Bijlage 1 - Programma Energietransitie Zoetermeer 2023 – 2026
Tekst van het document
Programmaplan Energietransitie
1
Inleiding, aanleiding en scope
2 Ambities en doelen energietransitie in lijn met klimaatakkoord
Inhoud
3 Programmaplan bestaande uit 3 pijlers:
▪ Inzet op gebouwde omgeving ▪ Inzet op de energiearchitectuur ▪ Inzet op duurzame mobiliteit
4 Overkoepelende activiteiten 5 Verdieping acties en resultaten
Inleiding, aanleiding en scope
Inleiding, aanleiding en scope Versie juni 2023
▪ ▪
▪ ▪
▪
Dit plan beschrijft de doelen op de energietransitie in
De aanvullende middelen zijn niet bestemd voor
▪
We spreken van (sterk) geïntensiveerde taken, omdat
relatie tot het klimaatakkoord.
investeringen. De middelen zijn bedoeld om de financiële
Zoetermeer nu ook al inzet pleegt op huidige taken. Denk
In de strategie om deze doelen te behalen maken wij
consequenties te dragen van veelal (sterk) geïntensiveerde
hierbij aan inspanningen op de realisatie van opwek van
afwegingen/keuzes vanuit het perspectief van Zoetermeer
taken op het gebied van de ‘gebouwde omgeving’,
zon en wind op basis van de Regionale Energie Strategie
2040, om zo koppelkansen te verzilveren.
‘elektriciteit’ en ‘mobiliteit’.
(RES), het landelijk Klimaatakkoord, planning en uitvoering
Met het onderwerp ‘elektriciteit’ werd in 2019 nog vooral
van de transitie visie warmte (TVW), de uitvoering van het
aan het klimaatakkoord, dat in juni 2019 is ondertekend.
gedacht aan zon en wind. Maar gezien de snelheid van de
energieloket voor eigenaar bewoners en regelingen op het
Gemeenten hebben naar aanleiding van dit akkoord
transitie gaat het inmiddels om een toekomstbestendige
gebied van energiearmoede (specifieke uitkering (SPUK)
nieuwe taken gekregen. Veel maatregelen uit het akkoord
en betaalbare energie-infrastructuur (warmte en
energiearmoede en het Nationale Isolatie Programma
worden namelijk uitgevoerd of begeleid door gemeenten.
elektriciteit). De gemeente heeft veel belang bij een
(NIP). Dit zijn wettelijke basistaken, waar een team aan
Dit brengt ook kosten met zich mee. Daarom heeft het Rijk
energiearchitectuur die alle opgaven van het college en de
werkt met de organisatie. Het beschikbare budget hiervoor
een door de VNG afgedwongen art 2. onderzoek door het
partners in de stad kan dragen.
is 500.000 euro.
Alle gemeenten, provincies en waterschappen doen mee
ROB laten uitvoeren. Het resultaat is een bindend advies
▪
▪
▪
▪
Het Rijk onderscheidt daarnaast ook nog landbouw en
▪
Hiermee komt het totaal beschikbare budget voor de
voor de rijksoverheid over de extra uitvoeringskosten voor
industrie als pijlers van de energietransitie. Maar deze
energietransitie voor Zoetermeer op 2,5 miljoen. Dit budget
gemeenten – en andere decentrale overheden.
sectoren dragen in Zoetermeer nauwelijks bij aan de
is zowel voor de uitvoering van de huidige taken, als voor de
De gemeente Zoetermeer ontvangt op basis van dit
klimaatopgave en zijn daarom geen onderdeel van dit
(sterk) geïntensiveerde taken. (Disclaimer: de
onderzoek – ten minste – tot 2030 structureel ongeveer 2
programmaplan.
perspectiefnota moet nog definitief worden vastgesteld).
miljoen euro per jaar. Respectievelijk is de verwachting voor
▪
De extra middelen van het Rijk zijn gebaseerd op een
de komende jaren 2023: € 2.045.329, -, 2024: € 2.063.883, -,
tijdpad om in 2050 de klimaatdoelen te realiseren.
Leeswijzer : Dit programmaplan is opgebouwd uit de
2025: € 2.082.437, -. Hiervan moet ongeveer 90 % benut
Zoetermeer heeft haar ambities gericht op 2040. Deze
ambities en doelen van de energietransitie, de inzet op 3
worden voor capaciteit en 10% mag worden gebruikt voor
ambitie is met de huidige beschikbare middelen nog niet
pijlers (gebouwde omgeving, energiearchitectuur en
materiële kosten.
haalbaar. En dus ook niet met de aanvullende middelen
duurzame mobiliteit), overkoepelende acties en een
van het Rijk.
verdieping op de acties en resultaten.
Ambities en doelen energietransitie in lijn met klimaatakkoord Strategie bepaald door Zoetermeer 2040
Ambities en doelen energietransitie in lijn met klimaatakkoord
De energietransitie is één van de grootste opgaven voor de
“We verbeteren de leefbaarheid. Zoetermeer is vanuit
Belangrijk om aan het einde van deze coalitieperiode de
komende 30 jaar. Zoetermeer heeft de ambities als volgt
milieuperspectief een schone en prettige stad om in te leven.
gestelde ambitie van Zoetermeer opnieuw te ijken en
verwoord:
Waar mogelijk is er sprake van schone, stille mobiliteit. De
indien nodig bij te stellen.
impact op het milieu door verkeer en vervuilende activiteiten “We willen in 2040 een aardgasvrije gebouwde omgeving
is ver teruggedrongen.” (Zoetermeer 2040).
hebben, i.c.m. een verbetering van de kwaliteit van de
2. De Visie Zoetermeer 2040 is sturend voor de keuzes die we in dit plan voorstellen ten aanzien van de inzet van de beschikbare middelen. Zo kan de energietransitie
woningen qua gezondheid (ventilatie en voorkomen van
Deze ambities vragen de komende jaren keuzes ten aanzien
bijdragen aan het doorbreken van de mechanismen, zoals
oververhitting) en comfort/energiebesparing (maximale
van investering. Niet alleen van de gemeente, maar ook van
die zijn beschreven in de Visie Zoetermeer 2040.
warmtevraag van 50 kWh/m2/jaar voor eengezinswoningen
onze inwoners, partners, coöperaties, Dunea en de
en 75 kWh/m2/jaar voor de gestapelde bouw)”. (Raadsbesluit
netbeheerders Stedin.
Actualisatie programma Duurzaam & Groen Zoetermeer, 0637530586)
3. De ruimtelijke consequenties worden integraal afgewogen in de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 in samenhang met andere ruimteclaims voor de toekomstige inrichting
Voor het maken van keuzes zijn drie uitgangspunten leidend:
van de stad. Denk hierbij voor de energietransitie aan
1.
We bouwen voort op gemaakte afspraken en uitspraken.
ruimte die nodig is voor verzwaring van het
“We vergroten de lokale duurzame opwek. In navolging op de
Zo zijn we een betrouwbare partner in deze transitie. De
elektriciteitsnet, de opslag van energie, laadinfrastructuur,
lokale verkenning waarin ‘zon in de stad’ centraal stond, heeft
door het rijk gestelde ambitie is 49% CO2-reductie per
uitbreiding van het warmtenetwerk en ruimte voor de
de raad op 25 januari 2021 besloten voor 2030 30% - 40% van
2030, om in 2050 de doelen van het klimaatakkoord te
opwek van zon. Ook ambities op woningbouw, mobiliteit
de daken, geluidswallen en parkeerplaatsen zo volledig
kunnen bereiken. Deze lat is door het kabinet bijgesteld
en economie doen claims op de ruimte boven en onder de
mogelijk in te zetten voor lokale, duurzame opwek. En als
naar 55% CO2-reductie in 2030. Onze ambitie als
grond.
bijdrage aan de RES wil Zoetermeer in 2030 op jaarbasis 149
Zoetermeer staat op 2040. Met alleen de huidige extra
GWh aan zonnestroom opwekken”
middelen en instrumenten van het Rijk is 2040 niet haalbaar.
Ambities en doelen energietransitie in lijn met klimaatakkoord Verbeteren van de sociaal
▪
We zetten in op het energiezuinig maken van woningen en gebouwen in gebieden waar de problematiek het grootst is;
economische kracht
▪
Verduurzaamde woningen verbruiken minder energie, waardoor energiearmoede en schuldenproblematiek worden verminderd;
▪
De energietransitie is een verbindende opgave, die bijdraagt aan de sociale cohesie en verbinding in de straat, buurt en wijk;
▪
We richten ons op het benutten van de natuurlijke investeringsmomenten.
Verbeteren van de
▪
Goed uitgevoerde verduurzaamde woningen hebben een gezond binnenmilieu, een hogere waarde, zijn toekomstbestendig en onderhoudsarm;
woonaantrekkelijkheid
▪
Aantrekkelijkere woningen en leefomgeving zorgen voor verbondenheid met de stad en een hogere participatiegraad, waardoor er minder urgentie is uit Zoetermeer te verhuizen.
Verkleinen verschillen tussen
▪
wijken
Uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de energietransitie zorgen voor significante verbeteringen van de gebouwde omgeving (zowel op woning als straat/buurt niveau), resulterend in minder grote verschillen in kwaliteit van wijken;
▪
Onderlinge contacten binnen de wijk en stad worden versterkt door (onder meer) energieambassadeurs;
▪
Energietransitie moet zoveel mogelijk bijdragen aan bestrijding van energiearmoede. We richten ons in eerste instantie op wijken waar deze problematiek het grootst is.
Vergroten van adaptief
▪
vermogen
We ontwikkelen nieuwe perspectieven, bijvoorbeeld op energie-infrastructuur en mobiliteit, zodat inwoners, organisaties, ondernemers en wijzelf in staat zijn om nieuwe initiatieven te ondernemen;
▪
In 2040 is een groot deel van onze economie, hoe we onze woningen verwarmen en hoe we ons verplaatsen door stad en regio anders; duurzamer. De gemeente heeft hierin een faciliterende en regisserende rol. We ontwikkelen onze strategie op de onder- en bovengrond, elektrificatie en de warmtetransitie in lijn met onze visie én zoveel mogelijk in co-creatie met de stad;
▪
In de wijken vindt de transitie plaats. Daar worden nu keuzes gemaakt die decennia doorwerken. Wij voegen daar kennis en capaciteit toe om waarde te maximaliseren;
▪
We nemen regie op strategische samenwerking, verbinding van sectoren (denk aan onderwijs, werkgelegenheid) en vergroten van de realisatiekracht.
Programmaplan bestaande uit 3 pijlers: doelen en strategie per pijler
Pijlers programmaplan
Overkoepelende activiteiten
Ondersteunend
Randvoorwaardelijk
Pijler 1: Inzet op gebouwde omgeving
De grootste invloed en rol van de gemeente om de
Hier kunnen verschillen tussen wijken verkleind worden en
genoemde mechanismen uit Zoetermeer 2040 te doorbreken
moet met gerichte inspanning de groeiende energiearmoede
zit in de gebouwde omgeving, met name op het onderdeel
afgeremd worden.
woningen. Dit sluit aan bij de visie op Zoetermeer 2040, waarin (1) woningbouw als motor voor ontwikkeling wordt gezien en
Naast woningen in de gebouwde omgeving zien we als
we patronen willen doorbreken, zoals het groter worden van
gemeente ook kansen in het verduurzamen van (2)
verschillen en het achteruit lopen van kwaliteit van woningen.
utiliteiten/bedrijven en het verduurzamen van het (3) eigen en
Onderliggende studies laten verder zien dat in de
maatschappelijke vastgoed als bijdrage aan het verduurzamen
verduurzaming van de gebouwde omgeving ook veruit de
van de gebouwde omgeving.
grootste CO₂ winst te behalen valt.
Pijler 1: Inzet op gebouwde omgeving
De strategie van de energietransitie van de gebouwde
Meerzicht en Buytenwegh zijn daarnaast ook prioritaire
Ons uitgangspunt is dat er bij nieuwbouw zelf wordt gezorgd
omgeving is om:
aandachtsgebieden in de stadsvisie Zoetermeer 2040. Dit zijn
voor een bij de doelstelling passend behorende
de oudere wijken van de stad. Hier werken we samen met
energievoorziening. Vanuit dit programma wordt wel inzet
VvE’s, woningcorporaties en bewonersinitiatieven.
geleverd indien deze nieuwbouw synergiemogelijkheden kan
1.
De kwaliteitsstandaard te verbeteren van woningen door onze koers te volgen: (i) energie besparen, (ii) zoveel
bieden voor bestaande bouw. Dit zal worden verkend in deze
mogelijk zelf opwekken om (iii) volledig van het aardgas af
Tabel 1 - Momenten voor groot onderhoud per Zoetermeerse
te kunnen. Het eerste bereiken we door te sturen op
wijk
reductie van de warmtevraag conform onze vastgestelde
coalitieperiode bij de Entree en de Binnenstad. Door te sturen op het verlagen van de warmtevraag naar 50
Wijk
Bouwjaar
Start groot onderhoud > 50 jaar
ventilatie en zonwering. Het tweede door het plaatsen van
Palestein
1965
2015
en dus toekomstbestendiger. Aardgasvrij-ready betekent dat
zonnepanelen om de elektriciteitsrekening te reduceren.
Driemanspolder
1966
2016
de woning klaar is om van het aardgas af te gaan,
Meerzicht
1969
2019
Buytenweg de Leyens
1974
2024
een structurele oplossing voor energiearmoede nu en in
Seghwaert
1976
2026
gebouweigenaar de verschillende aardgasvrij-opties dus nog
de toekomst. Na deze stappen kunnen gebouwen van het
Noordhove
1985
2035
open.
Stadscentrum
1981
2031
Rokkeveen
1987
2037
Oosterheem
2000
2050
ambitie van 50 en 75 kWh, in combinatie met een goede
Dit leidt tot een gezond binnenmilieu, hoger comfort en een hogere waarde van de woning. Daarnaast werken we met deze al vastgestelde ambitie m.b.t. warmtevraag aan
aardgas.
en 75 kwh, weten we dat de woningen aardgasvrij-ready zijn
onafhankelijk van de gekozen bron (warmtenet, individuele warmtepomp of eventueel groen gas en waterstof – minder gebruikelijke opties). Met een lage warmtevraag houdt de
Vanuit deze strategie vinden we landelijk aansluiting bij het We geven daarbij voorrang aan doelgroepen en delen van de stad waar relatief veel energiearmoede voorkomt en er
Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, het Nationaal Isolatie Programma en andere regelingen, zodat we voor het
een natuurlijk moment is voor grootschalig onderhoud.
realiseren van de doelstellingen maximaal gebruik maken
Dit geldt in het bijzonder voor de wijken Palenstein,
van beschikbare landelijke middelen. Ook dit vraagt
Driemanpolder, Meerzicht en Buytenwegh.
capaciteit voor lobby, aanvraag en uitvoering.
Pijler 1: Inzet op gebouwde omgeving
2.
We richten ons als gemeente de komende jaren met
De komende jaren gaan we onze inzet intensiveren op:
name op het verduurzamen van de bedrijventerreinen
1.
Benutten middelen uit het nationaal isolatieprogramma
en de ondernemers die zich hebben georganiseerd en
(NIP) en andere regelingen als investeringsbijdrage voor
als collectief ambitie hebben en stappen willen zetten in
lokale huiseigenaren. Deze middelen moeten worden
het verduurzamen van hun bedrijventerrein. Daar waar
aangevraagd en kunnen op basis van een op te stellen
deze ondernemers hierin vastlopen/vragen hebben,
programma met prioriteit worden ingezet voor
bieden wij hen ondersteuning.
eigenaren met natuurlijke investeringsmomenten en (risico op) energiearmoede.
3.
Gemeentelijk vastgoed verduurzamen. We vinden het belangrijk om als gemeente het goede voorbeeld te
2.
Energieloket ook beschikbaar maken voor VvE’s en
geven. Daarom gaan we de komende jaren zichtbaar
andere doelgroepen, zoals:
investeren in het verduurzamen van zowel ons
▪ VvE’s: Zoetermeer heeft 400 tot 600 VvE’s. Op dit
gemeentelijk als maatschappelijk vastgoed.
moment faciliteert de gemeente slechts een klein aantal VvE’s. Opschaling is nodig om de ambities te
De huidige inzet en programma is met name gericht op
halen. Ook zij hebben inzicht nodig in hun situatie en
eigenaar bewoners en corporaties. De inzet bestaat
de keuzes die zij als collectief kunnen maken.
bijvoorbeeld uit het informeren van inwoners, het ontwikkelen van (standaard) stappenplannen en collectieve inkoopacties. Dit doen we via het energieloket.
▪ Grondgebonden woningen helpen (spijtvrije) stappen te zetten ▪ Eigenaar bewoners gestapelde bouw helpen (spijtvrije) stappen te zetten.
Pijler 1: Inzet op gebouwde omgeving
3.
Een ondernemersloket inrichten voor de doelgroep
4.
Ons eigen maatschappelijk vastgoed verduurzamen,
bedrijven/utiliteiten:
door middel van het opstellen van DMJOP voor onze
▪ Opzetten van een ondernemersloket (in aansluiting
eigen panden de komende jaren. Hierop hebben we een
op energieloket), waar ondernemers uit de stad
voorbeeldrol. We ervaren zelf hoe ingewikkeld de
terecht kunnen met vragen. Ondernemers hebben de
verduurzaming van ons bestaande vastgoed is. Dit
plicht om te verduurzamen. Vooral kleinere bedrijven
vraagt meer specifieke kennis en projectleiderschap.
hebben – net als individuele huiseigenaren – een steuntje in de rug nodig, zodat zij kunnen blijven ondernemen. ▪ Ondersteunen van ondernemers die zich al hebben georganiseerd en open staan voor steun of zelf al
5.
Vergroten bewustzijn, begrip en eigen handelen van inwoners en ondernemers met communicatie en participatie: ▪ Naast intensivering op bovengenoemde vier sporen is
proactief bezig zijn met verduurzamen. Te beginnen
er generiek meer inzet nodig op communicatie en
bij bedrijventerreinen waar de organisatiegraad
participatie. De beste strategie om doelen te realiseren
relatief hoog is. De bedrijven hebben de wettelijke
is om mensen zelf in staat te stellen stappen te zetten.
taak om hun processen te verduurzamen en zullen
Dit lukt ons nog onvoldoende met de beschikbare
veelal elektrificeren. Dit leidt tot knelpunten,
inzet. Daarom gaan we intensiveren op
bijvoorbeeld op de infrastructuur. We hebben als
bewustwording en kennisdeling – bij een bredere
gemeente een gezamenlijk belang om deze terreinen
groep. Alleen zo realiseren we de transitie. En voor alle
te ondersteunen. Dit moet ook onderdeel zijn van
gebouwen, behalve ons eigen vastgoed, is participatie
onze strategie op bedrijventerreinen.
cruciaal. Dit proces vraagt meer inspanning.
Pijler 1: Inzet op gebouwde omgeving
Focusgebieden
Woningen Utiliteit en
bedrijven Gemeentelijk vastgoed Gemeentebrede communicatie Materiele kosten
Huidige
‘24
‘25
‘26
2 (vast)
7,5
7,5
7,5
0
0,8
0,8
0,8
0
1
1
1
1 (inhuur)
2
2
2
180k
180k
180k
fte inzet
Tabel 2 – Inzet op huidige taken en intensivering van capaciteit (in fte) en reservering voor materiële kosten (in €) op pijler 1.
Pijler 2: Inzet op de energiearchitectuur
Het is de ambitie van Zoetermeer om in 2040 een
De vraag naar elektriciteit neemt de komende jaren verder toe
In het kader van de beoogde wet collectieve
aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Dit vraagt grote
door elektrificatie van mobiliteit en bedrijfsprocessen. Ook
warmtevoorziening moeten we ook bepalen welke rol de
aanpassingen in de warmte infrastructuur. Ook gaan we de
nieuwbouw verhoogt de vraag naar elektriciteit. Het
overheid inneemt in het energiesysteem. De stip op de horizon
komende jaren veel meer zon in de stad realiseren. Het doel is
elektriciteitsnet moet deze ontwikkelingen kunnen faciliteren.
is dus wel bekend, maar hoe daar te komen nog zeker niet.
om in 2025 102,6 MW aan opgesteld vermogen zonnepanelen
Hier is van belang om te investeren in het vergroten van het
te hebben gerealiseerd. Deze prognose richt zich op het
Het noodzaakt tot een transformatie van de energie-
adaptief vermogen van de gemeente – als één van de
behalen van 164 MW opgesteld vermogen in 2030, waarmee
architectuur in Zoetermeer, in samenhang met de rest van het
mechanismen van Zoetermeer 2040.
we aan de bovenkant van ons aandeel in het RES-bod zitten.
verzorgingsgebied van Stedin. Dit betreft zowel de warmte- als
Het gaat hier om het totaal aan zonnepanelen. Dus ongeacht
de elektriciteitsinfrastructuur en de integraliteit hiertussen. Het
waar ze geplaatst zijn. We voegen niet meer vermogen aan
gaat ook over bronnen en assets om het net slim te
wind toe dan we nu al hebben gerealiseerd in Zoetermeer.
balanceren. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan batterijen.
Pijler 2: Inzet op de energiearchitectuur
De energiearchitectuur moet Zoetermeer in staat stellen om
2.
Niet alleen door de gemeente, maar ook van partners die
de 2040 ambitie te realiseren. Betaalbaarheid van oplossingen
gaan over de energie- en warmte infrastructuur. Denk
is daarbij een belangrijke factor en de al vastgestelde
hierbij o.a. aan Stedin en het regionale Warmte
transitievisie warmte is de basis voor onze strategie. De
Samenwerkingsverband Oostland (WSO). En partners die
transitievisie warmte onderscheidt enerzijds clusters van
hier meer collectief gebruik van maken, zoals
gebieden waarin we collectieve aardgasvrije
woningcorporaties, VvE’s en bedrijventerreinen.
warmtevoorzieningen verwachten en anderzijds ook clusters
2.
waarin we individuele warmtevoorzieningen voorzien.
Er wordt zoveel mogelijk per gebied en in co-creatie met eigenaren bepaald wat de voorkeursvariant voor aardgas wordt, op welk moment en onder welke voorwaarden
De individuele bewoner bedienen we met informatie en advies
verandering plaatsvindt. Conform de Transitievisie warmte
via ons energieloket voor besparing en het energiezuiniger
wordt er eerst geïsoleerd (naar het ambitieniveau) en dan
maken van de woning. Dit loket willen we uitbreiden voor
aardgasvrij gemaakt.
andere doelgroepen, zoals (kleine) ondernemers en VvE’s, zoals beschreven in pijler 1.
3.
Waar mogelijk wordt er bij de realisatie gestreefd naar slimme programmering, waarbij zoveel mogelijk ingrepen in één keer worden gedaan (onderhoud, riolering,
In gebieden waar we collectieve aardgasvrije
warmtesysteem, isolatie, laadinfrastructuur). Dit bespaart
warmtevoorzieningen verwachten onderscheiden we
overlast en publieke kosten.
4.
We benutten gebouwen en – objecten in – de openbare
ruimte om lokaal energie op te wekken. Individuele
grofweg de volgende stappen:
huiseigenaren en corporaties zetten hierin al goede
1.
We verschaffen inzicht in de huidige situatie en
stappen. We zien nog veel potentieel op daken van
mogelijkheden voor alternatieve warmtevoorziening. Voor
bijvoorbeeld scholen, woningcorporaties, VvE’s bedrijven,
gebieden vraagt dit dat veel data bij elkaar gebracht moet
parkeerplaatsen, maar denk ook aan geluidswallen en
worden en onderzoek moet worden verricht.
geluidschermen.
Pijler 2: Inzet op de energiearchitectuur
De gemeente is het bevoegd gezag om te besluiten wanneer
Binnenstad, veel ervaring opgedaan met dit collectieve
Ruimtelijke strategie bepalen
ergens het aardgas verdwijnt en wat het alternatief wordt. We
proces. Ook hebben we ervaren dat we sterk afhankelijk zijn
Concreet betekent dit dat we een ruimtelijke strategie gaan
doen dit als gemeente nooit alleen. Besluiten over een
van de randvoorwaarden voor succes, waar we niet altijd
ontwikkelen die ook vertaald moet worden naar een visie op
collectief aardgasvrij alternatief worden met eigenaren en
direct invloed op hebben. Door deze ervaring weten we beter
de ondergrond. Deze strategie moet zowel rekening houden
partners in het gebied genomen. Woningcorporaties, VvE’s en
waar we de komende jaren op moeten investeren.
met logische investeringsmomenten van beheer en
bedrijventerreinen zijn cruciaal voor de collectieve
onderhoud, als ook met de plannen en ambities op
oplossingen. Ook zij hebben hun eigen, meerjarige
Congestie ondermijnt doelen van de gemeente
bijvoorbeeld woningbouw en mobiliteit én ook met de
onderhoudsplannen en investeringsruimte. Deze plannen en
Tot slot zien we bijna overal in Nederland dat het
dynamiek van de energietransitie zelf. Waar moet ruimte
belangen moeten met elkaar in lijn worden gebracht om
energiesysteem vastloopt en dat er congestie ontstaat.
gereserveerd worden om bronnen toe te voegen en om
gezamenlijk stappen te kunnen zetten. Dit vraagt kennis en
Wanneer dit gebeurt kunnen nieuwe bedrijven zich niet
netten te verzwaren? Waar willen ondernemers laadpleinen
inzet van de gemeente om ook stevige gesprekspartner te
vestigen, kan woningbouw niet plaatsvinden, kunnen grote
en passen deze ook in de plannen van de netbeheerder? Waar
kunnen zijn.
projecten met zonnepanelen niet gerealiseerd worden,
kunnen de eerste wijken van het gas af en wat wordt het
moeten windturbines (tijdelijk) worden afgeschakeld, kunnen
alternatief? Welke ondernemers gaan opschalen en
Sturen op randvoorwaarden waar mogelijk
ondernemers niet opschalen en kan mobiliteit niet
elektrificeren en waar zijn bewonersinitiatieven die we willen
De transitie van ons warmte- en elektriciteitssysteem vraagt
verduurzamen. In Zoetermeer is dit nu nog niet het geval.
faciliteren?
continu keuzes. Deze keuzes gaan altijd over een balans
Maar de elektrificatie van bedrijfsprocessen, van hoe we ons
tussen betaalbaarheid, kwaliteit en snelheid. Op individueel
voortbewegen en van hoe we onze huizen verwarmen gaat
Deze kennis en inzichten moeten meer dan nu worden
niveau kan een huishouden, ondernemer of gebouweigenaar
sneller dan dat netbeheerders hun elektriciteitsnet kunnen
meegenomen in de programmering op het gewenste
deze keuze zelf maken. Op het niveau van de stad en - clusters
verzwaren. Dit maakt dat we als gemeente meer dan nu
toekomstbeeld van Zoetermeer 2040.
van - gebieden vraagt het keuzes voor het collectief. Dit
moeten meesturen op de programmering van ons
mandaat ligt bij de gemeente in de rol als regisseur. We
elektriciteitsnet én moeten investeren in de realisatie van
hebben de laatste jaren, bijvoorbeeld in Palenstein en in de
slimme netoplossingen.
Pijler 2: Inzet op de energiearchitectuur
Om deze strategie te realiseren is intensivering van de inzet
hebben wat we aan de markt willen overlaten, wat wij als
nodig. Zo kunnen we een beweging maken van ‘inzicht’ naar
publieke taak zien en/of waar samenwerking nodig is
‘regie’. We zijn nu nog te veel speelbal en te weinig
tussen markt en overheid. Dit hebben we te doen in het
spelbepaler. Dit vraagt:
kader van de beoogde Wet Collectieve Warmtevoorziening.
▪
Ontwikkeling van scenario’s op het toekomstige
prioritaire - gebieden. In gebieden die nu prioritair zijn is
ons in staat moeten stellen om de huidige en nieuwe
de roep om meer kennis, expertise en projectcapaciteit op
ontwikkelingen mogelijk te maken, op het gebied van
het gebied van de energietransitie. Het gevoel is dat
woningbouw, mobiliteit, bedrijvigheid en wonen.
anders kansen worden gemist en we keuzes maken die
Dergelijke scenario’s, inclusief keuzes en consequenties,
langjarig doorwerken. ▪
Meer uitvoeringscapaciteit (projectleiders) in gebieden
De scenario’s brengen we in lijn met relevante kaders voor
voor realisatie van maatregelen op zon, warmte en
beleid en uitvoering. Dit is nodig om integrale keuzes te
infrastructuur. Ook intern kunnen we meer dan nu kennis
kunnen maken. Denk bij de kaders aan de ruimtelijke
toevoegen aan bijvoorbeeld een dakenteam ten behoeve
strategie, de visie op de ondergrond, de regionale
van een multifunctioneel gebruik.
energiestrategie, de economische agenda en
▪
Nu de kansen in de uitvoering benutten in de –
energiesysteem voor Zoetermeer. Dit zijn scenario’s die
ontwikkelen we samen met interne en externe partners. ▪
▪
▪
Randvoorwaarden te realiseren in relatie tot
mobiliteitsvisie. Zo stellen we uitvoering in staat om
arbeidsmarkt, specifiek techniekonderwijs. Er is
keuzes te maken in gebieden die ons dichter bij onze
meerjarig vraag naar mensen op het gebied van installatie
ambities brengen.
techniek. Als gemeente nemen we regie door strategische
Bepalen van onze gewenste en effectieve rol in de
partners op het gebied van onderwijs en werkgelegenheid
collectieve warmtevoorziening. Dit betekent dat we
te verbinden en te stimuleren een gezamenlijke aanpak te
zelfstandig én met andere (systeem)partners te bepalen
maken.
Focusgebieden
Huidige fte inzet
‘24
‘25
’26
11
10
10
180k
180k
180k
Warmte- en elektriciteitsinfrastructuur en
2 (vast)
opwek Materiele kosten
Tabel 3 – Inzet op huidige taken en intensivering van capaciteit (in fte) en reservering voor materiële kosten (in €) op pijler 2.
Pijler 3: Inzet op duurzame mobiliteit
Ook duurzame mobiliteit draagt bij aan een verbetering van de woonaantrekkelijkheid van wijken en gebieden. In een bloeiende stad moet het faciliteren van stedelijke interactie en de bijbehorende stedelijke mobiliteit de grootste prioriteit hebben. Dit is een stad met veel meer publieke ruimte, waarin voorzieningen dichterbij zijn en lopen of fietsen in combinatie met het OV de dominante vorm van mobiliteit is. Waarin we een slim en sociaal gedeeld mobiliteitssysteem hebben waar de inwoners van grote en kleine kernen toegang hebben tot mobiliteit op maat tegen een eerlijke prijs. Compact, fijnmazig en aantrekkelijk zijn de bijbehorende eisen. Dit maakt dat er steeds minder plek is voor de auto. Dat zie je bijvoorbeeld terug in lagere maximumsnelheden en de komst van fiets- en leefstraten.
Om CO2-uitstoot verder terug te dringen werken we samen met de MRDH. Met behulp van het programma Duurzame Mobiliteit willen we een afname in 2025 van 30% CO2 uitstoot realiseren ten opzichte van 1990. We zien de laatste jaren een reductie van uitstoot. Maar dit is niet voldoende om onze ambitie te halen. Hiervoor zijn aanvullende maatregelen nodig. Met behulp van middelen in dit programma gaan we deze maatregelen in beeld brengen. Verder is er een start gemaakt in 2022 met de mobiliteitstransitie als onderdeel van de Ruimtelijke Strategie 2040. Hiervan is de planning dat deze eind 2024, begin 2025, wordt opgeleverd. Minder mobiliteit is de meest duurzame mobiliteit. Gevolgd door een groter aandeel ‘actieve mobiliteit’: lopen en fietsen. De transitie naar duurzame mobiliteit gaat een enorme bijdrage leveren aan het streefbeeld van Zoetermeer 2040. Zoetermeer – en de metropoolregio – kan ruimtelijk versterkt worden door
de mobiliteitstransitie in te zetten door met name het aantal (stilstaande) auto’s terug te brengen. Met het juiste beleid kan publieke ruimte worden vrijgespeeld. Dit opent vele mogelijkheden voor aantrekkelijke inrichting, stedelijke transformaties en minder barrièrewerking.
We zien al voorbeelden van duurzame gebiedsontwikkeling in de grote steden waar auto’s een plek hebben aan de rand van het gebied en daarbinnen veel aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit. Dit ondersteunt ook een trend die de laatste 10 jaar gaande is. Het aantal korte verplaatsingen in hoog-stedelijke gebieden van Nederland is toegenomen, het aandeel fiets en lopen is sterk toegenomen, voor lange afstanden wint het OV terrein en de auto is van het meest gebruikte vervoersmiddel sterk afgenomen.
Pijler 3: Inzet op duurzame mobiliteit
Van het realiseren van auto-infrastructuur naar het organiseren van mobiliteit. De gemeente Zoetermeer zit nog onvoldoende op het pad van de duurzame mobiliteit. We zijn nog sterk gericht op het realiseren en faciliteren van auto-infrastructuur en vaak autogerelateerde problemen oplossen (congestie, parkeerproblemen, veiligheid en luchtkwaliteit). We gaan ons daarom de komende jaren richten op het organiseren van mobiliteit. Dit is een omslag van denken dat leidt tot nieuwe vragen aan zowel publieke als private partijen om te komen tot een mobiliteitstransitie. De uitdaging is binnen de stad en regio de juiste voorwaarden te creëren, zodat het mobiliteitssysteem goed aansluit bij de wensen van de toekomstige reiziger. Ook vraagt het een gedragsverandering om daarmee een duurzaam en toekomstvast mobiliteitssysteem te ontwikkelen. Dit is een forse opgave die jaren gaat duren.
Tot slot is het ook van belang dat mobiliteit met kennis en capaciteit bijdraagt aan de strategie op de energie infrastructuur. Mobiliteit zal bijvoorbeeld moeten aangeven wat de ontwikkelingen van laadpalen en pleinen betekent voor de elektriciteitsnetten. Zo niet dan kan het gebeuren dat de netbeheerder de gewenste ontwikkeling niet meeneemt in haar programmering.
• • •
• Om de transitie waar te maken zetten we in op een andere vorm van sturing: transitiebeleid. Daarom is de intensivering van dit programma in de kern gericht op: • De ruimtelijke strategie vanuit de gewenste transitie ‘terugdenken’. We gaan dus in plaats van het bestaande verbeteren het gewenste in beeld brengen en forceren. • We definiëren de maatregelen om ‘duurzame mobiliteit’ binnen de visie van Zoetermeer 2040 te realiseren. • Om deze maatregelen goed te kunnen definiëren is onderzoek nodig naar de haalbaarheid. Hiervoor reserveren we in dit plan middelen.
Dit zal ook nieuwe inzichten opleveren en leiden tot een herziening van de mobiliteitsvisie. Hier hoort ook bij dat we gericht ongewenst gedrag, opties en technologie uitfaseren en afbouwen. Bijdragen aan de programmering van de energie infrastructuur. Duurzame mobiliteit als slimme oplossing in het balanceren van het nett Verduurzamen van het eigen wagenpark is noodzakelijk om het goede voorbeeld te geven. Focusgebieden Duurzame mobiliteit Materiele kosten
Huidige fte inzet 0
‘24
‘25
‘26
0,8
0,8
0,8
40k
40k
40k
Tabel 4 – Inzet op huidige taken en intensivering van capaciteit (in fte) en reservering voor materiële kosten (in €) op pijler 3.
Overkoepelende activiteiten
Overkoepelende activiteiten
Het programma energietransitie kent een aantal overkoepelende activiteiten waarop we intensiveren: ▪
Programmamanagement
▪
Strategisch advies
▪
Programmasecretariaat en ondersteuning
▪
Juridische ondersteuning
▪
HR ondersteuning
▪
Ondersteuning finance en control
▪
Communicatie en participatie
▪
Bijdragen aan randvoorwaardelijke opdrachten, zoals de verbinding onderwijs – arbeidsmarkt, specifiek Sterk Techniek onderwijs.
Deze activiteiten werken voor alle pijlers en betreffen ook randvoorwaarden.
Focusgebieden Sturing en coördinatie Ondersteuning
Huidige fte inzet 2 (vast) Cap tbv HR, F&C, juridisch
‘24
‘25
‘26
3
3
3
NB
Tabel 5 – Inzet op huidige taken en intensivering van capaciteit (in fte)
Overkoepelende activiteiten
De inzet is gericht op: ▪ In co creatie keuzes te kunnen maken in het energiesysteem en duidelijkheid te bieden aan huiseigenaren waar zij verantwoordelijk voor zijn bij de energietransitie en in hoeverre de gemeente hier bij kan helpen. ▪ Bijdragen aan Sterk Techniek onderwijs. Verschillende collega’s binnen de gemeente werken al aan versterking van de kennis economie. Het programma duurzaamheid kan inhoud aanreiken voor arbeidsmarkt ontwikkeling en waar nodig bijdragen aan het formuleren van een aanpak op Sterk Techniek onderwijs. ▪ Het datamanagement is zodanig op orde, dat er op een verantwoorde manier data gestuurde keuzes gemaakt kunnen worden. ▪ Juridisch advies op vraagstukken die raken aan de belangen van ondernemers en inwoners. Dit zal naar verwachting vaker gaan optreden. We willen proactief deze consequenties in beeld brengen en ook zal het voorkomen dat we worden geconfronteerd met juridische maatregelen. ▪ Monitoring is gecontinueerd. We informeren de Raad en inwoners over onze inzet en prestaties. Denk daarbij aan de rapportage energietransitie, waarin verslag wordt gedaan van hetgeen is bereikt in de energietransitie. Hierin rapporteren we bijvoorbeeld over het aantal inwoners dat is bereikt met een energiebespaaractie, aantal VvE’s dat is ondersteund, inzicht in werk in uitvoering in de stad en over de duurzaam opgewekte energie in Zoetermeer (zie afbeelding).
Verdieping acties en resultaten
Verdieping acties en resultaten
Overkoepelende activiteiten
Ondersteunend
Randvoorwaardelijk
2. Inzet op energie architectuur
Pijler 1: Inzet op de gebouwde omgeving
1.1 Woningen Overkoepelende ambitie: algemene informatievoorziening en bewustwording We blijven onze bewoners ondersteunen bij het nemen van concrete stappen op het gebied van verduurzaming. Dit doen we om ervoor te zorgen dat bewoners in staat zijn om stappen te zetten in het aardgasvrij maken van hun woning, zonder dat ze nu keuzes maken waar ze later spijt van krijgen.
Overkoepelende ambitie: behaalde successen en opgedane ervaringen verspreiden en opschalen
Resultaten 2025: ▪ 75 % van inwoners van Zoetermeer is zich bewust van stappen die genomen moeten worden; ▪ Voor de 20 meest voorkomende woningen in de oudste wijken is er een standaardstappenplan aardgasvrij-ready;
Eigenaar bewoners
Activiteiten tot eind 2025 om deze resultaten te behalen: Belangrijke rol in deze algemene informatievoorziening en bewustwording speelt het energieloket. De activiteiten die we uitvoeren zijn: ▪ Standaard stappenplan per woningtype ontwikkelen; ▪ Energieambassadeur in elke buurt; ▪ Mobiele showroom in buurten; ▪ Opleiden energiecoaches die gratis energiescan uitvoeren; ▪ Update website Energieloket Zoetermeer; ▪ Collectieve buurtgerichte inkoopacties. Resultaten in 2030: ▪ Per buurt is er voor de 5 meest voorkomende woningtypen een standaardstappenplan aardgasvrij-ready; ▪ 90% van huiseigenaren weten waar ze moeten zijn als ze vragen hebben over verduurzaming en kennen het Energieloket Zoetermeer.
Resultaten in 2025: ▪ Website updaten; ▪ Bekendmaking subsidieregeling; ▪ Natuur- en Milieu Educatie en energietransitie.
Ambitie: grondgebonden woningen helpen spijtvrije stappen te zetten Wij zien het als onze rol om eigenaren van grondgebonden woningen te faciliteren bij het nemen van spijtvrije stappen. Hiervoor komt een opstart subsidie beschikbaar. Voor de woningen in gebieden met veel natuurlijke investeringsmomenten en grotere kans op energiearmoede wordt vanuit landelijke middelen een investeringssubsidie ingezet voor isolatie. En nog specifieker de woningen waarvan we weten dat deze in gespikkeld bezit zijn, zien wij dat we moeten stimuleren om deze spijtvrije stappen te zetten. Dit gaan we doen via bijv. een aanvullende eigen investeringssubsidie, om de ontwikkeling aan te jagen. Resultaten eind 2025: ▪ Beschikbare landelijke isolatiesubsidies uit het nationaal isolatieprogramma en andere regelingen zijn aangevraagd – vooral door degenen die dit het meest nodig hebben – en uitvoering verloopt volgens een programma; ▪ Verdubbeling van aantal bewonersinitiatieven naar 12;
▪ ▪ ▪
Actieve en brede betrokken groep inwoners bij lokale Energietransitie van minimaal 50 deelnemers; Intensieve samenwerking met lokale partners zoals DEZO; In gespikkeld bezit gaat 75% mee met gezamenlijke verduurzamingsaanpak.
Activiteiten tot eind 2025 om deze resultaten te behalen: ▪ Energienetwerk Zoetermeer proactief organiseren en verbreden; ▪ Stimuleren bewonersinitiatieven door middel van subsidieregeling; ▪ Samenwerking met DEZo verstevigen en bestendigen; ▪ Lessen en ervaringen actief delen. Resultaten 2030: ▪ Actieve en breed betrokken groep inwoners bij lokale Energietransitie van minimaal 100 deelnemers; ▪ In elke buurt is een initiatief gestart, ofwel door bewoners of door intensieve begeleiding vanuit DEZo of gemeente; ▪ Intensieve samenwerking met lokale partners zoals DEZo; ▪ In elke buurt is een ‘energie ambassadeur’ een laagdrempelig aanspreekpunt die buren verder op weg kan helpen; ▪ Er zijn buurtgerichte informatie avonden of lokale informatiepunten; ▪ In gespikkeld bezit hebben we ervaring opgedaan met een ‘gebiedsvergunning’ en ‘gebiedsontheffing voor flora en fauna’ deze aanpak zetten we in voor andere buurten.
Pijler 1: Inzet op de gebouwde omgeving
VvE’s
Verhuurders/woningbouwcorporaties
Ambitie: eigenaar bewoners gestapelde bouw helpen (spijtvrije) stappen zetten
Ambitie: het vastgoed is vóór 2040 energiezuinig gemaakt conform de isolatiestandaard, goed geventileerd en aardgasvrij.
Resultaten 2025 - 2027 ▪ Komende 4 jaar worden 400 VvE’s bereikt via informatiebijeenkomsten, webinars en/ of quickscans. Rol gemeente; informeren; ▪ Ten minste 40 VvE’s hebben in deze periode duurzaam MJOP vastgesteld rol gemeente: faciliteren / regisseren; ▪ Ten minste 10 VvE’s hebben in 2025 een investeringsbesluit genomen. Rol gemeente; waar mogelijk stimuleren met NIP budget of anders omgekeerd, in bijvoorbeeld Meerzicht komt er weinig van de grond zonder extra stimulans. Activiteiten tot eind 2025 om dit te behalen ▪ Duidelijke algemene informatievoorziening op Energieloket Zoetermeer; ▪ Energie advies voor focusbuurten. Resultaten 2030: ▪ In Dorp, Driemanspolder en Meerzicht worden zelfde type VvE’s achter elkaar of gezamenlijk aangepakt; ▪ De onbekende / slapende VvE’s zijn benaderd en in kaart gebracht; ▪ Er is een goed lopend VvE-loket waar VvE’s terecht kunnen voor vragen en hulp bij verduurzaming; ▪ Lobby bij het Rijk is geslaagd en er komen extra middelen voor de grote VvE’s in Meerzicht en Driemanspolder.
Resultaten 2025 ▪ Verhuurders/woningbouwcorporaties hebben integrale MJOP’s voor hun vastgoed opgesteld om de ambitie te kunnen halen; ▪ De uitvoering om alle woningen met EFG-labels naar de standaard te isoleren is in volle gang; ▪ Bij de meeste complexen met gespikkeld bezit in Palenstein en Meerzicht is een gezamenlijke aanpak vastgesteld en bij enkele complexen uitvoering gestart. Activiteiten tot eind 2025 om dit te halen: ▪ Maken van afspraken in de prestatieafspraken met de corporaties; ▪ Gezamenlijke verkenningen, uitwisseling ervaring en monitoring in de projectgroep en stuurgroep Zoetermeer aardgasvrij; ▪ Met corporaties samenwerken in gespikkeld bezit om particuliere eigenaren te kunnen laten meeliften met de aanpak van de corporaties of de corporaties te laten aansluiten op de aanpak die particulieren al hebben ontwikkeld. Resultaten 2030: ▪ Alle woningen met EFG-labels zijn naar het niveau van de standaard geïsoleerd; ▪ Woningen waar groot onderhoud noodzakelijk was zijn ook geïsoleerd naar de standaard.
Pijler 1: Inzet op de gebouwde omgeving
Pijler 1: Inzet op de gebouwde omgeving
1.2 Utiliteit en bedrijven De gemeente Zoetermeer ziet een opgave op het gebied van het integreren van bedrijfsleven/economie en energietransitie. De opgave op dit gebied is nog niet geheel scherp.
Kantoor/utiliteiteigenaren
Resultaten 2025: ▪ Inzicht in de opgave die er is op het gebied van utiliteiten/bedrijven in relatie tot energietransitie; ▪ Accountmanagers zijn opgeleid/hebben aan kennisontwikkeling gedaan op het gebied van energietransitie en de kansen voor bedrijven. ▪ In aansluiting op het energieloket voor woningen is er ook een energieloket voor bedrijfs- en utiliteitsgebouwen beschikbaar. Activiteiten tot eind 2025 om dit te behalen We willen de kantoor/utiliteiteigenaren in onze gemeente ondersteunen met informatie, evenals we dit bij onze woningeigenaren doen via het energieloket. Daarnaast willen we kansen in het hier en nu benutten om met onze ondernemers in de stad in gesprek te zijn over de verduurzaming van onze bedrijven en bedrijven die georganiseerd zijn en ambities hebben, ondersteunen bij de vragen die zij hebben (via onze accountmanagers).
Bedrijventerreinen
Resultaten 2025: ▪ Duurzaamheid is onderdeel van onze bedrijventerreinenstrategie;
▪
Ondernemers die zich georganiseerd hebben, kunnen we bij vragen ondersteunen en helpen bij het zetten van stappen op het gebied van duurzaamheid.
Activiteiten tot eind 2025 om dit te behalen De gemeente gaat aan de slag met een bedrijvenstrategie. Het is de ambitie om duurzaamheid hier direct in mee te nemen. Vanuit inzicht in de opgave en de bedrijventerreinenstrategie kunnen we vervolgens de vertaling maken naar een aanpak op het gebied van energietransitie, in relatie tot bedrijven/utiliteiten.
1.3 Eigen vastgoed verduurzamen Als gemeente vinden we het belangrijk dat we het voorbeeld zijn voor onze inwoners en ondernemers op het gebied van verduurzaming van onze gebouwen. Het gaat dan zowel over ons eigen gemeentelijk vastgoed, als over de intensivering van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. Ambitie: tot 2025 intensiveren op de verduurzaming van onze eigen vastgoed Resultaten 2025: ▪ We hebben MDOP voor ons eigen gemeentelijk vastgoed. Daarmee wordt de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed planmatig uitgevoerd. Activiteiten tot eind 2025 om dit te behalen Voor ons eigen gemeentelijk vastgoed meerjarig duurzame onderhoudsplannen ontwikkelen (MDOP).
Pijler 2: Inzet op de energiearchitectuur
Om meer in regie te komen op de ontwikkeling van de energie architectuur gaan we de komende jaren voor de volgende resultaten:
2.1 Warmte en elektriciteit
▪
Kaders in lijn met scenario’s en vice versa ▪
Ambitie: we hebben inzicht om met onze belangrijkste partners te sturen op de energiearchitectuur die ons in staat stelt de visie op Zoetermeer 2040 te realiseren ▪
Inzicht op stedelijk niveau ▪
▪ ▪
Inzicht in en analyse van ontwikkeling van de vraag aan elektriciteit en warmte vanuit diverse sectoren. Denk op lokaal niveau aan inzicht in bedrijventerreinen, voorgenomen uitbreiding bij bedrijven, laadinfrastructuur, nieuwbouw en gebiedsontwikkeling Scenario’s voor (gewenste) architectuur van de infrastructuur – zowel op warmte als elektriciteit (integraal). Noodzaak en opties voor slimme energie systemen (denk aan opslag of een energiehub) in beeld brengen als onderdeel van de scenario’s.
Collectieve gebieden ▪ ▪ ▪
Participatieproces om tot voorkeursvariant te komen per gebied; Nader bepalen van onze rol in het energiesysteem. Hoe zien wij bijvoorbeeld – onze rol en bijdrage in - de ontwikkeling van een warmtebedrijf; Voorstel en aanpak gewenste rol van de gemeente in het kader van de collectieve warmteontwikkeling, inclusief juridische en financiële risico’s en randvoorwaarden.
Programmering en (bij)sturing op (voorkeurs)scenario’s met partners – door middel van een brede programmeertafel.
Koppeling met ruimtelijke strategie, visie op de ondergrond en energiearchitectuur. Reserveringen voor noodzakelijke ontwikkelingen op energiearchitectuur worden opgenomen. Herijken Transitievisie Warmte en RES.
2.2 Opwek
Ambitie: Ons gemeentelijk vastgoed is in 2025 voorzien van zonnepanelen. ▪ ▪ ▪
MDOP uitvoeren eigen vastgoed (op het punt van zonnepanelen) Uitvoeren uitvoeringsprogramma Zon & Wind In 2025 hebben we 102,6 MW aan opgesteld vermogen zonnepanelen gerealiseerd.
Pijler 3: Inzet op mobiliteit
Inwoners en ondernemers verduurzamen al hun eigen wagenpark. Dit leidt tot toename van de elektriciteitsvraag. Hier ligt een koppeling met pijler 2. Fietsen, wandelen en openbaar vervoer moeten nog aantrekkelijkere alternatieven worden voor de auto. Zo wordt de leefbaarheid van de stad verbeterd.
3. Duurzame mobiliteit
Ambitie: de route naar de visie Zoetermeer 2040 is uitgewerkt voor mobiliteit in een visie, strategie en plan. En de gemeente geeft zelf het goede voorbeeld.
Inzicht op stedelijk niveau ▪
▪
Vanuit mobiliteit zijn maatregelen geformuleerd voor de realisatie van een integrale ruimtelijke strategie. Zo wordt mobiliteit onderdeel van de ambitie en keuzes die dit vraagt. Voor deze maatregelen zijn onderzoeken uitgevoerd naar de haalbaarheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bevorderen van fietsen en deelmobiliteit.
Koppeling met kaders ▪ ▪
Vanuit mobiliteit is met kennis en capaciteit bijgedragen aan de strategie op de energie infrastructuur. Op basis van de nieuwe inzichten is ook de mobiliteitsvisie herzien.
Verduurzaming eigen wagenpark ▪
Net als bij het eigen vastgoed heeft de gemeente voor haar eigen mobiliteit een voorbeeldfunctie. Er is een MDOP voor verduurzaming van het eigen wagenpark.