

Het verhogen van de duurzaamheidsprestaties en daarmee kwaliteit van schoolgebouwen heeft een positief effectief op de levensduur. Onderzoeken of en onder welke voorwaarde de levensduur van schoolgebouwen kunnen worden verlengd, indien de duurzaamheidsprestaties van een schoolgebouw worden verhoogd (bij vervangende nieuwbouw of kleinschalige renovatie); Ingrepen om het binnenklimaat te verbeteren dragen ook positief bij aan de levensduur van schoolgebouwen. Onderzoek of en onder welke voorwaarden de levensduur van schoolgebouwen kunnen worden verlengd, indien de gemeente tussentijds bijdraagt aan ingrepen ten behoeve van binnenklimaat;

www.icsadviseurs.nl

20/25

▪

Ten aanzien van circulair bouwen liggen er kansen om anders om te gaan met zaken als afschrijving en restwaarde. Hiermee gaat bij vervangende nieuwbouw de investering omhoog, maar blijven de jaarlasten gelijk. Onderzoeken of en onder welke voorwaarden circulair bouwen kan resulteren in nieuwe financiële kaders t.a.v. investeren en begroten.

Op basis van de resultaten van de genoemde onderzoeken worden aan de gemeenteraad separate voorstellen voorgelegd om de aanvullende ambities waar mogelijk te realiseren. Actiepunten: ▪

Onderzoek of het Vervangingsfonds voldoende middelen bevat om ook de aanvullende ambities te realiseren of dat een extra bijdrage nodig is.

4.4.2 Bijdrage schoolbesturen Door het realiseren van energieneutrale gebouwen (in plaats van bouwbesluit waarin bijna energieneutrale schoolgebouwen worden vereist) treedt voor schoolbesturen een voordeel op bij het onderhoud en de energiekosten. Schoolbesturen zijn in principe bereid de voordelen op de kosten voor energie en onderhoud over te dragen aan de gemeente. In 2019 heeft de gemeente DWA opdracht gegeven om inzichtelijk te maken wat de effecten op de exploitatie (voor- en nadelen) zijn voor schoolbesturen binnen het primair onderwijs bij het realiseren van een energieneutraal schoolgebouw en wat daarbij een realistische bijdrage zou kunnen zijn2. Een soortgelijk onderzoek dient ook voor schoolgebouwen in het voortgezet (speciaal) onderwijs te worden uitgevoerd. Vervolgens dienen gemeente en schoolbesturen afspraken te maken over de bijdrage. Indien schoolbesturen een hoger ambitieniveau nastreven zijn zij zelf verantwoordelijk voor de aanvullende bekostiging t.o.v. een energieneutraal gebouw. Uitgangspunten: ▪

De gemeente bekostigt de realisatie van een energieneutraal schoolgebouw. Schoolbesturen zijn hierbij bereid om hun exploitatievoordeel ter dekking in te zetten.

Actiepunten: ▪ ▪ ▪

Onderzoek door DWA naar de bijdrage van schoolbesturen binnen het voortgezet (speciaal) onderwijs; Gemeente en schoolbesturen maken concrete afspraken over de bijdrage van schoolbesturen en de bijbehorende voorwaarden; De aannames uit het onderzoek van DWA dienen te worden getoetst aan de praktijk (werkelijk verbruik) en de gemaakte afspraken, indien nodig, hierop aangepast.

4.4.3 Subsidie en additionele financiering Bij de bekostiging van nieuwe schoolgebouwen wordt onderzocht of er gebruik kan worden gemaakt rekening van additionele financiering. Op dit moment worden voor lopende projecten een zogenaamde SDEsubsidie (Stimulering Duurzame Energie) aangevraagd en die omvat tussen de 5 en 10% van de totale bouwkosten. De SDE-subsidie is alleen opengesteld voor schoolgebouwen met een grootverbruikaansluiting. Het risico op het niet verkrijgen van subsidie of additionele financiering is een risico van de gemeente en mag geen effect hebben op het bouwbudget (normvergoeding). Actiepunten: ▪

Gemeente en schoolbesturen maken heldere afspraken over het aanvragen van de SDE-subsidie en het, bij toekenning, overmaken van de subsidie aan de gemeente door het schoolbestuur;

2 Onderzoek energieneutrale scholen Zoetermeer (DWA, 2019)

www.icsadviseurs.nl

21/25

▪

Het verkrijgen van subsidies (met name de SDE) in de gaten houden en de uitgangspunten in het investeringsbeleid, indien nodig, hierop aanpassen.

4.5 Inspelen op groei De naam ‘Vervangingsfonds’ zegt het al, in het fonds zijn middelen beschikbaar ter vervanging van de bestaande gebouwvoorraad. Het Vervangingsfonds houdt momenteel geen rekening met investeringen in extra schoollocaties of het substantieel vergroten van bestaande schoollocaties, als gevolg van de geplande bouwopgave in de gemeente Zoetermeer. Mocht het realiseren van extra onderwijscapaciteit, op termijn, aan de orde zijn, dient de benodigde (eerste) investering in de gemeentelijke begroting te worden opgenomen. Op het moment van realisatie dient de dotatie aan het Vervangingsfonds, als gevolg van de extra capaciteit, te worden aangepast. Actiepunten: ▪

▪

In het IHP dient inzichtelijk te worden gemaakt wanneer waar welke groei wordt verwacht. De mogelijke groei van het aantal leerlingen moet, in overleg met schoolbesturen, worden vertaald naar scenario’s voor aanvullende onderwijscapaciteit (inclusief financiële vertaling); Ook de effecten op de behoefte aan capaciteit voor eventuele andere voorzieningen dienen inzichtelijk te worden gemaakt.

www.icsadviseurs.nl

22/25

Bijlage – Actiepuntenlijst kadernotitie Hoofdstuk

Visie op onderwijs

Visie op onderwijshuisvesting

www.icsadviseurs.nl

Actiepunt Schoolbesturen maken afspraken om te komen tot stabiele en evenwichtige leerlingenstromen en het borgen van een divers onderwijsaanbod. Hierbij worden tevens afspraken gemaakt met het vervolgonderwijs (mbo/hbo). Schoolbesturen hebben inzicht in welke leerlingen uitstromen naar andere gemeenten. Visie op passend onderwijs verder aanscherpen binnen het samenwerkingsverband en middels regionale afstemming bepalen wat dit betekent voor het aanbod in Zoetermeer. Schoolbesturen werken uit welke (huisvestings)consequenties het heeft dat zij leerlingen die tijdelijk een 'time out' nodig hebben binnen het reguliere onderwijs opvangen. Schoolbesturen onderzoeken de mogelijkheden voor het delen van specifieke faciliteiten onderling of met andere partners (mbo, hbo, bedrijfsleven en instellingen) en maken hierover nadere afspraken. De gemeente heeft inzicht in de beoogde woningbouwontwikkeling en gevolgen voor de leerling prognoses en deelt dit met de schoolbesturen; Vanwege de onzekerheid van woningbouwontwikkelingen en het beoogde effect van ‘Zoetermeer 2040’ en de gevolgen daarvan op leerling prognoses worden in het IHP bij de planvorming verschillende scenario’s uitgewerkt (in overleg met schoolbesturen).

In het IHP worden afspraken vastgelegd hoe om te gaan met deze scenario’s in het vervolgtraject, zodat bij de start van een project duidelijk is welke kaders worden gehanteerd. Onderzoeken of (en hoe) de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zoetermeer moet worden aangepast als gevolg van deze kadernotitie. Bepalen welk woningbouwprogramma en daarmee welke leerling prognose wordt gehanteerd als uitgangspunt ten behoeve van de planvorming in het IHP. De gevolgen van gebiedsontwikkelingen en demografische samenstelling worden jaarlijks voor onderwijshuisvesting door de gemeente in kaart gebracht en besproken tussen gemeente en schoolbesturen om passende huisvesting te kunnen realiseren. Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over de totale onderwijscapaciteit voor het voortgezet (speciaal) onderwijs) binnen de gemeente. In het IHP maken gemeente en schoolbesturen afspraken over de structurele capaciteit van de schoolgebouwen en de invulling van de flexibiliteit ten behoeve van de piekbelasting. In het IHP wordt de behoefte aan en eventuele kosten voor tijdelijke huisvesting in beeld gebracht. Schoolbesturen onderzoeken welke specifieke faciliteiten gewenst zijn om te realiseren in Zoetermeer en maken hierover concrete afspraken met elkaar en de partners.

Voor vervangende nieuwbouw dienen specifieke (duurzaamheids)doelstellingen te worden geformuleerd, waarbij het effect op het Vervangingsfonds onderzocht moet worden. Het energieverbruik van alle schoolgebouwen wordt gemonitord. Gemeente en schoolbesturen maken afspraken over de wijze waarop dit gebeurt. Onderzoeken of en onder welke voorwaarden de gemeente kan bijdragen aan het aardgasvrij maken van bestaande schoolgebouwen.

23/25

Investeringsbeleid

www.icsadviseurs.nl

De gemeente onderzoekt of en onder welke voorwaarden zij kan bijdragen aan circulair bouwen (bij vervangende nieuwbouw of kleinschalige renovatie); Onderzoeken wat circulariteit betekent voor de investering, de afschrijving en restwaarde van een gebouw. Actieplan formuleren ter verbetering van het binnenklimaat. Gemeente en schoolbesturen onderzoeken de uitgangspunten ten aanzien van Frisse Scholen op basis van het in 2021 geactualiseerde Programma van Eisen. Onderzoeken of en onder welke voorwaarden de gemeente aanvullend kan bijdragen het realiseren klimaatadaptieve onderwijshuisvesting; De ambitie en investering ten aanzien van de levensduurverlengende ingreep voor nieuwe schoolgebouwen dient te worden bepaald. Gemeente en schoolbesturen maken aanvullende afspraken over de voorziening ‘renovatie’. De gemeente voert een onderzoek uit naar het effect van de marktwerking op de stichtingskosten; De gemeente herijkt de uitgangspunten ten aanzien van investeringsbedragen in het Vervangingsfonds op basis van resultaten uit het onderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=e90a70b3-0ad7-49ca-bad9-a9ce4ba89481