Bijlage 1 - Project Hervorming Specialistische Jeugdhulp Zoetermeer
Tekst van het document
7.5 Overwegingen bij vervolg inkoopproces Het doel is goede jeugdhulp beschikbaar te hebben voor jeugdigen. Inkoop is een middel om het doel te realiseren. Bij de zorgvormen die worden vastgelegd in de AMvB zorgvormen is er geen keuze; deze moeten verplicht regionaal worden ingekocht. Ten aanzien van de vormen van hulp die niet verplicht regionaal moeten worden ingekocht (naar verwachting diverse vormen van ambulante 28
jeugdhulp en jeugd-GGZ, zie tabel), is er wel een keuze. Hierbij is het mogelijk gezamenlijk met een of meerdere gemeenten in te kopen, of dit volledig lokaal te doen.
SCHAAL
Op basis van de brief van de staatssecretaris komen we globaal tot de volgende opties. Hierbij dient te worden benadrukt dat onderstaand schema nog kan wijzigen. Zorgvormen12
JH-plus, weinig voorkomende complexe problematiek (bv. anorexia)
Landelijk
X
Regionaal (verplicht) Regionaal of lokaal (keus)
JB, JR, JH met verblijf, specialistische GGZ, crisis, dagbehandeling
Ambulante Jeugdhulp; basis en geïntegreerde GGZ, Opvoedondersteuning
X X
Zoals beschreven in paragraaf 7.1 hebben we als gemeente Zoetermeer op dit moment alle specialistische zorgvormen regionaal ingekocht. Hiermee hebben we op dit moment dus meer regionaal ingekocht dan straks (na AMvB zorgvormen) verplicht is. Tegelijkertijd is regionalisering, standaardisering en uniformering een van de speerpunten uit de Hervormingsagenda. Ook worden contractvoorwaarden, kwaliteitseisen en productcodes de komende jaren zoveel als mogelijk gestandaardiseerd. De vraag is dan ook hoeveel keuzevrijheid er daadwerkelijk rest. Het antwoord op de vraag wat voor Zoetermeer beter is, lokaal of regionaal inkopen, hangt van meerdere overwegingen af: • • •
•
De huidige regionale contracten lopen eind 2026 af. Het eventueel starten van een eigen inkooptraject vraagt zowel tijd als capaciteit en is niet op korte termijn gerealiseerd. Daarbij is de vraag of de kosten en baten van lokaal inkopen opwegen tegen gezamenlijk regionaal inkopen. Regionaal is al een traject gestart om met elkaar te onderzoeken hoe de inkoop vanaf 2027 eruit moet komen te zien (zowel voor verplichte als niet-verplichte zorgvormen). Indien er een nieuw inkoopkader wordt opgesteld dan zal dit ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Daarnaast blijft Zoetermeer het voortouw nemen om in de tussentijd aanscherpingen te doen op de huidige overeenkomsten. Dit biedt ruimte om ook op korte termijn beter te sturen op de afspraken met aanbieders.
12 Zie paragraaf 7.2 voor de zorgvormen waar vooralsnog aan wordt gedacht (contouren).
29
7.6 Voorgestelde aanpak Korte termijn Het optimaliseren van de huidige inkoopafspraken door: • Als Zoetermeer herzieningsvoorstellen te doen die zich richten op aanscherping van de huidige contractvoorwaarden. • Gebruik te maken van ruimte in de huidige overeenkomsten en (lokale) aanvullende afspraken met Jeugdhulpaanbieders te maken. Deze moeten bijdragen aan een resultaat- en doelgerichte effectieve hulpverlening. Middellange termijn
•
•
Lange termijn
•
Gezamenlijk met de 8 gemeenten in Haaglanden de inkoop vanaf 2027 e.v. voor te bereiden. Het is hierin belangrijk dat Zoetermeer een leidende rol heeft in het opstellen van het pakket van eisen. Wat zijn de voorwaarden van de nieuwe inkoop? Hoe maken we de jeugdhulp effectief, resultaatgericht en betaalbaar? Het is daarom belangrijk hier tijd en capaciteit voor beschikbaar te hebben. Het is hierbij belangrijk de wensen en eisen van Zoetermeer steeds te toetsen aan de wensen en eisen van de andere regiogemeenten. Indien deze te ver uit elkaar lopen, kan alsnog een keus gemaakt worden lokaal in te kopen, of met minder gemeenten. De inkoop voor 2027 e.v. vorm te geven conform eisen; resultaatgericht, gebaseerd op NJI-maatstaven voor effectiviteit, aansluitend op beschermende en risicofactoren (doorlopende lijn) in Zoetermeerse wijken.
30
8 Governance regio
8.1 Verplichte regionale samenwerking Onderdeel van de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd is dat de jeugdregio’s in een ministeriële regeling worden vastgelegd. Als het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen in werking is getreden, dan moeten de jeugdregio’s een regiovisie opstellen waarin ze vastleggen hoe ze met elkaar samenwerken. Daarnaast moet er voor de regionale inkoop een gemeenschappelijke regeling worden getroffen. Daarbinnen is de keuze tussen een bedrijfsvoeringsorganisatie, een openbaar lichaam of een centrumgemeente. De regio Haaglanden heeft reeds een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie.
8.2 Huidige regionale samenwerking De gemeenten in Haaglanden werken al jarenlang samen op het terrein van de jeugdhulp. In aanloop naar de decentralisatie is al een gemeenschappelijke regeling ingesteld. Er is gekozen voor een gemeenschappelijke regeling in de vorm van een bedrijfsvoeringsorganisatie. In de afgelopen jaren is deze regeling een aantal keer aangepast. De meest recente (zesde) wijziging13 is op 27 mei 2024 in de raad van Zoetermeer behandeld. Daarnaast is de gemeenschappelijke regeling in 2022 geëvalueerd. Uit deze evaluatie zijn diverse aanbevelingen voor het verbeteren van de governance gedaan. Daarnaast is in 2021 al een Regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 door de raden vastgesteld. In de Regiovisie liggen de ambities van de regio voor de komende jaren vastgelegd. De uitvoering van de Regiovisie is belegd bij het Programmabureau. Het Programmabureau is daarmee verantwoordelijk voor de diverse projecten die de gemeenten samen uitvoeren en het realiseren van de ambities uit de Regiovisie. Over de voortgang wordt jaarlijks gerapporteerd in de Regiovisie Monitor Haaglanden. Kortom, de regio voldoet al aan de verplichtingen op het gebied van de regionale samenwerking. Dat betekent niet dat we er al zijn.
13 Het betrof een wijziging van de gemeenschappelijke regeling om deze in lijn te brengen met de wijziging van de Wet
gemeenschappelijke regelingen (implementatie vereist vóór 1 juli 2024).
31
8.3 Toekomst regionale samenwerking Binnen de regio worden momenteel veel gesprekken gevoerd op welke wijze de samenwerking kan worden verbeterd. In het licht van alle veranderingen die op stapel staan en de financiële zorgen die er zijn, kan de slag van constateren en bespreken naar het concreet doorvoeren niet meer uitgesteld worden. Op de korte termijn gaat het om het onder meer om: Korte termijn
• •
Dienstverleningsovereenkomst Servicebureau en gemeenten actualiseren; Opvolging geven aan de aanbevelingen uit de evaluatie;
Middellange termijn
• • • •
Opdrachtgevende rol van gemeenten beter vormgeven; Helderheid over ambtelijke en bestuurlijke lijnen in de regio; Mandaat en besluitvorming; Bepalen waar de regionale samenwerking echt van meerwaarde is en waar het accent juist lokaal moet zijn;
Lange termijn
• •
Besluit of huidige GR-construct moet worden aangepast; Aanpassen governance-afspraken naar aanleiding van onderzoek Berenschot; Rolverdeling en opdracht Servicebureau en Programmabureau.
•
32
9 Vervolgproces
9.1 Uitwerking en participatie De drie hoofdontwikkelingen doorontwikkeling naar stevige lokale teams, de inrichting van het voorveld en de inkoop van de specialistische jeugdhulp worden in de vervolgfase nader uitgewerkt voor zowel beleid als uitvoering. Ter voorbereiding op de bestuurlijke besluitvorming zullen tevens de financiële consequenties inclusief kosten-batenanalyses worden gespecificeerd. Gezien de impact van de voorgestelde plannen is het noodzakelijk om het participatietraject goed vorm te geven. Het gaat dan allereerst om de medewerkers in de Toegang. Daarnaast moeten belangrijkste stakeholders, zoals de Adviesraad Sociaal Domein, Jong doet mee!, de Ondernemingsraad en maatschappelijke partners betrokken worden.
9.2 Planning op hoofdlijnen De tweede helft van 2024 zal worden benut om de plannen gedetailleerder uit te werken en de financiële consequenties van de diverse opties nader in kaart te brengen. Hierbij kan ook een gedetailleerdere planning worden gemaakt. Vooralsnog ziet de globale planning er als volgt uit: Doorontwikkeling stevige lokale teams
• •
Inrichting van het voorveld
• •
Optimalisatie van de inkoop en regionale samenwerking
• •
Q3/Q4 2024: Nader onderzoek naar de verschillende inrichtingsvormen van stevige lokale teams. Q4 2024/Q1 2025: Besluitvorming door de raad. Q3/Q4 2024: Nadere uitwerking van de vormgeving van een passend en toereikend voorveld. Q4 2024/Q1 2025: Bestuurlijke besluitvorming. 2024: Verdere uitwerking van de afspraken over regionale samenwerking. 2025: Besluitvorming over de invulling en voorwaarden rond de nieuwe inkoop vanaf 2027.
33