Bijlage 18 MER Bijlage 14 Rapportage Ruimtelijke Kwaliteit
Tekst van het document
3.5
Huidige situatie archeologie
In het plangebied van Entree zijn geen gebieden aanwezig die zijn opgenomen op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) of de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Het gebied is geen archeologisch monument, zowel niet door het Rijk als door de gemeente aangewezen. Op basis van de Beleidskaart archeologische monumenten Zoetermeer (en het het archeologisch bureauonderzoek dat daar aan ten grondslag heeft gelegen) heeft het plangebied lage tot geen archeologische verwachtingen. Tot de laatste ijstijd van het Weichselien bestond de ondergrond van Zoetermeer uit dekzand en een zandige rivierafzetting van de Rijn. Vanaf 9.500 voor Christus steeg de zeespiegel waardoor er dik pallet aan veenmoeras ontstond. In dit veenmoeras drongen getijdegeulen steeds verder het land in, zodat rond 4.800 voor Christus ter plaatse van het huidige Zoetermeer een breed getijdebekken vergelijkbaar met de Waddenzee is gevormd dat de Rijswijk-Zoetermeergeul wordt genoemd. Vanaf 4.000 voor Christus werd het Zoetermeerse kweldergebied door verlanding steeds zoeter en ontwikkelde zich een groot hoogveengebed dat afwaterde via riviertjes zoals de Vliet en de Rotte. In het midden van dit veengebied lag het Zoetermeer dat via de Zwiet afwaterde op de Oude Rijn. Het natte veen was ongeschikt voor landbouw en bleef tot de 11de eeuw onaangetast.
Vanaf de 13de eeuw werd het veen afgegraven voor de turfwinning. Turf was de brandstof voor de grote steden rondom Zoetermeer: Delft, Leiden en later Den Haag. Het hoogveen werd in drie fases vanaf het Zoetermeer en haar afwateringsriviertje de Zwiet (= zoet) ontgonnen in zuidoostelijke richting. Ongeveer ter hoogte van het huidige station De Leyens ontstond Zwietermeer (de naam is later verbasterd tot Zoetermeer) vermoedelijk als een ontginningsnederzetting van akkerbouwers en vissers. In de 11de en 12de eeuw versnelde de Zwietermeerse ontginning en werd deze naar het westen uitgebreid. De zuidgrens van de ontginning, de huidige Voorweg, vormde de basis voor deze tweede ontginningsfase. De akkers lagen in eerste instantie aan de noordzijde tussen de Voorweg en het Zoetermeerse meer, de huidige Zoetermeerse Meerpolder. Al in de 12de eeuw werd als volgende ontginningsfase meer zuidoostelijk het Rutkenvene, de latere Rokkeveensepolder ontgonnen. In het verlengde hiervan ontstond een noordelijke ontginning: Zegwaart. De ontginningsassen Voorweg en Rokkeveenseweg/Zegwaartseweg zijn als historische linten nog steeds herkenbaar in de stedenbouwkundige structuur van Zoetermeer. 26
In de 17de eeuw werd het hoogveen geheel afgegraven. Door het turfsteken en door het baggeren van dikke lagen grond, soms tot 4 meter diep, ontstonden rondom het dorp Zoetermeer uitgestrekte waterplassen. De Landscheidingsdijk en het resterende land werden vaak bedreigd door het water en de situatie werd penibel. Dit probleem deed zich niet alleen rond Zoetermeer voor, maar op veel locaties in het laaggelegen Hollandse veenlandschap. De introductie van de vijzelmolen, een vinding uit het midden van de 17de eeuw, die water wel 4 tot 5 meter op kon voeren, maakte droogmalen mogelijk. Bij Zoetermeer vormde met name het Zoetermeerse Meer een probleem en in navolging van de eerste grote Nederlandse inpoldering van de Beemster (1612) werd deze in vier jaar na toe- stemming van de Staten van Holland en Westfriesland drooggemalen. De Zoetermeerse Meerpolder was in 1616 een feit. In één eeuw tijd volgden de andere Zoetermeerse droogmakerijen. De Driemanspolder (1672-1675), de polder waarin o.a. de wijken Driemanspolder en Meerzicht en de Afrikaweg zich bevinden, kwam in de periode 1672-1675 tot stand. In de periode 1701-1706 volgde de Binnenwegse Polder, globaal het gebied van het huidige Oosterheem-Van Tuijlpark.
De Palensteinse polder, globaal in het gebied van de huidige wijken Palenstein, Seghwaert en Noordhove, werd in de periode 1759-1763 drooggemalen en de Nieuwe Drooggemaakte polder, globaal tussen Voorweg, Zoetermeerse Meerpolder en Leidsewallenwetering, volgde in 1771. De Nieuwe of Drooggemaakte Polder in het gebied van Pijnacker, aan de Zuidzijde van de Landscheidingsdijk, ter plaatse van het huidige gebied van Balijbos, Rokkeveen en de zuidzijde van station Zoetermeer, volgde in 1789. Door de turfwinning en de inpolderingen is een groot deel van het bodemarchief verloren gegaan. Alleen in de oude bewoningslinten is er grotere archeologische verwachting. Geconcludeerd kan worden dat er in Zoetermeer geen relevante resten meer te verwachten zijn uit de perioden voor de Late Middeleeuwen. Uit de periode van de middeleeuwse ontginningen vanaf het jaar 1000 kunnen wel nog talloze archeologische resten aanwezig zijn, evenals uit de jongere perioden, maar zeer waarschijnlijk niet in het plangebied van Entree. De resten van na het jaar 1700 worden in veel gevallen van minder groot belang geacht, omdat over deze periode veel archiefbronnen beschikbaar zijn. Omdat het plangebied, behalve de Voorweg dat een hoge archeologische verwachting heeft, geen archeologische verwachting heeft, is het vrijgegeven.
Afbeelding 3.13: Uitsnede Beleidskaart archeologische monumenten Zoetermeer. De oranje gekleurde gebieden zijn gebieden met een hoge archeologische verwachting op basis van archeologisch bureauonderzoek.
27
3.6
Autonome situatie archeologie
Zonder wijzigingen als gevolg van het Omgevingsprogramma en het huidig gemeentelijk beleid zal de beschreven situatie ten aanzien van archeologie hetzelfde blijven.
28
4. Beoordelingskader 4.1
Beoordelingskader stedelijk landschap
Voor het aspect Stedelijk landschap wordt onderzocht in hoeverre het stedelijk landschap van Entree en de omgeving wordt beïnvloed door de voorgenomen transformatie van het plangebied. De ruimtelijke kwaliteit van het stedelijk landschap heeft betrekking op de mate waarin de plek voorziet in de behoefte van mensen, uitgesplitst in de begrippen toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Deze begrippen spelen in meer of mindere mate een rol bij zowel het beoordelen van de ruimtelijke structuur (vooral toekomstwaarde en gebruikswaarde) en het ruimtelijk beeld (vooral belevingswaarde en gebruikswaarde). De ruimtelijke structuur en het ruimtelijk beeld van Entree worden kwalitatief en in samenhang met de omgeving beoordeeld. De effecten voor het thema stedelijk landschap worden bepaald op basis van de beoordelingscriteria uit onderstaande tabel. Onder de tabel volgt per criterium een toelichting op de beoordelingscriteria en gehanteerde methode. Onderdeel
Beoordelingskader
Meeteenheid
Meetmethode
Ruimtelijke structuur
Mate waarin Entree in het stedelijk weefsel van Zoetermeer wordt geïntegreerd
Verandering van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde
Kwalitatief
Ruimtelijk beeld
Mate waarin Entree vanaf de hoofdroutes wordt beleefd
Verandering van belevingswaarde en gebruikswaarde
Kwalitatief
Tabel 4.1: Beoordelingskader Stedelijk Landschap.
Ruimtelijke structuur Het aspect ruimtelijke structuur beschrijft de mate waarin Entree in het stedelijk weefsel van Zoetermeer is geïntegreerd. De mate van integratie wordt onderzocht op twee aspecten en twee schalen, bij beide aspecten wordt gekeken naar de verandering van belevingswaarde en gebruikswaarde, en aanvulling bij fysiek ruimtelijke structuur ook naar de toekomstwaarde. Het eerste aspect is de fysiek ruimtelijke structuur van de stad. Dat wil zeggen: het netwerk van bebouwing en openbare ruimte, het stadsontwerp. Dit wordt onderzocht op twee verschillende schaalniveaus: • Het eerste schaalniveau is de positie van Entree in het geheel van omliggende wijken. Hierbij wordt gekeken naar kenmerken van de fysiek ruimtelijke structuur, zoals oriëntatie van de verschillende wijken en de richting van hoofdroutes. • Het tweede schaalniveau beschrijft het gebied zelf en de interne organisatie en aanhechting aan de directe omgeving. Hierbij wordt gekeken naar de algemene oriëntatie van gebouwen en hoe deze in relatie staat met de omgeving; verkaveling en typologie. Beoordeeld zal worden wat de stedenbouwkundige waarde van het gebied is in het geheel van omliggende wijken en wat de waarde is op het niveau van het gebied zelf. Het tweede aspect betreft de functioneel ruimtelijke structuur. Ook dit wordt onderzocht op twee schaalniveaus.
• Het eerste schaalniveau is de positie van Entree in het geheel van omliggende wijken. Hierbij wordt gekeken naar het functioneren van het gebied: wat zijn de functioneel ruimtelijke kenmerken van Entree en wat is de toekomstwaarde van het gebied? • Het tweede schaalniveau beschrijft welke type functies en voorzieningen aanwezig zijn en wat de specifieke ruimtelijke kenmerken van deze functies zijn. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar functies met een uniek en gebied overstijgend karakter, dit zijn over het algemeen functies met een hoge gebruiks- en belevingswaarde. Het beoordelingskader voor het criterium ruimtelijke structuur is in onderstaande tabel weergegeven. 29
Waardering
Toelichting op klasse-indeling
++
Zeer positieve verandering (permanent/grootschalig/omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
+
Beperkte positieve verandering (tijdelijk/lokaal/weinig omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
0
Geen of zeer korte/zeer lokale/minimale verandering van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
-
Beperkte negatieve verandering (tijdelijk/lokaal/weinig omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
--
Zeer negatieve verandering (permanent/grootschalig/omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
Tabel 4.2: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling Ruimtelijke structuur.
Ruimtelijk beeld Het aspect ruimtelijk beeld beschrijft de verandering die de transformatie van Entree mogelijk heeft op de beleving vanaf de hoofdroutes. Net als bij de ruimtelijke structuur wordt gekeken naar twee schaalniveaus. • Het eerste schaalniveau beschrijft de positie van de hoofdroutes in het geheel van de omliggende wijken. De routes maken deel uit van een groter geheel, een netwerk van routes. Onderzocht wordt hoe de routes naar karakter (ruimtelijk concept) kunnen worden onderscheiden en wat de waarde is van dat karakter. • Het tweede schaalniveau beschrijft de belevingswaarde van de hoofdroutes op de schaal van het transformatiegebied. Hierbij wordt gekeken naar de kwaliteit (het aanzien en de samenhang) van het stedelijk beeld (het geheel van bebouwing, beplanting en water) vanuit het straatprofiel van de hoofdroutes. Aspecten die worden onderzocht zijn: dichtheid en hoogte van bebouwing, oriëntatie en samenhang van bebouwing, groen- en waterstructuur, toegankelijkheid (positie en hoeveelheid van adressen/ingangen aan het straatprofiel). Waardering
Toelichting op klasse-indeling
++
Zeer positieve verandering (permanent/grootschalig/omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
+
Beperkte positieve verandering (tijdelijk/lokaal/weinig omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
0
Geen of zeer korte/zeer lokale/minimale verandering van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur
-
Beperkte negatieve verandering (tijdelijk/lokaal/weinig omvangrijk) van fysieke en/of functionele ruimtelijke structuur.
--
Zeer negatieve verandering (permanent/grootschalig/omvangrijk) van fysieke en/ of functionele ruimtelijke structuur.
Tabel 4.3: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling Ruimtelijk beeld.
4.2
Beoordelingskader cultuurhistorie
Voor het aspect cultuurhistorie wordt onderzocht in hoeverre de cultuurhistorische waarden in Entree en de omgeving wordt beïnvloed door de voorgenomen transformatie van het plangebied. Cultuurhistorie heeft betrekking op landschappelijke en cultuurhistorische waarden: eenheden, patronen, structuren en elementen. De cultuurhistorie van Entree wordt kwalitatief beoordeeld. De effecten voor het thema cultuurhistorie worden bepaald op basis van de beoordelingscriteria uit onderstaande tabel. Onder de tabel volgt per criterium een toelichting op de beoordelingscriteria en gehanteerde methode. 30
Onderdeel
Beoordelingskader
Historische geografie (landschap)
Historische (steden) bouwkunde
Meeteenheid
Meetmethode
Mate waarin de Fysieke kwaliteit (structuren, patronen en elementen) in Entree worden geïntegreerd
Mate van verandering
Kwalitatief
Mate waarin Entree voorziet in het beleven van de kwaliteit (functionele en visuele relatie en verblijfskwaliteit)
Mate van verandering
Kwalitatief
Mate waarin verandering plaatsvindt van statusgebieden: beschermde stads- gezichten Monumenten en cultureel erfgoed
Aard en aantal veranderingen
Kwalitatief
De mate waarin cultuurhistorische waardevolle structuren en elementen veranderen. Het betreft hier de bebouwing en heeft betrekking op de samenhang van structuren.
Mate en aard van verandering
Kwalitatief
Tabel 4.4: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling Ruimtelijk beeld.
Historische geografie (landschap) Het aspect Historische geografie beschrijft de mate waarin Landschappelijke en cultuurhistorische waarden: eenheden, patronen, structuren en elementen in Entree worden geïntegreerd. De mate van integratie wordt onderzocht op twee verschillende schaalniveaus: • Het eerste schaalniveau is fysieke kwaliteit (structuren, patronen en elementen). De aantasting van landschappelijke structuren, patronen en elementen betreft bijvoorbeeld aantasting van rivierlopen, verkavelingspatronen, bosbeplanting, houtwallen en lanen. Aantasting van deze elementen is altijd permanent. • Het tweede schaalniveau beschrijft de beleefde kwaliteit (functionele en visuele relatie en verblijfskwaliteit). Bij dit criterium wordt gekeken naar de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling binnen de stedenbouwkundige en landschappelijke context. Hierbij speelt de functionele en visuele relatie tussen de stedelijke en de landschappelijke ingrepen, de verblijfskwaliteit (levendigheid, afwisselendheid, geborgenheid, herkenbaarheid enz.) en de zichtrelaties binnen het plangebied een rol. Waardering
Toelichting op klasse-indeling
++
Zeer hoge mate van versterkte/herstellende maatregelen (grootschalig/omvangrijk)
+
Beperkte mate van versterkte/herstellende maatregelen (lokaal/weinig omvangrijk)
0
Geen of zeer lokale/minimale verandering
-
Beperkte aantasting (lokaal/weinig omvangrijk)
--
Zeer hoge mate van aantasting (grootschalig/omvangrijk)
Tabel 4.5: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling Historische geografie.
Historische (steden)bouwkunde Het aspect historische (steden)bouwkunde beschrijft de verandering die de transformatie van Entree mogelijk heeft op statusgebieden en overige cultuurhistorisch waardevolle structuren. Net als bij de Historische geografie (landschap) wordt gekeken naar twee schaalniveaus. • Het eerste schaalniveau betreft de cultuurhistorische aspecten, hierbij wordt gekeken naar de 31
•
aantasting van de statusgebieden: beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten. Hierbij is gebruik gemaakt van respectievelijk de Kennisinfrastructuur Cultuurhistorie (KICH) en de lijst van Rijks- en gemeentelijke monumenten. Het tweede schaalniveau beschrijft de aantasting van overige cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen een criterium. Het betreft hier de bebouwing en heeft betrekking op de samenhang van structuren (oriëntatierichting, rooilijnen, bouwmassa, zichtlijnen, openheid/beslotenheid, objecten).
Het beoordelingskader voor het criterium Historische (steden)bouwkunde is in onderstaande tabel weergegeven. Waardering
Toelichting op klasse-indeling
++
Zeer hoge mate van versterkte/herstellende maatregelen (grootschalig/omvangrijk)
+
Beperkte mate van versterkte/herstellende maatregelen (lokaal/weinig omvangrijk)
0
Geen of zeer lokale/minimale verandering
-
Beperkte aantasting (lokaal/weinig omvangrijk)
--
Zeer hoge mate van aantasting (grootschalig/omvangrijk)
Tabel 4.6: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling Historische (steden)bouwkunde.
4.3 Beoordelingskader archeologie Voor het aspect archeologie wordt onderzocht in hoeverre de archeologische waarden in Entree en de omgeving wordt beïnvloed door de voorgenomen transformatie van het plangebied. De archeologie van Entree wordt kwalitatief beoordeeld. De effecten voor het thema archeologie worden bepaald op basis van de beoordelingscriteria uit onderstaande tabel. Onder de tabel volgt per criterium een toelichting op de beoordelingscriteria en gehanteerde methode. Onderdeel
Beoordelingskader
Meeteenheid
Meetmethode
Aantasting archeologische verwachting
Doorsnijding archeologische middelhoge en hoge waarde door Entree
Aantal vlakken en punten
Kwalitatief
Verstoring / doorsnijding archeologische monumenten en terreinen
Ruimtebeslag door Entree op AMK terreinen met hoge tot zeer hoge, beschermde waarde
Aantal m2
Kwalitatief
Tabel 4.7: Beoordelingskader Archeologie.
Aantasting archeologische verwachting Het aspect aantasting archeologische verwachting beschrijft de verandering die de transformatie van Entree mogelijk heeft op archeologische verwachtingswaarden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van: • • • •
indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van het RACM het archeologische informatie systeem (ARCHIS II) voor archeologische waarnemingen in en om het plangebied 32
•
de Beleidskaart archeologische monumenten Zoetermeer
Waardering
Toelichting op klasse-indeling
++
Zeer hoge mate van versterkte/herstellende maatregelen (grootschalig/omvangrijk)
+
Beperkte mate van versterkte/herstellende maatregelen (lokaal/weinig omvangrijk)
0
Geen of zeer lokale/minimale verandering
-
Beperkte aantasting (lokaal/weinig omvangrijk)
--
Zeer hoge mate van aantasting (grootschalig/omvangrijk)
Tabel 4.8: Toelichting op klasse-indeling effectbeoordeling Aantasting archeologische verwachting.
Verstoring/doorsnijding archeologische monumenten en terreinen Er zijn geen archeologische monumenten en terreinen in het plangebied. Een effectbeoordeling Verstoring/doorsnijding archeologische monumenten en terreinen is daarom niet relevant.
33
5. Effectbeschrijving en -beoordeling 5.1
Effectbeschrijving en -beoordeling stedelijk landschap
Ruimtelijke structuur De Afrikaweg, de A12, het spoor en de Zuidweg zorgen niet alleen voor de goede bereikbaarheid van de stad, maar het zijn ook barrières. De plannen voor Entree zetten deze barrières om in verbindingen. Entree wordt een gebied dat verschillende delen van Zoetermeer verbindt. Door de nieuwe routes en verbindingen wordt de gebruikswaarde van het gebied, zowel intern als extern sterk verbeterd. De Afrikaweg wordt getransformeerd naar een stadsstraat met over de gehele lengte gebouwen langs de weg en voordeuren en publieksfuncties in de plint. Met brede trottoirs, fietspaden en vrije busstroken wordt de Afrikaweg onderdeel van de stad en een echte entree van Zoetermeer. Entree wordt naast doorgaansgebied vooral verblijfsgebied en heeft voor de levensvatbaarheid van voorzieningen en de gewenste levendige uitstraling behoefte aan bezoekers en bewoners. De belevingswaarde van het gebied wordt hierdoor drastisch verbeterd. In de beide planvarianten wordt het station via het Entreegebied beter aangesloten op de stad. Dat gebeurt door betere verbindingen, een aantrekkelijk ingerichte omgeving en het situeren van woningen, werkgelegenheid en voorzieningen rondom het station.
In Noord-Zuid richting van Rokkeveen, via het station, langs de Afrikaweg naar de binnenstad wordt een logische en aangename verbinding voor langzaam verkeer gecreëerd die de verschillende gebieden aan elkaar knoopt met een prettig stedelijk weefsel. Deze verbinding bereikt de binnenstad langs de Afrikaweg en sluit logisch aan op de bestaande Spazio-bebouwing. Nieuwe bebouwing langs de Afrikaweg en heldere routing langs een voorplein waaraan ook de RandstadRailhalte gelegen is moeten ervoor zorgen dat Centrum-West de overgang van Entree naar binnenstad markeert. De Binnenstad en het station worden zo beter op elkaar en hun omgeving gehecht en komen minder geïsoleerd te liggen, een grote verbetering voor de gebruikswaarde van de ruimtelijke structuur van het gebied en de stad. In Oost-West richting zullen Driemanspolder en Meerzicht via Entree eindelijk goed toegankelijk met elkaar worden verbonden. Voor deze twee wijken wordt Entree een verbinding (en een bestemming) in plaats van een barrière. Nieuwe gelijkvloerse oversteekplaatsen over de Afrikaweg (in aanvulling op de te handhaven en te verbeteren tunnels) zorgen voor een goede connectie tussen de oostzijde en de westzijde van de Afrikaweg en smeden het gebied aaneen.
Behalve de routes die gecreëerd worden en het gebied toegankelijk maken worden langs de routes en in de binnengebieden van Entree ook plekken gemaakt die ontmoeten, spelen en bewegen stimuleren. Deze stedenbouwkundige opzet komt hierdoor zowel het sociale aspect als het fysieke aspect van gezondheid ten goede. Entree gaat in de vorm van de doorlopende Groen-blauwe Kraag rondom de verbinding vormen tussen verschillende parken in de omgeving; Arianepark, Westerpark, Bossenpark en Willem Alexanderplantsoen. Dit draagt bij aan een gezonde leefstijl waarin actief en sociaal gebruik van de openbare ruimte belangrijk is. Deze verandering betekent behalve een verbetering in gebruikswaarde door nieuwe routes ook een impuls voor de beleving doordat de ruimtelijke structuur verandert van een afgeschermd gebied met barrièrewerking naar een uitnodigend gebied. Dit alles draagt bij aan andere mobiliteit in Entree, waarbij het accent vooral ligt op lopen, fietsen, OV en nieuwe vormen van deelmobiliteit en minder op de (privé) auto. Deze mobiliteit past in een duurzamer toekomstbeeld en het inrichten van een gebied zodat het gebruik van deze mobiliteit gefaciliteerd en gestimuleerd wordt draagt bij aan de toekomstwaarde van het gebied.
Conclusie De ruimtelijke structuur krijgt in beide planvarianten een enorme kwaliteitsimpuls, van barrière, leegte en naar binnen gekeerd gebied verandert Entree in een doorwaadbaar en verbindend gebied, een 34
gebied bovendien dat naast doorgangsgebied ook bestemming is met woningen, werkgelegenheid en voorzieningen. Er is voor beide planvarianten sprake van een zeer positief effect (++). Ruimtelijk beeld Het ruimtelijk beeld in het gebied gaat drastisch veranderen met de voorgenomen ontwikkeling. Het gebied wordt vanaf de Afrikaweg straks prominent zichtbaar en bereikbaar gemaakt in plaats van verstopt achter dichte groenstroken. De oriëntatie van de bebouwing verandert ingrijpend. De huidige bebouwing bestaat uit panden die solitair op de kavel staan omgeven door parkeerterreinen en bereikbaar vanaf Bredewater en Boerhaavelaan. In de voorgenomen activiteit vindt een omkering plaats: bouwblokken georganiseerd rond een binnentuin, met een oriëntatie op de stadsstraat en het parkeren uit het zicht onder de bebouwing. De Ontwikkelvisie beschrijft de ruimtelijke structuur, de inrichting van de openbare ruimte en de bouwblokken. Voor te realiseren gebouwen bepaalt de Ontwikkelvisie de plaats, afmetingen en functies (programma) van gebouwen, terwijl het Beeldkwaliteitsplan zich uitspreekt over de vormgeving, detaillering en materialisering van de gebouwen. In de Ontwikkelvisie wordt beschreven hoe de ruimtelijke ontwikkeling zich zal voegen in de omgeving en aansluiten op de aan het plangebied grenzende wijken.
Ook wordt de opzet van de bouwblokken geschetst en de inrichting van de openbare ruimte. De Ontwikkelvisie is verder het programma van de gebouwen beschreven, een ambitieus mobiliteitsplan, en overige duurzaamheidsaspecten waaronder energiehuishouding, klimaatadaptatie en biodiversiteit. De Ontwikkelvisie bouwt voort op het Masterplan Entree. Hoofdlijnen en ambities zijn overgenomen en verder uitgewerkt. Daarbij zijn voor verschillende aspecten, doelen en planessenties benoemd, die zijn uitgewerkt naar meer concrete ontwerpprincipes en richtlijnen. Ontwerpprincipes en richtlijnen zijn steeds terug te voeren op het beoogde doel en een essentie. Zodoende hebben gemeente en andere betrokken partijen voldoende houvast bij de uitwerking van bouwplannen, zonder dat het op de langere termijn van de realisatie van heel Entree een knellend keurslijf vormt. Deze opbouw is met name belangrijk voor de principes van het stedelijk bouwblok omdat hierin is vastgelegd aan welke richtlijnen de ontwerpen voor de verschillende bouwblokken van Entree en de gebouwen van zo’n blok moeten voldoen om van Entree een aantrekkelijk stedelijk geheel te maken met voldoende samenhang en eveneens voldoende variatie. Naast de stedelijke schaal van het gebied is daarin de menselijke maat een belangrijk criterium.
Bij zowel de gebouwen als bij de inrichting van de buitenruimte is het creëren van een gezonde leefomgeving een belangrijk doel. Stimulansen om te bewegen gaan hand in hand met het terugdringen van automobiliteit. Het streven is om vanuit de woningen de benodigde voorzieningen (inclusief openbaar- en deelvervoer) zo goed en snel te voet en per fiets bereikbaar te maken dat voor veel bewoners de particuliere auto overbodig wordt. De ‘Groen-blauwe’ Kraag die de bouwblokken van Entree zal omsluiten zorgt voor voldoende groen en water in de woonomgeving en regelt de aansluitingen voor langzaam verkeer op de omliggende wijken. Het groen en het water bieden beweegruimte aan bewoners maar ook ruimte voor ecologische doeleinden zoals biodiversiteit. Voor alle duurzaamheidsaspecten worden zowel aan de gebouwen als voor de buitenruimte specifieke eisen gesteld om van Entree een toekomstbestendige wijk te maken. De binnengebieden in de stedelijke blokken worden verbonden met elkaar door een "binnentuin-route". De binnentuinen zullen private ruimtes herbergen, maar vooral veel collectieve groene ruimtes, waar ontmoeting en sport cq spelen mogelijk is. Afrikaweg In Entree gaat het om bebouwing in relatief hoge dichtheid. Deze maakt het mogelijk om van de Afrikaweg een stadsstraat te maken.
Aan de stadsstraat komt een stevige bebouwing met een sterke oriëntatie op de weg met entrees en een plint met functies, voorzieningen en bewoners die zorgen voor sociale controle en een aantrekkelijk, levendig beeld. Een grote concentratie en menging van woningen en andere functies zorgt voor de levendigheid (bewoners, werknemers, passanten en bezoekers), die passend is bij een stadsstraat. Essentieel is dat over de hele lengte van de weg de bebouwing het 35
beeld en de functie van de stadsstraat ondersteunt: een aaneenschakeling van verschillende bouwvolumes met entrees direct aan de stadsstraat, een plint met voorzieningen en doorgangen tussen de bebouwing voor goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van het achterliggend gebied en de binnenterreinen vanaf de Afrikaweg. De levendige stadsstraat zorgt er nog meer voor dat het gebied zich niet meer louter als doorgaansgebied maar ook als bestemming gaat fungeren, dit voegt bezoekers, wandelaars en fietsers toe en vergroot de sociale veiligheid wat de gebruikswaarde wat betreft ruimtelijk beeld ten goede komt. Boerhaavelaan De Boerhaavelaan wordt ingericht tot een langgerekt parkachtig gebied met daarlangs woonbebouwing met voordeuren. In de parkzone komen verblijfs- en ontmoetingsplekken, de weg wordt versmald. De groene inrichting van deze parkzone levert een zeer aantrekkelijk beeld op, zowel voor passanten als voor de omwonenden in Entree en in Driemanspolder. Bredewater/Abdissenbos Het Bredewater houdt zijn huidige functies, maar krijgt een andere invulling. Het huidige stenige profiel zal zoveel mogelijk vergroend worden. De nieuwe bebouwing krijgt een directe oriëntatie op de weg. Dit versterkt het gebruik, de sociale controle en het beeld van de omgeving van de Bredewater.
Het noordelijke deel wordt omsloten door het Abdissenbos, deze zal een zelfde opzet verkrijgen als het Bredewater. Zowel binnengebieden van de nieuwe bebouwing als de ruimte langs het Bredewater, Abdissenbosen de Boerhaavelaan worden ingericht als aantrekkelijke verblijfsruimte, doordat nieuwe wandelpaden, zitgelegenheden en groeninrichting worden toegevoegd. Dit nodigt uit tot ontmoeten, spelen en bewegen. Hiermee komt de ontwikkeling van Entree het sociale aspect van gezondheid ten goede. Groen en water wordt in Entree actief ingezet als kwalitatieve toevoeging aan de leefomgeving. Voor de beleving, voor klimaatadaptatie, ecologie en voor gebruik. Dit is een sterke verbetering ten opzichte van de huidige situatie waar groen en water vooral als berm of buffer fungeren met een geringe belevingswaarde en gebruikswaarde. Dwarsstraten Op een groot aantal plekken worden nieuwe oost-west verbindingen gecreerd, die voor voet en fiets goed toegankelijk zijn. Op een tweetal plekken wordt de oost- en westzijde van Entree daadwerkelijk door middel van gelijkvloerse kruisingen verbonden. De meest noordelijke dwarsstraat is de Centrumstraat, daar waar ook in levendig programma wordt voorzien en die op haar beurt ook weer aansluit op Driemanspolder en Meerzicht.
Woonmilieus Door deze wijk structuur worden 3 type woonmilieus te creëren, met elk hun eigen kwaliteiten en ondersteunend aan verschillende leefstijlen en doelgroepen. Aan de Afrikaweg wordt een dynamische leefstijl gefaciliteerd met een woonmilieu dat zich bevindt te midden van allerlei stedelijke reuring. Men gebruikt de stad als huiskamer voor werk, ontspanning, sport en ontmoetingen. De plinten met veel publieks voorzieningen zijn ondersteunend aan deze leefstijl. Er is ruimte voor collectieve voorzieningen op gebouwniveau om zowel facilitair deze leefstijl te ondersteunen als in de hang naar gemeenschap. De binnentuinen in de blokken zijn met hun rustige en semi-publieke karakter een plek waar dit woonmilieu rust vindt met de mogelijkheid om ook hier een sociale gemeenschap te vormen. De dwarsstraten zijn heel bewust autovrij gemaakt. Hier kan een straatleven worden gefaciliteerd. Vele voordeuren aan de straat zorgen ervoor dat de omliggende woningen een gevoel van eigenaarschap krijgen over de straat. Hier is ruimte voor klassiek burencontact en spelende kinderen voor de deur. Hiermee wordt een levensstijl ondersteund die meer op zoek is naar harmonie met de brede maatschappij en in de straat een stukje ruis vindt die het leven gezellig maakt. De vergroening in de 36
dwarsstraten zorgt voor meer woonkwaliteit en zorgt er bovendien voor dat er een koel milieu is. Alle dwarsstraten bieden bovendien toegang tot de binnentuinen, waarmee ze een belangrijk onderdeel vormen van een meer informele groene route tussen de verschillende binnentuinen. Bredewater en Boerhaavelaan faciliteren een woonmilieu dat meer gericht is op het groene netwerk van Zoetermeer. Zodra je hier uit de voordeur stap sta je aan de groenstructuren die je door de stad heen en naar de buitengebieden brengen. Je woont hier met uitzicht op het groen en de ruimte om direct aan een hardloop- of wielerronde te beginnen. De inrichting moedigt gezond bewegen aan. Er is niet zoveel sprake van ontmoetingsruimte rondom de woning waarbij wel verbinding is met de binnentuinen. Conclusie Entree wordt door de voorgestane ontwikkeling een representatief, aantrekkelijk en modern stedelijk gebied dat het voorkomen van Zoetermeer ten goede komt. Zichtbaar vanaf de A12 en met de Afrikaweg als de belangrijkste toegangsweg tot de stad. De transformatie van de Afrikaweg naar stadsstraat betekent dat de weg niet meer alleen een doorgangsfunctie heeft voor auto’s maar nu een route (en een bestemming) wordt voor alle modaliteiten. Het beeld verandert hiermee drastisch en de belevingswaarde wordt door de ontwikkeling sterk verhoogd.
In alle varianten is sprake van zeer positief effect (permanent/grootschalig/omvangrijk) van het ruimtelijk beeld (++). Indicator
Minimum-alternatief
Maximum-alternatief
Ruimtelijke structuur
++
++
Ruimtelijk beeld
++
++
Tabel 5.1: Effectbeoordeling stedelijk Landschap.
5.2
Effectbeschrijving en -beoordeling cultuurhistorie
In deze paragraaf wordt het effect van de ontwikkeling Entree beschreven op de indicatoren ‘Historische geografie (landschap) en ‘Historische (steden)bouwkunde’. Bij die laatst ingegaan op zowel de stedenbouwkundige structuur van het gebied en Zoetermeer, als op cultuurhistorisch waardevolle panden. De paragraaf wordt afgesloten met de tabel effectbeoordeling cultuurhistorie. Historische geografie (landschap) Het effect van de ingrepen in het plangebied op het landschap zijn vrijwel nihil.. Op dit moment is er sprake van een lage beleefde, fysieke en inhoudelijke kwaliteit van het landschap. In de plannen is geen sprake van verdere verstoring, doorsnijding of vernietiging van het landschap. Het effect is neutraal beoordeeld (0). Historische (steden)bouwkunde Er is sprake van verstoring van de historisch stedenbouwkundige structuur, de H-structuur,. Daarnaast wordt de zichtbaarheid, herinnerbaarheid en de gaafheid van de stedenbouwkundige opzet van de stad en H-structuur, het hoofdwegenstelsel van de Groeikernperiode, door het aanleggen van een stadsstraat aangetast. Deze H-structuur is uniek in Nederland en daarom zeldzaam te noemen. De Hstructuur zorgt voor de samenhang in de stedenbouwkundige structuur van de stad. De Afrikaweg zelf is bovendien een gave structuur, waarvan het profiel sinds de aanleg in basis niet gewijzigd is.
Het karakter van de Afrikaweg verandert van een op zichzelf liggende doorgaande verbinding in een geïntegreerde stadsstraat die twee wijken moet gaan verbinden. De H-structuur is als cultuurhistorisch waardevolle structuur opgenomen in de Inventarisatie Post 45. In de tweede helft van 2025 zal in opdracht van het college een voorselectie worden gemaakt van nieuw aan te wijzen gemeentelijk beschermde stadsgezichten. De H-structuur staat op de groslijst van de voorselectie. 37
Het effect hiervan is dat het idee van de groeikern Zoetermeer met op zichzelf liggende, naar binnen georiënteerde wijken wordt losgelaten. Er wordt figuurlijk een brug geslagen tussen de wijken Meerzicht en Driemanspolder. Deze ‘inbreiding’ betekent een nieuwe fase in (het denken over) de ontwikkeling van de stad Zoetermeer, waarvan de consequenties wat het cultureel erfgoed betreft, onvoldoende zijn doordacht. De inbreiding zorgt wel voor een betere onderlinge verbondenheid tussen de verschillende wijken. De historische bouwkunde in het gebied wordt aangetast door de voorgenomen sloop van historisch bouwkundige elementen, te weten de cultuurhistorisch zeer waardevolle panden Bredewater 4-14 en Bredewater 16 en het complex aan het Kinderen van Versteeghplein. Met betrekking tot de panden Bredewater 4-14 en Bredewater 16 is in paragraaf 3.3 uitgebreid ingegaan op de besluitvorming van sloop-nieuwbouw voor deze panden. De panden zijn unieke gebouwen uit de zogenaamde Post 65periode, een periode waarvan Zoetermeer als groeikern een unieke staalkaart aan architectuur heeft. De hierboven genoemde panden en ook het Poortgebouw en de Mandelabrug maken onderdeel uit van het Inventarisatie- en selectieproject naoorlogs erfgoed Zoetermeer 1945-1990.
De Mandelabrug en het complex aan het Kinderen van Versteeghplein zullen wellicht worden aangewezen als gemeentelijk monument in het kader van de op dit moment uitgevoerde voorselectie voor nieuwe gemeentelijke monumenten in opdracht van het college. Er worden binnen de invloedssfeer van beschermd stadsgezicht Voorweg geen bouwvolumes toegevoegd die het beschermd stadsgezicht zouden kunnen schaden. Het effect van het plan in het plangebied op de historische (steden)bouwkunde, en dus cultuurhistorie, is negatief, omdat de gedachte, de stedenbouwkundige structuur inclusief de parkway en de bebouwing van de groeikernperiode van Zoetermeer worden aangetast. Indicator
Minimum-alternatief
Maximum-alternatief
Historische geografie (landschap)
0
0
Historische (steden) bouwkunde
--
--
Tabel 5.2: Effectbeoordeling Cultuurhistorie.
5.3
Effectbeschrijving en -beoordeling archeologie
Omdat er in het plangebied geen archeologische verwachting geldt (en er geen archeologische monumenten en terreinen aanwezig zijn) is er geen sprake van verstoringen of doorsnijdingen en daarmee geen sprake van een eventuele aantasting (score 0). Omdat er zich in het plangebied van Entree geen archeologische monumenten of terreinen bevinden, is er geen sprake van een eventuele verstoring of doorsnijding (score 0). Indicator
Minimum-alternatief
Maximum-alternatief
Aantasting archeologische verwachting
0
0
Verstoring / doorsnijding archeologische monumenten en terreinen
0
0
Tabel 5.3: Effectbeoordeling Archeologie.
38
5.4
Samenvatting effectbeschrijving en -beoordeling ruimtelijke kwaliteit
Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de effectbeoordelingen. Indicator
Minimum-alternatief
Maximum-alternatief
Stedelijk Landschap
++
++
Cultuurhistorie
--
--
Archeologie
0
0
Tabel 5.3: Samenvatting effectbeschrijving
39
6. Mitigerende en compenserende maatregelen Op de onderwerpen Stedelijk Landschap en Archeologie zijn mitigerende en/ of compenserende maatregelen niet aan de orde. Immers, op Stedelijk Landschap is het effect van Entree positief (++) beoordeeld en bij Archeologie is het effect neutraal (0). Op het onderwerp van Cultuurhistorie wordt het effect van Entree negatief (--) beoordeeld. Er zijn geen mitigerende of compenserende maatregelen die dat effect naar boven kunnen bijstellen.
7. Leemten in kennis De beoordeling is uitgevoerd op een bepaald abstractieniveau, namelijk op basis van de ontwikkelvisie en het beeldkwaliteitsplan. De specifieke invulling en detaillering per plot vindt later in het kader van de omgevingsvergunning plaats. Er zijn op dit moment geen archeologische waarnemingen of vondsten in het plangebied van Entree bekend. Het kan zijn dat er een toevalsvondst wordt gedaan tijdens de werkzaamheden. Deze moeten direct worden gemeld bij het bevoegd gezag, het team Erfgoed van de gemeente Zoetermeer. Er zijn verder geen leemten in kennis die een goede effectbeoordeling in de weg staan.
8. Samenvatting De ruimtelijke structuur krijgt in beide varianten een enorme kwaliteitsimpuls, van barrière, leegte en naar binnen gekeerd gebied verandert Entree in een “doorwaadbaar” en verbindend gebied, een gebied bovendien dat naast doorgangsgebied ook bestemming is met woningen, werkgelegenheid en voorzieningen. Entree wordt door de voorgestane ontwikkeling het visitekaartje voor Zoetermeer. Zichtbaar vanaf de A12 en met de Afrikaweg als de belangrijkste toegangsweg tot de stad. De transformatie van de Afrikaweg naar stadsstraat betekent dat de weg niet meer alleen een doorgangsfunctie heeft voor auto’s maar nu een route (en een bestemming) wordt voor alle modaliteiten. Het beeld verandert hiermee drastisch en de belevingswaarde wordt door de ontwikkeling sterk verhoogd. De inrichting van het gebied en de aansluiting van het gebied op bestaande groenstructuren nodigt uit tot bezoeken en recreëren waarbij de kwaliteit van het groen een grote rol speelt. De effecten van de plannen van Entree zijn wat historische geografie betreft nihil, maar wat historische (steden)bouw betreft relatief groot in negatieve zin. De plannen betekenen een grote aantasting van de historische stedenbouw, omdat één van de basisprincipes van het ontwerp van het Struktuurplan 1968, de het ontwerp van de new town Zoetermeer, wordt losgelaten.
De H-structuur, een cultuurhistorisch waardevolle structuur, wordt door het wijzigen van de Afrikaweg van een parkway in een stadsstraat aangetast. De plannen betekenen ook een zeer grote aantasting van de historische bouwkunde door (gedeeltelijke) sloop van drie panden met een hoge monumentale waarde, te weten Bredewater 4-14, Bredewater 16 en deels het complex Kinderen van Versteeghplein. Bredewater 16 is zelfs landelijk van monumentale waarde. Met sloop van deze panden gaat een belangrijk deel van het cultureel erfgoed van Zoetermeer verloren. Geconcludeerd kan worden dat de plannen onherroepelijk een ontkenning van de geschiedenis van de groeikernperiode van Zoeterneer en een vernietiging van het Zoetermeerse cultureel erfgoed betekenen. Er zijn geen archeologische waarnemingen of vondsten in het gebied. Er hoeft geen bureauonderzoek of ander vervolgonderzoek plaats te vinden bij bouwwerkzaamheden. Er zou alleen sprake kunnen zijn van een toevalsvondst.
40