Bijlage 2 - Bodemkwaliteitskaart Zoetermeer 2021
Tekst van het document
Bodemkwaliteitskaart Zoetermeer 2021 17 januari 2022
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Verantwoording Titel
Bodemkwaliteitskaart Zoetermeer 2021
Opdrachtgever
Gemeente Zoetermeer
Projectleider
Erik Vonkeman
Auteur(s)
Floor van Elsacker, Laura Korte & Amy Veenendaal
Tweede lezer
Odile Rutten
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Jop (J.) van Rooden (certificaatnummer K54913)
Projectnummer
1275478
Aantal pagina’s
24
Datum
17 januari 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Inhoud 1
2
3
4
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding........................................................................................................................... 5
1.2
Doelstelling en aanpak ....................................................................................................... 5
Werkwijze .................................................................................................................................. 6 2.1
Beleidskader....................................................................................................................... 6
2.2
Aanpak opstellen bodemkwaliteitskaarten ......................................................................... 7
2.3
Technisch-inhoudelijke onderbouwing ............................................................................... 8
2.4
Tijdelijk handelingskader PFAS.......................................................................................... 8
Uitvoering .................................................................................................................................. 9 3.1
Beheergebied en dieptetraject ........................................................................................... 9
3.2
Bodemkwaliteitszones en opgenomen stoffen ................................................................. 10
3.2.1
Opgenomen stoffen .................................................................................................. 10
3.2.2
Bodemkwaliteitszones standaardpakket ................................................................... 10
3.2.3
Bodemkwaliteitszones PFAS .................................................................................... 15
3.3
Uitgesloten locaties van de bodemkwaliteitskaart ............................................................ 15
3.4
Dataverzameling en uitgevoerde werkzaamheden .......................................................... 16
3.4.1
Aangeleverde gegevens ........................................................................................... 16
3.4.2
Uitgevoerd veldwerk.................................................................................................. 17
3.4.3
Laboratorium analyses .............................................................................................. 18
Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart ................................................................................... 18 4.1
4.1.1
Gebiedsindeling ........................................................................................................ 19
4.1.2
Uitbijters .................................................................................................................... 19
4.1.3
Heterogeniteit ............................................................................................................ 19
4.2
5
Eisen evaluatie ................................................................................................................. 19
Standaardpakket .............................................................................................................. 20
4.2.1
Evaluatie gebiedsindeling ......................................................................................... 20
4.2.2
Uitbijters .................................................................................................................... 20
4.2.3
Heterogeniteit ............................................................................................................ 20
4.2.4
Conclusie .................................................................................................................. 21
Bodemkwaliteitskaart gemeente Zoetermeer .......................................................................... 21
3/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
5.1
Ontgravingskaarten .......................................................................................................... 21
5.2
Bodemfunctiekaart ........................................................................................................... 21
5.3
Toepassingskaarten ......................................................................................................... 21
5.4
Veiligheidsklasse .............................................................................................................. 23
Bijlage 1
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 2
Locatie waarnemingen
Bijlage 3
Percentielbladen
Bijlage 4
Ontgravingskaarten
Bijlage 5
Bodemfunctiekaart
Bijlage 6
Toepassingskaarten
Bijlage 7
Uitgesloten locaties
Bijlage 8
Boorprofielen
Bijlage 9
Analysecertificaten
Bijlage 10
Data-analyse PFAS
4/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
1 Inleiding Dit rapport bevat de technische onderbouwing van de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart voor het grondgebied van de gemeente Zoetermeer. TAUW heeft in opdracht van de gemeente Zoetermeer een bodemkwaliteitskaart opgesteld voor de stoffen uit het standaardpakket. Dit rapport bevat de technische uitwerking van de bodemkwaliteitskaart voor de gemeente Zoetermeer. De regels voor grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart zijn opgenomen in de Nota Bodembeheer (zie R002-1275478EVF-V01-mfv-NL. Eerder heeft de gemeente Zoetermeer al een beleidsregel ten aanzien van PAFS opgesteld met een bijbehorende bepaling van de lokale achtergrondwaarde (zie bijlage 10 voor de data-analyse). Deze zal geïntegreerd worden met de kaart voor het standaardpakket. De beleidsregel PFAS komt te vervallen en wordt vervangen door de nieuwe Nota Bodembeheer.
1.1
Aanleiding
Om het grondverzet binnen en tussen de gemeentegrenzen te vereenvoudigen hebben de gemeenten van de Omgevingsdienst Midden-Holland en de gemeente Zoetermeer in het verleden een Nota Bodembeheer opgesteld met bijhorende bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaarten 1. Conform het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) dient een bodemkwaliteitskaart na 5 jaar te worden verlengd en na 10 jaar te worden geactualiseerd. De gemeente Zoetermeer wil voor haar eigen grondgebied het bodembeleid inclusief bodemfunctieklassen- en bodemkwaliteitskaart actualiseren, zodat ook voor de komende perioden grondverzet gefaciliteerd wordt.
1.2
Doelstelling en aanpak
De gemeente Zoetermeer wil een geactualiseerde bodemkwaliteitskaart opstellen om het grondverzet te faciliteren. De bodemkwaliteitskaart geeft de gemeentelijke achtergrondaarden weer en dient als wettig bewijsmiddel conform artikel 4.3.5 van de Regeling bodemkwaliteit. Zo wordt voorkomen dat er voor elke partij grond en ontvangende locatie een partijkeuring c.q. bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. De aanpak op hoofdlijnen voor het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart is als volgt te omschrijven: 1. Het uitvoeren van een vooronderzoek conform de NEN 5725 (aanleiding E) 2. Het verzamelen van bestaande bodemdata (vanaf 1 januari 2014) 3. De indeling van het beheersgebied in homogene deelgebieden die met betrekking tot bodemgebruik, bodemopbouw en bodembelasting overeenkomstige kenmerken vertonen en waarin een vergelijkbare bodemkwaliteit verondersteld mag worden
1
Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021, Omgevingsdienst ODMH (A-2015-000535), d.d. 12 september 2016
5/24
Kenmerk
4.
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Indien in bepaalde deelgebieden voldoende waarnemingen (aantal van totaal 20) ontbreken om kwalitatieve uitspraken over de bodemkwaliteit te kunnen maken in deze deelgebieden aanvullend veldwerk uitvoeren
5.
Het per deelgebied vaststellen van het gemiddelde, 80- en 95-percentielwaarde van de bodemkwaliteitsgegevens en vervolgens toetsing van deze waarden aan de maximale waarden va de generieke kwaliteitsklassen Landbouw/natuur (AW2000), Wonen en Industrie, zoals genoemd in het Bbk
6. 7. 8.
Het vaststellen van de homogene bodemkwaliteitszones Het vaststellen van de milieutechnische uitgangspunten voor het grondverzet Het beschrijven van de gevolgde werkwijze en gehanteerde uitgangspunten
2 Werkwijze 2.1
Beleidskader
De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de regels van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Onder het Bbk is de ‘Richtlijn bodemkwaliteitskaarten’ 2 opgesteld. In de Richtlijn staan regels en aanvullende aanwijzingen voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, hoe omgegaan dient te worden met de kaart en hoe een adequaat grondstromenbeleid er uitziet. De Richtlijn is bedoeld voor het gebruik van bodemkwaliteitskaarten: • Voor toepassen van grond en bagger op bodem • Als bewijsmiddel van kwaliteit van vrijkomende grond en bagger (voor Zoetermeer zal de bodemkwaliteitskaart alleen worden opgesteld voor grond, waterbodem maakt geen onderdeel uit van deze kaart) Binnen het Bbk wordt er onderscheid gemaakt tussen 2 toetsingskaders: • Generiek beleid (algemeen beleid) Bij het generieke beleid gelden de algemene regels uit het Besluit bodemkwaliteit voor de toepassing van grond • Gebiedspecifiek beleid (maatwerk) Door het opstellen van gebiedspecifiek beleid kan het bevoegd gezag afwijken van de algemene regels uit het Besluit bodemkwaliteit Het beleidskader zal in de looptijd van deze kaart veranderen door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierdoor zal bovenstaand beleidskader in de toekomst niet meer van toepassing zijn. Het beleidskader zal dan worden gevormd door enerzijds het vernieuwde Besluit Bodemkwaliteit en de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit.
De regels over (onder andere) het toepassen van grond zullen te vinden zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bij het opstellen van dit technisch document is rekening gehouden met zowel het huidige als het toekomstige beleidskader. 2
Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten. VROM, d.d. 3 september 2007 met wijzigingsblad van 1 januari 2019
6/24
Kenmerk
2.2
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Aanpak opstellen bodemkwaliteitskaarten
De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten en de eisen uit bijlage M van de Regeling Bodemkwaliteit. Er worden de volgende stappen onderscheiden: 1. 2. 3.
Opstellen programma van eisen Vaststellen onderscheidende kenmerken Gegevensverzameling en gegevensbewerking
4. 5. 6. 7. 8.
Indelen beheersgebied in deelgebieden Controle indeling van het beheergebied Verzamelen aanvullende informatie Vaststellen bodemkwaliteitszones Opstellen ontgravings- en toepassingskaart (generiek of gebiedspecifiek)
Onderdeel van het opstellen van een bodemkwaliteitskaart is het uitvoeren van een vooronderzoek conform NEN 5725 aanleiding E 3. Dit vooronderzoek is gericht op het verzamelen van informatie en beoordelen of deze informatie voldoende en actueel is. Het vooronderzoek is dan ook onderdeel van meerdere stappen uit de Richtlijn. In stap 1 zijn de beleidsmatige en technisch inhoudelijke keuzes gemaakt. Deze vormen het kader waarbinnen de bodemkwaliteitskaart tot stand is gekomen. Zie paragraaf 2.3 en 2.4 voor de uitwerking. In stap 2 is vastgesteld welke kenmerken binnen het beheergebied een belangrijke rol spelen bij het definiëren van deelgebieden. Zie voor de uitwerking hoofdstuk 3. In stap 3 is de informatie die van het beheergebied beschikbaar was verzameld en vervolgens geschikt gemaakt voor de verwerking tot een bodemkwaliteitskaart. Hiertoe is bodeminformatie van de Omgevingsdienst Haaglanden gebruikt. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking. In stap 4 is het beheergebied ingedeeld in deelgebieden. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking. In stap 5 is op basis van de informatie bepaald of de indeling in deelgebieden van stap 4 juist is. Zie hoofdstuk 4 en 5 voor de uitwerking. In stap 6 zijn aanvullende gegevens toegevoegd. Hiervoor is veldwerk uitgevoerd. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking. In stap 7 zijn de bodemkwaliteitszones definitief vastgesteld. Zie hoofdstuk 5.
In stap 8 zijn de toepassingseisen geformuleerd en is bepaald in welk kader (generiek/algemeen of gebiedspecifiek/maatwerk) de kaart functioneert. Deze stap is opgenomen in de Nota Bodembeheer (zie R002-1275478EVF-V01-mfv-NL).
3
NEN 5725:2017 NL – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek
7/24
Kenmerk
2.3
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Technisch-inhoudelijke onderbouwing
De technisch-inhoudelijke onderbouwing gaat in op de eisen waaraan een bodemkwaliteitskaart moet voldoen. In de Richtlijn zijn de onderwerpen benoemd die essentieel worden geacht om de kwaliteit van het grondverzet te kunnen waarborgen. Deze onderwerpen moeten dan ook minimaal in de onderbouwing worden meegenomen en zijn in hoofdstuk 3 toegelicht. In het kort zijn dit: • Het (deel van het) beheergebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld • • • • • • • •
2.4
(paragraaf 3.1) De diepte en het aantal te onderscheiden dieptetrajecten waarover de bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet (paragraaf 3.4) De stoffen die in de bodemkwaliteitskaart worden opgenomen (paragraaf 3.2) De onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd (paragraaf 3.2) Het deel van het beheergebied (onder andere de verdachte locaties) waarvoor de bodemkwaliteitskaart niet geldig is (paragraaf 3.3) De lintvormig diffuus belaste deelgebieden die worden onderscheiden (paragraaf 3.2) De kwaliteitseisen waaraan een bodemkwaliteitszone moet voldoen om te kunnen worden vastgesteld (hoofdstuk 4) De statistische kentallen op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gekarakteriseerd (zie hoofdstuk 5 en bijlage 4) In welk kader de kaart functioneert: generiek of gebiedspecifiek (zie Nota Bodembeheer)
Tijdelijk handelingskader PFAS
In het THK van 2 juli 2020 zijn achtergrondwaarden en voorlopige toepassingsnormen opgenomen voor PFAS die bij het bepalen van hergebruiksmogelijkheden binnen het generieke kader gehanteerd moeten worden. Voor de toepassingsnormen voor grond is onderscheid gemaakt in verschillende situaties, waar verschillende normen voor gelden (zie figuur 2.1).
8/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Figuur 2.1 Tijdelijke toepassingsnormen voor PFAS op landbodem (bron: THK van 2 juli 2020)
3 Uitvoering 3.1
Beheergebied en dieptetraject
De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de gemeente Zoetermeer, zoals aangegeven in figuur 3.1.
Figuur 3.1 Beheergebied gemeente Zoetermeer
9/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
De bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld voor de boven- en ondergrond waarbij de volgende dieptetrajecten aangehouden worden: • Bovengrond: 0 - 0,5 m -mv •
Ondergrond: 0,5 - 2,0 m -mv
De verwachting is dat vooral de kwaliteit van de bovengrond beïnvloed is door menselijke activiteiten en dat de kwaliteit van de ondergrond gelijk of beter zal zijn.
3.2
Bodemkwaliteitszones en opgenomen stoffen
3.2.1 Opgenomen stoffen De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor zowel de stoffen uit het standaardpakket conform NEN5740: • Parameters standaardpakket: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK (10), PCB (som 7) en minerale olie Verder is PFAS opgenomen in de kaart. Hiervoor is het achtergrondwaarde onderzoek uitgevoerd door Sweco gebruikt (zie bijlage 10). Voor het standaardpakket zijn andere bodemkwaliteitszones gehanteerd dan voor PFAS. De verspreidingswijze en daarmee het voorkomen van deze stoffen is namelijk anders. Hierdoor zijn er andere kenmerken van belang voor het definiëren van de bodemkwaliteitszones. In de volgende paragrafen is de zonering toegelicht voor zowel het standaardpakket (paragraaf 3.2.2) als PFAS (paragraaf 3.2.3). 3.2.2 Bodemkwaliteitszones standaardpakket Voor het standaardpakket is er gekeken of er deelgebieden aan te wijzen zijn op basis van: • Onderscheidende kenmerken in bodemopbouw en geomorfologie • Ontwikkeling van het beheergebied • Functies in het gebied • Bekende diffuse verontreinigingen. • Lintvormig diffuus belaste deelgebieden Al deze factoren kunnen namelijk invloed hebben op de (verwachte) verontreinigingen in het gebied en daarmee de indeling in zones. De informatie uit de voormalige bodemkwaliteitskaart van Midden-Holland en Zoetermeer is onder andere als bron gebruikt.
Bodemopbouw en geomorfologie De bodem van de omgeving Zoetermeer bestond in de Middeleeuwen uit metersdik veen. Door het steken van turf ontstonden grote waterplassen. Dit vormde echter een dreiging voor het omringende land, waardoor het plan ontstond om het gebied droog te malen. Hierdoor ontstonden onder andere de Zoetermeerse Meerpolder, de Driemanspolder en de Palesteinsepolder in de 17e en 18e eeuw.
10/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
De huidige bodemopbouw van het centrum van de gemeente Zoetermeer is onbekend (figuur 3.2). Om het centrum heen en aan de grenzen van de gemeente bevinden zich vooral leek-/woudeergronden (lichtgroen en donkergroen) die zowel kalkrijk als kalkarm kunnen zijn. Deze worden afgewisseld met poldervaaggronden en moerige eerdgronden (donkerblauw). De aanwezigheid van eerdgronden toont de beïnvloeding van menselijk handelen aan door bijvoorbeeld tuinbouw.
Figuur 3.2 Bodemkaart van de gemeente Zoetermeer (bron: BRO Bodemkaart) tot circa 1,2 m -mv
Aangezien er weinig bekend is over de bodemopbouw van de kern van de gemeente, is er geen aanleiding om op basis van de bodemopbouw verschillende deelgebieden aan te wijzen. Ontwikkeling van het beheergebied In 1935 werden Zoetermeer en Zegwaart samengevoegd tot een gemeente, nadat Zoetermeer zich sterker ontwikkelde dan Zegwaart. Tot de jaren ’60 van de vorige eeuw bestond Zoetermeer uit een kleine dorpskern met lintbebouwing omringd door land- en tuinbouwgebied (figuur 3.2). Sindsdien is Zoetermeer aangewezen als groeigemeente en is er weinig land- en tuinbouw meer aanwezig. Verscheidene woonwijken zijn hiervoor in de plaats gekomen (figuur 3.3 en 3.4). In het westen en noorden van de gemeente is nog land- en tuinbouw aanwezig. De oude kern en de directe omgeving daarvan is al lange tijd in gebruik en daarom worden in deze gebieden heterogene verontreinigingen verwacht met metalen en PAK. Door de (voormalige) aanwezigheid van land- en tuinbouw is de bodem mogelijk verdacht op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen.
11/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Figuur 3.3 Topografische kaart van de gemeente
Figuur 3.4 Topografische kaart van de gemeente
Zoetermeer in 1960 (Bron: Topotijdreis)
Zoetermeer in 2019. Industrie is op deze kaart met rood aangegeven (Bron: Topotijdreis)
Figuur 3.5 Topografische kaart van de gemeente Zoetermeer in 1990 (Bron: Topotijdreis).
Tot voor 1900 was er weinig industrie aanwezig in de gemeente. Nu bevinden de meeste bedrijven die in Zoetermeer gevestigd zijn zich ter plaatse van de lintbebouwingen en de industrieterreinen in het zuidoosten van de gemeente (figuur 3.4). Vanwege de (voormalige) aanwezigheid van industrieterreinen wordt verwacht dat er diverse diffuse verontreinigingen voorkomen.
12/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Bedrijventerrein Dwarstocht is bijvoorbeeld door de aanwezigheid van puin en slakken verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Dit bedrijventerrein is echter de laatste jaren gedeeltelijk herontwikkeld als woongebied waardoor de kwaliteit mogelijk verbeterd is. Een deel van de voormalige industrielocaties is reeds gesaneerd. In Zoetermeer zijn in het verleden meerdere locaties in gebruik geweest door de NAM voor oliewinning. Deze locaties waren gesitueerd in de Zoetermeerse Meerpolder, de Leyens en in het oosten van Zoetermeer (Dwarstocht Noord en langs de Hoefweg). De locaties zijn ondertussen onderzocht en gedeeltelijk gesaneerd. Daar het locaties betreffen hebben deze geen invloed op de indeling in beheersgebieden. Functies Voor de bodemfunctie is de informatie uit de ontwikkeling van het beheergebied en de indeling in homogene deelgebieden gebruikt. De bodemfunctiekaart is grotendeels gelijk gebleven ten opzichte van de bodemfunctiekaart uit 2011 4. Er zijn 3 wijzigingen: • De bermen van gemeentelijke hoofdwegstructuur is toegevoegd als aparte zone en heeft de functie Industrie • Een deel van het industrieterrein Dwarstocht is herontwikkeld als woonwijk en heeft daarom de functie Wonen gekregen • De Nieuwe Driemanspolder valt gedeeltelijk in de functieklasse ‘Wonen’ en ‘Industrie’.
Dit betreft namelijk een recreatieterrein (zie paragraaf 3.6 van de Nota Bodembeheer) . Bekende diffuse verontreinigingen De oude kern en de lintbebouwing daarvan is al lange tijd in gebruik en daarom worden in deze gebieden heterogene verontreinigingen verwacht met zware metalen en PAK. Verder was daar de oude industrie grotendeels aanwezig. Door de (voormalige) aanwezigheid van land- en tuinbouw wordt verwacht dat er diverse verontreinigingen voorkomen met bestrijdingsmiddelen. Hiervoor is een analyse uitgevoerd op basis van de bestaande bodeminformatie waaruit is gebleken dat bestrijdingsmiddelen niet op gebiedsniveau verhoogd voorkomen. De bodemkwaliteitskaart is dan ook niet opgesteld voor bestrijdingsmiddelen. Er zijn geen gebieden bekend binnen de gemeente die diffuus verontreinigd zijn met asbest, zoals asbestwegen. De regio is ook niet verdacht op het (natuurlijk) voorkomen van andere verontreinigingen, zoals arseen.
4
Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021. ODMH, kenmerk A-2015-000535, d.d. 12 september 2016
13/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Lintvormig diffuus belaste gebieden Wegen met een hoge verkeersintensiteit zijn lintvormig diffuus belaste gebieden. Vanwege het verkeer en de afstroming van regenwater vanaf de weg wordt de berm naast de weg diffuus belast. De belasting is te relateren aan de verkeersintensiteit. De bermen van de hoofdwegenstructuur zijn daarom opgenomen als aparte zone. Resultaat bodemkwaliteitszones In de voormalige bodemkwaliteitskaart uit 2016 was er met de indeling onderscheid gemaakt in de ouderdom en de functie van de wijken en de ontwikkeling van de stad. Dit onderscheid was gemaakt, omdat er een verschil in kwaliteit werd verwacht. Op basis van de resultaten uit zowel de oude bodemkwaliteitskaart als de verlengingen blijkt dat dit verschil in kwaliteit er voor meerdere zones niet is. Er is daarom besloten om een aantal zones samen te voegen. In tabel 3.1 is een conceptoverzicht gegeven van de bodemkwaliteitszones voor het standaardpakket. Tabel 3.1 Concept indeling van de bodemkwaliteitszones voor het standaardpakket. Uitgangspunt is de zoneindeling van de bodemkwaliteitskaart uit 2016 WAS
WORDT
1D Oude dorp Zoetermeer
01 Oude dorp (uitgesloten)
6 Uitbreiding 1940-1970
02 Uitbreidingen
7 Recente uitbreiding na 1970-1990 12 Lintbebouwing zeekleipolders
03 Lintbebouwing (Voorweg uitgesloten)
13 Oude industrie
04 Oude Industrie (uitgesloten)
14 Lichte industrie en bedrijven
05 Lichte industrie en bedrijven
15 Kantoren, bedrijven na 1990 en kassen 16 Buitengebied - zeekleipolders inclusief rand
06 Buitengebied
Bermen en wegen: niet gezoneerd
07 Bermen hoofdstructuur Zoetermeer (0 tot 0,5 m -mv)
Deze indeling sluit tevens aan bij de wens van de gemeente Zoetermeer om het aantal zones te verminderen om de kaart gebruiksvriendelijker te maken. Uitgesloten oude dorp Zoetermeer Het oude dorp van Zoetermeer zal voor grondverzet uitgesloten worden van de bodemkwaliteitskaart. Op basis van de bekende bodeminformatie is bekend dat deze zone sterk heterogeen is verontreinigd met meerdere parameters. Dit is gezien de ontstaansgeschiedenis ook te verwachten. Vanwege de aanwezigheid heterogene verontreinigingen is het afleiden van een betrouwbare kwaliteit voor de gehele zone lastig of zelfs niet mogelijk. Hierdoor zal alsnog een partijkeuring of ander onderzoek benodigd zijn bij grondverzet. De verwachting is dat de kwaliteit van de zone niet verbeterd is in de afgelopen 5 jaar. Deze zone is dan ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart.
14/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Uitgesloten lint Voorweg De Voorweg is een onderdeel van de oude lintbebouwing. Langs deze weg zijn op meerdere locaties verdachte activiteiten aanwezig (geweest), zoals (voormalige) tanks, een tankstation, een autoplaatwerkerij en -sloperij, ophooglaag en kassen. Op meerdere locaties zijn ook lichte tot sterke verontreinigingen aanwezig (geweest). Gedeeltelijk zijn de locatie gesaneerd. Vanwege de diverse voormalige activiteiten en de heterogeniteit in aangetroffen verontreinigingen is deze lint niet goed te classificeren. Deze lint is dan ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Bermen en wegen In de vorige kaart waren de gemeentelijke hoofdwegen en provinciale-, rijks- en spoorwegen al gezoneerd (en uitgesloten). Voor de nieuwe bodemkwaliteitskaart heeft de gemeente Zoetermeer de wens om de gemeentelijke wegbermen van de gemeentelijke wegen te zoneren met uitzondering van de gemeentelijke hoofdwegen. Voor gemeentelijke hoofdwegen geldt hetzelfde beleid als voor de provinciale wegen (zie de Nota Bodembeheer). In deze bodemkwaliteitskaart worden de wegbermen als separaat deelgebied ingedeeld. Zo wordt grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart tussen de bermen mogelijk voor de meeste gemeentelijk wegen. De intensiefste beïnvloeding van de weg wordt verwacht tot 0,5 m -mv. De ondergrond (> 0,5 m -mv) is opgenomen in de omringende zone waar de weg in ligt.
Het cunet van de weg is uitgesloten van deze zone. 3.2.3 Bodemkwaliteitszones PFAS De bodemkwaliteitskaart voor PFAS is opgesteld door Sweco. Er is 1 zone. De resultaten tonen ook geen reden tot een andere zone-indeling. De karakterisering van de zone ten aanzien van PFAS is te vinden in hoofdstuk 5. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar de PFAS kaart met kenmerk SWNL0260505, d.d. 30 april 2020.
3.3
Uitgesloten locaties van de bodemkwaliteitskaart
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 aanleiding E. Onderdeel van het vooronderzoek is om te bepalen: • Welke puntbronnen aanwezig zijn • Welke (vermoedelijk) sterk verontreinigde locaties aanwezig zijn Alle locaties die verdacht zijn op het voorkomen van een bodemverontreiniging en alle gesaneerde locaties zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Daar wordt namelijk een afwijkende bodemkwaliteit verwacht van hetgeen de bodemkwaliteitskaart aangeeft.
15/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
In dit vooronderzoek ten behoeve van het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is niet op kaart aangegeven welke locaties zijn uitgesloten. Dit is in afwijking op bijlage M van de Regeling Bodemkwaliteit. Hiervan is echter afgezien omdat het een dynamisch overzicht is. Een dergelijke kaart zou snel verouderen. Door middel van het uitvoeren van een vooronderzoek volgens de NEN 5725, aanleiding F kan bepaald worden of een locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging als gevolg van puntbronnen of eerder aangetoonde verontreinigingen. Ten aanzien van PFAS zijn specifieke locaties uitgesloten. Een overzicht van de uitgesloten locaties is te vinden in bijlage 10.
3.4
Dataverzameling en uitgevoerde werkzaamheden
3.4.1 Aangeleverde gegevens Alle bodemonderzoeken vanaf 1 januari 2014 zijn meegenomen in de dataverzameling. Conform de Richtlijn dienen de gegevens van de afgelopen 5 jaar gebruikt te worden. Bij onvoldoende gegevens kunnen ook gegevens tot 10 jaar terug gebruikt worden, mits deze data een vergelijkbaar beeld van de bodemkwaliteit tonen. Bij een aantal deelgebieden bleek dat het toevoegen van data vanaf 2014 leidde tot voldoende waarnemingen en eenzelfde beeld van de kwaliteit toont. De volgende bodemonderzoeken zijn meegenomen in de selectie: • Indicatief onderzoek • Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (mogelijk i.c.m. asbestonderzoek conform NEN5705) • Oriënterend onderzoek • Briefrapport • Aanvullend rapport • Eind- of nulsituatie onderzoek De bodemonderzoeken zijn in pdf-formaat aangeleverd. De gegevens hieruit zijn uitgelezen en samengevoegd tot één dataset. Voor de bewerking van het dataset en in het geval van ontbrekende gegevens en onvoldoende waarnemingen per homogeen deelgebied zijn de volgende acties ondernomen: • In een aantal bodemonderzoeken missen de gehalten van lutum en organisch stof (circa 3 % van de waarnemingen).
Deze parameters zijn aangevuld met de gehalten voor een ‘worst case’ scenario, namelijk 2 % voor beide parameters • Bij een gemeten gehalte van lutum of organisch stofgehalte van lager dan 2 % wordt conform bijlage G van de Richtlijn gerekend met een gehalte van 2 % • In deelgebieden met onvoldoende waarnemingen heeft TAUW eigen veldwerk uitgevoerd. (zie paragraaf 3.4.2)
16/24
Kenmerk
•
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Mengmonsters komen meerdere malen in de dataset terug, omdat de bodeminformatie op boringniveau opgeslagen wordt. Voor de bodemkwaliteitskaart gaat het om het aantal waarnemingen, oftewel het aantal analyses. De resultaten van de mengmonsters zijn dan ook eenmalig meegenomen in de dataset
•
In mengmonsters zijn soms deelmonsters aanwezig met verschillende dieptetrajecten. Voor de bepaling van het dieptetraject van het mengmonster is gebruik gemaakt van het maximale dieptetraject van de verschillende deelmonsters
•
•
•
Voor het berekenen van de statistische kentallen in percentielbladen zijn de rekenregels volgens BoToVa toegepast. Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 5 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum De gegevens waren in PDF format beschikbaar en daardoor niet bewerkbaar. De analysecertificaten en de boorpunten zijn gedigitaliseerd. Dit proces is deels geautomatiseerd en gedeeltelijk handmatig uitgevoerd Conform de Richtlijn wordt een concentratie lager dan de detectielimiet vermenigvuldigd met een factor van 0,7. Deze nieuw berekende waarde wordt gebruikt in de berekeningen voor het bepalen van de bodemkwaliteit
3.4.2 Uitgevoerd veldwerk Op basis van de aangeleverde gegevens was bekend dat er onvoldoende bodeminformatie aanwezig is om aan de vereisten conform de Richtlijn te voldoen. Er is daarom extra veldwerk uitgevoerd (zie tabel 3.2). Tabel 3.2 Uitgevoerde veldwerkzaamheden Lintbebouwing
Uitbreidingen
Buitengebied
Licht industrie
Berm
0
0
0
0
20
5
5
9
1
0
10
10
18
2
20
Veldwerk Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Analyse Standaardpakket
Er zijn in totaal 40 boringen uitgevoerd in de gemeente Zoetermeer. Hiervan zijn 20 boringen doorgezet tot 2,0 m -mv en 20 boringen doorgezet tot 0,5 m -mv. Er zijn analyses ingezet van zowel de boven- als ondergrond.
5 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012
17/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Het veldwerk is uitgevoerd door de erkende velwerker Jop (J.) van Rooden van TAUW van 12 tot en met 16 oktober 2020 onder certificaatnummer K54913. Voor een overzicht van de veiligheidsen kwaliteitsaspecten met betrekking tot het veldwerk wordt verwezen naar bijlage 1. De situering van de boorpunten is weergegeven op kaart in bijlage 2. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 9. Alle monsters van TAUW zijn door dezelfde veldwerker en met hetzelfde materieel genomen en zijn in hetzelfde laboratorium onderzocht. Zo wordt beïnvloeding door monstername en analysemethode op de ruimtelijke verdeling zoveel mogelijk voorkomen. 3.4.3 Laboratorium analyses Alle analysecertificaten zijn te vinden in bijlage 8. Voor de ondergrond zijn er mengmonsters samengesteld van meerdere bodemlagen, voor zover dit mogelijk was. Hierbij zijn geen bodemlagen meegenomen die verdacht zijn vanwege het aantreffen van bijmenging. De mengmonsters zijn samengesteld van deelmonsters binnen dezelfde boring. De mengmonsters van de ondergrond zijn zo samengesteld dat er een beeld is van het gehele dieptetraject van 0,5 tot 2,0 m -mv. De boven- en ondergrond van alle boringen is geanalyseerd op het standaardpakket om voldoende waarnemingen te krijgen in de verschillende zones.
4 Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart De dataset vormt input voor de statistische analyse. De resultaten van de statistische analyse vormen de basis voor de bodemkwaliteitskaarten. De resultaten zijn weergeven in zogenaamde percentielbladen. Dit zijn tabellen met de statistische weergave van de analysegegevens. Opgenomen hierin zijn onder andere: • De aantallen analyse per parameter • De percentielwaarden: dit zijn de waarden waar een bepaald percentage van de waarnemingen onder ligt. Zo is de P80 de waarde waar 80 % van de waarnemingen onder ligt • Het gemiddelde en de maximale waarde die aangetroffen is • De heterogeniteitsindex die aangeeft hoe heterogeen de zone is In dit rapport zijn alleen de percentielbladen van de definitieve gebiedsindeling opgenomen. De eerste resultaten zijn hieronder wel besproken. Voordat deze resultaten namelijk definitief gebruikt kunnen worden, moet eerst worden vastgesteld of de gekozen uitgangspunten volstaan. De volgende uitgangspunten worden geëvalueerd: • De indeling in bodemkwaliteitszones • Aanwezigheid uitbijters • Aangetroffen heterogeniteit De strengste parameter is leidend geweest voor de indeling in een bodemkwaliteitsklasse.
18/24
Kenmerk
4.1
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Eisen evaluatie
4.1.1 Gebiedsindeling In de Richtlijn worden de volgende minimale eisen gesteld voor het beoordelen van de gebiedsindeling: • Per deelgebied dienen ten minste 20 waarnemingen beschikbaar te zijn. Per niet-aaneengesloten delen dienen er ten minste 3 waarnemingen beschikbaar te zijn • •
De waarnemingen dienen ruimtelijk voldoende verspreid over het deelgebied te liggen Voor elk deelgebied waarvoor voldoende informatie beschikbaar is, wordt vastgesteld of de indeling in deelgebieden optimaal is, waarmee bedoeld wordt dat er geen ruimtelijke structuur aanwezig is in de gehalten of de variabiliteit
4.1.2 Uitbijters Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de kwaliteit is gekeken naar de gemeten concentraties. Wanneer een extreme waarde aanwezig is, dient conform de Richtlijn bepaald te worden: • Of deze extreme waarde deel uitmaakt van de achtergrondgehalten • Of deze extreme waarde deel uitmaakt van een lokale puntbron • Of deze extreme waarde een uitbijter betreft die het gevolg is van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van de gegevens 4.1.3 Heterogeniteit Heterogeniteit is de mate van spreiding in de gemeten gehalten ten opzichte van de normwaarden. Als er binnen de zone sprake is van sterke heterogeniteit dan kan de algemene kwaliteit (in dit geval de P80) een vertekend beeld geven van de bodemkwaliteit en de kwaliteit van de vrijkomende partijen grond. In dat geval kan de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel dienen. Hierbij wordt de heterogeniteit bepaald door het berekenen van de heterogeniteitsindex (HI) met de volgende formule: 𝐻𝐻𝐻𝐻 =
𝑃𝑃95 − 𝑃𝑃5 𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼𝐼 − 𝐴𝐴𝐴𝐴2000
Om te beoordelen welke mate van heterogeniteit aanwezig is, wordt gekeken naar de waarde van de HI: • < 0,2 Weinig heterogeniteit • 0,2 - 0,5 Beperkte heterogeniteit • 0,5 - 0,7 Heterogeniteit • > 0,7 Sterke heterogeniteit
19/24
Kenmerk
4.2
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Standaardpakket
4.2.1 Evaluatie gebiedsindeling In tabellen 4.1 en 4.2 is weergeven hoeveel waarnemingen er per kwaliteitszone aanwezig zijn en wat de kwalificering is voor de bovengrond en voor de ondergrond. Tabel 4.1 Concept resultaten van de bovengrond van de bodemkwaliteitszones voor het standaardpakket Zone
Aantal waarnemingen
Classificering (P80)
02 Uitbreiding
164-170
AW
03 Lintbebouwing
25-26
Wonen (Voorweg uitgesloten)
05 Lichte industrie en bedrijven
55-60
AW
06 Buitengebied - zeekleipolders inclusief
24
AW
20
AW
rand 07 Wegbermen hoofdstructuur
Tabel 4.2 Concept resultaten van de ondergrond van de bodemkwaliteitszones voor het standaardpakket Zone
Aantal waarnemingen
Classificering (P80)
02 Uitbreiding
108-115
AW
03 Lintbebouwing
22-24*
AW
05 Lichte industrie en bedrijven
37-38
AW**
06 Buitengebied - zeekleipolders inclusief
21
AW
rand * Er is gebruik gemaakt van waarnemingen langs de Voorweg voor zover deze waarnemingen onderdeel uit maken van de (verwachte) achtergrondconcentratie in de linten ** Sprake van kwaliteit AW daar de rekenregels toegepast zijn voor kwik en lood. PCB lijkt verhoogd voor te komen op basis van de P80, maar dit betreft een detectielimiet. Conform bijlage G wordt ervanuit gegaan dat PCB niet aangetroffen is
Op basis hiervan blijkt dat er voor de boven- en ondergrond voldoende waarnemingen zijn voor alle zones. Verder is er voldoende ruimtelijke spreiding aanwezig; hiermee is ook rekening gehouden met het boorplan voor het veldwerk. 4.2.2 Uitbijters Er zijn 3 locaties uitgesloten omdat de gehalten zink, nikkel en minerale olie sterk afwijken van het algemene kwaliteitsbeeld. Een lijst met uitgesloten locaties is opgenomen in bijlage 7. 4.2.3 Heterogeniteit In zowel de zone 02 Uitbreidingen (boven- en ondergrond) en in de zone 03 Lintbebouwing (bovengrond) komt minerale olie heterogeen voor. In zone 05 Lichte industrie en bedrijven is er zelfs sprake van sterke heterogeniteit op basis van minerale olie.
20/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Dit wordt veroorzaakt doordat het verschil in norm tussen de achtergrondwaarde en de maximale waarde Industrie relatief klein is. Deze aangetroffen heterogeniteit vormt dan ook geen belemmering voor de betrouwbaarheid van de classificering. 4.2.4 Conclusie Op basis van deze resultaten is er geen aanleiding om de indeling in homogene deelgebieden aan te passen. Voor alle zones zijn voldoende waarnemingen aanwezig die voldoende ruimtelijk verspreid zijn. Verder geeft de aanwezige heterogeniteit binnen de zones ook geen reden tot een andere indeling. Een karakterisering van de definitieve bodemkwaliteitskaart is opgenomen in hoofdstuk 5.
5 Bodemkwaliteitskaart gemeente Zoetermeer 5.1
Ontgravingskaarten
In afwijking op de Richtlijn zijn de zones geclassificeerd op basis van de 80-percentielwaarde (P80: waarde waar 80 % van de waarnemingen onder ligt) in plaats van het rekenkundig gemiddelde. Deze keuze is in de Nota Bodembeheer nader toegelicht. De ontgravingskaarten zijn te vinden in bijlage 4. In tabel 5.1 is de ontgravingsklasse per zone weergegeven. De Voorweg, het Buytenpark, het Westerpark en de stort aan de Aziëweg zijn uitgesloten van de kaart (zie paragraaf 3.2).
5.2
Bodemfunctiekaart
De bodemfunctiekaart is te vinden in bijlage 2. De bodemfunctiekaart is grotendeels gelijk gebleven ten opzichte van de bodemfunctiekaart uit 2011 6. Er zijn 3 wijzigingen: • De bermen van gemeentelijke hoofdwegstructuur is toegevoegd als aparte zone en heeft de functie Industrie • Een deel van het industrieterrein Dwarstocht is herontwikkeld als woonwijk en heeft daarom de functie Wonen gekregen • De Nieuwe Driemanspolder valt in de functieklasse ‘Wonen’. Dit betreft namelijk een recreatieterrein (zie paragraaf 3.6)
5.3
Toepassingskaarten
De toepassingskaart is de combinatie van de functie en de kwaliteit van de bodem. In tabel 2.1 staan de toepassingseisen. De kaarten zijn opgenomen in bijlage 4. Hierbij gelden de volgende opmerkingen: • De toepassingseis voor de gemeentelijke hoofdstructuur geldt alleen voor de bermen, het cunet onder de weg is uitgesloten • De toepassingseis voor de bermen geldt alleen voor de bovengrond tot 0,5 m -mv. De ondergrond is onderdeel van de direct aangrenzende zone
6
Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021. ODMH, kenmerk A-2015-000535, d.d. 12 september 2016
21/24
Kenmerk
•
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Voor de Voorweg is de toepassingseis voor de bovengrond Wonen en voor de ondergrond AW. Deze toepassingseis is bepaald aan de hand van de functie en daarmee is dit gebiedspecifiek beleid. Het sluit zo beter aan bij de kwaliteit van de overige linten (Wonen in de bovengrond en AW in de ondergrond). De verwachting op basis van historie en gebruik is
•
dat de Voorweg een vergelijkbare of slechtere kwaliteit is Voor een klein deel de Nieuwe Driemanspolder gelden afwijkende toepassingseisen ten opzichte van de rest van de zone ‘Buitengebied’. Hier mag grond met de kwaliteit Wonen en
•
•
bagger met de kwaliteit Industrie toegepast worden. Hiervoor zijn Lokale Maximale Waarden opgesteld en dit is gebiedspecifiek beleid (zie paragraaf 3.3 van de Nota). Het deel waar dit gebiedspecifieke beleid geldt is weergegeven in bijlage 6 De zone ‘Oud Dorp’ en ‘Oude Industrie’ is uitgesloten van de kaart vanwege het aantal waarnemingen, de heterogeniteit in combinatie met de kleine omvang. Op basis van de eerdere bodemkwaliteitskaart is te verwachten dat de kwaliteit voldoet of slechter is dan de huidige functie. Er is daarom besloten om middels gebiedspecifiek beleid de toepassingseis te bepalen aan de hand van de functie wonen. De dubbele toets wordt achterwege gelaten. Dit levert geen risico’s op voor mens en milieu, omdat de gehanteerde normen voldoen voor de meest gevoelige functie in deze deelgebieden, namelijk de functie wonen De toepassingseis voor PFAS is bepaald aan de hand van het generieke kader (zie bijlage 1 voor uitleg)
Tabel 5.1 Kwaliteitsklassen, zones en bodemlagen Zone 1 Oud Dorp 2 Uitbreidingen 3 Lintbebouwing 4 Oude Industrie 5 Lichte industrie en bedrijven 6 Buitengebied 7 Gemeentelijke hoofdwegstructuur Overige uitgesloten gebieden (stortplaatsen)
Ontgravingsklasse Bovengrond
Toepassingseis Bovengrond
STP: Uitgesloten
STP: Wonen
PFAS: AW
PFAS: Wonen/Industrie
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
STP: Wonen
STP: Wonen
PFAS: AW
PFAS: Wonen/Industrie
STP: Uitgesloten
STP: Wonen
PFAS: AW
PFAS: Wonen/Industrie
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
Uitgesloten
STP: AW PFAS: AW
22/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Zone
Ontgravingsklasse Ondergrond
Toepassingseis Ondergrond
1 Oud Dorp
STP: Uitgesloten
STP: Wonen
PFAS: AW
PFAS: Wonen/Industrie
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
STP: Uitgesloten
STP: Wonen
PFAS: AW
PFAS: Wonen/Industrie
2 Uitbreidingen 3 Lintbebouwing 4 Oude Industrie
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
STP: AW
STP: AW
PFAS: AW
PFAS: AW
7 Gemeentelijke hoofdwegstructuur
Zie direct aangrenzende zone
Zie direct aangrenzende zone
Uitgesloten gebieden (stortplaatsen)
Uitgesloten
STP: AW
5 Lichte industrie en bedrijven 6 Buitengebied
PFAS: AW STP= standaardpakket
5.4
Veiligheidsklasse
Conform de CROW400 is het toegestaan om een veiligheidsklasse af te leiden op basis van de P80 van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Het toetsingskader hiervoor is gegeven in tabel 5.5 voor de stoffen uit het standaardpakket en voor PFOS en PFOA 7. Voor PFAS wordt geen bodemtypecorrectie toegepast.
7
https://www.crow.nl/thema-s/arbo-en-veiligheid/grondwerk-en-ondergrond/werken-in-en-met-verontreinigde-bodem
23/24
Kenmerk
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Tabel 5.2 Toetsing P80 SRCarbo-normen (mg/kg) Stof
75 % SRCarbo (mg/kg)
SRCarbo (mg/kg)
Overschrijding norm?
Barium
3.037,5
4050
Nee, voor geen van de zones
Cadmium
75,75
101
Nee, voor geen van de zones
Kobalt
213,75
285
Nee, voor geen van de zones
Koper
21.375
28.500
Nee, voor geen van de zones
Kwik
15,23
20,3
Nee, voor geen van de zones
Nikkel
7.575
10.100
Nee, voor geen van de zones
Lood
551,25
735
Nee, voor geen van de zones
Molybdeen
1.522,5
2030
Nee, voor geen van de zones
Zink
76.123,5
101.498
Nee, voor geen van de zones
PAK
75a)
100a)
Nee, voor geen van de zones
PCB
1,725
2,3
Nee, voor geen van de zones
Minerale olie
Nvtb)
5.000b)
Nee, voor geen van de zones
PFOS
0,89
1,19
Nee, voor geen van de zones
PFOA
1,79
2,38
Nee, voor geen van de zones
a)
Betreft SRC-waarde voor meest kritische PAK-parameter, namelijk benzo (a)pyreen
b)
Minerale olie heeft geen SRC-norm en wordt aan de interventiewaarde getoetst
Voor de overige PFAS zijn geen SRC-waarden bekend. Wel is er een mogelijkheid om de relatieve humane toxiciteit van diverse PFAS-stoffen ten opzichte van PFOA te bepalen. Zo kan alsnog bepaald worden of er een veiligheidsklasse van toepassing is 8. De aangetroffen PFAS-waarden zijn echter zo laag (< 0,001 mg/kg) dat de SRC-waarden niet benaderd worden. Deze zijn namelijk een factor 1.000 hoger.
8
https://www.crow.nl/downloads/pdf/infrastructuur/p400/achtergrondnotitie-nieuwe-src-waarden,-190619.aspx
24/24
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. Veiligheid en Gezondheid in ontwerpfase (Arbobesluit) Bij de ontwerpwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de algemene uitgangspunten van Veiligheid en Gezondheid (V&G) volgens artikel 2.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. TAUW heeft als ontwerpende partij de wettelijke verplichting voor het maken van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) van het ontwerp. TAUW streeft er naar om V&G-risico's bij de bron aan te pakken. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een KLIC-melding.
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Locatie waarnemingen
14
13 15 5 11 10 23
27
4 3 24024
28
8
20
25 39
31
26
9 41
29
7
19
40
6
38
30
21 18 17
16
32
33
37
42
Legenda
2 36
Uitgevoerd veldwerk Bekende gegevens
Homogene deelgebieden
34
Niet gezoneerd Uitgesloten
0
Water Zone 01: Oude dorp Zoetermeer Zone 02: Uitbreidingen Zone 03: Lintbebouwing zeekleipolders Zone 04: Oude Industrie Zone 05: Lichte industrie en bedrijven Zone 06: Buitengebied Zone 07: Gemeentelijke hoofdstructuur Nieuwe Driemanspolder
0,8
1,6 Km
1 35
Opdrachtgever
Gemeente Zoetermeer
Project
Zoetermeer BKK en PFAS
Schaal
Status
CONCEPT
1:30000 Formaat
Projectnummer
A3
1275478
Onderdeel
Datum 10-05-21 03:00
Situering waarnemingen
Get.
EVF
Gec.
#
Tekeningnummer
2 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors GREEN\evf 10-05-2021 03:00 1275478_10002D.MXD
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1275478EVF-V02-baw-NL
Percentielbladen
2 - Zone 02: Uitbreidingen - 0 - 50 lutum humus
Alle waarden zijn opgenomen in standaardbodem (lutum=25%, humus=10%)
9,409 2,479
Stofnaam barium (Ba) cadmium (Cd) cobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) minerale olie (C10-C40) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) lood (Pb) PCB (som 7) PAK (10) zink (Zn)
Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
aantal minimum 166 14,966 166 0,121 166 4,569 166 4,167 166 0,037 165 10,470 166 0,079 170 11,570 166 7,891 164 0,002 165 0,070 165 28,697
P5 21,986 0,183 5,460 5,920 0,040 33,667 0,350 13,833 9,679 0,011 0,073 31,491
P25 33,434 0,204 7,006 7,241 0,043 63,636 0,350 17,217 10,998 0,017 0,214 43,564
P50 44,542 0,225 7,696 9,950 0,048 70,000 1,020 18,902 16,407 0,025 0,350 58,058
P75 54,250 0,241 9,083 12,632 0,050 122,500 1,050 21,356 23,444 0,025 0,660 73,338
P80 62,000 0,241 9,247 13,608 0,067 122,500 1,050 22,115 26,154 0,025 0,789 78,304
P90 95,011 0,315 9,822 16,721 0,088 150,000 1,050 24,796 30,916 0,029 1,199 94,018
P95 179,739 0,362 12,457 21,240 0,119 240,952 1,050 30,729 37,866 0,045 3,320 112,696
maximum 503,750 0,485 21,226 57,600 0,227 1750,000 27,000 85,965 167,933 0,200 20,000 530,932
toets gemiddelde + ++ +++
gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur -> klasse landbouw/natuur gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse wonen en boven de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur-> klasse wonen gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse industrie en boven de maximale waarde voor klasse wonen -> klasse industrie gemiddelde gemeten boven de maximale waarde voor klasse industrie -> niet toepasbaar
toets 95-percentielwaarde P95 gemeten beneden de interventiewaarde + P95 gemeten boven de interventiewaarde toets heterogeniteit < 0,2 0,2 - 0,5 0,5 - 0,7 > 0,7
weinig heterogeniteit beperkte heterogeniteit heterogeniteit sterke heterogeniteit
≤ achtergrondwaarde > achtergrondwaarde en ≤ maximale waarde wonen (klasse wonen) > maximale waarde wonen en ≤ maximale waarde industrie (klasse industrie) > maximale waarde industrie en ≤ interventiewaarde (niet toepasbaar) > interventiewaarde (niet toepasbaar)
gemiddelde standaarddeviatie 61,997 68,372 0,236 0,056 8,182 2,276 11,262 6,811 0,059 0,033 114,332 171,132 0,947 2,133 20,665 8,538 19,955 16,419 0,025 0,021 1,089 3,094 66,456 49,797
Heterogeniteit toets gemiddelde 0,048 0,040 0,102 0,017 0,669 0,004 0,260 0,059 0,071 0,084 0,140
-
toets P95 achtergrond-waarde -
0,600 15,000 40,000 0,150 190,000 1,500 35,000 50,000 0,020 1,500 140,000
maximale waarde maximale waarde wonen industrie 1,200 35,000 54,000 0,830 190,000 88,000 39,000 210,000 0,040 6,800 200,000
4,300 190,000 190,000 4,800 500,000 190,000 100,000 530,000 0,500 40,000 720,000
interventie-waarde 13,000 190,000 190,000 36,000 5000,000 190,000 100,000 530,000 1,000 40,000 720,000
2 - Zone 02: Uitbreidingen - 50 - 200 lutum humus
Alle waarden zijn opgenomen in standaardbodem (lutum=25%, humus=10%)
11,731 2,012
Stofnaam barium (Ba) cadmium (Cd) cobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) minerale olie (C10-C40) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) lood (Pb) PCB (som 7) PAK (10) zink (Zn)
Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
aantal minimum 109 16,692 108 0,157 109 3,563 109 4,384 109 0,032 115 27,523 109 0,350 111 11,239 111 8,162 108 0,004 110 0,070 109 24,408
P5 20,667 0,180 5,036 5,079 0,038 41,074 0,350 13,623 8,989 0,011 0,070 26,148
P25 29,893 0,203 6,980 6,527 0,043 70,000 0,350 16,800 10,154 0,017 0,074 38,571
P50 38,070 0,220 7,701 9,231 0,046 70,000 1,050 19,590 15,455 0,025 0,350 50,798
P75 54,250 0,241 9,060 12,162 0,050 122,500 1,050 22,653 21,006 0,025 0,400 61,967
P80 63,950 0,241 9,653 12,656 0,053 122,500 1,050 23,090 24,533 0,025 0,440 69,107
P90 91,751 0,353 11,061 19,444 0,086 122,500 1,050 26,667 30,274 0,025 0,670 81,124
P95 111,270 0,431 12,830 28,525 0,132 204,500 1,360 29,458 42,805 0,026 1,873 103,777
maximum 442,857 2,120 51,461 41,071 0,201 650,000 3,300 59,036 385,156 0,048 11,720 489,225
toets gemiddelde + ++ +++
gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur -> klasse landbouw/natuur gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse wonen en boven de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur-> klasse wonen gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse industrie en boven de maximale waarde voor klasse wonen -> klasse industrie gemiddelde gemeten boven de maximale waarde voor klasse industrie -> niet toepasbaar
toets 95-percentielwaarde P95 gemeten beneden de interventiewaarde + P95 gemeten boven de interventiewaarde toets heterogeniteit < 0,2 0,2 - 0,5 0,5 - 0,7 > 0,7
weinig heterogeniteit beperkte heterogeniteit heterogeniteit sterke heterogeniteit
≤ achtergrondwaarde > achtergrondwaarde en ≤ maximale waarde wonen (klasse wonen) > maximale waarde wonen en ≤ maximale waarde industrie (klasse industrie) > maximale waarde industrie en ≤ interventiewaarde (niet toepasbaar) > interventiewaarde (niet toepasbaar)
gemiddelde standaarddeviatie 53,053 51,756 0,264 0,217 9,081 6,419 11,035 7,047 0,056 0,031 100,754 80,088 0,811 0,456 20,555 6,895 25,166 49,284 0,022 0,006 0,569 1,336 59,583 52,283
Heterogeniteit toets gemiddelde 0,068 0,045 0,156 0,020 0,527 0,005 0,244 0,070 0,032 0,047 0,134
-
toets P95 achtergrond-waarde -
0,600 15,000 40,000 0,150 190,000 1,500 35,000 50,000 0,020 1,500 140,000
maximale waarde maximale waarde wonen industrie 1,200 35,000 54,000 0,830 190,000 88,000 39,000 210,000 0,040 6,800 200,000
4,300 190,000 190,000 4,800 500,000 190,000 100,000 530,000 0,500 40,000 720,000
interventie-waarde 13,000 190,000 190,000 36,000 5000,000 190,000 100,000 530,000 1,000 40,000 720,000
3 - Zone 03: Lintbebouwing - 0 - 50 lutum humus
Alle waarden zijn opgenomen in standaardbodem (lutum=25%, humus=10%)
10,717 6,387
Stofnaam barium (Ba) cadmium (Cd) cobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) minerale olie (C10-C40) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) lood (Pb) PCB (som 7) PAK (10) zink (Zn)
Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
aantal minimum 25 29,726 25 0,169 25 5,951 25 7,241 25 0,040 26 16,897 25 1,050 25 13,417 25 16,505 26 0,002 25 0,184 25 56,026
P5 42,810 0,178 6,815 10,798 0,052 21,569 1,050 17,231 25,384 0,003 0,272 60,671
P25 57,357 0,208 7,605 18,792 0,117 41,563 1,050 18,834 38,864 0,007 0,500 92,292
P50 71,404 0,286 8,216 21,622 0,156 57,655 1,050 20,044 51,477 0,009 0,850 112,153
P75 108,731 0,435 9,606 28,085 0,188 119,936 1,050 23,896 77,707 0,012 1,700 134,256
P80 115,283 0,463 9,947 32,930 0,208 132,432 1,050 24,423 84,281 0,013 1,748 142,402
P90 134,388 0,528 10,469 40,390 0,264 188,372 1,050 25,862 151,607 0,023 3,260 161,511
P95 319,488 0,541 12,327 44,634 0,293 211,392 1,050 27,060 182,831 0,029 7,300 191,476
maximum 2092,500 0,582 15,703 96,830 0,378 285,000 1,600 34,507 327,471 0,042 16,000 414,961
toets gemiddelde + ++ +++
gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur -> klasse landbouw/natuur gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse wonen en boven de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur-> klasse wonen gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse industrie en boven de maximale waarde voor klasse wonen -> klasse industrie gemiddelde gemeten boven de maximale waarde voor klasse industrie -> niet toepasbaar
toets 95-percentielwaarde P95 gemeten beneden de interventiewaarde + P95 gemeten boven de interventiewaarde toets heterogeniteit < 0,2 0,2 - 0,5 0,5 - 0,7 > 0,7
weinig heterogeniteit beperkte heterogeniteit heterogeniteit sterke heterogeniteit
≤ achtergrondwaarde > achtergrondwaarde en ≤ maximale waarde wonen (klasse wonen) > maximale waarde wonen en ≤ maximale waarde industrie (klasse industrie) > maximale waarde industrie en ≤ interventiewaarde (niet toepasbaar) > interventiewaarde (niet toepasbaar)
gemiddelde standaarddeviatie 168,201 405,976 0,328 0,133 8,790 2,054 26,696 17,419 0,162 0,078 88,485 67,898 1,072 0,110 21,355 4,235 73,599 68,137 0,012 0,009 1,901 3,360 125,426 69,104
Heterogeniteit toets gemiddelde 0,098 0,031 0,226 0,052 0,612 0,000 0,151 0,328 0,053 0,183 0,226
-
toets P95 achtergrond-waarde -
0,600 15,000 40,000 0,150 190,000 1,500 35,000 50,000 0,020 1,500 140,000
maximale waarde maximale waarde wonen industrie 1,200 35,000 54,000 0,830 190,000 88,000 39,000 210,000 0,040 6,800 200,000
4,300 190,000 190,000 4,800 500,000 190,000 100,000 530,000 0,500 40,000 720,000
interventie-waarde 13,000 190,000 190,000 36,000 5000,000 190,000 100,000 530,000 1,000 40,000 720,000
3 - Zone 03: Lintbebouwing - 50 - 200 lutum humus
Alle waarden zijn opgenomen in standaardbodem (lutum=25%, humus=10%)
11,716 9,604
Stofnaam barium (Ba) cadmium (Cd) cobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) minerale olie (C10-C40) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) lood (Pb) PCB (som 7) PAK (10) zink (Zn)
Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
aantal minimum 23 22,723 24 0,073 24 3,984 24 5,738 24 0,038 24 23,333 24 0,750 24 8,167 24 9,140 23 0,001 22 0,082 22 25,064
P5 25,262 0,089 4,464 6,129 0,039 27,322 1,050 14,632 10,026 0,001 0,131 26,937
P25 28,840 0,165 7,039 10,331 0,049 58,013 1,050 17,269 16,409 0,006 0,350 39,089
P50 54,250 0,209 7,905 12,487 0,076 88,704 1,050 18,390 28,723 0,013 0,350 51,785
P75 73,915 0,241 9,564 22,949 0,210 122,500 1,050 21,094 61,005 0,023 0,370 72,385
P80 81,365 0,264 9,690 25,715 0,232 122,500 1,050 22,409 83,998 0,025 0,426 73,806
P90 165,889 0,432 10,600 48,115 0,428 122,500 1,050 25,208 168,021 0,025 1,411 83,129
P95 204,159 0,608 12,497 60,844 0,465 122,500 1,050 31,741 186,701 0,025 1,986 255,702
maximum 355,208 1,248 12,866 75,545 0,504 122,500 1,500 33,456 269,231 0,026 30,402 330,140
toets gemiddelde + ++ +++
gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur -> klasse landbouw/natuur gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse wonen en boven de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur-> klasse wonen gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse industrie en boven de maximale waarde voor klasse wonen -> klasse industrie gemiddelde gemeten boven de maximale waarde voor klasse industrie -> niet toepasbaar
toets 95-percentielwaarde P95 gemeten beneden de interventiewaarde + P95 gemeten boven de interventiewaarde toets heterogeniteit < 0,2 0,2 - 0,5 0,5 - 0,7 > 0,7
weinig heterogeniteit beperkte heterogeniteit heterogeniteit sterke heterogeniteit
≤ achtergrondwaarde > achtergrondwaarde en ≤ maximale waarde wonen (klasse wonen) > maximale waarde wonen en ≤ maximale waarde industrie (klasse industrie) > maximale waarde industrie en ≤ interventiewaarde (niet toepasbaar) > interventiewaarde (niet toepasbaar)
gemiddelde standaarddeviatie 76,033 78,079 0,264 0,242 8,162 2,303 20,918 18,570 0,154 0,148 81,920 35,215 1,056 0,113 19,794 5,389 58,284 68,400 0,013 0,009 1,823 6,398 74,633 74,956
Heterogeniteit toets gemiddelde 0,140 0,046 0,365 0,092 0,307 0,000 0,263 0,368 0,049 0,048 0,394
-
toets P95 achtergrond-waarde -
0,600 15,000 40,000 0,150 190,000 1,500 35,000 50,000 0,020 1,500 140,000
maximale waarde maximale waarde wonen industrie 1,200 35,000 54,000 0,830 190,000 88,000 39,000 210,000 0,040 6,800 200,000
4,300 190,000 190,000 4,800 500,000 190,000 100,000 530,000 0,500 40,000 720,000
interventie-waarde 13,000 190,000 190,000 36,000 5000,000 190,000 100,000 530,000 1,000 40,000 720,000
5 - Zone 05: Lichte industrie en bedrijven - 0 - 50 lutum humus
Alle waarden zijn opgenomen in standaardbodem (lutum=25%, humus=10%)
9,215 2,151
Stofnaam barium (Ba) cadmium (Cd) cobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) minerale olie (C10-C40) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) lood (Pb) PCB (som 7) PAK (10) zink (Zn)
Eenheid mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
aantal minimum 56 22,842 56 0,181 56 4,548 56 6,231 56 0,005 58 27,451 56 0,350 55 8,167 60 7,727 56 0,006 56 0,073 56 15,313
P5 30,677 0,193 5,842 6,739 0,038 38,228 0,350 11,953 9,936 0,010 0,078 32,524
P25 38,053 0,225 7,383 7,241 0,045 57,316 0,350 17,500 11,019 0,017 0,280 53,623
P50 54,250 0,241 8,032 11,215 0,050 74,216 1,050 20,417 19,522 0,025 0,362 65,758
P75 77,344 0,316 9,292 16,680 0,058 122,500 1,050 23,123 33,835 0,025 1,120 97,778
P80 108,500 0,340 9,855 17,694 0,067 122,500 1,050 25,021 37,525 0,025 1,607 121,467
P90 162,750 0,394 11,464 20,880 0,118 229,000 1,050 26,888 47,582 0,028 3,450 139,074
P95 173,054 0,462 13,975 23,390 0,136 300,000 1,250 29,763 60,561 0,050 5,225 188,872
maximum 379,750 0,719 17,930 43,299 0,406 636,364 2,100 35,000 318,569 0,300 17,000 231,366
toets gemiddelde + ++ +++
gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur -> klasse landbouw/natuur gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse wonen en boven de maximale waarde voor klasse landbouw/natuur-> klasse wonen gemiddelde gemeten beneden de maximale waarde voor klasse industrie en boven de maximale waarde voor klasse wonen -> klasse industrie gemiddelde gemeten boven de maximale waarde voor klasse industrie -> niet toepasbaar