CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Rapportage investeringsagenda sport

Raadsvergadering 17 maart 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Investeringsagenda Sportaccommodaties7.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Investeringsagenda sport Gemeente Zoetermeer

December 2024

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

1.1

Aanleiding en vraagstelling

3

1.2

Investeringsraming en IHP Sport

3

2.

Uitgangspunten

4

2.1

Accommodaties

4

2.2

Gehanteerde documenten en uitgangspunten bij de ontwikkelingsopgaven

4

2.3

Uitgangspunten bij de investeringsramingen

5

3.

Investeringsagenda

7

3.1

Zwemwatercapaciteit

7

3.2

Binnensportaccommodaties

7

3.3

Buitensportaccommodaties

10

3.4

Schietsportaccommodatie en overige investeringen

11

3.5

Totale investeringsopgave

12

4.

Overige aspecten

14

5.

Potentiële dekking

15

6.

Conclusies

16

Bijlage 1 Achtergrond bij investeringsramingen 2021

17

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en vraagstelling

De gemeente Zoetermeer stelt in 2024 nieuw sportbeleid op. Onderdeel daarvan is het sportaccommodatiebeleid en een investeringsagenda voor de sportaccommodaties. De gemeente heeft behoefte aan een integrale analyse van vraag naar en aanbod van sportaccommodaties (zwembaden, buitensport en binnensport) voor de komende jaren, in de vorm van een investeringsagenda voor de korte termijn (2030) en een Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) voor de lange termijn (2040). In het collegeprogramma 2022 – 2026 is opgenomen dat de jaarlijkse begroting voor investeringen in sportaccommodaties structureel verhoogd wordt met € 2,0 miljoen (zie bijlage 1). De gemeenteraad van Zoetermeer heeft aangegeven een investeringsprogramma te willen ontvangen voor de investeringen in sportaccommodaties. Het investeringsprogramma moet (op hoofdlijnen) inzicht geven in de toekomstige opgaven op het gebied van sportaccommodaties en de benodigde investeringen daarbij. In Q4 moeten de actualisatie van het sportbeleid en de Investeringsagenda Sport opgeleverd worden. Daarnaast wordt in 2025 gestart met het Integraal Huisvestingsplan Sport.

1.2

Investeringsraming en IHP Sport

De opgave valt uiteen in twee onderdelen. Investeringsagenda 2030 (op basis van collegeprogramma 2022 – 2026) Om inzicht te kunnen geven in de investeringen, is een inventarisatie gemaakt van de investeringen die nodig zijn om in de huidige vraag en aanbod verhouding te voorzien. Deze investeringen vloeien voort uit bestaande analyses van de gemeente Zoetermeer en externe rapportages (zie ook bij Uitgangspunten in hoofdstuk 2) en van besluitvorming rond sportaccommodaties. In het overzicht wordt een onderscheid gemaakt tussen zwemwater, binnensportaccommodaties en buitensportaccommodaties. In het collegeprogramma 2022 – 2026 is nog uitgegaan van een benodigd investeringsvolume van ca. € 40,8 miljoen (prijspeil 2021). Om de hieruit voortvloeiende extra lasten te dekken, wordt de begroting trapsgewijs verhoogd tot een extra budget van structureel € 2 miljoen per jaar in 2026. IHP Sport 2040 Zoetermeer gaat richting 2040 groeien. In eerste instantie wordt rekening gehouden met ongeveer 10.000 extra woningen (ongeveer 22.000 extra inwoners). Mogelijk dat sprake is van ongeveer 16.000 extra woningen. Met de groei van de gemeente zal ook de behoefte aan sportaccommodaties de komende jaren groeien. Om tot een afgewogen aanbod aan sportaccommodaties na 2030 te komen, wordt voorgesteld vanaf 2025 een Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) op te stellen.

Daarbij wordt gedetailleerd ingegaan op de toekomstige vraag – aanbod verhoudingen van sportaccommodaties, de knelpunten en latente behoefte aan sportaccommodaties bij verenigingen, de toekomstige ontwikkelingen (demografie, ontwikkeling in ledenaantallen van sportbonden landelijk en sportverenigingen in Zoetermeer en overige ontwikkelingen die van invloed zijn op de vraag naar sportaccommodaties), de leerlingenprognoses (in relatie tot dubbelgebruik van sportaccommodaties door verenigingen en onderwijsinstellingen) en daarmee de toekomstige vraag. Het IHP Sport geeft inzicht in de toekomstige verhoudingen tussen bestaand aanbod en de toekomstige vraag vanuit de sport en de gewenste spreiding van sportaccommodaties (zwembaden, binnensport en buitensport). Daarbij wordt de behoefte aan sportvoorzieningen voor het bewegingsonderwijs (IHP Onderwijs PO, VO en SO) betrokken, zodat sportvoorzieningen multifunctioneel en zo optimaal mogelijk gebruikt worden. Daarnaast wordt ingegaan op de levensduur van bestaande accommodaties in relatie tot onder meer instandhouding, toegankelijkheid en verduurzaming (Klimaatakkoord 2030 en CO2-neutrale accommodaties in 2046). Het resultaat is een overzicht van benodigde binnen- en buitensportaccommodaties en zwembaden om in de vraag voor de lange termijn te kunnen voorzien.

Bij het overzicht wordt een voorstel gedaan voor spreiding van accommodaties en worden de benodigde investeringen, ook voor de lange termijn, in beeld gebracht. Er wordt voorgesteld het IHP Sport in 2025 op te stellen voor een periode tot 2040. Daarbij moet gebruik gemaakt worden van input van sportverenigingen (onder meer via enquêtes en (groeps)gesprekken), de sportadviesraad, leerlingenprognoses en kennis/expertise vanuit het onderwijs. 3

2.

Uitgangspunten

Voor de uitwerking van de investeringsramingen gaan we uit van de volgende uitgangspunten.

2.1

Accommodaties

We gaan uit van een inventarisatie voor de volgende accommodaties: •

Zwemwatercapaciteit

•

Binnensportaccommodaties (sporthallen, sportzalen)

•

Buitensportaccommodaties (velden en voorzieningen voor buitensportverenigingen)

Sporthallen kennen in de regel drie zaaldelen (als de sporthal is voorzien van scheidingswanden) en zijn multifunctionele voorzieningen voor sportgebruik (wedstrijden en trainingen van verenigingen) en voor bewegingsonderwijs. Sportzalen zijn veelal in twee zaaldelen op te delen en kunnen daarmee ook voor de meeste trainingen van verenigingen en bewegingsonderwijs gebruikt worden. Gymzalen hebben één zaaldeel en zijn primair voorzieningen voor het bewegingsonderwijs. In voorkomende gevallen worden gymzalen ook door sportverenigingen gebruikt. De gymzalen (vervanging, nieuwbouw) staan niet op de begroting van onderwijshuisvesting, maar vallen (ook financieel) binnen de sportportefeuille. Voor het investeringsvraagstuk dat is weergegeven in het raadsmemo van maart 2021 (en als uitgangspunt bij de investeringsraming van een stijging van € 2,0 miljoen van de jaarlasten in het collegeprogramma) ging het in het collegeprogramma om investeringen in sportaccommodaties. De eventuele investeringen in gymzalen zijn daarbij nog buiten beschouwing gelaten. Omdat sommige van deze voorzieningen op kortere en middellange termijn vervangen moeten worden, wordt daar in het op te stellen IHP Sport op ingegaan. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de ruimtelijke strategie binnen de gemeente Zoetermeer en wordt gekeken naar de financiële dekking vanuit onderwijs.

2.2 •

Gehanteerde documenten en uitgangspunten bij de ontwikkelingsopgaven Voor de huidige en toekomstige behoefte aan zwemwater is een separaat onderzoek uitgevoerd (Synarchis 2024). De resultaten uit dit onderzoek worden betrokken bij de investeringsagenda.

•

Voor de toekomstige binnensport- en buitensportaccommodaties zijn in 2018 en 2020 analyses gemaakt door het Mulier Instituut (Ruimte voor Sport in Zoetermeer). Daarnaast is in 2022 door het Mulier Instituut een rapportage voor de capaciteit bewegingsonderwijs opgesteld (Ruimte voor Bewegingsonderwijs in Zoetermeer). De uitkomsten van deze analyses worden als uitgangspunt gehanteerd bij de investeringsramingen. Daarbij wordt uitgegaan van huidige behoefte in relatie tot het beschikbare aanbod (2020) en de toekomstige behoefte (2030) in relatie tot het beschikbare aanbod. Als basis daarbij zijn vooralsnog de minimale scenario’s gehanteerd. Voor de toekomst (2030 en 2040) wordt uitgegaan van het scenario ‘schaalsprong’ uit het rapport van het Mulier Instituut (groei van het aantal woningen met minimaal 10.000). Voor de lange termijn kan bezien worden of per tak van sport (op basis van ontwikkelingen) afgeweken moet worden van het minimale scenario en het maximale scenario gehanteerd moet worden.

•

In de rapporten van het Mulier Instituut wordt uitgegaan van een schaalsprong (en dus groei van de gemeente) in 2031 en 2037. In de rapporten wordt ook geregeld verwezen naar 2031. Inmiddels is duidelijk dat er in 2031 nog geen grootschalige groei is gerealiseerd. Die groei wordt verwacht in de periode tussen 2030 en 2040. Daarom wordt in deze rapportage een onderscheid gemaakt tussen de middellange termijn (2030) en de lange termijn (2040). De verwijzingen hebben betrekking op die jaartallen (ook waar het gaat om verwijzingen in de rapporten van het Mulier Instituut).

•

Bij de ontwikkeling van sporthallen (in relatie tot de huidige behoefte en de behoefte na de schaalsprong) wordt als uitgangspunt gehanteerd dat sporthallen voor sportgebruik wijkoverstijgend zijn (voor bewegingsonderwijs moeten scholen binnen de normafstand uit de verordening onderwijshuisvesting gesitueerd zijn). Momenteel zijn sporthallen gesitueerd in de wijken Rokkeveen (sporthal De Veur) en Oosterheem (sporthal Oosterpoort) en staat een sporthal in het Buytenpark (De Limiet). Daarnaast is een sporthal in ontwikkeling bij het Van Doornenplantsoen (Palenstein).

•

Ten aanzien van sportzalen kan dit iets genuanceerder bezien worden: mogelijk voorzien sportzalen wel in een behoefte per wijk en zal gekeken moeten worden naar een spreidingsopgave waarbij elke wijk over een sportzaal beschikt (voor verenigingen en bewegingsonderwijs). Op dit moment heeft alleen de wijk Meerzicht geen sportzaal.

4

•

Daarnaast is gekeken naar de beoogde ontwikkeling van onderwijsgebouwen (scholen PO en VO), op basis van het IHP Onderwijshuisvesting PO, VO en SO (2022) en de rapportage van het Mulier Instituut over de capaciteit voor het bewegingsonderwijs (2022), voor zover daar al duidelijkheid over bestaat. Bij de (her)ontwikkeling van scholen worden ook uitgangspunten geformuleerd over de zaaldelen voor bewegingsonderwijs. Bij de analyses voor de investeringsramingen wordt uitgegaan van zoveel mogelijk multifunctioneel gebruik (gebruik binnensportaccommodaties voor onderwijs en sportverenigingen), zodat accommodaties zo optimaal mogelijk worden gebruikt (geen leegstand overdag of ’s avonds).

•

Er zijn verschillende gebiedsontwikkelingen gaande in de gemeente Zoetermeer. Na het opstellen van het IHP Sport kan gedetailleerd aangegeven worden binnen welke gebiedsontwikkelingen ruimte voor sportvoorzieningen gereserveerd moet worden. Voor de korte termijn wordt een advies gegeven bij welke gebiedsontwikkelingen, op basis van bovenstaande uitgangspunten, in ieder geval rekening gehouden moet worden met de realisatie van sportvoorzieningen. Dat wil daarmee niet zeggen dat er geen (nieuwe) sportvoorzieningen bij de andere gebiedsontwikkelingen opgenomen moeten worden. Die keuze kan voor de periode 2040 gemaakt worden.

•

Bij de investeringsagenda voor de middellange termijn is rekening gehouden met de besluitvorming die al afgerond is rond nieuw te realiseren sportvoorzieningen. Deze voorzieningen worden in ieder geval meegenomen in de investeringsagenda. Het gaat daarbij onder meer om de sporthal aan het Van Doornenplantsoen,4 kunstgrasvelden voor voetbal (inclusief toebehoren als hekwerken, verlichting en vervanging door duurzamere verlichting).

•

Over de kleedgebouwen voor DWO heeft nog geen besluitvorming plaatsgevonden; de beoogde investering wordt wel meegenomen in de investeringsagenda.

•

De investering voor de was-kleedgebouwen van FC Zoetermeer valt buiten deze investeringsagenda. Hiervoor is via de algemene middelen budget beschikbaar gesteld.

2.3

Uitgangspunten bij de investeringsramingen

Voor de investeringsramingen voor de accommodaties worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Bij de investeringsramingen wordt uitgegaan van globale stichtingskosten per accommodatie.

•

De stichtingskosten zijn inclusief bouwkosten, inrichtingskosten, projectbegeleiding, advieskosten ontwerpende partijen, aansluitkosten en leges en een post onvoorzien van 10%. Verder zijn de ramingen inclusief BTW (er is dus nog geen rekening gehouden met mogelijk te ontvangen subsidies zoals SPUK en/of verrekening van de BTW; zie ook paragraaf 1.6).

•

Bij de investeringsramingen is voor toegankelijkheid uitgegaan van de ITS-norm. Er is landelijk een nieuw manifest Toegankelijkheid in ontwikkeling. Daarnaast wordt dit binnen de gemeente verder uitgewerkt.

•

Niet meegenomen zijn grondkosten, terreininrichting, prijsstijgingen en rentekosten. Verder is uitgegaan van BENG ten aanzien van duurzaamheid. Er is dus vooralsnog geen aanvullende ambitie meegenomen op het gebied van duurzaamheid. De ramingen zijn prijspeil 2024. De gemiddelde jaarlijkse stijging van bouwkosten bedraagt circa 3%. Bij projecten dient aldus 3% per jaar tot het moment van ingebruikname te worden opgeteld.

•

De investeringsramingen per accommodatie zijn afhankelijk van een definitief programma van eisen. Voor buitensportaccommodaties kunnen de ramingen op hoofdlijnen worden weergegeven. De investeringsramingen zijn mede afhankelijk van keuzes op het gebied van faciliteiten en voorzieningen (bij sportvelden bijvoorbeeld het wel of niet aanbrengen van hekwerken, verlichting etc.).

•

Voor binnensportaccommodaties moeten uit een programma van eisen de concrete afmetingen naar voren komen op basis van verwacht gebruik door specifieke sportverenigingen. Afhankelijk van de beoogde gebruikers kan tot een optimale indeling van een sportaccommodatie gekomen worden en kunnen de afmetingen (lengte en breedte) bepaald worden. In een vroeg stadium zullen de gebruikmakende verenigingen en sportbonden hierbij betrokken worden.

•

Voor de sporthallen hanteren we de volgende uitgangspunten: •

Voor deze investeringsramingen gaan we in basis uit van een standaard sporthal met een sportvloer met afmetingen van 48 x 28 meter (vrije hoogte 7 meter), twee scheidingswanden, 6 kleedkamers, een tribune voor 300 personen en een horecavoorziening. Met deze afmetingen kunnen wedstrijden ingepast worden conform de normen van sportbonden en NOC*NSF, waarbij ook rekening gehouden wordt met ruimte voor coaches, wisselspelers etc.

•

Om basketbal te kunnen faciliteren, wordt voor één van de te realiseren sporthallen uitgegaan van een afmeting van een sportvloer van 50 x 32 meter waardoor 3 volwaardige velden in de sporthal kunnen worden aangebracht (mede afhankelijk van het niveau van de wedstrijden). Dit is gebaseerd op 3 velden van 26 x 14 meter. Aandachtspunt hierbij is dat NBB sinds mei 2024 mogelijk een breedte van 15 meter per veld adviseert. 5

•

Voor de sporthal bij het Van Doornenplantsoen is uitgegaan van een afmeting van de sportvloer van 47 x 26 meter en een beperkte tribunefaciliteit. De horecavoorziening wordt gecombineerd met de te realiseren school (Motion Beweegcollege), evenals de infrastructuur in de omgeving.

•

Voor sportzalen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Bij de omvang van sportzalen wordt met het oog op het multifunctioneel gebruik (sportverenigingen en onderwijs) uitgegaan van normeringen van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), ten behoeve van het bewegingsonderwijs.

•

De (nieuwe) KVLO-normen voor gymzalen gaan uit van basisafmetingen van een sportvloer van 24 x 14 meter. Daarnaast geeft de KVLO aan dat bij multifunctioneel gebruik (sport en onderwijs) bij voorkeur voor gymzalen uitgegaan moet worden van een sportvloer van 26 x 15,4 meter (met een vrije hoogte van 7 meter), zodat de gymzaal qua functionaliteit de beschikking heeft over 3 badmintonvelden, 1 volleybalveld en basketbal buckets.

•

De afgeleide afmetingen voor een sportzaal zijn daarmee een sportvloer van 32 x 26 meter, met een vrije hoogte van 7 meter. Voor de berekening van de investeringsraming gaan we uit van deze afmetingen. De zaalsporten volleybal, basketbal en badminton kunnen op recreatieniveau / breedtesportniveau terecht in deze sportzaal.

•

Bij de binnensportaccommodaties gaan we vooralsnog uit van investeringsramingen voor sporthallen en sportzalen. De (solitaire) gymzalen kunnen (financieel) worden meegenomen bij de analyses tot 2040 of in het IHP Onderwijshuisvesting (2027). Bij het op te stellen IHP Sport (2040) wordt in ieder geval de capaciteit van gymzalen meegenomen als (mogelijk aanvullend) aanbod voor specifieke sportverenigingen. Het is daarbij dan van belang vanuit de sport randvoorwaarden mee te geven bij de ontwikkeling van nieuwe gymzalen (over onder meer omvang en hoogte van de gymzalen, extra bergingen en inrichting).

6

3.

Investeringsagenda

Bij de uitwerking van het investeringsagenda worden in dit hoofdstuk de ontwikkelingsopgaven van de accommodaties en de bijbehorende investeringsramingen weergegeven voor de periode tot 2030.

3.1

Zwemwatercapaciteit

Voor de toekomstige behoefte aan zwemwatercapaciteit is recent (2024) een onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste conclusies van dat onderzoek zijn als volgt: •

Met de capaciteit van de gemeentelijke zwembaden De Veur en De Watergeus en de capaciteit van het commerciële zwembad Het Keerpunt is er voldoende zwemwatercapaciteit in Zoetermeer om te voorzien in de huidige en toekomstige behoefte. Zolang de watercapaciteit in Het Keerpunt beschikbaar blijft, is er voldoende zwemwatercapaciteit in Zoetermeer om te voorzien in de behoefte aan zwemwater. Dit geldt zowel in de huidige situatie als in de toekomst (op basis van de groei van Zoetermeer). Aandachtspunt daarbij is het gebruik van het Keerpunt door verenigingen. Met de realisatie van De Watergeus was het uitgangspunt dat alle verenigingen ondergebracht konden worden in het nieuwe zwembad en De Veur. Roostertechnisch is dat ook mogelijk. De zwemverenigingen hebben aangegeven voor een deel van hun uren gebruik te willen blijven maken van het Keerpunt. Dit zijn kwalitatieve wensen van de verenigingen in relatie tot zwemwatertemperatuur of trainingstijdstippen. Het gaat daarbij om ongeveer 20 uur per week. Omdat de gemeente tot op heden badwater inhuurde bij Het Keerpunt tegen een commercieel tarief en dit tegen een maatschappelijk tarief verhuurde aan de verenigingen, zit er een kostenplaatje aan het continueren van het afnemen van badwater in Het Keerpunt.

•

Als zwembad Het Keerpunt onverhoopt gesloten wordt of niet meer beschikbaar is voor met name zweminstructie (en verenigingen), dan ontstaat een knelpunt in de zwemwatercapaciteit. De programmering in de andere zwembaden wordt dan intensief, waardoor er weinig ruimte overblijft voor andersoortige activiteiten in die zwembaden. Ook de ambitie om meer kinderen hun zwemdiploma te laten halen, komt dan onder druk te staan.

Voor de korte termijn lijken investeringen in een (extra) zwembad derhalve niet nodig. Wel moet rekening gehouden worden met een reservering voor huurkosten van zwembad Het Keerpunt. Die huurkosten per jaar zijn aanzienlijk lager dan de jaarlasten (kapitaallasten en exploitatiekosten) wanneer een extra zwembad gerealiseerd zou worden. Mocht het Keerpunt gesloten worden, dan zal wel een nieuw zwembad gerealiseerd moeten worden. Dit kan door de gemeente gedaan worden of (eventueel) door een marktpartij. Als de gemeente een zwembad zou realiseren, ontstaat optimale regie op de zwemwatercapaciteit. Op basis van de kwantitatieve behoefte is een functioneel zwembad van 25 x 10 meter dan afdoende.

3.2

Binnensportaccommodaties

Sporthallen en sportzalen In de Mulier rapportage van 2020 (plus addendum 2021) is een analyse gemaakt van de huidige (minimale) behoefte aan binnensportvoorzieningen en de minimale behoefte in 2030 (ontwikkeling van Zoetermeer met schaalsprong). Uit die analyse komt het volgende beeld naar voren: Sporthallen -

2,6 extra sporthal (afgerond 3) om te voorzien in bestaande behoefte (2020 – 2021)

-

3,4 sporthal (afgerond 4) om te voorzien in de minimale behoefte in 2030; 1 extra ten opzichte van de huidige behoefte

Sportzalen -

1 sportzaal om te voorzien in de bestaande behoefte (2020 – 2021)

-

3 sportzalen om te voorzien in de toekomstige behoefte (2030); 2 extra ten opzichte van de huidige behoefte

Om te voorzien in de toekomstige behoefte moet derhalve vooralsnog rekening gehouden worden met in totaal 4 nieuwe sporthallen en 3 nieuwe sportzalen. Voor de korte termijn gaat het om 3 sporthallen en 1 sportzaal. In het te ontwikkelen IHP Sport moet een gedetailleerde analyse van toekomstige behoefte (verdeeld naar takken van sport) gecombineerd worden met de 7

toekomstige behoefte aan capaciteit voor het bewegingsonderwijs voor 2040. Daarbij wordt ook ingegaan op de functionaliteit van sportzalen voor de georganiseerde sport, de combinatiemogelijkheden (multifunctionaliteit) tussen sport en onderwijs, de aanwezigheid van (bestaande) gymzalen voor bewegingsonderwijs en daarmee de optimale locaties voor de binnensportvoorzieningen. Voor een aantal locaties in Zoetermeer is sprake van vergaande planontwikkeling. Het gaat daarbij om de volgende gebiedsontwikkelingen: •

Ontwikkeling sporthal Van Doornenplantsoen: hier heeft recent nieuwe besluitvorming over plaatsgevonden. Er wordt op deze locatie op afzienbare tijd een nieuwe sporthal gerealiseerd voor het bewegingsonderwijs van het Motion Beweegcollege en voor verenigingen, een en ander in combinatie met nieuwbouw van het Motion Beweegcollege. Er is een besluit genomen over een budget van € 11.082.000 (inclusief BTW) voor deze nieuwe sporthal, inclusief het aanvullende krediet vanwege een grotere omvang dan oorspronkelijk.

•

Vernèdepark: Eind september 2024 is een voorkeursvariant gepresenteerd tijdens de slotbijeenkomst van de gebiedsontwikkeling. Besluitvorming hierover vindt plaats in Q1 van 2025. Het is de intentie om de huidige sportverenigingen te behouden voor het park en naast de dubbele sporthal (6 zaaldelen) aanvullende functies te huisvesten in de nieuw te realiseren sporthal. De uitvoeringsfase en het opstellen van het PvE starten na de besluitvorming. Uitgangspunt benoemen dat we vanuit de investeringsagenda uitgaan van een dubbele sporthal en huisvesting van beide schietverenigingen bij de sporthal (100m). Voor de investeringsagenda wordt uitgegaan van een dubbele sporthal (6 zaaldelen) en huisvesting van beide schietverenigingen (met een 100-meter baan) bij de sporthal. In hoeverre 6 zaaldelen voor de sport en het bewegingsonderwijs op deze locatie noodzakelijk zijn, moet mede uit de visie naar voren komen. De zaaldelen worden in ieder geval gerealiseerd ter vervanging van de twee zaaldelen in De Driesprong (te weten één gymzaal en één sportzaal). In de rapportage van het Mulier Instituut wordt, na de schaalsprong, rekening gehouden met een behoefte van maximaal 4 zaaldelen. De sporthal biedt mogelijkheden voor (extra) gebruik door VO scholen in de omgeving of een nieuwe school in het centrum of Entree.

Wanneer bovenstaande ontwikkelingen uitgewerkt worden in programma’s van eisen (1 sporthal bij het Van Doornenplantsoen, een dubbele sporthal in het Vernèdepark) kan worden voorzien in de huidige behoefte van 3 extra sporthallen. In eerdere ambtelijke analyses is verder naar voren gekomen dat er een knelpunt is voor de basketbalvereniging in relatie tot afmetingen van de sportzaal die nu gebruikt wordt. We adviseren om de afmetingen van één van de twee nieuw te realiseren sporthallen in het Vernèdepark geschikt te maken voor het basketbal, zodat dit knelpunt kan worden verholpen. De besluitvorming over het Vernèdepark vindt in Q1 van 2025 plaats. Voor de andere mogelijk te realiseren sporthallen zijn meerdere locaties op het oog (op dit moment Entree, Binnenstad en Van Tuyllpark). Omdat die gebiedsontwikkelingen pas op termijn zullen starten, adviseren we om de exacte locatie van de vierde sporthal (behoefte op de langere termijn na de schaalsprong) af te laten hangen van de gedetailleerde analyses voor de periode tot 2040. Daarbij kan dan ook de behoefte vanuit het onderwijs en de daarmee gepaard gaande spreidingsvraag betrokken worden.

Daarnaast wordt een gymzaal in Seghwaert (ter vervanging van gymzaal Velddreef 330 in combinatie met nieuwbouw van de basisscholen De Touwladder en De Hofvijver) en een sportzaal in Buytenwegh (ter vervanging van gymzaal César Franckrode in combinatie met nieuwbouw basisscholen en speciaal onderwijs) gerealiseerd. Het is nog niet duidelijk in hoeverre hier sportzalen of gymzalen gerealiseerd moeten worden in relatie tot de behoefte voor zowel bewegingsonderwijs als sportverenigingen. In de investeringsagenda wordt wel uitgegaan van realisatie van in ieder geval één sportzaal; uit de analyse van het Mulier Instituut komt naar voren dat in de huidige situatie sprake is van een tekort van in ieder geval één sportzaal voor de georganiseerde sport. Voor de definitieve locatie wordt opgetrokken met onderwijs. Investeringsraming sporthallen en sportzaal De investeringsraming voor 3 nieuwe sporthallen en 1 nieuwe sportzaal bedraagt in totaal € 41,3 miljoen (zie ook bijlage 1 voor een duiding van de investering in accommodaties in relatie tot de eerdere ramingen uit 2021). Daarbij wordt uitgegaan van de volgende configuraties:

8

•

Een sporthal met een sportvloer van 47 x 26 meter (vrije hoogte 7 meter) met beperkte tribune voor de sporthal bij het Van Doornenplantsoen. De horecavoorziening wordt geïntegreerd in de horecavoorziening voor de school. Bij de investeringsraming zijn we er van uitgegaan dat het volume van de horecavoorziening wordt meegenomen bij de ontwikkeling van de school (en niet bij de sporthal). De investeringsraming bedraagt € 11.082.000, inclusief BTW.

•

Een dubbele sporthal op de locatie Vernèdepark met één sporthal met een sportvloer van 50 x 32 meter (ten behoeve van basketbal), een tweede (standaard) sporthal met een sportvloer van 48 x 28 meter. Beide sporthallen hebben een vrije hoogte van 7 meter. Dit is afdoende voor de meeste zaalcompetities; voor topvolleybal is een hoogte van 9 meter nodig. Bij het complex wordt rekening gehouden met tribunefaciliteiten bij de sporthallen en een centrale horecavoorziening. De investeringsraming voor de dubbele sporthal bedraagt € 23,8 miljoen. Aanvullende wensen/behoeften vanuit de gebiedsontwikkeling zijn hier (nog) niet in meegenomen.

•

Een sportzaal met een sportvloer van 32 x 26 meter (vrije hoogte 7 meter). De investeringsraming bedraagt € 6,4 miljoen. Zie ook “Vervanging gymzalen”.

Vervanging gymzalen In het collegeprogramma 2022 – 2026 is een stijging van de jaarlasten van € 2,0 miljoen meegenomen voor investeringen in sportaccommodaties voor de georganiseerde sport. De investeringen in gymzalen (vervanging, nieuwbouw) zijn ook onderdeel van de sportbegroting. Het Mulier Instituut heeft in 2022 in beeld gebracht welke ruimte nodig is voor bewegingsonderwijs. Investeringen voor vervangingen van gymzalen zijn niet meegenomen in de trapsgewijze verhoging van de jaarlasten tot € 2 miljoen per jaar in 2026. Uit de analyse van alle sportaccommodaties, inclusief de gymzalen, komt naar voren dat een behoorlijk deel van de accommodaties ouder is dan 40 jaar. Het gaat daarbij om 12 gymzalen en 3 sportzalen.

Bij deze verouderde accommodaties is de eerdergenoemde gymzalen in Buytenwegh (César Franckrode) meegenomen. Die gymzalen maakt al onderdeel uit van een vervangingsplan, gerelateerd aan het IHP Onderwijs.

9

Voor de overige accommodaties die ouder zijn dan 40 jaar is er niet overal direct een vervangingsnoodzaak. Uit overleg met de gemeente komt naar voren dat de gemeente zich zorgen maakt over het op korte termijn in stand kunnen houden van in ieder geval 4 gymzalen (drie in Meerzicht, één in De Leyens) en 1 sportzaal (Van Doorneplantsoen), los van de gymzaal in Buytenwegh: •

Gymzaal Kerkenbos (Meerzicht): er wordt geadviseerd de vervanging hiervan mee te nemen in het nieuwbouwplan van Zwanenbos (deze ontwikkeling is nu gaande) of het nieuwbouwplan van De Regenboog (waar een ontwikkeling over 5 – 10 jaar verwacht wordt).

•

Gymzaal Kruiswater (Meerzicht) is gesitueerd bij de reeds vernieuwde basisschool De Entree. Op de locatie is ruimte voor nieuwbouw van een gymzaal. Gebruikersgroepen zouden eventueel op termijn ook gebruik kunnen maken van een mogelijk nieuw te realiseren sportzaal of sporthal in Entree.

•

Gymzaal Schansbos (Meerzicht) is gesitueerd bij de reeds vernieuwde Vrije School. Ook basisschool De Toverberg maakt gebruik van deze gymzaal. De gymzaal moet vervangen worden en zal in de buurt van de Vrije School en De Toverberg gesitueerd moeten blijven.

•

Gymzaal Carmenschouw (De Leyens) wordt gebruikt door basisscholen De Elzenhoek, Het Plankier en Prinses Margrietschool. De basisscholen en de gymzaal zijn ouder dan 40 jaar. Het advies is om de toekomst van de gymzaal te betrekken bij de ontwikkeling van eventuele nieuwbouw van de basisscholen (ontwikkeling binnen 5 – 10 jaar).

•

De sportzaal bij het Van Doornenplantsoen wordt gebruikt door het Erasmus College. Met de ontwikkeling van nieuwe sporthallen in de omgeving ontstaat daar mogelijk ruimte voor gebruik door het Erasmus College. Het advies is om de vraag van het Erasmus College te betrekken bij analyse voor de langere termijn (2040) in relatie tot de (vernieuwde) capaciteit van sportaccommodaties. Hierbij kunnen dan de wettelijke uren voor bewegingsonderwijs in beeld gebracht worden en de eventuele (wenselijke) extra sporturen.

Vervanging gymzalen in relatie tot IHP Sport We adviseren de vervangingsnoodzaak van de bovengenoemde gymzalen en sportzaal en de overige oudere accommodaties (> 40 jaar) te betrekken bij de lange termijn analyse, in combinatie met de te vernieuwen scholen. Er kan dan een relatie gelegd worden tussen de toekomstige capaciteitsbehoefte sport (vanuit de rapportage van het Mulier Instituut is vooruitgekeken naar 2031; in het IHP Sport wordt vooruitgekeken naar 2040), de behoefte aan bewegingsonderwijs voor scholen PO, VO en SO en de vervangingsnoodzaak van gymzalen en sportzalen. Op die manier kan rekening gehouden worden met de wettelijke reisafstand tussen scholen en locaties voor bewegingsonderwijs en kan gestuurd worden op multifunctioneel en optimaal gebruik van accommodaties. Op deze wijze ontstaat een totaalbeeld op vervanging van gymzalen en de wijze waarop die vervanging vorm moet krijgen (1-op-1 vervanging, clustering van voorzieningen bijvoorbeeld vervanging van 2 gymzalen voor 1 sportzaal of gebruik van al geplande nieuwe voorzieningen zoals sportzalen en sporthallen. In deze rapportage wordt de vervanging van de locatie César Franckrode meegenomen (dat wordt een sportzaal). De investeringsramingen voor andere gymzalen en sportzalen worden meegenomen bij de analyse voor de lange termijn (2040).

De kwaliteit van gymzalen (waar het gaat om het aanpassen van verlichting naar LED verlichting en het verbeteren van de akoestiek) wordt de komende periode (waar van toepassing) wel verbeterd.

3.3

Buitensportaccommodaties

Uit de rapportage van het Mulier Instituut komt voor buitensportverenigingen voor de middellange termijn (2030) een beeld naar voren dat uitbreiding van sportvelden voor een aantal takken van sport nodig is. Voor een aantal takken van sport is de bestaande capaciteit toereikend. In de rapportage van het Mulier Instituut is rekening gehouden met de onderstaande capaciteitsbehoefte voor de buitensport. •

Voetbal: op termijn een extra behoefte van 2 wedstrijdvelden en 2 trainingsvelden. Inmiddels is de capaciteit in 2024 verhoogd doordat vier natuurgrasvelden zijn vervangen door 4 kunstgrasvelden. In hoeverre er richting 2040 nog extra behoefte is aan voetbalvelden, wordt in 2025 geanalyseerd.

•

Atletiek: bestaande capaciteit (atletiekbaan) is toereikend voor eventuele groei.

•

Hockey: voor de toekomstige capaciteit werd in 2020 – 2021 uitgegaan van een groei van het aantal leden en daarmee ook van extra benodigde capaciteit (3 hockeyvelden). Uit gesprekken van de gemeente met de hockeyvereniging komt naar voren dat de hockeyvereniging vooralsnog niet uitgaat van een groei van de vereniging. Derhalve wordt nu niet van extra veldcapaciteit uitgegaan. 10

•

Honk- en softbal: voor de toekomstige capaciteit wordt uitgegaan van vervanging van één junioren honkbalveld c.q. een softbalveld (natuurgras) door een kunstgrasveld. Dit is sec een investering in het veld; dugouts en verlichting zijn hier niet in meegenomen.

•

Korfbal: Op de bestaande complexen van Meervogels en Phoenix is, rekening houdend met wedstrijdvelden van 40 x 20 meter, de veldcapaciteit is toereikend voor eventuele groei.

•

Tennis (en padel): de huidige capaciteit tennisbanen is volgens de analyse uit het Mulier rapport toereikend voor de toekomstige (minimale) behoefte. Voor de investeringen in tennisbanen hebben gemeenten in de regel ook geen financiële verantwoordelijkheid, die ligt bij verenigingen zelf. De afgelopen jaren is de sport padel behoorlijk in opkomst. Tennisverenigingen bouwen (voor eigen rekening en risico) bestaande tennisbanen om of willen extra ruimte gebruiken voor padelbanen. Vanwege geluidsoverlast van padelbanen voor omwonenden zijn niet alle locaties daarvoor geschikt. De tennisverenigingen TV Segwaert, TV Buytenwegh en ALTV) hebben aangegeven uit te willen breiden met tennis- en padelbanen. Voor ALTV geldt dat dit mede wordt ingegeven door de voorgenomen fusie met TV Rokkeveen. Er moet gekeken worden naar de ontwikkelingen per gebied en de beschikbare ruimte.

Naast de toekomstige ontwikkelingen zijn (voor de korte termijn) ook knelpunten en andere investeringen inzichtelijk gemaakt bij buitensportverenigingen. Het gaat daarbij om de volgende aspecten: vervanging van was- en kleedgebouwen van voetbalverenigingen DWO en FC Zoetermeer en een totaal aan kleinere investeringen (zoals vervanging dug outs, vervanging verlichting voor LED verlichting bij diverse (binnen- en buiten)sportaccommodaties, aanleg van een cricket pitch met mogelijke uitbreiding met een slagkooi voor cricket en aanpassing van handbalvelden naar combivelden). Voor de vervanging van de voetbalvelden (vervanging door kunstgras) en de vervanging van de was- en kleedgebouwen van FC Zoetermeer) zijn al besluiten genomen. Op termijn zal een kunstgras junioren honkbalveld c.q. softbalveld gerealiseerd moeten worden (ter vervanging van een natuurgrasveld) en heeft DWO de wens uitgesproken het hoofdveld te vervangen. Investeringsraming Om te voorzien in de actuele behoefte van verenigingen en rekening houdend met de besluitvorming, zijn de volgende investeringen voor buitensport te voorzien: •

Investeringen kunstgras voetbal: € 3,1 miljoen

•

Investeringen kleedgebouwen DWO: € 2,0 miljoen.

•

Investering kunstgras (junioren) honkbalveld: € 600.000.

•

Overige kleinere investeringen voor het verbeteren van functionaliteit sport: € 132.000.

•

De investering voor de aanpassing van het was-kleedgebouw van FC Zoetermeer is niet meegenomen in deze investeringsraming. De dekking hiervoor komt uit de Algemene Middelen. De investering van deze vervanging is geraamd op € 1,3 miljoen.

De totale investering voor de korte termijn komt daarmee uit op € 5,8 miljoen inclusief BTW. Genoemde bedragen zijn een eerste schatting op basis van normbedragen. Definitieve bedragen worden aan de hand van offerten via een kredietvoorstel aangevraagd. Daarnaast wordt uitgewerkt in hoeverre bovenstaande investeringen uit een investeringsbudget bekostigd moet worden of dat investeringen in meerjaren onderhoudsplannen zijn opgenomen. Vervanging van LED-verlichting wordt bijvoorbeeld uit onderhoud bekostigd, plus (gedeeltelijk) vanuit het budget voor sportaccommodaties. Kwaliteitsverbetering van sportaccommodaties wordt ook uit onderhoudsbudgetten bekostigd; tegelijkertijd wordt gekeken naar kostenbesparing en een betere bezetting van accommodaties (en daarmee hogere huurinkomsten).

3.4

Schietsportaccommodatie en overige investeringen

Schietsportaccommodatie In de afgelopen periode zijn knelpunten bij de schietsportvereniging SV Zoetermeer naar voren gekomen. De huidige accommodatie van SV Zoetermeer, die de vereniging huurt van de gemeente, voldoet niet meer. Door de gemeenteraad is aangegeven dat varianten uitgewerkt moeten worden om de schietsportaccommodatie van SV Zoetermeer te vervangen voor een nieuwe accommodatie. De varianten die zouden moeten worden uitgewerkt, zijn een 50-meter en 100-meter baan. De 11

schietsportverenigingen in Zoetermeer hebben een visie op de nieuwe schietbaan doorgegeven aan de gemeente en input aangeleverd: SV Zoetermeer vanuit de wens voor een nieuwe accommodatie omdat de huidige niet meer voldoet, COM vanuit de visieontwikkeling Vernèdepark en de mogelijke kansen daarin. COM beschikt over een eigen accommodatie die voldoet, Er zijn echter wel uitbreidingswensen. Er zijn gesprekken met beide verenigingen gevoerd om meer gevoel te krijgen bij de functionaliteit en het gebruik van de voorzieningen. In de gesprekken hebben de verenigingen aangegeven bereid te zijn om samen een schietbaan te delen in gebruik. Daarnaast is duidelijk geworden dat een 50-meter baan voor beide verenigingen onvoldoende functionaliteit heeft. Een 100-meter baan heeft wel een goede functionaliteit (in combinatie met 10- en 25-meter banen). Als alternatief zou ook een accommodatie met minimaal 6 banen van 25 meter en bij voorkeur 10 banen van 25 meter kunnen voldoen. Er liggen op dit moment ontwikkelkansen in de omgevingsplannen van het Vernèdepark, ook omdat de COM al in dit gebied is gesitueerd en dan ook in dit gebied gesitueerd blijft. Daarbij zou gekeken kunnen worden naar een gecombineerde ontwikkeling met de nieuwe sporthallen in het Vernèdepark.

Investeringsraming Op basis van de aangeleverde wensen en visies van SV Zoetermeer en COM en op basis van de informatie uit de gesprekken is uitgegaan van een 100-meter en een 25-meter schietsportaccommodatie. Bij beide varianten is uitgegaan van een eigen (club)ruimte voor SV Zoetermeer en COM en gedeelde schietsporttechnische voorzieningen. 10-meter banen maken in beide varianten ook onderdeel uit van de accommodatie. •

100-meter banen (6-baans) en 25-meter banen (6-baans), inclusief clubgebouw, 1.748 m2 bvo: € 6,5 miljoen.

•

25-meter banen (12-baans), inclusief clubgebouw, 1.215 m2 bvo: € 4,8 miljoen.

De genoemde bedragen zijn prijspeil 2024 en inclusief BTW. Overige investeringen Voor functionele verbeteringen aan verschillende accommodaties (bijvoorbeeld het verbeteren van akoestiek, eenvoudige aanpassing van de inrichting of investering in de veiligheid) wordt voor de korte termijn een beknopt bedrag van € 500.000 opgenomen. Daarnaast wil de gemeente een systeem voor slimme toegang tot binnensportaccommodaties implementeren. Een dergelijk systeem ondersteunt bij het realiseren van een optimale programmering en beheersing van het energieverbruik. Hiervoor is € 250.000 geraamd. De totale overige investeringen komen daarmee uit op een bedrag van € 750.000.

3.5

Totale investeringsopgave

De totale globale investeringsopgave bedraagt daarmee € 54,5 miljoen inclusief BTW en is als volgt opgebouwd: •

Zwemwater: Er is geen investeringsopgave bij continuerend gebruik van Het Keerpunt. Wel is sprake van een huurprijs van Het Keerpunt die drukt op de gemeentelijke begroting. De netto lasten (huurprijs minus doorbelasting aan verenigingen) bedragen € 0,1 miljoen.

•

Binnensportaccommodaties: € 41,3 miljoen

•

Buitensportaccommodaties: € 5,8 miljoen

•

Overige sportaccommodaties: € 7,3 miljoen (uitgaande van 100-meter schietsportbanen en de overige investeringen)

De extra jaarlast voor bovenstaande investeringsopgave (inclusief netto huur voor Het Keerpunt) is geraamd op € 1,95 miljoen. De gemeentelijke begroting wordt trapsgewijs verhoogd tot een extra budget van structureel € 2 miljoen per jaar in 2026. Uitgangspunten bij de jaarlast •

Voor de berekening van de extra jaarlast op deze investeringen wordt vooralsnog rekening gehouden met een afschrijvingstermijn van 40 jaar en een rentepercentage van 2%.

•

De investeringen zijn in dit stadium nog niet gedifferentieerd naar verschillende afschrijvingstermijnen (gebouw, installaties, inventaris etc.).

12

•

Daar staat tegenover dat er ook nog geen inkomsten (bijvoorbeeld huurinkomsten van verenigingen en/of scholen) zijn opgenomen.

Overige aspecten Als nieuwe accommodaties gerealiseerd worden (extra accommodaties ten opzichte van het huidige aantal accommodaties), dan zal ook gekeken moeten worden naar de eventuele consequenties op het gebied van exploitatiekosten (bovenop de extra jaarlasten op het gebied van de investeringen). Deze eventuele kosten zijn niet meegenomen in deze investeringsagenda, maar kunnen worden meegenomen bij het op te stellen IHP Sport. Soortgelijke ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld extra beheerderskosten bij Gymworld, kunnen ook in deze lange termijn analyse meegenomen worden. Daarnaast is het voor de investeringsagenda sport van belang welke partij verantwoordelijk is voor investeringen, bijvoorbeeld in relatie tot gebiedsontwikkelingen in bijvoorbeeld het Vernèdepark, het Van Tuyllpark of het Entrée gebied.

13

4.

Overige aspecten

Verduurzaming Met het oog op de verduurzaming van accommodaties (Klimaatakkoord 2030) is het mogelijk dat verduurzamingsopties minder goed of niet renderen bij verouderde accommodaties en dat vervanging (financieel en qua duurzaamheid) interessanter is. In de vastgoednota, die in 2024 wordt opgesteld, wordt verwezen naar de routekaart verduurzaming die nog moet worden uitgewerkt. De verduurzaming van accommodaties wordt separaat binnen de totale vastgoedportefeuille van de gemeente in beeld gebracht. Functionaliteit binnensport Daarnaast kan dan ingegaan worden op de functionaliteit van de gymzalen. De verouderde gymzalen hebben een afmeting van 21 x 12 x 5,5 meter (conform VNG-normering). De inmiddels veelal gehanteerde KVLO-normen gingen voor het bewegingsonderwijs uit van een afmeting van (minimaal) 22 x 14 x 7 meter. Inmiddels worden door de KVLO afmetingen van 24 x 14 x 7 meter als basisnorm geadviseerd. De KVLO-normen bieden ook meer mogelijkheden voor sportverenigingen om gymzalen te gebruiken voor trainingen. Renovatie van verouderde gymzalen biedt derhalve geen oplossing voor de verouderde afmetingen. Bij de toekomstige analyses (periode tot 2040) rond vraag en aanbod, vervanging en verduurzaming wordt ook het aspect functionaliteit betrokken.

Voor de kortere termijn (tot 2030) wordt gekeken naar vervanging van verlichting door LEDverlichting, vernieuwing van inventaris, modernisering (bijvoorbeeld een deel van de gymzalen geschikt maken voor het Athletic Skills Model, ASM) en akoestiek (waar dit mogelijk is). Uitwerking De komende periode zal nagedacht moeten worden over eigendomsverhoudingen, exploitatie en beheer van de sportvoorzieningen (zowel binnensport als buitensport). Verder zal de tariefstelling, in lijn met de nog op te stellen vastgoednota, nader geanalyseerd moeten worden,.

14

5.

Potentiële dekking

De raming van het investeringsprogramma voor de korte termijn gaat primair uit van de investeringskosten voor de verschillende onderdelen. De gemeentelijke begroting is in relatie tot het investeringsprogramma trapsgewijs verhoogd tot een extra budget van structureel € 2 miljoen per jaar in 2026, op basis van de afschrijvingssystematiek en het gehanteerde rentepercentage (zie ook hoofdstuk 3). Daarbij moet ook uitgegaan worden van de dekkingsmogelijkheden voor de investeringen. We onderscheiden daarbij de volgende potentiële dekkingsmogelijkheden: •

Voor een aantal investeringen die in deze agenda zijn genoemd, zijn door de raad al budgetten beschikbaar gesteld. Het gaat daarbij om de vervanging van de gym- en sportzaal bij De Driesprong.

•

Bij de investeringsramingen is uitgegaan van investeringskosten inclusief BTW. Per te realiseren accommodatie kan worden onderzocht in hoeverre een deel van de BTW kan worden gecompenseerd.

•

Voor investeringen in duurzaamheid kan mogelijk gedeeltelijk dekking gevonden worden vanuit het MJOP van accommodaties en vanuit de routekaart voor verduurzaming.

•

De jaarlasten van de nieuw te realiseren accommodaties worden naast de investeringskosten ook bepaald door de exploitatiebegroting. De huurinkomsten van gebruikers maken daar ook onderdeel van uit. Deze zijn nog niet meegenomen.

•

Dat geldt ook voor gebruiksvergoedingen vanuit het voortgezet onderwijs, waar het gemeentelijke accommodaties betreffen. Het voortgezet onderwijs ontvangt van het Rijk een vergoeding, inclusief een vergoeding voor gebruik van sportaccommodaties voor bewegingsonderwijs.

•

De gemeente heeft de wettelijke taak scholen Primair Onderwijs te faciliteren voor bewegingsonderwijs voor het aantal wettelijk voorgeschreven normuren. De gemeente ontvangt hiervoor een vergoeding via het gemeentefonds die gebruikt kan worden als klokurenvergoeding bij gebruik van sportvoorzieningen (en daarmee als inkomsten). Voor eventuele extra, bovenwettelijke uren die een school PO gebruik maakt van een sportaccommodatie kan een rekening gestuurd worden naar schoolbesturen.

15

6.

Conclusies

In het collegeprogramma 2021 – 2025 is een extra structurele jaarlast van € 2,0 miljoen (prijspeil 2021) beschikbaar gesteld voor investeringen in sportaccommodaties. Uit een eerste raming van de investeringsagenda voor de periode 2025 – 2030 komt een bedrag voor investeringen naar voren van € 54,5 miljoen inclusief BTW (prijspeil 2024). Op basis van jaarlasten betekent dat een extra structurele jaarlast van € 1,95 miljoen. Investeringen tot en met 2030 Voor de periode tot en met 2030 stellen we voor in ieder geval uit te gaan van de volgende investeringen: •

De netto huur voor zwemwater in Het Keerpunt voor zwemverenigingen uit Zoetermeer ad € 0,1 miljoen.

•

De investeringen voor de buitensportaccommodaties ad € 5,8 miljoen. Hierin zijn meegenomen de (al gerealiseerde) investering voor vier kunstgrasvelden voetbal (inclusief hekwerken en verlichting), de investeringen in de kleedgebouwen van DWO, de vervanging van dugouts voor honk- en softbal, de aanleg van een slagkooi cricket, het vervangen van verlichting door LED-verlichting op het Van Tuyllpark en aanpassing van outdoor handbalvelden naar combivelden.

•

De investeringen in de sporthallen bij het Van Doornenplantsoen en het Vernèdepark (na de visievorming), waarbij met de realisatie van één van de sporthallen bij het Vernèdepark een passende voorziening voor basketbal gerealiseerd kan worden. Daarnaast is rekening gehouden met de realisatie van een sportzaal (ter vervanging van een gymzaal (César Franckrode). De investeringskosten zijn afhankelijk van de definitieve programma’s van eisen. In de investeringsagenda is vooralsnog rekening gehouden met € 41,3 miljoen.

•

Voor de investering in een schietsportaccommodatie adviseren we een variant voor een accommodatie voor te leggen aan de raad (100-meter baan of 25-meter baan) en in 2025 te laten onderzoeken of gecombineerde bouw van een schietsportaccommodatie met bijvoorbeeld één van de te realiseren sporthallen tot een besparing in de bouwkosten kan leiden. Vooralsnog zijn de investeringskosten van een solitaire 100-meter baan (€ 6,5 miljoen) meegenomen. Voor overige investeringen (functionele verbeteringen in sportaccommodaties op de korte termijn) is een bedrag van € 750.000 opgenomen. De totale investeringsraming komt daarmee op € 7,3 miljoen.

Integraal Huisvestingsplan Sport Daarnaast wordt voorgesteld in 2025 een Integraal Huisvestingsplan Sport op te stellen en daarbij eventuele toekomstige ontwikkelingen en afwegingen te betrekken, inclusief mogelijke andere investeringen in sportaccommodaties voor de periode na 2030. Planning van de uitvoering Voor de komende jaren (2025 – 2030) wordt de volgende planning voorgesteld: 2025 •

Functionele aanpassingen en investeringen (akoestiek, veiligheid, inventaris), vervangen LED-verlichting, dug outs etc.

•

Opstellen van een IHP-sport

•

Huur zwemwater Het Keerpunt

•

Softwaresysteem voor toegang binnensportaccommodaties (verzamelen data voor inzicht in bezetting, verbruik en daardoor optimalisatie van programmering)

•

Besluitvorming over keuze voor een schietsportbaan en onderzoek naar combinatiemogelijkheden met andere ontwikkelingen

2026 •

Onderzoeken nieuwbouw was-en kleedruimte DWO

•

Oplevering sporthal Motion Beweegcollege

•

Start uitvoer / onderzoek sporthal Vernedepark (mogelijk in combinatie met schietbaan); periode 2026 – 2030

•

Start uitvoer / onderzoek sportzaal ter vervanging van gymzaal César Franckrode

2027 – 2030 •

Eventuele andere ontwikkelingen (bijvoorbeeld vervanging junioren honkbal- en softbalveld voor kunstgras)

16

Bijlage 1

Achtergrond bij investeringsramingen 2021

Binnensportaccommodaties Het investeringsprogramma dat in het collegeprogramma 2022 – 2026 is opgenomen, is opgesteld in 2021. Hieronder wordt de samenstelling van het investeringsprogramma geduid en wordt ingegaan op de prijsontwikkelingen sinds 2021. Investeringskostenramingen 2021 In maart 2021 zijn de volgende investeringen gepresenteerd aan de raad in een bijlage bij het memo “Capaciteitsonderzoek sport” voor respectievelijk een sporthal en een sportzaal. In het memo staat het volgende opgemerkt: In onderstaande tabel is een verdere uitwerking in de vorm van samenvatting van de financiële doorrekening te vinden. Deze doorrekening heeft een globaal karakter. Er is nog geen rekening gehouden met de kosten voor verwerving van een grondpositie, sloop van bestaande gebouwen en locatie specifieke bijkomende kosten.

Een specificatie van de bedragen is niet bij het memo bijgevoegd. De gemeente geeft verder aan dat de ramingen prijspeil maart 2021 zijn en er geen prijsstijgingen of rentekosten zijn toegerekend. Wij gaan er van uit dat deze bedragen inclusief BTW zijn (evenals hierna genoemde bedragen). In het memo staat verder: Georganiseerde binnensport maakt gebruik van sporthallen en sportzalen voor trainingen en wedstrijden; een gymzaal is hiervoor te klein. Een sportzaal bestaat uit 2 zaaldelen en een sporthal uit minimaal 3 zaaldelen. Momenteel (meetmoment 2020) bestaat er een tekort van 3 sportzalen en 6 sporthallen in Zoetermeer. Om invulling aan het huidig bestaande tekort te geven, vergt dit een totale investering van 84 miljoen euro, wat resulteert in totale extra jaarlijkse lasten van ongeveer 4 miljoen euro. Met het realiseren van de schaalsprong, groeit dit tekort naar 6 sportzalen en 7 sporthallen. Een totale investering van ongeveer 102 miljoen euro, met totale jaarlijkse lasten van ongeveer 4,8 miljoen euro. De genoemde tekorten in binnensportaccommodaties kunnen wij niet goed herleiden. Deze tekorten wijken af van de tekorten die gepresenteerd zijn in de rapportage van het Mulier Instituut.

Daarin is opgenomen dat het huidige tekort 1 sportzaal en 3 sporthallen is en dat dit met de schaalsprong doorgroeit naar een totaaltekort van 3 sportzalen en 4 sporthallen (uitgaand van de minimale variant). De raming van de investeringskosten in het memo kunnen we wel herleiden. Daaruit komt naar voren dat wordt uitgegaan van 3 sportzalen x € 6,13 miljoen en 6 sporthallen x € 9,33 miljoen ongeveer overeenkomt met de genoemde 84 miljoen. Na de schaalsprong gaat het in het memo om 6 sportzalen x € 6,13 miljoen en 7 sporthallen x € 9,33 miljoen, hetgeen ongeveer overeenkomt met de genoemde € 102 miljoen in het memo. Bij de onderhandelingen voor het coalitieakkoord 2022 – 2026 is in eerste instantie uitgegaan van € 15 miljoen voor een nieuwe sporthal bij het Van Doornenplantsoen, € 10 miljoen voor een sportzaal Velddreef, € 15 miljoen voor een nieuwe sporthal in Entree en € 800.000 voor de aanleg van kunstgrasvelden. Sinds het coalitieakkoord zijn andere keuzes gemaakt voor investeringen in sportaccommodaties. Deze rapportage gaat ook verder in op de huidige ontwikkelingen, stand van zaken en de consequenties voor de investeringsagenda. Investeringsramingen prijspeil 2024 Wanneer de bedragen uit het memo “Capaciteitsonderzoek sport” uit 2021 worden geïndexeerd naar 2024, dan ontstaat het volgende beeld.

De BDB-index laat tussen april 2021 (index 101,63) en april 2024 (index 118,08) een stijging zien van 16,2% (118,08/101,63). Bij de bepaling van de investeringsbedragen in maart 2021 is aangegeven dat indexering niet is meegenomen. Na indexering naar april 2024 worden de investeringsbedragen als volgt:

17

Investeringskosten Sportzaal Sporthal

April 2021 6,13 mln 9,33 mln

April 2024 7,11 mln 10,82 mln

Let wel, deze bedragen zijn prijspeil april 2024. De projecten moeten echter nog worden gerealiseerd. Indexeringen voor de komende jaren tot aan oplevering zijn hierbij nog niet meegenomen. De langjarige prijsstijgingen bedragen volgens BDB circa 3% per jaar. Dus als een sportaccommodatie in 2027 wordt opgeleverd moet er nog circa 9% mee worden genomen en bij een oplevering in 2028 12%. De geïndexeerde investeringsramingen, uitgaande van realisatie van 1 sportzaal en 3 sporthallen bedragen daarmee 1 sportzaal x € 7,11 miljoen + 3 sporthallen x € 10,82 miljoen. Dit komt neer op een investering van € 39,57 miljoen. De daadwerkelijke investeringskosten per accommodatie hangen sterk af van het op te stellen programma van eisen. Op basis van de door ons gehanteerde kengetallen verwachten we dat een sportzaal binnen het geïndexeerde bedrag van € 7,11 gerealiseerd kan worden. Tegelijk verwachten we dat het genoemde bedrag van € 10,82 miljoen voor een standaard sporthal niet toereikend zal zijn bij een standaard programma van eisen voor een sporthal. Buitensportaccommodaties De beoogde investeringen in de buitensportaccommodaties zijn eveneens opgenomen in het memo “Capaciteit Sport” uit 2021. Behoeftebepaling 2021 •

In het memo is geconstateerd dat de huidige capaciteit van buitensportaccommodaties momenteel voldoet aan de behoefte, behalve bij hockeyvereniging MHCZ. In 2021 werd nog uitgegaan van een actueel knelpunt. Inmiddels heeft hockeyvereniging MHCZ bij de gemeente aangegeven dat er geen knelpunt meer is.

•

Voor 2030 was, rekening houdend met groei van de gemeente, uitgegaan van een extra behoefte van drie kunstgrasvelden voetbal, 2 kunstgrasvelden hockey en 1 softbalveld/junioren honkbalveld.

Huidige voorgenomen (en gerealiseerde) investeringen buitensport •

Uit de gesprekken tussen MHCZ en de gemeente komt naar voren dat vermoedelijk geen extra hockeyvelden gerealiseerd hoeven te worden, op basis van de huidige ledenontwikkeling. Wel heeft de vereniging behoefte om de reguliere verlichting te vervangen door LED-verlichting bij de velden waar dit nog niet is gebeurd.

•

Er zijn in de zomer van 2024 4 kunstgrasvelden voetbal aangelegd.

•

Daarnaast moet worden voorzien in de vervanging van kleedgebouwen van DWO. Deze investering was in 2021 nog niet meegenomen.

•

Er worden enkele functionele aanpassingen voorzien in sportinfrastructuur, zoals een cricket pitch, vervanging van dug outs bij de honk- en softbalvereniging, het vervangen van een outdoor handbalveld voor een combiveld en het realiseren van LED-verlichting.

Voor de langere termijn wordt vervanging voorzien van een natuurgras junioren honkbalveld (c.q. softbalveld) voor een kunstgrasveld. Investeringsramingen prijspeil 2024 De investeringsramingen buitensport bedroegen prijspeil 2021 € 3,4 miljoen. Uitgaande van gemiddelde prijsstijgingen van zo’n 16% in de periode 2021 – 2024 komt dit (prijspeil 2024) neer op een bedrag van € 3,94 miljoen.

18

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=700f1521-69bd-43a9-8982-4919423c1696