Bijlage 1 - Concept besluit ‘hogere waarden geluid'
Tekst van het document
Ontwerp besluit hogere waarden geluid voor het bestemmingsplan Nieuwbouw Van Doornenplantsoen te Zoetermeer. I.
OVERWEGINGEN
1. De locatie In het kader van de realisatie van een schoolgebouw en een sporthal aan het Van Doornenplantsoen te Zoetermeer, wordt een ruimtelijke procedure gevoerd. Op de huidige locatie is geen bebouwing aanwezig. De locatie is weergegeven in figuur 1.
Figuur 1: Ligging ontwikkellocatie bestemmingsplan Van Doornenplantsoen incl. omgeving. De Wet geluidhinder (Wgh) schrijft voor dat geluidgevoelige bestemmingen (o.a. woningen, onderwijsgebouwen en gezondheidszorggebouwen) die binnen bepaalde afstanden (zones) van verschillende geluidbronnen liggen, getoetst moeten worden aan grenswaarden van die wet. De geluidzones van de relevante wegen (art. 74 Wgh) en spoorwegen (art. 106b Wgh en art. 1.4a Besluit geluidhinder (Bgh)) zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1. De locatie valt binnen de geluidzone van diverse wegen. Dit betekent dat een akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bestemmingsplan op bouwblokniveau. Hierbij is de toekomstige geluidbelasting op de gevels van de toekomstige bebouwing berekend, waarbij rekening is gehouden met de uitgangspunten van het bestemmingsplan. 2. Toelichting wettelijk kader De Wgh kent voor geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen, onderwijsgebouwen en gezondheidszorggebouwen, een systeem van voorkeursgrenswaarden en maximale 1
ontheffingswaarden. Het doel van de Wgh is om het aantal mensen dat hinder ondervindt van geluid zoveel als mogelijk te beperken. Een geluidbelasting die de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt, is zonder meer toelaatbaar. De effecten van het geluid worden dan aanvaardbaar geacht. Een geluidbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde is in principe niet toelaatbaar. In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde is de geluidbelasting alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Dit afwegingsproces heeft vorm gekregen in de zogenaamde hogere waarde procedure. In deze hogere waarde procedure dienen burgemeester en wethouders het vaststellen van hogere waarden te motiveren. Het college heeft hiertoe op 29 september 2009 het ‘Hogere waarden beleid’ vastgesteld. Op 6 juni 2017 heeft het college afwijkingsregels op het ‘Hogere waarden beleid’ vastgesteld. Uit het akoestisch rapport School Van Doornenplantsoen, Zoetermeer d.d. 23 december 2022, rapportnummer M.2022.0826.R001, opgesteld door DGMR blijkt dat er een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van één gezoneerde weg optreedt. De relevante berekende waarden zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Geluidbronnen wegverkeer en aantallen woningen waar ten gevolge van wegverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Geluidbelasting Lden [dB]
Locatienaam
Geluidbron (weg)
(op de gevel / achter geluidreducerende voorziening)
Gevel
Van Doornenplantsoen (nieuwe school)
Australiëweg Australiëweg Australiëweg
63 56 58
Noord Oost West
De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai is 48 dB, de maximale ontheffingswaarde is 53 dB voor buitenstedelijk gebied en 63 dB voor binnenstedelijk gebied. De rechtsgrond voor de maximaal toelaatbare ontheffingswaarden vanwege wegen is opgenomen in art. 83 van de Wgh. Uit tabel 1 blijkt dat verlening van hogere waarden in beginsel mogelijk is. De geluidbelastingen bevinden zich (na het treffen van maatregelen, dit wordt later in het besluit toegelicht, beneden de maximaal toelaatbare ontheffingswaarde (63 dB voor het wegverkeerslawaai). Vanwege overschrijding van de voorkeursgrenswaarden op de genoemde locatie moet worden onderzocht of de geluidbelasting kan worden teruggebracht tot maximaal de voorkeursgrenswaarde door het treffen van bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller asfalt) of overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld een geluidscherm). Als blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn of niet voldoende toereikend zijn, dient te worden onderzocht of de locatie in aanmerking kan komen voor een hogere waarde. Cumulatie Bij het vaststellen van hogere waarden moet vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening rekening worden gehouden met het eventueel optreden van cumulatie van geluid. Ter bescherming van (toekomstige) bewoners mag de gecumuleerde geluidbelasting niet onaanvaardbaar hoog worden.
2
In die gevallen waarbij sprake is van cumulatie van geluid moet worden beoordeeld of de toekomstige gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar is, door de gecumuleerde geluidbelasting te vergelijken met de niet-gecumuleerde geluidbelasting. Daarbij moet echter worden bedacht dat de normen zijn gesteld voor toetsing van een bron afzonderlijk, zodat letterlijke toepassing van de normen bij de beoordeling van cumulatie niet aan de orde is. De cumulatieve geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai bedraagt op de noordgevels van de nieuw te realiseren school, ten hoogste 65 dB (zonder aftrek ex artikel 110g van de Wgh). Op de overige gevels bedraagt de cumulatieve geluidbelasting 60 dB op de westgevel en 59 dB op de oostgevels. Gezien het bovenstaande is er vanuit geluidoogpunt sprake van een aanvaardbare geluidniveaus voor een binnenstedelijke situatie en van een goede ruimtelijke ordening. 3. Onderzoek naar mogelijkheden om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde Volgens de Wgh dient een onderzoek te worden verricht naar maatregelen die kunnen leiden tot een geluidniveau onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai. Daarbij dient eerst te worden onderzocht of bronmaatregelen mogelijk dan wel toereikend zijn. In tweede instantie wordt gekeken naar overdrachtsmaatregelen. Als laatste worden maatregelen bij de ontvanger beschouwd.
NB: Het streven in het Hogere waarden beleid is dat er voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. Uitgezonderd zijn ontwikkelingen waarbij nieuwbouw plaatsvindt binnen een stedelijke structuur (zoals het opvullen van een open plaats of bij een transformatie van bestaande bedrijfsmatige activiteiten naar woningbouw, e.d.). De maximaal toegestane geluidbelasting is dan gelijkwaardig aan die van de naastgelegen woonbebouwing. Uitgangspunt daarbij is dat de ontwikkeling van deze geluidgevoelige functies niet dichter bij de weg wordt geprojecteerd dan de bestaande bebouwing. Bronmaatregelen wegverkeer Mogelijke bronmaatregelen zijn: • stiller wegdek; • aangepaste verkeerscirculatie; • verlagen van de rijsnelheid. Beoordeling van de bronmaatregelen voor de te beschouwen weg uit tabel 1: •
Stiller wegdek: De maatgevende geluidbelasting wordt veroorzaakt door de Australiëweg, welke al is voorzien van een geluidreducerend wegdek. Een stiller wegdektype is niet mogelijk.
•
Verlagen van de rijsnelheid: Op het relevante deel van de Australiëweg geldt een maximumsnelheid van 70 km/uur. Het verlagen van de rijsnelheid zal de doorstroming en daarmee de functie van de weg negatief beïnvloeden. Dit is een ongewenste ontwikkeling.
3
Overdrachtsmaatregelen wegverkeer Mogelijke overdrachtsmaatregelen zijn: • geluidscherm of een geluidwal; • aangepaste verkaveling d.m.v. grotere afstand. Beoordeling van de overdrachtsmaatregelen voor de te beschouwen wegen uit tabel: •
Het is mogelijk om een scherm langs de maatgevende wegdelen van de Australiëweg te plaatsen, zonder de doorgang op kruisende wegen te belemmeren. In de huidige situatie zijn er al wallen en schermen aanwezig met een hoogte tussen de 1 en 2 meter. Het verhogen van de bestaande wallen en schermen heeft weinig effect omdat op de hoogst gelegen verdiepingen afscherming van het geluid vanwege het hoogteverschil niet goed mogelijk is. Ook vanuit stedenbouwkundig oogpunt zijn hogere schermen langs de Australiëweg niet wenselijk. Geluidsschermen stuiten daardoor op verschillende bezwaren.
•
Omdat het modelontwerp nog niet definitief is hebben we voor het gebouwontwerp de huidige rooilijn met een hoogte van 20 meter gehanteerd. De hieruit berekende geluidsbelastingen betreffen dus een worst case benadering. Om de geluidsbelasting op de gevels te verlagen kan de afstand tussen de bron (wegen) en het gebouw worden vergroot. Wordt het gebouw bijvoorbeeld 6 meter verder van de weg af gesitueerd, dan daalt de geluidsbelasting met 1 dB.
Eindconclusie haalbaarheid bron- en overdrachtsmaatregelen Uit het bovenstaande blijkt dat om meerdere redenen (stedenbouwkundige, financiële en verkeerskundige) het treffen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen op overwegende bezwaren stuit (zie artikel 110a, lid 5 Wgh). Dit betekent dat onderzocht moet worden of ontheffing van de voorkeursgrenswaarde kan worden verleend om de realisatie van het schoolgebouw alsnog mogelijk te maken. 4. Onderzoek naar de rechtvaardiging van een hogere waarde procedure De hogere waarde procedure vereist een zorgvuldige afweging tussen het toegestane geluidniveau en een voldoende bescherming van het leefklimaat. Om deze afweging gestalte te geven is het gemeentelijk ‘Hogere waarden beleid’ vastgesteld. In het hogere waarden beleid zijn een aantal aanvullende voorwaarden opgenomen die van toepassing zijn als de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde met meer dan 5 dB overschrijdt, dus vanaf 53 dB voor wegverkeerslawaai.
Deze voorwaarden zijn: 1) het stedenbouwkundig ontwerp wordt zodanig vormgeven dat daarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; 2) bij een aanvraag om bouwvergunning (thans: omgevingsvergunning) moet een bouwakoestisch onderzoek worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde zoals genoemd in het Bouwbesluit; 3) bij appartementen en andere woningen dient minimaal 1 verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde (maximaal 48 dB) te worden gesitueerd; 4) aan de geluidluwe zijde wordt een volwaardige buitenruimte (tuin of balkon) gesitueerd (minimaal 6 m2). Voor transformatieprojecten en binnenstedelijke nieuwbouw zijn daarnaast afwijkingsregels vastgesteld om meer flexibiliteit te kunnen bieden. In dit geval is er sprake van binnenstedelijke nieuwbouw en gelden de volgende afwijkingsregels:
4
1) de mogelijkheid om de eis van een eigen (geluidluwe) buitenruimte te laten vervangen door een gemeenschappelijke (geluidluwe) buitenruimte als er redelijkerwijs geen eigen buitenruimte voor elke woning mogelijk is; 2) een balkon aan de geluidbelaste zijde met gesloten balkonschermen toe te staan in situaties waar een balkon aan de geluidluwe zijde niet mogelijk is; 3) geen geluidluwe zijde te eisen in uitzonderingssituaties zoals bij hoekwoningen binnen een appartementengebouw dat is gelegen aan twee geluidbelaste wegen waardoor het niet mogelijk is om een geluidluwe zijde te realiseren. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai meer dan 53 dB bedraagt ter plaatse van het bestemmingsvlak. Door de naar de Australiëweg gerichte en niet-afgeschermde geveldelen van het schoolgebouw als zogeheten dove gevel in de zin van de Wgh uit te voeren, zijn de geluidnormen uit de Wgh hierop niet van toepassing. Voor de overige gevels is het verlenen van een hogere waarde tot maximaal 58 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Australiëweg mogelijk. 5. Rechtsbescherming Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om hogere waarden vast te stellen. De procedure is gelijk met het bestemmingsplan. Het besluit wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd.
Belanghebbenden kunnen gedurende deze termijn schriftelijk beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. 6. Zienswijzen PM 7. Ontvankelijkheid van de zienswijzen PM 8. Aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbesluit PM
5
II
BESLUIT
Gelet op het voorgaande, gelet op hoofdstuk VIIIA van de Wet geluidhinder en gelet op het d.d. 29 september 2009 door het college vastgestelde ‘Hogere waarden beleid’ en de op d.d. 6 juni 2017 door het college vastgestelde ‘afwijkingsregels Hogere waarden beleid geluid’, stellen wij de hogere grenswaarden krachtens artikel 110a, eerste lid, Wet geluidhinder als volgt vast: Tabel 3: Geluidbronnen wegverkeer en gevelzijde waar ten gevolge van wegverkeerslawaai hogere waarden voor worden verleend. Geluidbelasting Lden [dB]
Locatienaam
Geluidbron (weg)
(op de gevel / achter geluidreducerende voorziening)
Gevel
Van Doornenplantsoen (nieuwe school)
Australiëweg Australiëweg Australiëweg
Als dove gevel uitvoeren 56 58
Noord Oost West
Aan dit besluit verbinden wij de aanvullende voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in het gemeentelijke ‘Hogere waarden beleid’, te weten: 1) bij de aanvraag om omgevingsvergunning bouw dient met een akoestisch onderzoek
2)
3) 4) 5)
aangetoond te worden dat binnen het aantal vastgestelde hogere waarden wordt gebleven en dat wordt voldaan aan de hieronder onder 2 t/m 5 gestelde aanvullende voorwaarden; bij de aanvraag om bouwvergunning (thans: omgevingsvergunning bouw) moet een bouwakoestisch onderzoek worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde zoals bedoeld in het Bouwbesluit; bij het schoolgebouw dient de noordgevel als een zogeheten dove gevel te worden uitgevoerd; de in het akoestisch onderzoek voorgestelde maatregelen dienen te worden toegepast zodat de betreffende klaslokalen voldoen aan de wettelijke binnenwaarde; het afwijken van de bovengenoemde maatregelen en voorwaarden is alleen mogelijk in overleg met en na schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer.
Zoetermeer, PM datum ontwerp besluit Burgemeester en wethouders van Zoetermeer, de secretaris, de burgemeester,
B.J.D. Huykman
M.J. Bezuijen
6
III
BIJLAGE, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
7