Bijlage 1 - Visie openbare laadinfrastructuur gemeente Zoetermeer
Tekst van het document
We verkennen de mogelijkheden om openbare snelladers bij bedrijventerreinen te plaatsen. Dit nemen we mee binnen de regio, zo mogelijk in een (aparte) regionale concessie. 8.6. Parkeerdruk Elektrische auto’s nemen, net als conventionele voertuigen, openbare parkeerruimte in beslag. Het reserveren van een laadplaats betekent dus geen extra druk op het aantal parkeerplaatsen, maar een andere toewijzing ervan. Niet-elektrische auto’s mogen namelijk niet parkeren op een parkeerplaats die is gereserveerd voor het opladen van elektrische auto’s. Daarbij geldt dat een laadpaal niet per definitie direct voor de deur beschikbaar hoeft te zijn: een acceptabele loopafstand tot een laadvoorziening bedraagt maximaal 250 meter. Binnen die afstand moet een 26
elektrische rijder zijn voertuig kunnen laden. Dit geldt ook voor wie parkeerruimte zoekt voor een niet-elektrisch voertuig. Hoge parkeerdruk is geen reden om de plaatsing van een laadpaal af te wijzen of te weigeren. Juist in gebieden met veel parkeervraag is het essentieel dat ook elektrische rijders toegang hebben tot laadinfrastructuur. Als laadpalen alleen geplaatst worden op locaties met lage parkeerdruk, blijven drukbevolkte woonwijken – waar de behoefte vaak het grootst is – achter. De uitbreiding van het aantal laadpunten moet gelijke tred houden met de groei van elektrische voertuigen. Die groei zet onverminderd door, mede doordat elektrische auto’s steeds betaalbaarder worden. We bevinden ons in een overgangsfase waarin elektrisch en fossiel aangedreven vervoer naast elkaar bestaan. Het is de taak van de gemeente om ruimte te bieden aan beide. Bovendien is het beleid op nationaal en Europees niveau helder: vanaf 2035 mogen geen nieuwe auto’s en bestelbussen met verbrandingsmotor meer worden verkocht. Een toekomstbestendige openbare ruimte vraagt dus nu om investeringen in laadinfrastructuur, ook op plekken waar de parkeerdruk al hoog is. 8.7. Laadpalen voor mensen met een handicap en overige gereserveerde parkeerplaatsen Het plaatsen van laadpalen voor mensen met een handicap volgt een aparte procedure.
Dit om ervoor te zorgen dat zij niet de auto hoeven te verplaatsen na het opladen. Voor locaties waar iemand beschikt over een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken (GPP) zal de laadpaal worden geplaatst bij het bestaande parkeervak (voor zover haalbaar binnen de geldende eisen uit de plaatsingsleidraad). Hiermee is één laadpunt van de openbare laadpaal exclusief voor de houder van de GPP. De aangrenzende parkeerplaats wordt niet direct gereserveerd voor elektrisch rijden. Bij een signaal voor een nieuwe laadpaal door iemand met een GPP wordt een laadpaal geplaatst direct bij de GPP. Een laadpaal heeft twee laadpunten. Voor de GPP wordt één laadpunt geactiveerd. Het andere laadpunt komt beschikbaar nadat uit de data blijkt dat hier behoefte aan is. Het beschikbaar maken hangt ook af van de nodige laadcapaciteit in het gebied. Wanneer de parkeerplaats naast de GPP wordt aangewezen als plek om de elektrische auto op te laden, wordt voor die parkeerplaats een verkeersbesluit genomen. Naast gehandicaptenparkeerplaatsen bestaat nog een aantal andere gereserveerde parkeerplaatsen (bijvoorbeeld artsen). Voor deze doelgroepen wordt per locatie de mogelijkheid bekeken om in de laadbehoefte te voorzien door het plaatsen van een laadpaal. 8.8.
Laadpalen in relatie tot vereniging van eigenaren (VvE) In het geval een vve een eigen locatie heeft om te laden, is het uitgangspunt dat geladen wordt op eigen terrein. Wanneer de situatie ontstaat dat de VvE niet bereid is een inpandige laadpaal te plaatsen en bij één of meerdere eigenaren wel de wens is om op te laden, kan mogelijk worden voorzien in een laadpaal in de openbare ruimte. Per situatie worden de mogelijkheden bekeken om in de laadbehoefte te voorzien. 8.9. Elektrische deelauto’s Het aanbieden van elektrische deelauto’s is in ontwikkeling. Voorlopig wordt dit op beperkte schaal uitgebreid en heeft dit nog niet veel invloed op het totale parkeerareaal. Bij deelauto’s met een vaste gereserveerde parkeerplek betekent dit dat een laadplek bij een laadpaal specifiek voor die deelauto wordt. 27
Bijlage 1: Begrippenlijst Batterij elektrisch voertuig (BEV) Volledig elektrisch voertuig, waarbij een brandstofmotor ontbreekt. Dit in tegenstelling tot een Plug-In Hybride Elektrisch Voertuig (PHEV). Charge Point Operator (CPO) De CPO is verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van laadpalen. Kilowattuur (kWh) Kilowattuur is een eenheid voor de hoeveelheid energie. Eén kWh is 1.000 watt, een uur lang. Kleinverbruikaansluiting (KV) Een kleinverbruikaansluiting is een aansluiting met een grootte van maximaal 3x80 Ampère. Kortparkeerladen Snelladen aan het begin van de snellaadrange wordt ‘kortparkeerladen’ genoemd. Deze laadpalen worden vaak geplaatst op plekken waar de elektrische rijder het laden kan combineren met een andere activiteit, zoals winkelen of vergaderen. Laadpaal Fysiek object met meestal één of twee laadpunten. Laadpaalkleven Het onnodig bezet houden van een elektrisch laadpunt door een elektrische auto. Laadpunt De elektrische aansluiting op een laadpaal waar de stekker wordt aangesloten. Reguliere laadpalen beschikken meestal over twee laadpunten. Een laadpunt kan ook verwerkt zijn in bijvoorbeeld een muurbox of lichtmast. Laadplein Een laadplein bestaat uit meer dan twee laadpunten voor elektrische voertuigen die een gedeelde netaansluiting hebben (bij openbare laadpalen) of die op een gedeelde groep achter de meter zitten.
Laadpunt voor regulier laden Laadpunt met een vermogen van hoogstens 22kW. Laadpunt voor snel laden Laadpunt met een vermogen hoger dan 22 kW. Ladder van laden Een model dat de volgorde en mate van stimulering van verschillende laadtypen weergeeft. NAL Nationale Agenda Laadinfrastructuur NKL Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur Openbaar toegankelijk laadpunt 28
Een laadpunt voor een elektrisch voertuig dat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder barrières zoals slagbomen of poorten. Privaat laadpunt Een laadpunt op eigen terrein. Semi-openbaar toegankelijk laadpunt Een laadpunt dat is opengesteld voor openbaar op een private locatie. Bijvoorbeeld bij parkeergarages of tankstations. Er kunnen beperkte toegangstijden zijn. RAL-ZW Regionale Aanpak Laadinfrastructuur Zuidwest Nederland Slim laden Brede term, die wordt gebruikt om aan te duiden dat slimme technieken de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Minimaal betekent dit dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog. Ultrasnelladen Snelladen aan de bovenkant van de range wordt ook wel ultrasnelladen of ‘Ultra Fast Charging’ genoemd. Hierbij gaat het om laadvermogens van meer dan 150kW. Deze laadvermogens zijn gewenst voor zwaardere voertuigen.
29
Bijlage 2: Pilot netbewust laden Netbewust laden: pilot Stedin en Equans In de afgelopen periode hebben Stedin en Equans succesvol een pilot uitgevoerd waarbij 168 laadpunten in 50 clusters dynamisch werden aangestuurd op basis van de maximale belasting die Stedin aangaf. Deze aanpak, bekend als netbewust laden, heeft bewezen effectief te zijn in het verminderen van netcongestie zonder merkbare impact voor elektrische rijders. Netbewust laden bleek goed te werken: het laden van elektrische auto's werd verplaatst naar een later moment op de dag, waardoor de drukte op het elektriciteitsnet werd verminderd. Vrijwel niemand merkte daar iets van. Er was nauwelijks sprake van “hot-plugouts” (dat betekent dat bestuurders hun auto voortijdig loskoppelden omdat het laden te langzaam ging). Het verschil met situaties waarin géén netbewust laden werd toegepast, was zeer klein (< 5%). Een belangrijk doel van de pilot was om te testen of netbewust laden ook technisch goed uitvoerbaar is. Bij de meeste auto's werkte dat goed. In enkele gevallen ging het nog niet goed: als het laadvermogen werd teruggeschroefd, kregen bestuurders een foutmelding. Daar is nog technische innovatie voor nodig om dit soort situaties te voorkomen. Tijdens piekmomenten, met name tussen 16:00 en 21:00 uur, werd de laadsnelheid tijdelijk verlaagd om overbelasting van het elektriciteitsnet te voorkomen.
Elektrische voertuigen werden doorgaans nog steeds volledig opgeladen binnen de beschikbare connectietijd, waardoor gebruikers weinig tot geen hinder ondervonden. De positieve resultaten van de pilot hebben geleid tot plannen voor opschaling. Stedin en Equans werken momenteel aan het uitbreiden van de techniek en infrastructuur om netbewust laden op grotere schaal toe te passen. Ongeveer 9000 van de totaal ruim 10.000 palen binnen het SGZH gebied kunnen slim laden. Deze palen kunnen in theorie ook netbewust laden. Het doel is om uiteindelijk alle publieke laadpalen binnen de concessie, waaronder die in Zoetermeer, dynamisch aan te sturen op basis van realtime signalen van de netbeheerder. Deze ontwikkeling sluit aan bij bredere initiatieven in Nederland, zoals de uitbreiding van netbewust laden naar 1.000 laadpalen in Amsterdam door Equans en Liander. Dergelijke maatregelen zijn essentieel om het elektriciteitsnet toekomstbestendig te maken en de energietransitie te ondersteunen.
30
Bijlage 3: Gebruikersgroepen Zoetermeer kent verschillende gebruikersgroepen die (op termijn) overstappen naar elektrisch rijden, met elk hun eigen kenmerken en behoeftes aan laadinfrastructuur. In dit hoofdstuk beschrijven we voor de gebruikersgroepen personenvervoer welke laadoplossingen we inzetten. Voor de gebruikersgroepen die we nu niet meenemen in onze visie geldt dat we de ontwikkelingen volgen en indien nodig onze visie en ons beleid aanpassen. Personenvervoer •
•
•
•
Inwoners. De voornaamste laadoplossing voor bewoners met een eigen parkeerplaats is privaat laden op eigen terrein. Voor inwoners die elektrisch rijden en geen toegang hebben tot een privaat dan wel semiopenbaar laadpunt, zetten we in op voldoende openbare laadpunten verspreid over de gemeente en wordt een VPA onder vooraf bepaalde voorwaarden mogelijk. Incidentele bezoekers. Hieronder valt bezoek aan vrienden en familie maar ook bezoek aan toeristische locaties en het centrum van Zoetermeer. De eerste groep maakt voornamelijk gebruik van openbare laadpunten in woonwijken. Daarvoor zetten we in op een dekkend netwerk van openbare laadpunten verspreid over de gemeente, zodat er binnen redelijke afstand een laadpunt beschikbaar is. De laadbehoefte van bezoekers aan toeristische locaties en het centrumgebied wordt waar mogelijk ingevuld door private en semiopenbare laadpunten bij de betreffende locatie. Op locaties waar daarvoor geen mogelijkheden zijn, voorzien we in openbare laadpunten, bij voorkeur op parkeerterreinen en in parkeergarages. Bezoekers werk (forenzen). De laadbehoefte van werkgerelateerd bezoek wordt waar mogelijk ingevuld met private en semiopenbare laadpunten bij onder andere kantorencomplexen. Voor bedrijven is dit in de meeste gevallen ook de meest kosteneffectieve optie, omdat zij elektriciteit relatief goedkoop kunnen inkopen. Autodelen.
Naast de overstap naar elektrisch vervoer zet onze gemeente in op meer deelvervoer, onder andere door elektrische deelauto’s. Als mogelijk moeten deze voertuigen laden met private en semiopenbare laadpunten, maar we verwachten dat in veel gevallen openbare laadpunten nodig zijn. Daarom faciliteren we gereserveerde laadlocaties voor elektrische deelauto’s door het aanleggen van een openbare laadpaal waarvan één laadlocatie is gereserveerd voor het laden van de deelauto.
Doelgroepenvervoer en taxi’s De voertuigen voor doelgroepenvervoer laden ’s nachts in de remise en voor een deel worden ze thuis geladen, op de eigen oprit of in de openbare ruimte. Taxi’s laden deels bij de remise of snellaadpunten, deels nabij de woning van de chauffeur. Als geen openbare laadpalen beschikbaar zijn in de wijk van de chauffeur faciliteren we openbare laadpunten voor deze gebruikersgroepen. In het aanvraagportaal voor laadpalen (www.laadpaalnodig.nl) is het mogelijk als chauffeur aan te geven dat de aanvraag voor doelgroepenvervoer of taxi is. De logistieke sector Steeds meer bedrijven stappen over op elektrische voertuigen voor goederenvervoer. De ontwikkeling van zero-emissiezones met ingang vanaf 2025 versnelt deze overstap. Ook 31
financieel wordt het steeds aantrekkelijker om de overstap te maken. De aanschafprijs is weliswaar nog hoog, maar de operationele kosten van een elektrische bestelwagen zijn lager, waardoor de total cost of ownership in sommige gevallen voordeliger uitvalt voor elektrisch. De logistieke sector is in drie voertuigcategorieën op te delen. N1 zijn de bestelwagens, N2 & N3 zijn grotere logistieke voertuigen als bakwagens en trekker voor opleggers. Elk van deze voertuigen kent een eigen behoefte en invulling van de laadmix. De verwachting is dat van de bestelwagens ongeveer de helft gaat laden bij het bedrijf, via private laadinfrastructuur. De andere helft gaat thuis laden, op de eigen oprit of in de openbare ruimte. Bestelwagens kunnen dezelfde laadinfrastructuur gebruiken als personenauto’s, maar gebruiken deze intensiever. Naast de elektrificatie van bestelwagens gaat ook de zwaardere logistiek verduurzamen. De verwachting is dat de laadvraag voor vrachtwagens voornamelijk op depot zal plaatsvinden, aanvullend met snelladen onderweg van depot naar de klant. Net als bij personenvervoer hanteren we de ladder van laden voor de logistieke sector. Laden zal in eerste instantie plaatsvinden op eigen terrein. Als op eigen terrein geen invulling kan worden gegeven aan de laadinfrastructuur kan er worden uitgeweken naar respectievelijke semi-publieke en publieke laadlocaties.
32
Bijlage 4: Plaatsingsleidraad Om geschikte locaties voor openbare laadinfrastructuur aan te wijzen moet er duidelijkheid zijn op basis van welke kaders en afwegingen bepaald wordt of een locatie geschikt is. Deze kaders en afwegingen hebben we opgenomen in de plaatsingsleidraad. In veel gevallen zal in een gebied, waar wel vraag naar openbare laadpalen is, geen locatie zijn die volledig geschikt is. Er moet daarom een prioritering aangebracht worden in de gestelde kaders. Om die reden bestaat de plaatsingsleidraad uit eisen en wensen. Alle locaties moeten aan de eisen voldoen. Als een beoogde locatie niet aan alle eisen voldoet zal geen laadpaal worden geplaatst. Daarnaast zal aan zoveel mogelijk wensen voldaan worden. Een mogelijke locatie hoeft dus niet aan alle wensen te voldoen voor een laadpaal kan worden geplaatst. De plaatsingsleidraad is in het onderstaande kader bijgevoegd. Plaatsingsleidraad openbare laadinfrastructuur gemeente Zoetermeer Eisen Iedere beoogde laadlocatie moet aan deze eisen voldoen. 1. Beoordeling verzoek tot uitbreiding laadnetwerk: bij mogelijkheid tot parkeren op eigen terrein wordt het uitbreidingsverzoek altijd afgewezen (ongeacht of er wel of geen mogelijkheid is om te laden). 2. Loopafstand vanaf adres indiener tot Laadobject < 250 meter. 3. Het voorkomen van (onnodige) wegopbrekingen (kabels en leidingen KLIC/pre-check). 4.
Nabijheid van een laagspanningskabel (bij voorkeur binnen 30 meter. Wanneer een kabel langer dan 30m benodigd is, zijn de eventuele meerkosten voor de CPO). 5. Het voorkomen van belemmering voor doorstroming van het overige wegverkeer, langzaam verkeersstromen, etc. De doorgang op het trottoir moet na plaatsing van het laadobject minimaal 120 cm bedragen (conform CROW toegankelijkheidsnorm 337). Als hieraan niet voldaan kan worden is het mogelijk om afhankelijk van de situatie een minimale doorgang van 100 cm toe te staan in overleg met de gemeente. 6. Gebruiksveilige plaatsing van het Laadobject gelet op oriëntatie ten opzichte van verkeersstromen. 7. Minimale kans op beschadigingen door aanrijdingen. CPO is verantwoordelijk voor het aanbrengen van aanrijbeveiliging indien er sprake is van weinig ruimte bij haaksparkeren of andere vormen van aanrijdgevaar. 8. Het voorkomen van beschadiging van boomwortels en bomen. 9. Technische belemmeringen vanuit de Netbeheerder. 10. Locatiekeuze bij voorkeur niet in de directe nabijheid van andere objecten in de Openbare Ruimte zoals fietsenrekken, vuilcontainers, bomen en straatmeubilair. 11. Het voorkomen van Laadlocaties aan hoofdverkeerswegen. 12.
De CPO stelt zich zo goed mogelijk op de hoogte van eventueel geplande werkzaamheden in het gebied om te voorkomen dat Laadobjecten op korte termijn verwijderd en/of verplaatst dienen te worden. 13. RAL 7016 (antracietgrijs) is van toepassing voor Laadobjecten in de lopende concessie. 33
14. Het Laadobject wordt geplaatst op een duidelijk zichtbare plek. 15. Het Laadobject wordt niet geplaatst waar met twee banden op het trottoir geparkeerd wordt. 16. Het Laadobject wordt ten minste 2 meter van een boom geplaatst en niet tussen het struikgewas of (boom)wortels. 17. Het Laadobject wordt zo geplaatst dat voldoende ruimte voor onderhoud aan het Laadobject en de geïntegreerde netaansluiting mogelijk is. Bij het plaatsen van het Laadobject moet daarom rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van het serviceluik (inclusief cilinderslot). 18. Het Laadobject wordt zo geplaatst dat de sockets en RFID-reader voor gebruikers goed bereikbaar zijn. 19. Bij een aanvraag van een laadpaal die tevens over een gehandicaptenparkeerplaats beschikt, wordt de norm (als bedoeld in de regeling gehandicaptenparkeerkaart) om een laadpaal binnen deze afstand te plaatsen. Wensen Een beoogde laadlocatie voldoet zo veel mogelijk aan deze wensen. 1. Het Laadobject wordt bij voorkeur niet geplaatst voor de deur of het raam van een woonhuis en zoveel mogelijk voor de zijgevels van woningen. 2. Voorkeur voor Laadlocatie op verharde ondergrond in plaats van in groenvoorziening. 3. Groen zoveel mogelijk vermijden. 4. Laadpalen binnen gereguleerd gebied zijn toegestaan (dus in betaald parkeren gebied en blauwe zone).
34
Bijlage 5: Realisatieproces: stappen aanvraag tot realisatie De uit te voeren stappen in het realisatieproces zoals opgenomen in de concessie EV Rotterdam zijn hieronder stapsgewijs weergegeven. De toepassing van de plankaart en collectieve verkeersbesluiten door de gemeente verkort de totale doorlooptijd. Stappen: 1. Beoordelen voorstel nieuwe laadpaal (data- of aanvraag gestuurd) 2. Locatievoorstel maken 3. Goedkeuren locatievoorstel (stap vervalt bij toepassing plankaarten) 4. Aanvragen en boordelen offerte Netbeheerder 5. Voorbereiden en publiceren verkeersbesluit 6. Verstrekken opdracht aan Netbeheerder 7. Voorbereiden realisatie 8. Voorbereiden en inplannen realisatie 9. Verstrekken realisatiedatum aan Aanvrager 10. Realisatie en inbedrijfstelling Laadobject en Laadlocatie opleverrapport
35
Bijlage 6: Mogelijke maatregelen per laadlocatie In deze bijlage zijn de mogelijke maatregelen per type laadlocatie opgenomen: in de woonwijken, op de bedrijventerreinen en langs de corridors. Publieke laadpunten in woonwijken voor bestelvoertuigen Op basis van de prognoses is de verwachting dat bovenop de basisbehoefte voor laadpunten voor personenvoertuigen, extra behoefte is aan laadpunten voor bestelvoertuigen in de woonwijken. De mogelijke maatregelen zijn weergegeven in tabellen 2 en 3. Mogelijke maatregelen
Rol
Actief faciliteren laden in woonwijken
1.1
1.2
We richten specifieke parkeerplekken op gunstige locaties in de woonwijken in voor het laden voor bestelvoertuigen door de parkeervakken waar nodig te verruimen en rekening te houden met een grotere draaicirkel; We stimuleren de realisatie van additionele publieke laadinfrastructuur in de woonwijken voor bestelvoertuigen;
Regisseren
Stimuleren
Actief weren laden in woonwijken
1.3
1.4
Waar het wenselijk is om te clusteren, zal het laden geclusterd worden door de realisatie van laadpleinen. Op die manier beperken we de ruimtelijke impact elders en voorkomen we zoekverkeer van EV-rijders op zoek naar een beschikbare laadpaal. Ook kunnen laadpleinen een oplossing bieden bij netcongestie; We onderzoeken de mogelijkheden om semipublieke of private laadlocaties in publieke omgevingen (bijv. school- of sportlocaties) in het weekend en/of ’s avonds open te laten stellen voor het laden van bestelvoertuigen;
Regisseren
Regisseren
Geen actief beleid op laden in woonwijken 1.5
We monitoren de laaddruk in de woonwijken en het parkeergedrag van bestuurders van bestelvoertuigen;
Loslaten
Tabel 2: Mogelijke maatregelen voor bestelvoertuigen in woonwijken
1.3
Mogelijke maatregelen
Rol
We onderzoeken de behoefte naar laadoplossingen voor grote bestelvoertuigen buiten de woonwijk. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek overwegen we geschikte maatregelen.
Regisseren
Tabel 3: Mogelijke maatregelen voor grote bestelvoertuigen
36
Logistieke laadpunten op bedrijventerreinen Ongeveer 50% van de bestelvoertuigen en ongeveer 90% van de vrachtwagens zal in de toekomst willen laden op bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen spelen een essentiële rol in de transitie naar elektrische logistiek. Om het vestigingsklimaat voor ondernemers aantrekkelijk te houden, is het belangrijk dat de bedrijventerreinen voorbereid zijn op de toekomst.
Figuur 8: De verdeling van laadbehoefte voor vrachtwagens op verschillende soorten laadlocaties
Het realiseren van laadvoorzieningen op eigen terrein bij depots is de verantwoordelijkheid van ondernemers. De realiteit is echter dat bij ondernemers op dit moment vaak kennis en expertise ontbreekt om deze stap te zetten. Het is van belang om ondernemers te informeren, zodat de regie wordt gehouden op de ontwikkelingen. Dit wordt gedaan door de mogelijke maatregelen te implementeren die weergegeven zijn in tabel 4. Mogelijke maatregelen
2.1
2.2
2.3
2.4
37
Er wordt onderzocht en geïnventariseerd welke vraagstukken en problemen rondom de transitie naar batterij-elektrische mobiliteit en de realisatie van laadinfrastructuur spelen onder ondernemers. Op basis van deze vraagstukken wordt bepaald welke vervolgmaatregelen wenselijk zijn; Informatie voor ondernemers met zakelijke logistieke voertuigen wordt verspreid. Deze informatie wordt deels verspreid onder gemeenten vanuit het Nederlands Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL), of vanuit de RAL Zuidwest. We verspreiden deze informatie onder ondernemers in onze eigen gemeente. Ook stellen we expertise beschikbaar voor ondernemers (denk aan logistiek makelaars); De organisatiegraad van ieder bedrijventerrein wordt in kaart gebracht, en bedrijventerreinen met weinig tot geen overkoepelende organisatie wordt gestimuleerd om een gezamenlijke organisatie op te zetten; Wanneer de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein in de regio zich voordoet, wordt actief rekening gehouden met de realisatie van laadinfrastructuur;
Rol
Faciliteren
Faciliteren
Stimuleren
Regisseren
2.5
2.6
2.7
2.8
Conform de beschikbare nationale richtlijnen en jurisprudentie wordt de vergunningverlening en het herbestemmingsproces vormgegeven voor de realisatie van (semi-)publieke laadinfrastructuur. Dit betekent dat de regio scherp heeft welke afwegingen relevant zijn voor het bepalen van vergunningverlening van laadinfrastructuur, of de herbestemming van gronden gunstig voor laadlocaties; Een collectieve aanpak voor realisatie van laadinfrastructuur onder ondernemers wordt gestimuleerd door ondernemers samen te brengen. De gebiedsgerichte aanpak van de RAL Zuidwest kan worden aangeboden aan geïnteresseerde bedrijventerreinen; We onderzoeken bij realisatie van laadinfrastructuur of er, waar wenselijk, tegelijk voorzien kan worden in opwek (solar parking) en opslag. Dit is in lijn met de zonneladder en vermindert de druk op het buitengebied (grote zonneweides). Laadinfrastructuur wordt opgenomen als aandachtspunt in bedrijventerreinenbeleid.
Regisseren
Regisseren
Regisseren
Reguleren
Tabel 4: Mogelijke maatregelen op bedrijventerreinen
Aanvullend is netcongestieproblematiek een serieus onderwerp op bedrijventerreinen. Ondernemers zijn niet altijd meer verzekerd van het krijgen van een grotere netaansluiting. Dit kan de transitie naar een batterij-elektrische vloot vertragen. We erkennen deze problematiek en hebben maatregelen opgesteld die zijn weergegeven in tabel 5. Mogelijke maatregelen 2.8
2.9
2.10
2.11
2.12
2.13
Een gesprek met de netbeheerder aangaan om gezamenlijk te onderzoeken welk plan van aanpak voor mitigerende maatregelen en netverzwaringen geschikt is voor de regio; Ondernemers informeren over knelpunten op het net, doorlooptijden van netaansluiting aanvragen, en de mogelijkheid van mitigerende maatregelen voor netcongestie (inclusief het positieve effect van slim laden voor netcongestie); Bedrijventerreinen met een verwachte hoge laadvraag in samenwerking met de netbeheerder benaderen om bestaande prognoses te valideren dan wel aan te scherpen; De regio werkt actief aan het verkrijgen van inzicht in de netvereisten voor de realisatie van voldoende laadinfrastructuur. Dit wordt periodiek gemonitord en besproken met de netbeheerder (Stedin). De gemeente is zich bewust van de problemen met betrekking tot het reserveren van netaansluitingen. Deze kwestie kan in de toekomst problemen veroorzaken op bedrijventerreinen. We onderzoeken mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de partijen die de capaciteit hebben om dit vraagstuk aan te pakken; Een aanpak voor netcongestieproblematiek opnemen in het bedrijventerreinenbeleid.
Tabel 5: Mogelijke maatregelen voor netcongestie op bedrijventerreinen
38
Rol Faciliteren
Faciliteren
Stimuleren
Regisseren
Regisseren
Reguleren
Basisnetwerk snellaadinfrastructuur voor corridor laden De aanwezigheid van een basisnetwerk van logistieke (snel)laadinfrastructuur om onderweg te laden is onmisbaar voor de transitie in de logistieke sector. Het gaat specifiek om lichte (N2) en zware vrachtwagens (N3) die behoefte hebben aan snellaadpunten langs corridors. Op dit moment is het aanbod aan laadlocaties voor deze grote voertuigen nog beperkt. Om de groei in vraag naar dergelijke locaties te faciliteren, moeten in de toekomst extra locaties gerealiseerd worden. Omdat deze locaties op (snel)wegcorridors liggen, is de laadvraag van logistieke snellaadinfrastructuur een gemeente-overstijgend thema. De RAL-Zuidwest is op dit moment bezig met een analyse van geschikte locaties voor corridor laden. We wachten de uitkomsten van de analyse af. Op basis van deze uitkomsten worden maatregelen geformuleerd. Dit kan inhouden dat we samen met de RAL Zuidwest op zoek gaan naar een geschikte plek voor het realiseren van extra laadinfrastructuur. De mogelijke maatregelen zijn weergegeven in tabel 6.
3.1
3.2
3.3
Maatregel
Rol
We staan open voor samenwerking met initiatieven die zich richten op de realisatie van dit publieke basisnetwerk van logistieke laadinfrastructuur zoals Logistiek Laden (LoLa) van ELaadNL, Clean Energy Hubs (CEH) en Living Lab Heavy Duty Laadpleinen (LLHDL) in opdracht van het Ministerie van I&W. Daarbij zorgen we voor regionale afstemming via de NAL-regio; We sluiten aan bij de aanpak Laden Onderweg van RAL Zuidwest waarbij een analyse wordt uitgevoerd van de opgave in de regio. Deze analyse zal input bieden voor eventuele vervolgstappen. Indien noodzakelijk, reserveren we capaciteit voor de realisatie van laadlocaties voor laden onderweg; We stellen een afwegingskader op om in te zetten bij verzoeken vanuit commerciële partijen of landelijke initiatieven om publieke grond beschikbaar te stellen voor laden onderweg. We sluiten ons aan bij de aanpak van de RAL Zuidwest op dit gebied. We volgen de ontwikkelen van deze aanpak.
Stimuleren
Tabel 6: Mogelijke maatregelen voor snelladen bij corridors
39
Stimuleren
Reguleren