Bijlage 18 MER Bijlage 16 Rapportage Stikstofdepositie
Tekst van het document
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie
projectnummer 0497677.100 definitief revisie 03 16 mei 2025
www.anteagroup.nl
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 definitief revisie 03 16 mei 2025
Auteur(s) T. Sweerts
Opdrachtgever Gemeente Zoetermeer T.a.v. J. Visser Postbus 15 2700 AA ZOETERMEER
Gecontroleerd D. ter Heide
datum 16 mei 2025
beschrijving definitief
vrijgave H.W.J. Hemmen
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Ontwikkeling Entree te Zoetermeer Opbouw van dit achtergrondrapport Plangebied en studiegebied Beschrijving alternatieven
5 7 7 7
2.
Beleid en toetsingskader
8
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Onderzoek naar significante gevolgen Passende beoordeling M.e.r.-plicht Rekenprogramma AERIUS Calculator Herkomst beoordelingsregels
8 8 9 9 9
3.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
10
3.1
Ontwikkeling stikstofdepositie
10
4.
Beoordelingskader en uitgangspunten
12
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2
Realisatie Mobiele werktuigen Verkeer gerelateerde emissies Gebruik Afbakening Koude start
12 13 13 14 14 15
5.
Effectbeschrijving en beoordeling
16
5.1 5.1.1 5.2 5.2.1 5.3
Indicator realisatiefase Effectbeoordeling Indicator gebruiksfase Effectbeoordeling Overzicht effectbeoordeling stikstofdepositie
16 16 16 17 17
6.
(Mitigerende) maatregelen
18
6.1 6.1.1 6.1.2 6.2 6.2.1 6.3 6.4
(Mitigerende) maatregelen Realisatiefase Gebruiksfase Intern saldo Rekenresultaten Ecologische beoordeling Overzicht effectbeoordeling stikstofdepositie
18 18 19 19 20 20 20
7.
Leemten in kennis
21
8.
Samenvatting
22
8.1 8.2 8.3
Rekenresultaten Beoordeling effecten (Mitigerende) maatregelen
22 22 22
Bijlage 1 AERIUS-pdf’s zonder intern saldo Bijlage 2 AERIUS-pdf’s met intern saldo Bijlage 3 AERIUS-pdf’s combinatieberekening
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
1.
Inleiding De gemeente Zoetermeer is bezig met de ontwikkeling van Entree. In Entree wordt het gebied rondom de Afrikaweg tussen de A12 en het centrum, waar nu verouderde kantoren staan, getransformeerd naar een levendige en kwalitatief aantrekkelijke stadswijk. Op een aantal plots is tijdelijke huisvesting voor jongeren, spoedzoekers en Oekraïners gerealiseerd.
1.1
Ontwikkeling Entree te Zoetermeer Entree ligt ten noorden van de A12 en station Zoetermeer. De Afrikaweg loopt van noord naar zuid door het gebied en aan de west- en oostzijde loopt de Boerhaavelaan respectievelijk Bredewater.
Figuur 1-1: Nieuwe plangrens Entree te Zoetermeer (bron: gemeente Zoetermeer)
blad 5 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
Entree wordt een nieuw gemengd stedelijk gebied met een mix van wonen, werken en voorzieningen. Entree is daarmee één van de sleutelprojecten voor de toekomst van Zoetermeer. In de navolgende tabel is per programmaonderdeel zowel de minimale als maximale invulling aangegeven. In de uiteindelijke invulling van Entree en de programmering zijn er talloze varianten in de programmering mogelijk. De uiteindelijke invulling is afhankelijk van diverse factoren zoals marktomstandigheden en fasering. Er is sprake van één stedenbouwkundig model waarbinnen de verschillende varianten gerealiseerd moeten worden. Tabel 1-1: Onderzochte minimale en maximale alternatief Programma onderdeel Minimale alternatief
Maximale alternatief
Woningen
6.250 stuks
7.250 stuks
Kantoren
40.000 m2 bvo
50.000 m2 bvo
Bedrijfsfuncties
20.000 m2 bvo
40.000 m2 bvo
Maatschappelijke voorzieningen
35.000 m2 bvo
45.000 m2 bvo
Met betrekking tot het maximale alternatief nog de notie dat deze bestaat uit de maximale benutting van de bandbreedtes van elk van de programmaonderdelen. Het stedenbouwkundig model biedt zoals hiervoor aangegeven niet de ruimte om op elk programmaonderdeel de maximale invulling te realiseren. Er zal sprake zijn van communicerende vaten: bijvoorbeeld meer woningen heeft als gevolg dat er minder ruimte overblijft voor niet-woonfuncties. Door in het maximale alternatief de maximale benutting op elk programmaonderdeel als uitgangspunt te nemen voor de onderzoeken, kan met zekerheid gezegd worden dat voor elk programmaonderdeel ook het worst-case scenario is beoordeeld.
Figuur 1-2: Zicht op de Afrikaweg in de huidige situatie; van noord naar zuid (bron: gemeente Zoetermeer)
blad 6 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
1.2
Opbouw van dit achtergrondrapport Het MER is opgebouwd uit twee delen, deel A en deel B. In deel A zijn inleidende hoofdstukken en de hoofdlijnen van de resultaten van de effectstudies opgenomen. In deel B zijn de volledige effectstudies opgenomen van alle aspecten, inclusief het beleidskader en de referentiesituatie. De delen A en B vormen samen het MER. Voorliggend rapport is een onderdeel van deel B en gaat in op aspect stikstofdepositie.
1.3
Plangebied en studiegebied In het MER wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen plangebied en studiegebied. Het plangebied is in figuur 1-1 weergegeven. Het studiegebied is het totale gebied waarin milieueffecten als gevolg van de realisering van de voorgenomen activiteiten in het plangebied kunnen optreden. Voor het aspect stikstofdepositie is het studiegebied veel groter dan enkel het plangebied. De effecten van stikstofdepositie zijn waarneembaar binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. In onderstaande figuur zijn deze Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1-3: Studiegebied Entree te Zoetermeer
1.4
Beschrijving alternatieven In het MER zullen twee alternatieven worden onderzocht. In het minimale alternatief wordt uitgegaan van: 6.250 woningen, kantoorprogramma: 40.000 m² bvo, bedrijfsfuncties 20.000 m² bvo en maatschappelijke voorzieningen 35.000 m² b.v.o. In het maximale alternatief wordt uitgegaan van 7.250 woningen, kantoorprogramma 50.000 m² b.v.o., bedrijfsfuncties 40.000 m² en maatschappelijke voorzieningen: 45.000 m² b.v.o. blad 7 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
2.
Beleid en toetsingskader Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn uitgewerkt in de Omgevingswet (Ow) en de Omgevingsregeling (Or). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen (behouds-, uitbreidings- of verbeteringsdoelstellingen) bepaald.
2.1
Onderzoek naar significante gevolgen Het onderdeel gebiedsbescherming binnen de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit) biedt de basis voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve gevolgen hebben op de doelstellingen. Dit zijn de instandhoudings- en verbeterdoelstelling die per Natura 2000-gebied en per habitattype zijn vastgelegd. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag dus rekening houden met de gevolgen van het plan op Natura 2000-gebieden. Het kan daarbij zowel gaan om activiteiten die plaatsvinden binnen als buiten Natura 2000gebieden. In de oriënterende fase (voortoets) moet onderzocht worden of de ontwikkeling (beoogde situatie) significant negatieve gevolgen op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Dit kan onder andere door aan te tonen dat een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename in stikstofdepositie. Dan is namelijk uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Het is echter binnen de voortoets ook mogelijk om aan te tonen dat de depositietoename van de ontwikkeling ecologisch gezien niet leidt tot significante gevolgen.
2.2
Passende beoordeling Indien na een voortoets op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase, in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze laatste analyse is een ‘passende beoordeling’. Binnen een passende beoordeling kunnen mitigerende maatregelen zoals intern of extern salderen meegenomen worden. Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit de natuurlijke kenmerken niet aantast, staat ook dan het aspect gebiedsbescherming besluitvorming (voor wat betreft stikstofdepositie) niet in de weg. Bij het doorlopen van een passende beoordeling is altijd een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit benodigd. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat voor de vraag of een ontwikkeling de natuurlijke kenmerken aantast, onder voorwaarden een vergelijking mag worden gemaakt tussen de gevolgen van de beoogde situatie en de gevolgen van de situatie voorafgaand aan die beoogde situatie (binnen het plangebied). Dit wordt ook wel intern salderen genoemd. De situatie voorafgaand aan de beoogde situatie wordt de referentiesituatie genoemd. Voor een plan geldt dat de referentiesituatie de feitelijke huidige planologisch legale situatie voorafgaand aan het planbesluit is.
Er gelden specifieke regels voor al gestaakte activiteiten en voor wel verleende, maar nog niet gerealiseerde omgevingsvergunningen voor Natura 2000-activiteiten. Bij het beschouwen van mitigerende maatregelen zoals intern en extern salderen binnen de passende beoordeling dient aangetoond te worden dat deze maatregelen additioneel zijn. Dit houdt in dat de toegepaste maatregelen extra moeten zijn ten opzichte van de maatregelen die benodigd zijn om de doelstellingen van de getroffen Natura 2000-gebied te behalen. Dit laatste wordt een toets aan het additionaliteitsvereiste genoemd. Saldering is ook mogelijk met een verdwijnende of afnemende stikstofbron buiten het plangebied. Dit wordt dan extern salderen genoemd.
blad 8 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
2.3
M.e.r.-plicht Een passende beoordeling kan bij plannen leiden tot een m.e.r.-plicht. Uitzondering hierop zijn de volgende 2 categorieën van plannen: 1. Plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, ze slechts het gebruik bepalen van kleine gebieden en via een m.e.r.-beoordeling aangetoond moet zijn dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. 2. Plannen met enkel kleine wijzigingen en via m.e.r.-beoordeling eveneens aangetoond is dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. Voor beide categorieën van plannen geldt dat het bevoegd gezag in het planbesluit moet verwerken dat er geen m.e.r.-procedure wordt gevolgd.
2.4
Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (Or). Van elke te berekenen situatie (beoogde situatie, referentie- en/of salderingssituatie) wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage, eventueel ten opzichte van die referentie- en/of salderingssituatie. Tevens bepaalt zij zelf de rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000-gebieden waarop de bijdrage wordt bepaald. Deze bijdrage wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.
2.5
Herkomst beoordelingsregels In onderstaande tabel is de herkomst van de beoordelingsregels weergegeven. Tabel 2-1: Overzicht herkomst wet- en regelgeving Schaalniveau Beleid
Relevantie voor het MER
Europees
Habitat- en Vogelrichtlijn
ja
Nationaal
Omgevingswet/Bal en Bkl
ja
Provinciaal/regionaal
Beleid salderen Zuid-Holland 2024
deels
Gemeentelijk
-
-
blad 9 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
3.
Huidige situatie en autonome ontwikkeling In het MER worden de huidige situatie en de autonome ontwikkeling vergeleken. In dit hoofdstuk zijn de totale deposities voor beide situaties weergegeven. De gehanteerde gegevens volgen uit AERIUS Monitor.
3.1
Ontwikkeling stikstofdepositie Op basis van de gegevens uit AERIUS Monitor zijn onderstaand voor de omliggende Natura 2000-gebieden de totale depositie in de jaren 2020 tot en met 2040 weergegeven. De getoonde figuren geven een goed beeld van de stikstofdepositie binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.
Figuur 3-1: Meijendel & Berkheide (links) en Solleveld & Kapittelduinen (rechts)
Figuur 3-2: Westduinpark & Wapendal (links) en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (rechts)
blad 10 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
Figuur 3-3: Kennemerland-Zuid (links) en Coepelduynen (rechts)
Uit de data achter de figuren blijkt dat er naar de toekomst toe sprake is van een afname van stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden.
blad 11 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
4.
Beoordelingskader en uitgangspunten Voor de bepaling van de effecten van de ontwikkeling in de toekomst ten opzichte van de referentiesituatie (toekomst zonder project) zijn berekeningen uitgevoerd. De beoordelingsschaal voor deze effecten is gebaseerd op de maatlat in de onderstaande tabel. De berekende depositietoename wordt vertaald naar een overallscore voor het aspect stikstofdepositie. Voor het uitdrukken van de scores wordt een 5-puntsschaal gebruikt. Deze is in onderstaande tabel weergegeven. De overallscore wordt gebaseerd op de maximale depositietoename. Tabel 4-1: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling indicatoren stikstofdepositie Waardering Toelichting op klasse-indeling
4.1
++
Bij een afname die groter is dan -0,05 mol/ha/jaar
+
Bij een afname die tussen de 0,00 mol/ha/jaar en de -0,05 mol/ha/jaar ligt
0
Bij een planeffect van 0,00 mol/ha/jaar
-
Bij een toename die tussen de 0,00 mol/ha/jaar en de 0,05 mol/ha/jaar ligt
--
Bij een toename die groter is dan 0,05 mol/ha/jaar
Realisatie Een plan maakt bepaalde functies mogelijk (bijvoorbeeld woningen) en schrijft in de regel niet specifiek voor hoe deze functie gerealiseerd moet worden en welke materialen bijvoorbeeld daarvoor gebruikt moeten worden. Vandaar dat de bijdrage aan de stikstofdepositie van de realisatiefase van een plan wordt berekend aan de hand van kengetallen. In onderstaande figuur is een globale fasering van de bouwwerkzaamheden weergegeven. Hieruit blijkt duidelijk dat het plan niet in 1 jaar gebouwd gaat worden. De bouwwerkzaamheden lopen globaal van 2026 tot en met 2040.
Figuur 4-1: Fasering bouwwerkzaamheden
Om de maatgevende depositie te bepalen zijn een aantal berekeningen uitgevoerd: • Berekening realisatiefase • Berekening laatste jaar bouwen inclusief gebruiksfase (combinatieberekening) • Berekening volledige gebruiksfase
blad 12 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
4.1.1
Mobiele werktuigen Op basis van de praktijkervaring van meerdere gerealiseerde bouwprojecten is voor de realisatie van de woningen en bedrijvigheid het vermogen van het bij die realisatie meest gebruikelijke materieel en het aantal draaiuren daarvan ingeschat, variërend van heimachine tot shovel of graafmachine. Aan de hand van de door TNO beschikbaar gestelde rapportage zijn vervolgens per bron het brandstofverbruik en het AdBlue-verbruik bepaald (6% van het dieselverbruik). 1 Per bron ingevoerd in AERIUS Calculator leverde dit (overeenkomstig de AUB-methode) een emissie NOX en emissie NH3 op per appartement en daarmee het te hanteren kengetal. Bij het kengetal is ook rekening gehouden met onvoorziene emissies. Op een vergelijkbare wijze zijn kengetallen bepaald voor het aantal transportbewegingen als gevolg van de realisatie. De precieze realisatietijd van de ontwikkeling is onbekend. Wel is al duidelijk dat voor een dergelijke grote ontwikkeling er meerdere jaren overheen gaan. Ook is duidelijk dat (deels) de bestaande opstallen gesloopt worden, dat de grond bouwrijp wordt gemaakt (aanleg kabels en leidingen, sloten, riolering, etc.) en dat de openbare ruimte wordt ingericht ten behoeve van de komst van de appartementen en bedrijvigheid (o.a. bestrating, bomen, etc).
Bij de realisatiewerkzaamheden worden verschillende werktuigen gebruikt ten aanzien van de sloop, het bouwrijp maken, de bouw en het woonrijp maken. Voor deze bouwwerkzaamheden is uitgegaan van kengetallen. Er is uitgegaan van de inzet van materieel volgens het minimumniveau van het SEB (convenant Schoon en Emissieloos Bouwen). Dit houdt in een mix van STAGE IIIA (bouwjaar vanaf 2001), STAGE IIIB (bouwjaar vanaf 2011) en STAGE IV (bouwjaar vanaf 2014) werktuigen. Naar dit niveau wordt ook verwezen in relatie tot de emissiereductieverplichting die volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, waaraan bij bouwactiviteiten moet worden voldaan. Bovenstaande uitgangspunten hebben geleid tot in onderstaande tabel opgenomen emissies voor de bouw van 700 appartementen en niet-woonfuncties per jaar. Er is geen sprake van de bouw van grondgebonden woningen binnen het plangebied. Tabel 4-2: Emissies bouwfase Entree Aantal
Emissies [kg NOX/jaar]
[kg NH3/jaar]
700 appartementen
343,8
8,1
Niet-woonfuncties
104,4
4,6
448,2
12,7
Totaal
4.1.2
Verkeer gerelateerde emissies Er zullen ook werknemers naar het plangebied komen alsmede vrachtverkeer met materiaal en materieel. In onderstaande tabel zijn de vervoersbewegingen ten behoeve van de realisatiefase weergegeven.
Bouwverkeer Zoals hiervoor beschreven zijn deze getallen gebaseerd op kengetallen. Daarbij is uitgegaan van lichte vervoersbewegingen voor het personeel en zware vervoersbewegingen ten behoeve van de aanlevering van materieel en goederen. Tabel 4-3: Bouwverkeer Entree Type
Vervoersbewegingen [mvtb/jaar]
Licht verkeer
36.000
Zwaar verkeer
12.000
Naast bouwverkeer op het terrein is het voor een klein deel ook openbare weg gemodelleerd. Het aandeel bouwverkeer ten opzichte van het autonome verkeer is dermate gering dat het op de openbare enkel nog 1 AUB (Adblue verbruik, Uren en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO
X en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, d.d. 10-12-
2021
blad 13 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
opvalt door de lagere snelheid. Dit is na 200 meter niet meer het geval, waarna het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Koude start Voor het lichte verkeer is uitgegaan van 80% koude start. Dit betreft voornamelijk personeel dat ’s morgens aankomt en in de namiddag weer vertrekt. Naast dit personeel is er ook sprake van de aanlevering van materiaal en materieel middels bestelbusjes. Dit verkeer is binnen 2 uur weer vertrokken en kent dus geen koude start. Voor het vrachtverkeer is uitgegaan van 5% koude start. Het vrachtverkeer komt voornamelijk materiaal en materieel brengen en halen en is dus binnen 2 uur weer vertrokken.
Stationair draaien Er is geen rekening gehouden met stationair draaien van vrachtverkeer omdat tegenwoordig op de bouwplaats vrachtvoertuigen worden uitgezet in plaats van laten draaien.
4.2
Gebruik De ontwikkeling wordt niet voorzien van gasaansluitingen. Dit houdt in dat er voor het aspect stikstofdepositie enkel sprake is van indirecte emissies. Dit zijn de emissies van het extra verkeer ten gevolge van de ontwikkeling. Als rekenjaar is worstcase in eerste instantie het jaar 2027 gehanteerd.
4.2.1
Afbakening Voor de vergelijking van de situaties (plan alternatief versus autonoom) is gebruik gemaakt van een afbakening van de wegvakken geleverd uit het verkeersmodel. Hierbij is aangesloten bij de term ‘opgenomen in het heersende verkeersbeeld’ uit de instructie gegevensinvoer.2 Om invulling te geven aan de afbakening is rekening gehouden met wegvakken waarop sprake is van een relevante toe- of afname en die tezamen een gesloten netwerk vormen. Hiertoe is de term enkele procenten uit diezelfde instructie vertaald als 5% op basis van bestaande jurisprudentie. In onderstaande figuur zijn de geselecteerde wegvakken weergegeven.
Figuur 4-2: Afbakening wegvakken
Bovenstaande selectie van wegvakken is voor zowel de beoogde situatie (met ontwikkeling) als voor de autonome situatie (zonder ontwikkeling) gemodelleerd in AERIUS Calculator. Tevens zijn in bovenstaande figuur de gehanteerde wegtypen weergegeven. 2 Instructie gegevensinvoer AERIUS Calculator 2024.1, d.d. 11-02-2025
blad 14 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
4.2.2
Koude start Voertuigen die koud opstarten brengen verhoogde emissies met zich mee, omdat de daarvoor bedoelde katalysator nog niet werkt op lagere temperaturen. Gezien deze emissies een significant aandeel kunnen zijn van de emissies van verkeersbronnen, dienen deze koude starts apart gemodelleerd te worden. Licht verkeer zal voornamelijk gebruikt worden als woon-werkverkeer. De vervoersbewegingen zullen voornamelijk aan het begin en het eind van de dag plaatsvinden. Hierom wordt gerekend met een aandeel van 80% van de lichte voertuigen die een koude start zullen ondergaan. Vrachtverkeer zal voornamelijk gebruikt worden voor het bezorgen en afhalen. Daarom wordt gerekend met een aandeel van 10% van de vrachtvoertuigen die een koude start zullen ondergaan. Om te bepalen voor welke voertuigaantallen een koude start moet worden toegepast op basis van bovenstaande voorwaarden zijn de voertuigbewegingen op alle ‘selected links’ binnen het plangebied geselecteerd. De ‘selected links’ betreffen alle kleine wegvakjes die het plangebied binnengaan (zie figuur 4-1).
blad 15 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
5.
Effectbeschrijving en beoordeling In het MER worden de milieueffecten van het plan Entree beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie: de huidige invulling van het plan in combinatie met de autonome groei en ontwikkelingen. In dit hoofdstuk zijn de depositietoenames in beide planvarianten weergegeven. Alle resultaten zijn opgenomen in bijlage 1: realisatiefase, gebruik minimale alternatief en gebruik maximale alternatief.
5.1
Indicator realisatiefase In onderstaande tabel zijn de berekende toe- en afnames weergegeven voor de omliggende Natura 2000gebieden die zijn berekend met AERIUS Calculator (versie 2024). Tabel 5-1: Realisatiefase beide alternatieven in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
-
-
-
Solleveld & Kapittelduinen
-
-
-
Westduinpark & Wapendal
-
-
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
-
-
-
Kennemerland-Zuid
-
-
-
Coepelduynen
-
-
-
Uit de effecten weergegeven in bovenstaande tabel blijkt dat er geen sprake van een toename van stikstofdepositie is ongeacht het gekozen alternatief. Mochten er veel meer bouwwerkzaamheden tegelijkertijd uitgevoerd worden kunnen de emissies hiervan worden beperkt door het inzetten van schoner materieel en/of emissieloos materieel. De bouwfase vormt daarmee zeer waarschijnlijk geen belemmering voor de verdere procedures.
5.1.1
Effectbeoordeling Voor de realisatiefase is er geen sprake van een depositietoename en dus een beoordeling ‘neutraal’ voor beide planalternatieven.
5.2
Indicator gebruiksfase In onderstaande tabel zijn de berekende toe- en afnames weergegeven voor de omliggende Natura 2000gebieden die zijn berekend met AERIUS Calculator (versie 2024). Tabel 5-2: Gebruiksfase minimale alternatief in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
0,02
1.456,70
-
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
259,65
-
Westduinpark & Wapendal
0,01
135,27
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,01
81,24
-
Kennemerland-Zuid
0,01
80,79
-
Coepelduynen
0,01
46,42
-
Oppervlak toename
Oppervlak afname
Tabel 5-3: Gebruiksfase maximale alternatief in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename [mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
0,03
1.456,70
-
Solleveld & Kapittelduinen
0,02
312,64
-
blad 16 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer N2000-gebied
Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Westduinpark & Wapendal
0,02
135,27
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,02
86,87
-
Kennemerland-Zuid
0,02
81,88
-
Coepelduynen
0,02
46,42
-
Uit de effecten weergegeven in bovenstaande tabellen blijkt dat er sprake van een toename van stikstofdepositie is ongeacht het gekozen alternatief. Voor het maximale alternatief zijn de effecten wel groter.
5.2.1
Effectbeoordeling Voor beide planalternatieven geldt dat er, in de gebruiksfase, sprake is van een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jaar en minder dan 0,05 mol/ha/jaar. Hieruit volgt dat de beoordeling voor het aspect stikstofdepositie neerkomt op ‘negatief’ voor beide planalternatieven. Dit houdt in dat er maatregelen getroffen moeten worden om de planontwikkeling mogelijk te maken. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
5.3
Overzicht effectbeoordeling stikstofdepositie In het kader van de m.e.r.-procedure is gekeken naar de effecten van het plan op het aspect stikstofdepositie. Uit het opgestelde boordelingskader blijkt onderstaande beoordeling. Tabel 5-4: Overzicht effectbeoordeling Indicator
Minimale alternatief
Maximale alternatief
Realisatiefase
neutraal
neutraal
Gebruiksfase
negatief
negatief
blad 17 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
6.
(Mitigerende) maatregelen In dit hoofdstuk worden maatregelen besproken die toegepast kunnen worden en waarmee mogelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken. (Mitigerende) maatregelen kunnen worden toegepast indien voor het plan een passende beoordeling wordt opgesteld. Alle resultaten zijn opgenomen in bijlage 2: gebruik minimale alternatief en gebruik maximale alternatief en in bijlage 3: combinatie minimale alternatief en combinatie maximale alternatief.
6.1
(Mitigerende) maatregelen
6.1.1
Realisatiefase Uit de berekeningen blijkt dat er geen sprake is van een toename bij de in dit onderzoek gehanteerde kentallen. Als tijdens de realisatiefase veel meer bouwwerkzaamheden tegelijkertijd worden gerealiseerd dan eerder voorzien is de inzet van emissieloze werktuigen mogelijk. Ook kan enkel bouwverkeer met een bepaalde EUROklasse worden toegelaten. Deze maatregelen zorgen voor minder emissies en dus minder depositie. Ook geldt dat er sprake is van een zekere fasering van de bouwwerkzaamheden. Voor bouwwerkzaamheden geldt, gelijk aan verkeer, dat deze naar de toekomst toe steeds schoner zullen worden uitgevoerd. Volgens het minimum niveau van het SEB geldt vanaf 2035 al een nagenoeg emissieloze bouwpraktijk.
Combinatieberekening Om toch inzicht te verkrijgen in de combinatie tussen deels gebruik en deels bouwwerkzaamheden is ook nog een berekening opgesteld van het laatste jaar bouwwerkzaamheden worstcase in combinatie met het volledige gebruik. Het gebruik is in deze berekening overschat, omdat nog niet alle bouwwerkzaamheden zijn afgerond. Voor de bouwfase worden dan onderstaande emissies gehanteerd (toekomstig jaar). Ook dit is een overschatting, omdat vanaf 2035 de bouwpraktijk nagenoeg emissieloos zal zijn. Tabel 6-1: Emissies bouwfase Entree (toekomstig jaar) Aantal
Emissies [kg NOX/jaar]
[kg NH3/jaar]
700 appartementen
222,0
6,8
Niet-woonfuncties
67,4
3,9
289,4
10,7
Totaal
Het aantal bewegingen ten gevolge van het bouwverkeer is gelijk gehouden.
Rekenresultaten In onderstaande tabel zijn de berekende toe- en afnames weergegeven voor de omliggende Natura 2000gebieden die zijn berekend met AERIUS Calculator (versie 2024). Tabel 6-2: Combinatieberekening minimale alternatief in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
0,01
1.298,46
-
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
121,48
-
Westduinpark & Wapendal
0,01
54,74
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,01
54,46
-
Kennemerland-Zuid
0,01
18,30
-
Coepelduynen
0,01
18,50
-
blad 18 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer Tabel 6-3: Combinatieberekening maximale alternatief in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
0,02
1.450,64
-
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
147,74
-
Westduinpark & Wapendal
0,01
89,39
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,01
69,28
-
Kennemerland-Zuid
0,01
66,00
-
Coepelduynen
0,01
46,42
-
Uit de effecten weergegeven in bovenstaande tabellen blijkt dat er nog sprake van een minimale toename van stikstofdepositie is ongeacht het gekozen alternatief. Voor het maximale alternatief zijn de effecten wel hoger.
6.1.2
Gebruiksfase Uit de effectbeoordeling blijkt dat beide planalternatieven een negatief behalen op de indicator gebruiksfase. Er zijn diverse bronnen die zorgen voor stikstofdioxide-emissies. De bronnen met de grootste emissies zijn: • Verkeersbewegingen vormen de grootste bron van NOX-emissies. Bij een gemiddelde grondgebonden woning wordt uitgegaan van meerdere verkeersbewegingen per dag: naar het werk, boodschappen doen, kinderen halen en brengen en nog veel meer. • Er zijn diverse overige bronnen die een rol spelen bij de NO X-emissie van woonwijken. Zo ontstaat er ook emissie door sfeerverwarming, roken en bijvoorbeeld brommergebruik. Voor bovenstaande bronnen zijn vele maatregelen denkbaar, maar de belangrijkste maatregel is het instellen van een milieuzone binnen de woonwijk (diverse varianten denkbaar). Omdat verkeer de grootste bron van NOX-emissies is. Volgens verschillende onderzoeken zijn grote reducties mogelijk indien geen verbrandingsmotoren worden toegestaan. Met minder vergaande maatregelen is ook nog een behoorlijke reductie haalbaar (minimaal EURO6 voertuigen). Voor emissieloze scenario’s geldt dat de beoordeling dan zeer waarschijnlijk neutraal zou worden. Borging van een milieuzone kan via bepalingen in het omgevingsplan en een verkeersbesluit. Handhaving kan via een camerasysteem of BOA’s.
6.2
Intern saldo Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven geldt voor plannen dat de feitelijke huidige planologisch legale situatie voorafgaand aan het planbesluit als referentiesituatie mag gelden. Dit houdt in dat de gerealiseerde planologisch legale activiteiten als intern saldo binnen een passende beoordeling meegenomen mogen worden. Hiertoe is een inventarisatie gemaakt van de huidige invulling van het gebied en zijn gegevens als gasverbruik en verkeersbewegingen achterhaald. In onderstaande tabel worden de huidige planologisch legale activiteiten opgesomd en worden de gehanteerde uitgangspunten voor de berekening weergegeven. Voor sommige kantoren geldt dat de verkeersgeneratie al is opgenomen in de resultaten van de verkeersstudie. Tabel 6-4: Uitgangspunten intern saldo Activiteit Opp. [m2]
Gasverbruik [m3]
West 1 – kantoor
9.000
110.000
West 2 – kantoor
-
43.027
West 3 – kantoor
-
46.672
West 4 – kantoor
1.000
West 4 – Young Housing
3.500
Oost 3 – kantoor
-
40.000 75.000
blad 19 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
6.2.1
Rekenresultaten In onderstaande tabel zijn de berekende toe- en afnames weergegeven voor de omliggende Natura 2000gebieden die zijn berekend met AERIUS Calculator (versie 2024). Tabel 6-5: Gebruiksfase minimale alternatief in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
0,01
734,37
-
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
33,61
-
Westduinpark & Wapendal
0,01
20,58
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,01
7,39
-
Kennemerland-Zuid
0,01
3,39
-
Coepelduynen
0,01
1,18
-
Tabel 6-6: Gebruiksfase maximale alternatief in mol/ha/jaar N2000-gebied Depositietoename
Oppervlak toename
Oppervlak afname
[mol/ha/jaar]
[ha]
[ha]
Meijendel & Berkheide
0,01
1.336,49
-
Solleveld & Kapittelduinen
0,01
121,84
-
Westduinpark & Wapendal
0,01
54,58
-
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
0,01
60,39
-
Kennemerland-Zuid
0,01
18,80
-
Coepelduynen
0,01
21,01
-
Uit de effecten weergegeven in bovenstaande tabellen blijkt dat er nog sprake van een minimale toename van stikstofdepositie is ongeacht het gekozen alternatief. Voor het maximale alternatief zijn de effecten wel groter.
6.3
Ecologische beoordeling Niet elke overschrijding van de kritische depositiewaarden hoeft tot een significant gevolg te leiden of dient anderszins als niet toelaatbaar te worden geacht. Middels een ecologische beoordeling kan mogelijk worden aangetoond dat de natuurlijke kenmerken van de getroffen gebieden niet worden aangetast door de bijdrage van het plan Entree. Hiertoe is een notitie opgesteld, welke is bijgevoegd bij het MER als bijlage 19.3 Op basis van deze notitie kan zekerheid worden verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van Natura 2000gebieden door de toename van stikstofdepositie niet zal aantasten.
6.4
Overzicht effectbeoordeling stikstofdepositie In het kader van de m.e.r.-procedure is ook gekeken naar de effecten van het plan op het aspect stikstofdepositie na het toepassen van (mitigerende) maatregelen. Uit het opgestelde boordelingskader blijkt onderstaande beoordeling na toepassing van deze maatregelen. Tabel 6-7: Overzicht effectbeoordeling Indicator
Minimale alternatief
Maximale alternatief
Realisatiefase
neutraal
neutraal
Gebruiksfase
neutraal
neutraal
3 Ecologische beoordeling stikstofdepositie voor het plan Entree te Zoetermeer, d.d. 13 februari 2025
blad 20 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
7.
Leemten in kennis Voor het aspect stikstofdepositie is er in deze fase van de ontwikkeling geen sprake van leemten in kennis.
blad 21 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
8.
Samenvatting De gemeente Zoetermeer is bezig met de ontwikkeling van Entree. In Entree wordt het gebied rondom de Afrikaweg tussen de A12 en het centrum, waar nu verouderde kantoren staan, getransformeerd naar een levendige en kwalitatief aantrekkelijke stadswijk. In het kader van de m.e.r.-procedure voor dit plan is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Hierbij is rekening gehouden met alle beoogde ontwikkelingen die leiden tot een toename of verandering van de emissies van stikstofdepositie veroorzakende stoffen.
8.1
Rekenresultaten Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat voor de gebruiksfase van beide alternatieven sprake is van een toename van de stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden. Deze toename is voor het maximale alternatief groter dan voor het minimale alternatief. Voor de realisatiefase is geen sprake van een toename.
8.2
Beoordeling effecten In het kader van de m.e.r.-procedure is tevens gekeken naar de effecten van het plan op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit het opgestelde boordelingskader blijkt onderstaande beoordeling. Tabel 8-1: Overzicht effectbeoordeling zonder (mitigerende) maatregelen Indicator Minimale alternatief
Maximale alternatief
Realisatiefase
neutraal
neutraal
Gebruiksfase
negatief
negatief
Door de berekende toename zijn maatregelen nodig om deze toename weg te nemen en de planontwikkeling mogelijk te maken. Hierbij kan gedacht worden aan het versneld afwikkelen van verkeer mogelijk te maken richting de A12. Ook zijn andere (mitigerende) maatregelen zoals verwoord in hoofdstuk 6 mogelijk.
8.3
(Mitigerende) maatregelen Er zijn verschillende (mitigerende) maatregelen mogelijk voor het plan. Zo is er sprake van intern saldo, kunnen bouwwerkzaamheden (deels) emissieloos worden uitgevoerd en kunnen maatregelen in de vorm van een emissieloze zone (of EURO zone) worden ingesteld. Ook leidt de ecologische beoordeling (zie paragraaf 6.3) tot de conclusie dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied. Tabel 8-2: Overzicht effectbeoordeling met (mitigerende) maatregelen Indicator Minimale alternatief
Maximale alternatief
Realisatiefase
neutraal
neutraal
Gebruiksfase
neutraal
neutraal
blad 22 van 22
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
Bijlagen
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
Bijlage 1 AERIUS-pdf’s zonder intern saldo • • •
Realisatiefase met kenmerk Rwbxux5KmPgv Gebruiksfase minimale alternatief met kenmerk ReP7cKZqgBmK Gebruiksfase maximale alternatief met kenmerk RsqmB6bpvz7T
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
Bijlage 2 AERIUS-pdf’s met intern saldo • •
Gebruiksfase minimale alternatief met kenmerk Rs4rRMsc5P8A Gebruiksfase maximale alternatief met kenmerk RhZhadcMmLK2
Zoetermeer Entree milieueffectrapport MER deel B - deelrapport stikstofdepositie projectnummer 0497677.100 16 mei 2025 revisie 03 Gemeente Zoetermeer
Bijlage 3 AERIUS-pdf’s combinatieberekening • •
Gebruiksfase minimale alternatief met kenmerk RvSvZb1k2ap3 Gebruiksfase maximale alternatief met kenmerk S59PYJyN291R
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Rivium Westlaan 72 2909 LD Capelle aan den IJssel Postbus 8590 3009 AN Rotterdam
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl