Bijlage 1 - Appendix Actualisatie Integraal Veiligheidsbeleid Zoetermeer
Tekst van het document
WIJZIGINGEN EN TOEVOEGINGEN NAV DE PARTICIPATIEPROCEDURE IN ROOD ACTUALISATIE INTEGRAAL VEILIGHEIDSBELEID ZOETERMEER APPENDIX
Versie: 2 Datum: mei 2021
1
Voorwoord De kadernota Integraal Veiligheidsbeleid Zoetermeer (verder: de nota) bevat op een abstract niveau de kern van het veiligheidsbeleid van Zoetermeer. De nota die in 2011 voor het eerst is vastgesteld, is in 2018 voor de periode 2019-2022 geactualiseerd. Tijdens het ingelaste debat over de veiligheidssituatie op 12 oktober 2020 is de raad toegezegd om, in verband met de huidige ontwikkelingen op veiligheidsgebied, het beleid te actualiseren. Er is grote bezorgdheid over de leefbaarheid- en veiligheidssituatie in een aantal wijken. De actualisatie wordt als een appendix aan de nota toegevoegd. Op deze manier blijft de originele nota intact totdat deze opnieuw (voor de periode 2023-2026) door de raad wordt vastgesteld. De actualisatie betreft twee sporen. Het eerste spoor is de actualisatie van de vier speerpunten. Dat zijn: High Impact Crimes: geweld, straatroven, overvallen en woninginbraken; Problematische jeugd(groepen); Ondermijning; Extremisme en radicalisering. Wat moet op basis van de huidige inzichten ten aanzien van deze speerpunten anders of nieuw worden gedaan? Per speerpunt gaat de actualisatie vooraf door een korte terugblik in tabelvorm. Wat is van de voorgenomen inspanningen, zoals die in de nota staan vermeld, gerealiseerd? Daar waar van toepassing wordt vermeld wat er extra is gedaan.
De inleidende tekst die bij ieder speerpunt onder Doelen en beoogde effecten is opgenomen, is letterlijk afkomstig uit de nota. Het tweede spoor betreft een aanvulling op de huidige nota. Dit zijn nieuwe aandachtspunten, onderwerpen of accenten die niet, of nog niet in de gepresenteerde vorm, in de nota voorkomen. Het uitgangspunt van de integraliteit van het beleid blijft ongewijzigd. Samen met partners wordt aan de verbetering van de veiligheid gewerkt. Op alle beleidsterreinen: zorg, jeugd, wonen, onderwijs, verkeer enzovoorts. Daarbij kent de veiligheidsketen de volgende verschillende fasen: pro-actie, preventie, preparatie, respons en nazorg. In het toekomstperspectief naar 2040 wordt onderzocht op welke wijze veiligheid wordt geborgd.
2
I De speerpunten 1. High Impact Crimes Doelen en beoogde effecten In Zoetermeer heeft de samenleving met minder geweld, woninginbraken, straatroven en overvallen te maken. Mensen begeven zich zonder gevaar voor lijf en leden op straat. Inwoners kennen een veilige thuisomgeving en moeten zich veilig voelen in de woonomgeving en in de stad. Dit is ambitieus. De misdrijfaangiftecijfers zijn de afgelopen jaren spectaculair gedaald. Het wordt een enorme opgave om dit vol te houden en ervoor te zorgen dat inwoners ook ervaren dat het risico om slachtoffer te worden (is) verminderd. Plegers van HIC delicten worden (eventueel na detentie) opgenomen in een integrale persoonsgerichte aanpak om recidive te voorkomen. Realisatie van de inspanningen INSPANNINGEN Cameratoezicht uitgaansgebied Tijdelijk huisverbod Voorlichting Opleggen gebiedsverbod Lik op stuk beleid Nazorg overvallen Inzet social media PGA HIC-ers
GEREALISEERD Ja. In het Stadshart hangen camera’s. Tijdelijk zijn bij club Magnum camera’s geplaatst. Ja. De burgemeester legt per jaar gemiddeld 40 huisverboden op. Ja, met betrekking tot woninginbraken en de jaarwisseling. Ja. Nee. Nee. Ja. Nee.
Actualisatie Het thema wapens en jeugd krijgt, met name in het kader van straatroven, meer focus. Met medewerking van Zoetermeer is op landelijk niveau een plan van aanpak opgesteld om het wapenbezit- en gebruik onder jongeren terug te dringen. Dit plan wordt de komende jaren uitgevoerd. Halt besteedt in zijn voorlichtingsacties op scholen aandacht aan de ongewenstheid van wapenbezit- en gebruik. Het verbod op messen, wapens e.d. in de openbare ruimte is inmiddelswordt naar verwachting in de Apv opgenomen. Het aantal straatroven is niet groot, maar wel zorgwekkend een serieus punt van aandacht. Zoetermeer is samen met Den Haag de stad waar de meeste straatroven in de politie-eenheid Den Haag plaatsvinden. Zoetermeer is zelfs een ‘hot area’1 voor wat betreft straatroven en messengebruik door jongeren. De belangrijkste buit is de mobiele telefoon. Opvallend is de digitale component: het aantal contacten dat tot stand komt via Marktplaats of advertenties op sociale media stijgt. In het kader van huiselijk geweld worden huisverboden voor de duur van maximaal 28 dagen opgelegd. Casuïstiek wordt daar waar nodig met betrokkenheid van het sociaal domein opgepakt. 2.
Problematische jeugd(groepen) Doelen en beoogde effecten In Zoetermeer wordt door middel van een groeps- en persoonsgerichte aanpak getracht om de overlast en criminaliteit (door deze groepen) te reduceren en de kans op verder afglijden te minimaliseren. Door een persoonlijke benadering van de jongeren en ouders/verzorgers wordt per jongere een plan van aanpak gemaakt waarin interventies gericht op preventie, zorg/hulpverlening en waar nodig repressie samenkomen. Er worden plannen gemaakt op persoonsniveau, maar ook op groepsniveau. Op groepsniveaus is het doel om de overlast van de groep te laten verdwijnen en nieuwe aanwas te voorkomen. Waar dit van toepassing is, trekken wij samen op met de relevante wijkpartners.
1 Een ‘hot area’ is een gebied/locatie waar een bepaalde criminele activiteit vaak voorkomt.
3
Realisatie van de inspanningen INSPANNINGEN Wijkaanpak jongerengroepen
Plaatsen van jongerenvoorzieningen Samenwerking met het Veiligheidshuis
Inzet overlastwet Persoonsgerichte aanpak jeugdnetwerk
GEREALISEERD Ja. Voor een deel van de wijk Oosterheem zijn een samenscholingsverbod, een lachgasverbod, een drugsverbod en een alcoholnuttigingsverbod uitgevaardigd. Er is aldaar tijdelijk cameratoezicht van kracht. Het betreft de straten waar ook een groot deel van de overlastgevende groep woont. De Jeugdmarshall heeft regie over deze gebiedsgerichte interventies. In Buytenwegh en Palenstein is er intensief ingezet op de PGA van de groepssubjecten. Hierbij is intensief samengewerkt met de wijkregisseurs en het lokale netwerk in de wijk. Ook is er samengewerkt met het Zorg en Veiligheidshuis. Ja. In Oosterheem wordt gezocht naar nieuwe locatie(s) voor meer voorzieningen. Ja. De samenwerking met zorg is verstevigd. Dat vindt zijn vertaling in de vernoeming van het Veiligheidshuis naar het Zorg- en Veiligheidshuis. Er is nadrukkelijk aandacht voor mensen met verward gedrag. Ja. De burgemeester legt per jaar een aantal gebiedsverboden op. Alle leden van de problematische jeugdgroepen zijn in beeld, en hebben een persoonsgerichte aanpak met een netwerkregisseur.
Actualisatie Om te voorkomen dat jongeren op het verkeerde, overlastgevende of criminele, pad terecht komen wordt ingezet op vroegsignalering. Door tijdig te signaleren welke jongeren vatbaar zijn en daarop in te zetten, kan worden voorkomen dat deze jongeren het verkeerde pad kiezen. De vroegsignalering gebeurt binnen het kader van de wijkgerichte aanpak (bijvoorbeeld in Buytenwegh en in Oosterheem). Ook het IPTA-project levert een bijdrage.2 Er is een broertjes-en-zusjes-aanpak waarbij de focus niet alleen ligt op de jongere die in de persoonsgerichte of groepsaanpak zit. Er is tevens aandacht voor de broertjes en zusjes in het gezin. Hierbij wordt gekeken naar wat de invloed van de situatie van de betreffende jongere is op de andere gezinsleden. Deze aanpak is onderdeel van de persoonsgerichte aanpak, uitgevoerd door de netwerkregisseurs. De politie heeft een speciaal rechercheteam dat zich richt op problematische jongeren. De netwerkregisseurs werken structureel samen met de schoolagenten. Tevens is er contact met de scholen zelf. Halt verzorgt voorlichting op de scholen. De inhoud van de voorlichting wordt (integraal) afgestemd naar trends en behoeften. De persoonsgerichte aanpak is geïntensiveerd (jeugdgroepleden/HIC’ers/risicojeugd etc.). Afstemming vindt plaats in het Uitvoeringsoverleg Veiligheid en Zorg.
Maatregelen zijn bestuurlijke interventies ten aanzien van herhaalde overlastgevers. Bijvoorbeeld het opleggen van een gebiedsverbod. Ook twee medewerkers van HALT worden ingezet bij de persoonsgerichte aanpak. Daarnaast is er een ‘Flexibele’ gebiedsgerichte jeugdaanpak (‘hotspotaanpak’/‘wijkgerichte aanpak’). Maatregelen zijn de inzet van de Jeugdmarshall, onder andere voor wat betreft de overlast en de aanpak van de jeugdgroep in Oosterheem, en de inzet van jeugdboa’s. Andere maatregelen zijn bestuurlijke interventies op gebiedsniveau (bijvoorbeeld het afkondigen van een samenscholings-, alcoholnuttigings-, drugs- en/of lachgasverbod), flexibel cameratoezicht en waar mogelijk de plaatsing van jeugdvoorzieningen. Voor Oosterheem is met diverse partners een gebiedsgerichte aanpak ontwikkeld.
IPTA staat voor: Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid en beoogt kwetsbare jongen in de leeftijd van 16 tot en met 27 jaar aan werk of scholing te helpen. 2
4
Tot slot worden de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie in zijn bestuurlijke nota ‘Veiligheid en zorg – persoonsgerichte aanpak’ (dat betrekking heeft op de jeugd) betrokken bij de aanpak. Onderzocht wordt onder andere of extra effectindicatoren nodig zijn. 3. Ondermijning Doelen en beoogde effecten Het doel van de aanpak van ondermijning is het in beeld brengen van (vermoedelijke) georganiseerde ondermijnende criminaliteit en dit door middel van een integrale samenwerking met verschillende veiligheidspartners aan te pakken. Een eerste stap in het aanpakken van ondermijning is het creëren van bewustwording zowel binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten (professionals, ondernemers, etc.). Deze bewustwording wordt gecreëerd door mensen te informeren over het fenomeen ondermijning, hen te laten zien wat mogelijke signalen zijn en waar zij met deze signalen terecht kunnen. Het effect hiervan is dat (vermoedelijke) ondermijning in beeld wordt gebracht, de gemeente samen met de veiligheidspartners aan de slag kan met de signalen en dat de gemeente zelf ook weerbaar wordt tegen ondermijning en niet onbewust ondermijnende activiteiten faciliteert. Realisatie van de inspanningen INSPANNINGEN Integrale aanpak illegale hennep Bibob toepassen Integrale aanpak OMG Voorlichting en bewustwording
Samenwerking met het RIEC
GEREALISEERD Ja. Per jaar worden diverse illegale hennepkwekerijen opgerold. De eigenaren worden bestuurlijk aangepakt. In het uiterste geval wordt de woning voor een aantal weken/maanden gesloten. Ja. Gebeurt standaard bij horecavergunningen en omgevingsvergunningen. Nee. Deze aanpak wordt door het RIEC georganiseerd. Ja. Met name aan professionals. Om hen bewust te maken van signalen die wijzen op ondermijning. Deze kunnen zij tijdens hun dagelijks werk tegenkomen. De ondermijningsboa heeft in 2020 ook geïnvesteerd in bewustwording en voorlichting bij ondernemers op bedrijventerreinen. Ja. Er is een ondermijningsbeeld ontwikkeld en onderzoek gedaan naar de bestuurlijke weerbaarheid van de gemeente. Daarnaast is het RIEC standaard aangehaakt bij het integrale casusproces.
In nauwe samenwerking met politie is een aantal horecabedrijven gesloten. Deze zijn als gevolg hiervan uit de stad verdwenen. Rondom deze bedrijven hebben diverse, soms ernstige, geweldsincidenten plaatsgevonden. Per jaar worden diverse illegale hennepkwekerijen opgerold. Vaak worden de woningen waarin die zijn aangetroffen, voor een bepaalde periode gesloten. Ook wordt er jaarlijks een aantal panden gesloten als daarin hard drugs en/of wapens worden aangetroffen. Actualisatie Het doel van de aanpak van ondermijning is het, voorkomen, signaleren en aanpakken van ondermijnende criminaliteit, door via integrale samenwerking initiatieven te ontplooien die de weerbaarheid van de stad versterken en instrumenten in te zetten om concrete ondermijning aan te pakken. De eerste stap in het aanpakken van ondermijning is het creëren van een weerbare stad, zodat de aanwas van nieuwe ondermijning zoveel mogelijk wordt voorkomen. Investeren in bewustwording en samenwerking met burgers en ondernemers staat daarbij centraal. Bewustwording wordt gecreëerd door mensen te informeren over het fenomeen ondermijning, hen te laten zien wat mogelijke signalen en risico’s zijn, maar ook waar zij met signalen terecht kunnen. Voor het aanpakken van concrete ondermijning is een integraal casusproces ontwikkeld.
De gemeente werkt hierin samen met interne en externe partners aan beeldvorming en de ontwikkeling en uitvoering van een strategie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van informatieanalyse, toezicht en juridische instrumenten uit bijvoorbeeld de Apv en de Wet Bibob. 5
Ondermijning is een breed en diepgeworteld probleem. Een goede aanpak vereist daarom focus en prioritering, maar ook flexibiliteit, zodat intensief naar specifieke Zoetermeerse aandachtspunten gekeken kan worden, maar ook ingespeeld kan worden op maatschappelijke ontwikkelingen. Zoetermeer heeft in 2018 een bestedingsvoorstel ingediend om aanspraak te maken op de incidentele middelen die het kabinet vanaf 2019 (vanuit het Ondermijningsfonds) beschikbaar stelde voor de intensivering van de lokale aanpak van ondermijnende criminaliteit. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft eenmalig een subsidie verstrekt voor de gebiedsgerichte aanpak van ondermijnende criminaliteit. De toekenning van deze middelen (voor de periode 2018-2019 en 2019-2021) hebben het mogelijk gemaakt om binnen de aanpak van ondermijnende criminaliteit focus aan te brengen op de thema’s bedrijventerreinen, autobranche en horeca. De ondermijningsboa is hiermee belast. Daarnaast werd het mogelijk om de aanpak verder te professionaliseren door te investeren in informatieanalyse (de inzet van de informatieanalist), toezicht, processen en samenwerking.
Integrale samenwerking bij de aanpak van ondermijning, met de politie, het Openbaar Ministerie, de belastingdienst, het Regionaal Informatie en Expertise Centrum en het Haags Economisch Interventie Team, is van groot belang vanwege de complexiteit van de problematiek. Intensieve samenwerking met verschillende afdelingen binnen de gemeente (zoals de rechercheurs in het Sociaal Domein en het team BRP) vindt plaats. Ook de wijkcoaches van Kwadraad kunnen ogen en oren zijn als het om het signaleren van ondermijning gaat. De burgemeester krijgt mogelijk de bevoegdheid van de raad om gebieden of branches aan te wijzen waarvoor een vergunningplicht voor ondernemers geldt. De intensivering van de aanpak van ondermijning en de hierboven genoemde onderdelen lopen tot eind 2021. Zoetermeer neemt deel aan de pilot ‘voorkomen van criminele carrières’. Deze pilot draagt bij aan de samenwerking voor de aanpak van ondermijning en de aanpak van problematische jeugd en jeugdgroepen. Zoetermeer participeert in dit project om nieuwe interventies te ontwikkelen voor jongeren die dreigen af te glijden naar georganiseerde/ondermijnende criminaliteit. Inspanningen die worden gepleegd zijn verder het uitvoeren van een communicatiestrategie en een onderzoek naar de mogelijkheid om voor bepaalde branches of wijken een vergunningplicht in te voeren.
In samenwerking met team Handhaving en de politie zijn er in 2020 diverse integrale controles van het Digitaal Opkopers Register geweest.3 Sinds de zomer van 2020 vindt een gebiedsgerichte aanpak van bedrijventerreinen plaats. De aanpak zorgt voor meer zicht en grip op bedrijventerreinen. Team handhaving en de politie gaan in gesprek met ondernemers om signalen op te halen en informatie te geven over het herkennen van ondermijning. Daarnaast worden er brieven naar ondernemers verstuurd met informatie over het herkennen van ondermijning. Dit heeft als doel om bedrijventerreinen weerbaarder te maken tegen ondermijning. Er is ook een aantal bedrijven vertrokken naar aanleiding van verscherpt toezicht. Op verschillende manieren is er ingezoomd en geïnvesteerd op bedrijven waar ogenschijnlijk ondermijnende activiteiten plaatsvinden. Een aantal van deze bedrijven is na dit verscherpte toezicht van het bedrijventerrein vertrokken. Als gevolg van de coronacrisis verkeert een aantal ondernemers in financiële nood. Dat vergroot de kans dat criminelen hun geld via de bedrijven van die ondernemers proberen wit te wassen. Er wordt gemonitord of hierover signalen zijn. 4. Extremisme en radicalisering Doelen en beoogde effecten Afname van radicalisering in de samenleving. Geen nieuwe vormen van extremisme in de samenleving. Er is geen polarisatie.
Een bepaalde categorie ondernemers, zoals handelaren in tweedehands goederen, zijn verplicht hun aan- en verkopen in een digitaal register bij te houden. Politie en boa’s controleren dit register. 3
6
Realisatie van de inspanningen INSPANNINGEN
GEREALISEERD
Persoonsgerichte aanpak Aanpak radicalisering
Ja. Ja.
Actualisatie De bestaande thema’s, geen nieuwe vormen van extremisme en geen maatschappelijke spanningen, zijn actueler dan ooit. De aanpak wordt onverminderd voortgezet. De doelstelling met betrekking tot polarisatie is niet langer het volledig uitbannen ervan. Dat is niet realistisch. Het doel van de aanpak van polarisatie is te werken naar het voorkomen van conflicten en spanningen, zodat de open democratische samenleving beschermd wordt tegen angst en verdeeldheid. Dit gebeurt door in te zetten op het beschermen van (kwetsbare) groepen, de verbinding te zoeken met de lokale samenleving en de dialoog aan te gaan. Waar nodig wordt er ingezet op het tegen gaan van veiligheidsrisico’s. Recent zijn meerdere vormen van extremisme en activisme prominent in beeld gekomen, zoals antimaatregelgroeperingen, complotdenkers, etc. Als hierbij sprake is van het ondermijnen van de democratische rechtsorde of van geweld, dan valt dit enerzijds binnen het werkveld van de bestaande aanpak. Anderzijds wordt ingespeeld op actuele ontwikkelingen. De ontwikkeling in de stad worden nauwlettend gevolgd en geanalyseerd via contacten met het netwerk en via sociale media.
7
II Nieuwe aandachtspunten De volgende aandachtspunten zijn nieuw. Dat wil zeggen: niet of niet zo expliciet in de nota opgenomen. 1. Preventie In de nota is aandacht besteed aan het voorkomen van criminaliteit en overlast. Kortom: aan preventie. In de afgelopen jaren zijn diverse preventieve maatregelen genomen. Voorbeelden daar zijn de volgende. Bij de aanpak van overlastgevende jongeren en geradicaliseerde personen is sprake van een persoonsgerichte aanpak die diverse preventieve interventiemogelijkheden kent. Er zijn contacten met organisaties, scholen, religieuze instellingen en verenigingen voor bekendheid, deskundigheidsbevordering extremisme bij professionals, positieve activering van jongeren( in het tegengaan van radicalisering), netwerken in de wijken voor het ophalen van signalen (ook bij de schoolwijkagenten). Bij de aanpak van radicalisering is veel aandacht voor het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid. Soms is de aanpak gericht op het hele gezin, soms op een deel van een gemeenschap of groep. Door scholing van professionals op vroegsignalering wordt beoogd om erger te voorkomen. Op wijkniveau is in Oosterheem een preventieproject gestart.
Er zijn daar aanvullende maatregelen genomen: cameratoezicht, alcohol-, drugs-, en lachgasverboden, inzet Move On project (gespecialiseerd ambulant jongerenwerk) en het optimaliseren/herinrichten van jongerenlocatie(s). Voor de aanpak Buytenwegh is het volgende van toepassing: ambulante rondes door Buurtwerk, inzet van sociale media, inzet van rolmodellen in de wijk, inzet van de combinatiefunctionarissen, aanbieden van sport- en andere activiteiten; de situatie van broertjes en zusjes van jongeren die in de aanpak zitten uitlopen om een risico-inschatting te maken, gerichte inzet van het jongerenwerk en inzet op kennis met betrekking tot (nieuwe) fenomenen. In geval van een tijdelijk huisverbod wordt per direct de zorg- en hulpverlening opgestart. Voor alle betrokkenen: pleger, slachtoffer en kinderen. Mede om toekomstig geweld te voorkomen. Andere persoonsgerichte interventies in de preventiesfeer zijn de volgende. Inzet als een gedetineerde vrijkomt waar nog zorgen over zijn: planvorming rondom onrust en veiligheid. Er is regie op situaties met personen die problematisch/verward gedrag vertonen en waar veiligheid van de omgeving op dat moment het leidende issue is.
Jaarlijks worden er in samenwerking met partners verschillende preventieve maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de jaarwisseling zo plezierig en veilig mogelijk verloopt en overlast en schade zoveel mogelijk worden tegengegaan. Denk aan het jongerenfeest en het vuurwerkshow. Ook worden tal van fysieke maatregelen in de openbare ruimte genomen. Door voorlichting over signalen van ondermijning, kan worden voorkomen dat ondermijnende subjecten zich in Zoetermeer vestigen. Het doel is ondernemers op bedrijventerreinen weerbaar te maken tegen ondermijning. Het uitvoeren van Bibob-beleid heeft een preventieve werking voor malafide praktijken in de horecabranche. Bibob is een soort poortwachter en zorgt ervoor dat malafide horecaondernemers zich niet in de stad kunnen vestigen.
Voor de aanpak van woonoverlast is het volgende van toepassing: in samenwerking met alle partners (bijvoorbeeld: GGZ, Brijder, politie, corporatie) een structureel (stop) gesprek voeren (tonen van één overheids-gezicht waardoor shopgedrag verdwijnt en er een structurele aanpak komt), direct acteren en huisbezoeken inplannen daar waar overlast wordt gemeld in beeld brengen van het totale plaatje rondom en binnen het gezin (inzet begeleiding (WMO) daar waar nodig, financiën, Schuldhulpmaatje, budgetbeheer bewindvoering, SHV), de gehele leefbaarheid wordt meegenomen en direct contact opnemen met de melders. De hernoeming van het regionaal opererende Veiligheidshuis in het Zorg- en Veiligheidshuis, wijst op een verdere verstrengeling van zorg en veiligheid. Binnen regionale netwerken is er samenwerking met of via bijvoorbeeld Meldpunt Bezorgd en het Zorg- en Veiligheidshuis Haaglanden.
8
Ook inwoners kunnen helpen als het om preventie gaat. Om inbraken te voorkomen is er een aantal jaren een subsidieactie geweest om woningen beter te beveiligen. Daarnaast zijn acties van burgers, onder andere in de WAS-teams en via de buurt-preventieapps, ook gericht op het voorkomen van criminaliteit en overlast. In de beeldvorming is dit belangrijke thema onderbelicht gebleven. Met deze actualisatie wordt preventie meer zichtbaar. Veel van de hierboven genoemde maatregelen worden voortgezet. Aanvullende (nieuwe) preventieve maatregelen worden daar waar nodig genomen. Preventie is niet exclusief gekoppeld aan één speerpunt of aan één nieuw aandachtspunt. Bij alle thema’s en casussen wordt nagegaan of en zo ja welke, preventieve middelen zijn in te zetten. Samenwerking en afstemming met zorgpartners (Sociaal Domein) is daarbij cruciaal. De overlastgevende of criminele persoon kan bijvoorbeeld psychische problemen hebben, geen werk of dagbesteding hebben, kampen met een drugsverslaving of in armoede leven. 2. Coronacrisis Naar verwachting houdt de coronacrisis Nederland ook in 2021 nog in zijn greep. De gepleegde inzet door de crisisorganisatie, politie en boa’s wordt onverminderd voortgezet. 3. Leefbaarheid in de buurten In de nota staat primair de veiligheid centraal. Het thema ‘leefbaarheid’ is niet benoemd. Dat verandert. De leefbaarheid wordt een aandachtspunt.
Bijzonder is dat de aanpak zich niet primair richt op de stad of een wijk, maar op een buurt. Vaak staat de leefbaarheid in een bepaalde buurt onder druk, niet in een gehele wijk. Het één sluit het ander echter niet uit. Mocht de leefbaarheid in een wijk onder druk staan, dan richt de aanpak zich op die wijk. Dit is in lijn met het nieuwe proces wijkgericht werken. In eerste instantie gaat het vooral om de aanpak van jeugdoverlast. In buurten in Oosterheem, Buytenwegh en Palenstein zijn maatregelen van kracht (geweest). Maar te denken valt ook aan de opvang van verwarde personen en de aanpak van veroorzakers van woonoverlast. Deze kunnen de leefbaarheid in een buurt behoorlijk verzieken. 4. Versterking en intensivering handhaving Als gevolg van de coronacrisis zijn de boa’s in het brandpunt van de belangstelling komen te staan. Nog nooit is er zoveel landelijke aandacht voor deze beroepsgroep geweest vorig jaar. Terecht. De boa’s worden op steeds meer thema’s ingezet. Zij spelen de belangrijkste rol bij de handhaving van de leefbaarheid in de buurten. Dat is een voortgaand proces. Het aantal boa’s is tijdelijk uitgebreid. Er zijn jeugdboa’s en er is een ondermijningsboa. In 2021 neemt team Handhaving deel aan de pilot ‘uitrusting met de korte wapenstok’. Deze pilot duurt een jaar.
Deze beoogt boa’s een betere bescherming te bieden én draagt bij aan hun verdere professionalisering. Vooralsnog hebben de boa’s de korte wapenstok nog niet hoeven te gebruiken. De goede en hechte samenwerking en afstemming met politie blijven bestaan. 5. Aanpak woonoverlast Dit thema heeft ten tijde van de inzet van de Stadsmarshall in Buytenwegh en Meerzicht veel aandacht gekregen. Daarna is woonoverlast wat onderbelicht gebleven. Dat is veranderd met de tijdelijke komst van de coördinator woonoverlast. De eerste resultaten zijn geboekt. Het huis van een verzamelaar (een zogenaamde ‘hoarder’) is veiliger, schoon- en bewoonbaar gemaakt. De burgemeester heeft voor het eerst gebruik gemaakt van het ‘instrument woonoverlast’. Hij heeft iemand die al jarenlang en structureel woonoverlast veroorzaakt, een formele waarschuwingsbrief gestuurd. De aanpak wordt de komende tijd verder geïntensiveerd. Er wordt een formeel beleidskader opgesteld en er worden waar mogelijk afspraken met de woningcorporaties gemaakt. Individuele casussen zijn en worden opgepakt. Woonoverlast is bij uitstek een onderwerp waarbij zorg en veiligheid/de openbare orde elkaar raken. Soms gaat de overlast namelijk gepaard met psychische problemen, drugsverslaving, armoede of schuldenproblematiek. Samenwerking en afstemming met zorgpartners en Meldpunt Bezorgd is daarbij cruciaal. 9
6. Aanpak problematisch gedrag Er zijn personen met complexe problemen in meerdere levensgebieden, waarbij het risico aanwezig is dat zij zichzelf of andere schade berokkenen. De oorzaken van deze problemen kunnen heel divers zijn, bijvoorbeeld psychische/psychiatrische problemen, huiselijk geweld, verstandelijke beperking, verslaving of dementie. Vaak is er voor politie en justitie (nog) niet voldoende aanleiding om direct in te kunnen grijpen. Daar waar er vanuit dit gedrag sprake is of kan zijn van strafbare feiten, verstoren van de openbare orde, intimidatie, belediging of gevaar voor derden vindt er vanuit de aanpak problematisch gedrag afstemming plaats met de betrokken ketenpartners, als schakel tussen zorg en veiligheid. Zo nodig vindt er overleg plaats in het Zorg- en Veiligheidshuis. 7. Cyberweerbaarheid Slachtofferschap van cybercriminaliteit en gedigitaliseerde criminaliteit (verder: cybercriminaliteit4) komt steeds vaker voor. Dit is niet alleen een trend die zich landelijk voordoet. Ook in Zoetermeer is een toename van het aantal slachtoffers van cybercriminaliteit. Zoals bijvoorbeeld hacking, phishing, gedigitaliseerde oplichting en afpersing (door ransomware of sextortion), money muling en helpdesk- en whatsappfraude. Met name jongeren, ouderen en ondernemers uit het midden- en klein bedrijf lopen risico om slachtoffer te worden van cybercriminaliteit.
Om ervoor te zorgen dat minder inwoners en bedrijven slachtoffer worden van cybercriminaliteit gaat de gemeente inzetten op het vergroten van de cyberweerbaarheid van inwoners en bedrijven. Voorlichting over dit thema is daarbij een belangrijk middel. In 2020 heeft de gemeente Zoetermeer zich, samen met elf andere gemeenten aangesloten bij het project Cyberweerbaarheid in samenwerking met de Haagse Hogeschool en Hogeschool Saxion. Een belangrijk onderdeel van het project is het onderzoek Cyberweerbaarheid. Een gemeentelijk offensief ter preventie van slachtofferschap van cybercrime. Het doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van interventies die ingezet kunnen worden om de cyberweerbaarheid van inwoners en bedrijven te vergroten. Afhankelijk van de onderzoeksresultaten wordt onderzocht welke interventies ingezet kunnen worden om de cyberweerbaarheid van de inwoners en bedrijven te vergroten. Er wordt ingezet op preventie. Het opsporen van cybercriminaliteit wordt door de politie gedaan. Het gemeentebestuur kan (gezien haar taken en bevoegdheden) alleen op het gebied van de preventie een rol spelen in de aanpak van dit probleem; door in te zetten op het vergroten van de cyberweerbaarheid van inwoners en ondernemers.
Digitale criminaliteit betreft de ‘normale’ misdrijven, maar dan gepleegd met behulp van het internet. Voorbeelden zijn diefstal en afpersing. Cybercriminaliteit betreft de misdrijven die zuiver en alleen met behulp van internet zijn uit te voeren. Voorbeelden zijn phishing en malware. Deze twee vormen van criminaliteit kunnen in een wereld zonder internet niet plaatsvinden. 4
10