CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Concept ontwerp Ruimtelijke Strategie Zoetermeer: Stad in de Buurt

Raadsvergadering 17 maart 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Concept ontwerp Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 204022.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

74

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

We zoeken meer ruimte voor cultuur, evenementen, sport en ontmoeting. Op een aantal plekken is er uitbreiding nodig van de wijkgezondheidscentra. In afstemming met de sector zoeken we daarvoor naar uitbreiding van bestaande locaties of het clusteren met andere functies op nieuwe locaties. 6.6.2.2 We zetten in op multifunctioneel gebruik van maatschappelijk vastgoed. Multifunctioneel gebruik van voorzieningen leidt tot efficiënt ruimtegebruik in de stad, maar heeft bovendien als voordeel dat het de ontmoetingsfunctie van voorzieningen versterkt. Voorzieningen zijn belangrijk voor het samenleven in buurt, wijk en stad. Het zijn de plekken waar we elkaar tegenkomen, activiteiten ondernemen, hulp vragen of geven, waar we ontspannen of geïnspireerd raken. Het zijn ook de plekken die niet exclusief van één iemand of groep zijn, ze zijn voor de hele stad, wijk of buurt en dragen hiermee bij aan de identiteit, verbinding en sociale cohesie. Betaalbaarheid van vooral maatschappelijke voorzieningen is een punt van zorg. multifunctioneel gebruik van de ruimte kan helpen om deze betaalbaarheid te verbeteren. We stimuleren dit door partijen bij elkaar te brengen en organiseren afspraken over het beheer van ruimtes. Dit geldt bijvoorbeeld voor locaties van wijk- en buurtverenigingen.

6.6.2.4 We vernieuwen verouderd vastgoed en maken het toekomstbestendig Door de leeftijd van de stad is veel vastgoed de komende jaren aan vernieuwing toe. Sleets geworden voorzieningen en winkelcentra stralen af op de hele wijk waardoor vernieuwing positieve impulsen geeft. Hiervoor gaan we met eigenaren en ondernemers aan de slag om plannen te maken, te beginnen met de wijken van de toekomst. Bij de vernieuwing en verduurzaming van vastgoed hanteren we de hierboven beschreven uitgangspunten. We sturen op spreiding en nabijheid en zorgen dat voorzieningen zich concentreren langs gezonde routes en plekken. Bovendien moeten voorzieningen passen binnen de leefmilieus en de doelgroepen die daar wonen. De toekomstige vernieuwingsvragen zoals het poppodium, Stadstheater en ziekenhuis beoordelen we aan de hand van deze uitgangspunten.

6.6.2.3 Nieuwe leefmilieus en ‘reuring’ in de binnenstad Om sturing te geven op de juiste functie op de juiste plek wordt de stad in verschillende leefmilieus onderverdeeld. Bij elk leefmilieu passen specifieke categorieën voorzieningen. We gaan het centrum verdichten waardoor nieuwe stedelijke woonmilieus ontstaan. Daar horen passende stedelijke voorzieningen bij op het gebied van winkelaanbod, cultuur, evenementen en horeca. Belangrijk is dat we in de komende jaren randvoorwaarden scheppen om dit aantrekkelijke stedelijke aanbod ook te realiseren. We gaan meer ruimte bieden voor ‘reuring’ in de binnenstad door het aanpassen van geluidsnormen en sluitingstijden (‘in de binnenstad woon je niet voor je rust’). Daarbij zullen we duidelijke regels stellen voor ondernemers met het oog op veiligheid.

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Uit de participatie: “Ik vind dat we ook hier in Zoetermeer mogelijkheden moeten hebben voor cultuur en uitgaan, zodat mensen zich meer verbonden voelen met hun eigen stad.”

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

75

6.7 Energie 6.7.1. Opgaven voor 2040

6.7.2. Strategie 2040

• • • •

6.7.2.1 De uitdaging van de energietransitie Zoetermeer moet in 2050 aardgasvrij zijn maar wil dat het liefst al in 2040. Voor die energietransitie zullen er tot 2040 honderden miljoenen euro’s in Zoetermeer geïnvesteerd worden. Zoetermeer wil én de energietransitie realiseren én de investeringen hierin zoveel mogelijk benutten als vliegwiel voor vernieuwing en verbetering van de woonaantrekkelijkheid in buurten en wijken. Met de energietransitie maken wij het verschil door deze investeringen zo veel mogelijk te laten bijdragen aan andere opgaven uit de visie Zoetermeer 2040.Zoetermeer heeft daarbij een gunstige uitgangspositie als een zogenaamde New Town. Bijna de hele woning voorraad is tussen nu en 2040 aan groot onderhoud of renovatie toe. Dit biedt bij uitstek mogelijkheden voor een grootschalige aanpak bij natuurlijke investeringsmomenten. Kortom… als het in Zoetermeer niet lukt, lukt het nergens!

• • • •

Transitie realiseren naar duurzame energie opwek. Alle woningen energiezuinig en goed geventileerd. Bebouwde omgeving aardgasvrij in 2040. Eigen elektriciteit zo veel mogelijk opwekken. Opwekdoel 159MW in 2030 (huidige opwek in 2024 is 79MW). Ruimte voor warmte reserveren (warmte samenwerking Oostland/Noukoop). Ruimte maken voor toenemende capaciteitsvraag Stedin. Ondergrondse infrastructuur mee laten groeien met bovengrondse ontwikkelingen (zie ook 6.8). Voorkomen van energie armoede.

6.7.2.2 Warmte Voor de opwekking van warmte kiest Zoetermeer in het centrum van de stad voor collectieve oplossingen. Dat kunnen lokale oplossingen zijn, zoals bodemenergiesystemen of een regionale oplossing in het kader van de Warmte Samenwerking Oostland (WSO). Tot grootschalige investeringen in een dergelijk netwerk wordt pas besloten op het moment dat de haalbaarheid en betaalbaarheid van zo’n regionaal netwerk goed onderbouwd kunnen worden. Buiten het centrumgebied kiest Zoetermeer voor individuele oplossingen in de vorm van warmtepompen. Per gebiedsontwikkeling worden afwegingen en afspraken over warmte oplossingen gemaakt met inwoners en ontwikkelaars. Wij kiezen bij de energietransitie voor intensieve samenwerking en maatwerk. 6.7.2.3 Elektra Om invulling te geven aan de afspraken zoals deze in de Regionale Energie Strategie (RES) zijn gemaakt reserveert Zoetermeer voor schone opwek ruimte voor een tweetal zonneparken aan de Roeleveenseweg en het voormalig baggerdepot in Oosterheem. Belangrijk is daarnaast dat daken en gevels optimaal benut worden voor de opwek van zonne-energie. Zoetermeer kiest niet voor opwek via extra windmolens. Ten aanzien van grote systeembatterijen voor balancering van het netwerk staan we op het standpunt dat deze een plek moeten krijgen waar elektriciteit van wind op zee aanlandt.

76

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

6.7.2.4 Aanpassing aan toenemende capaciteitsvraag De stad groeit en om aan de toenemende vraag te kunnen voldoen worden in de periode tot 2030 een hoogspanningsstation (Bleiswijk 3) toegevoegd en worden vier midden spanning stations toekomstbestendig gemaakt. Voor een vijfde station dient de definitieve locatie nog vastgesteld te worden (Berkelseweg). Voor laagspanning zullen in de wijken in de komende jaren nog circa 200 trafohuisjes worden toegevoegd (25 – 50m2 ruimtebeslag per station boven- en ondergronds). Deze stations vragen om specifieke locaties. Per wijk wordt hiervoor een inpassingskader opgesteld. 6.7.2.5 Slim werk met werk maken in de wijken De grote transformaties op het gebied van woningbouw vinden in de komende jaren achtereenvolgens plaats in binnenstad, Meerzicht, Entree en Buytenwegh waarbij het meeste programma wordt gerealiseerd in binnenstad en Entree. Belangrijk is dat we bij deze ontwikkelingen werk met werk maken. Dat betekent dat grootschalige woningbouwprogramma’s gelijktijdig worden uitgevoerd met mogelijke aanpassingen aan de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur, waaronder de uitbreiding van de distributiestations in de wijken. 6.7.2.6 Capaciteitsvraag bedrijven Op dit moment is de verwachting dat het energienetwerk in Zoetermeer tijdig kan meegroeien met de vraag. De komst van grote bedrijven kan deze vraag – aanbod balans verstoren.

Indien de Zoetermeerse strategie om bedrijventerreinen beter te benutten leidt tot de komst van bedrijven met een forse energievraag kunnen er risico’s ontstaan voor (tijdige) levering. Ontwikkelingen van de bedrijventerreinen dient daarom voortdurend afgestemd te worden met partner Stedin. 6.7.2.7 Planmatig en voorspelbaar proces Een gezamenlijke planning van projecten en samenwerking tussen gemeente en Stedin is essentieel in de uitvoering van de energiestrategie. Gemeente en partner Stedin zullen gezamenlijke prioriteiten en uitgangspunten formuleren om de steeds veranderende vraag en aanbod continu op elkaar af te kunnen stemmen.

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Uit de participatie: “Het is belangrijk dat de gemeente op grootschalig niveau het initiatief neemt en gunstige voorwaarden creëert voor kleinschalige energieoplossingen.”

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

77

6.8 Ondergrond en externe veiligheid 6.8.1. Opgaven voor 2040

6.8.2. Strategie 2040

De ondergrond speelt een essentiële rol in de RSZ. Het is niet alleen de fysieke basis voor bovengrondse activiteiten, maar vormt ook een strategische laag waar belangrijke functies zoals watermanagement, kabels en leidingen, en energie-infrastructuur samenkomen. Steeds meer wordt de groei van de ondergrondse infrastructuur een randvoorwaarde voor de groei van de stad. De grootste uitdaging in de ondergrond is het ruimtegebrek. Met de verdere verdichting van de stad neemt de drukte in de ondergrond alleen maar toe. De ruimte moet worden gedeeld door verschillende functies, zoals kabels en leidingen, riolering, en duurzame energie-infrastructuur (zoals WKO-systemen). Op korte termijn kunnen dergelijke ontwikkelingen leiden tot ruimte-conflicten en verstoringen. Bij de verdichting van de binnenstad wordt steeds meer duidelijk dat boven- en ondergrondse ontwikkelingen goed op elkaar afgestemd moeten worden. De grote opgave met betrekking tot dit thema is dus om te zorgen dat de ondergrondse infrastructuur tijdig meegroeit met bovengrondse ontwikkelingen en dat tijdig ruimte wordt gereserveerd voor (toekomstige) toepassingen.

Om te voorkomen dat de ondergrondse infrastructuur onvoldoende mee groeit met bovengrondse ontwikkelingen en daarmee belemmerend zou kunnen werken op de groei van de stad gaan we de komende jaren het volgende doen: Ontwikkelen van een visie op de ondergrond In deze visie wordt beschreven welke toekomstige ontwikkelingen verwacht worden en welke ruimte reserveringen hiervoor noodzakelijk zijn. Hoe kunnen de opgaven op het gebied van woningbouw, bodembeheer, klimaatadaptatie en energietransitie goed op elkaar worden afgestemd? En hoe kan de schaarse ruimte in de ondergrond optimaal worden benut zonder bovengrondse ontwikkelingen te belemmeren? Een dergelijke visie bevat ook een concrete fasering voor de vernieuwing van het de ondergrondse infrastructuur die is afgestemd op de vernieuwing van de Zoetermeerse wijken. Regie op de ondergrond Het is noodzakelijk om opgaven en uitvoeringsplanning van verschillende stakeholders op elkaar af te stemmen, nieuwe ontwikkelingen (vroegtijdig) te bespreken en toekomstige ruimteclaims integraal in beeld te brengen. Eventueel door het samenstellen van een regiegroep (in- en externe stakeholders) voor ondergrondbeheer. De gemeente zal hiertoe het initiatief nemen. Bodem en water sturend als basis voor ruimtelijke keuzes Bij gebiedsontwikkeling dienen water en bodem nadrukkelijker te worden meegenomen als belangrijke randvoorwaarden.

Dit betekent dat locaties worden beoordeeld op hun klimaatadaptieve kenmerken (o.a. waterberging), dat meer rekening wordt gehouden met extreme weerssituaties en dat maatregelen worden genomen die bijdragen aan systeemherstel. Indien te weinig rekening wordt gehouden met de bodemgesteldheid en invloeden van klimaatverandering kan dit schade veroorzaken aan ondergrondse infrastructuur.

78

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

Oprichten van een kennisplatform voor kennisdeling en continu leren Een kennisplatform is essentieel voor het delen van informatie en het up-to-date houden van kennis over de ondergrond. Dit platform moet toegankelijk zijn voor alle relevante interne en externe stakeholders, zoals beleidsmakers, projectontwikkelaars, nutsbedrijven en aannemers. Effectief relatiemanagement met externe leveranciers die betrokken zijn bij ondergrondse activiteiten Het relatiemanagement met externe leveranciers, zoals nutsbedrijven, aannemers en andere stakeholders, is van groot belang om te zorgen voor een soepele samenwerking en coördinatie bij ondergrondse werken.

6.8.3. Externe veiligheid In Zoetermeer zijn verschillende kwetsbare gebouwen, locaties en risicobronnen aanwezig. Het overgrote deel van het Zoetermeerse grondgebied is vrij van risicobronnen en aandachtsgebieden. Met name de A12, buisleidingen, LPG tankstations, windmolens en ammoniak opstellingen bij Nutricia zijn aandachtsgebieden. Bij gebiedsontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met deze kritieke infrastructuur. Afhankelijk van de verbonden risico’s gelden diverse voorschriften voor het bouwen in de omgeving van risicobronnen. Het Zoetermeerse beleid voor externe veiligheid sluit aan op de beleidskeuzes van de provincie Zuid-Holland. Hierin staat ook beschreven welke onderliggende, landelijke, regels en wetgeving van toepassing zijn.

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

79

7. Voorbij 2040 De stad is nooit af en zal zich ook na 2040 verder ontwikkelen. Tot 2040 zullen er in de MRDH ca 250.000 extra woningen bij komen. Hoe deze groei doorzet na 2040 is afhankelijk van diverse factoren, zoals klimaat en economische en demografische ontwikkelingen. Verondersteld mag worden dat de regio ook na 2040 sterk zal blijven groeien. Afvlakking van de bevolkingsgroei wordt pas na 2050 verwacht. Maar groei is geen doel op zich. Het is belangrijk om nu keuzes te maken die na 2040 een goede basis leggen voor leefbaarheid en brede welvaart voor toekomstige generaties. Als we vooruitkijken naar de verdere toekomst biedt de RSZ een goede basis voor de stad om zich de komende decennia verder te ontwikkelen.

80

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Verhalen van de stad Molen de Hoop Voor een relatief jonge stad is het vrij uniek dat Zoetermeer over een ruim 100 jaar oud rijksmonument beschikt. Zoetermeer koos de molen tot tweede belangrijkste monument van de stad in de zogenaamde ‘Old Five’ verkiezing. De molen vervult dus een belangrijke rol in het cultureel-historisch besef van onze bevolking. Officieus staat de Zoetermeerse molen in heel Nederland bekend als de mooiste en best onderhouden molen van het land. Een stichting houdt de molen in goede staat te, operationeel en zoveel mogelijk beschikbaar voor de Zoetermeerse bevolking. Daarom zijn er tot vandaag de dag rondleidingen mogelijk, waarvan veel gebruik wordt gemaakt door zowel groepen (o.a. scholen) als particulieren.

Dorpsstraat

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

81

7. Voorbij 2040 7.1. Doorgaande vernieuwing van wijken en buurten In de periode tot 2040 wordt een start gemaakt met de vernieuwing van de wijken Meerzicht, Buytenwegh en Seghwaert. In de periode na 2040 zullen ook andere wijken aan de beurt komen, daarbij continu kijkend naar de staat van de wijk (wijkanalyse). De volgorde van de wijkvernieuwing volgt min of meer de ontstaansgeschiedenis van de wijken van Zoetermeer. De nadruk ligt daarbij op de vernieuwing van de wijkwinkelcentra. Gezien de leeftijd op dat moment mag verwacht worden dat in de periode na 2040 wijkwinkelcentrum De Vijverhoek (Driemanspolder), winkelcentrum De Leyens en Noordhove aan vernieuwing toe zijn.

7.2. Doorontwikkeling hoofdwegenstructuur In de periode tot 2040 wordt de Afrikaweg getransformeerd tot stadsstraat. Hiermee maken we een start met de verdichting van het centrum van Zoetermeer rond de hoofdwegenstructuur. Zo ook rond de Europaweg. Na 2040 komen de overige delen van de H-structuur in beeld, om door te ontwikkelen tot straten waarin verkeers- en verblijfsfuncties meer worden gecombineerd en er een aantrekkelijkere openbare ruimte ontstaat met een ander karakter. En daarmee bijdragen aan het onderling beter verbinden van wijken.

7.3. Kansen voor verdere verstedelijking in de A12 zone De verdichting die we tot 2040 zien langs de hoofdwegenstructuur zou na 2040 een vervolg kunnen krijgen in de A12 zone. Daar ligt de ruimte om verdere groei van de stad ruimte te bieden maar vooral ook om de leefbaarheid sterk te verbeteren. Verkennende studies laten een toekomstbeeld zien waarin de mobiliteitstransitie leidt tot een andere verdeling tussen verschillenden vervoerssystemen. Door de auto en de trein bijvoorbeeld ondergronds te brengen wordt de stad niet langer in tweeën

82

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

gedeeld. De enorme infrastructuur van de A12 schept ruimte voor wonen, voorzieningen, groen, ontspanning en sport. En biedt kansen voor verbindende doorgaande lijnen, die praktisch zijn maar ook waardevol voor ecologie en sociale verbinding. Veel negatieve effecten van de snelweg, waaronder geluidsoverlast en luchtvervuiling, worden hiermee weggenomen. Verstedelijking en leefbaarheid kunnen hier echt hand in hand gaan. Een verder verstedelijkte zone rondom de A12 kan de volgende logische schakel zijn van een hoogstedelijke milieu dat stationsomgeving Entree verbindt met de stationontwikkeling rondom Bleizo-West.

groene recreatieve verbinding vanuit het Van Tuyllpark naar de Rotte te realiseren. Met aantrekkelijker passages van de aanwezige infrastructuur kan de oostkant van de stad beter aan de aantrekkelijke landschappen van de Rotte en het Bentwoud gekoppeld worden. Een sterke vergroening van het bedrijventerrein is nodig om de stad aan de oostzijde ook koelte te bieden. Het verbinden van de verschillende gebieden met aantrekkelijke waardevolle groene verbindingen zorgt op termijn voor een aaneengesloten Ringpark rondom de stad. Deze ambitie zal vooral vorm moeten krijgen in het programma Novex.

7.4. Omliggende landschappen, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie

7.5. Regionale samenwerking

Voor de leefbaarheid op langere termijn is het van groot belang de omliggende landschappen zo vrij mogelijk te houden van verdere verstedelijking. Ze vormen de groene longen van dit deel van de Randstad en zijn nodig voor recreatie en ontspanning. Maar bovenal zijn ze nodig voor de toekomstige beschikbaarheid van (drink)water, voor klimaatadaptieve opgaven en om de biodiversiteit te verbeteren. Het creëren van grote zoetwaterbuffers is nodig om de beschikbaarheid van zoetwater te kunnen garanderen en om tegendruk te bieden tegen de verzilting. In regionaal verband zal nagedacht moet worden waar extra waterberging in de landschappen rondom Zoetermeer gevonden kan worden. De Meerpolder, van oudsher een zoetwater meer, kan daar mogelijk een belangrijke rol in vervullen, in combinatie met recreatie en natuurontwikkeling. Aan de zuidzijde van Zoetermeer vormen de kassen van de Oostland een behoorlijk hitte eiland. Zoetermeer zal zich (liefst samen met de buurgemeenten) inzetten voor ruimte voor verkoeling voor het zuidelijk deel van de stad. Rokkeveen vormt anno 2024 al een aandachtsgebied voor hittestress. De toekomst van het kassengebied is nu nog ongewis maar biedt kansen voor extra ruimtelijke kwaliteit in de vorm van recreatie en verkoeling.

Nieuwe recreatieve routes door dit gebied vormen voor de zuidzijde van Zoetermeer een kwalitatieve toevoeging, zeker als ze gepaard gaan met extra natuurwaarde en biodiversiteit. Aan de oostzijde van de stad liggen er kansen om een

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

Sommige vraagstukken laten zich niet oplossen op het schaalniveau van de stad of gemeente maar vragen om een regionale benadering. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zal steeds meer het verband worden waarbinnen provincie en gemeenten samen aan opgaven werken, vooral op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en mobiliteit. Voor Zoetermeer is het belangrijk om deze vraagstukken regionaal te blijven agenderen. Grote ruimtelijke ambities als de transformatie van de A12 zone en het realiseren van de ZoRo lijn vragen om investeringen die de Zoetermeerse begroting te boven gaan. Daarvoor is het belangrijk om nationale en regionale fondsen te activeren. Ook een vraagstuk als huisvesting van grote bedrijven met een hoge milieu impact, die moeilijk in een sterk verstedelijkte regio nog zijn in te passen, vragen om een regionale visie. Compensatie-ruimte voor deze bedrijven kan maar moeilijk gevonden worden, terwijl vrijwel alle gemeenten zoeken naar meer ruimte voor bedrijvigheid, vooral omdat bedrijfslocaties onder druk staan van de constante zoektocht naar woonruimte. Verder vooruitkijkend zal de zuidelijke Randstad zich steeds meer ontwikkelen tot één metropoolregio met bijbehorende vraagstukken en opgaven. Zoetermeer zal zich ook na 2040 blijven inzetten om alle kansen die hier uit voortkomen te benutten.

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Perspectief op Zoetermeer voorbij 2040

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

83

Ontwerpend Onderzoek

Gebiedsontwikkeling A12- en Spoorwegzone De A12 zone is het eerste werktraject van het Kennis- en innovatieplatform Stedelijke Snelwegen & Ruimtelijke ontwikkeling (SSRO). Ministerie Infrastructuur en Waterstaat, TU Delft en Vereniging Deltametropool hebben samen met de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Zoetermeer opdracht gegeven voor ontwerpend onderzoek naar locaties nabij drukke (snel)wegen binnen een sterk verdichte stedelijke omgeving. De A12- en spoorwegzone tussen Den Haag en de Rotte is in dit onderzoek onderzocht en voor de periode 20402075 is het ontwikkelingspotentieel van het gebied in kaart gebracht. De overkoepelende ambitie voor het ontwerpend onderzoek is daarin als volgt geformuleerd:

Zoetermeer 2024-2075

Strategische interventies 2040-2075

Het huidige beleid speelt hier al grotendeels op in met onder andere knooppuntontwikkelingen en aandacht voor verbetering van het openbaar vervoer. Dit beleid zetten we dan ook door en versterken middels een drietal strategische interventies: • Multimodaal mobiliteitssysteem en nabijheid maakt ruimte voor ambities waardenkader • Verbeter Randstadrail Krakeling met gerichte knooppuntontwikkeling, versterkt OV Zoetermeer • Bereid realisatie ZoRo-lijn voor en versterk met ontwikkeling knooppunten agglomeratiekracht MRDH

In de uitwerking van het deelgebied Zoetermeer is uitgegaan van sterke economische- en demografische ontwikkelingen. Daarbij ontstaan kansen voor een aantal strategische interventies om van de A12 zone een leefbare en gezonde omgeving te maken. Deze strategische interventies zijn onderverdeeld in vier thema’s; duurzame bereikbaarheid en mobiliteit, ecologische waarden, culturele waarden en de vitale en gemengde stad. Het onderzoek laat zien dat er een enorme potentie en ruimte in deze zone ligt, waar de stad- en de regio – kan profiteren.

Ecologische waarden in de regio versterken

“Een A12- en spoorwegzone die bijdraagt aan een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving die economisch, ecologisch en sociaal-cultureel dynamisch en veerkrachtig is.”

2040 Leiden

De A12 vormt een grote barrière in Zoetermeer. Transformatie van deze zone biedt enorme kansen voor de toekomst van de stad. Enerzijds omdat er ruimte ontstaan voor andere functies, anderzijds omdat het ondergronds brengen van het verkeer zeer positieve effecten heeft voor luchtkwaliteit en geluidsoverlast tegen gaat. Er ontstaan kansen voor nieuwe groene verbindingen en aantrekkelijker doorlopende routes. De woningbouwontwikkeling van Bleizo West kan nog sterker verbonden worden met de stad als onderdeel van de ingezette verstedelijking van de binnenstad en Entree richting de A12.

2075 Alphen aan den Rijn

Den Haag Zoetermeer

Gouda

Delft

Rotterdam

84

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

Thema’s waarden3. DNA workshop

• Kwetsbaar en versnipperd landschap • A12 ecologische barrière Groen weggedrukt door bebouwing 4. •Visie 5. Leefmilieus 6. Thema’s

• Ecologische verbindingen gerepareerd • Groen groeit mee met de steden • Ruimte voor blauw 7. Voorbij 8. Uitvoering 9. begrippen

Strategische interventies A12 en spoorzone

Nieuwe buurten als schakel tussen noord en zuid

Nieuw station Rokkeveen Multimodale hubs tbv gezonde autovrije buurten en modaliteitsopties

ondertunnelen spoor 2x24km

Aantrekkelijke groene verbindingen van en naar ov-knooppunten en hubs

Transformatie monofunctionele gebieden naar gemengd woonwerkbuurten

A12-en spoorwegzone 2075

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

85

8. Uitvoeringsagenda

86

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Participatiebijeenkomst Zoetermeerders in gesprek (foto fotoflex)

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

87

8. Uitvoeringsagenda De RSZ is een visie die alle beleidsterreinen omvat en loopt over een periode van 15 jaar. Niet alles dat in de RSZ staat kan direct uitgevoerd worden. Daarvoor ontbreekt de capaciteit en, zeker met het oog op de bezuinigingen van 2026, ook de middelen. Daarom is het belangrijk om ook ten aanzien van de gepresenteerde strategische keuzes focus aan te brengen; wat doen we eerst en wat kan later? In de periode tot de zomer van 2025 zal de RSZ worden aangevuld met een uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda zal beschrijven wat er nodig is om de RSZ succesvol uit te voeren. In de uitvoeringsagenda zullen in ieder geval de volgende onderwerpen worden beschreven: 1. De wijze waarop Zoetermeer de RSZ gaat uitvoeren met de inzet van de Omgevingswet instrumenten. Dit gaat onder andere over de vraag wat er organisatorisch en beleidsmatig nodig is om de omgevingsvisie te vertalen naar omgevingsprogramma’s en omgevingsplan. 2. Een voorstel voor een strategische agenda, bestaande uit de omgevingsprogramma’s die we in eerste instantie gaan opstarten om de RSZ ten uitvoer te brengen. Hierbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan een goede balans tussen kwaliteit, haalbaarheid en betaalbaarheid. 3. Een voorstel over de wijze waarop de investeringen voor de komende jaren gekoppeld gaan worden aan de strategische agenda. 4.

Het opstellen van regels en richtlijnen op het gebied van bouwkwaliteit, kwaliteit van de buitenruimte, toegankelijkheid, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en biodiversiteit. 5. De wijze waarop het omgevingsplan gaat worden ingezet om de strategische doelen uit de RSZ te realiseren. 6. Een voorstel voor stedelijk programmeren. Deze werkwijze wordt op dit moment uitgewerkt en gaat helpen om ruimtevragen op stedelijk niveau te beoordelen en tegen elkaar af te wegen. 7. De wijze waarop wij ons grondbeleid gericht kunnen inzetten om ruimtelijke ambities uit de RSZ te realiseren. De uitvoeringsagenda zal in de eerste helft van 2025 ter besluitvorming worden voorgelegd aan college en raad.

88

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

9. Begrippenlijst 3-30-300-regel: deze regel gaat over de aanwezigheid van groen in de bebouwde omgeving en stelt dat elke woning zicht moet hebben op 3 bomen, 30% bedekt moet zijn in schaduw van bomen en zich maximaal 300 meter van de dichtstbijzijnde groenvoorziening. Groene wiggen: groene verbindingen tussen de stad en het buitengebied; belangrijk voor biodiversiteit maar ook om verkoeling van buiten de stad in te laten komen. HOV: hoogwaardig openbaar vervoer. H-structuur: de hoofdwegen Amerikaweg, Afrikaweg, Aziëweg, Australiëweg en Europaweg die in Zoetermeer zijn aangelegd bij het bouwen van de groeikernwijken. Vanuit de lucht gezien vormen deze wegen de letter H, vandaar de naam H-structuur. FMI: functiemengingsindex, deze index zegt iets over de mate waarin functies als wonen en werken zijn gemengd in een gebied en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Functie: activiteiten die in de gebouwde omgeving plaatsvinden, bijvoorbeeld wonen, werken, recreatie, et cetera. Hoogbouw: de bebouwing die substantieel hoger is dan de overwegende bouwhoogte van de directe omgeving. We spreken in een groot deel van de stad van hoogbouw bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter. Kroon: de bovenste bouwlagen die de beëindiging vormen van een toren.

Leefmilieu: een gebied in de stad met specifieke kenmerken dat het gebied onderscheidt van andere gebieden. Bijvoorbeeld een hoogstedelijk leefmilieu.

Maaiveld: De bovenkant van een terrein aansluitend aan een bouwwerk, vaak waar de entree van een bouwwerk zich bevindt. Metropolitaan: het meest verstedelijkte gebied van de stad, vaak het stadscentrum. Mobiliteitsnorm: beschrijft in totaliteit welke vraag naar mobiliteit moet worden gefaciliteerd in een gebied. De mobiliteitsnorm gaat verder dan parkeernormen. Modal shift: de verandering van vervoerswijze. Bijvoorbeeld een ‘modal shift’ van reizen per auto naar reizen met de fiets. New Town: een stad die gebouwd is naar een planmatig ontwerp. In Nederland vaak steden die gebouwd zijn als ‘satellietstad’ bij een grotere stad, zoals Almere bij Amsterdam en Zoetermeer bij Den Haag. Optoppen, aanplakken en uitplinten - het toevoegen van verdiepingen (optoppen), aan de zijkant bebouwing toevoegen (aanplakken) of het omvormen van bergruimte op de begane grond tot andere functies (uitplinten). Plint: het onderste deel van een bouwwerk of bouwdeel. Vaak heeft de plint een andere functie dan de bovenliggende verdiepingen (bijvoorbeeld winkels). Rooilijn: een denkbeeldige lijn waarin de gevel van een gebouw staat.

Stadsstraat: een (vaak brede) straat in intensief bebouwd gebied waar verblijfs- en verkeersfuncties worden gecombineerd. Gebouwen zijn met hun voorkanten op de stadsstraat georiënteerd. De stadsstraat kenmerkt zich door een lage verkeerssnelheide, goede oversteekbaarheid, aantrekkelijke openbare ruimte en goede faciliteiten voor voetganger en fietser. Stedelijke voorzieningen: Voorzieningen in de stad die niet op wijkniveau functioneren, maar die door bewoners van de hele stad gebruikt (kunnen) worden. Voorbeelden hiervan zijn sporthallen en zwembaden, maar bijvoorbeeld ook Snowworld, de Boerderij of de Silverdome kunnen tot dit soort voorzieningen gerekend worden. Sluipverkeer: is de benaming voor (ongewenste) verkeersstromen die ontstaan als gevolg van capaciteitsproblemen (zoals ongevallen of files) op snelwegen of andere belangrijke wegen. Hierdoor wordt het onderliggende wegennet overbelast en ondervinden het lokale verkeer en de omwonenden hinder. Suburbaan: vaak gebruikt voor wijken waar men rustiger kan wonen. Warmtenet: ook wel stadsverwarming of blokverwarming genoemd. Een methode om woningen te verwarmen met behulp van een centrale warmtebron (bijvoorbeeld een bedrijf of bedrijventerrein).

RSZ: Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 2040 Setback: geeft aan dat een gebouwd volume ‘terugligt’ ten opzichte van een ander gebouw waar het aan vast zit. Meestal wordt dit gebruikt in de context van hoogbouw, bijv. als torens worden gebouwd op een stedelijk blok.

Lintbebouwing: bebouwing in een lange lijn (lint) langs een kanaal, dijk, weg of oeverwal.

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

89

90

Voorwoord

1. Inleiding

2. Dialoog

3. DNA

4. Visie

5. Leefmilieus

6. Thema’s

7. Voorbij

8. Uitvoering

9. begrippen

Colofon De Ruimtelijke Strategie is onderdeel van de Omgevingsvisie van Zoetermeer en is ook te bekijken in het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) via https:// omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. Het DSO is het juridisch bindende kader. Kaartbeelden en illustratries zijn tot stand gekomen in een samenwerking tussen Urhahn Stedenbouw & Strategie en de gemeente Zoetermeer. Wij hebben getracht alle foto’s van externen van bronvermelding te voorzien.

Nicolaasbrug verbindt oud en nieuw centrum

Concept Ontwerp - Ruimtelijke Strategie Zoetermeer

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=9fc273a9-72b9-417a-a7dd-1ae188d478eb