Bijlage 2 - Advies van de ASD
Tekst van het document
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer Postbus 15 2700 AA Zoetermeer
Telefoon 06 57050024 Adviesraadsociaaldomein @zoetermeer.nl
Onderwerp: Advies visie positieve gezondheid in het huishouden
Ons kenmerk Adviesraad sociaal domein 2024-02
Datum 22 juli 2024
Geacht College, Op 18 april 2024 ontving de ASD uw adviesaanvraag inzake visie positieve gezondheid in het huishouden. Naar aanleiding daarvan wil de ASD graag het volgende met u delen. De dubbele vergrijzing / ontgroening leidt tot extra druk op de WMO en andere voorzieningen. De ASD waardeert positief dat de gemeente anticipeert op de toenemende vraag. De gemeente wil door een innovatieve aanpak de huishoudelijke ondersteuning toekomstbestendig maken. De ASD ondersteunt dit initiatief doch stelt voor de innovatie anders te richten. De gemeente geeft een prognose van de toename van het aantal WMO gebruikers tot 2027. Het CBS verwacht vooral ook na 2027 een forse verdere stijging van het aantal ouderen in relatie tot het aantal mensen onder de 65 jaar. De ASD heeft begrepen dat per 1 januari 2026 in de WMO een inkomensafhankelijke eigen bijdrage wordt opgenomen in plaats van het huidige abonnementstarief. Dit zal zeker leiden tot een beperking van de uitgaven voor huishoudelijke hulp. De omvang is nog niet duidelijk maar zal naar het zich laat aanzien slechts deels het hoofd bieden aan de te verwachten problematiek.
Een fundamenteel andere aanpak is nodig. Het recht op ondersteuning heeft geen betekenis meer als dat vervolgens niet meer kan worden waargemaakt stelt Erik Dannenberg, Divosa. De ASD is het hiermee eens. Aan mensen is goed uit te leggen dat er minder kan en dat er dus prioriteiten gesteld moeten worden. Een gesprek over wat nodig is en wat geboden kan worden via de WMO, ook al is er minder beschikbaar, kan op begrip bij onze inwoners rekenen mits het gesprek goed wordt gevoerd en de situatie van betrokkenen goed wordt gemonitord. Ook flexibiliteit aanbrengen in het WMO aanbod is goed uitlegbaar. De ene periode kan een hulpvrager meer of minder nodig hebben dan op een ander moment, een aandoening kan een progressief karakter hebben of juist niet. Aanbieders van huishoudelijke hulp kunnen wanneer zij
1
goed voeling houden met de hulpvragers en helpenden de schaarste zo verdelen en herverdelen dat ieder toch in voldoende mate ondersteuning krijgt. Voorgaande vergt een andere aanpak. Uit onze contacten met inwoners merken we dat de huidige (her) indicatie systematiek leidt tot frustratie en onbegrip, tot afstand tussen de betrokken inwoners en de gemeente. Het leidt ook tot juridisering van het proces van hulpvraag naar aanbod. Hierdoor is een claimcultuur ontstaan. Inwoners (en aanbieders) die weten wat ze wel en niet moeten zeggen, wat extra benadrukt moet worden, om het maximale eruit te halen. De ASD adviseert om niet op deze weg door te gaan maar te investeren in samenwerking en wederzijds begrip. Dit vergt dat er een goed contact is tussen aanbieder en hulpvrager. Het vergt ook dat de kennis aanwezig bij huishoudelijke hulpen (hoe een huishouden er op een bepaald moment voor staat) wordt benut door de aanbieder. Het zorgvuldig omgaan met schaarste betekent dat aanbieders en inwoners binnen (financiële) kaders met elkaar ervoor zorgen dat de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk wordt ingezet. Een dergelijke aanpak vereist moed. Een aanpak die is gebaseerd op vertrouwen en verantwoordelijkheidsbesef bij professionals en inwoners maar ook bij de gemeente als financier. Toegangsteam Het voorstel dat ter advisering voorligt handhaaft de huidige aanpak m.b.t.
indiceren en herindiceren en doet er zelfs een schepje bovenop. Door een extra toegangsteam in te stellen. We hebben begrepen dat dit team de enkelvoudige vragen voor huishoudelijke hulp eruit haalt en oppakt zodat de WMO-consulenten meer tijd overhouden voor de meer complexe vragen. Per saldo betekent dit dat de gemeente voornemens is om meer te investeren in het (her)indiceren. Het toekennen van individuele rechten. Dit is naar onze overtuiging op termijn niet houdbaar omdat individuele rechten toenemend niet kunnen worden waargemaakt door een gebrek aan middelen en personeel. Het is naar ons oordeel ook niet nodig om te investeren in verdere bureaucratisering. Het vaststellen van de noodzaak om via de WMO te helpen is naar onze mening in combinatie met het budgetteren van het aanbod en het vertrouwen geven aan professionals en inwoners effectiever. De ASD adviseert daarom om de (her)indicatie bureaucratie te beperken en de vrijkomende middelen in te zetten voor de te verlenen hulp. Grip op het budget is op deze wijze eenvoudig. Een aanbieder krijgt een vast budget waarvoor hij de huishoudelijke hulp in de gemeente of een deelgebied in nauwe samenspraak met hulpvragers en helpenden moet bieden. De ASD adviseert om voor deze aanpak ruimte te zoeken binnen de bestaande regelgeving.
Flexibiliseren van het aanbod met adequate monitoring impliceert natuurlijk dat de kwaliteit van de fysieke hulpverlening daarop moet kunnen inspelen. Aanbieders zullen hierop moeten inspelen.
Positieve Gezondheid. In het voorstel dat ter advisering voorligt focust de gemeente op het concept “Positieve Gezondheid”. Dit concept omvat een benadering binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf. Met deze benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Gesprekspartners hebben daarbij een coachende rol (Machteld Huber, grondlegger van dit concept), geen indicerende rol. De ASD is van mening dat dit concept vooral in brede zin een preventieve werking kan hebben. En adviseert de gemeente daar zeker op in te zetten. Denk aan faciliteiten voor ouderen om fysiek langer in orde te blijven zoals powerful ageing, sportactiviteiten, het bevorderen van sociale 2
contacten, gezonde voeding etc. De behoefte aan hulp vanuit de WMO en andere kaders kan zodoende op termijn beperkt en/of uitgesteld worden. In het voorstel wordt het concept Positieve Gezondheid verengt. De redenering is dat regie hebben en het zelf huishoudelijke taken uitvoeren leidt tot een gelukkiger leven. Voorts is de redenering dat dit mensen is aan te leren die nu huishoudelijke ondersteuning vragen. Kortom hoe minder huishoudelijke hulp wordt ingezet hoe gelukkiger mensen zijn. In de bijbehorende folder wordt onder meer gezegd dat bekeken gaat worden hoe iemand huishoudelijke taken kan leren zelf uit te voeren. De ASD is van mening dat het op “enge” wijze toepassen van het concept Positieve Gezondheid het concept geweld aan doet en leidt tot een redenering die geen stand kan houden. Het mensbeeld dat hiermee wordt neergezet waardeert de ASD als weinig respectvol. Tegen inwoners die hun leven lang het huishouden hebben gedaan in voor- en tegenspoed, die kinderen hebben grootgebracht etc. wordt door een jongere generatie gezegd “we gaan u leren hoe u het huishouden zelf kunt doen”. De ASD is wel met de gemeente van mening dat WMO-consulenten vanuit een integrale blik met de hulpvrager(s) naar de situatie kunnen kijken waarbij uiteraard aan de orde kan komen wat mensen wel kunnen en hoe zij zoveel mogelijk regie kunnen houden.
Zo kan bv onzekerheid bij de hulpvrager of zij fysiek nog wel bepaalde huishoudelijke taken kunnen uitvoeren, worden weggenomen, al dan niet met behulp van een toegespitste interventie (bv stabieler bewegen; fysiotherapie). Samenvattend adviseert de ASD het volgende: • Goed om nu maatregelen te nemen om demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt te kunnen opvangen. De ASD adviseert de horizon niet op 2027 te leggen maar verder vooruit te kijken. • De ASD adviseert om het concept “positieve gezondheid” te omarmen en concreet uit te werken om preventie in algemene zin vorm te geven waarmee een beroep op de WMO kan worden verminderd en/of uitgesteld. • De ASD adviseert het toepassen van dit concept sec op de huishoudelijke ondersteuning te laten varen. Verenging van het begrip positieve gezondheid doet dit concept geweld aan en leidt tot een weinig respectvolle benadering van inwoners. • Gezien de ernst van de situatie is de huidige (her) indicatie-systematiek zeker op termijn niet houdbaar. De huidige werkwijze leidt tot een rigide individueel recht op hulp dat door geld- en personeelsgebrek niet kan worden waargemaakt. De bijbehorende frustratie, claimcultuur en afstand tussen gemeente en inwoner is ongewenst. De ASD adviseert een systematiek waarbij de gemeente de noodzaak voor hulp vaststelt.
Waar aanbieder / professional in samenspraak met de betrokken inwoner de hulp flexibel inzet. Waar frequent aandacht is voor de situatie waarin iemand verkeert, waarbij de informatie van huishoudelijke hulpen wordt benut en die uitgaat van begrip over en weer. Een systematiek die niet leunt op wantrouwen (beheersing) en bureaucratie maar op vertrouwen in aanbieders/professionals en inwoners binnen heldere financiële kaders. • De ASD realiseert zich dat de huidige landelijke regelgeving het vormgeven van een andere aanpak kan bemoeilijken. De ASD adviseert om de gewenste situatie hierdoor niet uit het oog te verliezen maar wanneer nodig te zoeken naar de ruimte die de huidige regelgeving biedt dan wel toe te werken naar meer passende regelgeving (veel gemeenten zijn zoekende).
3
• In het licht van voorgaande adviseert de ASD om geen toegangsteam aan het team van WMOconsulenten toe te voegen maar om de werkwijze drastisch te vereenvoudigen zodat met de huidige bezetting het werk goed en snel kan worden gedaan. De ASD brengt deze punten onder uw aandacht en wij zien uiteraard graag uw reactie binnen vier weken hierop tegemoet.
Hoogachtend, Namens Bart Luttik, voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Zoetermeer (ASD)
Antoinette Roetgerink, Secretaris ASD
4