Bijlage 1 - Convenant Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer
Tekst van het document
CONVENANT OPENBAAR PRIMAIR ONDERWIJS ZOETERMEER ONDERGETEKENDEN: 1.
de publiekrechtelijke rechtspersoon: gemeente Zoetermeer, met adres: Stadhuisplein 1, 2711 EC, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 27376002, hierna te noemen: "Gemeente";
2.
de stichting: Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer, statutair gevestigd te gemeente Zoetermeer, met adres: Blauw-roodlaan 156, 2718 SK, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer 27256285 hierna te noemen: "OPOZ"; de ondergetekenden hierna gezamenlijk ook te noemen: "Partijen",
OVERWEGEN HET VOLGENDE: A. Het openbaar primair onderwijs in de gemeente Zoetermeer is sinds 2003 verzelfstandigd en wordt aangeboden door OPOZ. B. De Gemeente houdt vanuit haar verantwoordelijkheid voor de continuïteit van het openbaar onderwijs extern toezicht op OPOZ, op grond van en binnen de kaders van de Wvo. C. Teneinde over en weer heldere verwachtingen te creëren en afspraken te maken, achten Partijen het wenselijk om in dit Convenant nadere afspraken te maken over de invulling van voornoemde bevoegdheden, alsmede de daartoe benodigde informatievoorziening, zulks in aanvulling op en ter uitwerking van het bepaalde in de onderwijswet- en regelgeving. Het gaat hierbij om afspraken tussen Partijen, die gelden ten aanzien van de openbare scholen voor primair onderwijs in Zoetermeer.
EN KOMEN HET VOLGENDE OVEREEN:
Artikel 2. Externe verantwoording aan de Gemeente 1. Het College van Bestuur van OPOZ legt extern verantwoording af aan de Gemeente, waarbij de verantwoording zich richt op de borging van het karakter van het openbaar onderwijs zoals neergelegd in artikel 48 Wpo, de borging van de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en de continuïteit van de instandhouding van de openbare scholen in de gemeente, conform het bepaalde in de Wpo.
Artikel 3. Rolverdeling 1. De Gemeente is zich bewust van de zelfstandige positie van OPOZ en het belang van een goed en onafhankelijk intern toezicht. De extern toezichthoudende rol van de Gemeente ziet dan ook in het bijzonder op de continuïteit van de instandhouding van de openbare scholen en de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. 2. Daartoe heeft de Gemeente op grond van het bepaalde in artikel 48 van de Wpo ten aanzien van OPOZ de navolgende taken en bevoegdheden:
a. De Gemeente zal toezien op de algemene toegankelijkheid en het openbaar karakter van het openbaar onderwijs in zijn algemeenheid, alsmede de uitoefening daarvan op de openbare scholen van de Stichting, zoals verder is uitgewerkt in artikel 5. b. De statuten van OPOZ kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraad van de Gemeente. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. c. Bij een vermoeden van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur van OPOZ of functioneren in strijd met de wet door OPOZ, voor zover het openbaar onderwijs betreft, treedt de Gemeente in overleg met het college van bestuur van OPOZ (of, indien het het functioneren van het college van bestuur betreft, de raad van toezicht). In geval van ernstige taakverwaarlozing neemt de Gemeente, na overleg met de raad van toezicht van OPOZ de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. Indien de gemeenteraad van de Gemeente overgaat tot het nemen van een maatregel als hiervoor bedoeld, wordt het besluit daartoe gemotiveerd conform de wettelijke voorschriften van toepassing op de besluitvorming van de gemeenteraad als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.
Een dergelijke maatregel wordt niet genomen dan nadat OPOZ gedurende een periode van zes maanden na het gesprek als hiervoor bedoeld, de mogelijkheid heeft gekregen zelf nadere regelingen of maatregelen te treffen en aldus zelf (het vermoeden van) ernstige taakverwaarlozing op te lossen. Bij ernstige taakverwaarlozing gedacht worden aan: i. de situatie waarin op de openbare scholen geen uitvoering wordt gegeven aan de materiële wezenskenmerken van het openbaar onderwijs; ii. sprake is van een zodanig onoplosbaar conflict tussen het college van bestuur en de raad van toezicht van OPOZ dat de continuïteit van het openbaar onderwijs in gevaar komt; iii. financieel wanbeleid als gevolg waarvan de continuïteit van de openbare scholen in gevaar komt; iv. wanneer de onderwijskwaliteit aanzienlijk achterblijft als gevolg waarvan de continuïteit van de betreffende openbare school c.q. scholen in gevaar komt. 3. Bij vermindering van het aantal openbare scholen of nevenvestigingen in de Gemeente, door fusie, vrijwillige opheffing of omzetting, kan de besluitvorming daartoe slechts genomen worden na voorafgaande, tijdige mededeling daarvan door OPOZ aan de gemeenteraad van de Gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 159 Wpo. Daarbij geldt het volgende: a.
Een besluit tot opheffing wordt uiterlijk op 1 augustus van het schooljaar voorafgaand aan de beoogde datum van opheffing door OPOZ medegedeeld aan de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad voor 1 februari daaropvolgend besluit dat hij de school in stand wenst te houden, wordt deze niet opgeheven, maar wordt de instandhouding daarvan overgedragen aan de gemeente. b. Indien een besluit tot opheffing, in afwijking van het vorige lid, na 1 augustus, maar uiterlijk op 1 januari van het schooljaar voorafgaand aan de beoogde datum van opheffing wordt medegedeeld aan de gemeenteraad, dan wordt de school of nevenvestiging slechts opgeheven op grond van dat besluit indien: i. de op te heffen openbare school of nevenvestiging binnen 10 km over de weg gemeten niet de enige school is waarbinnen openbaar onderwijs wordt gegeven, en
ii. de gemeenteraad uiterlijk op 1 februari volgend op die mededeling besluit om in te stemmen met opheffing van de school of nevenvestiging. c. Indien het besluit tot opheffing na 1 januari van het schooljaar voorafgaand aan de beoogde datum van opheffing wordt medegedeeld aan de gemeenteraad, dan wordt de school of nevenvestiging niet opgeheven op grond van dat besluit. d. Opheffing van een openbare school of nevenvestiging vindt niet plaats in het geval de betreffende school of nevenvestiging de laatste openbare school of nevenvestiging is binnen 10 kilometer over de weg gemeten. 4. De raad van toezicht van OPOZ ziet toe op het onderwijs in het geheel, vanuit verschillende kwaliteiten en profielen. 5. Het college van bestuur van OPOZ is als vertegenwoordiger van het bevoegd gezag het eerste en formele aanspreekpunt voor de Gemeente. De portefeuillehouder onderwijs van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente is het eerste en formele aanspreekpunt voor OPOZ. 6. Aan onderhavig convenant wordt een addendum gehecht met daarin de wettelijke bevoegdheden van de gemeenteraad ten aanzien van het openbaar onderwijs in de Gemeente. Dit addendum wordt geacht onderdeel uit te maken van onderhavig convenant.
Artikel 4. Informatievoorziening 1. De Gemeente en OPOZ voeren minimaal tweemaal per jaar overleg, waarin tenminste jaarlijks aan de orde komen: a) de vastgestelde jaarrekening en het vastgestelde jaarverslag over het afgelopen jaar, de vastgestelde begroting, (beide voor één juli). Vanuit het jaarverslag zullen in ieder geval de meerjarenbegroting, de continuïteitsparagraaf en de voorziening groot onderhoud besproken worden; b) de vanuit het bestuur én vanuit de gemeente opgestelde leerlingprognoses; c) de borging van de wezenskenmerken van het karakter van het openbaar onderwijs, zoals verder staat uitgewerkt in artikel 6; d) de bevindingen vanuit de Inspectie van het Onderwijs, alsmede rapportages van de Inspectie van het Onderwijs indien deze zijn gepubliceerd, met dien verstande dat wanneer één van de scholen ressorterende onder het bestuur van OPOZ door de Inspectie van het Onderwijs het predicaat ‘zeer zwak’ ontvangt, dit per direct door OPOZ aan de Gemeente zal worden medegedeeld; e) de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de samenwerking in de stad Zoetermeer door OPOZ met eventuele andere onderwijsorganisaties ten aanzien van de instandhouding, situering en spreiding van de scholen voor primair onderwijs in de stad Zoetermeer; f) alsmede al hetgeen voorts van belang kan worden geacht voor het uitoefenen van de extern toezichthoudende taak van de Gemeente; g) de
onderlinge samenwerking tussen de Gemeente en OPOZ; h) de evaluatie van dit convenant. 2. Partijen kunnen voorts verzoeken om aanvullend overleg. 3. OPOZ stelt zich ten doel de financiële huishouding op de openbare scholen solide in te richten zodat de continuïteit van de scholen niet in het geding kan komen. OPOZ informeert tussentijds, voor zover niet in het periodieke overleg aan de orde is gekomen en indien daartoe aanleiding is, waar nodig onderbouwd en gemotiveerd, de Gemeente over de navolgende zaken: a) de benoeming van nieuwe leden van het college van bestuur;
b) dreigende liquiditeitsproblemen; c) het overgaan door de Inspectie van het Onderwijs tot oplegging van een bestuurlijke maatregel; d) ontwikkelingen die substantiële invloed hebben op het voortbestaan van de onderwijsorganisatie of de exploitatie van de onderwijsorganisatie, zoals beschreven in artikel 3 lid 2 sub c onder i t/m iv. 4. Vanuit haar eindverantwoordelijkheid voor de continuïteit van het openbaar onderwijs zal de Gemeente bij dreigende liquiditeitsproblemen meedenken over en meewerken aan een oplossing, onder erkenning van de zelfstandige positie van OPOZ. Alsdan is OPOZ gehouden om nadere informatie te verstrekken zodat de gemeente hier voldoende inzicht in verkrijgt. 5. Voorts brengt de Gemeente OPOZ op de hoogte van eventuele ontwikkelingen binnen of ter zake de Gemeente die van belang kunnen zijn van voor OPOZ. In het algemeen geldt het beginsel van “no surprise” in de relatie tussen OPOZ en de Gemeente, voor zover het openbaar onderwijs in de gemeente Zoetermeer betreft of daarop betrekking kan hebben.
Artikel 5. Bepalingen ten aanzien van de leden van de raad van toezicht van OPOZ 1. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad van de Gemeente, overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de statuten van OPOZ. Benoeming geschiedt op basis van openbare en vooraf door de raad van toezicht opgestelde profielschets. 2. Minimaal een derde en ten hoogste de helft van de leden van de raad van toezicht worden benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 3. De gemeenteraad en de Raad van Toezicht zijn elk bevoegd te besluiten een lid van die raad voor een bepaalde tijd te schorsen. Het besluit van de Raad van Toezicht wordt daartoe genomen met een gewone meerderheid van de door de overige leden uitgebrachte stemmen.
Artikel 6. Openbaar karakter en instandhouding (neven)vestigingen 1. De openbare scholen van de Stichting zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing en het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Overeenkomstig artikel 46 Wpo draagt het onderwijs bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 2. Een besluit tot opheffing, fusie of omzetting van een openbare school wordt door OPOZ niet genomen dan na mededeling daartoe, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 lid 3 van onderhavig convenant en artikel 159 Wpo. De mededeling van OPOZ aan de gemeenteraad van de Gemeente gaat vergezeld van een rapportage omvattende: a. de motieven voor de opheffing, fusie of omzetting; b. de alternatieven voor de opheffing, fusie of omzetting; c. de te bereiken doelen; d. de effecten van de opheffing, fusie of omzetting voor de leerlingenstromen; e. de kosten en baten van opheffing, fusie of omzetting; f. het (voorlopige) advies van de het betreffende medezeggenschapsorgaan.
Artikel 7. Arbitrage 1. Van een geschil voortvloeiend uit of samenhangend met dit Convenant dan wel van nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg zijn, is sprake indien een Partij dat schriftelijk aan de Partij(en) die daarbij is (zijn) betrokken bericht onder een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van het punt of de punten van geschil ("Geschil"). 2. Indien sprake is van een Geschil zullen Partijen die daarbij volgens de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving zijn betrokken binnen twee weken in overleg treden en trachten het Geschil binnen vier weken na de schriftelijke kennisgeving daarvan in der minne op te lossen. 3. Alle geschillen welke tussen één of meer Partijen mochten ontstaan, voortvloeiende uit of samenhangende met het Convenant dan wel van nadere overeenkomsten die daarvan het gevolg zijn en die niet binnen een periode van drie maanden na kennisgeving van het Geschil zijn beslecht, kunnen worden beslecht door een alsdan door Partijen gezamenlijk in te stellen Commissie die Partijen een bindend advies kan geven, mits dit advies past binnen de wettelijke verantwoordelijkheden van ieder van Partijen. 4. De Commissie zal alsdan bestaan uit door elke betrokken Partij voor zich aan te wijzen deskundige en een door deze deskundigen gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijk deskundige.
Mochten de deskundigen niet gezamenlijk tot een derde onafhankelijke deskundige komen binnen één maand na instelling door Partijen, verzoeken Partijen de rechtbank een onafhankelijk deskundige te benoemen. 5. De Commissie van Wijzen geeft naar billijkheid en met oog voor de kwaliteit en instandhouding van het onderwijs op de lange termijn en de (financiële) belangen van Partijen een bindend advies. 6. De Commissie van Wijzen bepaalt zelf de eigen werkwijze. Partijen dragen ieder hun deel van de kosten.
Artikel 8. Evaluatie 1. Partijen evalueren ten minste elke twee (2) jaar de werking van dit Convenant, de onderlinge samenwerking en de invulling van en de verhouding tussen het interne en het externe toezicht. 2. Mocht één van Partijen daaraan behoefte hebben, dan vindt de evaluatie als bedoeld in het eerste lid op een met redenen omkleed verzoek van die Partij plaats op een eerder moment.
Artikel 9. Slotbepaling 1. Op dit Convenant en de daaruit voortvloeiende rechten en verplichtingen van Partijen over en weer is uitsluitend Nederlands recht van toepassing. 2. Dit Convenant treedt in werking op 1 maart 2021. 3. Dit Convenant geldt voor onbepaalde tijd en eindigt – met uitzondering van die bepaling die de geschilbeslechting en de afwikkeling regelen – door opzegging door een van de Partijen wegens gewijzigde omstandigheden of redenen van redelijkheid en billijkheid als gevolg waarvan de betreffende Partij van oordeel is dat voortzetting van het Convenant in het kader van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden niet mogelijk is. 4. Partijen treden met elkaar in overleg over een wijziging van het onderhavige Convenant indien en voor zover dat noodzakelijk is als gevolg van een wijziging in de Wvo. Wijzigingen kunnen
slechts schriftelijk en met instemming van beide Partijen worden doorgevoerd. De wijzigingen zullen zoveel als mogelijk aansluiten bij de inhoud en strekking van (de bepalingen in) dit Convenant.
Aldus overeengekomen en ondertekend te _____________ op ______ 2021. Gemeente Zoetermeer
____________________
____________________
[NAAM]
[NAAM]
Burgemeester
Griffier
Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zoetermeer
____________________
____________________
Voorzitter college van bestuur
Lid college van bestuur
ADDENDUM I – Overzicht van rollen en bevoegdheden van de gemeente bij bestuursoverdracht aan OPOZ OPOZ is een stichting voor instandhouding van scholen voor openbaar primair onderwijs in Zoetermeer. De gemeenteraad heeft instemmingsbevoegdheid op de statutenwijziging van OPOZ op grond van de Wpo artikel 48 lid 7. De letterlijke tekst van artikel 48 Wpo is als volgt: 1. Een gemeenteraad kan besluiten dat een of meer openbare scholen in de gemeente in stand worden gehouden door een stichting die zich ten doel stelt het in stand houden van een of meer openbare scholen, al dan niet te zamen met openbare scholen als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of openbare scholen als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. 2. De gemeenteraad maakt het voornemen tot een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend. 3. Een stichting die een openbare school in stand houdt, wordt opgericht door een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. 4. Onverminderd artikel 17d, eerste lid, is het statutaire doel van de stichting uitsluitend het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig artikel 46. 5. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag uit. 6. Onverminderd het vierde lid voorzien de statuten in ieder geval in een regeling omtrent: a.
de samenstelling, werkwijze en inrichting van het bestuur van de stichting, b. de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de bestuursleden, met dien verstande dat de leden van het bestuur worden benoemd door de gemeenteraad of gemeenteraden en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, c. de termijn waarvoor de bestuursleden worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting na goedkeuring door de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden en de vaststelling van de jaarrekening na instemming van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden, e. de wijze waarop de gemeenteraad of gemeenteraden toezicht op het bestuur uitoefenen, f. de gronden waarop het bestuur kan besluiten de vergaderingen besloten te houden, g. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, en h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in het bestuur is verzekerd. De goedkeuring bedoeld in onderdeel d kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder begrepen het financiële belang van de gemeente. 7.
De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de desbetreffende gemeenteraad of gemeenteraden.
8. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad of gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. 9. De vergaderingen van het bestuur van de stichting zijn openbaar, tenzij het bestuur anders beslist, op gronden, vermeld in de statuten. 10. Indien voor 1 februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd, neemt de gemeenteraad of gemeenteraden de maatregelen die zij nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. 11. De gemeenteraad of gemeenteraden zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. 12. Indien de school een raad van toezicht heeft, is het zesde lid niet van toepassing en voorzien de statuten, onverminderd artikel 17c, in ieder geval in een regeling omtrent: a. de samenstelling, werkwijze en inrichting van de raad van toezicht van de stichting, b.
de wijze van benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht, met dien verstande dat de leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad of gemeenteraden en dat ten minste een derde gedeelte, doch geen meerderheid, van die leden wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken school of scholen, c. de termijn waarvoor de leden van de raad van toezicht worden benoemd, d. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening, en e. de periode waarvoor de stichting in het leven wordt geroepen, met dien verstande dat deze periode ten minste 5 jaren bedraagt, h. de bevoegdheid de stichting te ontbinden, met dien verstande dat in de regeling een overheersende invloed van de overheid in de raad van toezicht is verzekerd. Het achtste, negende en elfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. De gemeente Zoetermeer behoudt de volgende bevoegdheden ten aanzien van de openbare scholen: Om de garantiefunctie van het openbaar onderwijs te kunnen waarborgen, kent de Gemeente wettelijke bevoegdheden ten aanzien van OPOZ, te weten: • De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad van de Gemeente. • Ingeval van een voorgenomen besluit van OPOZ tot vrijwillige vermindering van het aantal openbare scholen, doet OPOZ hiervan mededeling aan de gemeenteraad.
De gemeenteraad kan besluiten om de betreffende school zelf in stand te houden om opheffing te voorkomen. • De gemeente heeft instemmingsbevoegdheid op een wijziging van de statuten van OPOZ, (Wpo artikel 48 lid 7). • de gemeente controleert het jaarlijks verslag van de werkzaamheden van de stichting met in elk geval aandacht voor (borging van) de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. • Indien voor 1 februari van het jaar waarvoor de begroting geldt, de begroting niet is goedgekeurd, neemt de gemeenteraad de maatregelen die zij nodig achten om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen (artikel 48 lid 10).
•
De vastgestelde jaarstukken worden voor 1 juli aan de gemeenteraad gezonden (art. 15 lid 6 statuten). • De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door OPOZ of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden (Wpo artikel 48 lid 11). De taken en bevoegdheden van de Gemeente zoals die voortvloeien uit de wet, de statuten van de Stichting, alsmede onderhavig convenant hebben slechts werking ten aanzien van de openbare scholen, gelegen in de Gemeente. De gemeente Zoetermeer en OPOZ leggen afspraken vast in een convenant Naast de statutenwijziging worden in een convenant afspraken vastgelegd over de uitoefening van de bevoegdheden van de gemeente. Hierin worden ten minste nader uitgewerkt: • rolopvatting over gemeentelijk toezicht; • benodigde informatie voor de gemeente om te kunnen toezien op de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs; • richting en inhoud aan het begrip ‘ernstige taakverwaarlozing’; • wijze waarop onderling overleg – tenminste over de jaarrekening en begroting – wordt ingericht.