Bijlage 2 - Bijlagen bij Toelichting en Regels Du Meelaan 578-582, 588_verkleind
Tekst van het document
2.3
Toename van stikstofdepositie
Elke toename in stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op een overbelast stikstofgevoelig instandhoudingsdoel (habitattype of leefgebied) is in potentie een significant negatief effect. Een dergelijke toename in stikstofdepositie betekent daardoor dat het project niet zonder meer vergunbaar is onder de Wet natuurbescherming. Als uit de berekening van de aanleg- en gebruiksfase voor de beoogde situatie blijkt dat sprake is van een toename van stikstofdepositie, kan een verschilberekening gemaakt worden. Een verschilberekening bestaat uit een berekening van de referentiesituatie en de nieuwe situatie. Als uit deze verschilberekening volgt dat sprake is van een afname van stikstofdepositie in de nieuwe situatie t.o.v. de referentiesituatie, kan geoordeeld worden dat geen sprake is van een toename van stikstofdepositie en kan (mogelijk) uit de vergunningplicht gebleven worden. Dit wordt intern salderen genoemd. Indien significante negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten zijn, dient een passende beoordeling te worden gemaakt, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. Wanneer uit de passende beoordeling de zekerheid wordt verkregen dat het project geen significante gevolgen heeft kan deze zonder vergunning worden uitgevoerd.
Indien significante effecten niet zijn uit te sluiten dan kunnen de volgende stappen doorlopen worden: Beoordeling significantie Mitigatie Interne saldering Externe saldering Beroep doen op eventueel vrijgekomen emissieruimte uit het stikstof registratie systeem. ADC-toets
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 8
Deze rapportage beperkt zich vooralsnog tot een beschrijving van de uitgevoerde AERIUS-berekening. Mocht uit de AERIUS-berekening blijken dat een significant negatief effect op het nabijgelegen Natura 2000-gebied niet op voorhand uit te sluiten is, wordt in overleg met u als opdrachtgever besproken wat de mogelijke te nemen stappen zijn.
2.4
Stikstof Registratie Systeem (SSRS)
Sinds 24 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouw en een beperkt aantal grote infraprojecten. Voorwaarde voor het stikstofregistratiesysteem is dat er eerst stikstofruimte wordt gecreëerd door maatregelen die de stikstofneerslag verminderen. De verlaging overdag van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur is de eerste maatregel die stikstofruimte heeft opgeleverd. Er zijn voor woningbouw twee mogelijkheden om op basis van het stikstofregistratiesysteem aan een natuurvergunning te komen. De eerste route loopt direct via de provincie. De beslistermijn voor een natuurvergunning is dan 13 weken, met een mogelijke verlenging van zeven weken. Een tweede route loopt via de gemeente. In dat geval maakt de aanvraag voor de natuurvergunning deel uit van de aanvraag voor de omgevingsvergunning. De gemeente moet vervolgens de natuurvergunning aanvragen bij de provincie die deze inhoudelijk beoordeelt. In het laatste geval geldt een beslistermijn van 26 weken, met een mogelijke verlenging van zes weken.
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 9
3
Stikstofdepositie projectlocatie
3.1
Onderzoeksopzet en afbakening
In dit onderzoek zijn de NOx en NH3 emissies gedurende de aanlegfase en de gebruiksfase in kaart gebracht. De bouw van de appartementen zal worden uitgevoerd door mobiele werktuigen ter plaatse. De aan- en afvoer van materiaal zal worden gedaan door vrachtwagens. Daarnaast zullen er nog vervoersbewegingen zijn van licht en middelzwaar verkeer. Voor deze bronnen wordt de NOx uitstoot berekend. De emissieberekeningen tijdens de gebruiksfase zijn gebaseerd op eventuele emissies door gebruik van aardgas en de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling.
3.2
Emissies aanlegfase
De stikstofdepositie als gevolg van het brandstof aangedreven materieel tijdens de aanlegfase is berekend met de AERIUS-calculator 2019A. Vrachtwagens en werk- en personenverkeer zijn als lijnbronnen gemodelleerd, overige bronnen als oppervlaktebronnen. Voor zover mogelijk zijn de emissiefactoren opgenomen. De aanlegfase is berekend als tijdelijk project vanaf het jaar 2020. Om een worst case situatie te creëren wordt al het in te zetten materiaal tijdens de gehele aanlegfase in één jaar (2020) gemodelleerd.
3.2.1
Emissiefactoren mobiele werktuigen
Afhankelijk van het bouwjaar van het materieel en de brandstof is de emissiefactor bepaald. Voor de emissiekarakteristieken zijn de standaardwaarden van AERIUS-calculator gehanteerd: Een uitstoothoogte van 4 meter met een spreiding van 2 meter. De warmte-emissie is (worst-case) 0 MW. De emissies van de mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als oppervlaktebron. 3.2.2
Emissies aanlegfase
Tijdens de sloop en bouwperiode ontstaan NOx-emissies door de inzet van mobiele werktuigen, auto’s en vrachtwagens. Op basis van het project is een inschatting gemaakt van de in te zetten mobiele werktuigen. De onderstaande tabel geeft daarmee een indicatie. De sloop van de bestaande panden is ondergebracht in de fase van het bouwrijp maken. De overige fasen in onderstaande tabel hebben betrekking op de bouw. Wanneer een aannemer is gevonden om de werkzaamheden uit te gaan voeren, zal bezien moeten worden in hoeverre dit realistisch is voor deze locatie en het beoogde plan. Na invoer van de mobiele werktuigen in de AERIUS calculator 2019A, blijkt er nog een ruimte te zijn van circa 120 Kg aan stikstofemissie voordat de kritische drempelwaarde van 0,00 mol/ha/j overschreden wordt. Dit betekent dat er nog ruimte is om het arsenaal aan mobiele werktuigen uit te breiden.
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 10
Tabel 1. Inschatting van de in te zetten mobiele werktuigen.
Naast het bouwmaterieel wordt ervan uitgegaan dat er per dag 20 werkbusjes van en naar de locatie rijden. Voor licht en zwaar vrachtverkeer wordt dat beide geraamd op 10 voertuigen. Voor het aantal vervoersbewegingen wordt met een verdubbeling van het aantal voertuigen gerekend. Tabel 2. Te verwachten bouwverkeer.
Voor de aan en afvoer van materiaal en personen tijdens de bouw is uitgegaan van één ontsluitingsweg. Het filepercentage voor bouwverkeer is ingesteld op 0, aangezien wordt aangenomen dat bouwverkeer niet tijdens spitstijden op de weg is.
3.3
Emissies gebruiksfase
Het onderzoeksgebied voor de gebruiksfase wordt bepaald door het gebied waarbinnen effecten als gevolg van het plan kunnen worden verwacht. Afhankelijk van het type woningen wordt de verkeersaantrekkende werking bepaald en de eventuele uitstoot van NOx als gevolg van aardgasgebruik meegenomen in de berekening. 3.3.1
Emissie wegverkeer
In de gebruiksfase zal het gebruik van fossiele brandstoffen met name gelegen zijn in het autoverkeer van de gebruikers en bezoekers van de gebouwen. Voor de verkeersgeneratie naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling worden de kengetallen van het CROW (publicatie 381) gebruikt. De gemeente Zoetermeer, waar de projectlocatie ligt wordt, met een omgevingsadressendichtheid van 2.507, aangemerkt als zeer sterk stedelijk gebied.
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 11
Binnen Zoetermeer ligt de projectlocatie in de schil van het centrum. Voor de berekening van de verkeersaantrekkende werking wordt worst-case uitgegaan van dure koopappartementen. Op basis van deze gegevens de maximale verkeersgeneratie bepaald worden (zie tabel 3). Tabel 3. Verkeersgeneratie per etmaal
In totaal zal de ontwikkeling een verkeersgeneratie van circa 445 verkeersbewegingen per etmaal met zich meebrengen. Er wordt op basis van CROW-kengetallen ervan uitgegaan dat daarvan per woning 0,02 vrachtverkeerbewegingen betreffen, wat neerkomt op circa 1,5 vrachtwagenbeweging per etmaal. Om te bepalen in hoeverre deze voertuigen in de file staan is op basis van de NSL-monitoringstool de stagnatiefactor bepaald. Rondom de projectlocatie is de stagnatiefactor op de wegen <10%. In de AERIUS-calculator is derhalve een filepercentage van 10% opgenomen. Figuur 6. Stagnatiefactor verkeer rondom de projectlocatie
De volgende wegvakken zijn in de berekening opgenomen: - Du Meelaan – Lyonpad – Denmarkenlaan – aansluiting op de Europaweg; - Du Meelaan – Van Aalstlaan –aansluiting op de Australiëweg. Buiten deze wegen wordt het verkeer geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld omdat het verkeer zich in hoeveelheid, snelheid, rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden.
3.3.2
Emissie gebouwen/ functies
De woningen worden niet aangesloten op het gas, derhalve is er geen emissiebron voor gasgebruik opgenomen.
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 12
3.4
AERIUS-berekeningen
Er is een stikstofberekening uitgevoerd voor de aanlegfase en de gebruiksfase. Met de AERIUS-calculator zijn de eerdere genoemde emissiebronnen gemodelleerd. Berekening aanlegfase Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van de volgende emissiebronnen: - Mobiele werktuigen zoals opgenomen in tabel 1. - Verkeersbewegingen zoals opgenomen in tabel 2. Emissies die vrijkomen bij de inzet van werktuigen en bijvoorbeeld verwarming van gebouwen zijn gemodelleerd als oppervlaktebron. Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron. Na berekening van de stikstofdepositie concludeert de AERIUS-calculator dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de aanlegfase. In bijlage 1 zijn de invoergegevens voor de aanlegfase weergegeven. Berekening gebruiksfase In de gebruiksfase wordt uitgegaan van de volgende emissiebronnen: - 72 appartementen (gasloos) - Verkeersgeneratie van 445 vervoersbewegingen licht verkeer per etmaal - Verkeersgeneratie van 1,5 vervoersbeweging zwaar verkeer per etmaal Na berekening van de stikstofdepositie concludeert de AERIUS-calculator dat er geen rekenresultaten zijn hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de gebruiksfase. In bijlage 2 zijn de invoergegevens voor de gebruiksfase weergegeven.
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 13
4
Conclusies
De AERIUS-calculator 2019A geeft als uitkomst van de berekening dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het aspect stikstof vormt geen belemmering bij de realisatie van het voorgenomen initiatief en het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming lijkt dan ook niet noodzakelijk. Met de voor de berekening gebruikte invoergegevens voor de mobiele werktuigen en verkeersbewegingen is het niet nodig gebruik te maken van eventueel vrijgekomen ruimte in het stikstof registratie systeem (SSRS). Met de ingevoerde gegevens voor de aanlegfase is er na berekening met de AERIUS-calculator 2019A nog circa 120 Kg resterende ruimte aan stikstofemissie door mobiele werktuigen op de projectlocatie voordat de kritische drempelwaarde van 0,00 mol/ha/j wordt overschreden. Concreet betekent dat er nog ruimte is voor extra inzet van mobiele werktuigen ten opzichte van de in dit rapport opgenomen inzet. De AERIUS-analysebestanden van de uitgevoerde berekeningen met rekenresultaten hebben het kenmerk: - AERIUS_gml_Du Meelaan Aanlegfase. - AERIUS_gml_Du Meelaan Gebruiksfase. Deze bestanden kunnen ter beschikking worden gesteld aan het bevoegde gezag.
Mees Ruimte & Milieu | 19342.11.
Pagina | 14
Bijlage
Uitdraai AERIUS-calculator Du Meelaan, Zoetermeer aanlegfase, 22 september 2020
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 1/8
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Mees Ruimte & Milieu
Du Meelaan, xxxx Zoetermeer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Du Meelaan Zoetermeer
RkVqZn63tXtZ
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 september 2020, 09:09
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
532,92 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Inschatting mobiele werktuigen aanlegfase Du Meelaan, rekenjaar 2020
Aanlegfase
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 2/8
Resultaten
Locatie Aanlegfase
Emissie Aanlegfase
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Projectlocatie Anders... | Anders...
-
-
Mobiele werktuigen aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
-
496,36 kg/j
< 1 kg/j
36,56 kg/j
Route Bouwverkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Aanlegfase
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 3/8
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Resultaten
Aanlegfase
Projectlocatie 94310, 452746 0,0 m 0,9 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 4/8
Resultaten
Naam
Locatie (X,Y) NOx
Resultaten
Aanlegfase
Mobiele werktuigen aanlegfase 94310, 452746 496,36 kg/j
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 5/8
Resultaten
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
Rupskraan 230kW Stage III Sloop
4,0
2,0
0,0 NOx
19,87 kg/j
AFW
Graafmachine 124kW Stage III (Bouwrijp)
4,0
2,0
0,0 NOx
17,26 kg/j
AFW
Shovel 106kW Stage III (Bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
53,42 kg/j
AFW
Heistelling 237 kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
112,62 kg/j
AFW
Hydraulische kraker 43kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
3,92 kg/j
AFW
Mobiele kraan 270kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
116,64 kg/j
AFW
Graafmachine 126kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
35,08 kg/j
AFW
Betonpomp 200kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
28,80 kg/j
AFW
Torenkraan elektrisch (bouw)
4,0
2,0
0,0
AFW
Mobiele kraan 270kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
58,32 kg/j
AFW
Hoogwerker 10kW Stage III (bouw)
4,0
2,0
0,0 NOx
7,94 kg/j
AFW
Shovel 106kW Stage III (oplevering)
4,0
2,0
0,0 NOx
40,07 kg/j
AFW
trilplaat 10kW (oplevering)
4,0
2,0
0,0 NOx
2,41 kg/j
Aanlegfase
Brandstof verbruik (l/j)
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 6/8
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Route Bouwverkeer 94758, 452568 36,56 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
8.000,0 / jaar NOx NH3
3,13 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
4.000,0 / jaar NOx NH3
13,28 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
4.000,0 / jaar NOx NH3
20,16 kg/j < 1 kg/j
Aanlegfase
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 7/8
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200805_f3dee6357e Database versie 2019A_20200805_f3dee6357e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Aanlegfase
RkVqZn63tXtZ (22 september 2020) pagina 8/8
Bijlage
Uitdraai AERIUS-calculator Du Meelaan, Zoetermeer gebruiksfase, 22 september 2020
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rg1GXhbT7J6u (22 september 2020) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Mees Ruimte & Milieu
Du Meelaand, xxxx Zoetermeer
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Du Meelaan Zoetermeer
Rg1GXhbT7J6u
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 september 2020, 09:04
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
129,60 kg/j
NH3
7,29 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase Du Meelaan, rekenjaar 2021
Gebruiksfase
Rg1GXhbT7J6u (22 september 2020) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Gebruiksfase
Emissie Gebruiksfase
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
Gebruiksverkeer Route 1 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
3,78 kg/j
67,20 kg/j
Gebruiksverkeer Route 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
3,51 kg/j
62,40 kg/j
Projectlocatie Anders... | Anders...
Resultaten
Gebruiksfase
Rg1GXhbT7J6u (22 september 2020) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Gebruiksfase
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Gebruiksverkeer Route 1 94048, 452979 67,20 kg/j 3,78 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
445,0 / etmaal NOx NH3
64,28 kg/j 3,74 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1,5 / etmaal NOx NH3
2,91 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Projectlocatie 94310, 452746 0,0 m 0,9 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
Gebruiksverkeer Route 2 94758, 452568 62,40 kg/j 3,51 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
445,0 / etmaal NOx NH3
59,70 kg/j 3,47 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
1,5 / etmaal NOx NH3
2,71 kg/j < 1 kg/j
Gebruiksfase
Rg1GXhbT7J6u (22 september 2020) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200805_f3dee6357e Database versie 2019A_20200805_f3dee6357e Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A
Resultaten
Gebruiksfase
Rg1GXhbT7J6u (22 september 2020) pagina 5/5
Bijlage II Ecologisch onderzoek
R072383ab.19GOUYI.jwi | versie 04_001 | 30 september 2020
Bijlage III
L
uchtkwaliteitsonderzoek
R072383ab.19GOUYI.jwi | versie 04_001 | 30 september 2020
Notitie
Datum:
14 mei 2020
Project:
Uw kenmerk: Ons kenmerk: Versie:
V072383aa.19GWI9F.rk 02_001
Locatie: Betreft:
Du Meelaan 578-588 | van bedrijven naar wonen Zoetermeer Onderzoek luchtkwaliteit
Inleiding Het plan is ontwikkeld om op de Du Meelaan 578-588 in Zoetermeer, op de locatie van huidige bedrijfspanden, een appartementencomplex met 49 appartementen te realiseren. In opdracht van Badloe Adviesgroep BV heeft LBP|SIGHT in het kader van de ruimtelijke procedure onderzoek gedaan naar de gevolgen van dit plan op het aspect luchtkwaliteit.
Toetsingskader Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm) omvat luchtkwaliteitseisen die van belang zijn voor ruimtelijke procedures. Op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wet milieubeheer kan de bevoegdheid tot het vaststellen van een bestemmingsplan, waarvan de uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, worden uitgeoefend indien aannemelijk is gemaakt dat: - deze uitoefening niet leidt tot het overschrijden of waarschijnlijk overschrijden van een in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarde. - de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van die uitoefening of toepassing per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of - bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregel of een door die uitoefening of toepassing optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert. - deze uitoefening niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 van de Wm een grenswaarde is opgenomen. - deze uitoefening is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, een ontwikkeling of voorgenomen besluit die is genoemd of beschreven in, dan wel past binnen of in elk geval niet in strijd is met vastgesteld programma (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, NSL).
In artikel 2 van het ‘Besluit Niet in Betekenende Mate bijdragen’ (NIBM) is bepaald dat een plan of ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt, als aannemelijk is gemaakt dat de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel fijn stof als stikstofdioxide de 3%-grens niet overschrijdt (zijnde 3% van de grenswaarde). De 3%-grens komt overeen met een verslechtering van de luchtkwaliteit met 1,2 μg/m 3 jaargemiddeld.
Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007093159B01
In de ‘Regeling Niet in Betekenende Mate bijdragen’ is voor bepaalde categorieën van projecten de 3%-grens getalsmatig geconcretiseerd. Voor deze categorieën is het wettelijk geregeld dat in die gevallen de negatieve effecten de 3%-grens in ieder geval niet overschrijden. Dit betekent dat in de aangewezen gevallen zelfs geen indicatieve berekening hoeft plaats te vinden en dat het project zonder verdere motivering of toetsing door kan gaan.
Planbijdrage Het plan voorziet in de realisatie van 49 appartementen op de locatie van huidige bedrijfspanden. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een plan met ten hoogste 1.500 woningen en één ontsluitingsweg in ieder geval ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Op basis hiervan kan gesteld worden dat het beoogde plan qua omvang ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt inzicht gegeven in de heersende luchtkwaliteit op de planlocatie. Hiervoor is vanuit de monitorkaarten van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)1 voor de maatgevende stoffen (fijn stof, zeer fijn stof en stikstofdioxide) bij zeven nabijgelegen rekenpunten (zie figuur 1) de heersende luchtkwaliteit beoordeeld.
Figuur 1 NSL Rekenpunten nabij Du Meelaan 578-588 in Zoetermeer, 2020
1
https://www.nsl-monitoring.nl, toetsjaar 2020, monitoringsronde NSL, 2018. toegepast als meest recente beschikbare gegevens.
V072383aa.19GWI9F.rk | versie 02_001 | 14 mei 2020
2
Uit de rekenresultaten van de betreffende NSL rekenpunten blijkt het volgende. - De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) is 21,5 g/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 40 g/m3. - De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) is 20,1 g/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 40 g/m3. - Het hoogst optredende aantal overschrijdingen van de etmaalnorm voor fijn stof (PM 10) is 8. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 35. - De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie zeer fijn stof (PM2.5) is 12,1 g/m3. Hiermee wordt ruim voldaan aan de geldende grenswaarde van 25 g/m3. Cumulatie (artikel 5 Besluit NIBM) Artikel 5 van het Besluit NIBM bepaalt dat naburige, en van dezelfde infrastructuur gebruikmakende, projecten tezamen als één geheel beschouwd worden als die projecten binnen de termijn van het NSL gerealiseerd worden. Dit geldt alleen voor projecten die individueel met het Besluit NIBM tot stand zouden kunnen komen. Er zijn geen naburige projecten bekend die gecumuleerd met de beoogde herbestemming van de Du Meelaan 578-588 resulteren in een overschrijding van de grenswaarden uit het besluit NIBM. Hiermee is op juiste wijze invulling gegeven aan artikel 5 van het Besluit NIBM.
Conclusie De ontwikkeling van het beoogde plan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentraties stikstofdioxide en fijn stof. Dit betekent dat de ontwikkeling voldoet aan het wetgevende kader voor luchtkwaliteit, zoals vastgelegd in titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Daarnaast wordt voldaan in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
LBP|SIGHT BV
ir. R.A. Kraaijenbrink
dr. H.A.E. (Dirk-Jan) Simons
V072383aa.19GWI9F.rk | versie 02_001 | 14 mei 2020
3
Bijlage IV Verkennend bodemonderzoek
R072383ab.19GOUYI.jwi | versie 04_001 | 30 september 2020
Verkennend en nader bodemonderzoek Du Meelaan 578-588 Zoetermeer 30 april 2020
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Verantwoording Titel
Verkennend en nader bodemonderzoek
Opdrachtgever
Badloe Adviesgroep
Projectleider
Maarten Hamersma
Du Meelaan 578-588 Zoetermeer
Auteur(s)
Danny de Graaff
Tweede lezer
Harm Landman
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Niels Koetsier, Pascal Spierings, Carolien Drost en Laye Dieme van Tauw (allen onder certificaatnummer K54913), P.J. Klok van VCMi (certificaatnummer K23753/12), Reint den Boer en Tommy Gijsbertsen van Sialtech (certificaatnummer VB-059)
Projectnummer
1275311
Aantal pagina’s
22 (exclusief bijlagen)
Datum
30 april 2020
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Rhijnspoor 209 Postbus 6 2900 AA Capelle aan den IJssel T +31 10 28 86 10 0 E info.rotterdam@tauw.com
2/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 6
3
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 6
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 7
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................ 8
2.4
Overzicht verdachte deellocaties ....................................................................................... 9
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................. 11
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................. 12
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie .......................................... 12
2.8
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek .......................................................... 12
2.9
Terreinverkenning ............................................................................................................ 13
2.10
Hypothese verontreinigingssituatie .................................................................................. 13
2.11
Aanbevelingen ................................................................................................................. 13
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 14 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 14
3.1.1
4
5
6
Specifiek onderzoek naar waargenomen oliefilm ..................................................... 14
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 15
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 17
Resultaten ............................................................................................................................... 17 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 17
4.2
Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 18
4.3
Conclusies en aanbevelingen verkennend bodemonderzoek.......................................... 19
Resultaten afperkend onderzoek ............................................................................................ 20 5.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 20
5.2
Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 21
Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................. 22 6.1
Conclusies........................................................................................................................ 22
6.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 22
3/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Foto’s terreinverkenning
4/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
1 Inleiding In opdracht van Badloe Adviesgroep heeft Tauw een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 57401 en een nader bodemonderzoek volgens NTA 5755 uitgevoerd aan de Du Meelaan 578-588 in Zoetermeer. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is: De voorgenomen nieuwbouw en de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen Het doel van het bodemonderzoek is:
Het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem
Het vaststellen of de aanwezigheid van de ondergrondse opslagtank heeft geleid tot bodemverontreiniging
In september 2019 heeft Tauw een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Du Meelaan 578-5882, welke is voorgelegd aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Uit de beoordelingsbrief met kenmerk ODH-2020-00014144 kwam naar voren dat aanvullende informatie nodig was. Na het aanleveren van aanvullend vooronderzoek3 en een aangevulde onderzoeksopzet4, werden de laatste eisen voor een voldoende bodemonderzoek duidelijk uit de beoordelingsbrief met kenmerk ODH-2020-00035030. In onderhavig rapport zijn de resultaten van het vorige verkennend bodemonderzoek2 opgenomen, en aangevuld met de gestelde eisen om een volledig beeld te kunnen geven van de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
1
NEN 5740: Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 2 Tauw, Verkennend bodemonderzoek, Locatie Du Meelaan 578-588 te Zoetermeer, kenmerk R001-1270598GVS-V02-bom-NL, d.d. 13 september 2019 3 Tauw, Aanvullend vooronderzoek Du Meelaan 578-588 Zoetermeer, kenmerk R001-1275311HMS-V01-nnc-NL, d.d. 5 maart 2020 4 Tauw, Goedkeuringsverzoek onderzoekstrategie bodemonderzoek Du Meelaan 578-588, Zoetermeer, kenmerk L0011275311HMS-V01-bom-NL, d.d. 9 maart 2020 5/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 57255 uitgevoerd en aangevuld aan de hand van de beoordelingsbrieven van de ODH6,7. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. In paragraaf 2.7 zijn de onderzoeksvragen en antwoorden hierop beschreven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie en een kaart met de ligging van relevante bevindingen zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Du Meelaan 578-588
Locatieccode
AA063701099
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Zegwaard, B, 5558 en 5638
Publiekrechtelijke beperking
Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster
RD-coördinaten (X/Y)
94285, 452771 en 94309, 452741
Oppervlakte (m2) / lengte (m)
2.880
Verharding (m2)
circa 2.800 (klinkers, stelconplaten en onverhard)
2
Bebouwing (m )
Circa 1.100
Voormalig gebruik
Kantoor/bedrijventerrein
Huidig gebruik
Kantoor/bedrijventerrein
Toekomstig gebruik
Woningbouw
Bodemfunctieklasse Atlas ODMH
Wonen
Bodemkwaliteitsklasse Atlas ODMH
Bovengrond: Wonen
Hoogte werkruimte (m) t.b.v. berekening veiligheidsklassen
Onbekend
Breedte werkruimte (m) t.b.v. berekening veiligheidsklassen
Onbekend
Verhouding hoogte/breedte werkruimte
Onbekend
Archeologie* Transect-rapport 2265, d.d. 19-06-2019
Zeer lage archeologische verwachting voor alle
conceptversie
perioden in het plangebied
Ondergrond: Wonen
* Geen verplicht onderdeel vanuit de NEN 5725
5
NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 ODH, Beoordeling verkennend en nader bodemonderzoek, locatie Du Meelaan 78-588 te Zoetermeer (AA063701099), kenmerk ODH-2020-00014144, d.d. 05 februari 2020 7 ODH, Beoordeling onderzoeksopzet, locatie Du Meelaan 578 te Zoetermeer (AA063701099), kenmerk ODH-2020-00035030, d.d. 17 maart 2020 6
6/22
Kenmerk
2.2
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In onderstaand figuur is de regionale bodemopbouw weergegeven. Deze gegevens zijn afkomstig van Dinoloket.
7/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Ter plaatse en in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen peilbuizen waarvan de grondwaterstromingsrichting direct van afgeleid kan worden. Echter, door de grondwaterstanden van de eerder door Tauw geplaatste peilbuizen8 te vergelijken met de oppervlakte waterstanden, kan lokaal de grondwaterstroming in het freatisch pakket afgeleid worden. Het peilbesluit voor de oppervlaktewateren nabij de onderzoekslocatie staat op -5,9 m NAP9. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewaterlichaam ligt noordelijk van de onderzoeklocatie, zie bijlage 2. Peilbuis 404 bevindt zich op -3,75 m NAP en de gemeten grondwaterstand ligt op 2,09 m-mv (-5,8 m NAP). Tussen de sloot en peilbuis 404 ligt peilbuis 402. Peilbuis 402 bevindt zich ook op 3,75 m-mv en de gemeten grondwaterstand ligt op 2,23 m-mv (-5,9 m NAP). Hieruit kan afgeleid worden dat het grondwater in noordelijke richting, richting de sloot stroomt. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat de verschillen tussen grondwaterstanden en oppervlaktewaterstanden klein is, waardoor de stromingssnelheden klein zijn. Informatie over de verticale grondwaterstroming is niet achterhaald.
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd:
Kadaster Omgevingsdienst Haaglanden en Omgevingsdienst Midden-Holland
Bodemloket
Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1950, 1970, 1989, 2018 Door de opdrachtgever aangeleverde informatie
Fysieke terreinverkenning (d.d. 07-06-2019 door Niels Koetsier en 31-03-2020 door Reint den Boer en Tommy Gijsbertsen (Sialtech))
8
Tauw, Verkennend bodemonderzoek Locatie Du Meelaan 578-588 te Zoetermeer, kenmerk R001-1270598GVS-V02-bom-NL, d.d. 13 september 2019 Waterschap Rijnland, Peilbesluiten via https://rijnland.maps.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=aeba2077e9c3492795023d802d43ba64. Laatst bezocht op 3-32020. 9
8/22
Kenmerk
2.4
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Overzicht verdachte deellocaties
Historische kaarten van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in onderstaande figuur. Tot 1960 bestond de onderzoekslocatie uit polder/landbouwgrond. Na 1970 is het gebied ontwikkeld tot bedrijventerrein. Er zijn o.a gedempte sloten te zien welke rond 1980 zijn gedempt.
1960
1980
1970
2018
9/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Op de locatie staan op dit moment twee autoverhuurbedrijven (Hertz Autoverhuur en Dollar Car Rental, agentschap van beide ligt bij Meerzicht en van Maanen Vof), occasionpark (Occasion Park Zoetermeer BV) en een skiboxverhuurbedrijf (Rent-a-Skibox, agentschap ligt bij Meerzicht van Maanen Vof). Tijdens de terreinverkenning van dinsdag 31 maart 2020 bleek dat er ter plaatse van het Occasion Park Zoetermeer bv alleen kantoren gevestigd zijn in het pand, wat niet als potentieel bodembedreigende activiteit wordt geacht. In het verleden was er ook een verkeersschool aanwezig op de onderzoekslocatie. Uit het vooronderzoek volgt dat op de locatie een ondergrondse dieseltank aanwezig is, behorend bij Meerzicht en Van Maanen Vof. De inhoud van de dieseltank is 6000 liter. De locatie van de dieseltank en bedrijven is weergegeven in bijlage 2. Verder is direct voorafgaand aan het veldwerk voor het eerdere bodemonderzoek een fysieke terreinverkenning uitgevoerd door de veldwerker. Hierbij zijn een autowasserij en dieselpomp waargenomen op locatie. De verdachte deellocaties zijn visueel weergegeven op de situatiekaart in bijlage 2. Ter plaatse van de autowasserij worden biologisch afbreekbare shampoos gebruikt. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat er geen incidenten hebben plaatsgevonden nabij/op de onderzoekslocatie en dieseltank.
De dieseltank en de autowasserij horen bij Meerzicht en van Maanen Vof en zijn beide nog in gebruik. Tabel 2.2 Overzicht verdachte deellocaties Activiteit / deellocatie
Start
Eind
Tracer parameters (op
Informatiebron
basis van o.a UBI-code) Dieseltank (ondergronds), Du
1986
Huidig
Minerale olie
Bodemloket
Onbekend
Nog
Fluorantheen, lood,
Fysieke
aanwezig
n-decaan en zink,
terreinverkenning
Meelaan 588 Autowasserij Du Meelaan 578588
detergenten
10/22
Kenmerk
2.5
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Asbestverdachtheid van de bodem
Tabel 2.3 Vooronderzoek asbest Asbestverdacht aspect
Verdacht? (ja/nee)
Informatiebron/toelichting
Puinhoudende grond
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde bronnen
Asbestverwerkende industrie
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde
Asbest in industriële voorzieningen
Onbekend
Het is onbekend of asbest is toegepast in
Asbestwegen –erven, -dammen en
Nee
Er zijn weliswaar dempingen aanwezig maar het
bronnen. industriele voorzieningen op de locatie. dempingen
wordt niet zinvol geacht deze als verdacht aan te merken voor asbest. Deze zijn vermoedelijk niet meer terug te vinden aangezien het hele terrein in 1980 bouwrijp gemaakt is
Historische ophogingen met
Onbekend
Het is onbekend of de locatie is opgehoogd.
Ja
De bebouwing is volgens de BAG-viewer
asbesthoudende bodem of baggerspecie Asbesthoudende bebouwing
afkomstig uit 1988. In deze periode werd al minder asbest in gebouwen toegepast, maar het kan niet worden uitgesloten. Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde
Glastuinbouw/kassen
Nee
Niet aanwezig.
Historische calamiteiten met asbest
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde
Funderingslaag
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde
Asbesthoudende beschoeiingen of
bronnen.
afperkingsschotten
bronnen. bronnen. Stortingen
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde bronnen.
Voormalige opslag met asbestverdacht
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde
materiaal (Voormalige) aanwezigheid van op- en
bronnen.
overslag van puin of mobiele
bronnen.
puinbrekers (Voormalige) aanwezigheid van depots
Nee
puinhoudende grond Aangetoond asbest in eerdere onderzoeken
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde bronnen.
Nee
Niet naar voren gekomen in geraadpleegde bronnen.
11/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Tijdens het veldwerk zal aandacht worden besteed aan de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (bijvoorbeeld puin) en indien dit wordt aangetroffen, zal het onderzoek opgeschaald worden met een asbestonderzoek.
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen puntbronnen bekend die de bodem verdacht maken voor PFAS-verbindingen10. Aangezien de afvoer van grond naar een verwerker geen aanleiding is voor onderhavig onderzoek is geen onderzoek op PFAS nodig.
2.7
Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie
Tabel 2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Locatie
Onderdeel
Korte samenvatting
Kenmerken
Datum
Du Meelaan 588
Verkennend onderzoek
Rapport kon niet
Fugro
28-04-1997
NVN 5740
worden ingezien.
B-7094/110
Er zijn weinig gegevens beschikbaar of weinig tot geen onderzoeken uitgevoerd op de locatie. Het rapport van het verkennend bodemonderzoek aan de Du Meelaan 588 kon niet worden ingezien, omdat dit niet beschikbaar is bij betreffende omgevingsdienst. Uiteindelijk werden er enkele rapporten toegestuurd ter inzage, welke niet relevant waren voor de onderzoekslocatie.
2.8
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek Wat is de afbakening van de locatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie is een bedrijventerrein waarop twee panden gelegen zijn en omringd wordt door parkeergelegenheid
Is er sprake van potentiele bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? De ondergrondse dieseltank en de autowasserij. De dieseltank is gelegen aan de westzijde van het pand van de Du Meelaan 588. De dieseltank en autowasserij zijn aangegeven in bijlage 2. Het vul- en ontluchtingspunt bevinden zich aan de zuidzijde van het pand, weergegeven in bijlage 3
Is de bodem asbestverdacht? De bebouwing is gerealiseerd in een periode waarin nog wel asbest gebruikt mocht worden, hierdoor is de bodem verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Aangezien de asbestverdachtheid alleen is gebaseerd op de bouwperiode, zal er specifiek onderzoek naar asbest worden uitgevoerd indien tijdens het veldwerk asbestverdacht materiaal wordt waargenomen in de bodem
10
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, 25 juni 2018. 12/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Ja, tijdens de terreinverkenning is een oliefilm aangetroffen op het maaiveld nabij de dieselpomp. Ook is er in eerder onderzoek een verontreiniging minerale olie aangetoond nabij de dieselpomp. Uit gegevens van de opdrachtgever komt naar voren dat de oorzaak van beide onbekend is
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee, dit wordt niet vermoed, wel zal aandacht zijn voor de ligging van de ondergrondse tank en zullen boorpunten zodanig gesitueerd worden dat volgens strategie VEP-OO wordt onderzocht of er eventueel bodemverontreiniging is ontstaan door aanwezigheid van de tank
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit is op basis van het vooronderzoek onvoldoende bekend, er dient bodemonderzoek uitgevoerd te worden
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek? Voor de gehele onderzoekslocatie wordt de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) aangehouden. Nabij de ondergrondse dieseltank zal onderzoek uitgevoerd worden volgens onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen (zoals puin) in het veld kan het onderzoek opgeschaald worden
2.9
Terreinverkenning
Op 7 juni 2019 is door N.J. Koetsier een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning is een oliefilm op de klinkers nabij de vloeistofdichte ondergrond bij de dieselpomp aangetroffen. Uit informatie van de opdrachtgever komt naar voren dat er geen bekende oorzaak van deze oliefilm is. Op 31 maart 2020 is door R.H. den Boer en T. Gijsbertsen (Sialtech) een aanvullende terreinverkenning uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Hieruit blijkt dat er geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaats hebben gevonden ter plaatse van het occasion park. Deze waarnemingen zijn weergegeven in bijlage 8. Er is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Met de terreinverkenning is het vooronderzoek afgerond.
2.10
Hypothese verontreinigingssituatie
Door de aanwezigheid van de dieselpomp, ondergrondse dieseltank en autowasserij wordt de onderzoekslocatie verdacht op het heterogeen voorkomen van verontreinigingen.
2.11
Aanbevelingen
Voor de gehele onderzoekslocatie wordt aangeraden de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) aan te houden. Nabij de ondergrondse dieseltank wordt aangeraden om het onderzoek uit te voeren volgens onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). 13/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
De veldwerkzaamheden zijn in twee rondes uitgevoerd. In de eerste ronde was de strategie onverdacht (ONV) uit de NEN 5740 gehanteerd2. Nadat het veldwerk was uitgevoerd, bleek uit de analyseresultaten dat het grondwater sterk verontreinigd is met minerale olie. Daarom was tijdens een nader onderzoek middels afperking getracht om de verontreiniging zowel horizontaal en verticaal in beeld te brengen middels de volgende strategie:
Naast de verontreinigde peilbuis is een diepere peilbuis en een snijdende peilbuis geplaatst. Op deze manier is verticaal onderzocht tot welke diepte de grondwaterverontreiniging zich bevindt en of er een eventuele drijflaag aanwezig is
Voor het horizontaal afperken van de verontreiniging zijn nog eens vier peilbuizen rondom in
een vak van circa 100 m2 geplaatst Omdat de grondanalyses uit de eerste veldwerkronde uit mengmonsters bestonden, zijn deze keer separate monsters geanalyseerd om een eventuele grondverontreiniging goed in beeld brengen. De grond is bemonsterd middels steekbussen, zodat er een representatief beeld wordt verkregen van de minerale olie
Naar aanleiding van de beoordeling6 van de eerste rapportage van het bovenstaande bodemonderzoek2 bij de ODH is een tweede opzet voor verkennend bodemonderzoek ingediend4, welke is goedgekeurd door de ODH7 met enkele aanvullende eisen. In de tweede ronde zijn aanvullend de verdachte locaties onderzocht (autowasserij, oliefilm en ondergrondse tank). De veldwerkzaamheden zijn onderzocht in drie deellocaties: De bodem ter plaatse van de autowasserij is onderzocht op verdachte parameters voor deze activiteit (waaronder detergenten). De eerder uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn aangevuld totdat voldaan wordt aan ‘Strategie voor een verdachte locatie diffuse bodembelasting heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE)’. Er is op verzoek van bevoegd gezag rekening gehouden met inpandige boringen
De bodem ter plaatse van de mogelijk aanwezige ondergrondse tank is onderzocht op verdachte parameters voor deze activiteit (waaronder minerale olie). De eerder uitgevoerde veldwerkzaamheden zijn aangevuld totdat voldaan is aan ‘Strategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)’. Er is uitgegaan van een ondergrondse tank met een inhoud van 6 m3, een maximale diepte van 3 m-mv en een vulen/of ontluchtingspunt op minder dan 2 m afstand van de wand van de tank
De bovengrond ter plaatse van de zintuiglijk waargenomen oliefilm op het met klinkers verharde maaiveld (nabij peilbuis 301, 401 en 406) is onderzocht
3.1.1 Specifiek onderzoek naar waargenomen oliefilm Tijdens de veldwerkzaamheden van de eerste ronde was direct onder de klinkerlaag een oliefilm aangetroffen. Aangezien dit potentieel tot een bodemverontreiniging kan leiden, is dit specifiek onderzocht op minerale olie in de bovengrond. De contour van de oliefilm is weergegeven in figuur 3.1, en in het midden van deze contour is een boring tot 1,0 m-mv geplaatst om dit te onderzoeken. 14/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Figuur 3.1. Contour/conceptueel model bovenaanzicht van de waargenomen oliefilm met een boring tot 1,0 m-mv om dit nader te onderzoeken
Een overzicht van de uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden is weergeven in tabellen 3.1 en 3.2. De samenstelling van mengmonsters is weergegeven in tabel 3.3.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
Het veldwerk is in twee rondes uitgevoerd. Tijdens de eerste ronde is de grond eerst bemonsterd op vrijdag 7 juni 2019 door N.J. Koetsier en het grondwater op woensdag 19 juni 2019 door E.P. Spierings. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Hierna is een afperkend onderzoek uitgevoerd waarbij de grond is bemonsterd op woensdag 31 juli 2019 door P.J. Klok (VCMi, certificaatnummer K23753/12) en het grondwater is bemonsterd op donderdag 9 augustus 2019 door Carolien Drost (certificaatnummer K54913). Tijdens de tweede ronde zijn de procesonderdelen (BRL 2000), uitvoering veldwerk, monstername en overdracht monsters aan een erkend laboratorium (of overdracht aan Tauw locatie/koerier) zijn uitbesteed aan bedrijf Sialtech en uitgevoerd op dinsdag 31 maart 2020. Het veldwerk is uitgevoerd door de heer R.H. ten Boer en T. Gijsbertsen (in opleiding). De veldmedewerker(s) zijn erkend en geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving (certificaatnummer VB-059). Het grondwater is bemonsterd door op donderdag 16 april door L. Dieme van Tauw B.V.
15/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Tabel 3.1 Uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden eerste ronde Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Monsterpuntnummers
VBO
AO
Boring tot circa 0,5 m -mv
9
1 t/m 9
-
Boring tot circa 2,0 m -mv
2
201, 202
-
Boring met peilbuis tot circa 2,5 m -mv
1
Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv
5
Boring met peilbuis tot circa 6,0 m -mv
1
Gestaakte boring
1
203
Analyses
Aantal
(Meng)monstercodes
Standaard stoffenpakket grond1
3
MMBG1, MMBG2,
Standaard stoffenpakket grondwater2
1
406 301
402, 403, 404, 405 401 -
MMOG3 Pb 301
Pb 401, Pb 402, Pb 403, Pb 404, Pb 405, Pb 406
Minerale olie(C10-C40)
7
-
401 (1,9-2,1), 401 (0,5-5,75), 402 (1,6-1,8), 402 (2,1-2,3), 403 (2,0-2,2), 404 (1,9-2,1), 405 (1,9-2,1)
Tabel 3.2 Uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden tweede ronde Aantal
Bovengrond oliefilm
Ondergrondse
Autowasserij
tank (VEP-OO)
(VED-HE)
Ca. 15
Ca. 20
Omschrijving Oppervlakte onderzoekslocatie in m2 Veldwerk Inpandige (beton)boringen
1
-
-
205*
Boring tot 0,5 m -mv
2
-
-
204, 206
Boring tot 1,0 m-mv
3
501
408, 410
-
Boring tot 2,0 m -mv
1
-
-
205
Boring tot 3,5 m-mv
2
-
407, 409
-
Boring met peilbuis tot circa
1
-
-
207
2
-
-
3,0 m -mv Chemische analyses Detergenten + standaardpakket1) in grond Detergenten + minerale olie
BG_wasloods, GWS_wasloods
1
-
-
Pb 207
4
BG_oliefilm
BG_tank,
-
in grondwater Minerale olie in grond
GWS_tank_408, GWS_tank_410 1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
16/22
Kenmerk
*
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Er waren 2 inpandige boringen ingepland, maar wegens een defect in de betonboor na de eerste boring is dit er
uiteindelijk 1 geworden (boring 205 tot 2,0 m-mv). De tweede boring is net buiten de wasloods geplaatst (boring 204 tot 0,5 m-mv).
Tabel 3.3 Mengmonstersamenstelling Deellocatie + Mengmonster
Boringen (m-mv)
Eerste ronde VBO MMBG1
4-2 (0,2-0,5), 8-2 (0,2-0,5)
MMBG2
1-1 (0,1-0,5), 2-1 (0,1-0,5), 5-1 (0,1-0,5), 7-2 (0,2-0,5),
MMOG3
201-5 (1,7-2,0), 202-3 (1,0-1,5), 202-4 (1,5-2,0), 301-4
201-1 (0,1-0,5), 202-1 (0,1-0,5), 301-1 (0,1-0,5) (1,0-1,3), 301-6 (1,5-2,0), 301-7 (2,0-2,5) Autowasserij BG_wasloods
204-1 (0,05-0,5), 206-1 (0,07-0,5), 207-1 (0,05-0,55)
GWS_wasloods
207-4 (1,2-1,7), 207-5 (1,7-1,9)
Oliefilm BG_oliefilm
501-1 (0,08-0,5)
Ondergrondse tank BG_tank
407-1 (0,05-0,5), 408-2 (0,3-0,7), 409-1 (0,1-0,5)
GWS_tank_408
408-6 (1,8-2,3)
GWS_tank_410
410-4 (1,5-2,0)
3.3
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is niet afgeweken van de vigerende protocollen.
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
De onderzoekslocatie is verhard met klinkers (uitpandig) en beton (inpanding). Vanaf maaiveld tot 0,8 m -mv is de bodem grofzandig/zwak siltig. Vanaf 0,8 tot circa 1,5 m-mv zijn afwisselend sterk zandige kleilagen aangetroffen. Vanaf 1,5 m-mv tot 3,5 m-mv (maximale boordiepte) bestaat de bodem uit grofzandig/zwak siltig materiaal. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tijdens de werkzaamheden is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Er heeft geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 plaatsgevonden. Daarom is ook geen onderzoek naar asbest uitgevoerd. Wel is een vlek te zien op de vloeistofdichte vloer ter plekke van de dieselpomp. Verder is bij boring 203 een funderingslaag aangetroffen. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4 en de foto’s in bijlage 8. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1 en 4.2.
17/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Tabel 4.1 Veldmetingen verkennend bodemonderzoek eerste ronde Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv) 301
2,50
3,50
19.06.2019
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
(ntu)
1,60
7,11
141
235
Tabel 4.2 Veldmetingen verkennend bodemonderzoek tweede ronde Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv) 207
2,00
3,00
09.04.2020
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
(ntu)
1,75
7,70
685
55
De gemeten waarde voor pH wordt als normaal beschouwd in beide peilbuizen (pH: 5,0-8,0). In peilbuis 301 is de gemeten waarde voor EC aan de lage kant (normaal EC: 200-2000 µS/cm) en er is een verhoogde troebelheid gemeten (normaal <10 NTU). In peilbuis 207 wordt de gemeten waarde voor EC als normaal beschouwd, en is ook een verhoogde troebelheid gemeten. Een verhoogde troebelheid kan leiden tot een overschatting van (vooral) organische parameters. Omdat er zeer sterk verhoogde gehalten aan minerale olie zijn aangetroffen en tevens een mogelijke drijflaag, is besloten dat een herbemonstering vanwege een hoge troebelheid geen nieuwe inzichten zou opleveren. Er is geen sprake van een sterk fluctuerende grondwaterstand op basis van het verschil in grondwaterstand tijdens plaatsing van peilbuizen en tijdens bemonstering. Er zijn geen gleyverschijnselen waargenomen. Dit duidt op een niet fluctuerende grondwaterstand. Tijdens de grondwaterbemonstering is gecontroleerd of de filterstelling correct is geplaatst ten opzichte van de grondwaterstand. Deze bleken correct te zijn geplaatst.
4.2
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.3 en 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.3 Overzicht getoetste analyseresultaten grond eerste ronde (Meng)monster
Deelmonster
Diepte
Textuur
> AW
>T
>I
(m -mv) MMBG1
4-2, 8-2
0,2-0,5
Klei
-
-
-
MMBG2
1-1, 2-1, 5-1, 7-2, 201-1,
0,05-0,5
Zand
PAK (10 van VROM),
-
-
-
-
202-1, 301-1 MMOG3
201-5, 202-3, 202-4, 301-4,
minerale olie (C10-C40) 1-2,5
Zand
-
301-6, 301-7 - Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
18/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Tabel 4.4 Overzicht getoetste analyseresultaten grond tweede ronde (Meng)monster
Deelmonster
Diepte
Textuur
> AW
>T
>I
(m -mv) Autowasserij BG_wasloods
204-1, 206-1, 207-1
0,05-0,55
Zand
-
-
-
GWS_wasloods
207-4, 207-5
1,2-1,9
Zand
-
-
-
BG_tank
407-1, 408-2, 409-1
0,05-0,7
Zand
-
-
-
GWS_tank_408
408-6
1,8-2,3
Zand
-
-
-
GWS_tank_410
410-4
1,5-2
Zand
-
-
-
Ondergrondse tank
Er zijn maximaal licht verhoogde gehalten met PAK en minerale olie aangetoond in de bovengrond tijdens de eerste ronde. Tijdens de tweede ronde zijn geen verhoogde concentraties aangetoond ter plaatse van de autowasserij en de ondergrondse tank. Grondwater Tabel 4.5 Overzicht getoetste analyseresultaten grondwater eerste ronde Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
>S
>T
>I
301
2,5-3,5
PAK (naftaleen)
-
Minerale olie (C10-C40)
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
Tabel 4.6 Overzicht getoetste analyseresultaten grondwater tweede ronde Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
>S
>T
>I
207
2,0-3,0
-
-
-
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
Tijdens de eerste veldwerkronde is in het grondwater is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in peilbuis 301. Tijdens de bemonstering van het grondwater is ook een oliegeur waargenomen, een oliefilm op het water en een hoeveelheid brandstof op de vloeistofdichte vloer waar de dieselpomp op staat. Ook bevindt peilbuis 301 zich vlak naast genoemde vloeistofdichte vloer (zie foto bijlage 8). Tijdens het plaatsen van de peilbuis zijn deze zintuiglijke waarnemingen niet waargenomen. Deze bevindingen zijn nader onderzocht in een afperkend onderzoek (hoofdstuk 5). Tijdens de tweede veldwerkronde zijn geen verontreinigingen aangetoond in peilbuis 207.
4.3
Conclusies en aanbevelingen verkennend bodemonderzoek
Uit de eerste ronde van het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat het grondwater sterk verontreinigd is met minerale olie. Dit was niet direct te verwachten naar aanleiding van de analyseresultaten van de grond (slechts licht verontreinigd met PAK en minerale olie).
19/22
Kenmerk
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Aanbevolen werd om aanvullend (afperkend) onderzoek uit te voeren om de sterke verontreiniging met minerale olie in het grondwater in beeld te brengen (aard en omvang). Op basis hiervan kunnen vervolgacties en eventuele verplichtingen naar aanleiding van deze verontreinigingen worden bepaald (verder uitgewerkt in hoofdstuk 5). Uit de tweede ronde van het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat de grond ter plaatse van de autowasserij en de ondergrondse dieseltank niet verontreinigd is. De bovengrond onder de waargenomen oliefilm is niet verontreinigd.
5 Resultaten afperkend onderzoek 5.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn wederom geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Er is wel een water met een oliefilm aangetroffen op het met klinkers bedekte maaiveld in de nabijheid van peilbuis 301, 401 en 406. Tijdens de werkzaamheden is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Er heeft ook geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 plaatsgevonden. Tijdens de grondwaterbemonstering zijn drijflaagmetingen uitgevoerd, maar er is nergens een drijflaag waargenomen. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4, de foto’s in bijlage 8 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1 Veldmetingen nader onderzoek Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv)
GWS
pH
EC (µS/cm)
(m -mv)
Troebelheid (NTU)
401
4,75
5,75
09-08-2019
2,11
6,52
581
44
402
2,0
3,0
09-08-2019
2,21
5,57
549
32
403
2,0
3,0
09-08-2019
2,16
6,48
586
9
404
2,0
3,0
09-08-2019
2,09
6,05
1011
11
405
2,0
3,0
09-08-2019
1,98
5,98
828
16
406
1,5
2,5
09-08-2019
2,04
6,74
617
5
De gemeten waarde voor pH en EC worden als normaal beschouwd (pH: 5,0-8,0 en EC: 200-2000 µS/cm). Er is een verhoogde troebelheid gemeten (normaal <10 NTU) in alle peilbuizen met uitzondering van Pb 403 en Pb 06. Dit kan leiden tot een overschatting van (vooral) organische parameters, maar het heeft in dit geval geen invloed gehad op de resultaten (zie analysecertificaat).
20/22
Kenmerk
5.2
R002-1275311DRG-V01-nja-NL
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 5.2 en 5.3 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt wederom verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 5.2 Overzicht analyseresultaten minerale olie in grond tijdens nader onderzoek (Meng)