CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Huisvestingsverordening Zoetermeer 2019 (huidige versie)

Raadsvergadering 7 november 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Technische wijziging van de Huisvestingsverordening Zoetermeer 201920.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

AANHEF

De raad van de gemeente Zoetermeerl

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wet*rouders van Zoetermeer d.d. zr rnei 2019;

de Gemeentewet en de Huisvestingswet zol^4i

BESLUIT

de volgende verordening vast te stellen:

Hoofdstuk r Algemene bepalingen

Artikel r: r Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: actiegebied:

burgemeester en wethouders BRP:

campuscontract CBS-code:

een gebied dat burgemeester en wethouders hebben aangewezen met het doel de daarin gelegen woonruimte vrij

van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van woonruimte kan plaatsvinden; burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer; de basisregistratie zoals bedoeld in artikel r.e van de Wet basisregistratie personen; huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel z74d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; de unieke code die door het Centraal Bureau voor de Statistiek is vastgesteld voor de gemeenten en de daarbinnen gelegen

wijken en buurten; DAEB-norm: doorstromer:

duurzaam gemeenschappelijke

huishouding:

economische binding:

eigenaar:

groot gezinnen:

gepubliceerd woningaanbod:

herstructureringskandidaat :

de inkomensgrens bedoeld in artikel 48. eerste lid. van de WoningweU een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd als huurder beschikt over een zelfstandige woonruimte binnen de regio en deze leeg achterlaat; een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen; binding aan de regio overeenkomstig artikel 14 van de Huisvestingswet zor4, waarbij de woningzoekende binnen of vanuit de regiogemeente werkt en daarmee in het levensonderhoud voorziet; diegene die bevoegd is tot het in gebruik geven van de woonruimte of het gebouw, alsmede de erfpachter, rrmchtgebruiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel ro6 van Boek S van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend; voor de toepassing bij ofhet krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan een duurzaam gemeenschappelijk huishouden met minimaal 4 kinderen.

het periodiek openbaar gemaalt aanbod van voor verhuur beschikbaar komende woonruimte, waarop elke woningzoekende op eigen initiatief kan reageren; een woningzoekende die op het moment van een aanwijzing van een actiegebied: a. ingeschreven staat in de basisregistratie personen (BRP) op het adres; en b. met toestemming van de eigenaar als huurder woonachtig is

in een in het betreffende actiegebied gelegen zelfstandige woonruimte;

huishoudinkomen

het adres waarop een persoon staat ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP) en daadwerkelijk het grootste deel van zijn tijd woonachtig is; een alleenstaande óf twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren; huishoudinkomen zoals bedoeld in artikel r, eerste lid. van de

huisvestingsvergunning

Woningwet; de vergunning zoals bedoeld in artikel 8. eerste lid. van de

hoofdverblijf:

huishouden:

:

huurder:

Huisvestingswet zo14; de huurder zoals bedoeld in artikel r. derde lid. van de

Woningwet;

huurprijs: huurprijsgrens:

de huurprijs zoals omschreven in artikel r, tweede lid, onder a van de Huisvestinsswet zora; de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel rg, eerste lid, onder a van de Wet op de Huurtoeslag:

ingezetene:

indicatie:

voor de toepassing bij of het krachtens deze verordening bepaalde wordt verstaan degene die volgens de inschrijving in de BRP woonachtig is in een gemeente in de regio en feitelijk diens hoofdverblijf heeft in een voor bewoning aangewezen

woonruimte; een door een onafhankelijke, ter zake deskundig persoon of orgaan opgesteld document waaruit de specifieke fysieke of andere beperking(en) van een woningzoekende blijkt en waarin staat, of op basis waarvan, kan worden bepaald hoe de huisvesting van de woningzoekende dient te worden afgestemd;

inschrijfduur:

de periode dat een woningzoekende aaneensluitend staat

ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3:3, eerste

lid; rnwomng: kamer: leegstand: maatschappelijke binding:

mantelzorg: mantelzorgrelatie: middeldure woonruimten:

het bewonen van een deel van een woonruimte die door een

ander huishouden als hoofdbewoner in gebruik is genomen; verblijfsruimte zoals bedoeld in artikel r.r Bouwbesluit zorz; leegstand zoals bedoeld in artikel t. eerste lid, aanhef en onder d van de Leegstandwet: binding aan de regio zoals bedoeld in artikel r4. derde lid. aanhef en onder b van de Huisvestingswet zora; zorg zoals omschreven in artikel r.r.r. eerste lid. van de Wet maatschappelijke ondersteuning zors ; de uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraak tussen de ontvanger en de verlener over de te verlenen mantelzorg; woonruimten met een aanvangshuurprijs boven de huurprijsgrens die tevens op grond van artikel s van Besluit huurprijzen woonruimte en artikel ro van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte tot en met r89 punten waard zijn; alsmede alle woonruimten met een aanvangshuurprijs boven de huurprijsgrens die minder of gelijk is aan de volgens

Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimten gestelde maximale huurprijs voor r89 punten; voor de puntenvaststelling van de gemeente wordt met het oog op efficiëntie en effectiviteit (mede) uitgegaan van gegevens van de woonruimten die de gemeente zelf heeft verkregen ten behoeve van het vaststellen van de waarde onroerende zaakbelasting;

ondersteuning:

noodzakelijke hulp die wordt geleverd in het kadervan het voeren van een zelfstandig huishouden; de waag naar ondersteuning in verband met een ernstige beperking in de zelfredzaamheid die het gevolg is van een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte of psychische problemen;

ondersteuningswaag:

onttrekkingsvergunning :

de vergunning als bedoeld in artikel zr van de Huisvestingswet

onzelfstandige woonruimte :

woonruimte die geen eigen toegang heeft en niet door een huishouden kan worden bewoond zonder wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; het woningmarktgebied bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, PijnackerNootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;

2014;

regro

register: register van standplaatszoekenden : SHH

het regionale register van woningzoekenden; gemeentelijk register van standplaatszoekenden;

splitsingsvergunning

de vergunning als bedoeld in artikel zz van de Huisvestingswet

de vereniging Samenwerkende Huurdersorganisaties

Haaglanden; :

20L4; standplaats:

een kavel, bestemd voor het plaatsen van eenwoonwagen,

woningcorporatie:

waarop voorzieningen aanwezig zijn, waardoor een woonwagen op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of de gemeente kan worden aangesloten; degene die in het register van standplaatszoekenden is ingeschreven; een woningzoekende die op de dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd niet als huurder over een zelfstandige woonruimte binnen de regio beschikt; de in artikel rz, vierde lid. van de Huisvestingswet bedoelde categorie vergunninghouders ; de vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden; de door burgemeester en wethouders ingestelde commissie die burgemeester en wethouders adviseert ter zake van de uitvoering van artikel 4:r; een besluit dat een woningzoekende indeelt in een urgentiecategorie zoals bedoeld in artikel rz van de Huisvestingswet zora; de voor de gemeente geldende taakstelling op grond van artikel z8 van de Huisvestingswet. een toegelaten instelling zoals omschreven in artikel rq van de

woningzoekende:

Woningwet; het huishouden dat zich heeft ingeschreven in het regionale

standplaatszoekende:

starter:

statushouders SVH: toetsingscommissie:

urgentieverklaring

wettelijke taakstelling:

womngvormrng: woonduur:

woonoppewlakte

register van woningzoekenden; het verbouwen tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel zr van de Huisvestingswet zo u: de onafgebroken periode gedurende welke een huurder de huidige woonruimte zelfstandig bewoont, conform de gegevens van de basisregistratie personen; het totaal van de oppervlakten van de vertrekken: woonkamer, keuken, badkamer of doucheruimte, slaapkamer(s), zolderkamer indien bereikbaar via vaste trap en met ruime

woonruimte: zelfstandige woonruimte:

mate van daglichtaanwezigheid. Overige ruimtes zoals een kelder, bijkeuken, wasruimte, bergruimte of schuur, ingebouwde kasten groter dan z m2, garage, zolder niet zijnde een vertrek, en verkeersruimten worden niet meegeteld; woonruimte als bedoeld in artikel r. eerste lid. onder j van de Huisvestingswet zo14; zoals omschreven in aftikel zga van boek - van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel r:z Reikwijdte verordening Deze verordening is van toepassing op woonruimten gelegen in de gemeente Zoetermeer

Artikel r:3 Actiegebied Burgemeester en wethouders kunnen gebieden aanwijzen met het doel de daarin gelegen woonruimten vrij van bewoning te maken, zodat sloop of verbetering van deze woonruimten kan plaatsvinden.

Hoofdstuk z Huisvestingsvergunning

Artikel z:r Reikwijdte

1. De artikelen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op woonruimten met een huurprijs beneden de huurprijsgrens én op middeldure woonruimten.

2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. woonruimten, bestemd voor inwoning; b. onzelfstandige woonruimten; c. woonruimten verhuurd op basis van een campuscontrac! d. woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel rs. eerste lid, van de Leegstandwet hebben verleend.

Artikel z:z lluisvestingsvergunning

1. Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, in gebruik te nemen voor bewoning.

2. Het is verboden de in artikel 2:1, eerste lid, bedoelde woonruimte voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden, dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning.

Artikel 2!B Aanvrager huisvestingsvergunning

1. Voor een huisvestingsvergunning komen in aanmerking personen die: a. 18 jaar of ouder zijn; of b. op grond van artikel zgs of artikel zsgha van boek r van het Burgerlijk Wetboek bevoegd zijn verklaard.

2. In aanvulling op het eerste lid komen woningzoekenden slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning indien alle leden van het huishouden de Nederlandse nationaliteit bezitten of rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van aftikel 8 onder a tot en met e of I van de Vreemdelingenwet zooo 3. In aanvulling op het eerste en tweede lid komen woningzoekenden slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning voor woonruimte met een aanvangshuurprijs onder de huurprijsgrens indien het huishoudinkomen niet hoger is dan maximaal r,5 maal het norminkomen van een meerpersoonshuishouden zoals staat omschreven in artikel ra van de Wet op de huurtoeslag.

4. In aanvulling op het eerste en tweede lid komen woningzoekenden slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning voor een middeldure woonruimte, indien: a. het huishoudinkomen bij een eenpersoonshuishouden niet hoger is dan r,66 maal de DAEB-norm; of

b. het huishoudinkomen bij een meerpersoonshuishouden niet hoger is dan Cro.ooo, - boven het huishoudinkomen in het vierde lid, onder a.

Artikel 2:4 Aanvragen huisvestingsvergunning

1. De aanwaag van een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij burgemeester en wethouders met 2.

behulp van een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanwaagformulier, inclusief de hierin aangegeven verplichte documenten. Bij de aanwaag van een huisvestingsvergunning dient de aanwager een schriftelijke verklaring van de eigenaar te overleggen, waaruit blijkt dat deze bereid is de woonruimte in gebruik te geven.

Artikel 2 :S Verlenen huisvestingsvergunning

1. Burgemeester en wethouders besluiten op de in artikel z:4 bedoelde aanwaag binnen qcht weken na ontvangst van de ontvankelijke aanwaag en berichten de aanwager hierover schriftelijk.

2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanwager.

g. In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de aanduiding van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. de naam van de persoon of personen aan wie de huisvestingsvergunning is verleend; c. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt. 4. De woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is verleend dient binnen drie maanden na afgifte door de aanvrager bewoond te worden.

Artikel z:6 Criteria toewijzen woonruimten onder de huurprijsgrens

1. De grootte van het huishouden moet in een, naar het oordeel van burgemeester en wethouders,

redelijke verhouding staan tot de grootte van de woonruimte, waarbij woonruimten met een woonoppervlakte van minimaal 8o m2 worden toegewezen aan huishoudens met minimaal drie leden. 2. De criteria genoemd in het eerste lid zijn niet van toepassing op woonruimten met een hogere mate van toegankelijkheid, zoals omschreven in bijlage I. 3. Een woonruimte met een hogere mate van toegankelijkheid wordt uitsluitend passend geacht, indien: a. er op grond van een gemeentelijke indicatiestelling op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning een functiebeperking van het huishouden is vastgesteld; en b. de functiebeperking naar het oordeel van de burgemeester en wethouders daardoor in redelijke verhouding staat tot de hogere mate van toegankelijkheid van de woonruimte. 4. Dit artikel is niet van toepassing op woonruimten boven de huurprijsgrens.

Artikel z :7 Weigeringsgronden huisvestingvergunning

1. Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning weigeren, indien: a. het huishouden niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel z:3; b. het huishouden als gevolg van het verlenen van de huisvestingsvergunning meer dan één

woonruimte in gebruik zal krijgen, tenzij burgemeester en wethouders toestaan dat het huishouden vanwege verkoop van een woonruimte tijdelijk twee woonruimten in gebruik mag hebben waarvan feitelijk slechts één woonruimte wordt bewoond; c. het niet aannemelijk is dat het huishouden de woonruimte in gebruik zal nemen; d. een andere woningzoekende op grond van deze verordening met voorrang voor deze woonruimte

in aanmerking komt;

e. de woonruimte is gelegen in een actiegebied; f. burgemeester en wethouders bepalen dat het een woonruimte betreft waarvoor, gezien de fysieke inrichting of de ruimtelijke positie van de woonruimte een specifieke indicatie noodzakelijk is en de aanwager niet over deze indicatie beschikt;

g. de woonruimte niet passend is op grond van artikel z:6.

2. In afwijking van het eerste lid, onder d, weigeren burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning niet, indien: a. de medehuurder, doordat de huurder de woonruimte verlaat, huurder wordt; b. er sprake is van een voorgenomen ruil van woonruimte; c. een woonruimte conform artikel 17 van de Huisvestingswet zora wuchteloos, gedurende dedien weken, is aangeboden.

Artikel e : 8 Intrekken huisvestingsvergunning

1. Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning intrekken, indien de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan de vergunninghouder wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de huisvestingsvergunning intrekken, indien de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is verleend niet in gebruik is genomen binnen de gestelde termijn van artikel z:5, vierde lid.

Artikel z:9 Beschikbaar komen voor verhuur

1. De eigenaar van een woonruimte, als bedoeld in artikel z:r, meldt het ter beschikking komen van die woonruimte onverwijld aan burgemeester en wethouders.

2. Een woonruimte komt ter beschikking, wanneer: a. degene die de woonruimte in gebruik heeft aan de eigenaar het gebruik daarvan heeft opgezegd; b. de woonruimte is ontruimd; c. de woonruimte als zodanig niet langer in gebruik is, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit slechts korte tijd het geval is;

d. op een andere wijze is gebleken dat de woonruimte te huur is.

het eerste lid bedoelde woonruimte onderhouds- of 3. Indien de eigenaar aan een inwil uitvoeren, waardoor de woonruimte tijdelijk niet bewoond kan

verbeteringswerkzaamheden worden, is de eigenaar verPlicht: a. de'noodzakelijke geplande tijdsduur voor deze werkzaamheden aan burgemeester en wethouders te melden; en b. de beëindiging van deze werkzaamheden te melden. 4. De eigenaar stelt, de door burgemeest_er en wethouders aan te wijzen, ambtenaren in de gelegenheid de woonruimte te inspecteren ter vaststelling van de vorige leden.

Hoofdstuk 3 Woonruimteverdeling

Artikel g:1Reikwijdte

1. Dit hoofdstuk is van toepassing op woonruimten die onder de huurprijsgrens verhuurd worden door een woningcorporatie.

2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op: a. woonruimten, bestemd voor inwoning; b. onzelfstandigewoonruimten; c. woonruimten verhuurd op basis van een campuscontracq d. woonruimten waarvoor burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel rs. eerste lid, van de Leegstandwet hebben verleend;

e. standplaatsen.

Artikel 3:z Nadere normen van toewijzing

1. Ten behoeve van de in artikel 48. eerste lid, van de Woningwet aan de woningcorporaties gestelde voorwaarden, kunnen burgemeester en wethouders, op verzoek van de woningcorporaties nadere normen stellen ten aanzien van: a. het (maximum) huishoudinkomen in relatie tot de hoogte van de huur; b. de grootte van het huishouden in relatie tot de grootte van de woonruimte. 2. Burgemeester en wethouders informeren de gemeenten in de regio over de wijze waarop het eerste lid wordt ingemld en monitoren jaarlijks de realisatie van de toewijzing.

Artikel 3:3 Inschriiving als woningzoekende

1. Huishoudens die in aanmerking willen komen voor een huurwoning van een woningcorporatie schrijven zich in in het regionale register van woningzoekenden.

2. Huishoudens worden op hun verzoek ingeschreven wanneer de aanwager 18 jaar of ouder is of op grond van artikel z3S of artikel zsgha van boek r van het Burgerlijk Wetboek bevoegd is verklaard.

g. Woningcorporaties hanteren een gezamenlijk register en stellen ten aanzien van inschrijving in dat

4. 5.

register een uniform protocol op, dat ten minste aan de volgende uitgangspunten moet voldoen: a. het protocol wordt openbaar gemaakt; b. onderdeel van de inschrijving is de registratie van een eventuele urgentieverklaring; c. woningcorporaties stemmen het te hanteren protocol af met burgemeester en wethouders van de gemeenten waar zij werkzaam zijn. Indien het protocol naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende voldoet aan de uitgangspunten in het vorige lid treden zij binnen zes weken in overleg. Woningcorporaties zullen een inschrijving laten vervallen indien: a. de woningzoekende een woonruimte heeft aanvaard; b. de woningzoekende niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet;

c. dewoningzoekendedaaromverzoekt; d. de woningzqekende is overleden; e. de woningzoekende het inschrijfgeld niet binnen de betalingstermijn heeft voldaan; f. de woningzoekende doelbewust fraudeert met zijn inschrijvingsgegevens.

6. In afwijking van het gestelde in het vijfde lid, onder a, zal een inschrijving niet vervallen indien: a. de woningzoekende tijdelijk in een wisselwoning verblijft of tijdelijke woonruimte huurt; b. de woningzoekende die een andere woonruimte accepteert op basis van een huurovereenkomst voor een bepaalde tijd, dat verzoekt;

c. de woningzoekende die na inschrijving op een ander woonadres in de BRP niet over zelfstandige woonruimte beschikt, dat verzoekt;

d. een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel zz4. eerste lid. onder c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan;

e. de woningzoekende die een t-kamerwoning accepteert dat verzoekt.

T. In aamulling op het vijfde lid kan de inschrijving van een herstructureringskandidaat tijdelijk, voor een periode tot twee jaar na de eerste verhuizing, worden hersteld, indien: a. deze een woning heeft moeten verlaten en hiervoor een andere woning heeft geaccepteerd; en b. deze binnen twee jaar na de eerste woningacceptatie daarom verzoekt.

Artikel 3 4 Publicatie vrijkomende woonruimte :

1. Woningcorporaties bieden hun voor verhuur wijkomende woonruimten aan in een uniform medium. 2. Bij de publicatie van de voor verhuur wijkomende woonruimte geven de woningcorporaties inzicht in de toegankelijkheid van de woonruimte, zoals opgenomen in bijlage I, aansluitend bij de werkwijze vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning. 3. Woonruimten die op grond van artikelen 3:9, 3:1o of 3:u zijn aangeboden en niet worden gepubliceerd moeten achteraf worden verantwoord.

Artikel 3:S Rangorde voor woningaanbod

1. Woningcorporaties dienen de woningzoekende, die voor een overeenkomstig artikel 3:4, eerste lid, aangeboden woonruimte in aanmerking komt, te selecteren uit de woningzoekenden die op de betreffende woonruimte hebben gereageerd en aan de in artikel z:6 bedoelde voorwaarden voldoen. Zij nemen daarbij de volgende rangorde in acht: a. woningzoekenden met een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 4:3; b. woningzoekenden die vallen in de categorie lokaal maatwerk als omschreven in artikel 3:8; c. woningzoekenden die vallen in de categorie regionaal maatwerk als omschreven in artikel 3:7;

d. overigewoningzoekenden. 2. Met in achtneming van de rangorde in categorieën woningzoekenden als bepaald in het eerste lid wordt de volgorde van belangstellenden als volgt nader vastgesteld: in de gevallen waarin meerdere woningzoekenden hebben gereageerd, gaat de woningzoekende met de langste inschrijfduur of inschrijfduur plus woonduur voor;

a.

b. in de gevallen waarin meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring hebben gereageerd, gaat de woningzoekende van wie de urgentieverklaring het eerst eindigt voor;

c. indien er meerdere woningzoekenden reageren met een gelijk aflopende urgentieverklaring is voor de onderlinge volgorde de langste inschrijfduur ofwoonduur bepalend;

d. in afwijking van het gestelde onder c gaat in het geval dat twee kandidaten met herstructureringsvoorrang een urgentieverklaring met gelijke vervaldatum hebben, de kandidaat waarvan de (CBs-)wijkcode van het huidig adres gelijk is aan de (CBS-)wijkcode van de geadverteerde woonruimte voor; e. in aanvulling op het gestelde onder d is voor de onderlinge volgorde de langste woonduur bepalend, in het geval er meerdere kandidaten met een herstructureringsvoorrang zijn waarvan de (CBS-)wijkcode van het huidige adres gelijk is aan de (CBS-)wijkcode van de geadverteerde woonruimte.

Artikel 3:6 Categorieën woningzoekenden

1. Voor een starter geldt bij de toewijzing van woonruimte de inschrijfduur als criterium. 2. Voor een doorstromer geldt bij de toewijzing van woonruimte de inschrijfduur en de woonduur op het moment van inschrijving, met een maximum van vijf jaar, als criterium.

g. Voor een woningzoekende met een urgentieverklaring geldt bij de toewijzing van woonruimte dat niet de inschrijfduur of woonduur leidend is, maar de datum waarop de urgentieverklaring afloopt.

Artikel B:7 Regionaal maatwerk

1. Woonruimten genoemd in artikel 3:1 kunnen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio, ten behoeve van het oplossen van, door burgemeester en wethouders in afstemming met betrokken partijen, te benoemen regionale categorieën

knelpunten.

2. Van in het eerste lid omschreven regionaal maatwerk is ieder geval sprake bij: a. grote gezinnen die doorstromen binnen de regio en een corporatiewoning achterlaten kunnen met b. c.

voorrang in aanmerking komen voor woonruimten gelijk aan of groter dan 8o m2 woonopperulakte; huishoudens die een corporatiewoning achterlaten met een woonoppervlakte groter of gelijk aan 65 mz bij een eengezinswoning en groter of gelijk aan 8o m2 voor overige woningtypen, kunnen met voorrang in aanmerking komen voor woonruimten kleiner dan 8o mz die niet zijn gekenmerkt als eengezinswoning; doorstromers binnen de regio die een schaarse grote corporatiewoning achterlaten, welke is gelabeld voor een groter huishouden, kunnen met een maximum van 5Yo van het vrijkomende aanbod direct worden bemiddeld naar een "niet eengezinswoning" kleiner dan 8o m2 en een huur tot en met de huurprijsgrens die gelabeld is voor een kleiner passend huishouden.

Artikel 3:8 Lokaal maatwerk

1. Woonruimten genoemd in artikel 3.1 kunnen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente.

2. De in het eerste lid omschreven woonruimten kunnen met voorfang worden toegewezen ten behoeve

van het oplossen van door burgemeester en wethouders, in afstemming met betrokken partijen, te benoemen lokale categorieën knelpunten op de woningmarkt. 3. Burgemeester en wetliouders geven nadere invulling aan de onder het tweede lid genoemde categorieën

knelpunten, waarbij: a. de regels transparant en inzichtelijkzijn voor woningzoekenden; b. er aantoonbaai sprake is van schaarste en verdringing in de benoemde categorieën knelpunten. 4. Burgemeester en wethouders informeren de gemeenten in de regio over de wijze waarop aan de voorgaande leden invulling wordt gegeven en monitoren jaarlijks de realisatie van toewijzing.

Artikel g:9 Huisvesten zorg-doelgroepen

1. Burgemeester en wethouders maken jaarlijks afspraken, met onder andere de woningcorporaties, over de hoeveelheid van de voor verhuur wijkomende woonruimte, die uitsluitend in het kader van de uitstroom uit instellingen voor Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen, residentiele instellingen

voor verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, Jeugdzorg (met verblijfl en de huisvesting van exgedetineerden gericht worden toegewezen. 2. In aanvulling op het eerste lid kunnen burgemeester en wethouders nadere regels stellen. 3. De woningcorporaties maken de afspraken uit het eerste lid openbaar, voordat gericht wordt toegewezen.

4. Burgemeester en wethouders informeren de regio over de wijze waarop het eerste lid wordt ingevuld en monitoren jaarlijks de realisatie.

Artikel 3: 1<l Afwijkend aanbieden

1. Een woningcorporatie kan op basis van een besluit van haar bestuur, in zwaarwegende gevallen, ten aanzien van de zorgplicht als verhuurder een voor verhuur beschikbaar gekomen woonruimte uit eigen beheer aanbieden aan een eigen huurder. 2. Een woningcorporatie kan op basis van een besluit van haar bestuur in overleg met de gemeente, in naar het oordeel van burgemeester en wethouders zwaarwegende gevallen, een ter beschikking voor verhuur gekomen woonruimte toewijzen. 3. Voor plaatsing op de in het tweede lid bedoelde voordracht komen in aanmerking de woningzoekenden met een, naar het oordeel van burgermeester en wethouders, zeer hoge mate van urgentie. 4. Een woningcorporatie kan op basis van verhuurresultaten na overleg met burgemeester en wethouders alternatieve voorrangsbepalingen hanteren. S. In het algemeen belang van volkshuisvesting, in het bijzonder de doorstroming, kunnen woningcorporaties in overleg met en toestemming van burgemeester en wethouders beslissen dat voor aangewezen woonruimten artikel 3:S, eerste lid onder a, niet van toepassing is. 6. Op bovenstaande leden is een afwijkende wijze van aanbieden en andere rangordebepaling dan die in artikel 3:4 en 3:S van toepassing.

Artikel 3:n Directe aanbieding

1. In afwijking van artikel 3:4 en 3:5 kunnen uitsluitend woonruimten direct worden aangeboden indien: a. een passend aanbod moet worden gedaan aan statushouders, die op grond van en conform een wettelijke taakstelling in de gemeente een woonruimte aangeboden moeten krijgen;

b. personenopgrondvanartikel g:7,9:8 of 3:gpassendmoetenwordengehuisvest; c. er sprake is van een aanbod op grond van artikel 3:ro; d. woningzoekenden die op grond van artikel 4:8, vierde of vijfde lid, een urgentieverklaring hebben toegewezen gekregen.

2. Voor de woningzoekenden bedoeld in het eerste lid, onder d, dragen woningcorporaties regionaal zorg voor een uniforme bemiddelingslijst en het doen van een éénmalig passend woningaanbod.

Artikel 3:rz Aanbieding door loting

1. Een woonruimte kan via loting worden aangeboden, indien deze door de woningcorporatie op een wijze als bedoeld in artikel 3:4, dertien weken vruchteloos of ten minste vijftig maal tevergeefs is aangeboden

aan woningzoekenden.

2. De rangorde van artikel 3:5 is niet van toepassing op het eerste lid. Artikel 3: r3 Verantwoording toewijzing woonruimte

1. Woningcorporaties dienen openbaar te maken: a. de inschrijfduur of de duur van de urgentieverklaring van de woningzoekende, waaraan het gepubliceerde woningaanbod uiteindelijk is toegewezen;

b. de woonruimten die zijn toegewezen anders dan op grond van artikel 3:5. Artikel 3:r4 AÍhandeling klachten

1. Burgemeester en wethouders stellen een klachtencommissie in voor klachten over de uiwoering van regels over woonruimteverdeling.

2. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een uniform protocol ten aanzien van de klachtenafhandeling.

3. Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheden uit het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporaties.

4. Bij de klachtenaÍhandeling gelden de volgende uitgangspunten: a. de klachtencommissie functioneert onafhankelijk van de woningcorporaties; b. in de regio'Haaglanden wordt een uniform klachtenprotocol gehanteerd; c. jaarlijks, maar uiterlijk t maart, rapporteert de klachtencommissie over de ingediende klachten en de afhandeling hiervan aan burgemeester en wethouders;

d. de klachten en afhandeling hiervan worden openbaar gemaakt.

5. Het oordeel van de klachtencommissie is bindend voor woningcorporaties en voor de klager. 6. Verhuurders overleggen op verzoek alle noodzakelijke gegevens voor beoordeling van de klacht aan de klachtencommissie.

Hoofdstuk 4 Urgentie

Artikel 4:r Bevoegdheid tot beslissen op een aanvraag om een urgentieverklaring

1. Burgemeester en wethouders beslissen slechts op de aanwaag, nadat de toetsingscommissie over de aanvraag een advies heeft uitgebracht.

2. Burgemeester en wethouders kunnen in een reglement criteria stellen die de onaftrankelijkheid van de toetsingscommissie waarborgen.

3. Burgemeester en wethouders kunnen hun bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid mandateren aan een toetsingscommissie.

Artikel 4:2 Aanvraag om een urgentieverklaring

1. Een urgentieverklaring wordt aangewaagd: a. bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanvrager volgens de BRP diens woonadres heeft; of,

b. bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de aanwager wil gaan wonen, als de aanwaag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, onder a; of

c. bij burgemeester en wethouders van de regiogemeente waar de te verlenen zorg dient plaats te vinden, bij een aanwaag op grond van artikel 4:6, onder b.

2. Voor de aanwaag van een urgentieverklaring stellen burgemeester en wethouders een verplicht formulier vast, dat de aanwager dient in te vullen bij de aanwaag.

3. Burgemeester en wethouders kunnen het ontvangen van de onder het eerste lid genoemde aanwagen mandateren aan de woningcorporatie.

4. Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanwaag.

Zij kunnen deze termijn eenmaal verlengen met ten hoogste zes weken en maken hun besluit daartoe bekend binnen de in de vorige zin genoemde termijn. 5. De aanwaag gaat in ieder geval vergezeld van de volgende gegevens en bescheiden: a. een inschrijfnummer waaruit blijkt dat de aanwager als woningzoekende is ingeschreven in het regionale register van woningzoekenden; en b. informatie over de aard en de oorsprong van het huisvestingsprobleem dat aan de aanvraag ten grondslag ligt; en c. een toelichting over welke handelingen de aanwager heeft verricht en op welke wijze de aanwager heeft geprobeerd het huisvestingsprobleem op te lossen alvorens een aanvraag in te dienen; en d. informatie over het inkomen en de samenstelling van het huishouden van de aanwager; en e. indien de aanwaag is gedaan op verwijzing van een instelling waar aanwager is opgenomen dient een advies van de instantie te worden toegevoegd. 6. Burgemeester enwethouders stellenbeleidsregels vastvoor hetverlenenvan een urgentieverklaring aan woningzoekenden. 7. Burgemeester en wethouders stemmen deze beleidsregels af met de regio.

Artikel 4:g Inhoud van de urgentieverklaring

1. De urgentieverklaring bevat een zoekprofiel voor passende woonruimte. 2. Het zoekprofiel geeft aan welke woonruimte voor deze aanvrager passendwordt geacht. 3. Het zoekprofiel van een urgentieverklaring dat is toegewezen op grond van artikel 4:6 en arlikel 4:7,

eerste en tweede lid, bevat qua grootte en aard de meest eenvoudige woningtypen die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn voor het oplossen van het huisvestingsprobleem. 4. Een urgentieverklaring die is toegewezen op grond van artikel 4:7, derde lid, zal de hierbij passende woningtypen bevatten. S. Het zoekprofiel bevat het zoekgebied waarvoor de urgentieverklaring geldig is.

6.

De urgentieverklaring bevat naast het zoekprofiel de volgende informatie: a. à'" ,tua.tt, het adres en de woonplaats van de aanwager;

b. het in artikel 4:2, vijfde lid, onder a, bedoelde inschrijfnummer van de aanvrager; c. de periode gedurende welke de urgentieverklaring geldig is; d. voór hoeveel leden van het huishouden de urgentieverklaring geldig is.

Artikel 4:4 Het zoekgebied

1. Een urgentieverklaring is geldig in de regio. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in beleidsregels het gebied waarin de urgentieverklaring geldig is beperken.

Artikel 4: S Algemene weigeringsgronden urgentieverklaring

Burgemeester en wethouders weigeren de urgentieverklaring indien naar hun oordeel sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden: a. de aanwager niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel z:3; b. er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem; c. de aanwager kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen; d. het huisvestingsprobleem kon worden voorkomen of was te voorzien; e. het huisvestingsprobleem kan worden opgelost door gebruik te maken van een voorliggende

f.

voorziening;

het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een aan de aanvrager of lid van diens huishouden toe te rekenen handelen of nalaten; C. het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem niet ofin onvoldoende mate opgelost kan worden met verhuizing naar een zelfstandige woonruimte of een ándere zelfstandige

woonruimte;

h. de aanvraag is ingediend binnen twee jaar nadat een eerder aan aanwager óf een lid van zijn i.

huishouden verleende urgentieverklaring is vervallen of ingetrokken met toepassing van artikel 4:8 of artikel 4:9; de aanwager niet in staat is om in zijn bestaan of in de kosten van bewoning van zelfstandige

j.

woonruimte te voorzien; het huishoudinkomen is hoger dan anderhalf maal het norminkomen van artikel ta van de Wet op de huurtoeslag;

k. de aanvrager naar verwachting bij toepassing van de in artikel 3:S, eerste lid, rangorde binnen drie maanden een andere woonruimte kan krijgen; de aanwager woont in een onderkomen dat formeel geen zelfstandige woonruimte is, tenzij de aanwaag wordt gedaan op grond van artikel 4:6, eerste lid, onder a; m. de aanvrager heeft niet eerst direct voorafgaand aan de aanwaag drie maanden zelf aantoonbaar gereageerd op het beschikbare woningaanbod, tenzij de aanwaag wordt gedaan op grond van

l.

artikel4:6;

n. de aanvrager niet ten minste al twee jaar voorafgaand aan de aanwaag aansluitend staat ingeschreven in de Basisregistratie personen van de gemeenten in de regio Haaglanden tenzij de aanwaag wordt gedaan op grond van artikel 4:6.

Artikel +: 6 Wettelijke urgentiecategorieën

1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4:5, onder a tot en met l, genoemde omstandigheden voordoet en de aanwager tot tenminste één van de volgende urgentiecategorieën behoort: a. woningzoekenden die tenminste twee maanden verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten en waarvan de uitstroom uit die voorziening aanstaande is, indien de behoefte aan in de desbetreffende regiogemeente gelegen woonruimte als gevolg van die uitstroom naar het oordeel van burgemeester en wethouders dringend noodzakelijk is; b. woningzoekenden waarvan de voorziening in de behoefte aan woonruimte als gevolg van het verlenen of ontvangen van mantelzorg naar het oordeel van burgemeester en wethouders voor aanwager dringend noodzakelijk is. Om te worden ingedeeld tot deze urgentiecategorie dient: r". de afstand tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger groter te zijn dan 5 kilometer en door verhuizing te kunnen worden teruggebracht tot minder dan 5 kilometer; zo. de te verlenen mantelzorg uit meer dan 8 uur per week te bestaan, verspreid over tenminste 4 dagen per week.

Artikel 4:7 Overige urgentiecategorieën

1. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4:5 genoemde

omstandigheden voordoet en indien een woonsituatie binnen de gemeente naar het oordeel van burgemeester en wethouders door sociale of medische omstandigheden zodanig is verstoord dat: a. levensgevaar voor één of meer leden van het huishouden dreigt; of b. één of meer leden van het huishouden zodanig geestelijk, emotioneel of lichamelijk belast is, dat volledige ontwrichting van het huishouden optreedt en de leden zelf niet in staat zijn dit op te lossen; 2. Een urgentieverklaring kan worden verleend indien zich geen van de in artikel 4.5, onder a tot en met l, genoemde omstandigheden voordoet en indien een woningzoekende een door burgemeester en wethouders toegewezen woonkostentoeslag ontvangt die structureel is en noodzaakt tot verhuizing; g. Een urgentieverklaring kan worden verleend aan een herstructureringskandidaat, indien zich geen van de in artikel 4:5, onder a tot en met I genoemde omstandigheden voordoet en er niet al eerder voor de in het actiegebied gelegen woonruimte van de herstructureringskandidaat een urgentieverklaring is afgegeven.

Artikel 4:8 Geldigheid van de urgentieverklaring

1. Een urgentieverklaring is geldig voor de termijn van drie maanden. 2. Voor herstructureringskandidaten geldt een afwijkende geldigheidstermijn van maximaal twaalf maanden.

3. Deurgentieverklaringvervalt:

a. nadat de houder ervan niet meer behoort tot de urgentiecategorie welke aanleiding was voor verlening van de urgentieverklaring; of, b. bij aanvaarding van vervangende woonruimte; of, c. van rechtswege na verloop van de termijn genoemd in het eerste of tweede lid. 4. Binnen twee weken na afloop van de geldigheidstermijn van een toegewezen urgentieverklaring kan een aanwaag worden ingediend voor een éénmalig woningaanbod, indien de aanwager kan aantonen dat deze urgentieverklaring niet binnen de termijn waaryoor deze geldig was kon worden benut en de toetsingscommissie dit bevestigend adviseert. S. In afwijking van de bovenstaande leden kunnen burgemeester en wethouders besluiten, op advies van de toetsingscommissie, om een urgentieverklaring toe te wijzen voor een éénmalig bemiddelingsaanbod.

Artikel 4zgWijzígen en intrekken van de urgentieverklaring

1. Burgemeester en wethouders trekken de urgentieverklaring in, indien: a. bij de aanwaag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de urgentieverklaring zouzijn geweigerd, indien de juiste of volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest;

b. de houder van de urgentieverklaring daartoe verzoekt.

2. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring wijzigen, indien bij de aanwaag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de urgentieverklaring niet zou zijn geweigerd maar anders op de aanwaag zou zijn besloten, indien juiste óf volledige gegevens verstrekt zouden zijn geweest. 3. Ter voorbereiding van een besluit tot intrekking of wijziging van de urgentieverklaring kunnen burgemeester en wethouders zich laten adviseren door een ter zake deskundig persoon.

Hoofdstuk 5 Wijzigingen in de woonruimtevoorraad

Artikel 5 : r Toepassing categorieën woonruimte Het verbod als bedoeld in artikel 22van de Huisvestingswet zor4 is uitsluitend van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte, die behoren tot de in bijlage II van deze verordening opgenomen categorieën woonruimte.

Artikel 5: z Aanvraag splitsingsvergunning 1. Voor het verkrijgen van een splitsingsvergunning moet een aanwaag worden ingediend bij burgemeester

en wethouders door middel van een daartoe door de gemeente beschikbaar te stellen en door het college

vast te stellen en door de aanvrager in te vullen formulier.

2. De aanvraag moet inhouden: a. naam en correspondentieadres in Nederland van de aanwager; b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres in Nederland; c. straat en huisnummer; d. de kadastrale ligging en het jaar van het tot stand komen van het gebouw waarop de aanwaag betrekking heeft; e. de aard en het huidige gebruik van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; f. de namen en de adressen van de bewoners van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft.

3. Bij de aanwaag moet worden overgelegd een splitsingsplan dat voldoet aan de vereisten als neergelegd in ártitlt ro9 van bóek 5 van het BurgerlijkWetboek en het krachtens dat artikel vastgestelde besluit betreffende splitsing in appartementsrechten' 4. Indien burgemeeiter en wethouders daartoe verzoeken, dient te worden overgelegd een taxatierapport betreffende hét gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, opgemaakt door een beëdigd taxateur. 5. Indien burgemeester en wethouders daartoe verzoeken, dient te worden overgelegd een beschrijving en een beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw en de maximale huurprijzen van de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten.

Artikel S:B Beslissing over aanrraag

1. Burgemeester en wethouders beslissen op de aanwaag om een splitsingsvergunning binnen 8 weken na ontvangst van de aanwaag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid eenmalig voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

Artikel S :4 Weigeringsgronden splitsingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen de gewaagde splitsingsvergunning weigeren, indien:

a. het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanwaag betrekking heeft één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of laatstelijk verhuurd zijn geweest, en b. de huurprijs van één of meer van die woonruimten of voormalige woonruimten lager is dan de huurprijsgrens, en c. niet gewaarborgd is dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur ter bewoning, en d. het belang dat de vergunningaanwager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur is bestemd. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde splitsingsvergunning eveneens weigeren, indien: a. het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanwaag betrekking heeft, voor zover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.r dan wel een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 of 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening (Stb. zoo6, S66) of met enig wettelijk voorschrift geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen, en b. de huurprijs van één of meer van die voormalige woonruimte(n) lager is dan de huurprijsgrens, en c.

niet gewaarborgd is dat de voormalige woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw bestemd zullen worden voor verhuur te bewoning, en d. het belang dat de vergunningaanwager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voor zover die voor verhuur is bestemd. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde splitsingsvergunning eveneens weigeren, indien: a. voor het gebied waarin het gebouw is gelegen waarop de vergunningaanwaag betrekking heeft, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is, dan wel een ontwerp voor zodanig plan ofvoor een herziening daarvan in procedure is, b. het ontwerp voor dat plan, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanwaag om vergunning is ingediend, dan wel, indien de aanwaag krachtens het tweede lid is aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd, c. de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen kan hebben voor de met het plan nagestreefde of na te

streven doeleinden, en d. het belang dat de vergunningsaanwager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de modernisering of vervanging. 4. Burgemeester en wethouders kunnen de gevraagde splitsingsvergunning ten slotte weigeren, indien: a. de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanwaag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet, en b. de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is, dat die gebreken zullen

worden opgeheven. 5. Van gebreken als bedoeld in het vierde lid is in ieder geval sprake, indien burgemeester en wethouders

ingevolge artikel r b en/of artikel 13 van de Woningwet een aanschrijving hebben uitgevaardigd en nog niet aan deze aanschrijving is voldaan of een aanschrijving kunnen uitvaardigen.

Artikel 5:5 Aanhouden aanvraag om splitsingsvergunning r. Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanwaag om een splitsingsvergunning aan indien: a. voor de datum van indiening van de vergunningaanraag voor het gebied waarin het gebouw, waarop de vergunningaaruraag betrekking heeft, is gelegen een voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 3.7 van de

Wet ruimtelijke ordening van kracht is geworden met het oog op rt.e voorbereiding van een herstructureringsplan of van herziening daarvan; b. redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het herstructureringsplan op te nemen maatregelen nadelig kunnen worden beïnvloed door de voorgenomen splitsing. c. naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs verwacht mag worden dat het belang dat de vergunningaanwager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de herstructurering. z. De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt tot het moment dat het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21van de Wet ruimtelijke ordening is vervallen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanwaag om een splitsingsvergunning tevens aanhouden indien de aanwager aannemelijk kan maken dat hij binnen een redelijke termijn de gebreken als bedoeld in artikel 4r, vierde lid, met het oog op de voorgenomen splitsing zal opheffen. 4. Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanwaag om een splitsingsvergunning op grond van het derde lid aanhouden, vermelden zij in het besluit tot aanhouding welke gebreken met het oog op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen welke termijn zij dit redelijk achten.

Indien de in het besluit tot aanhouding vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in datzelfde besluit aangegeven termijn wordt de vergunning verleend.

Artikel 5:6 Geldigheidsduur afgegeven splitsingsvergunning

Een door burgemeester en wethouders afgegeven splitsingsvergunning heeft een geldigheidsduur van t jaar, tenzij op de splitsingsvergunning een andere geldigheidsduur is vermeld.

Artikel S:7 Overschrijven splitsingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning op verzoekvan degene op wiens naam de splitsingsvergunning is gesteld ofvan zijn rechtverkrijgende, overschrijven op naam van een ander dan degene op wiens naam de splitsingsvergunning is gesteld.

Artikel 5:8 Onttrekkingen: van toepassing zijnde categorieën woonruimte

Het verbod als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 is uitsluitend van toepassing op gebouwen, bevattende woonruimte, die behoren tot de in bijlage III van deze verordening opgenomen categorieën woonruimte.

Artikel S : 9 Aanvraag onttrekkingsvergunning

1. Voor het verkrijgen van een onttrekkingsvergunning moet een aanwaag worden ingediend bij burgemeester en wethouders door middel van een daartoe door de gemeente beschikbaar te stellen en door het college vast te stellen en door de aanvrager in te vullen formulier. 2. De aanwaag moet inhouden: a. naam en correspondentieadres in Nederland van de aanvrager en tevens van de eigenaar indien deze niet de aanwager is; b. indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en correspondentieadres in Nederland; c. gegevens over de huidige situatie: - het adres van de woning; - de huur- of koopprijs; - het aantal kamers; - de gebruiksoppervlakte; - de staat van onderhoud; d. gegevens over de beoogde situatie: - de bestemming; - de bouwtekening / de bouwvergunning; - het compensatievoorstel; - de gronden waarop de aanvraag berust. e. gegevens bij voorgenomen samenvoeging: - de verwachte huur- of koopprijs; - de naam van de toekomstige bewoner; - de omvang van het huishouden van de toekomstige bewoner.

Artikel 5:ro Beslissing over aanvraag

r. Burgemeester en wethouder beslissen op de aanvraag om een onttrekkingsvergunning binnen 8 weken na

ontvangst van de aanwaag. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. 3. Indien de onttrekkingsvergunning wordt gevraagd ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf dan kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.

4. Indien de onttrekkingsvergunning wordt gevraagd ten behoeve van de praktijkuitoefening door officieel erkende medici of paramedici dan kunnen burgemeester en wethouders advies inwinnen bij de Adviescommissie Huisvesting Beoefenaars van Medische en Paramedische Beroepen.

Artikel S: 11 Verlenen onttrekkingsvergunning 1. Burgemeester en wethouders verlenen of weigeren de onttrekkingsvergunning

met inachtneming van

artikel 21 van de Huisvestingswet 2014. 2. Burgemeester en wethouders verlenen de onttrekkingsvergunning indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en/of het belang van de leefbaarheid.

Artikel 5:rz Tijdelijke woonruimteonttreHring

1. Burgemeester en wethouders kunnen voor tijdelijke woonruimteonttrekking alleen een onttrekkingsvergunning verlenen indien de aanwager aantoont dat een situatie bestaat die een tijdelijke woonruimteonttrekking rechtvaardigt en waarbij vast staat dat die woonruimteonttrekking niet langer dan vijf jaar zal duren. 2. Burgemeester en wethouders nemen in de vergunning een termijn op, waarna de onttrekking moet zijn beëindigd. Deze termijn bedraagt ook na verlenging niet meer dan vijf jaar.

Artikel S 1g Gebruik zonder onttrekkingsvergunning :

Indien sprake is van het gebruik van woonruimte zonder onttrekkingsvergunning anders dan voor permanente bewoning of kantoor of praktijkruimte door de eigenaar, kunnen burgemeester en wethouders de woonruimte verzegelen. Deze verzegeling wordt opgeheven op het moment dat de woonruimte in gebruik wordt genomen voor bewoning, of dat de woonruimte door verhuur of verkoop opnieuw voor bewoning wordt bestemd, of indien alsnog een onttrekkingsvergunning wordt verleend.

Artikel S:14 Overschrijven onttrekkingsvergunning

Burgemeester en wethouders kunnen de toestemming tot onttrekking op verzoekvan degene op wiens naam de toestemming is gesteld ofvan zijn rechtverkrijgende, overschrijven op naam van een ander dan degene op wiens naam de toestemming is gesteld.

Hoofdstuk 6 Standplaatsen

Artikel 6: r Gemeentelijk register standplaatszoekenden

1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het aanleggen en bijhouden van een gemeentelijk register van standplaatszoekenden.

2. In het register worden op hun verzoek als standplaatszoekenden ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de aanwager is 18 jaar of ouder; b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit dan wel beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland;

c. het inschrijvingsformulier is correct en volledig ingevuld, inclusief de daarin gevraagde bijlagen.

3. Het gemeentelijk register vermeldt de standplaatszoekenden met inschrijfduur of herstructureringsvoorrang.

Artikel6:z Toewijzing

1. Burgemeester en wethouders wijzen een wijgekomen standplaats toe op volgorde van inschrijving in het gemeentelijk register of op basis van herstructurering.

2. Bij gelijke registratieduur gaat de standplaatszoekende met de langste woonduur voor. 3. Bij gelijke registratieduur en woonduur gaat de standplaatszoekende met de hoogste leeftijd voor. 4. Bij toewijzing kan rekening gehouden worden met het samenleven in familieverband. Artikel 6:3 Inschrijving

1. De aanwaag voor een standplaats wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met behulp van een door burgemeester en wethouders vastgesteld inschrijvingsformulier. 2. Bij een aanwaag om voor een standplaats legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, indien de inschrijving plaatsvindt in een andere gemeente dan de huidige woonplaats;

b. zo nodig andere bescheiden die door burgemeester en wethouders voor beoordeling van de aanwaag nodig geoordeeld worden.

g. Het inschrijvingsformulier dient volledig ingevuld te zijn inclusief de daarbij gewaagde bijlage(n). 4. Burgemeester en wethouders bepalen of de standplaatszoekende voldoet aan de voorwaarden in artikel 6:t, tweede lid, en gaat over tot inschrijving in het register indien aan deze voorwaarden is voldaan.

5. Inschrijving als standplaatszoekende kan ook ambtshalve plaatsvinden. 6. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het laten registreren van de standplaatszoekenden waaraan ambtshalve herstructureringsvoorrang is toegekend. Bij gewijzigde omstandigheden kan de toegekende herstructureringsvoorrang ambtshalve komen te vervallen.

Artikel 6:4 Bewijs van inschrijving

1. Burgemeester en wethouders verstrekken aan standplaatszoekenden die zijn ingeschreven een bewijs van inschrijving waarop de volgende gegevens worden vermeld: - naam van de aanwager en het aantal meeverhuizende personen;

-

adresgegevens;

inschrijvingsdatum; voorranggegevensindienvantoepassing. 2. Als datum van inschrijving geldt de datum waarop aan de voorwaarden in artikel 6:r, tweede lid, is voldaan.

3. Als de aanwager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad 4.

de aanwaag aan te vullen, geldt als datum van inschrijving in het register de datum waarop de aanwaag is aangevuld. Als datum van een ambtshalve inschrijving geldt de datum waarop de standplaatszoekende aan de voorwaarden in artikel 6:t, tweede lid, onder a en b, voldoet en burgemeester en wethouders de

standplaatszoekende heeft ingeschreven.

Artikel 6:5 Geldigheidsduur van inschriiving in het register

1. De inschrijving in het Register blijft behoudens het gestelde in artikel 6:7 twee jaar geldig. 2. De inschrijving wordt beëindigd tenzij de standplaatszoekende binnen 4 weken na aanschrijving aan burgemeester en wethouders kenbaar heeft gemaakt dat hij/zij de inschrijving in het register standplaatszoekenden wil behouden.

Artikel 6:6 Wijziging van inschrijving in het register

1. De inschrijving kan op verzoek van de hoofdinschrijver op naam van de beide partners worden gesteld, indien er sprake is van een (voorgenomen) huwelijk, geregistreerd partnerschap of een samenlevingsovereenkomst.

2. Wordt de relatie als bedoeld in het vorige lid beëindigd, anders dan bij overlijden, en beide voormalige partners voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden dan kunnen beiden zich afzonderlijk laten

inschrijven.

g. De hoofdinschrijver behoudt de registratieduur van de inschrijving. 4. Voor de voormalige partner, geldt het moment van bijschrijven bij de hoofdinschrijver of indien de

voormalige partner al voorafgaand aan de bijschrijving inschrijftijd had opgebouwd, het moment van de oorspronkelijke inschrijving van de voormalige partner, als registratieduur. Wordt de relatie beëindigd door overlijden van een van de partners dan blijft de inschrijving van de nog 5. levende overgebleven partner zijn geldigheid behouden. 6. Wordt de relatie beëindigd en is er sprake van een ambtshalve inschrijving, dan beslissen burgemeester en wethouders ofbeide partners apart worden ingeschreven. 7. Een ingeschrevene dient een wijziging van gegevens, zoals woonadres en gezinssamenstelling, onverwijld door te geven aan burgemeester en wethouders. 8. De ingeschrevenen als bedoeld in het eerste lid worden door burgemeester en wethouders van de wijziging van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 6:7 Doorhaling van inschrijving

1. Burgemeester en wethouders halen een inschrijving door in het register indien: a. de standplaatszoekende naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet meer aan de vereisten voor inschrijving voldoet;

b. de standplaatszoekende daaromverzoekt; c. de standplaatszoekende komt te overlijden; d. de standplaatszoekende een standplaats elders krijgt toegewezen en deze accepteert; e. de standplaatszoekende een standplaats achterlaat bij toewijzing en acceptatie van een woning; f. de standplaatszoekende al dan niet opzettelijk foutieve gegevens verstrekt heeft bij de inschrijving of verzuimd heeft belangrijke wijzigingen bijtijds door te geven;

g. de standplaatszoekende niet reageert op een aanschrijving van burgemeester en wethouders 2.

aangaande de inschrijving ofbedoeld als een controle op de inschrijving in het register, binnen vier weken na de datum van de aanschrijving. Ingeschrevenen als bedoeld in het eerste lid worden door burgemeester en wethouders van de doorhaling van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen

Artikel 7: 1 Monitoring, verslaglegging en evaluatie

1. Burgemeester en weihouders en eigenarer van woonruimten, in het bijzonder woningcorporaties, zorglen jaarlijks voor een monitor van de huisvesting van nader aan te geven categorieën

woningzoekenden.

2. Jaarlijks voor r april brengen eigenaren van woonruimten ten behoeve van de monitor verslag uit aan burgemeester en wethouders.

3. In aánvulling op het tweede lid leveren eigenaren van woonruimten voor r april ook de 4.

voorraadgegevens en aanbodgegevens aan bij burgemeester en wethouders, conform de in een overeenkomst vastgelegde afspraken. Burgemeester en wethouders overleggen met eigenaren van woonruimten, in het bijzonder woningcorporaties, en woonconsumentenorganisaties elk jaar voor r juli over de werking en eventuele aanpassing van de woonruimteverdeling.

Artikel 7:z Bestuurliike boete

1. Voor overtreding van de artikelen 8, zt of zz van de Huisvestingswet 2014, of het handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel z6 van de Huisvestingswet zor4, kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen. 2. De bestuurlijke boete wordt verhoogd met 1oo procent van het boetebedrag dat in bijlage IV bij deze verordening is bepaald, indien de overtreding is begaan bij een bedrijfsmatige exploitatie van

woonruimte.

3. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan de bestuurlijke boete, met uitzondering van de

bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 8, eerste lid wederom worden verhoogd met 1oo procent van het boetebedrag dat in bijlage IVbij deze verordening is bepaald, indien binnen een tijdvakvan vijf jaar voorafgaand aan de constatering van de overtreding een andere overtreding van eenzelfde voorschrift is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=bc7db8e6-cfe5-46d5-875e-8c9ec402948d