Bijlage 2 - Advies interne toetsgroep plus reactie college
Tekst van het document
Advies interne toetsingscommissie + reactie college op advies Advies Algemeen Wij erkennen dat het Sociaal Innovatiefonds een bestaande afspraak betreft en er daarmee ook moet komen. Ons advies is daarom ook positief op het sociaal innovatiefonds. Wel met de kanttekening dat het fonds wel eerst officieel opgericht moet worden. Dat gebeurt in het huidige raadsvoorstel niet. Wij adviseren overkoepelend om (in de lijn met het Duurzaamheidsfonds) de raad voor te stellen het Sociaal Innovatiefonds op te richten met een vast bedrag dat daarvoor wordt gereserveerd. Hiervoor kunnen dan voorstellen worden ingediend, waarvan er een aantal al in de pijplijn zitten. Daarbij is naar de inschatting van de toetsgroep een aantal voorstellen al rijp voor besluitvorming en een aantal (nog) niet.
Reactie college Vanwege de tijd heeft de toetsingscommissie geadviseerd over de concept voorstellen. In de definitieve versie van het raadsvoorstel dat nu voorligt is de oprichting van het sociaal innovatiefonds opgenomen in de gevraagde beslispunten. Het college is van menig dat de voorstellen die opgenomen zijn in het raadsvoorstel na het doorvoeren van een aantal aanpassingen, waaronder die van de toetsingscommissie, allemaal rijp zijn voor besluitvorming.
Een algemene beschouwing is dat het voor vrijwel alle projecten en pilots lastig te beoordelen is wat ze in zijn algemeen op gaan leveren. Hier speelt vermoedelijk ook mee dat dat binnen het sociaal domein meestal moeilijk te kwantificeren is. Het is daarmee ook lastig te beoordelen wat de bijdrage is aan het toekomstbeeld van Zoetermeer 2040 en het keren van de mechanismen. In de individuele voorstellen is de koppeling aan Zoetermeer 2040 regelmatig ook (te) dun onderbouwd. Een voorstel vanuit het kernteam Zoetermeer 2040 is om de aanvragen voor het Sociaal Innovatiefonds mee te laten lopen met (de keuzes uit) de doorlichting van de Strategische Agenda. Hiermee kan het Sociaal Innovatiefonds vastgesteld worden voor de verkiezingen en zullen de inhoudelijke aanvragen ervoor na de verkiezingen plaatsvinden.
Een andere manier van denken en werken in het sociaal domein, veel meer preventief en domeinoverstijgend, is noodzakelijk voor het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040. De genoemde vorstellen dragen daar substantieel aan bij. Het college kiest er voor dit niet op de lange baan te schuiven maar nu direct actie te ondernemen.
De indruk van de toetsgroep is dat de aanvragen voor een groot deel nog separate sectorale ideeën betreffen. De koppelkansen met de andere afdelingen binnen de gemeente (en ook tussen de individuele aanvragen onderling) kunnen beter worden benut. Ons advies is om voor dit Sociaal Innovatiefonds veel van de innovaties eerst op kleinere schaal toe te passen, waardoor de kosten lager kunnen blijven en innovaties makkelijker
In de definitieve versies van de aanvragen is een verbeterslag gemaakt op de koppelkansen tussen de voorstellen onderling en de verbinding met ander domeinen. In de uitvoering van de voorstellen wordt dit nog verder uitgewerkt. Veel slimme koppelkansen zullen uit de praktijk blijken. Niet alles is op voorhand dicht te timmeren, zeker niet waar het gaat om innovatie en een nieuwe manier van denken en werken.
in samenhang kunnen worden bezien en kunnen worden bijgestuurd. Dat kan bijvoorbeeld door één pilotgebied te benoemen (bijvoorbeeld Meerzicht vanwege de aanvraag voor ‘Preventie in de praktijk’) en daar ontschot de budgetten in te zetten om de sociaaleconomische positie van de wijk te verbeteren en de effectiviteit en samenhang van ideeën te testen.
Om de raakvlakken tussen de aanvragen onderling maar ook om de verbinding in de breedte met andere domeinen goed te leggen is een programmatische sturing op de uitvoering van de aanvragen noodzakelijk. Hiervoor wordt een programmamanager aangesteld die specifiek als taak krijgt om in de uitvoering slimme koppelkansen tussen de aanvragen onderling én in de breedte met andere domeinen te leggen en te benutten. Waar nodig en mogelijk wordt eerst in één wijk gestart met een pilot. Meerzicht is daarvoor een logische keus vanwege de relatie met het voorstel ‘Preventie in de praktijk’ maar het kan ook een andere wijk zijn, bijvoorbeeld als de kenmerken van die wijk zich bij uitstek lenen voor het doel van de pilot.
Daarnaast vinden wij het (opgetelde) bedrag dat wordt aangevraagd hoog en over het algemeen onvoldoende onderbouwd. Veel daarvan is namelijk (extra) personeelskosten, waarbij nog geen rekening is gehouden met de extra overheadkosten die dit voor de organisatie als geheel zal opleveren. Wij vragen ons af of de voorstellen allemaal bovenop het werk komen dat nu gedaan wordt, of dat de huidige capaciteit van het sociaal domein anders ingezet gaat worden door het Sociaal Innovatiefonds. Als de inzet van het Sociaal Innovatiefonds leidt tot het maken van keuzes of zaken anders doen kan dit het voorstel sterker maken, maar dient dit beter te worden onderbouwd. Een laatste punt dat het voorstel sterker zou worden is het leggen van een verbinding met de aanvraag van het Dutch Innovation Park, waar innovatie een hoofdonderwerp is. Basisbanen Het idee van de pilot is sympathiek. Wij adviseren om meer tijd te nemen voor nadere aanscherping van het voorstel. Vraag eerst een (klein) budget aan voor onderzoek naar het financieel en maatschappelijk rendement van de basisbanen. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan vervolgens een aanvraag worden gedaan voor de uitvoering van de pilot.
Veel voorstellen voorzien in het aanvragen van extra capaciteit voor de uitvering van de aanvraag. Daarnaast is voor alle aanvragen ook inzet van reguliere capaciteit noodzakelijk. Dit moet ingepast worden binnen de huidige werkzaamheden in het sociaal domein. Het verminderen van de werkdruk binnen het sociaal domein is niet het primaire doel van de voostellen. Door nu een investeringsimpuls te geven op het verbeteren van preventie en domein overstijgend werken kan dat op de lange termijn wel een neveneffect zijn. Ook hier gaat de kost voor de baat uit. De relatie met de aanvraag voor het Dutch innovation Park is opgenomen in het raadsvoorstel en wordt betrokken bij de verdere uitwerking.
Het doel van het aangepaste voorstel voor deze pilot is om de basisbanen te implementeren in de Zoetermeerse context en eventuele barrières weg te nemen. In het voorstel is rekening gehouden met een onderzoeksfase en uitvoering van de pilot. Dit naar aanleiding van reeds uitgevoerde pilots in het land.
Vindplaats verborgen schulden Wij zien dit voorstel momenteel niet als kansrijk in het kader van het Sociaal Innovatiefonds / het Fonds Zoetermeer 2040. Dit lijkt ons meer input voor herprioritering van huidige activiteiten binnen het programma. Schuldhulpverlening is bij uitstek een thema waarbij je oplossingsrichtingen breder zou willen benaderen (het voorkomen van schulden). Het is op dit moment echter vrij sectoraal ingestoken. Hiermee past het niet binnen de kaders van het Fonds Zoetermeer 2040. Het knippen van het onderzoekonderdeel en uitvoeringsdeel (zoals bij de pilot basisbanen) en het voor nu alleen aanvragen van een budget voor onderzoek kan wel kansrijk zijn.
Onder de pannen Wij vinden dit een kansrijk en goed voorstel. Het is goed onderbouwd en bevordert integrale samenwerking. De urgentie waarom dit nog voor de verkiezingen moet starten is niet helemaal duidelijk. Ons advies is om het onderdeel te maken van het (nieuwe) beleidsprogramma Woningbouw als Katalysator van een Sociaaleconomische Stad om ook de integraliteit te borgen
Op het voorstel is een verbeterslag gemaakt. De analyse van de huidige problematiek en hoe een investering bijdraagt aan de mechanismen van Zoetermeer 2040 is explicieter gemaakt. De urgentie voor een aanpak op basis van het fonds nu is mede ingegeven door de aanhoudende coronacrisis en de impact daarvan op werkenden en zelfstandig ondernemers. Dit staat los van de ondersteuning die vanuit de wettelijke vroegsignalering en schuldhulpverlening beschikbaar is. Met de financiering uit het fonds vindt actie-onderzoek plaats waarmee we nieuwe vindplaatsen bij werkgevers en aanpak (met evidence based inzichten uit het land) aan elkaar koppelen. De opbrengst van het onderzoek is zo gelijk in de praktijk te toetsen/toe te passen in twee pilots. Het opknippen van het onderzoekonderdeel en de uitvoering is dan onwenselijk. De urgentie die gevoeld wordt is de urgentie die wordt ondervonden door mensen in de maatschappij: economisch daklozen die (ook al hebben ze vaak een baan) geen eigen dak boven het hoofd kunnen hebben. Die groep is snel en hard gegroeid. De bedoeling van 2040 geldt. Het is een lange termijn visie. Vanuit dat oogpunt is de vraag waarom tot na de verkiezingen gewacht zou moeten worden. De energie om dit op te pakken is er in de organisatie! Dit is werken vanuit de bedoeling. Die organisatie weet verbinding te leggen waar nodig. Laten we starten!
Impact gedreven inzet voor jeugd & gezinnen In dit voorstel zien wij zeker potentie. Het heeft een stevige basis in het factorenmodel en is afgebakend tot twee scholen. Dat is positief. Het sluit daarnaast aan de doelen uit Zoetermeer 2040 doordat het focust op de jeugd en past binnen ‘een leven lang ontwikkelen’. Het heeft daarnaast een integrale scope.
De reactie geeft geen aanleiding voor aanpassingen in het voorstel
Innovatief wijkgericht en integraal ondersteuningsaanbod Dit voorstel zien wij als kansrijk. Het is door slimme haakjes handig verknoopt aan Zoetemeer 2040. Daarnaast geven de auteurs aan wat ze verwachten dat het op gaat leveren voor inwoners en de gemeente. Deze aanvraag is daarmee goed uitgewerkt. Qua urgentie is echter nog niet helemaal duidelijk waarom dit voor de verkiezingen nog gedaan moet worden. Wat gaat er mis als we het meenemen in de doorlichting en pas na de verkiezingen zouden starten? Daarnaast lijkt ook dit voorstel overlap te hebben met ‘Preventie in de praktijk’. Ten slotte wordt de aanpak meteen breed uitgerold. Wij vragen ons af of dit effectief is en zouden in één wijk beginnen. Positieve gezondheid en het huishouden Wij twijfelen hoe kansrijk dit voorstel is. Het is een mooi voorstel en fantastisch om ouderen op zo’n manier te helpen. Wij vragen ons echter af wat het oplevert in het kader van Zoetermeer 2040 en wat de urgentie is. Het lijkt daarnaast overlap te hebben met andere aanvragen. De onderzoeksvraag is breed geformuleerd en dit is positief. De focus voor oplossingsrichtingen is echter vrij smal en sectoraal ingestoken. Ons advies is om voor deze doelgroep en opgave breder te kijken.
De opgave die wordt geschetst is namelijk wel een belangrijke: hoe we ouderen zo lang mogelijk zinvol, vitaal, zelfstandig en gelukkig kunnen laten leven in Zoetermeer. Ons advies is daarom om dit onder te brengen in de aanvraag van ‘Preventie in de Stad’ en deze opgave te onderzoeken in één wijk, Meerzicht.
Preventie in de praktijk Dit voorstel heeft een mooie verbeterslag doorgemaakt in de leesbaarheid. Wij vinden het een goed stuk en adviseren hier dan ook positief op. Op inhoud lijkt het goed aan te sluiten op de doelen van Zoetermeer 2040, het
Het voorstel richt zich in eerste instantie op de innovatie van ondersteuning die past binnen de kaders van de Wmo en preventieve jeugdhulp. Een van de doelen is om dit aanbod waar mogelijk preventiever in te zetten. Het voorstel ‘Preventie in de praktijk’ kent een bredere scope en richt zich op meerdere interventies die een preventief effect kunnen hebben. Wij zien het voorstel ‘Wijkgerichte ondersteuning’ daarom als onderdeel van de aanpak die is beschreven in het voorstel ‘Preventie in de praktijk’, en beogen een nauwe samenwerking in de uitvoering van deze voorstellen. Er kan voor worden gekozen om het voorstel ‘Wijkgerichte ondersteuning’ als eerste te starten in Meerzicht, mede om de samenhang met het voorstel ‘Preventie in de praktijk’ vanaf de start te borgen.
De investeringen uit het Sociaal Innovatiefonds zijn o.a. gericht op positieve gezondheid. Het stimuleren of vergroten van de zelfredzaamheid in het huishouden draagt hieraan bij. Dit vraagt een veranderde benadering en dit is precies waar dit voorstel over gaat. Er is tevens sprake van een urgentie. De arbeidsmarkt voor huishoudelijke ondersteuning staat onder druk en is weinig ruimte om de stijgende vraag aan ondersteuning op te vangen. Dit voorstel gaat over zelfstandig wonen en regie thuis. Het lijkt smal en sectoraal maar gaat over de basis van waaruit de oudere inwoners opereren. Waar nodig en mogelijk wordt eerst in één wijk gestart met een pilot. Meerzicht is daarvoor een logische keus vanwege de relatie met het voorstel ‘Preventie in de praktijk’ maar het kan ook een andere wijk zijn, bijvoorbeeld als de kenmerken van die wijk zich bij uitstek lenen voor het doel van de pilot. De reactie geeft geen aanleiding voor aanpassingen in het voorstel
legt nadruk op samenwerken met partners, focust op één gebied en pakt integraal aan via ontschotting. Het is hiermee een voorloper voor andere voorstellen. Deze aanvraag zou dan ook als vliegwiel gebruikt kunnen worden voor de andere aanvragen voor het fonds (zoals ook al is benoemd in het algemene deel van het advies over het Sociaal Innovatiefonds).