Bijlage 2 - Bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
3.2.3
AMFIBIEËN
In de binnenstad worden de alpenwatersalamander en rugstreeppad niet verwacht voor te komen. Daarnaast bevat het projectgebied zelf geen waterpartij of geschikte ondergrond met vegetatie als landhabitat. Voor de overige amfibieënsoorten genoemd in bijlage 2 geldt in Zuid-Holland een vrijstelling.
3.2.4
REPTIELEN
In de omgeving van het projectgebied zijn geen beschermde reptielen bekend voor te komen. Daarnaast biedt het projectgebied geen geschikte ondergrond met vegetatie voor reptielen.
3.2.5
VISSEN
In de omgeving van het projectgebied zijn geen beschermde vissen bekend voor te komen. Het projectgebied biedt daarnaast geen geschikt habitat voor vissen, aangezien er geen waterpartij aanwezig is.
3.2.6
ONGEWERVELDEN
Wegens het ontbreken van een waterpartij voor de gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren en het ontbreken van waard- en nectarplanten voor de grote vos in het projectgebied wordt aanwezigheid van de soorten uitgesloten.
3.2.7
VAATPLANTEN
Wegens het ontbreken van geschikte standplaatsen worden beschermde vaatplanten niet verwacht voor te komen in het projectgebied.
3.2.8
MOGELIJK AANWEZIGE BESCHERMDE SOORTEN EN FUNCTIES
Het projectgebied herbergt mogelijk meerdere functies voor beschermde diersoorten. In het projectgebied kunnen op basis van het aanwezige habitat de volgende soorten en functies niet op voorhand worden uitgesloten voor te komen. Tabel 1: Te verwachten beschermde soorten en functies Soort / soortgroep
Functies
Vleermuizen
Verblijfplaats(en)
Vleermuizen
Vliegroute foerageergebied
Broedvogels
Nesten
en
Bescherming Wnb
Mogelijk aanwezig in:
Artikel 3.5 (HR, bijlage IV)
Bebouwing spouwmuur
Artikel 3.5 (HR, bijlage IV)
Langs projectgebied
Artikel 3.1 (VR)
Bomen langs gevels / op dak
10
3.3
EFFECTEN Indien beschermde soorten in het projectgebied of binnen de invloedssfeer hiervan kunnen voorkomen, wordt onderzocht of de voorgenomen ontwikkeling effect heeft op deze soorten. Indien er effecten op deze soorten worden verwacht, zal worden gezocht naar compenserende of mitigerende maatregelen welke genomen kunnen worden tijdens de ontwikkeling om zo te voorkomen dat de Wet natuurbescherming wordt overtreden. Mochten deze maatregelen niet afdoende zijn, of praktisch niet in te passen in de plannen, zal mogelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn. 3.3.1
EFFECTEN ONTWIKKELINGEN
De te verwachten effecten op soorten en functies zijn opgedeeld in tijdelijke en permanente effecten. Deze zijn schematisch weergegeven in tabel 2. Tijdelijke effecten De geplande werkzaamheden zullen gepaard gaan met effecten van tijdelijke invloed door hard geluid en trillingen. Dit verstoort mogelijk vleermuizen en broedvogels die gebruik maken van het projectgebied en de directe omgeving. Permanente effecten Permanente effecten op beschermde natuur als gevolg van de werkzaamheden kunnen niet worden uitgesloten. Tijdens het amoveren van de bebouwing kunnen er verblijfplaatsen van vleermuizen worden vernietigd. Tabel 2: Te verwachten effecten op beschermde soorten Soort / soortgroep
Effect
Verbodsbepaling
Vleermuizen
Opzettelijk doden Opzettelijk verstoren Opzettelijk vernielen / beschadigen verblijfplaats
Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 1 Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 2 Artikel 3.5 (HR, bijlage IV) Lid 4
Broedvogels
Opzettelijk doden Opzettelijk vernielen / beschadigen nest Opzettelijk verstoren
Artikel 3.1 (VR) Lid 1 Artikel 3.1 (VR) Lid 2 Artikel 3.1 (VR) Lid 4
3.4
AANBEVELINGEN TEN AANZIEN VAN DE WET NATUURBESCHERMING
3.4.1
AANVULLENDE INVENTARISATIES PROJECTGEBIED
Het projectgebied herbergt mogelijk functies voor vleermuizen. Of en waar deze zich in het projectgebied bevinden is nog onbekend. Het is aan te bevelen nader onderzoek uit te laten voeren naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen dient afgestemd te zijn op de verwachte aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en de tweekleurige vleermuis.
3.4.2
MITIGERENDE MAATREGELEN
-
Er zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de bebouwing binnen het projectgebied. Na aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen zullen (indien verblijfplaatsen aanwezig zijn) nader te specificeren mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden.
-
Om de plannen voor het projectgebied te realiseren, zal mogelijk groen worden verwijderd. Het is aan te bevelen het verwijderen van groen buiten het broedseizoen van vogels (globaal 15 maart - 15 juli) uit te voeren. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Naast broedgevallen in groen dient ook rekening gehouden te worden met eventuele broedgevallen van dakenbroeders op het platte dak. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden, dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Broedgevallen op het platte dak kunnen eventueel voorkomen worden door het dak broedvrij te houden voor het broedseizoen start, bijvoorbeeld met behulp van netten, draden of pinnen.
3.4.3
ONTHEFFING W ET NATUURBESCHERMING
Indien aanvullende inventarisaties aantonen dat het projectgebied functies bevat voor beschermde vleermuizen en verstoring niet voorkomen kan worden, dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Hier kunnen voorwaarden in de vorm van mitigerende maatregelen aan verbonden zijn.
11
4
GEBIEDSBESCHERMING
Binnen het projectgebied zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied ligt op circa 6 kilometer van het projectgebied en betreft natuurgebied ‘de Wilck’. Op circa 3 kilometer van het projectgebied ligt het dichtstbijzijnde natuurgebied, welke onderdeel is van het NNN (zie afbeelding 6).
Afbeelding 6: Projectgebied ten opzichte van beschermde natuur (www.zuid-holland.nl)
4.1
EFFECTEN Het projectgebied bevindt zich niet in de nabijheid van beschermde natuur. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden en delen van het NNN bevinden zich op voldoende afstand van het projectgebied om effecten uit te sluiten.
12
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
CONCLUSIES
Vanwege de toegankelijkheid van de spouwmuur via de open stootvoegen en de daklijsten kan het kantoorpand fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen. De bomen in de directe omgeving en het platte dak bieden een geschikt broedbiotoop voor algemene vogels. Overige beschermde soorten worden niet verwacht voor te komen in het projectgebied door het ontbreken van geschikt habitat. Nadelige effecten als gevolg van de geplande ontwikkeling op het NNN en Natura 2000 gebieden worden niet verwacht. Het NNN en Natura 2000-gebieden liggen buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden in het projectgebied. Er vinden geen kapwerkzaamheden plaats. Zodoende is toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden niet noodzakelijk.
5.2
AANBEVELINGEN Er is aanvullend onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen nodig alvorens men met het amoveren van de bebouwing wil beginnen. Het aanvullend onderzoek zal gericht zijn op de gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, ruige dwergvleermuis en de tweekleurige vleermuis. Deze soorten zijn uit de literatuur bekend in de omgeving van het projectgebied voor te komen. Het is wenselijk om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren (globaal 15 maart – 15 juli), om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Indien broedgevallen ten tijde van de werkzaamheden aanwezig zijn, mogen deze niet worden verstoord of vernietigd. Mochten er toch werkzaamheden plaatsvinden aan de bebouwing tijdens het broedseizoen, wordt aanbevolen alvorens het broedseizoen het platte dak broedvrij te houden. Tabel 3: Te verwachte beschermde soorten en aanbevolen inventarisaties Soort / soortgroep
Aanvullend onderzoek
Onderzoeksperiode
Vleermuizen
Zomer- kraamverblijfplaatsen
15 mei- 15 juli
Vleermuizen
Paarverblijfplaatsen en Zwermplaatsen
15 augustus- 1 oktober
Tweekleurige vleermuis
Paarverblijfplaatsen en Zwermplaatsen
1 oktober- 1 december
Vleermuizen
Winterverblijfplaatsen
1 december t/m 28 februari
Algemene broedvogels
Nesten, indien niet buiten het broedseizoen gewerkt wordt
Binnen de periode 15 maart t/m 15 juli
13
6
LITERATUUR
BIJ12 2017, Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 2017, Kennisdocument gewone grootoorvleermuis, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 2017, Kennisdocument gierzwaluw, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. BIJ12 2017, Kennisdocument huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011, Vleermuizen, Tirion Natuur uitgevers BV, Baarn. NGB, Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017), Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.
Internet NDFF www.gbif.org www.piscaria.nl www.provinciaalgeoregister.nl/georegister/ www.ravon.nl www.stowa.nl (limnodata neerlandica) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.zwaluwen.info
14
Bijlage 1:
Foto-impressie
15
Bijlage 2:
Tabel mogelijk aanwezige soorten
Tabel 4: Overzicht beschermde soorten in kilometerhok 93/453 Soortgroep Naam
Bescherming
Afstand
Amfibieën
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
alpenwatersalamander 1
Amfibieën
bastaardkikker
Amfibieën
bruine kikker
1
Wnb A
< 1km
Amfibieën
1
Wnb A
< 1km
Wnb A
< 5km*
gewone pad
1
Amfibieën
kleine watersalamander
Amfibieën
meerkikker
1
Wnb A
< 4km*
Amfibieën
rugstreeppad
HR IV & Bern II
< 5km
Ongewervelden
gestreepte waterroofkever
HR IV & Bern II
< 5km
Ongewervelden
grote vos
Wnb A
< 5km
Ongewervelden
platte schijfhoren
HR IV
< 1km
Vaatplanten
kluwenklokje
Wnb B
< 5km
Vaatplanten
muurbloem
Wnb B
< 5km
Vaatplanten
stijve wolfsmelk
Wnb B
< 5km
Vleermuizen
gewone dwergvleermuis
HR IV
< 5km
Vleermuizen
gewone grootoorvleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
kleine dwergvleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
laatvlieger
HR IV & Bern II
< 4km*
Vleermuizen
meervleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
rosse vleermuis
HR IV & Bern II
< 4km*
Vleermuizen
ruige dwergvleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
tweekleurige vleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vleermuizen
watervleermuis
HR IV & Bern II
< 5km
Vogels
boerenzwaluw
Cat. 5
< 5km
Vogels
boomkruiper
Cat. 5
< 5km
Vogels
boomvalk
Cat. 4
< 5km
Vogels
buizerd
Cat. 4
< 5km
Vogels
ekster
Cat. 5
< 5km
Vogels
gierzwaluw
Cat. 2
< 1km
Vogels
huismus
Cat. 2
< 4km*
Vogels
huiszwaluw
Cat. 5
< 5km
Vogels
kerkuil
Cat. 3
< 4km*
Vogels
koolmees
Cat. 5
< 5km
Vogels
pimpelmees
Cat. 5
< 5km
Vogels
ransuil
Cat. 4
< 5km
Vogels
sperwer
Cat. 4
< 5km
Vogels
spreeuw
Cat. 5
< 5km
Vogels
torenvalk
Cat. 5
< 5km
Vogels
zwarte kraai
Cat. 5
< 5km
1
Wnb A
< 1km
1
Wnb A
< 1km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 1km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 1km
Wnb A
< 5km
Zoogdieren
bosmuis
Zoogdieren
bunzing
1
Zoogdieren
dwergmuis
Zoogdieren
dwergspitsmuis
1
1
Zoogdieren
egel
Zoogdieren
gewone bosspitsmuis 1
Zoogdieren
haas
Zoogdieren
hermelijn
1
Zoogdieren
huisspitsmuis
Zoogdieren
1
konijn
1
1
16
Soortgroep
Naam
Zoogdieren
rosse woelmuis
Zoogdieren
veldmuis
Zoogdieren
vos
1 1
Zoogdieren
wezel
Zoogdieren
woelrat
1
1
1
Bescherming
Afstand
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
Wnb A
< 5km
* = op basis van eerdere waarnemingen van Adviesbureau E.C.O.Logisch 1 = Vrijstelling
17
bestemmingsplan 70LUX, Luxemburglaan 2-10
Bijlage 4 Aanvullend vleermuisonderzoek
Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)
99
NATUURONDERZOEK LUXEMBURGLAAN 2-10 Vleermuizen Conceptrapport
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 25-6-2020