CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Advies Commissie Bezwaarschriften van 20 januari 2022

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Besluit op ingediend bezwaarschrift tegen raadsbesluit Vraagstelling referendum779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie Bezwaarschriften

Gemeente Zoetermeer

Advies van de commissie bezwaarschriften Mevrouw mr. R.C.J.M. Balvers De heer mr. J.E.W. Tieleman De heer mr. L.R.M. Brouwer De heer bc. B. Okkerse

voorzitter lid lid secretaris

aan de raad over het bezwaarschrift van de heer P.L. Vergers, gericht tegen het raadsbesluit van 29 november 2021, betreffende de vraagstelling bij een te houden referendum over het afvalbeleid van de gemeente. Procedureverloop De raad heeft op 14 december 2020 besloten tot vaststelling van het Afval- en grondstoffenbeleidsplan 2021, wat inhoudt dat er een nieuw afvalbeleid komt. Het college van burgemeester en wethouders heeft op grond van de Referendumverordening op 12 januari 2021 beslist tot toewijzing van een inleidend verzoek om over het afvalbeleidsplan een referendum te houden. Aangezien de Referendumverordening aan toewijzing van een inleidend verzoek het rechtsgevolg verbindt dat de inwerkingtreding van het onderliggende besluit vervalt, dan wel wordt opgeschort, is de invoering van het nieuwe beleid uitgesteld. De raad heeft in zijn vergadering van 6 april 2021 besloten tot het houden van een referendum naar aanleiding van een definitief verzoek tot het houden van een referendum over het afvalbeleidsplan. Bij besluit van 29 november 2021 heeft de raad, ter uitwerking van het raadsbesluit van 6 april 2021 over het houden van het referendum, besloten tot vaststelling van de vraagstelling bij het referendum.

Op 6 december 2021 is aan Pels Rijcken advocaten de vraag voorgelegd of het besluit van 29 november 2021 moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Het antwoord op deze vraag was van belang voor de wijze waarop het besluit moet worden bekendgemaakt. Op 6 december 2021 heeft de heer mr. J.P. Heinrich van dit advocatenkantoor per email een reactie gegeven op de vraag. Op 8 december 2021 heeft bezwaarmaker tegen het besluit van 29 november 2021 bij digitaal ingediend formulier bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft de heer Heinrich op 10 december 2021 nogmaals een emailbericht gestuurd met betrekking tot de vraag of sprake is van een besluit in de zin van de Awb. De voorzitter van de commissie heeft op grond van artikel 12, lid 3, van de Verordening Bezwaarschriften in samenhang bezien met artikel 7:3 van de Awb besloten af te zien van het horen van belanghebbenden. Op basis van de stukken is geen twijfel mogelijk over de ontvankelijkheid (kennelijk niet-ontvankelijk). Ambtshalve beoordeling Uit artikel 1:3, lid 1 van de Awb in samenhang met artikel 7:1 van de Awb volgt dat alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

21084

-1-

De commissie stelt vast dat het bestreden besluit van 29 november 2021 niet ziet op de beslissing tot het (al dan niet) houden van een referendum, maar op vaststelling van de bij dat referendum te gebruiken vraagstelling. De raad heeft, onder verwijzing naar de e-mailberichten van 6 december 2021 en 10 december 2021 van de heer mr. J.P. Heinrich (Pels Rijcken advocaten), het volgende opgemerkt. Een beslissing tot vaststelling van een vraagstelling onderscheidt zich van een besluit tot het al dan niet houden van een referendum (of de daaraan voorafgaande toewijzing van een inleidend verzoek). Van de vaststelling van een vraagstelling gaat geen rechtsgevolg uit, in de zin dat door het bepalen van de formulering van de vraagstelling geen “verandering in de wereld van het recht” plaatsvindt: de rechtspositie(s) van burgers en/of de geldigheid dan wel inwerkingtreding van onderliggende besluiten wordt daar niet door veranderd. Het ontbreken van een extern rechtsgevolg aan een beslissing van de gemeenteraad tot vaststelling van een vraagstelling leidt tot de conclusie dat een dergelijke beslissing (en anders dan het daaraan voorafgaande besluit tot het houden van een referendum) geen besluit is waartegen bezwaar of beroep kan worden ingesteld.

Het betoog van bezwaarmaker dat de raad bij het vaststellen van de vraagstelling teveel van het advies van de referendumcommissie is afgeweken, levert niet alsnog een rechtsgevolg op dat aan het vaststellen van de vraagstelling door de raad zou zijn verbonden. De commissie kan zich geheel hierin vinden, en stelt vast dat de beslissing tot het vaststellen van de vraagstelling niet is gericht op enig extern publiekrechtelijk rechtsgevolg en dit evenmin bewerkstelligt, zodat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Het is dan ook niet mogelijk tegen deze beslissing bezwaar te maken. Advies De commissie adviseert u het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren Zoetermeer, 20 januari 2022 De commissie bezwaarschriften, de secretaris,

de voorzitter,

de heer bc. B. Okkerse

mevrouw mr. R.C.J.M. Balvers

21084

-2-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=8e96a482-c955-474b-a05e-617020720d82