CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Perspectiefnota 2024

Raadsvergadering 26 juni 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Perspectiefnota 202429.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Perspectiefnota 2024

2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................................................................................. 3 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................................. 5 Schets op hoofdlijnen van ontwikkelingen ......................................................................................................................................................................................... 7 Financieel perspectief ...................................................................................................................................................................................................................... 10 Toelichting per programma .............................................................................................................................................................................................................. 22 Programma 1.

Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie ............................................................................................................................................................ 23 Programma 2. Samen leven en ondersteunen ................................................................................................................................................................................ 32 Programma 3. Leefbaarheid, duurzaam en groen .......................................................................................................................................................................... 42 Programma 4. Vrije tijd .................................................................................................................................................................................................................... 50 Programma 5. Veiligheid ................................................................................................................................................................................................................. 58 Programma 6. Dienstverlening en participatie ................................................................................................................................................................................ 62 Programma 7.

Inrichting van de stad .............................................................................................................................................................................................. 67 Overzicht Overhead ......................................................................................................................................................................................................................... 76 Overzicht Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien .................................................................................................................................................................. 81 Bijlagen ............................................................................................................................................................................................................................................ 86 Bijlage 1.

Toelichting loon- en prijsstijging .............................................................................................................................................................................. 87

3

Bijlage 2.

Samenvatting Eerste Tussenbericht 2023............................................................................................................................................................... 88

Bijlage 3.

Resultaatbestemming jaarrekening 2022 ................................................................................................................................................................ 90

Bijlage 4.

Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen ............................................................................................................................................................... 98

Bijlage 5.

Monitor Ombuigen en vernieuwen .......................................................................................................................................................................... 105

Bijlage 6.

Monitoring evaluatie Pilots ...................................................................................................................................................................................... 107

4

Inleiding De Perspectiefnota 2024 (PN) schetst op hoofdlijnen het financieel perspectief voor 2024 en de volgende jaren. Ook worden de afwijkingen over het lopende begrotingsjaar 2023 in de PN opgenomen: het Eerste Tussenbericht. Hiervan zijn de structurele effecten meegenomen in het perspectief van de meerjarenbegroting 2024 – 2027. De PN biedt de raad handvatten om in het voorjaarsdebat nader richting te geven voor de komende jaren. Ook kan de raad aandacht voor specifieke onderwerpen vragen. De uitkomsten van het voorjaarsdebat zijn de basis voor de Programmabegroting 2024 – 2027, waarover tijdens het begrotingsdebat in november 2022 besluitvorming plaatsvindt.

Meicirculaire De voorschriften van de provinciaal toezichthouder geven aan, dat de gevolgen van de meicirculaire worden betrokken in de Programmabegroting 2024-2027. De gevolgen van de aanstaande meicirculaire zijn niet in de Perspectiefnota 2024 verwerkt. Op dit moment is nog geen betrouwbare inschatting te geven over de gevolgen van deze circulaire voor onze gemeente. Zo snel als mogelijk na het verschijnen van de meicirculaire wordt de raad in een afzonderlijk memo op hoofdlijn over de financiële uitkomst van de meicirculaire voor het voorjaarsdebat geïnformeerd. Na het zomerreces wordt een nadere duiding van de gevolgen van de meicirculaire gegeven.

Leeswijzer Na de inleiding volgt een schets op hoofdlijnen van ontwikkelingen. Daarna komt het financieel perspectief voor de komende jaren aan bod. Ook wordt ingegaan op de ontwikkeling van de reserves (Reserve investeringsfonds 2030/Rif, Fonds Zoetermeer 2040 en Reserve vrij inzetbaar). In aansluiting daarop wordt per programma en daarbinnen op postniveau, een toelichting op de ontwikkeling van met name het financieel perspectief gegeven. In principe kent elk programma de volgende inrichting. Allereerst wordt schematisch de doelenboom getoond met op het hoogste niveau het te bereiken maatschappelijk effect. Daaronder volgen de te realiseren doelen en de effectindicatoren (= meetfactoren). Ten tweede wordt een tabel gepresenteerd met onderwerpen (op postniveau) met daaronder een korte toelichting op de financiële en inhoudelijke gevolgen voor het Financieel perspectief met een indeling in: 1. Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (mee- en tegenvallers). Naast de leereffecten jaarrekening 2022 gaat het om afwijkingen van het lopend begrotingsjaar; 2. Onvermijdelijke (of exogene) ontwikkelingen met financiële gevolgen, die buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. De gemeente heeft geen keuze. Denk aan wetswijzigingen of (natuur)rampen. 3.

Voorstellen voor beleidswijzigingen (zoals wijzigingen kwaliteitsniveau beleid, nieuwe activiteiten, taakmutaties, beleidsintensivering, activiteiten naar aan leiding van uitkomsten pilot).

5

Het uiteindelijke saldo geeft de financiële gevolgen voor het betreffende programma ten opzichte van de Programmabegroting 2023-2026. Hierbij betekent een min - teken een verslechtering van het saldo. Indien van toepassing worden aan het eind van een programma ook de nieuwe strategische risico’s vermeld. Tot slot worden afwijkingen in investeringen en voorzieningen gemeld. Bijlage 2 Samenvatting Eerste Tussenbericht 2023 toont een samenvatting van het financieel totaaloverzicht van de afwijkingen over het jaar 2023.

Bijlagen De volgende bijlagen zijn bijgevoegd: 1. 2. 3. 4.

Toelichting loon- en prijsstijging Samenvatting Eerste Tussenbericht 2023 Resultaatbestemming jaarrekening 2022 Totaaloverzicht financiële ontwikkelingen (specificaties nieuw beleid, financiële ontwikkelingen bestaand beleid, onvermijdelijke ontwikkelingen, dekkingsplan) 5. Monitor Ombuigen en Vernieuwen 6. Monitoring evaluatie pilots: overzicht van alle recent afgeronde - en lopende pilots

6

Schets op hoofdlijnen van ontwikkelingen Perspectiefnota 2024: blijven doen wat nodig is, maar financiële onzekerheid vanaf 2026 Deze Perspectiefnota 2024 is de eerste van het nieuwe college. Vorig jaar vonden in deze periode de voorbereidingen voor het nieuwe coalitieakkoord nog plaats. Bij de uitvoering van de doelen uit het coalitieakkoord moet dit college ook rekening houden met de financiële onzekerheid in 2026. Als we nu veel voorstellen voor structureel nieuw beleid doen, kan het zijn dat de gemeente er over een paar jaar financieel niet meer goed voor staat. We zoeken daarom naar een balans tussen verantwoord financieel beleid en het blijven werken aan onze stad. Uitgangspunt blijft om de visie Zoetermeer 2040 uit te voeren. De gemeente heeft hiervoor verschillende plannen die we aan u presenteren in deze perspectiefnota. Woningbouw In de toekomstvisie van Zoetermeer en het coalitieakkoord krijgt het reduceren van het woningtekort in de stad veel aandacht. ‘Woningbouw als aanjager’ is niet voor niets een van de belangrijke programma’s van Zoetermeer 2040. We willen bouwen naar behoefte, met het oog op groei, duurzaamheid en diversiteit. Dat betekent meer typen woningen van een hogere kwaliteit. Om de wachtlijsten aan te pakken en nieuwe inwoners aan te trekken is een hogere snelheid in de bouw essentieel.

Onze deelname aan de Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden is dan ook vooral vanuit dat belang: versnelling op de woningbouw. Tot 2025 richten we ons op de versnelling van bestaande projecten. In de periode 2025-2030 richten we ons op een blijvende hogere jaarlijkse productie. Deze nieuwe woningen komen vooral in de Binnenstad en in Entree. Voor beide gebieden krijgen we subsidies van het rijk. Hiervoor wordt weer budget voor het kernteam Zoetermeer 2040 en het programma ‘Woningbouw als aanjager’ opgenomen in deze Perspectiefnota 2024. Veiligheid Een veilige stad is een basisvoorwaarde voor een aantrekkelijke en leefbare stad. We zetten in Zoetermeer fors in op het tegengaan van veiligheidsproblemen, zoals incidenten met jongeren en steekwapens. Samen met Den Haag en Delft hebben we in 2022 de krachten gebundeld om dit geweld aan te pakken. Naast inbraken en straatroven zien wij steeds meer sociale en digitale criminaliteit. In de veiligheidsaanpak staan maatregelen om dit tegen te gaan én te voorkomen. Veiligheid is vaak ook gekoppeld aan het sociaal domein, zorg, wonen en het onderwijs. Dit vergt meer inzet en meer samenwerking binnen en buiten de gemeente met steeds meer verschillende partijen. Zo moet Zoetermeer ook in 2040 een fijne, veilige stad zijn om in te wonen en werken.

Energiearmoede Ook in de aankomende periode is er nog steeds sprake onzekerheid op de energiemarkt en de financiële markt. Prijsstijgingen voor levensmiddelen, energie en zorg vragen ook in 2024 nog extra aandacht van de gemeente. Ook onze inwoners hebben hier last van. Steeds meer Zoetermeerders hebben moeite om rond te komen. De gemeente wil de bestaande regelingen behouden en financiële ruimte reserveren om op deze groeiende hulpvraag te kunnen anticiperen. Onderdeel daarvan is het uitbreiden van de ambtelijke capaciteit specifiek gericht op het herstellen van bestaanszekerheid. Naast het tegengaan van armoede, willen we zorgen voor meer werkgelegenheid. Zoetermeer is onderdeel van de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal. Het kabinet wil de infrastructuur van deze arbeidsmarktregio anders inrichten: per arbeidsmarktregio komt een regionaal werkcentrum. Zo kunnen we de 7

dienstverlening aan werkgevers, werknemers en werkzoekenden in één geheel aanbieden. In 2023 zijn de voorbereidingen voor het regionaal werkcentrum gestart. Het college heeft de ambitie om het regionaal werkcentrum in 2024 te laten starten. Jeugd De Jeugd- en gezinshulp staat onder druk. Dat heeft twee oorzaken. Steeds meer jeugdigen hebben jeugdzorg nodigen een aanhoudend personeelstekort. De mensen die hieraan werken ervaren steeds meer werkdruk. De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd vindt het onacceptabel dat sommige gezinnen lang moeten wachten op hulp. Dit wil de gemeente zoveel mogelijk voorkomen. De gemeente wil de wachttijd dus verkorten en daarvoor zijn meer mensen nodig. De gemeente vraagt verder aandacht voor een verbetering van het zorgstelsel op landelijk niveau en afspraken met het rijk over voldoende geld in de Hervormingsagenda Jeugd. Wij gaan op meerdere manieren aan de slag met het verbeteren van de instroom, doorstroom en uitstroom bij jeugdhulp en de sturing hierop. Wmo De gemeente heeft te maken met toenemende wachtlijsten van mensen die een Wmo-aanvraag doen. Het aantal Wmo-aanvragen blijft toenemen en de afhandelingstermijnen komen onder druk te staan.

In deze Perspectiefnota 2024 wordt budget gevraagd om de personele capaciteit voor de uitvoering van Wmo taken structureel uit te breiden, zodat we de aanvragen zorgvuldig kunnen afhandelen binnen de gestelde termijn. Om goede dienstverlening te blijven bieden en geen achterstanden meer op te lopen, is het ook belangrijk dat we de werkvoorraden en doorlooptijden goed in de gaten houden. Toegankelijkheid vastgoed Het college wil stappen zetten om de stad toegankelijker te maken voor mensen met een handicap of beperking en daarbij beginnen het wegnemen van hindernissen bij onder meer het Stadstheater, zwembad De Veur en sportaccommodaties. Deze perspectiefnota maakt hiervoor financiële ruimte beschikbaar zodat hier goede stappen in worden gezet. De praktijk leert dat we veel vanuit huis blijven werken en steeds meer hybride vergaderen in het stadhuis. Door het verbeteren van de inrichting en het functioneren van Stadhuis-Forum wil het college ook invulling geven aan de uitkomsten van de evaluatie naar de beleving en het gebruik van het stadhuis. Op die manier wil het college bijdragen aan het werkgenot van het gemeentelijk personeel. Aanbod voor sport bewegen en cultuur Combinatiefunctionarissen zijn onmisbaar om in 2040 een goed aanbod te hebben voor sport, bewegen en cultuur.

De komende jaren willen we in Zoetermeer meer gebruikmaken van bestaande activiteiten op het gebied van sport en cultuur. Hierbij maken we ook een koppeling met sociaal domein, bijvoorbeeld door het promoten van gezondheid en het tegengaan van eenzaamheid. Verder zijn vitale sportaanbieders belangrijk in het sportbeleid. Om dit kracht bij te zetten biedt de gemeente extra steun rondom procesbegeleiding. Bijvoorbeeld bij het komen tot een fusie of nadere samenwerking van verenigingen. Of door buitengymplekken in buurten met hoogbouw te realiseren. De komende periode verkennen we de mogelijkheden hiertoe. Naast sport kijkt de gemeente ook naar het aanbod van de stads- en speelboerderijen. Bezien wordt of het aanbod nog aansluit en blijft aansluiten op de behoeften van inwoners. We inventariseren bijvoorbeeld ook de mogelijkheden voor nieuwe boerderijen in de omgeving van Entree en de Binnenstad. Duurzaamheid Om de landelijk gestelde doelen te halen richt de gemeente zich op drie pijlers: het verduurzamen van de gebouwde omgeving, de energiearchitectuur en de mobiliteit. Binnen deze drie pijlers is het zaak om de komende tijd verder op te schalen. De intensivering is berust op het benutten van landelijke regelingen, zoals het Nationaal Isolatieprogramma voor lokale huiseigenaren.

Daarnaast wordt het Energieloket beschikbaar gesteld voor een bredere groep inwoners en breiden we dit loket uit tot een ondernemersloket voor bedrijven & utiliteiten. 8

Belangenbehartiging New Towns In 2023 startten een aantal gemeentes, waaronder Zoetermeer, het ‘Leernetwerk Toekomstbestendige New Towns’. Dit Leernetwerk volgde uit het New Town Congres dat Zoetermeer op 28 november 2022 organiseerde. We willen hiermee meer kennis en inzicht opdoen om onze gemeenten toekomstbestendig te ontwikkelen. Dat is belangrijk, omdat Zoetermeer niet de enige gemeente is die met New Town-problematiek te kampen heeft. Meer New Towns lijken dezelfde soort problemen te hebben. Voor meer inzicht doen wij onderzoek naar de specifieke situatie van New Towns. Dat onderzoek vindt naar verwachting in 2023 plaats in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en andere New Towns. Samenvattend Voor de korte termijn is de financiële positie van de gemeente positief. Dit biedt ons in 2024 en 2025 ruimte om te investeren, te anticiperen en verder uitvoering te geven aan het coalitieakkoord. Bij alle uitgaven die we doen, dienen we ons wel bewust te blijven van de gevolgen ervan op onze meerjarige structurele begroting. Gezien de onzekerheid en de lopende onderhandelingen over de toekomstige financieringssytematiek is behoedzaamheid gewenst, maar zijn ingrijpende bezuinigingen nu te voorbarig en onverstandig.

Verantwoord financieel beleid in combinatie met investeren in een toekomstbestendige stad is het uitgangspunt in deze perspectiefnota. Onze ambitie blijft om Zoetermeer een aantrekkelijke stad te laten zijn. Een stad waarin iedereen kan meedoen, waarin iedereen zich veilig voelt en iedereen prettig kan wonen. En ook een stad met een groene, aantrekkelijke, leefomgeving met sport- en cultuurvoorzieningen waar iedereen van kan genieten. Daarvoor zorgen we met de visie Zoetermeer 2040. Vanuit die visie gaan we onze plannen en ambities uitwerken. Zo doen we samen wat nodig is om tot ons gewenste toekomstbeeld te komen.

9

Financieel perspectief Inleiding Het financieel perspectief schetst de ontwikkelingen in de exploitatie van de begroting 2023, meerjarenbegroting 2024-2027 en de reserves. Er wordt gestart met algemene financiële uitgangspunten voor de loon- en prijsstijgingen en het Eerste Tussenbericht. Vervolgens wordt het financieel perspectief op hoofdlijnen gepresenteerd. Daarna komt het vertrekpunt voor het nog op te stellen dekkingsplan van de meerjarenbegroting aan de orde. Daarbij wordt – in hoofdlijn – ingegaan op de financiële verhouding (de financiële relatie tussen rijk en gemeente) en de ontwikkelingen over de kostenvergoeding in het sociaal domein. In aansluiting daarop komen de ontwikkelingen in de Reserve Investeringsfonds, Reserve Fonds Zoetermeer 2040 en de Reserve vrij inzetbaar aan bod. Daarbij wordt ook de relatie gelegd met het resultaat van de Jaarrekening 2022 en het voorstel tot bestemming daarvan.

Algemene financiële uitgangspunten Loon- en prijsstijging De gevolgen voor loon- en prijsstijging ten opzichte van de begroting 2023 worden als volgt in de programma’s van de begroting 2024 verwerkt.

Bijlage 1 geeft de toelichting op de onderbouwing van de percentages. Eerste Tussenbericht 2023 De komende programmabegroting heeft betrekking op 2024 – 2027. De afwijkingen over het lopend jaar 2023 maken daarvan geen onderdeel uit, maar beïnvloeden wel de financiële positie. Een verandering van het voor 2023 verwachte resultaat werkt – als er onvoldoende dekkingsmogelijkheden zijn – door naar een lager of hoger beroep op de reserve vrij inzetbaar. Daarnaast kunnen de afwijkingen van 2023 ook een doorwerking hebben naar 2024 en mogelijk latere jaren. De afwijkingen van de begroting 2023 (€ 2,697 mln. positief) vormen feitelijk het Eerste Tussenbericht 2023. Bijlage 2 toont een financiële samenvatting van het Eerste Tussenbericht 2023 (TB1).

Financieel perspectief Onderstaande tabel toont het financieel perspectief op hoofdlijn.

10

Tabel 3.1 Samenvatting financieel perspectief op hoofdlijn

Financiële vertreksituatie (regel 4) In november 2022 is de meerjarenbegroting 2023-2026 (incl. amendementen) vastgesteld met een financieel perspectief van € 0,8 mln. negatief in 2023. Gecorrigeerd voor incidentele baten en lasten bedroeg het structurele saldo in 2023 echter € 3,1 mln. positief. De jaren 2024 en 2025 vertonen in de meerjarenbegroting 2023-2026 positieve saldi van respectievelijk € 8 mln. en ruim € 12 mln., waarna het saldo in 2026 daalt naar ruim € 14 mln. negatief als gevolg van het 'financiële ravijn'. Raadsbesluiten tot en met april 2023 (regel 5) Na de vaststelling van de programmabegroting in november 2022 zijn een aantal raadsbesluiten met een beroep op het begrotingssaldo genomen waaronder o.a. de uitvoeringsagenda cultuurvisie, herstelregeling cultuur, noodopvang statushouders en het traineeprogramma Zoetermeer. Septembercirculaire 2022 (regel 6) In 2026 zijn de middelen die ontvangen worden van het rijk in de algemene uitkering fors lager. Dit wordt veroorzaakt doordat het rijk vanaf 2026 de trap-optrap-af systematiek heeft losgelaten in hun begrotingen en daarnaast de zogenaamde opschalingskorting weer volledig heeft ingeboekt. Deze terugval van inkomsten voor de gemeenten wordt ook wel het 'ravijn' genoemd. Om de gemeenten tegemoet te komen is er voor het jaar 2026 landelijk eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld.

Voor Zoetermeer is dit ongeveer € 7,0 mln.

11

Onvermijdelijke ontwikkelingen (regel 7) De afwijkingen in de categorie onvermijdelijke ontwikkelingen liggen buiten de invloedsfeer van de gemeente. Begin april 2023 is ingestemd met de nieuwe CAO gemeenten hetgeen voor een bedrag van ruim € 2 mln. structureel doorwerkt naar 2023 en verder. Daarnaast leidt de lagere rijksvergoeding voor bijstandsuitkeringen (BUIG) tot een structureel nadeel doordat de lasten in Zoetermeer zich minder gunstig ontwikkelen dan landelijk gemiddeld. Een positief effect wordt veroorzaakt door de stijgende rente en een uitgestelde financieringsbehoefte. Enerzijds ontvangt de gemeente Zoetermeer voor 2023 en 2024 weer een rentevergoeding op de tijdelijke middelen die zijn uitgezet bij de schatkist, anderzijds schuift de financieringsbehoefte op in de tijd waardoor reeds geraamde rentelasten deels kunnen vrijvallen. Zie voor het totaaloverzicht bijlage 4. Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (regel 8) Uit de analyse van de jaarrekening 2022 en het Eerste tussenbericht 2023 komen afwijkingen in de uitvoering van de begroting naar voren. Deze afwijkingen hebben deels een meerjarig karakter. In de toelichtingen per programma zijn de verschillen op postniveau toegelicht. Een totaaloverzicht van posten is opgenomen in bijlage 4.

Dekkingsplan Nieuw beleid en dekkingsplan (regel 9-11) Uit de tabel 3.1 Financieel perspectief op hoofdlijn komt naar voren dat de begroting in 2024 structureel en reëel sluitend is. Voor de jaren 2024 en 2025 doet het college voorstellen voor een bedrag van jaarlijks € ruim 4 mln. aan structureel nieuw beleid en daarnaast stelt het college voor om in totaal € 12 min. (in 2024 € 6,5 mln. en 2025 € 5,5 mln.) te investeren in incidenteel nieuw beleid, waarvoor een deel van het positief resultaat uit de jaarrekening 2022 wordt aangewend (zie bijlage 4). Een uitgangspunt van het begrotingsbeleid is: 'oud voor nieuw', en dat houdt in dat nieuw beleid in eerste instantie financieel wordt opgevangen door het schrappen/minderen van bestaand beleid. Toepassing van dit uitgangspunt heeft als dekking voor de voorstellen van structureel nieuw beleid voor 2024 een bedrag van € 1,4 mln. opgeleverd. Een overzicht van deze dekkingsvoorstellen is in bijlage 4 vermeld. Daarnaast is voor diverse onderwerpen terughoudend omgegaan met de financiële vertaling richting 2026 en verder, ondanks dat het wenselijk wordt geacht deze middelen structureel beschikbaar te stellen. Het college kiest ervoor het tekort vanaf 2026 niet verder te laten oplopen door nieuw beleid. In bijlage 4 is opgenomen welke posten dit betreft.

Ravijn vanaf 2026 – landelijke ontwikkelingen Vanaf 2026 loopt het begrotingstekort op van € 16 mln. naar € 23 mln. in 2027. Het tekort vanaf 2026 wordt vooral veroorzaakt door de terugval in de algemene uitkering. De forse terugval in algemene uitkering (eerder aangeduid als ‘het ravijn’) speelt in alle gemeenten. Voor het jaar 2026 heeft het rijk bij de Septembercirculaire 2022 een eenmalige uitkering van € 1 miljard toegekend om een deel van het 'ravijn' te dempen. Onlangs is de Voorjaarsnota 2023 van het rijk gepubliceerd. Hierin is reeds bekend gemaakt dat de eenmalige uitkering van € 1 miljard in 2026, vanaf 2027 structureel wordt. Daarnaast is door het rijk besloten dat de trap-op-trap-af-systematiek wordt vervangen door de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP). De verwachting is dat dit bedrag onvoldoende is om het financiële ravijn te dichten. Daarnaast is recent een principe-akkoord gesloten tussen het rijk en de VNG over de Hervormingsagenda Jeugd. Hiervoor wordt de eerder ingeboekte bezuiniging op Jeugd voor de jaren 2024 en 2025 bevroren.

12

Tot slot geldt, dat de herijking van het gemeentefonds is ingegaan op 1 januari 2023. De gemeente Zoetermeer ontvangt t/m 2025 een suppletie-uitkering om het nadelige effect af te toppen tot maximaal € 22,50 per inwoner. Op dit moment wordt de herijking door middel van verschillende onderzoeken door het Ministerie van BZK samen met de ROB en VNG tegen het licht gehouden, waarbij de gemeente Zoetermeer vertegenwoordigd is in de klankbordgroepen. Het is de bedoeling dat deze onderzoeken uiterlijk 2025 zijn afgerond, hetgeen kan leiden tot een aangepaste verdeling per 1 januari 2026. Kortom, er is veel duidelijk voor de korte termijn, maar weinig voor de periode vanaf 2026. Indien de huidige suppletie-uitkering volledig vervalt, levert dit voor de gemeente Zoetermeer vanaf 2026 een aanvullend structureel nadeel van ruim € 10 mln. op. In de Meicirculaire 2023 worden deze onderwerpen nader uitgewerkt door het rijk. Dan worden de consequenties voor gemeenten (en dus voor Zoetermeer) duidelijker. Hierover wordt de raad via een afzonderlijk memo geïnformeerd. Ravijn vanaf 2026 – onderzoek naar lokale oplossingen Omdat het een reëel risico is dat de begroting vanaf 2026 niet meer sluitend is, worden de komende periode oplossingsrichtingen onderzocht.

Hierbij wordt onder andere gedacht aan een heroverweging van subsidies waarvan de doelmatigheid en/of doeltreffendheid onvoldoende kan worden aangetoond. Ook zal kritisch worden gekeken naar de gemeentelijke beleidscapaciteit op verschillende terreinen. Ook zal worden bezien in hoeverre het mogelijk is om te sturen op (extra) matching in de arbeidsmarkt Zuid Holland Centraal, zodat de kosten van de bijstandsuitkeringen minimaal weer gelijke tred houden met de ontwikkeling van de rijksvergoeding (BUIG). De uitkomsten van het onderzoek worden in het voorjaar van 2024 bij de Perspectiefnota 2025 gepresenteerd. Het college stelt in afwachting van de nadere duiding van (structurele) rijksvergoedingen in deze perspectiefnota nog geen aanvullend dekkingsplan op voor 2026 en verder, zodat op dit moment nog geen sprake is van een voorstel voor een sluitende begroting voor de jaren 2026 en verder. Duiding begrotingstekort in relatie tot provinciaal toezicht Onderstaande tabel geeft het begrotingssaldo met een onderscheid in incidenteel en structureel. Dit onderscheid is van belang in kader van het provinciaal begrotingstoezicht.

In de beoordeling van de provincie is de meerjarenraming 2025-2027 alleen van belang, indien het eerste jaar van de begroting – dus 2024 – niet structureel en reëel in evenwicht is. Dat betekent dat als de structurele lasten in 2024 lager zijn dan de structurele baten, de meerjarenraming niet in de beoordeling wordt meegenomen. De provincie kijkt wel met een schuin oog naar de meerjarenraming en maakt er mogelijk ook een opmerking over, maar het is geen reden om de gemeenten een andere vorm dan repressief toezicht te verlenen. Indien het jaar 2024 niet structureel en reëel in evenwicht, ontstaat een andere situatie en dringt de provincie bij de raad eerder aan om tot maatregelen te komen die leiden tot een sluitende begroting. 13

Gegeven de situatie dat het gepresenteerde positieve begrotingssaldo 2024 – ook in termen van de provincie – bestaat uit een positief saldo tussen structurele baten en lasten van € 1,262 mln. is er vanuit provinciaal toezicht geen reden tot opmerkingen. Vanzelfsprekend werkt iedere euro structureel nieuw beleid wel door naar een groter begrotingstekort vanaf 2026. Voor dat begrotingstekort moet in de loop van deze collegeperiode een oplossing worden gevonden. Op basis van de huidige verwachtingen met betrekking tot het financiële ravijn vanaf 2026 zal het noodzakelijk zijn om hiervoor de komende periode maatregelen voor te bereiden, zodat tijdig keuzes kunnen worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

Ontwikkelingen reserves Reserve Investeringsfonds 2030 Onderstaande tabel presenteert de stand en het verwachte verloop van de Reserve Investeringsfonds 2030 (Rif). Deze reserve speelt een belangrijke rol in de dekking van kosten verbonden aan de woningbouwprojecten in de stad (voorheen Schaalsprong).

14

De Rif toont op eindbasis (2030) nog een bestedingsruimte van € 25,6 mln. Als rekening wordt gehouden met de nog te realiseren winstafdrachten uit grondexploitaties en de deelneming Hoefweg is de bestedingsruimte € 38,7 mln. Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste posten in de tabel. A vermeldt de beginstand van het lopend jaar inclusief de gevolgen van de winstafdracht uit grondexploitaties uit de jaarrekening 2022. Onder A1 zijn de financiële gevolgen van raadsbesluiten met een beroep op de Rif opgenomen. A2.a geeft de reserveringen voor de schaalsprong in de Rif uit eerdere raadsbesluiten weer en A2.b reserveringen voor strategische aankopen voor grondzaken. B presenteert de begrotingsvoorstellen in voorbereiding. 15

De raad heeft eerder besloten dat maximaal 50% van positieve rekeningsresultaten kan worden gestort in de Rif. Het rekeningsresulaat van 2022 is € 30,2 mln. Via het resultaatbestemmingsvoorstel wordt € 10,4 mln. aan budgetten overgeheveld/bestemd naar 2023 en verder. Van het restant rekeningresultaat van € 19,9 mln. wordt voorgesteld een bedrag van 12,0 mln. in te zetten voor het incidenteel nieuw beleid en het resterende bedrag van € 7,8 mln. toe te voegen aan de reserve investeringsfonds. B1 bevat de voorstellen tot herfasering van eerder beschikbaar gestelde budgetten uit 2022 naar 2023. Deze worden in het resultaatbestemmingsvoorstel in bijlage 3 toegelicht. Onder B2 staan de voorstellen uit deze perspectiefnota. Dakenprogramma De raad is per memo in maart jl. geïnformeerd over het dakenprogramma. De gemeente wil als kwartiermaker het gebruik van daken aanjagen en zelf het goede voorbeeld geven. Het budget wordt gebruikt als proces- en stimuleringsgeld voor het Zoetermeers Dakenteam. In programma 7 is een uitgebreide toelichting opgenomen. Gebiedsontwikkeling Dutch Innovation Park Het gebiedsprogramma Dutch Innovation Park is een meerjarig programma. Elke twee jaar wordt opnieuw budget gevraagd om aan de basis van de gebiedsontwikkeling te kunnen blijven werken.

Met deze basismiddelen wordt gewerkt aan de campusontwikkeling op het Dutch Innovation Park via vier pijlers (sterk economisch vestigingsklimaat, bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en onderwijs). Met het beschikbaar stellen van dit budget wordt de inzet van het programmateam veiliggesteld. Daaronder vallen actieve wervingsactiviteiten en communicatie rond alle ontwikkelingen op het park en het relatiemanagement met investeerders, huurders en andere belanghebbenden. Daarnaast wordt dit budget ook opgevoerd als co-financieringsmogelijkheid bij verschillende subsidietrajecten. Het budget dient ook als impulsbudget om zaken te versnellen en/of om kansen op mogelijke subsidies te vergroten. Op basis van de looptijden van de samenwerkingsovereenkomsten en huurovereenkomsten van de stakeholders is het wenselijk om ook voor 2024-2026 deze budgetten te reserveren. De uitvoering en de programmasturing en coördinatie van het gebiedsprogramma Dutch Innovation Park brengen kosten met zich mee. Daarnaast is er budget nodig dat kan dienen als cofinanciering. Voor de programmasturing en cofinanciering is voor de jaren 2024 t/m 2026 € 205.000 benodigd. Gebiedsontwikkeling Binnenstad De raad heeft op 21 september 2020 de Visie Binnenstad 2040 vastgesteld.

Op basis van de visie is vervolgens een uitvoeringsstrategie programma Binnenstad 2022-2023 uitgewerkt en is op 31 januari 2022 door de raad budget beschikbaar gesteld om een uitvoeringsprogramma en een (integrale) businesscase voor de Binnenstad op te stellen. Op basis van de nu geldende uitgangspunten van de gebiedsontwikkeling is een concept gebiedsbusinesscase opgesteld. Dit concept laat een totale (publieke) onrendabele top zien voor de Binnenstad. De gebiedsbusinesscase bestaat uit verschillende onderdelen en wordt gefaseerd tot 2040 uitgevoerd. Om de businesscase sluitend te krijgen is subsidie aangevraagd (woningbouwimpuls, 5e tranche) en is subsidie verkregen (mobiliteitsfonds). De Binnenstad is om de beheersbaarheid te vergroten opgesplitst in 9 afzonderlijke deelgebieden waar ca. 2.800 woningen worden gerealiseerd. Voor elk deelgebied wordt afzonderlijke besluitvorming aan de raad gevraagd. De gebiedsbusinesscase voor het programma Binnenstad wordt voor de zomer 2023 aan de raad gepresenteerd. Uit de eerste (concept)berekeningen blijkt dat door het ambitieniveau niet elke in te stellen grondexploitatie (en faciliterend grondbedrijf project) kostendekkend is. Hoewel er nog verschillende mogelijkheden zijn om de businesscase aan te passen, wordt in deze perspectiefnota al een eerste voorzet 16

gedaan op dekking vanuit de Rif voor de te vormen grondexploitaties en nadelige faciliterende projecten in de Binnenstad van ca. € 15,8 mln. Dit is een saldo van verlieslatende - en winstgevende exploitaties. Het voorstel is om dit bedrag te reserveren. In de businesscase wordt de omvang en de fasering over de verschillende jaren aangegeven. De aanwending vindt per deelgebied met een afzonderlijk raadsbesluit plaats. Voortzetting onderdelen Strategische agenda/Schaalsprong In de Programmabegroting 2022-2025 is aangegeven dat programma Schaalsprong inhoudelijk opgaat in de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Op grond van eerdere besluitvorming in het kader van de Schaalsprong, is er in de Rif voor de uitvoering budget gereserveerd tot en met 2025. Het is gezien de opgave waar de gemeente voor staat wenselijk dat deze activiteiten doorgaan. De kosten voor 2024 en 2025 bestaan uit de voortzetting van het project Schaalsprong Openbaar Vervoer van € 120.000. Vanaf 2026 tot met 2030 zijn de activiteiten als volgt onderverdeeld en bedragen de kosten € 960.000:

Het voorstel is om de reserveringen door te trekken naar 2030. De gereserveerde bedragen worden met een raadsvoorstel voorgelegd. Stationsgebied Entree Door de werkzaamheden aan de Mandelabrug zijn de opdrachten voor de realisatie van het Stationsgebouw Entree stil gelegd. Dit leidt tot extra herstartkosten. Daarnaast heeft het college opdracht gegeven de stationsontwikkeling te versnellen. De meerkosten van het stilleggen, opnieuw opstarten en de versnelling bedragen € 200.000. Onder C zijn de verwachte winstafdrachten van de grondexploitaties opgenomen.

Fonds Zoetermeer 2040 Onderstaande tabel toont de standen het verloop van de Reserve Fonds Zoetermeer 2040.

17

Deze reserve is in 2021 gevormd uit de verkoopopbrengsten van de aandelen Eneco. Onder 1 is de stand per 1 januari 2023 weergegeven. Onder 2 staan de eerder genomen raadsbesluiten waaronder de voorstellen uit het coalitieakkoord voor handhaving, wijkontwikkeling en impuls openbare ruimte. De in 2022 beschikbaar gestelde middelen zijn niet volledig uitgegeven. Daarvan wordt voorgesteld deze te herfaseren naar volgende jaren. Ze staan onder punt 3 en maken onderdeel uit van het resultaatbestemmingsvoorstel in bijlage 3. Gebiedsontwikkeling Meerzicht De wijkverkenning uit 2019 toont aan dat een toekomstbestendig Meerzicht vraag om ingrepen op verschillende domeinen die elkaar versterken. In december 2022 is voor het gebiedsprogramma Meerzicht budget beschikbaar gesteld voor 2023 en 2024. Voor twee onderdelen is een aanvulling nodig: - Hart van Meerzicht - Participatie inwoners In programma 7 wordt dit nader toegelicht. Strategische Agenda Zoetermeer 2040 Het kernteam Zoetermeer 2040 zorgt voor een goede voorbereiding van alle besluitvorming, verankering van de besluiten in de organisatie en bewaakt de uitvoering van de Omgevingsvisie en de Strategische Agenda. Het team is in 2022 gestart en draagt actief zorg voor het in lijn brengen van beleid, investeringsvoorstellen, programma’s en projecten met de doelen en uitgangspunten van de Omgevingsvisie.

Om dit de komende vier jaar te blijven doen is een voldoende toegerust kernteam noodzakelijk. Het team verzorgt de coördinatie van de Strategische Agenda en biedt hulp om uitvoering te geven aan de Omgevingsvisie. Daarnaast borgt het team de in- en externe communicatie over de visie. Onderdeel van deze aanpak is een verder vervolg geven aan de 1e Strategische Agenda. Hieronder vallen ook het actualiseren van de Staat van Zoetermeer en het doorlichten en actualiseren van beleid, programma’s en projecten. 18

Voor het kernteam is een bedrag van € 480.000 nodig en voor onderzoeksbudget € 112.500. Het voorstel is om dit te dekken vanuit de reserve fonds Zoetermeer 2040.

Reserve vrij inzetbaar Onderstaande tabel geeft de stand en het verloop van de Reserve vrij inzetbaar weer.

De reserve vormt de weerstandscapaciteit van de gemeente. De reserve moet de ruimte hebben om de financiële gevolgen van eventuele tijdelijke financiële tegenvallers en risico’s op te vangen. In de stand van de reserves is rekening gehouden met: 19

-

rekeningresultaat van 2022; resultaatbestemmingsvoorstel 2022 (zie tabel punt B2); verwachte begrotingsresultaten 2023 en 2024 (zie tabel punten B3 en B4).

De reserve vrij inzetbaar moet dekking bieden voor: - het verwachte (negatieve of positieve) rekeningresultaat van het lopende begrotingsjaar 2023 (inclusief voorstellen Perspectiefnota/Eerste Tussenbericht) en - de financiële risico’s bestaande uit: • de financiële vertaling van de benoemde risico’s zoals opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen in de Jaarrekening 2022 en • 4% van het begrotingstotaal (exclusief grondexploitaties) voor eventueel niet onderkende risico’s. Rekeningresultaat 2022 Het rekeningresultaat 2022 is € 30,262 mln. positief. Dat is veel beter dan eerder verwacht. In plaats van een aanwending van de Reserve vrij inzetbaar voor een tekort, vindt met het vaststellen van resultaat een storting plaats. Budgetoverhevelingen en resultaatbestemming In het resultaatbestemmingsvoorstel wordt voor € 10,4 mln. aan budgetten overgeheveld/bestemd naar 2023 en verder. Dit betreft activiteiten die in 2022 niet zijn/konden worden uitgevoerd, maar die wel noodzakelijk zijn. Zie bijlage 3 voor een globale toelichting. Van het restant rekeningresultaat van € 19,9 mln. wordt voorgesteld een bedrag van 12,0 mln. in te zetten voor het incidenteel nieuw beleid in deze perspectiefnota in de jaren 2024/2025 (B4a) en van het resterende bedrag van 7,8 miljoen wordt voorgesteld om dit toe te voegen aan de reserve investeringsfonds (B2c).

Begrotingssaldo 2022 en 2023 De verwachte uitkomst van het financieel perspectief 2023 vanuit het Eerste Tussenbericht (TB1) van € 0,296 mln. negatief is zichtbaar onder post B3b. Uit de Perspectiefnota 2024 blijkt dat voor het jaar 2023 een klein tekort wordt verwacht. Het positieve saldo 2024 van € 0,085 mln. is herkenbaar opgenomen onder post B4b. Gevolgen COVID-19 Post B1c bevat € 2,544 mln. als reservering voor de onvermijdelijke kosten van COVID-19. Het bedrag was eerder geraamd in 2021 en 2022. Deze post is ook in 2022 niet aangesproken en derhalve wordt voorgesteld de reservering in 2023 te laten vervallen (B3a). Vrij inzetbaar en weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s is € 17,076 mln. Deze bestaat voor € 0,55 mln. uit de berekende risico’s op grond van de stand van de zaken in de jaarrekening 2022 (paragraaf weerstandsvermogen) aangevuld met 4% van het begrotingstotaal (exclusief grondexploitaties) voor de niet bekende risico's. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt aangeduid als het weerstandsvermogen: de mogelijkheid om weerstand te bieden. De norm voor het weerstandsvermogen is 1. Bij de jaarrekening 2022 was deze ratio 3,2. Rekening houdend met de in 20

deze perspectiefnota gepresenteerde cijfers is de ratio (het weerstandsvermogen) 2,11. Dit betekent een overschot van bijna € 14 mln. Deze hoge uitkomst biedt feitelijk de mogelijkheid om een deel van de reserve vrij inzetbaar een andere bestemming te geven. Gelet op de grote onzekerheid over de financiële situatie na 2026 wordt voorgesteld deze ruimte in de Reserve vrij inzetbaar beschikbaar te houden en niet anders te bestemmen.

21

Toelichting per programma

22

Programma 1. Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie

23

Beleidswijzigingen Verhogen organisatiegraad winkelcentra In de programmabegroting is via het coalitieakkoord budget opgenomen om de openbare ruimte voor verouderde bedrijventerreinen en de winkelcentra Seghwaert, De Leyens, Leidsewallen en Buytenwegh een impuls te geven. Dit budget is onvoldoende om alle werklocaties aan te pakken waardoor er geen optimalisering kan plaatsvinden in al de gewenste aanpassingen. Om te voorkomen dat er geïnvesteerd wordt in de buitenruimte door de gemeente, maar niet in de overige zaken die nodig zijn om winkelcentra te vernieuwen, is het nodig om na te gaan bij welke winkelcentra (gebruikers en vastgoedeigenaren) interesse is in een gezamenlijke aanpak. Met een gezamenlijke aanpak kunnen voorstellen worden gedaan en uitgewerkt. De uitdaging is vooral alle partijen aan tafel te krijgen en het gesprek aan te gaan. Wanneer dit succes is, kan er een samenwerkingsovereenkomst tot stand komen met de winkelcentra. Met deze winkelcentra is het de bedoeling om te komen tot uitvoeringsplannen en investeringsvoorstellen om de kwaliteit en toekomstbestendigheid met elkaar vorm te geven en te verbeteren.

Bereikbaarheid Dutch Innovation Park Gedurende de looptijd van de uitvoeringsagenda, ondertekend door de onderwijspartners HHS en MBO Rijnland, de Dutch Innovation Community en de gemeente Zoetermeer (2022-2025) wordt het onderwijs in de Dutch Innovation Factory in Zoetermeer aangeboden. Het gaat om het waarborgen van de bereikbaarheid, wat van belang is voor de onderwijspartners die zich hebben gevestigd in Zoetermeer, als wel voor de bedrijven in de Dutch Innovation Factory. Voor het studiejaar 2022-2023 is er een subsidie afgegeven vanuit het gebiedsprogramma van het Dutch Innovation Park voor de opzet van de pilot vanuit de gemeente Zoetermeer. Ditzelfde bedrag is ingelegd door de MRDH, waarmee gratis deelfietsen van en naar de Dutch Innovation Factory vanaf verschillende stations zijn gedekt. Op dit moment, anno maart 2023, wordt er een evaluatie uitgevoerd door I&O Research over de gebruikerservaringen en betalingsbereidheid van de zowel gebruikers als niet gebruikers van de deelfiets. Verwachting is dat de evaluatie in week 22 afgerond is. De signalen tot nu toe zijn positief en het gebruik is relatief groot. Om in het nieuwe schooljaar 2023-2024 alweer te voorzien in de oplossing van deelmobiliteit voor de bereikbaarheid van de Dutch Innovation Factory, is het van groot belang om hier alvast op voor te sorteren.

Er is nog geen zicht op een structurele oplossing voor studenten, bijvoorbeeld via het studentenreisproduct. We willen de bereikbaarheid voor studenten en werknemers borgen, door de deelfiets als ketenmobiliteit aan te bieden in de vorm van maatwerk. Versterking preventie en vroegsignalering Schuldhulpverlening De hogere inzet bij preventie en vroegsignalering vereist structureel extra capaciteit als gevolg van de in 2021 gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Hierdoor zijn gemeenten verplicht om in een vroeg stadium op alle signalen van woningcorporaties, zorgverzekeraars en nutsbedrijven in te gaan (vanaf 2023 extra rijksmiddelen voor intensivering vroegsignalering schulden). De gemeentelijke regie op vroegsignalering breidt verder uit. De aanpak van signalen en de doelgroep vraagt daarom betere vroegsignalering. De ervaringen van de afgelopen 2 jaar laten zien dat we maar een klein gedeelte van de stad met veelzijdige preventieactiviteiten bereiken, omdat we niet meer capaciteit hadden. Het is essentieel dat we de hele stad adequaat bereiken en daarvoor is uitbreiding van capaciteit met 4 fte preventiemedewerker en campagnebudget á € 50.000 noodzakelijk. Zoetermeer 2040 en gebiedsontwikkelingen De principes van Zoetermeer 2040, sturen op samenhang, diversiteit en kwaliteit en bundeling van krachten, komen niet vanzelf tot uitwerking.

Er moet nieuwe expertise en werkprocessen worden ontwikkeld om de samenhang en bundeling tussen het fysiek en sociaal domein tot stand te brengen, op allerlei 24

onderwerpen. Binnen het sociaal domein geldt dat specifiek voor de onderwerpen wonen-zorg, openbare ruimte en maatschappelijke voorzieningen. Daarmee kunnen we tegelijk uitvoering geven aan de doelstellingen uit het coalitieakkoord die gaan over deze onderwerpen. Natuurlijk zijn we hier al mee aan de slag, maar we komen veel nieuwe vragen tegen die we moeten gaan beantwoorden. Daar is tijd voor nodig, die niet aan ander werk kan worden besteed. Daarom is in de jaren 2024 en 2025 extra inzet nodig. Als we de vragen hebben beantwoord, kan sturen op samenhang en bundeling tussen het sociale en fysieke domein met ingang van 2026 onderdeel uitmaken van de standaard werkwijzen en is extra inzet niet langer nodig. Regionaal Werk Centrum en regierol centrumgemeente Zoetermeer Het Kabinet heeft plannen gepresenteerd om de infrastructuur van de arbeidsmarkt te hervormen. De arbeidsmarktregio’s hebben als ontwikkelopdracht om per regio een Regionaal Werk Centrum (RWC) in te richten waar de dienstverlening aan werkgevers, werknemers en werkzoekenden integraal wordt aangeboden. Zoetermeer is centrumgemeente van de arbeidsmarkregio Zuid Holland Centraal en wil graag op korte termijn starten met de voorbereidingen om te komen tot een RWC.

Gevraagd wordt om incidentele middelen voor de vorming van een RWC, de opbouw van een nieuw huisvestings- en dienstverleningsconcept in Zoetermeer als centrumgemeente, voorbereidingen te treffen en beleidscapaciteit voor afstemming met de regiopartners en UWV. Vanaf 2024 worden er naar verwachting structurele middelen ter beschikking gesteld door het rijk t.b.v. de vorming van een RWC. In 2023 zijn de voorbereidingen voor het regionaal werkcentrum gestart. Het college heeft de ambitie om het regionaal werkcentrum in 2024 te laten starten. Verhoging vermogensnorm kwijtschelding De regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden biedt de gemeente de mogelijkheid de vermogensnorm bij kwijtschelding te verhogen. Voor belastingjaar 2023 is aan de raad voorgesteld om (raadsvoorstel 2022-100087 Kwijtscheldingsverordening belastingen 2023) de vermogensnorm maximaal te verhogen met: - gehuwden/samenwonende: € 2.000; - alleenstaande ouders: € 1.800; - alleenstaande: € 1.500. Gezien de huidige situatie van energiecrisis en toenemende armoede is het wenselijk deze maatregel ook in 2024 in te zetten.

Financiën

Bedragen x €1.000 TB1

MJB 2024 - 2027

Doorkijk MJB

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

-170

-170

-170

-170

-170

-170

-170

1 Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Reclame-inkomsten

25

Personeelslasten Inkomen en Zekerheid

-340

Kwaliteitsmedewerker schuldhulpverlening (zie ook overhead)

-46

-91

-91

-100

-100

-100

-100

-100

-100

-95

-90

-90

-90

-90

-90

-50

-50

-50

-50

-50

-50

-65

-65

-65

-65

-65

-996

-721

-566

-475

-475

-475

-410

-19

-38

-38

Bijstandsuitkeringen (BUIG) - lasten - baten

3.600 -6.860

3.600 -6.860

4.300 -6.860

4.800 -6.860

5.300 -6.860

5.800 -6.860

5.800 -6.860

Saldo

-3.279

-3.298

-2.598

-2.060

-1.560

-1.060

-1.060

Beleidsadviseur bestaanszekerheid en armoede (zie ook overhead) Aanpassing hoogte geoormerkte rijksvergoedingen 2023 OKE- regeling en regeling WEB - Uitgaven 2023 OKE-regeling en regeling WEB Vooruitontvangen rijksbijdragen 2023 - Uitgaven 2023 Onderwijs Gevolgen van de verhoogde asielinstroom voor uitvoering Wet Inburgering - rijksbijdrage, zie OAD (septembercirculaire 2022)

682 -682 2.363 -2.363 -200

SaaS transitie ICT systemen Sociaal Domein Zoetermeerpas: - projectkosten - aanpassing ICT

-160 -80

Tijdelijke noodlokalen basisonderwijs Saldo

-150

2 Onvermijdelijke ontwikkelingen Suwinet voor schuldhulpverlening (zie ook overhead)

26

3 Beleidswijzigingen Verhogen organisatiegraad winkelcentra

-50

-50

Bereikbaarheid Dutch Innovation Park

-25

-50

-50

Versterking preventie en vroegsignalering schuldhulpverlening (zie ook overhead) - rijksbijdrage, zie OAD

-189

-311

-246

-213

-213

Zoetermeer 2040 en gebiedsontwikkelingen (zie ook overhead) Regionaal Werkcentrum en regierol centrumgemeente Zoetermeer

TOTAAL SALDO PROGRAMMA

-246

-246

-246

-50

Verhogen vermogensnorm kwijtschelding - dekking vanuit riool- en afvalstoffenheffing Saldo

-246

-225 180 -264

-669

-641

-246

-246

-246

-246

-4.539

-4.688

-3.723

-2.781

-2.281

-1.781

-1.716

Toelichting financiën Financiële ontwikkelingen bestaand beleid (leereffecten jaarrekening en TB1) Reclame-inkomsten De gemeente kent verschillende soorten inkomsten vanuit reclame. Dit betreft reclame aan afzonderlijke masten, lichtbakken aan lantaarnpalen, reclameframes, reclamevitrines, billboards en driehoeksborden. In de programmabegroting is daarvoor jaarlijks een opbrengst opgenomen van circa € 595.000. In 2022 is een aanbestedingstraject geweest, waarbij partijen is gevraagd te bieden op de mogelijkheid om reclame aan te brengen in de openbare ruimte. De partij met het meest voordelige aanbod heeft minder geboden dan in de begroting was opgenomen. In vorige perspectiefnota's is dit risico ook aangegeven. Hierbij speelt de trend mee dat deze wijze van reclamevoeren in toenemende mate als verouderd wordt gezien. Voor 2023 en verder is het nadeel € 170.000 per jaar. Personeelslasten Inkomen en Zekerheid De eindejaarsprognose van de personeelslasten voor Inkomen & Zekerheid toont een overschrijding van € 340.000. De oorzaak van deze meerkosten ligt bij (1) vervanging van meerdere langdurig zieke medewerkers. Ten tweede leidt de huidige arbeidsmarkt tot een groot verloop: in 2022 liepen op de afdeling Inkomen & Zekerheid 80 sollicitatieprocedures, waardoor de overdracht aan en het inwerken van nieuw geworven medewerkers ongebruikelijk veel tijd kost.

De overdracht en het inwerken hebben geleid tot extra kosten, omdat de inhuur verlengd moest worden terwijl de nieuwe medewerkers al gestart waren. Ten derde leidt het deelnemen aan projecten en doorontwikkeling van de samenwerking met de Binnenbaan tot hogere kosten. In 2023 wordt er nader onderzocht 27

of de verhouding tussen de workload en de formatie nog in balans is met de reguliere begroting. Dit kan mogelijk leiden tot een voorstel tot een structurele aanpassing van de formatie in 2024. Kwaliteitsmedewerker schuldhulpverlening Voor schuldhulpverlening is vanwege de grootte van de groep aan consulenten en de toename van de reguliere werkzaamheden door de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, en het verbeteren en in stand houden van de kwaliteit van dienstverlening 1 extra fte kwaliteitsmedewerker schuldhulpverlening vereist. Deze formatie is structureel maar wordt vooralsnog incidenteel opgevoerd. Kosten bedragen 1 fte, € 90.775. Beleidsadviseur bestaanszekerheid en armoede De huidige capaciteit op de opgave herstel bestaanszekerheid en meer concreet (energie)armoede, inkomensvoorzieningen en schuldhulpverlening is ontoereikend. Vraagstukken op dit terrein hebben steeds meer aandacht gekregen. Afgelopen jaar heeft met dekking vanuit Coronamiddelen een junior beleidsmedewerker tijdelijk ondersteuning geboden. Dit bleek niet voldoende capaciteit in kwaliteit en kwantiteit. De werkzaamheden van een beleidsadviseur bestaanszekerheid en armoede bestaan uit: - acties n.a.v.

energiearmoede en inflatie, herijking ZoetermeerPas, aanpassing Bijzondere bijstand, energietoeslag/nieuwe beleidsregels; - beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, Ioaw, Ioaz; - beleidsregels uit 2017 in lijn brengen met de actuele beleids- en uitvoeringspraktijk; - herijking budgetbeheer: onderzoeken meerwaarde van uitvoering in eigen beheer (in relatie tot aanpak multi-probleem gezinnen). Het voorstel is het aanstellen van een beleidsadviseur bestaanszekerheid en armoede voor 1 fte, € 100.000 exclusief overhead. Aanpassen hoogte geoormerkte rijksvergoedingen WEB en OKE- regelingen De rijksvergoedingen voor de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) en de Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE)-regelingen vallen respectievelijk € 272.000 en € 410.000 hoger uit dan opgenomen in de begroting 2023. Het zijn geoormerkte rijksvergoedingen en dat betekent dat de bedragen uitgegeven moeten worden aan het doel waarvoor ze beschikbaar gesteld worden. De WEB-middelen worden ingezet om iedere volwassen inwoner te kunnen laten beschikken over voldoende basisvaardigheden op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden, zodat ze zelfstandig en actief deel kunnen nemen aan onze samenleving. De acties staan o.a. in de notitie Aanpak laaggeletterdheid, Regioplan regio Zuid-Holland Centraal.

De aanpassing van de OKE-regeling heeft betrekking op het onderdeel Rijksbijdrage voor Onderwijsachterstanden. Deze middelen worden ingezet om onderwijsachterstanden bij kinderen in de leeftijd van 2 tot 12 jaar te verminderen en voorkomen, zodat zij zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen. Vooruitontvangen bedragen Onderwijs In de jaarrekening 2022 zijn voor een aantal onderwijsbestemmingen de niet bestede middelen voor de regelingen met een bestedingsverplichting (over meerdere jaren) op de balans (onderdeel vooruitontvangen bedragen) gezet. Deze middelen kunnen hierdoor alsnog in 2023 uitgegeven worden. Het betreft een deel van de middelen die we als gemeente dus in 2022 ontvangen hebben voor Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), RMC, Kwalificatieplicht, Aanval op Uitval, On Stage en Nationaal Programma Onderwijs (NPO). In totaliteit zijn zowel de baten als de lasten hierdoor in 2023 € 2.363.000 hoger. De middelen worden ingezet om te voorkomen dat kinderen/jongeren uitvallen in het onderwijs, hun startkwalificatie behalen en om achterstanden ontstaan door COVID-19 te beperken of weg te werken.

28

Gevolgen van de verhoogde asielinstroom voor uitvoering Wet Inburgering Het belang van goed inburgeren is inmiddels wel doordrongen. Inburgeren zorgt ervoor dat je de Nederlandse samenleving leert kennen en begrijpt. Wie goed Nederlands spreekt heeft betere toegang tot passend onderwijs, vindt makkelijker een baan en is beter in staat zijn eigen zaken te regelen. Inburgeren helpt om volwaardig mee te doen in de maatschappij en levert de maatschappij dus enorm veel op. Door de invoering van de Wet inburgering 2022 is de gemeente verantwoordelijk voor het aanbieden van een goed inburgeringstelsel. De wet verplicht inzet op de financiële en maatschappelijke zelfredzaamheid, de kosten die hiermee gepaard gaan zijn gedekt vanuit de middelen die meekomen met de uitvoering van deze wet. Door de verhoogde instroom van asielzoekers is er sinds begin 2023 extra inhuur noodzakelijk geweest om de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering mogelijk te maken. De kosten hiervan bedragen in 2023 minimaal € 200.000. De verwachting is dat deze inhuur ook in 2024 noodzakelijk is. In de septembercirculaire 2022 zijn aanvullende middelen toegekend voor de uitvoering van de nieuwe wet Inburgering. Deze zijn nodig door de verhoogde instroom van asielzoekers en de middelen zijn voorlopig toegekend voor 2023 en 2024.

SaaS transitie ICT systemen Sociaal Domein Centric is bezig om al hun diensten exclusief vanuit de cloud te leveren: Software as a Service (SaaS). Om gebruik te blijven maken van de applicatie Suite4SociaalDomein moeten we de transitie naar de cloud maken. Hiervoor krijgen we terug: een hoge betrouwbaarheid, een snelle applicatie, meer updates van de applicatie en blijven we voldoen aan veranderende wet- en regelgeving (deze moet Centric in de applicatie verwerken). De kosten zijn gebaseerd op de offerte van Centric. Zoetermeerpas projectkosten en aanpassing ICT De gemeente heeft een overeenkomst voor de digitalisering van de Zoetermeerpas. De aanbieder van de Zoetermeerpas heeft aangegeven niet voornemens te zijn het contract met de gemeente te verlengen. Op 1 januari 2024 moet er daarom een technisch alternatief zijn voor de huidige Zoetermeerpas. Het gaat vooralsnog om het vinden van een alternatief, dat zo goed als mogelijk de huidige eisen respecteert en tijdig (per 1 januari 2024) werkend is. Voor het tijdig afronden van dit vraagstuk wordt een projectmanager ingezet. Daarnaast is sprake van extra automatiseringskosten voor het inrichten van de nieuwe applicatie (incidenteel in 2023), voor het uitgeven van nieuwe pasjes met een pasfoto (incidenteel in 2023) en voor het beheer van de nieuwe applicatie (structureel vanaf 2024).

Structureel betekent de aanbesteding in ieder geval een extra beheerlast van € 50.000 per jaar vanaf 2024. Tijdelijke noodlokalen basisonderwijs Bij een school in het basisonderwijs, die niet in het Integraal Huisvestingsplan voor het (speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs is opgenomen, wordt voor de komende jaren een groei voorzien van het aantal kinderen. Hierdoor is de capaciteit van het schoolgebouw niet meer toereikend en moet extra onderwijsruimte in de nabijheid gevonden worden. Het plaatsen van noodlokalen is hierin een oplossing, totdat een definitieve huisvesting is gebouwd. De kosten voor de benodigde noodlokalen worden geraamd op € 65.000 per jaar voor de komende 4 tot 5 jaar.

Onvermijdelijke ontwikkelingen Suwinet voor schuldhulpverlening De gemeente heeft een nieuwe controletaak gekregen in de gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) om te komen tot het toegangsbesluit en het plan van aanpak schuldhulpverlening. Dit vraagt extra capaciteit van 0,4 fte, € 38.000 om informatie uit Suwinet te ontsluiten. Deze formatie is structureel nodig, maar wordt vooralsnog incidenteel opgevoerd. 29

Bijstandsuitkeringen (BUIG) De gebundelde uitkering Participatiewet, ook wel genoemd de BUIG, betreft zes uitkeringen. De uitkering Participatiewet (PW) bedoeld voor de financiering van de bijstandsuitkeringen is de voornaamste en beslaat ca 90% van de BUIG. Daarnaast zijn er in volgorde van omvang aflopend: • Loonkostensubsidies (LKS) • Inkomensondersteuning arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) • Inkomensondersteuning arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) • Besluit bijstandsverlening zelfstandigen levensonderhoud (Bbz) • Dak en thuislozen budget (gaat naar Den Haag die centrumgemeente is) Vanaf de tweede helft van 2021 ontwikkelden de lasten in Zoetermeer zich minder gunstig dan landelijk gemiddeld. In 2022 heeft deze trend zich voortgezet. Zoals in de jaarrekening 2022 is toegelicht, leidt dit tot een nadeel in 2022 van € 2,7 mln. De verwachting is dat deze trend zich nauwelijks herstelt in 2023. Het verwachte financieel effect daarvan bedraagt € 3,3 mln. nadelig. Het rijk maakt in september een voorlopig budget bekend en dat wordt eind mei/begin juni bijgesteld. Het is de verwachting dat het budget € 1,2 mln. lager uitkomt dan het kenbaar gemaakte voorlopige budget en daardoor het totale nadeel uitkomt op € 4,5 mln. nadelig. Voor de perspectiefnota gaan we vooralsnog uit van het voorlopige budget en dat leidt dus tot een nadeel van € 3,3 mln.

De budgetbijstelling (batenkant) wordt meegenomen in TB2 als duidelijk is wat de bijstelling van het rijksbudget precies is. Het nadeel werkt ook door in latere jaren en daarom is het voorstel een structureel verlies te verwerken. Het college is in gesprek met De Binnenbaan over maatregelen om de uitstroom uit de bijstand te verbeteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=f6e97d37-fafb-4cdd-8983-102da815ea81