CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidsnotitie Wet Inburgering 2022

Raadsvergadering 12 juli 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Wet inburgering 20224.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inleiding Per 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering in. Een wet met stevige ambities. Vanaf de toewijzing van een vergunninghouder aan de gemeente, neemt de gemeente de regie voor de inburgering. De nieuwe wetgeving is nog niet volledig uitgewerkt, toch is het belangrijk om als gemeente de eerste beleidsvoorbereidende stappen te nemen. Gemeenten krijgen in de nieuwe Wet inburgering een belangrijke rol in het begeleiden van de inburgeringsplichtige. De invoering van een aantal verplichte elementen moet er aan bijdragen dat inburgeringsplichtigen sneller het voor hen hoogst haalbare niveau de Nederlandse taal leren en kennis opdoen van de Nederlandse maatschappij, zodat zij zo snel mogelijk volwaardig aan de Nederlandse samenleving kunnen deelnemen. De nieuwe Wet inburgering richt zich niet alleen op het ontwikkelen van taalvaardigheid. Begeleiding en ondersteuning binnen de domeinen wonen, werken, onderwijs, zorg en financiën in de eerste periode van vestiging moet problemen op termijn voorkomen. De wetgeving borgt deze begeleiding deels met bestaande taken, zoals maatschappelijke begeleiding en het begeleiden van vergunninghouders naar werk. De nieuwe wet bevat daarnaast vooral nieuwe gemeentelijke taken. Hiervoor zal de gemeente intern, lokaal en regionaal nieuwe processen van de wetgeving moeten vormgeven.

Dit zijn onder andere het uitvoeren van de brede intake, opstellen van een Plan Inburgering en Participatie (PIP) en het monitoren hiervan. Bij het vormgeven van deze nieuwe gemeentelijke taken zijn twee uitgangspunten bepalend; alle producten moeten binnen het geoormerkte inburgeringsbudget blijven én de producten moeten bijdragen aan zo snel mogelijk volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. De decentralisatie van de inburgering heeft gevolgen voor de gemeente. Eerdere ervaringen met gedecentraliseerde overheidstaken hebben aangetoond dat een goede voorbereiding en helder inzicht in mogelijkheden en kosten noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de taken. Onderliggende notitie is bedoeld als beleidsmatig startdocument, waarin de context en de eerste kaders worden geschetst voor de invulling van de nieuwe wetgeving. Enerzijds om te informeren wat er qua wetgeving aan zit te komen, anderzijds om een richting te geven waarin wij beleidsmatig naartoe dienen te gaan om de wet in te vullen. Voor de implementatie van de nieuwe Wet inburgering worden nu al stappen genomen in de organisatie, om zo ervaring op te kunnen doen met de taken die de wet voor de gemeente met zich meeneemt. Nadere invulling van de wet en regelgeving volgen en zullen een goede leidraad voor de uitvoering geven, indien nodig zal een verordening worden opgesteld als aanvulling.

Een korte terugblik Voordat er wordt ingaan op de nieuwe Wet inburgering, eerst een toelichting op de huidige Wet inburgering en de knelpunten. De huidige wet is sinds 2013 van kracht en bij de invoering waren de belangrijkste uitgangspunten: 

Nieuwkomers zijn in staat hun weg te vinden in de samenleving en kunnen zelfstandig bepalen hoe zij aan de inburgeringsplicht kunnen voldoen

1

 

Aanbieders bieden een passend opleidingsaanbod en een goede prijs-kwaliteitverhouding aan nieuwkomers die zelf een (taal)cursus inkopen De resultaatverplichting en sancties stimuleren nieuwkomers om te voldoen aan de inburgeringsplicht

In 2018 is de Wet inburgering geëvalueerd. Hieruit blijkt dat de uitgangspunten van de huidige wet onvoldoende aansluiten bij de leefwereld en de mogelijkheden van de nieuwkomers. In een onderzoek uit 2015 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) over de inburgering van vergunninghouders komt een soortgelijk beeld naar boven. Een tekort aan begeleiding, onvoldoende toezicht op de trajecten en onvoldoende kennis bij de vergunninghouder om een overwogen keuze te maken met betrekking tot het cursusaanbod worden benoemd als belemmeringen om in te burgeren. Deze onderzoeken zijn aanleiding geweest tot een wijziging in het huidige stelsel.

Huidige groep inburgeraars en aanbod De huidige groep inburgeraars bestaat uit vergunninghouders en gezinsmigranten. Deze groepen hebben een verschillende status als het gaat om in de inburgering. De vergunninghouders hebben een verblijf op gronden van asiel. Zij komen binnen via het asielzoekerscentrum en worden na toewijzing van een verblijfsvergunning gekoppeld aan een gemeente. De gemeente dient vervolgens zorgt te dragen voor huisvesting. De vergunninghouders kunnen in de huidige situatie beroep doen op een lening vanuit het DUO voor de bekostiging van het inburgeringstraject en ontvangen vanuit de gemeente maatschappelijke ondersteuning. De lening wordt kwijtgescholden bij het tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. Veel mensen die onder de vergunninghouders vallen, ontvangen een uitkering op grond van de Participatiewet tot zij in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Hierdoor ontvangen zij ook begeleiding van een klantmanager en ontvangen ondersteuning bij het vinden van werk. De gezinsmigranten kunnen pas naar Nederland komen als er een voorinburgeringstraject in het land van herkomst is gedaan. Er moet een partner in Nederland wonen met voldoende inkomen om in het levensonderhoud te voorzien en de inburgeringskosten moeten vanuit het eigen budget voldaan worden. De instroom van inburgeringsplichtigen is sinds 2016 erg afgenomen.

In dat jaar was er sprake van 217 inburgeringsplichtige vergunninghouders voor Zoetermeer. De hoogte van de instroom is afhankelijk van de taakstelling, deze wordt per half jaar bekend gemaakt in oktober voor de eerste helft van het komende jaar en in april voor de tweede helft. In 2021 is een sprake van een verhoogde instroom. De taakstelling in 2020 was 85 voor het hele jaar, in 2021 was de taakstelling voor de eerste helft al 90. Deze verhoging is het gevolg van een achterstand bij het IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) en de taskforce die is ingehuurd om de aanvragen voor een verblijfsvergunning te beoordelen. De achterstand is ruim 11.000 aanvragen. De verhoogde taakstelling is dus niet het gevolg van een hogere instroom en naar verwachting zal de instroom vanaf 2022 weer rond de 110 vergunninghouders per jaar liggen in Zoetermeer.

2

Ingaande 01-10-2017 zijn het aantal inburgeringsplichtigen: 2017

Vergunninghouders Gezinsmigranten

3 17

taakstelling1

24

2018

Vergunninghouders Gezinsmigranten

27 100

taakstelling

101

2019

Vergunninghouders Gezinsmigranten

43 49

taakstelling

123

2020

Vergunninghouders Gezinsmigranten

76 52

taakstelling

85

Tegelijk met de invoering van de nieuwe Wet inburgering krijgen nieuwkomers vanuit Turkije ook een inburgeringsplicht. De impact van dit besluit voor de gemeente Zoetermeer is niet bekend.

Speelveld & samenwerking Binnen de gemeente Zoetermeer hebben wij de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met de begeleiding van de vergunninghouders. Hiervoor is de samenwerking gezocht met de diverse partners zoals maatschappelijke organisaties zoals Vluchtelingenwerk en Piëzo, maar ook met de taalscholen actief in Zoetermeer. De ondersteuning naar werk van de vergunninghouders verloopt via de Binnenbaan door middel van werkregisseurs met kennis en ervaring in het bemiddelen van deze doelgroep. Vanuit de Binnenbaan worden zowel trajecten gericht op werk als duale trajecten met werk en taal ingezet. De maatschappelijke begeleiding wordt momenteel geboden door Vluchtelingenwerk. De begeleiding start op het moment dat er een woning voor de vergunninghouder beschikbaar is en duurt anderhalf jaar. De begeleiding kan zich op allerlei praktische zaken richten. Denk daarbij aan ondersteuning bij het regelen van financiën, het regelen van een huisarts, de inrichting van de woning, uitleg over de gemeente, ondersteuning bij het aanvragen van gezinshereniging en alle problemen waar mensen mogelijk tegen kunnen aanlopen. De ondersteuning is gericht op het realiseren van een zo groot mogelijke mate van zelfredzaamheid. Welzijnsorganisatie Stichting Piëzo is betrokken bij het regelen van passend onderwijs voor de kinderen en koppelen een bezoekman/vrouw aan de nieuwkomer.

Dit is iemand afkomstig uit hetzelfde land die al wat langer in Nederland woont en kan ondersteunen bij het wennen en integreren. Piëzo voert ook de participatieverklaring uit voor de gemeente. Daarnaast bieden zij taallessen aan. Deze lessen vallen niet onder het inburgeraanbod, maar zijn extra. Bijvoorbeeld voor mensen die al aan hun plicht hebben voldaan, maar zelf willen blijven oefenen. Gecombineerd met het bovenstaande biedt Piëzo een gevarieerd aanbod van welzijnsactiviteiten aan die vergunninghouders stimuleren op een laagdrempelige manier te participeren in de samenleving.

1 Aangepast naar de periode vanaf 01-10-2017

3

Regionale samenwerking Met de gemeenten Voorschoten, Wassenaar, Leidschendam-Voorburg, Lansingerland en PijnackerNootdorp wordt beleidsmatig samengewerkt binnen de opgave inburgering 2022. Deze gemeenten zijn aangesloten bij de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal en werken ook samen op het gebied van de Participatiewet. Kennis wordt gedeeld en waar mogelijk gekeken naar de ruimte om regionaal samen te werken bij het uitvoeren van de nieuwe wet. Samen met de gemeente Lansingerland doet Zoetermeer mee aan een pilot financieel ontzorgen. Een van de eerste stappen binnen het nieuwe inburgeringsproces. Hierdoor bouwen wij kennis op over de uitvoering van deze stap van het nieuwe inburgeringsproces.

Context nieuwe Wet inburgering & globale beleidsmatige uitgangspunten De nieuwe Wet inburgering bevat zes processen die gemeenten dienen te organiseren voor het uitvoeren van de wet. Deze processen staan hieronder beschreven met daarbij globale beleidsmatige uitgangspunten voor de invulling hiervan. Hierbij zijn eerdergenoemde uitgangspunten bepalend; alle stappen passen binnen het beschikbare budget voor de inburgering én leiden zo snel mogelijk tot een volwaardige deelname aan de maatschappij.

1) Brede intake & vaststellen PIP (nieuwe taak gemeente) De gemeente houdt, na toewijzing door het COA, een brede intake met de vergunninghouder. De brede intake is een uitgebreide kennismaking met de vergunninghouder waarin de wensen, behoeften en capaciteiten van de vergunninghouder worden besproken. Ook wordt er een toets om de leerbaarheid te bepalen afgenomen. De resultaten van de brede intake is de basis voor een persoonlijk PIP, Plan Inburgering en Participatie. Hierin wordt een integraal beeld gevormd over het persoonlijke verhaal, wensen, niveau en verwachtingen van de vergunninghouders. Naast het opnemen van de verwachtingen, worden ook de rechten en plichten opgenomen. In het PIP wordt de verdere inburgerroute van de vergunninghouder uitgestippeld. De voortgang van de uitvoering van het PIP wordt gemonitord. Beleidsmatige uitgangspunten -

Zo snel mogelijk contact: Wanneer bekend wordt gemaakt dat een vergunninghouder in Zoetermeer komt wonen, nemen wij contact op met het AZC en desbetreffende vergunninghouder.

-

De intake zal plaatsvinden in Zoetermeer. Als een vergunninghouder aan de gemeente is toegewezen, wordt een eerste afspraak ingepland. De afspraak bij de gemeente zal gekoppeld worden aan een eerste kennismaking van de gemeente óf gekoppeld worden aan het tekenen van het huurcontract.

-

Integraliteit: De brede intake wordt uitgevoerd door een regisseur inburgering. Mogelijk kan er ook een maatschappelijk begeleider aanwezig zijn, of nauw betrokken worden bij de intake. De vergunninghouder is hierdoor direct in beeld bij de maatschappelijke begeleider en kan al bij of rond de intake geïnformeerd worden over wat de begeleiding omvat. De exacte uitvoering zal later worden vastgelegd en zal aansluiten bij de intakes die al plaatsvinden, zoals de domeincheck.

-

Vergunninghouder laten landen in Zoetermeer: de maximale periode van tien weken tussen brede intake en PIP maximaal benutten zodat vergunninghouder de tijd heeft om te landen in zijn nieuwe omgeving. Voorts kan er in deze periode een nog beter beeld worden gecreëerd, zodat het PIP zo compleet mogelijk kan worden vastgesteld.

4

Onderstaande illustratie geeft een beeld van het proces van AZC tot vaststellen en uitvoeren van het PIP.

(Bron Rijksoverheid)

2) Ontzorgen (nieuwe taak gemeente) De gemeenten worden verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van de vergunninghouders. De gemeente betaalt onder andere de huur, energiekosten en verplichte verzekeringen vanuit de bijstandsuitkering. Dit geldt voor minimaal de eerste zes maanden van hun verblijf in de gemeente. Het uiteindelijke doel is om financiële problemen te voorkomen en zelfredzaamheid te creëren. Voor het vergroten van deze zelfredzaamheid wordt in de periode van zes maanden ingezet op budgettraining en het langzaam overdragen van de financiële verantwoordelijkheid aan de vergunninghouder. Na zes maanden wordt gekeken of de vergunninghouder daadwerkelijk zelfredzaam is op financieel gebied. Is dat het geval, dan kan het ontzorgen vanuit de gemeente worden gestopt. Is de vergunninghouder nog niet zelfredzaam kan de ondersteuning worden voortgezet of geïntensiveerd. Beleidsmatig uitgangspunt Ontzorgen verder organiseren: Er loopt een pilot ontzorgen. Hierin zijn zowel bestaande klanten opgenomen, als vergunninghouders die zich nieuw vestigen in Zoetermeer. Diverse maatschappelijke organisaties nemen deel aan de pilot, zodat een variatie aan trainingen gericht op financiële zelfstandigheid worden aangeboden. Dit biedt de ruimte tot maatwerk, maar geeft ook inzicht in welke trajecten aansluiten bij de vergunninghouders.

De resultaten van de pilot worden juni/juli 2021 gepubliceerd door het ministerie. Zoetermeer kan de ervaringen van deze pilot direct inzetten voor het invullen van deze taak van de nieuwe Wet inburgering. Het doel is financiële problemen op termijn voorkomen door preventief in te zetten op de financiële zelfredzaamheid.

5

3) Aanbieden leerroute (nieuwe taak gemeente) Gemeenten krijgen de wettelijke plicht om de inburgeringsplichtige vergunninghouder tijdig een inburgeringsaanbod te doen dat aansluit bij de leerroute en andere elementen die in het PIP zijn vastgelegd. In het PIP wordt voor iedere inburgeraar een leerroute vastgesteld. Hiervoor zijn drie mogelijkheden: 

B1-route: B1 is het taalniveau dat nodig is om een zo goed mogelijk startpositie op de arbeidsmarkt te hebben. Dit niveau dient in maximaal 3 jaar behaald te worden. Het is tijdens deze route van belang dat het leren van de taal gecombineerd wordt met (vrijwilligers)werk.

Onderwijsroute: deze route is gericht op het beheersen van het Nederlands op B1-niveau en instroom in het mbo, hbo of wo. De periode tussen start inburgering en aansluiting op het mbo, hbo of wo is maximaal 1.5 jaar. Het vervolgonderwijs wordt gefinancierd door middel van studiefinanciering of uit het levenlanglerenkrediet.

Zelfredzaamheidsroute (Z-route): is gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op niveau A1 en het zelfstandig kunnen meedoen aan de samenleving. Indien nodig vindt er ook een alfabetiseringstraject plaats. Het traject richt zich op activering, zelfredzaamheid binnen de samenleving en participatie. De z-route is bestemd voor mensen die niet kunnen aansluiten bij de B1- of onderwijsroute.

De keuze voor een specifieke leerroute wordt gebaseerd op de leerbaarheidstoets die door een inburgeringsplichtige wordt gemaakt. Door middel van de PIP wordt regelmatig nagegaan of de inburgering naar verwachting verloopt. Indien blijkt dat een niveau hoger of lager beter zou passen, kan er eenmalig worden overgestapt naar een andere leerroute.

Beleidsmatige uitgangspunten -

B1-route: Voor de B1-leerroute zoeken wij de samenwerking op met gemeenten binnen de arbeidsmarkt(sub)regio: gemeenten Lansingerland en Pijnacker-Nootdorp. Hiervoor zal er gezamenlijk een aanbesteding voor invulling van de route plaatsvinden. Het voordeel van deze samenwerking is dat wij met deze gemeenten ook samenwerken binnen het WSP. Hierdoor kan er, indien nodig, goed de aansluiting gezocht worden met het lokale bedrijfsleven.

-

Onderwijsroute: voor de onderwijsroute wordt een aanbestedingsprocedure gehouden, waarbij gezocht wordt naar schakeltrajecten op alle leerniveaus van het onderwijsstelsel. De aansluitende mbo, hbo of wo is regulier onderwijs.

-

Z-route: richt zich op het creëren van zelfredzaamheid. Dit willen wij zoveel mogelijk lokaal gaan organiseren. Zelfredzaam in de directe leefomgeving. Voor deze route zal een beroep worden gedaan op de maatschappelijke partners.

6

De stappen die genomen worden in de drie leerroutes:

(Bron Rijksoverheid)

4) Participatieverklaringstraject (PVT) (aangepaste taak gemeente) Het PVT is een al bestaand traject over de kernwaarden van de Nederlandse maatschappij en wordt voor de gemeente uitgevoerd door Piëzo en wordt afgesloten door het ondertekenen van de verklaring. Het is op dit moment een traject van vier uur en wordt bij de nieuwe wet verhoogd naar twaalf uur. Een excursie of activiteit waar aandacht wordt besteed aan één van de Nederlandse kernwaarden is hier onderdeel van. Beleidsmatig uitgangspunt: Uitvoer PVT: Het PVT wordt nu door Piëzo aangeboden aan inburgeringsplichtige inwoners. Bij de nieuwe Wet inburgering wordt ervan uitgegaan dat er een deel maatschappelijke begeleiding wordt toegevoegd aan het traject van de Participatieverklaring. De uiteindelijke vorm van de PVT moet nog worden vastgelegd in de lagere regelgeving. Hierna zal worden gekeken of Piëzo de meest logische uitvoerder is voor dit traject, het een onderdeel wordt van de maatschappelijke begeleiding of dat een aanbestedingsprocedure moet plaatsvinden.

5) Module Arbeid en Participatie (MAP) (nieuwe taak gemeente) Gemeenten krijgen ook de verantwoordelijkheid om inburgeraars te begeleiden bij het oriënteren en participeren op de Nederlandse arbeidsmarkt. Bij deze oriëntatie moeten de competenties en arbeidskansen van de inburgeraars op de arbeidsmarkt in beeld gebracht worden. Ook dienen zij vaardigheden te ontwikkelen om een baan te vinden. Beleidsmatig uitgangspunt: Lokaal opzetten: In het verleden zijn aan vergunninghouders trainingen aangeboden door de Werkacademie gericht op arbeidsmarktorientatie, conform de inhoud van de MAP. De Werkacademie is overgegaan naar de Binnenbaan. De mogelijkheid voor de Binnenbaan om deze module aan te bieden wordt besproken.

7

6) Maatschappelijke begeleiding (bestaande taak gemeente) Maatschappelijke begeleiding wordt nu uitgevoerd door Vluchtelingenwerk. Zij begeleiden vergunninghouders die in Zoetermeer komen wonen voor een periode van anderhalf jaar. Vluchtelingenwerk heeft een coördinator en werkt met vrijwilligers. Binnen het nieuwe stelsel wordt de invulling van de maatschappelijke begeleiding ten opzichte van de huidige Wet inburgering gewijzigd omdat er een samenloop is met de regietaak die gemeenten krijgen binnen het nieuwe stelsel. De huidige componenten ‘hulp bij het opstarten van de inburgering’ en ‘het stimuleren van participatie en integratie’ binnen maatschappelijke begeleiding krijgen immers hun beslag in het PIP. Beleidsmatig uitgangspunt: De begeleiding bij Vluchtelingenwerk houden: in overleg bekijken hoe de begeleiding in het kader van de nieuwe wet wordt vormgegeven. Begeleiders kunnen mogelijk al bij de eerste fase van de inburgering aanhaken, om zo direct bij toewijzing van vergunninghouder aan de gemeente met de begeleiding te kunnen beginnen. De vorm en duur van begeleiding zal aangepast moeten worden aan de uitgangspunten van de nieuwe Wet inburgering, namelijk dat mensen zo snel mogelijk volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij.

Regievoering Van de start tot het einde van het inburgeringstraject krijgt de gemeente de regie in handen. In de praktijk betekent dit, dat het inburgeringstraject binnen de afdeling Sociaal Domein uitgevoerd zal worden. Waar nodig wordt de samenwerking gezocht met andere afdelingen of samenwerkingspartners.

Integraal werken binnen het Sociaal Domein/ Binnenbaan/Piëzo/ Vluchtelingenwerk De nieuwe Wet inburgering sluit aan bij de Participatiewet, participeren is immers het uiteindelijke doel van de inburgering. Onderdelen uit de Participatiewet, bijvoorbeeld de ondersteuning bij het zoeken van werk, maar ook het opleggen van sancties, worden ook ingezet bij de uitvoering van de Wet inburgering. De afgelopen jaren is door de raad budget beschikbaar gesteld voor caseloadverlaging bij de klantmanagers van het team vergunninghouders, waardoor voldoende ruimte is gecreëerd voor de begeleiding van de vergunninghouders. Uit het artikel 213A onderzoek, is gebleken dat werken met specialisten en een verlaagde caseload de ruimte heeft geboden om intensieve ondersteuning te bieden in de begeleiding van de vergunninghouders. Dit heeft een maatschappelijk rendement opgeleverd van 1.3. Elke geïnvesteerde euro heeft dus € 1,30 opgeleverd. Het specialisme bestaat uit kennis van de culturele achtergronden, ervaring hoe om te gaan met mensen met een asielachtergrond en de ruimte in de caseload om te investeren in de mensen. De opgedane ervaring met begeleiding van de groep vergunninghouders, namelijk dat tijd, aandacht en kennis werkt, zal ook worden ingezet bij de toekomstige inburgeraars.

8

Een unit-coördinator is gekoppeld aan de implementatie en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Voor de uitvoering wordt een aantal medewerkers specifiek ingezet voor de uitvoering van de inburgeringsverplichtingen. Een medewerker voor de huisvesting, een inkomensconsulent, een medewerker schuldhulpverlening en een regisseur inburgering worden ingezet voor een goede uitvoering van de aankomende wet en bijbehorende verplichtingen. De regisseur inburgering betreft een nieuwe functie, waarbij de taken van de regisseur zullen bestaan uit het bewaken van de trajecten en het handhaven van de termijnen en verplichtingen. Ook zal de regisseur inburgering de verbinding coördineren tussen de diverse partners die direct betrokken zijn bij de inburgeraar, zoals Vluchtelingenwerk, Piëzo en de taalscholen. De begeleiding naar werk zal worden geboden door De Binnenbaan. Momenteel vinden gesprekken plaats met De Binnenbaan voor een goede samenwerking waar het de bemiddeling van de inburgeraars betreft. De gesprekken gaan over de invulling van duale trajecten en de MAP. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis opgedaan door het teamvergunninghouders en kritisch gekeken naar de eisen vanuit de nieuwe Wet inburgering.

Ook andere aspecten binnen het Sociaal Domein worden zo nodig betrokken bij de inburgering, zoals schuldhulpverlening en WEB (Wet Educatie Beroepsonderwijs) Hier worden onder andere taallessen aangeboden voor mensen die hier ondersteuning op nodig hebben, maar al wel zijn ingeburgerd. Ook WMO, Jeugd, onderwijs en handhaving zijn betrokken bij de nieuwe wet. De samenwerking wordt gezocht daar waar het nodig is, waarbij de coördinatietaak in de samenwerking ligt bij de regisseur inburgering.

Brugklas De Wet inburgering neemt veel nieuwe onderdelen met zich mee die direct na het huisvesten in de gemeente moet worden aangeboden aan de vergunninghouder. De brede intake, de PIP, het regelen van inkomen, het starten van een leerroute, het volgen van de PVT en de MAP, het financieel ontzorgen; al deze activiteiten vinden direct aan de start plaats. Dit valt tegelijk met een onrustige periode voor de vergunninghouder, namelijk een verhuizing, het inrichten van een woning, het vinden van zijn weg in de nieuwe woonomgeving, kinderen die naar school moeten en mogelijk nog lopende procedures voor gezinshereniging. Om deze hectische periode geordend te laten verlopen wordt er door diverse gemeentes gekeken naar een brugklas-periode, waarin al deze zaken worden gebundeld en zo centraal als mogelijk kan worden aangeboden. Deze brugklas zou minimaal tien weken tot maximaal een half jaar duren en worden afgesloten nadat een vergunninghouder is gestart op zijn leerroute. Aansluitend heeft hij regelmatig gesprekken met zijn begeleider/klantmanager om zijn voortgang te kunnen volgen en ondersteuning te bieden als dit nodig is. De invulling van de brugklas, zowel de vorm als de personele bezetting moet nog verder uitgewerkt worden. In Leidschendam-Voorburg start 1 september 2021 een pilot met deze brugklas.

Deze pilot en de ervaringen worden meegenomen in de beslissing om dit ook in Zoetermeer toe te passen.

9

Financiën Wet inburgering Per 1 januari 2022 treedt de Wet Inburgering in werking. Vanuit het rijk zijn middelen beschikbaar gesteld, specifiek geoormerkt voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Deze middelen worden hier verder toegelicht en zijn bepalend voor de inkoop van de diensten en de inzet van activiteiten gericht op een volwaardige participatie aan de maatschappij. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. Deze middelen worden onder gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners (78% van het totaalbedrag) en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond (22% van het totaalbedrag). bedragen x € 1 mln. Uitvoeringskosten Inburgeringsvoorzieningen Extra uitvoeringskosten Extra Inburgeringsvoorz. Totaal beschikbaar budget

2022 60,8 99,6 9,0 21,0 190,3

2023 66,8 122,3 9,0 21,0 219,1

2024 66,8 126,9 9,0 21,0 223,6

2025 66,8 126,9 9,0 21,0 223,6

De verdeling van de integratie-uitkering is in de decembercirculaire 2020 bijgesteld, toen waren er van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden. Recentelijk is er landelijk tot 2026 daar bovenop 30 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor de ‘ondertussengroep’. De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds naar verwachting vanaf 2022 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. Het structurele inburgeringsbudget kent twee typen kosten. Dit zijn de uitvoeringskosten en de kosten voor inburgeringsvoorzieningen. De uitvoeringskosten zijn kosten voor de brede intake, het PIP, de voortgangsgesprekken, het ontzorgen en overige uitvoeringskosten. De middelen worden verstrekt via een integratie-uitkering binnen het gemeentefonds en worden verdeeld onder gemeenten op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Gemiddeld ontvangen we ca. € 4.100 per asielmigrant en ca. € 2.700 per gezins- of overige migrant. bedragen Zoetermeer Uitvoeringskosten

2022 € 522.005

2023 € 563.846

2024 € 563.846

2025 € 563.846

Het budget voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen wordt aan gemeenten verstrekt door middel van een specifieke uitkering (SPUK). Het budget mag worden besteed aan voorzieningen die bijdragen aan het voldoen van de inburgeringsplicht. Onder de kosten voor inburgeringsvoorzieningen vallen onder andere de kosten voor de leerroutes, de MAP, maatschappelijke begeleiding, het PVT en de inzet van tolken. De verdeling van de middelen voor de inburgeringsvoorzieningen (de specifieke uitkering, ofwel de SPUK) wordt in detail uitgewerkt in het Besluit inburgering, dat in de loop van 2021 gepubliceerd zal worden. Vooruitlopend op publicatie van het Besluit inburgering is een eenvoudige rekentool 10

gemaakt, waarmee gemeenten een inschatting kunnen maken van de te verwachten (voorlopige) specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen. Uiterlijk 1 oktober 2021 zal de verdeling van de middelen voor inburgeringsvoorzieningen bekend worden gemaakt en ontvangen gemeenten een beschikking met het gemeentelijk budget voor het jaar 2022. Er kan nu nog geen duidelijkheid worden gegeven over het aantal inburgeraars in 2022 omdat de huisvestingstaakstelling pas in oktober 2021 bekend wordt gemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Rekentool SPUK - uitkering voor inburgeringsvoorzieningen INPUT: aantallen per gemeente (zelf invullen) Prognose huisvestingstaakstelling Prognose aantal gezins- en overige migranten

jaar van huisvesting 2022 110 50

TUSSENSTAP: aantal inburgeringsplichtige asielstatushouders Prognose aantal (inburgeringsplichtige) asielstatushouders

77

2023 125 50

2024 125 50

2025 125 50

87,5

87,5

87,5

jaar t + 1 4.000 €

jaar t + 2 1.000 € €

Totaalprijs 12.712 589

2023 308.000 € 674.809 € nvt € nvt 29.454 € 1.012.262 €

2024 77.000 350.000 € 674.809 € nvt € 29.454 € 1.131.262 €

2025 nvt 87.500 350.000 674.809 29.454 1.141.762

INPUT: gehanteerde budgetten pp (vast) Budget per asielstatushouder Budget per gezins- of overige migrant

jaar van huisvesting (t) € 7.712 € € 589

OUTPUT: inschatting hoogte van de (voorlopige) uitkering Uitkering voor de asielstatushouders gehuisvest in 2022 € Uitkering voor de asielstatushouders gehuisvest in 2023 Uitkering voor de asielstatushouders gehuisvest in 2024 Uitkering voor de asielstatushouders gehuisvest in 2025 Uitkering voor gezins- en overige migranten in betreffende€jaar Totale uitkering €

Uitkering in jaar: 2022 593.832 € nvt € nvt nvt 29.454 € 623.285 €

Communicatie Intern zullen medewerkers van de afdeling Sociaal Domein in samenwerking met de kwartiermakers van de Binnenbaan zorgdragen voor de voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering. Indien nodig kunnen hier andere afdelingen bij worden betrokken, zoals inkoopadviseurs die een aanbestedingstraject kunnen begeleiden. Lokaal worden de maatschappelijke partners betrokken bij de voorbereiding en het organiseren van de processen. Vooral voor Vluchtelingenwerk betekent de nieuwe Wet mogelijk uitbreiding van de bestaande taken. Zelfredzaamheid met taal is een component waarin Piëzo een rol in kan spelen. Het is dus van belang deze organisaties vroeg te betrekken bij voorbereiding en opstellen van beleid. Dit is vanaf oktober 2020 georganiseerd. Regionaal vindt samenwerking plaats met Leidschendam-Voorburg, Lansingerland en PijnackerNootdorp. Wekelijks vindt hiervoor een overleg plaats waarin ervaringen worden gedeeld en gezamenlijke plannen worden uitgewerkt. Dit zal zich komende maanden verder voortzetten, met name als er een gezamenlijke aanbesteding voor de inkoop van de B1-route wordt georganiseerd.

11

Planning De vervolgstappen richting de implementatie van de Wet inburgering zien er als volgt uit: Wat te doen Start projectteam uitvoering Wet inburgering Invulling geven aan de diverse opdrachten vanuit de nieuwe wet Commissievergadering Raadsvergadering Opstellen kaders aanbestedingen voor PVT, MAP en maatschappelijke ondersteuning Publicatie regionale aanbesteding B1-route Start proces overige aanbestedingen Opstellen en laten vaststellen beleidsregels Intern voorbereiden uitvoering beleidsregels Startdatum Wet inburgering

Wanneer Maart 2021 (gestart) Juli 2021 5 juli 2021 12 juli 2021 Juli/augustus 2021 13 juli 2021 (onder voorbehoud raadsbesluit) Q3- 2021 Q3-Q4 2021 - De ASD wordt hierbij om advies gevraagd. Q3-Q4 2021 1 januari 2022

Risico’s -

-

-

Het wetsvoorstel is al een aantal keren uitgesteld. Deze notitie is aangepast op basis van het derde uitstel. De minister heeft verzocht aan gemeenten om per 1 juli 2021 al zoveel als mogelijk volgens de gedachte van de Wet inburgering te gaan werken. In Zoetermeer wordt hier invulling aan gegeven door het financieel ontzorgen standaard aan te bieden aan alle vergunninghouders die vanaf heden worden gehuisvest. Andere stappen gericht op de implementatie inburgering volgen de komende maanden. De huidige groep inburgeraars heeft de naam de “ondertussengroep” gekregen, zij zijn inburgeringsplichtig geworden tussen 1 januari 2013 tot en met 31 december 2021. De regie ligt bij het DUO en de inburgeringsplichtige. Veel vergunninghouders ronden hun inburgeringstraject af op grond van de inspanningsplicht of op A1 niveau. Dit betekent dat zij aantoonbaar 600 lesuren hebben gevolgd, maar onvoldoende taalbeheersing hebben om op A2 of B1 niveau de inburgering succesvol af te sluiten. Dit leidt tot een ongunstige positie op de arbeidsmarkt en uitsluiting in het maatschappelijke leven. De omvang van deze groep is nog niet volledig in beeld, wordt geschat op ongeveer 300 personen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze groep wordt nu in beeld gebracht, zoals terug te lezen is in de memo begeleiding inburgeringsplichtigen 2021.

De onderwijsroute is een lastige route om in te vullen met het budget zoals beschikbaar is gesteld. Door wijzigingen bij het ministerie van Oderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de dubbele eisen waar een instituut aan moet voldoen, namelijk die van Blik op Werk en de eisen vanuit het reguliere onderwijs, is het bedrag van ongeveer 10.000 euro voor een traject niet toereikend. Landelijk wordt er niet gereageerd op de aanbestedingen voor de onderwijsroute. Op het moment dat deze notitie is geschreven, wordt er een landelijke discussie gevoerd hoe dit ondervangen kan worden. Uitgangspunten zijn binnen het beschikbare budget blijven en zorgen voor een traject aansluitend op het reguliere onderwijs.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=cd8f3a25-2f18-4bab-b9d2-929fe36c0f81