CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - NIEUW Erfgoedverordening Zoetermeer 2022

Commissie Plenair 29 augustus 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Erfgoedverordening Zoetermeer 20221.850 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Erfgoedverordening Zoetermeer 2022 Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 38 van de Monumentenwet 1988; Intitulé Erfgoedverordening Zoetermeer 2022 Op … heeft de raad van de gemeente Zoetermeer besloten: 1. De Erfgoedverordening Zoetermeer 2022 (bijlagen 1 en 2) vast te stellen, waarin: a. verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn aangepast. b. begripsbepalingen en terminologie, waar nodig, zijn aangepast of aangevuld. c. de grondslagen zijn aangepast. d. archeologische monumentenzorg van rechtswege onderdeel is van het tijdelijke omgevingsplan. e. de stadsbouwmeester is gewijzigd in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 2. De Erfgoedverordening Zoetermeer 2010 in te trekken (bijlage 4). 3. Over dit besluit geen samenspraak (participatie1) toe te passen, omdat het een technische aanpassing betreft vanwege de inwerkingtreding van hogere regelgeving (artikel 2 lid 6 sub a Samenspraakverordening). De besluitpunten 1 en 2 treden tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. Het besluitpunt 3 treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan.

Erfgoedverordening Zoetermeer 2022 Hoofdstuk 1. Algemeen Artikel 1. Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; b. gemeentelijk erfgoedregister: een door het college bij te houden en door eenieder raad te plegen gemeentelijk erfgoedregister van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed en de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan een functie als cultureel erfgoed is toebedeeld. c. gemeentelijk beschermd monument: onroerende zaak als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; 1 Omdat in de Samenspraakverordening de term samenspraak wordt gebruikt, is in het dictum van

het besluit deze term opgenomen.

d. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet; e. gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 20, eerste lid; f. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer; g. omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of geen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.

Hoofdstuk 2. Aanwijzing gemeentelijke monumenten Artikel 2. [Vervallen]

Artikel 3. De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd monument

1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument of archeologisch monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2. Voordat het college een kerkelijk monument, dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. 3. De aanwijzing kan geen monument of archeologisch monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.

Artikel 4. Voorbescherming

Met ingang van de datum waarop alle zakelijk gerechtigden van een monument of archeologisch monument - die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet - de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10, 11 en 13 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5. Advies gemeentelijke adviescommissie en beslistermijn aanwijzingsbesluit

1. Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 3, eerste lid, advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 2. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, maar in ieder geval binnen twintig weken na de adviesaanvraag.

Artikel 6. Bekendmaking aanwijzingsbesluit

De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

Artikel 7. Registratie in het gemeentelijk erfgoedregister

1. Het college registreert het gemeentelijke monument in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

Artikel 8. Wijzigen van de aanwijzing

1. Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. 2. Artikel 3, tweede en derde lid, alsmede artikel 4, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. 4. De inhoud en de datum van de wijziging worden in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.

Artikel 9. Intrekken van de aanwijzing

1. Indien het college de aanwijzing intrekt, is artikel 5 van overeenkomstige toepassing. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet of als het gemeentelijk monument is aangewezen op grond van een monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland. 3. De intrekking wordt op in het gemeentelijk erfgoedregister geregistreerd.

Hoofdstuk 3. Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken Artikel 10. Instandhoudingbepaling

1. Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is. 2. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een gemeentelijk monument: a. af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

3. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 4. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, geen omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. 5. Het college kan aan een vergunning voorschriften verbinden in het belang van het monument, zoals het verrichten van bouwhistorisch of ander onderzoek.

Artikel 11. De schriftelijke aanvraag

Een schriftelijke aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in viervoud ingediend.

Artikel 12. [Vervallen]

Artikel 13. Weigeringsgronden

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.

Artikel 14. [Vervallen]

Hoofdstuk 4. Beschermde monumenten Artikel 15. [Vervallen]

Hoofdstuk 5. Instandhouding van archeologische terreinen Artikel 16. [Vervallen]

Artikel 17. [Vervallen]

Artikel 18. [Vervallen]

Artikel 19. [Vervallen]

Hoofdstuk 6. Beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezichten Artikel 20. De aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Het college kan een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.

2. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van een monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.

Artikel 21. Advies gemeentelijke adviescommissie en beslistermijn aanwijzingsbesluit

1. Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 20, eerste lid, advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 2. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies. 3. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit maar in ieder geval binnen vierentwintig weken na de adviesaanvraag.

Artikel 22. Registratie in het gemeentelijk erfgoedregister

1. Het college registreert het beschermde gemeentelijke stads- of dorpsgezicht in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermde stadsgezicht en een beschrijving in woord en beeld van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden.

Artikel 23. Wijzigen van de aanwijzing

1. Het college kan de aanwijzing al dan niet op verzoek van een belanghebbende wijzigen. 2. Artikel 20, tweede lid en artikel 21 zijn van overeenkomstige toepassing. 3. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van de artikelen 20 en 21 achterwege. 4. De inhoud en datum van de wijziging wordt in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.

Artikel 24. Intrekken van de aanwijzing 1. Het college kan de aanwijzing intrekken.

2. Artikel 21 is van overeenkomstige toepassing.

3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet. 4. De datum van intrekking wordt in het gemeentelijk erfgoedregister aangetekend.

Artikel 25. Wijziging omgevingsplan en advies Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 1. De gemeenteraad wijzigt, ter bescherming van een op grond van een artikel 20, eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.

2. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt door het college bepaald in hoeverre het tijdelijk omgevingsplan als beschermend in de zin van het eerste lid kan worden aangemerkt. 3. Alvorens het college de gemeenteraad ter zake een voorstel doet, wordt deCommissie Ruimtelijke Kwaliteit om advies gevraagd.

Hoofdstuk 7. Overige bepalingen Artikel 26. [Vervallen]

Artikel 27. Strafbepaling

Degene, die handelt in strijd met artikel 10, eerste of derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 28. Toezichthouders

1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de met opsporing c.q. toezicht belaste personen. 2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen Artikel 29. Intrekken oude regeling

De Erfgoedverordening Zoetermeer 2010 wordt ingetrokken per datum inwerkingtreding Erfgoedverordening Zoetermeer 2022.

Artikel 30. Overgangsrecht

1. De op grond van de Monumentenverordening 2001 en Erfgoedverordening Zoetermeer 2010 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, gemeentelijke stads- of dorpsgezichten en gemeentelijke archeologische monumenten worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

2. Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Erfgoedverordening Zoetermeer 2022 worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening Zoetermeer 2010.

Artikel 31. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking.

Artikel 32. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening Zoetermeer 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=8a9890fa-7fa0-4106-8bf9-ffcf27bb3b0b