Bijlage 1D - Impact gedreven inzet voor jeugd & gezinnen
Tekst van het document
Titel voorstel: IMPACT GEDREVEN INZET VOOR JEUGD & GEZINNEN Naam verantwoordelijke uitwerking: Jolanda Jansen
I.
BESCHRIJF HET VOORSTEL
Inleiding In Zoetermeer moeten kinderen en jongeren zo kansrijk en gezond mogelijk kunnen opgroeien. Wanneer problemen bij het opvoeden en opgroeien worden voorkomen, wordt de kans vergroot dat onze jeugdigen later, als volwassenen, zelfstandig een bijdrage aan de samenleving kunnen leveren. De kans op problemen bij opgroeien en opvoeden is groter in situaties waar de ouder(s) geconfronteerd worden met financiële stress, (mentale) gezondheidsproblemen, bij echtscheidingsproblematiek en/of wanneer zij opgroeien in een eenoudergezin. Dit zijn welbekende en onderzochte risicofactoren die vaker leiden tot gebruik van maatschappelijke voorzieningen, zoals jeugdhulp. Bekende beschermende factoren - factoren die de werking van risicofactoren dempen en veelal ook zelf een positief effect hebben - zijn o.a. aanwezigheid van sociale cohesie, een veilige leefomgeving, gezonde leefstijl, aanwezigheid van groen in de wijk en sterke sociaal-emotionele vaardigheden. Er is door de gemeente al veel gerealiseerd op gebied van preventie, echter dit gebeurt nog te vaak in reactie op signalen van bestaande problematiek. Het gaat nog te vaak om het beschikbaar stellen van interventies, zonder dat hiervoor de verbinding gemaakt wordt met wat er onderliggend speelt binnen gezinnen en in wijken.
Te bereiken doelstelling Met een investering uit het sociaal innovatiefonds kan enerzijds een bijdrage geleverd worden aan het creëren van een zo ideaal mogelijke leefomgeving voor een kansrijke ontwikkeling van Zoetermeerse jeugdigen (versterken beschermende factoren) én kunnen anderzijds vroegtijdig bewezen effectieve vormen van ondersteuning worden geboden, daar waar zich risico’s voordoen, die passen bij de vraagstukken waar gezinnen mee te maken hebben (verminderen risicofactoren). Wat is er nodig? Introductie van het factorenmodel in Zoetermeer Het bereiken van deze doelstelling vereist zicht op welke combinatie van factoren relevant is voor de Zoetermeerse jeugd om gezond en kansrijk te kunnen opgroeien binnen een wijk. Dit wordt in beeld gebracht binnen het factorenmodel. Het factorenmodel is een wetenschappelijk onderzocht instrument voor het maken en uitvoeren van beleid o.b.v. een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA). Het factorenmodel is voor jeugd al volledig beschikbaar en eenzelfde model is voor alle leeftijden in ontwikkeling. Met de introductie van het factorenmodel in Zoetermeer kunnen aan de hand van kenmerken van de wijk bewezen effectieve vormen van ondersteuning worden gekozen die bijdragen aan het versterken van beschermende - en het verkleinen van risicofactoren (wijkbenadering).
1
Ontwikkeling van ‘GroeiScholen in & met de wijk’ in Zoetermeer De school is binnen de wijk een verbindende factor en geeft een extra boost aan de samenhang in de wijk. Een groot deel van de bewezen effectieve vormen van ondersteuning binnen het factorenmodel worden dan ook in partnerschap met het onderwijs geïmplementeerd. Een eerste beweging in deze richting is in 2021 al gemaakt door het huidige ondersteuningsaanbod samen met het onderwijs te inventariseren en in gezamenlijkheid ondersteuning op een innovatieve wijze binnen het onderwijs te creëren. Op een aantal locaties waar risico’s zich stapelen en er veel jeugdigen met opgroeiproblemen zijn, wordt binnen het onderwijs gekeken naar hoe de verbinding met passende onderwijsondersteuning, zorg en sport & recreatie kan worden versterkt. In aansluiting op deze ontwikkeling wordt vanuit het sociaal innovatiefonds op 2 locaties samen met het onderwijs een ‘Groeischool in & met de wijk’ ontwikkeld. Op de ‘Groeischool in & met de wijk’ wordt met een financiële boost uit het sociaal innovatiefonds een eenmalige investering gedaan in het versterken van beschermende factoren, d.m.v. bijvoorbeeld het voorzien in een groentetuin, een sportvoorziening, het aanbieden van schoolontbijt en buitenschools recreatieaanbod, waarbij bewoners van de wijk structureel helpen voorzien in het onderhoud.
Welke investeringen nodig zijn wordt in partnerschap met het onderwijs en samen met betrokkenen uit de wijk onderzocht. Doelgroep: Gezinnen die wonen in wijken of buurten in Zoetermeer waar stapeling van meerdere risico’s leiden tot intensiever jeugdhulpgebruik. Effect: Het versterken van preventie is noodzakelijk in een situatie waarin steeds meer jeugdigen gebruik maken van jeugdhulp terwijl de hieraan verbonden kosten nauwelijks meer door de gemeente kunnen worden gedragen. Investeren in preventie vertaalt zich in gezondere en beter opgeleide bewoners, een verhoogde bestaanszekerheid en meer arbeidsparticipatie. Deze potentiële maatschappelijke impact van het factorenmodel is wetenschappelijk bewezen en groot. Bestaande patronen kunnen worden doorbroken binnen de mix van bewoners die we in Zoetermeer hebben zodat de jeugd van nu, de toekomstige waardevolle inwoners zijn die Zoetermeer mede maken tot dé plek waar je wilt zijn! II.
Implementatie
Wat is er nodig? Om uiteindelijk tot een passende aanpak voor Zoetermeer te komen stellen we de volgende fasering voor: 1. Aansluiten bij het landelijk traject van het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) ‘Impact in de Wijk’, gefinancierd door het ministerie van VWS, waarbij 6 gemeenten gedurende 3 jaar in Nederland het factorenmodel toepassen, samen hiervan leren en zo het model verbeteren; 2. Implementeren van het factorenmodel in 2 of meerdere wijken in Zoetermeer; 3. Kiezen van 2 scholen uit de geselecteerde wijken o.b.v. de uitkomsten van het factorenmodel en met deze scholen tot een plan van aanpak komen voor een ‘GroeiSchool in & met de wijk’.
2
Noodzaak innovatiefonds O.b.v. het factorenmodel wordt duidelijk welke interventies het meeste rendement gaan opleveren. Dit zal leiden tot een ander palet aan preventieve voorzieningen in Zoetermeer en dus een verschuiving van beschikbare middelen bij betrokken partners. De financiering van interventies zal dus komen uit bestaande middelen. De kosten voor de implementatie van het model (coördinatie en afstemming met ‘Impact in de Wijk’, datamanagementsysteem, coaching intern en extern m.b.t. gebruik nieuwe methodiek en tools, etc.) zijn eenmalig en worden gedekt met financiering uit het sociaal innovatiefonds. Hiervoor zijn geen middelen beschikbaar binnen reguliere budgetten. De ‘Groeischool in & met de wijk’ vergt een eenmalige investering, waarvoor geen middelen beschikbaar zijn binnen regulier budget. Wie zijn er nodig? - NJI: Begeleiding vanuit ‘Impact in de Wijk’; - Organisaties die actief zijn op gebied van preventieve jeugdhulp en ondersteuning voor volwassenen (InZet); - Zoetermeer 2025 - Inwoners van de wijk; Samenwerkingsverband passend onderwijs Zoetermeer; - Schoolbesturen van betreffende scholen; - Wijkpartners (zoals huisartsen (SGZ), vrijwilligersorganisaties, buurtwerk, kerken, moskeeën, wijk- en buurtverenigingen, politie, wijkregisseurs.
Effectiviteit: MKBA Door met het factorenmodel te werken wordt de focus op de oplopende tekorten in de jeugdhulp gekanteld naar een focus op maatschappelijke impact. Er komt scherp in vizier waar en hoe het beste geïnvesteerd kan worden om uiteindelijk het gewenste maatschappelijk én financieel effect te bereiken. Binnen de methodiek van het factorenmodel wordt een berekening gemaakt van het financieel rendement op verschillende domeinen: maatschappelijke resultaten zijn vertaald in financiële resultaten o.b.v. een maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA). III.
Innovatie & vernieuwing
In welke mate is het voorstel innovatief? Het innovatieve aan het voorstel is dat ondersteuningsaanbod beschikbaar wordt gemaakt o.b.v. een wetenschappelijk onderbouwde MKBA. Hierbij wordt gestuurd op effecten en impact i.p.v. alleen op kosten. Tot nu toe waren geen passende instrumenten beschikbaar om een dergelijke analyse te kunnen uitvoeren. Het innovatieve zit ook in de samenwerking met andere gemeenten. Door deze methodiek toe te passen met een aantal gemeenten in Nederland onder begeleiding van het NJI, worden best practices gedeeld om zo vanuit de praktijk samen te leren verbeteren. Door de factoren mee te nemen in ontwikkeling van beleid voor de stad, i.p.v. onderwerpen of thema’s geïsoleerd te bekijken en te beoordelen, biedt het model de mogelijkheid om ze breed en overstijgend te bezien, en vervolgens inzet te plegen op factoren die het meest lonen voor de inwoners van de stad. Zo kan de gemeente zich met partners in de stad meer richten op
3
maatschappelijk effect of impact: toepassing van dit model geeft de mogelijkheid tot een onderbouwde keuze voor de besteding van tijd en geld. In welke mate is het voorstel interdisciplinair en integraal opgezet? De uitdagingen waar gezinnen mee te maken hebben bevinden zich op verschillende leefdomeinen. De basis van het factorenmodel is het bereiken van maatschappelijk impact. Dit vraagt per definitie een interdisciplinaire en integrale aanpak. IV.
Impact
De maatschappelijke impact van interventies is bekend o.b.v. de MKBA. Hieruit blijkt dat de impact van interventies breder is dan alleen voor de doelgroep en op gebied van jeugdhulpgebruik. V.
Financiën
Welke middelen zijn nodig? Fte kosten: - Kosten 1 Fte coördinatie implementatie factorenmodel per jaar: € 115.000 De aansluiting bij ‘impact in de wijk’ en de implementatie van factorenmodel in Zoetermeer vergt een investering van 3 jaar in coördinatie Overige kosten: - Overige kosten m.b.t. implementatie factorenmodel (datamanagementsysteem, coaching intern en extern m.b.t. gebruik nieuwe methodiek en tools, etc.): - 2 ‘GroeiScholen in & met de wijk’ (coördinatie vrijwilligers, herinrichting buitenruimtes, materialen, etc.):
€ 100.000
Totale kosten gedurende 3 jaar
€ 530.000
VI.
€ 85.000
In hoeverre draagt het voorstel bij aan de 4 mechanismen van Zoetermeer 2040:
De implementatie van het factorenmodel en de opstart van 2 ‘GroeiScholen in & met de wijk’ in Zoetermeer draagt bij aan sociale cohesie in de wijk en groen in de buurt. Het integraal bieden van bewezen effectieve interventies heeft een positief effect op de kansengelijkheid van Zoetermeerse jeugdigen en hiermee in de toekomst op het opleidingsniveau, participatieniveau, besteedbaar inkomen en het tegengaan van armoede in de stad. Daarmee worden de verschillen tussen wijken en buurten verkleind en wordt het eigen initiatief, de zelfredzaamheid en inclusiviteit van wijken versterkt. VII.
In hoeverre past het voorstel binnen de 3 pijlers van de VNG propositie ‘De winst van het Sociaal Domein’
De implementatie van het factorenmodel en de opstart van 2 ‘GroeiScholen in & met de wijk’ in Zoetermeer draagt bij aan de 3 pijlers van de VNG propositie: het vanzelfsprekend maken van gezond leven (positieve gezondheid), het vergroten van de kansengelijkheid en het herstellen van bestaanszekerheid. 4