CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Algemene criteria Fonds 2040

Raadsvergadering 26 juni 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Samenvoeging RIF en Fonds Zoetermeer 20402.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE ALGEMENE CRITERIA FONDS 2040 Algemene criteria Fonds 2040 Hoofd- en deelvragen Alle voorstellen die een beroep doen op het Investeringsfonds zullen worden afgewogen aan de hand van één hoofdvraag: -

Impact: Wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt?

Voor de uitwerking van deze hoofdvraag in specifieke voorstellen zijn er drie deelvragen die als vormvereisten gelden om tot een goed voorstel te komen: -

-

Inhoud: Wat is de inhoudelijke kwaliteit en degelijkheid van het voorstel? Implementatie: Wat is de verwachte kwaliteit en effectiviteit van de manier waarop het voorstel in de praktijk wordt uitgevoerd? Wat draagt in de praktijk bij aan de borging van die kwaliteit? Financiën: Op welke manier worden de middelen aangewend, als subsidie of in het kader van cofinanciering? Wat wordt er verwacht qua rendement, draagt het voorstel bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering en/of kostenbesparing elders? Zijn er daardoor mogelijkheden om (op termijn) geld terug te laten stromen in het investeringsfonds?

De hoofdvraag en de deelvragen over inhoud en implementatie bevatten elk een aantal afwegingscriteria. Deze criteria zullen in de ambtelijke advisering en bestuurlijke beoordeling gebruikt worden om voorstellen beredeneerd tegen elkaar te kunnen afwegen alvorens voorstellen aan de gemeenteraad voor te leggen. De criteria voor inhoud en implementatie worden in de tabel hieronder genoemd en daaronder verder toegelicht. Indieners van voorstellen worden geacht in hun voorstel alle criteria en de drie deelvragen over de financiën te adresseren. ‘Adresseren’ betekent in dit verband dat wordt beredeneerd waarom wel of niet aan een criterium wordt voldaan. Daarbij is het dus niet per se noodzakelijk om aan ieder criterium te voldoen, maar wordt wel gevraagd om beredeneerd te onderbouwen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat onder ‘Inhoud’ wordt uitgelegd dat een voorstel slechts een beperkt innovatief potentieel heeft, omdat bestaande aanpakken reeds bewezen effectief zijn in het bereiken van de doelstellingen en gewenste impact. Mits overtuigend beredeneerd hoeft dit geen negatief gevolg te hebben in de afweging.

Om vanuit een project impact te bereiken kan het behulpzaam zijn om de Zoetermeerse Aanpak als steun te gebruiken in de afwegingen die worden gemaakt. In de cyclus die in deze aanpak wordt gevolgd is -naast de traditionele doorwerking en uitvoering van beleid- ook expliciet aandacht voor de voorkant (hoe passen beleid en projecten in de bredere toekomstvisie van de stad?) en de achterkant (hoe hebben uitgevoerd beleid en projecten bijgedragen aan het realiseren van die toekomstvisie?).

Schematische weergave van de Zoetermeerse Aanpak Hoofdvraag Impact: Wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt? Bijdrage aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040 Maatschappelijk nut in tijdsduur Maatschappelijk nut in bereik doelgroep Deelvragen / vormvereisten Inhoud: Wat is de inhoudelijke kwaliteit en degelijkheid van het voorstel? Helderheid en relevantie van de doelstellingen Plausibiliteit van inhoudelijke redenering. Mate waarin het voorstel innovatief potentieel heeft (bijv. nieuwe concepten, nieuwe diensten of processen kan opleveren). Mate waarin het voorstel interdisciplinair en integraal is opgezet. Mate waarin de toegevoegde waarde van een rol voor de gemeente overtuigend is beargumenteerd

Implementatie: Wat is de verwachte kwaliteit en effectiviteit van de manier waarop het voorstel in de praktijk wordt uitgevoerd? Wat draagt in de praktijk bij aan de borging van die kwaliteit? Kwaliteit en effectiviteit van voorgestelde aanpak. Hefboomwerking (trigger voor investeringen van buiten) en koppelkansen. Mate waarin incidentele middelen optimaal worden ingezet. Mate waarin het Investeringsfonds noodzakelijk is om het betreffende voorstel te realiseren. Mate waarin het voorstel het bestendigen van de resultaten in de stad/organisatie na afloop van het project/pilot etc. adresseert.

Complementariteit en expertise van voorgestelde partners. Impact Bijdrage aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040 Om over een langere termijn positieve maatschappelijke impact voor de stad te bereiken is het belangrijk om positief bij te dragen aan de mechanismen zoals die staan beschreven in de VisieZoetermeer 2040: 1. Concurrerende woonaantrekkelijkheid 2. Sociaaleconomische kracht 3. Samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid 4. Verschillen tussen wijken en buurten Onder het kopje Thematische criteria worden de inhoudelijke criteria beschreven aan de hand waarvan de gemeente de mechanismen positief wil beïnvloeden. Van de aanvragers wordt verwacht dat weergegeven wordt hoe het eigen voorstel hieraan bijdraagt. Als absolute ondergrens voor voorstellen wordt het uitgangspunt gehanteerd dat een voorstel overtuigend moet bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen. Afweging maatschappelijk nut in tijdsduur Het verdient de voorkeur om de Eneco-gelden in te zetten voor zaken die – ook al betreft het een tijdelijke investering – een zo lang mogelijk effect voor de stad en haar inwoners hebben. Dit ‘tijdsduur criterium’ sluit aan bij de analyse van Zoetermeer 2040 waarin richtingen/plannen zijn gepresenteerd die een lange adem vergen.

Als richtlijn wordt hierbij gehanteerd dat voorstellen minimaal drie jaar effect opleveren en dat dit effect uiterlijk binnen vijf jaar zichtbaar is. Afweging maatschappelijk nut in bereik doelgroep Er zijn voorstellen denkbaar waarvan het resultaat neerslaat bij een grote en/of breed samengestelde doelgroep. Evengoed zijn voorstellen denkbaar waarvan het bereik veel kleiner is maar waarvan de aard van het vraagstuk de inzet van middelen voor een kleinere groep rechtvaardigt. Het in beeld brengen en beargumenteren van de omvang en samenstelling van evenals het bereik en effect op- de doelgroep waarop een voorstel zich richt, wordt meegewogen in het afwegingproces. Hierbij is het uitgangspunt: hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen. Inhoud Afweging helderheid en relevantie van de doelstellingen Het gaat bij deze afweging om de vraag in hoeverre de doelstellingen duidelijk, gestructureerd en (indien mogelijk) kwantificeerbaar zijn opgeschreven. Daarnaast wordt overwogen in hoeverre het voorstel past onder het thema (of thema’s) waaronder deze is ingediend en relevant is in de context van dat thema (of thema’s). Plausibiliteit van inhoudelijke redenering

Een voorstel moet niet alleen een duidelijk doel hebben, het is ook belangrijk om overtuigend inzichtelijk te maken hoe het voorstel bijdraagt aan het verwezenlijken van het doel. Voor welk probleem/uitdaging vormt het voorstel een oplossing of welke kans wordt met het voorstel optimaal benut? En in hoeverre wordt overtuigend neergezet dat het idee en de opbouw/uitvoering van dit voorstel inderdaad een belangrijke bijdrage zullen leveren aan het verwezenlijken van de doelstellingen, oplossen van het probleem/uitdaging, of benutten van de kans? Afweging innovatief potentieel Om de dalende trends in Zoetermeer te kunnen keren is voortzetting van het huidige beleid niet voldoende. Er zijn vernieuwende ideeën en aanpakken nodig waarin o.a. acties, reflectie en leren leiden tot duurzame stappen vooruit. De gemeente wil zo waar dat een toegevoegde waarde heeft bijdragen aan innovatieve en vernieuwende oplossingen voor en in de stad. Innovatie in een voorstel kan bijvoorbeeld zitten op het gebied van vernieuwende doelstellingen, het werken met (voor Zoetermeer) nieuwe concepten of aanpakken of het opleveren van nieuwe diensten of processen. De voorkeur gaat daarbij uit naar innovatie die zich richt op het positief beïnvloeden van ontwikkelingen op de langere termijn en/of innovaties die direct in de Zoetermeerse praktijk kunnen worden toegepast.

Voorstellen worden geacht te onderbouwen waarom er wel of niet gebruikt wordt gemaakt van innovatieve elementen en hoe die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het voorstel. Afweging interdisciplinariteit en integraliteit Door een uitdaging of kans vanuit meerdere invalshoeken te benaderen worden vaak betere resultaten bereikt en breder draagvlak gecreëerd dan vanuit een monodisciplinaire benadering. Indieners worden geacht te beschrijven in hoeverre er in de opzet en uitvoering van hun voorstel sprake is van een interdisciplinaire/integrale aanpak over de grenzen van bestaande ‘domeinen’, disciplines of werkvelden heen is geborgd, of waarom dat bij dit specifieke voorstel geen toegevoegde waarde heeft. Uiteraard is daarbij integraal werken geen doel op zich, maar moet dit ondersteunend zijn aan het bereiken van de gewenste impact. Afweging rol van gemeente Gemeentelijke bijdragen zijn wenselijk en/of noodzakelijk om gemeentelijk beleid te benadrukken/intensiveren, zaken eerder voor elkaar te krijgen of voor zaken waarvoor de rijksvergoeding ontoereikend is. Naarmate het eigen beleid van de gemeente en de eigen beïnvloedingsmogelijkheden groter zijn, ligt een hogere bijdrage van gemeentelijk budget voor de hand dan wanneer die beïnvloeding minder groot is.

Implementatie Afweging kwaliteit en effectiviteit van de voorgestelde aanpak Vormt de voorgestelde aanpak met verdeling van taken, werkzaamheden en middelen een passende manier om de gewenste doelstellingen en impact te kunnen bereiken? Is duidelijk en overtuigend beargumenteerd hoe management van het project zal plaatsvinden? En als het een investeringsvoorstel is waarin een nieuwe aanpak wordt geïmplementeerd, in hoeverre is deze dan gebaseerd op bewezen interventies (proven practices)? Afweging hefboomwerking (trigger voor investeringen van buiten) Om de visie voor Zoetermeer in 2040 te realiseren zal een brede inspanning nodig zijn. Niet alleen -of zelfs maar vooral- van de gemeente, maar ook van andere partijen en medeoverheden. Alle voor het

Investeringsfonds voorgestelde thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze (zeer) kapitaalintensief zijn, en afzonderlijk al met gemak het fonds zouden kunnen uitputten. Het is daarom nodig om andere partijen en medeoverheden te ‘verleiden’ om een bijdrage te leveren aan het realiseren van de visie. Dat kan door het investeren van financiële middelen, maar bijvoorbeeld ook door het beschikbaar stellen van mens- en denkkracht. Andere voorbeelden van een succesvolle hefboomwerking zijn dat besparingen die via het Sociaal Innovatie Fonds worden gerealiseerd vanuit een collectieve samenwerking voor een deel terugvloeien naar de partners die hebben bijgedragen (shared savings), of dat elementen van een project op het gebied van duurzaamheid een revolverend karakter hebben of leiden tot inverdieneffecten. Kern is dat de uitvoering van voorstellen leidt tot (financieel en in ieder geval) maatschappelijk rendement. Voorstellen waarin (onderdelen van) bovenstaande overwegingen overtuigend worden beredeneerd zullen op dat punt positief beoordeeld worden tijdens het afwegingsproces. Afweging optimale inzet incidentele middelen De Eneco-gelden zijn eenmalig. Een beroep op Eneco-gelden voor structurele lasten is daarmee niet mogelijk.

Dit gegeven leidt ertoe dat bij de uitwerking van de thema’s in het Investeringsfonds wordt ingezet op zaken die in financiële zin een incidenteel (maar bij voorkeur meerjarig) karakter hebben en die bovendien geen financieel gevolg hebben voor hogere exploitatielasten in de begroting. Als projecten binnen thema’s tot een structureel effect op de begroting leiden, bijvoorbeeld door een toename van onderhouds- en/of toekomstige vervangingslast, dan moet voor dat structurele effect ruimte worden gevonden binnen de afweging van de totale begroting en niet binnen het Investeringsfonds. Indien eenmalige investeringen (zonder noodzaak tot vervanging) op grond van formele voorschriften niet in een keer mogen worden afgeschreven maar moeten worden geactiveerd, dan is het in principe mogelijk om gedurende de afschrijvingsperiode de kosten van afschrijving én rente uit het Investeringsfonds te dekken. Deze situatie betekent weliswaar een langjarige last voor de begroting maar die kan worden afgedekt met een langjarig beroep op Eneco-gelden. Vanzelfsprekend doet een af te schrijven investering (inclusief rente effect) naar omvang wel een relatief fors beroep op de eenmalige middelen. In de afweging van voorstellen zal hiermee rekening moeten worden gehouden.

Afweging noodzaak gebruik Investeringsfonds Om het Investeringsfonds zo effectief mogelijk te kunnen inzetten is het belangrijk om de beperkte financiële middelen uit het fonds alleen in te zetten voor projecten waar ze maximaal effect sorteren. In de praktijk betekent dit dat voorstellen/projecten die ook zonder een bijdrage van het Investeringsfonds zouden kunnen worden gefinancierd/uitgevoerd in principe niet in aanmerking komen voor een bijdrage uit het fonds. Van indieners wordt verwacht dat ze in de aanvraag overtuigend beredeneren wat de toegevoegde waarde is van een beroep op het Investeringsfonds. Afweging bestendiging van de resultaten na afloop van het project Het gaat bij dit criterium om de mate waarin het voorstel het bestendigen van de resultaten in de stad/organisatie na afloop van het project/pilot etc. adresseert. Zoals hierboven aangegeven is een beroep op structurele middelen vanuit het Investeringsfonds niet mogelijk. Tegelijkertijd zou het een grote gemiste kans zijn als succesvolle projecten na uitvoering geen langdurige impact (kunnen) hebben omdat structurele middelen ontbreken. Indieners worden gevraagd om al bij het ontwerp

van het voorstel na te denken over mogelijke manieren om de lange termijnimpact te waarborgen na afloop van het project. Denk hierbij bijv. aan de wijze waarop een voorstel na uitvoering wordt geëvalueerd, een overdrachtsvoorstel voor structurele inbedding of het expliciet opnemen en communiceren van leereffecten. Een goede borging van resultaten na afloop van een project begint zo aan de voorkant, door het onderwerp al bij de opzet van een voorstel mee te nemen in de overwegingen. Complementariteit en expertise van voorgestelde partners In hoeverre is er sprake van een logische samenstelling van personen/partijen die samen werken aan het realiseren van het beoogde voorstel? Welke kennis en vaardigheden brengen zij in het project in en is daarbij sprake van de juiste mix van complementariteit en expertise om de beoogde doelstellingen te kunnen realiseren?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=4fc224a1-78d0-41b3-992a-77d4547e68f2