Bijlage 1 - Afwegingskader ondersteuningsmaatregelen corona 2022 Gemeente Zoetermeer
Tekst van het document
Afwegingskader incidentele ondersteuning Corona 2022 Gemeente Zoetermeer
1. Inleiding De ondersteuning/overbruggingsmaatregelen voor organisaties die getroffen zijn door de gevolgen van de coronacrisis zijn opgezet als een ‘drietrapsraket’. De eerste stap zijn de Rijksmaatregelen, zowel generiek (TOZO, NOW, TVL, etc.) als binnen sectoren (landelijke regeling voor compensatie van de huur voor sportverenigingen). Ook is gemeente onder voorwaarden juridisch verplicht een deel van de huur kwijt te schelden. Deze voorgaande maatregelen maken geen onderdeel uit van dit afwegingskader. Vanuit de gemeente wordt ook al het volgende gedaan, zowel financieel als niet-financieel: investeren in het ‘coronaproof’ maken van winkelcentra en recreatiegebieden, het bieden van extra ruimte voor terrassen, het ondernemersloket ondersteunt zowel ondernemers als organisaties, de uitvoering van de TOZO en uitstel van betaling op facturen en leges. Als bovenstaande nog niet voldoende is om te overleven, of als een organisatie niet in aanmerking komt voor (enkele of alle) van deze maatregelen, is maatwerk nodig om te bepalen of en hoe overbrugging wordt georganiseerd. Dit afwegingskader is daarvoor bedoeld. Het uitgangspunt hierbij is dat een verzoek altijd pas wordt behandeld als er een aanvraag is ingediend.
2. Scope Dit afwegingskader zal alleen ingezet worden om verzoeken van organisaties om lokale ondersteuning te toetsen. Het afwegingskader heeft betrekking op organisaties die maatschappelijke diensten aanbieden aan inwoners van de gemeente Zoetermeer (zie verder 4.i.). Dit afwegingskader geldt voor 2022.
3. Doel Doel van het afwegingskader: 1. Aanwijzen van de criteria en vormen van ondersteuning waarvoor het door de raad beschikbaar gestelde budget kan worden besteed door het college; 2. Zorgen voor een snelle besluitvorming zonder al te veel administratieve lasten voor zowel de aanvrager als de gemeente; 3. Garanderen van het gelijkheidsbeginsel waardoor gelijke gevallen, gelijk behandeld worden. Dit laat onverlet dat maatwerk in sommige gevallen noodzakelijk blijft en ook mogelijk is; 4. Waarborgen dat het geld op een effectieve en efficiënte manier wordt besteed; 5. Dienen als ondersteuning voor een goede verantwoording van de uitgaven achteraf. Over het gelijkheidsbeginsel wordt, wellicht ten overvloede, nog opgemerkt dat geen sprake kan zijn van precedentwerking. Elk geval staat op zich en wordt situationeel beoordeeld. Ondersteuning is erop gericht om te voorkomen dat continuïteits- en/of liquiditeitsproblemen ontstaan bij Zoetermeerse organisaties, doordat door de coronacrisis inkomsten wegvallen, terwijl betalingsverplichtingen (ook aan de gemeente) doorlopen. Dit om de economische en maatschappelijke infrastructuur van de stad draaiende te houden en te zorgen dat Zoetermeerse organisaties die daar een rol in spelen via een overbrugging deze crisisperiode door kunnen komen.
Daarbij kan het college ook faciliterend optreden om ruimte te geven aan initiatieven vanuit sectoren tot programmering in de stad.
4. Uitsluitingscriteria Aanvragen worden in eerste instantie getoetst aan de volgende uitsluitingscriteria (knock-out systeem):
i.
Biedt de organisatie maatschappelijke diensten aan inwoners van Zoetermeer aan? De noodsteun is bedoeld voor organisaties die maatschappelijke diensten leveren aan inwoners van Zoetermeer. Onder maatschappelijke diensten wordt verstaan die diensten die passen binnen/aansluiten op de doelen van het huidige subsidiekader van de gemeente Zoetermeer. Daarbij wordt gekeken of de samenleving, of een specifieke groep binnen de samenleving, baat heeft bij de uitvoering van de maatregel;
ii.
Is het verzoek gericht op de bestrijding van de negatieve financiële effecten voor de aanvrager veroorzaakt door de coronacrisis? Dit wordt bepaald op basis van het aantoonbare verschil tussen de omzet in de periode waarin het financiële effect van de coronacrisis in 2022 optreedt en de omzet van een vergelijkbare periode voor de corona crisis (2019). Dit afwegingskader biedt ruimte om ook verliesgevende maatschappelijke activiteiten, mits vooraf afgestemd met de gemeente, te financieren.
iii.
Bestaat er een passende landelijke, regionale of lokale maatregel, of zijn andere mogelijkheden tot coulance benut? De aanvrager heeft zelf de verantwoordelijkheid om gebruik te maken van bestaande regelingen. De aanvrager maakt hierbij inzichtelijk in hoeverre: a. De aanvrager in aanmerking komt voor landelijke, regionale, of lokale regelingen; b. De aanvragen voor landelijke, regionale, of lokale regelingen zijn toegekend, dan wel (gedeeltelijk) zijn afgewezen; c. De aanvrager voldoende zelf de mogelijkheden heeft benut om op andere wijze de schade te beperken, dan wel de mogelijkheden heeft onderzocht voor ondersteuning door derden, bijvoorbeeld in de vorm van coulance op het gebied van huur door derden, financiering door fondsen, of investeerders, een lening, dan wel niet-financiële ondersteuning door derden. Maar ook beperking van de kosten, of uitkering van winst en/of bonussen; d. De punten a t/m c onvoldoende soelaas bieden maar aanvullende informatie wel geleverd kan worden.
iv.
Is financiële continuïteit van de aanvrager na de ondersteuning aannemelijk? De aanvrager maakt inzichtelijk door middel van bijvoorbeeld een jaarrekening dat hij in 2019 - en 2020 en 2021 met ondersteuning - voldoende financieel stabiel was. Daarnaast moet hij aannemelijk maken dat hij binnen de coronamaatregelen en daarna zijn maatschappelijke diensten kan blijven uitvoeren. In de geest van het afwegingskader wordt de benodigde overbruggingssteun verstrekt, ook als dit onverhoopt nog in (een deel van) 2023 nodig zou zijn omdat blijkt dat de crisis langer impact heeft dan eerder voorzien.
v.
Zijn de door de coronacrisis veroorzaakte problemen acuut? De aanvragen hebben alleen betrekking op acute problemen gerelateerd aan de coronacrisis waardoor organisaties die passen binnen de criteria op korte termijn dreigen om te vallen. Dit is het geval wanneer zonder ondersteuning de organisatie zijn activiteiten moet beëindigen en ook niet meer in staat is om na de crisis op te starten. De aanvrager maakt inzichtelijk in hoeverre dit het geval is. Er is een spanningsveld tussen continuïteit (uitsluitingscriterium 4) en acuut (uitsluitingscriterium 5). Hierbij wordt de bestaande richtlijn uit de subsidieregeling van “10% van de jaaromzet is een acceptabele weerstandsreserve voor normale
bedrijfsrisico’s” aangehouden. Deze weerstandreserve is nodig om ook na de Coronacrisis de continuïteit te kunnen waarborgen en doet niets af aan het criterium ‘acuut’. Bij instellingen waar de algemene reserves hoger zijn dan de richtlijn, is het gesprek nodig met de instelling over het deels inzetten van reserves voor het dekken van het begrote exploitatietekort als gevolg van de corona crisis. Ook bestemmingsreserves (met concrete bestemming) hoeven in principe niet herbestemd en ingezet te worden om de verliezen als gevolg van de corona crisis op te vangen. Als een aanvraag aan al deze criteria voldoet dan komt deze in aanmerking voor ondersteuning. Dit laat onverlet dat maatwerk in sommige gevallen noodzakelijk blijft en ook mogelijk is.
5. Mogelijke uitkomsten Op het moment dat de aanvrager in aanmerking komt voor ondersteuning door de gemeente betekent dit niet automatisch en direct een financiële injectie vanuit de gemeente. Er wordt altijd ook onderzocht om de financiële problematiek via andere wegen op te lossen, bijvoorbeeld door uitstel van betaling, verruiming van de mogelijkheden van de aanvrager, of aanpassen van gemeentelijke subsidievoorwaarden. In deze fase kan ook gekeken worden naar eventuele ongewenste neveneffecten van de aangevraagde ondersteuning en de situatie bij de omliggende gemeenten. De mogelijke uitkomsten zijn daarom ook rangordelijk opgezet: I.
niet-financiële ondersteuning; Als de acute financiële nood kan worden geledigd door verruiming van mogelijkheden of (subsidie)voorwaarden dan heeft dat de voorkeur. Dit gaat bijvoorbeeld over ruimere mogelijkheden voor terrassen, verruiming van de subsidievoorwaarden (bijvoorbeeld meer ruimte om investeringsreserves in te zetten).
II.
Uitstel van betaling (periode, € omvang); Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn voor gemeentelijke belastingen. Ook kunnen huurders van gemeentelijk vastgoed, (voor een resterende huurschuld na toepassing van de compensatieregeling) uitstel van betaling worden gegeven.
III.
Betalingsregeling (periode); Vergelijkbaar met punt II, maar in dit geval wordt een regeling voor een langere periode afgesproken.
IV.
Financiële ondersteuning (periode, € omvang). Als de voorgaande opties niet mogelijk zijn, of onvoldoende soelaas bieden, dan kan financiële ondersteuning worden toegekend. Deze ondersteuning is erop gericht om ervoor te zorgen dat de aanvrager in 2022 stabiel en zelfstandig kan blijven functioneren en zijn maatschappelijke diensten kan blijven aanbieden aan de inwoners van Zoetermeer. Het gaat hierbij in principe om een eenmalige gift aan de ondersteuning behoevende organisatie. Hierop worden 3 uitzonderingen gemaakt: a)
In geval van initiatieven vanuit sectoren tot programmering in de stad (denk aan Cultuurzomer en Cultuurwinter) vindt subsidievaststelling achteraf plaats. Door de regelmatig wijzigende beperkende maatregelen is een flexibele programmering nodig en zijn de financiën vooraf lastig in te schatten.
b)
In geval van een subsidiebedrag groter dan € 100.000 vindt subsidievaststelling achteraf plaats. Aan de grotere maatschappelijke organisaties – voor zover zij recht hebben op een subsidie groter dan € 100.000 – verstrekt de gemeente een voorlopige subsidie. Deze subsidie wordt achteraf vastgesteld op basis van de realisatiecijfers.
c)
De verleende subsidie kan worden gecorrigeerd naar aanleiding van wijzigingen ten aanzien van de financiële situatie van subsidieontvanger, voor zover die meer bedraagt dan 10% van het verleende subsidiebedrag. Op het moment van aanvragen van gemeentelijke ondersteuning is het voor de maatschappelijke organisatie niet altijd duidelijk voor welke (landelijke) ondersteuning (van het Rijk of andere financiers) zij in aanmerking komt of voor welk bedrag binnen zo’n (landelijke) steunmaatregel. Deze bepaling voorkomt dat een maatschappelijke organisatie ten onrechte zowel steun van het Rijk als steun van de gemeente ontvangt.
Er zijn uiteraard ook meerdere uitkomsten in één steunpakket mogelijk. Dit is altijd maatwerk per aanvrager. Het kernteam, financiële, juridische en inhoudelijke deskundigen, brengt per casus advies uit over een steunpakket.
6. Juridische basis De wettelijke grondslag voor de verstrekking van noodsteun is een subsidieregeling. Het college is op grond van artikel 2 ASV 2016 bevoegd om een subsidieregeling op te stellen. Deze regeling is een uitwerking van dit door de gemeenteraad vastgestelde afwegingskader. Het verstrekken van noodsteun is een vorm van staatsteun. Dat betekent dat noodsteun niet verboden is als het binnen de Europese uitzonderingsregels uitgekeerd wordt. Zo kunnen steunaanvragen tot een bedrag van €200.000,- (de zogenaamde drempel van de Deminimus Verordening) verleend worden, mits de aanvrager over een periode van 3 jaar niet meer dan dit bedrag aan staatsteun ontvangt. Voor een aantal steunaanvragen verwachten we dat de noodsteun uitkomt op een hoger bedrag. Op grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening mag staatsteun aan culturele instellingen (cultuur en instandhouding van het cultureel erfgoed) toegekend worden. Hiervoor is vereist dat er voor deze subsidieregeling een kennisgeving aan de Europese Commissie gedaan wordt via een zogenaamde kennisgevingsprocedure.