Bijlage 1 - Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer
Tekst van het document
Dit biedt meer duidelijkheid aan de burger. Ook worden ongewenste verschillen tussen gebieden voorkomen. Als de regels allemaal in het omgevingsplan zijn overgenomen, betekent dit ook dat het gemakkelijker is de regels actueel te houden. Immers de regels hoeven niet meer in twee documenten op elkaar afgestemd te worden. e. Ook voor de overige verordeningen geldt dat wanneer de regels uit een bepaalde verordening aangepast of aangevuld moeten worden, deze gewijzigde regels bij voorkeur gelijk over te zetten in het omgevingsplan. Zo kan werk met werk gemaakt worden en wordt dubbel werk voorkomen. f. Ook wordt gekeken naar activiteiten die door andere partijen worden ondernomen, zoals de Omgevingsdienst Haaglanden, andere gemeenten en de VNG. Door onze activiteiten daarop af te stemmen, kan maximaal gebruik gemaakt worden van opgedane kennis en ervaringen. Dit betekent dat Zoetermeer niet alles zelf hoeft uit te denken. Door handig gebruik te maken van voorbeelden uit den lande kan op een goede afgewogen en efficiënte wijze het omgevingsplan voor Zoetermeer tot stand komen. 2.
De inhoudelijke lijn: De Omgevingsvisie en de Strategische Agenda 2040 vragen om een bijstelling van het gemeentelijk beleid en ook de gemeentelijke regelgeving (in het omgevingsplan) om de doelen te bereiken. Ook deze vertaling kan afhankelijk van het onderwerp gebiedsgewijs en/of themagewijs plaatsvinden. Het omgevingsplan zal aangepast/aangevuld worden als de doelen in de omgevingsvisie of een programma vragen om nieuwe of gewijzigde regels. Het proces van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en strategische Agenda 2040 zijn hiervoor bepalend.
3.
De projectenlijn: Voor de meeste projecten die niet passen in het omgevingsplan geldt dat deze mogelijk gemaakt kunnen worden met een omgevingsvergunning (zie paragraaf 5.8). Echter voor een aantal projecten geldt dat ook de regeling in het omgevingsplan aangepast moet worden. Bijvoorbeeld als woningbouw voorzien is nabij bedrijvigheid kan het nodig zijn de niet benutte milieuruimte van die bedrijven te schrappen. Dit kan alleen door het 18
omgevingsplan te wijzigen. Voor die projecten geldt dat deze pas meegenomen worden in het omgevingsplan, wanneer alle onderzoeken en gegevens gereed zijn. Voorkomen moet namelijk worden dat projecten een vertraging betekenen voor het gehele Omgevingsplan Zoetermeer (zie paragraaf 4.10). Als de informatie nog niet volledig is, dan zal het project in de volgende ronde worden meegenomen. De volgorde van opbouw van het omgevingsplan is niet in beton gegoten. Per jaar zal moeten bezien worden welke thema's en gebieden het beste kunnen worden opgepakt. Belangrijk daarbij is om aan te sluiten bij lopende activiteiten binnen de organisatie.
5.4 Snelheid opbouwen Omgevingsplan Het Omgevingsplan Zoetermeer moet op 1 januari 2030 aan alle eisen van de Omgevingswet voldoen. Natuurlijk is het niet verplicht de hele overgangsperiode te benutten. Het mag sneller. Het heeft ook voordelen om de overgangsperiode zo kort mogelijk te houden. Immers zolang er verordeningen en onderdelen in het tijdelijke omgevingsplannen zijn opgenomen, betekent dit dat er twee stelsels naast elkaar in stand gehouden worden. Dit is voor de burger, maar ook voor de gemeente zelf, onoverzichtelijker. Bepaalde regels zijn al opgenomen in het nieuwe omgevingsplan en bepaalde regels nog niet. Terwijl deze regels wel in samenhang met elkaar bezien moeten worden. Het onderhouden van twee stelsels kost ook meer ambtelijke capaciteit. De snelheid waarmee de puzzel echter gelegd gaat worden, is afhankelijk van de capaciteit die daarvoor beschikbaar is. Hoe meer puzzelstukjes tegelijkertijd opgepakt moeten gaan worden, hoe meer ambtelijke capaciteit daarvoor nodig is. Gezien de omvang van het project en de beschikbare capaciteit, wordt in dit plan van aanpak ervan uitgegaan dat de gehele transitieperiode (tot en met 31 december 2029) gebruikt zal worden. Dit komt ook overeen met het besluit van de gemeenteraad van 2 oktober 2017 over de Uitgangspunten Implementatie Omgevingswet. De snelheid is ook afhankelijk van de technische mogelijkheden van het DSO.
Op dit moment is nog niet duidelijk of het technisch mogelijk is meerdere onderdelen van het omgevingsplan gelijktijdig in procedure te brengen en op een goede wijze te publiceren via het DSO. De projectgroep zal een grove planning opstellen voor de gehele transitiefase. Hierbij zal ook een fasering worden opgenomen, waarbij aangegeven wordt welke onderdelen als eerste worden opgepakt. De volgorde van het oppakken van onderdelen is mede afhankelijk van de actualiteit en de keuzes die gemaakt worden in het kader van de Visie Zoetermeer2040 en de Strategische Agenda 2040. Per jaar zal er een specifiekere planning opgesteld worden. Daarbij wordt bezien welke thema's en gebieden het beste kunnen worden opgepakt. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij lopende projecten in de organisatie.
19
5.5 Verbeteren dienstverlening door toevoegen vragenbomen in het Omgevingsloket De Omgevingswet beoogt met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) de digitale dienstverlening te verbeteren. De webmodules ruimtelijkeplannen.nl, het Omgevingsloket en het Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) worden vervangen. In de plaats daarvan komt het nieuwe Omgevingsloket.
Figuur 5.4: Homepage van het nieuwe Omgevingsloket
De homepage van het nieuwe Omgevingsloket is eigenlijk de nieuwe digitale voordeur van Zoetermeer voor vragen die bewoners hebben op het gebied van de fysieke leefomgeving. Hier kunnen burgers zien welke regels er gelden (tegel 'regels op de kaart), kijken of ze voor hun activiteit een vergunning nodig hebben of een melding moeten doen (tegel 'vergunningcheck') en een aanvraag of melding indienen voor hun activiteit (tegel 'aanvraag/melding'). Voor de vergunningcheck en het doen van het aanvraag moet de initiatiefnemer een vragenboom invullen. Vragenbomen worden opgesteld aan de hand van toepasbare regels (die een vertaling zijn van de juridische regels in het omgevingsplan). Om de dienstverlening op peil te houden en te verbeteren is het daarom noodzakelijk dat parallel aan het opstellen van het omgevingsplan toepasbare regels en vragenbomen worden opgesteld voor de meest toegepaste activiteiten. Zo kunnen de juridische regels, toepasbare regels en vragenbomen goed op elkaar afgestemd worden. Het opstellen van toepasbare regels en vragenbomen is onderdeel van het maken van het omgevingsplan. Aan de hand van de Strategische Agenda 2040 en de informatie afkomstig van de beleidsafdelingen wordt geïnventariseerd welk beleid de komende jaren gewijzigd gaat worden.
Voor het opstellen van dit nieuwe beleid kan een kennismodel opgesteld worden, waarin de doelen van het nieuwe beleid 20
puntsgewijs zijn opgenomen. Op basis van dat kennismodel kunnen de toepasbare regels en juridische regels worden opgesteld.
5.6 Delegatiebevoegdheid gemeenteraad Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet mag de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Dit is vooral een geschikt mogelijkheid voor technische en redactionele aanpassingen van het omgevingsplan en het verwerken van reeds genomen besluiten in het omgevingsplan. Voor gebieden zou de raad ook de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan kunnen delegeren aan het college. In een dergelijk geval is het wel wenselijk dat de raad aan het college een kader meegeeft voor het wijzigen van het omgevingsplan. Door gebruik te maken van de delegatiemogelijkheid, kan de procedure tot vaststellen van het omgevingsplan worden versneld en kan de druk op de vergaderingen van de gemeenteraad worden verminderd. Het gebruiken van de delegatiebevoegdheid in de transitiefase is wenselijk. Door de technische aanpassingen en het toevoegen van verleende omgevingsvergunningen aan het omgevingsplan aan het college over te laten, kan de gemeenteraad zich focussen op de wezenlijke aanpassingen van het omgevingsplan. Er zal daarom aan de gemeenteraad op een later moment een aanvullend raadsvoorstel worden gedaan voor het toepassen van deze delegatiebevoegdheid.
5.7 Frequentie wijzigen omgevingsplan Nagedacht moet worden over de frequentie van het actualiseren van het omgevingsplan. Dit is ook van belang om de gemeenteraad niet te veel te belasten. In de transitiefase van het omgevingsplan rechtswege naar het nieuwe omgevingsplan zal er vaker een deel van het omgevingsplan aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming. Hoe vaak dit zal zijn, is afhankelijk van de mogelijkheden die het Digitaal Stelsel Omgevingswet biedt. Volgens de huidige inschatting zal dit globaal één keer per jaar zijn. Indien het mogelijk is meerdere onderdelen van het omgevingsplan gelijktijdig in procedure te brengen, zullen het mogelijk meerdere besluiten per jaar zijn. De voorkeur heeft het echter om zoveel mogelijk de verschillende wijzigingen van het omgevingsplan te verzamelen en in één en dezelfde ronde voor te leggen aan de gemeenteraad. Dit komt namelijk de overzichtelijkheid en de integrale besluitvorming ten goede. Nadat de operatie is afgerond en het nieuwe Omgevingsplan Zoetermeer gereed is, is het de bedoeling dat één keer per jaar een actualisatie van het omgevingsplan aan de raad wordt voorgelegd. Dit komt overeen met de wijze waarop op dit moment de provincie haar verordening beheert. Of dit uiteindelijk de beste frequentie is, moet nog blijken. De frequentie van actualisatie van het omgevingsplan zal daarom na 4 jaar geëvalueerd worden.
Dit voorgaande staat los van aanpassingen van het omgevingsplan ten behoeve van projecten (zie onder paragraaf 4.10) en de onderdelen van het omgevingsplan die door de gemeenteraad aan het college zijn gedelegeerd (zie paragraaf 5.6).
21
5.8 De winkel blijft open Tijdens de transitiefase blijft de stad zich natuurlijk ontwikkelen. Nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving zullen dan ook, voor zover gewenst, gefaciliteerd moeten blijven worden. Soms passen initiatieven niet in het omgevingsplan van rechtswege en is het gewenst om daarvan af te wijken. Soms past een initiatief niet binnen de regels van de verordening en is een aanpassing of aanvulling daarvan wenselijk.
5.8.1 Afwijken van het omgevingsplan van rechtswege Aan ontwikkelingen die niet passen in het omgevingsplan van rechtswege kan op twee manieren medewerking verleend worden: 1. een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; 2. het vaststellen van een nieuw gedeelte van het omgevingsplan of het wijzigen van het omgevingsplan. Ad 1. Omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit Voor aanvragen voor omgevingsvergunningen die passend zijn in het omgevingsplan van rechtswege zal de procedure vergelijkbaar zijn met de procedure van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor gewenste ontwikkelingen die niet passen in het omgevingsplan van rechtswege is het mogelijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een omgevingsplanactiviteit is in de Omgevingswet gedefinieerd als: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Het college van burgemeester en wethouders is het bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De gemeenteraad kan aangeven voor welke soorten ontwikkelingen hij een advies met instemming moet verlenen, alvorens het college van B&W de vergunning kan verlenen.
Op 21 september 2020 heeft de raad de Lijst buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor advies met instemming vastgesteld. Op welke wijze de raad betrokken wordt bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor buitenplanse activiteiten waarvoor advies met instemming nodig is, worden aparte werkafspraken gemaakt. Er is inmiddels een concept van deze werkafspraken opgesteld. Ten slotte kan de raad participatie verplicht stellen voor aangewezen categorieën van initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteiten). Hiervoor zal een apart raadsvoorstel worden opgesteld. Ad. 2. Vaststellen nieuw deel van het omgevingsplan Voor een initiatief kan het nodig zijn om de algemene regels in het omgevingsplan aan te passen. Bijvoorbeeld het aanpassen van de gebruiksmogelijkheden van een naastgelegen kavel. Het kan zijn dat de mogelijkheden die geboden worden in het omgevingsplan op grond van nieuwe inzichten niet meer wenselijk of mogelijk zijn in combinatie met de nieuwe ontwikkeling (denk aan zwaardere bedrijvigheid naast een woningbouwlocatie). In beide gevallen kan ervoor gekozen worden een gebied of locatie de regels in het omgevingsplan aan te passen. De nieuwe regels worden 22
toegevoegd aan het omgevingsplan Zoetermeer. De regels uit het omgevingsplan van rechtswege komen te vervallen. Voor het aanpassen c.q. aanvullen van het omgevingsplan voor deze concrete projecten is het wel van belang dat er een al een inhoudsopgave ligt voor het omgevingsplan Zoetermeer. Immers het kost heel veel tijd als pas op het moment dat een project speelt nagedacht wordt over hoe en waar de regels voor het project in het omgevingsplan moeten worden opgenomen. Om dit te voorkomen wordt er Handboek Omgevingsplan Zoetermeer opgesteld. Dit Handboek bevat de hoofdstukken- en paragrafenindeling van het omgevingsplan en biedt daarmee houvast voor het vullen van het omgevingsplan met de nieuwe onderdelen voor de gebieden, thema's dan wel voor afzonderlijke stedelijke projecten. Aan de hand van deze indeling is het duidelijk waar de gewenste regels opgenomen kunnen worden, zodat deze ook het beste passen in de structuur van het plan. Dit maakt het plan overzichtelijk. Het Handboek zal gedeeld worden met initiatiefnemers om te gebruiken bij het opstellen van een deel van het omgevingsplan dat nodig is voor het project. Zo passen de regels in de afgesproken structuur.
5.8.2 Aanpassen regels verordeningen De verordeningen (op de Geurverordening na) maken geen deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Tot en met 31 december 2029 kunnen de regels van de verordeningen, voor zover deze nog niet zijn overgezet naar het Omgevingsplan Zoetermeer aangepast en gewijzigd worden conform de huidige procedure. Het uitgangspunt moet zijn dat wijzigingen gelijk verwerkt worden in het Omgevingsplan Zoetermeer. Hiervan kan alleen worden afgeweken als dit niet mogelijk is of er andere zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen. Dit is denkbaar in een situatie dat heel snel een regeling aangepast moet worden om een voor de gemeente zeer onwenselijke situatie te voorkomen. En dat het wachten op aanvulling van het omgevingsplan te lang duurt.
23
6 Communicatie en participatie 6.1 Communicatie Voor deze grote operatie is een goede communicatie van groot belang. De gemeente zal aan haar bewoners en bedrijven goed moeten uitleggen hoe zij omgaat met hun belangen in het omgevingsplan en hoe en wanneer zij hun inbreng kunnen geven. Ook intern moet duidelijke informatie gegeven worden over het opstellen van het omgevingsplan. Omdat het omgevingsplan bijdraagt aan het bereiken van de doelen in het sociale en fysieke domein, is het noodzakelijk dat alle afdelingen ook een goede inbreng kunnen leveren aan dit proces. Er zal een apart communicatieplan opgesteld worden. Dit zal samen opgepakt worden met de communicatie over de Omgevingsvisie Zoetermeer2040 en Strategische Agenda 2040.
6.2 Participatie We gaan uit van krachten bundelen en betrekken bij het opstellen van het omgevingsplan onze bewoners, ondernemers en partners. Als de gemeente een wijziging van het omgevingsplan gaat opstellen dan moet zij daarvan een kennisgeving doen.4 De gemeente moet in deze kennisgeving aangeven hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding gaat betrekken.5 De gemeente moet ook in het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan aangeven of en hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken heeft en wat de resultaten daarvan zijn. Hierbij wordt ingegaan op welke wijze invulling is gegeven aan het gemeentelijke participatiebeleid. 6 De participatieverordening van de gemeente Zoetermeer zal worden gewijzigd om te voldoen aan de Omgevingswet. In deze wijziging zal ook aangegeven worden op welke wijze omgegaan wordt met participatie bij het opstellen van het omgevingsplan. Per onderdeel van het nieuwe omgevingsplan dat in procedure gebracht zal worden, zal aangegeven worden op welke wijze participatie wordt verleend. Dit kan per onderdeel verschillen, omdat dit ook afhankelijk is van de mate waarin de regeling in het nieuwe omgevingsplan afwijkt van de bestaande regeling.
4 Artikel 16.29 Ow. 5 Artikel 10.2, lid 1 Ob en artikel 3.12 Awb.
6
Artikel 10.2 lid 2 Ob.
24
7 Financiën en risico's 7.1 Financiën Het uitgangspunt bij de implementatie- en transitiefase van de Omgevingswet is om maximaal gebruik te maken van de overgangstermijnen, zodat de werkzaamheden zoveel mogelijk kunnen worden uitgevoerd middels de inzet van nieuw voor oud budget. Wanneer de activiteiten niet binnen de overgangstermijnen kunnen worden uitgevoerd, of als uitgangspunten voor/in de uitvoeringsperiode wijzigen, zal dit inzichtelijk worden gemaakt in de actualisatie van het programmaplan Implementatie Omgevingswet. Indien de actualisatie van het programmaplan Implementatie Omgevingswet niet binnen de bestaande exploitatie past en er geen mogelijkheden zijn om activiteiten anders in de tijd te kunnen plaatsen, zal via de Planning en Control Cyclus (Perspectiefnota) een verzoek voor aanvullende middelen worden ingediend. De kosten met betrekking tot het omgevingsplan zijn onder te verdelen in de volgende hoofdonderdelen Omgevingswet; Plan van Aanpak Omgevingsplan Soort ontwikkeling a b 7.1.1 Eenmalige implementatie-/transitiekosten 7.1.2 Tijdelijke frictie/desintegratiekosten 7.1.3 Structurle kosten en opbrengsten 7.1.3.1 Onvermijdelijk zonder keuzemogelijkheden: 7.1.3.2 Onvermijdelijk met keuze mogelijkheid Totaal nog geen dekking
€ €
bedragen * 1000 Mutatie in exploitatie waarvoor nog geen Kosten Leges Saldo al dekking dekking c d e=c-d f g=e-f 1.600 € € 1.600 € 1.600 € € € € € -
€ €
350 € -281 €
€ -559 €
350 € 278 €
134 € € €
216 278 494
Tabel 7.1: Hoofonderdelen kosten Omgevingsplan.
Hierna wordt per onderdeel een toelichting gegeven.
7.1.1 Eenmalige implementatie/transitiekosten en opbrengsten De geprognosticeerde kosten voor het opstellen/maken van het omgevingsplan bedragen circa € 1,6 miljoen (prijspeil 2021) en worden binnen de bestaande begroting middels nieuw door oud uitgevoerd. De werkzaamheden zullen gelijkmatig over de transitieperiode tot en met 2029 worden uitgevoerd. Een kostenspecificatie is in bijlage 2 opgenomen.
7.1.2 Tijdelijke frictie/desintegratiekosten en opbrengsten Door de Omgevingswet komen er nieuwe werkzaamheden bij, vervallen werkzaamheden en wijzigen werkzaamheden in volume (o.a. bij Beleid, Toezicht en Handhaving). Het uitgangspunt is om deze wijzigingen op te vangen middels omscholing, natuurlijk verloop en aantrekken nieuwe medewerkers.
25
7.1.3 Structurele kosten en opbrengsten per jaar 7.1.3.1 Structurele kosten en opbrengsten; Onvermijdelijk zonder keuzemogelijkheid Digitaal Stelsel Omgevingswet Structurele financiële effecten beleidskeuzen omgevingsplan, WKB en verplichte onderdelen Beleidskeuze/verplicht onderdeel Activiteit a b 7.1.3.1 Onvermijdelijk zonder keuzemogelijkheden Systemen omgevingsplan Bijdrage beheer DSO (€ 280.000 prijspeil 2018) geïndexeerd Software om aan te sluiten op het DSO Totaal
Mutatie in exploitatie Kosten Leges Saldo c d e=c-d
€ € €
300 € 50 € 350 €
-
€ € €
bedragen * 1.000 Waarvoor al dekking? Ja Nee f g=e-f
300 € 50 € 350 €
134 € € 134 €
166 50 216
Tabel 7.2: Structurele financiële effecten beleidskeuzen omgevingsplan, WBK en verplichte onderdelen.
Het Rijk heeft het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzieningen ontwikkeld. In dit systeem dient het omgevingsplan actueel beschikbaar en te raadplegen zijn voor de ruimtelijke fysieke ontwikkelingen. Ook de vergunningaanvragen en afhandelingen verlopen via dit systeem. Voor het aansluiten op het DSO is een softwarelicentie nodig. Daarnaast is jaarlijks vanaf 2020 een beheerbijdrage voor het DSO verschuldigd. De softwarekosten t/m 2023 zijn voorzien in het tijdelijk aanvullend budget Omgevingswet. De jaarlijkse beheerbijdrage DSO vanaf 2020 van € 134.000 wordt ingehouden op de uitkering van het gemeentefonds. (conform mei circulaire 2019). Voor dit onderdeel is vanaf 2024 een aanvullend budget benodigd van € 216.000.
7.1.3.2 Structurele kosten en opbrengsten; Onvermijdelijk met keuzemogelijkheid Inrichting omgevingsplan en vergunningverlening Structurele financiële effecten beleidskeuzen omgevingsplan, WKB en verplichte onderdelen Beleidskeuze/verplicht onderdeel Mutatie in exploitatie Activiteit Kosten Leges Saldo a b c d e=c-d 7.1.3.2 Onvermijdelijk met keuze mogelijkheid Inrichting omgevingsplan 1) De Bruidschat (circa 600 ijksregels) overnemen/aanpassen. € 60 € -3 € 63 2) Activiteiten (ca 80) opnemen in omgevingsplan/verordening/nergens € 199 € € 199 3) Regels globaal of gedetailleerd uitwerken € € € 4) De regels opgnemen als algemene of beoordelingsregels. € -424 € -503 € 79 5) Verlengen behandeltermijn voor vergunningaanvragen € -157 € -120 € -37 6) Intensiveren vooroverleg € 41 € 67 € -26 Totaal € -281 € -559 € 278
bedragen * 1.000 Waarvoor al dekking? Ja Nee f g=e-f
€ € € € € € €
-
€ € € € € € €
63 199 79 -37 -26 278
Tabel 7.3: Structurele financiële effecten beleidskeuzen omgevingsplan, WBK en verplichte onderdelen.
Het DSO heeft voor het inrichten van het omgevingsplan een aantal, binnen gestelde grenzen, keuzemogelijkheden beschikbaar die van invloed zijn op de dienstverlening en de structurele kasten. Per saldo nemen de kosten af maar de legesopbrengsten nemen sterker af. Op basis van het behouden van een gelijkwaardig dienstverleningsniveau na de inwerking treden van de Omgevingswet en de kaders/richting gevende lijnen is voor dit onderdeel vanaf 2023 een aanvullend budget benodigd van € 278.000. Dit bedrag kan wijzigen indien voor een andere invulling van de keuzemogelijkheden wordt gekozen. Het bedrag is inclusief een budgetvoordeel van € 63.0000 voor 26
de twee keuzemogelijkheden (zie bijlage 3 onderdelen 5 en 6) met betrekking tot het vergunningenproces, die onder de bevoegdheid van het college vallen. In dit Plan van Aanpak is voorgesteld een beleidsarme overgang als uitgangspunt te nemen voor de technische transitielijn. Dit betekent dat voor alle activiteiten waar nu een vergunningplicht geldt, dit ook in de toekomst zo zal zijn. Deze keuze voor de inrichting van het omgevingsplan heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de legesopbrengsten. Een nadere toelichting en specificatie van de kosten is opgenomen in bijlage 3 van dit plan van aanpak.
7.2 Risico’s 1. Inzet voor reguliere productieactiviteiten en Omgevingsplan Zoetermeer Naast het opstellen van het Omgevingsplan Zoetermeer, gaat ook het reguliere werk gewoon door. Ingediende plannen/omgevingsvergunningaanvragen zullen binnen de gestelde termijn afgehandeld moeten worden. Deze termijn zijn voor de grotere afwijkingen van het omgevingsplan onder de Omgevingswet ook nog bekort (reguliere procedure in plaats van uitgebreide procedure). Hierdoor is het op voorhand niet inzichtelijk voor welke activiteiten het personeel wordt ingezet. Het uitgangspunt is dat reguliere productie voor gaat, waardoor de opbouw van het omgevingsplan kan stagneren. Het is van belang dat bestuurlijke keuze gemaakt worden in de prioritering van de projecten waaraan de gemeente haar medewerking verleent, zodat er ook voldoende tijd en ruimte overblijft voor het opstellen van het Omgevingsplan Zoetermeer. 2. Afstemming technische lijn en inhoudelijke lijn Het heeft de voorkeur dat de inhoudelijke uitwerking van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 gelijk verwerkt kan worden met de technische aanpassing van het omgevingsplan. Er is echter een risico dat de inhoudelijke lijn de technische overzetting gaat vertragen. De afspraak is dan ook dat de technische overzetting zijn eigen koers vaart.
Wanneer de inhoudelijke aanvulling vanuit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040, Strategische Agenda 2040 en de programma’s gereed is, zal deze meegenomen worden in de eerstvolgende ronde van aanpassing van het Omgevingsplan Zoetermeer. 3. Verschillende regimes De overgangsperiode van inwerkingtreding Omgevingswet tot 2030 en de voorgestelde gefaseerde aanpak zorgen ervoor dat er gedurende een lange periode sprake is van verschillende regimes. Dit komt de overzichtelijkheid van de regels voor de bewoners en bedrijven niet ten goede. Dit bemoeilijkt ook het adviseren van de bewoners en bedrijven. Gedurende de overgangsperiode is dan ook extra zorgvuldigheid geboden bij het adviseren van klant. Als hulpmiddel hierbij kan het logboek gebruikt worden waarin een overzicht is opgenomen van alle wijzigingen van en toevoegingen aan het omgevingsplan en het tijdelijke omgevingsplan zijn benoemd.
27
4. Personeel De doorlooptijd van de activiteiten is lang en er zijn weinig mensen met de benodigde kennis op de markt waardoor er ongewenst verloop in het personeelsbestand kan optreden,. Dit kan leiden tot stagnatie van de voortgang.
28
Bijlage 1: Instrumenten Omgevingswet Met de Omgevingswet worden ook nieuwe instrumenten geïntroduceerd waarmee de gemeente de ontwikkelingen in haar stad kan sturen. De instrumenten van de Omgevingswet zijn geordend op basis van de beleidscyclus:
Figuur B1: Beleidscyclus Omgevingswet
De kerninstrumenten zijn: -
Omgevingsvisie: Dit is een samenhangend strategisch plan over de fysieke leefomgeving. Programma's: zijn soms ook visievormend. Bijvoorbeeld als de overheid in het programma het beleid uit de omgevingsvisie voor een onderdeel van de fysieke leefomgeving, een aspect of gebied uitwerkt. Daarnaast kan een programma ook ingezet worden voor de doorwerking van het beleid. In het programma wordt beschreven op welke wijze de doelen of vastgestelde omgevingswaarden behaald zullen worden door het vaststellen een pakket van maatregelen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen drie soorten programma's: o Verplichte programma's: Dit zijn programma's die verplicht zijn op grond van de Omgevingswet. Deze verplichting vloeit meestal voort uit Europese regelgeving. Eén verplichting programma dat relevant is voor Zoetermeer is het Actieplan Geluid. o Onverplichte programma's: Dit zijn programma's die niet verplicht zijn op grond van de Omgevingswet, maar die de gemeente wil opstellen om haar beleidsdoelen van I
-
-
-
de Omgevingsvisie nader uit te werken. Eén voorbeeld van een dergelijk programma is het Gemeentelijk Rioleringsprogramma. o Programmatische Aanpak: Dit zijn programma's die opgesteld moeten worden wanneer vastgestelde omgevingswaarden niet gehaald worden. Een voorbeeld van een dergelijk programma is het Nationaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Omgevingswaarden: Omgevingswaarden zijn normen voor de kwaliteit voor (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving. Dus kunnen opgenomen worden in het omgevingsplan. Deze waarden gelden niet voor derden, maar enkel voor de gemeente. Als de omgevingswaarde niet gehaald wordt, moet er een programma opgesteld worden met maatregelen om alsnog de omgevingswaarde te halen. Een andere optie is de omgevingswaarde aanpassen. Omgevingsplan: In het omgevingsplan zijn algemene regels voor de fysieke leefomgeving opgenomen. Het plan is niet alleen voor de doorwerking van beleid, maar ook voor de uitvoering van activiteiten. De algemene regels in het plan vormen de kaders voor de uitvoering van deze activiteiten. Omgevingsvergunning: Een omgevingsvergunning is een toestemming om één of meer activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren. Toezicht en handhaving: De wijze waarop toezicht wordt gehouden op naleving van de regels uit het omgevingsplan en indien deze regels gehandhaafd worden.
Monitoring en evaluatie: Bijgehouden moet worden of de doelstellingen en omgevingswaarden zoals deze zijn vastgelegd in de omgevingsvisie en het omgevingsplan ook gehaald worden. Op basis van evaluatie moet bepaald worden of een programma opgesteld moeten worden voor het behalen ervan of dat de doelstellingen/omgevingswaarden bijgesteld worden.
Bevoegdhedenverdeling In onderstaande tabel is per instrument aangegeven bij welk bestuursorgaan de beslissingsbevoegdheid ligt.
II
Instrumenten
Vaststellen
Afwijken
Omgevingsvisie
Gemeenteraad
Gemeenteraad
Programma's: − Verplichte programma's − Onverplichte programma's, zoals het GRP − Programmatische aanpak Omgevingsplan
College Voor de programma's die vallen onder de programmatische aanpak geldt dat in het omgevingsplan aangegeven wordt welk bestuursorgaan het programma vaststelt.
College, voor programma's programmatische aanpak kan dit anders zijn.
Omgevingswaarden in het omgevingsplan
Omgevingsvergunning
Gemeenteraad, met mogelijkheid tot delegatie bevoegdheid aan college: wijzigen/uitwerken onderwerpen nader reguleren en gebieden nader reguleren. Gemeenteraad, met mogelijkheid tot delegatie bevoegdheid aan college: wijzigen/uitwerken onderwerpen nader reguleren en gebieden nader reguleren. College
Toezicht en Handhaving
College
Monitoring en Evaluatie: monitoringsplicht omgevingswaarden
Gemeenteraad (wie, frequentie en methode) Uitvoerder college
Gemeenteraad of na delegatie college
Gemeenteraad of na delegatie college
Afwijken van het omgevingsplan: College. In bepaalde gevallen is advies met instemming van de raad nodig voordat het college de vergunning kan verlenen. n.v.t. Gemeenteraad
Tabel B1: Overzicht instrumenten Omgevingswet en bevoegdheden
III
Herzien Gemeenteraad College, voor programma's programmatische aanpak kan dit anders zijn.
n.v.t.
n.v.t. Gemeenteraad
Bijlage 2: Specificatie kosten opstellen Omgevingsplan De inzet voor het omgevingsplan bestaat grotendeels uit ambtelijke uren. In onderstaande tabel is een grove inschatting van de benodigde uren opgenomen. Rol Projectleider Planjuristen Juristen Vergunningverlening Jurist Handhaving Jurist APV Jurist SB Beleidsmedewerker Sociaal Domein kerngroep Tekenaar Vakspecialist thema
Inzet (uren) 3.000 15.000 1.000 300 100 500 200 2.000 1000 (20 uur per persoon,16 thema’s, 3 pers.) 200 200 23.500 uur
Communicatie Omgevingsbalie Totaal
Tabel B2: Inschatting ambtelijke uren voor opstellen Omgevingsplan Zoetermeer
De verwachte kosten voor het opstellen van het omgevingsplan bedraagt circa € 1,6 miljoen (prijspeil 2021) op basis van een gemiddeld uurtarief van € 70 (eigen personeel). Voor projectcontrol zijn separate kosten begroot. Deze zijn bij uitzondering belegd bij de businesscontroller. De werkzaamheden worden uitgevoerd gedurende de transitieperiode (tot en met 2029) waardoor de jaarlijkse kosten circa € 200.000 bedragen, indien de activiteiten gelijkmatig in de tijd worden uitgevoerd.
IV
Bijlage 3: Specificatie structurele kosten en legesopbrengsten
B3.1 Structurele kosten en opbrengsten die onvermijdelijk zijn met een keuzemogelijkheid. Het Rijk heeft het digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Het DSO is een verplicht systeem waar alle wet en regelgeving over de fysieke leefomgeving geografisch (op de kaart) en tekstueel (wet- en regelgeving) bij elkaar gepresenteerd en uitgewisseld worden. Ook het vergunningenproces verloopt via dit systeem. Het omgevingsplan is de basis. Het Rijk laat een zestal inrichtingskeuzen met betrekking tot het omgevingsplan en de vergunningverlening aan de gemeenten, die hierin elk een eigen keuze maken. De VNG heeft voor het verkrijgen van inzicht in de keuzemogelijkheden de denkwijze financiële structurele effecten ontwikkeld. Hiermee wordt inzicht in de verwachte financiële mutaties verkregen voor zowel de gemeente als voor de initiatiefnemers. De denkwijze heeft zes onderdelen waarvan er vier variabel zijn en twee alleen aan of uit kunnen. In onderstaande tabel is per onderdeel de mogelijkheden benoemd en voorzien van een uiterste bandbreedte, het grijs gekleurde gedeelte (voor de goede orde de keuze in een mogelijkheid heeft een uitwerking op het resultaat bij een volgende keuze waardoor de uitersten van de bandbreedte niet kunnen worden opgeteld tot één minimum of maximum bedrag).
In het groen gekleurde gedeelte is de uitwerking van de Zoetermeerse voorkeur opgenomen, gebaseerd op een beleidsneutrale overgang en het behouden van de kwaliteit van het huidige dienstverleningsniveau. De Zoetermeerse voorkeur geeft een toename van de structurele financiële last van € 278.000. dit komt door de afname van de leges opbrengsten met € 559.000 en een afname van de kosten van € 281.000. Hierin is het effect van de Wet kwalilteitzorg voor het bouwen (Wkb) nog niet in verwerkt. In onderstaande tabel zijn de keuzemogelijkheden met betrekking tot het omgevingsplan en de vergunningverlening weergegeven.
V
Tabel B3.1: Uitwerking keuzemogelijkheden bij inrichting omgevingsplan en vergunningverlening met een structureel effect.
Voor het omgevingsplan zijn de keuzen van 1 tot en met 4 relevant. Op grond van de uitgangspunten opgenomen in het Plan van Aanpak is daarvoor de volgende inschatting gemaakt (zie onderstaande tabel B3.1): 1. De bruidsschatregels (circa 600) deze regels worden door het rijk overgedragen. a. 70 % van de regels wordt ongewijzigd overgenomen in het omgevingsplan; b. 20 % van de regels wordt gewijzigd overgenomen in het omgevingsplan; c. 10 % van de regels wordt niet overgenomen in het omgevingsplan. 2. De omgevingsplanactiviteiten (circa 80) worden beschreven: a. 80 % van de activiteiten wordt opgenomen in omgevingsplan; b. 10 % van de activiteiten gewijzigd overgenomen in het omgevingsplan; c. 10 % van de activiteiten niet overgenomen in het omgevingsplan. 3. De regels in het omgevingsplan dienen te worden uitgewerkt: a. 90 % van de regels wordt gedetailleerd uitgewerkt; b. 10 % van de regels wordt globaal uitgewerkt. 4. De regels in het omgevingsplan worden opgenomen: a. 30 % van de regels wordt opgenomen als algemene regels; b. 70 % van de regels wordt opgenomen als beoordelingsregels (vergunningplicht). In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is een beleidsarme overgang als uitgangspunt voor de technische transitie voorgesteld. Dit uitgangspunt is bepalend voor de keuzen 1, 3 en 4.
Een beleidsarme overgang betekent dat de bruidsschatregels voor zover deze relevant zijn voor Zoetermeer in hoofdzaak inhoudelijk ongewijzigd worden overgenomen. Niet alle bruidsschatregels kunnen ongewijzigd overgenomen worden. Enige aanpassing zal nodig zijn om te voldoen aan de VI
instructieregels van het rijk en provincie. De regels die niet relevant zijn voor Zoetermeer (zoals bijvoorbeeld de regels met betrekking tot het traditioneel schieten) worden geschrapt. De huidige regels in de bestemmingsplannen zijn gedetailleerd. Bij de overzetting naar het omgevingsplan zal dit ook niet wijzigen. Daarnaast gaan we er bij een beleidsarme overzetting ervan uit dat activiteiten die nu vergunningplichtig zijn dat ook in de toekomst zullen zijn. Daarom zal voor het merendeel van activiteiten beoordelingsregels in het plan opgenomen worden en geen algemene regels. De keuze 2 wordt beïnvloedt door het uitgangspunt in het Plan van Aanpak dat de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zoveel als mogelijk samengebracht worden in het omgevingsplan (zie paragraaf 4.2 van het Plan van Aanpak). Keuzen 5 en 6 hebben betrekking op het de verlening van omgevingsvergunningen. Dit betreft een bevoegdheid van het college. Deze hebben dus geen invloed op de kosten van het omgevingsplan. Hieronder wordt per keuze een nadere toelichting gegeven.
B3.2 Toelichting bij de inrichtingsvraagstukken De in de grijs en groen vermelde kosten hebben betrekking op de mutatie in de jaarlijkse beheerlasten en opbrengsten bij de betreffende keuzemogelijkheid ten opzichte van de financiële huidige situatie. De percentages die zijn benoemd bij de Zoetermeerse voorkeur zijn gebaseerd op een beleidsneutrale overgang en het behouden van de kwaliteit van het huidige dienstverleningsniveau. Vraagstuk 1 De bruidsschat. De gemeente krijgt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de bruidsschat overgedragen. Dit zijn 600 (voormalige rijks-) regels ten aanzien van het omgevingsdomein. De gemeente kan, binnen bepaalde grenzen, zelf keuzes maken ten aanzien van deze regels. Zij kan ze onverkort in het omgevingsplan opnemen, zij kan de regels aanpassen aan de lokale situatie, en zij kan de regels schrappen dan wel een mix van deze drie mogelijkheden toepassen. Omdat wij uitgaan van een beleidsarme overgang zullen de voor Zoetermeer relevante regels uit de bruidsschat overgezet worden naar het omgevingsplan. Voor de meeste regels geldt dat er bij de overzetting geen inhoudelijke wijzigingen zullen worden doorgevoerd. Voor sommige regels geldt dat inhoudelijke aanpassing onvermijdelijk is, om goed te kunnen voldoen aan de instructieregels van het rijk en de provincie.
Een beperkt aantal regels uit de bruidsschat zal geschrapt worden, omdat deze niet relevant zijn voor Zoetermeer (bijvoorbeeld regels met traditioneel schieten). Het overnemen van de bruidsschatregels in het omgevingsplan betekent dat de beheerlasten van het omgevingsplan hoger zullen zijn dan wanneer we de regels zouden schrappen. De toename van de kosten is wel minder dan wanneer we de regels allemaal zouden aanpassen aan de lokale situatie. Door deze keuze blijven wel de vergunningplichten gelijk aan de huidige situatie (legesinkomsten en kosten behandeling vergunningen blijft gelijk). Verder betekent deze keuze dat bedrijven mogen en moeten doen wat ze nu ook doen. We hoeven dan ook geen claims te verwachten. Als we regels gaan wijzigen of schrappen kan dit mogelijk wel claims tot gevolg hebben. VII
Vraagstuk 2 Activiteiten in de fysiek ruimtelijk omgeving Voor Zoetermeer zullen er circa 80 activiteiten in de regelgeving worden opgenomen. Iedere gemeente bepaalt zelf waar de activiteiten worden opgenomen, hiervoor zijn drie opties beschikbaar. In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is als uitgangspunt voorgesteld dat zoveel mogelijk regels samen te brengen in het omgevingsplan Deze keuze zorgt voor meer transparantie en duidelijkheid, integraliteit en samenhang en logica (zie ook paragraaf 4.2). Door alle regels in het omgevingsplan op te nemen, heeft de ambtenaar meer overzicht. Dit heeft voor uitvoering van de werkzaamheden voordelen. Dit betekent dus minder uitvoeringskosten dan in de andere varianten. Wel betekent het opnemen van regels in het omgevingsplan dat deze regels gedigitaliseerd moeten worden. De beheerkosten van het omgevingsplan nemen toe. Maar daar staat tegenover dat de beheerkosten van verordeningen afnemen. Verder is van belang dat tegen aanpassing van het omgevingsplan bezwaar en beroep open staat en niet tegen een verordening. Deze procedure vergt meer tijd en kosten. De keuze om zo veel mogelijk regels in het omgevingsplan op te nemen betekent dat de kosten toenemen. Maar deze toename is minder groot dan de toename van kosten wanneer gekozen wordt voor een mix Omgevingsplan/Verordening of als de regels nergens worden opgenomen.
Vraagstuk 3 Uitgewerkt van de regels in het omgevingsplan De activiteiten die in het omgevingsplan worden opgenomen kunnen gedetailleerd (huidige situatie) of globaal (effect beschrijven) worden uitgewerkt. De huidige situatie zal voor 90 % worden gehandhaafd. Deze keuze volgt uit het uitgangspunt om beleidsarm over te gaan. De regels zijn nu gedetailleerd en blijven in eerste instantie dus ook gedetailleerd. Deze keuze heeft geen wezenlijk financieel effect ten opzichte van de huidige situatie. Vraagstuk 4 Soorten regels in het omgevingsplan Waar de activiteiten in het omgevingsplan worden geregeld, heeft de gemeente de keuze om dit met algemene regels te doen, of met beoordelingsregels. Omdat er bij een beoordelingsregel altijd een oordeel gevormd moet worden, leidt een beoordelingsregel altijd tot een vergunningplicht. De keuze voor algemene regels versus beoordelingsregels heeft veel invloed op de structurele effecten. Daarbij is de invloed niet lineair: het gebruik van een paar algemene regels zal het aantal vergunningplichten niet zo sterk beïnvloeden, het 'schrappen' van de laatste paar beoordelingsregels zal juist heel veel effect kunnen hebben. In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is een beleidsarme overgang als uitgangspunt voorgesteld.
Dit houdt in dat activiteiten waarvoor nu een vergunning voor nodig is, daar in de toekomst ook een vergunning voor nodig zal zijn. Voor het beoordelen van de vergunningaanvragen zullen dus beoordelingsregels in het omgevingsplan opgenomen worden. blijven. De beheerlasten van het omgevingsplan zijn door die beoordelingsregels wel hoger dan wanneer het omgevingsplan meer algemene regels zou bevatten. Per saldo betekent deze keuze toch een afname in de kosten, omdat meer legesinkomsten gegarandeerd Bij algemene regels komt de nadruk meer op Toezicht & Handhaving. Dit betekent een toename van de kosten, omdat voor deze werkzaamheden geen leges geïnd worden.
VIII
Vraagstuk 5 De behandeltermijn voor vergunningaanvragen : standaard verlengen Een belangrijke verandering door de Omgevingswet is de verkorting van de wettelijke termijn waarin een vergunningaanvraag moet zijn behandeld. Dit betekent dat in beginsel ook voor afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere procedure van 8 weken geldt. De gemeente kan de keuze maken om de behandeltermijn standaard te verlengen met 6 weken (tot 14 weken). Deze keuze valt buiten de scope van dit Plan van Aanpak. De bevoegdheid tot het verlenen van vergunning ligt bij het college. Het college zal hierover nog een keuze moeten maken. Vraagstuk 6 Het instrument vooroverleg: intensiveren De inrichtingskeuze om (meer) met vooroverleg te gaan werken in vergunning trajecten brengt de betrokken partijen in een vroeg stadium bij elkaar, en geeft daarmee vooraf meer duidelijkheid. Dat moet de kwaliteit van de indiening van de vergunning en ook de kwaliteit (en efficiëntie) van de besluitvorming ten goede komen. Ook moet dit ervoor zorgen dat de formele procedure van vergunningverlening soepeler kan verlopen. Dit is wenselijk gelet op de kortere behandeltermijn. De wijze waarop het vooroverleg georganiseerd wordt, staat los van de inrichting van het omgevingsplan en dit Plan van Aanpak. De bevoegdheid tot het verlenen van vergunning ligt bij het college. Het college zal hierover nog een keuze moeten maken.
IX
Specificatie van de kosten naar activiteiten Onvermijdelijk keuzemogelijkheden inrichting omgevingsplan: uitwerking voorkeurscenario; vng Model structurele effecten exclusief WKB extra mutatie in activiteiten tov bestaand a 1 Bruidschatregels minder kosten ODH minderbeheer DSO omgevingsplan Minder vergunningen claims door aanpasen schrappen Minder Toezicht/Handhaving Totaal Bruidschat
Uren SO b
VVH c
Personeelskosten SO VVH d=b*€100 e=c*€100
Overige kosten SO VVH f g 86.400 86.400
€ € € € € €
-5.875 -5.875
€
-25 294 269
-31 -447 -478
€ € € € € €
1.992 1.992
-
€ 199.200 € € 199.200 €
-
€ €
-
-
-
€ €
-
-
€ €
-
€ € € € € € € € €
-3.700 78.800 75.100
€ € -128.500 € 30.900 € 90.200 € -384.000 € -119.300 € € 12.000 € -498.700
€ € € € € € € €
-
751
-1.285 309 902 -3.840 -1.193 120 -4.987
5 Behandeltermijn Extra ict tool; jaarlijks beheer standaard verlengingen schrijven minder dwangsommen door tijdige afhandeling betere besluitvorming/efficiency/minder herstel minder beroep en bezwaar Totaal behandeltermijn
-115 -115
15 € € 1.500 67 € € 6.700 € € -1.300 € € -130.000 -115 € -11.500 € -11.500 -1.333 € -11.500 € -133.300
€ € € € € €
-
6 Vooroverleg Kosten ketenpartners Vergunningen minder complex Participatie Total vooroverleg Totaal onvermijdelijk met keuze
2.897
-405 672 267 -6.531
€ € € € €
86.400
2 locatie vermelding Activiteiten beheer omgevingsplan Totaal activiteiten 3 Uitwerking regels nvt Totaal activiteiten 4 Soort regels Beheerkosten omgevingsplan Handhaving minder door aantal Handhaving controle verzoeken handhaving bronnenonderzoek Vergunningen afname aantal Vergunningen minder complex Participatie ICT Extra tool beheer Totaal soort regels
Verdeling uren VVH naar hoofdactiviteit Vergunning Handhaving totaal
-37
788
-2.500 29.400 26.900
€ € € € € 289.700
€ € € € € -3.100 € € € € -44.700 € € -47.800 €
€ €
€ € -40.500 € 67.200 € 26.700 € -653.100
SO h=d+f
Totaal kosten VVH i=e+g
Leges VVH k
Totaal j=h+i
€ € -5.875 € -2.500 € € € -3.100 € 115.800 € € € -44.700 € 113.300 € -53.675
€ -5.875 € € -2.500 € € -3.100 € € 115.800 € € -44.700 € € 59.625 €
-3.100 -3.100
-
€ 199.200 € € 199.200 €
-
€ 199.200 € 199.200 €
€
-
€ €
-
-
€ €
€ € € € € € € €
-
€ € € € € € € € 0 €
-3.700 78.800 75.100
€ €
-
€
Totaal VVH m=i-k
SO l=h
€ € -5.875 € -2.500 € € € € 115.800 € € € -44.700 € 113.300 € -50.575
€ -5.875 € -2.500 € € 115.800 € -44.700 € 62.725
-
€ 199.200 € € 199.200 €
-
€ 199.200 € 199.200
-
€ €
-
-
€ €
-3.700 78.800 75.100
€ €
€ € -128.500 € 30.900 € 90.200 € -384.000 € -119.300 € € 12.000 € -498.700
€ -3.700 € -128.500 € 30.900 € 90.200 € -384.000 € -119.300 € 78.800 € 12.000 € -423.600
€ € € € € -384.000 € -119.300 € € € -503.300
€ € € € € € € € €
€ € € 1.500 € € € 6.700 € -12.000 € € -12.000 € € € -130.000 € € -11.500 € -11.500 € -12.000 € -11.500 € -145.300
€ 1.500 € 6.700 € -12.000 € -130.000 € -23.000 € -156.800
€ € € € -120.000 € € -120.000
€ € € € € € € € € -11.500 € € -11.500 €
€ € € € €
€ 14.400 € -40.500 € 67.200 € 41.100 € -280.475
€ € € 67.200 € 67.200 € -559.200
€ € € € € 376.100
0
14.400 14.400 -3.475
€ € € € € 376.100
-6.010 -521 -6.531
Tabel B3.2. Specificatie van de kosten naar activiteiten
X
€ 14.400 € -40.500 € 67.200 € 41.100 € -656.575
Totaal n=l+m
€ € -128.500 € 30.900 € 90.200 € € € € 12.000 € 4.600
1.500 6.700 -12.000 -10.000 -11.500 -25.300
-
€ -3.700 € -128.500 € 30.900 € 90.200 € € € 78.800 € 12.000 € 79.700
€ € € € € €
1.500 6.700 -12.000 -10.000 -23.000 -36.800
€ 14.400 € 14.400 € -40.500 € -40.500 € € € -26.100 € -26.100 € -97.375 € 278.725