Voorwoord tussentijdse cijfers Gemeente Zevenaar
Tekst van het document
De tussentijdse cijfers sociaal domein gemeente Zevenaar. Inleiding Deze tussentijdse cijfers Programma 6 Sociaal Domein betreft een beknopte (financiële) weergave, zodat ontwikkelingen in perspectief kunnen worden geplaatst. Met deze tussentijdse cijfers maken we inzichtelijk wat de stand van zaken is van de Wmo en Jeugdhulp in de gemeente Zevenaar. De tussentijdse cijfers zijn altijd een weergave van wat op basis van beschikbare data op het moment van analyseren bekend is. De cijfers bieden een overzicht van de financiële resultaten en prestaties en geven inzicht in de voortgang ten opzichte van de vastgestelde doelstellingen en begroting. Cijfers in het sociaal domein zijn voortdurend aan verandering onderhevig. Zo kunnen declaraties door zorgaanbieders later worden ingediend, waardoor er verschil tussen rapportages kan zijn. Ook kunnen afgegeven beschikkingen nog niet verwerkt zijn door de backoffice op het moment van rapporteren. Verder kunnen er door achterstanden en wachttijden met terugwerkende kracht administratieve wijzigingen worden doorgevoerd waardoor getallen niet overeenkomen met een eerdere monitor. Dat is helaas niet te voorkomen. We proberen u met deze tussentijdse rapportage altijd zo goed mogelijk te informeren. Als u opmerkingen ter verbetering of verheldering van de rapportage heeft dan horen wij dat graag.
Gegevens Deze tussentijdse cijfers zijn tot stand gekomen vanuit in eigen beheer gebouwde power BI dashboards en het regionaal dashboard en waar gewenst aangevuld. Algemeen beeld Wmo en Jeugdhulp (periode 1 januari tot en met 31 december 2024) Het sociaal domein staat voor grote uitdagingen en veranderingen als gevolg van maatschappelijke, demografische en beleidsmatige ontwikkelingen. Uit de realisatiecijfers 2024 blijkt het volgende: 1. Toegang en eerstelijnsvoorzieningen: De realisatiecijfers zijn hoger uitgevallen dan begroot, voornamelijk door een 50% stijging in aantal cliënten door vroegtijdige investeringen in ondersteuning bij schoolverzuim via Forza. Dit preventieve beleid is gericht op het voorkomen van langdurige en gedwongen hulp. Hoewel het aantal jeugdigen met één in consultatieve dienstverlening stabiel is gebleven, is het gedeclareerde volume toegenomen, wat wijst op een intensievere zorginzet. De hogere kosten zijn een direct gevolg van deze ontwikkelingen, maar kunnen op termijn bijdragen aan vermindering van zwaardere en duurdere zorgtrajecten. Deze ontwikkeling sluit aan bij de doelen van de Hervormingsagenda Jeugd, met name op het gebied van vroegsignalering, preventie en het verminderen van zware zorgtrajecten.
Door vroegtijdig te investeren in ondersteuning bij schoolverzuim via Forza, wordt gewerkt aan het terugdringen van de instroom in specialistische jeugdzorg en het voorkomen van gedwongen en langdurige hulp. Dit draagt bij aan een effectiever en duurzamer jeugdstelsel waarin preventieve en gezinsgerichte ondersteuning centraal staan. Daarnaast sluit de stijging in gedeclareerd volume bij gelijkblijvende consultatieve aantallen aan bij het streven naar passende zorg op maat, waarbij de intensiteit van hulp wordt afgestemd op de werkelijke behoefte.
2. Arbeidsparticipatie: De stijging van de kosten komt doordat meer mensen toegang hebben gekregen tot activerend werk, wat kan leiden tot betere sociale en economische resultaten. Activerend werk kan mensen helpen om weer deel te nemen aan de arbeidsmarkt, hun vaardigheden te verbeteren en hun zelfvertrouwen te vergroten. De stijging van de kosten binnen arbeidsparticipatie is het gevolg van een toename van 10% in het aantal unieke cliënten dat toegang heeft gekregen tot activerend werk (van 50 in 2023 naar 55 in 2024). Dit sluit aan op meerdere landelijke beleidsdoelstellingen:
Hervormingsagenda Jeugd: door werk en participatie te stimuleren, wordt sociale uitsluiting en afhankelijkheid van zware jeugdzorg verminderd. Activerend werk draagt bij aan een duurzaam perspectief voor jongeren en jongvolwassenen. Integraal Zorgakkoord (IZA): De inzet op participatie ondersteunt het streven naar meer preventie en eigen regie, waardoor de druk op zorg en ondersteuning afneemt. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Activerend werk bevordert zowel fysieke als mentale gezondheid, wat aansluit bij de doelen van GALA om preventief in te zetten op een gezondere samenleving. Breed Offensief en Participatiewet: Dit beleid richt zich op arbeidsparticipatie voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor deze stijging bijdraagt aan de bredere ambitie om iedereen naar vermogen te laten deelnemen aan werk en maatschappij.
Deze ontwikkeling draagt bij aan een inclusieve arbeidsmarkt en een duurzamer zorg- en ondersteuningsstelsel, waarin preventie en participatie centraal staan. 3. Hulp bij Huishouden: De kosten voor hulp bij huishouden zijn gestegen door een lichte toename in het aantal cliënten, terwijl het totale gedeclareerde volume juist licht is gedaald. Dit wijst erop dat er gemiddeld minder hulp per client is ingezet, mogelijk door een efficiëntere indicatiestelling of een verschuiving naar meer eigen regie en mantelzorg. Daarnaast heeft het strikter toepassen van het HHM-normenkader bijgedragen aan een lager volume in de inzet van huishoudelijke ondersteuning. Dit normenkader helpt gemeenten bij het op maat indiceren van huishoudelijke ondersteuning voor inwoners, waardoor de inzet van hulp efficiënter en gerichter wordt. Deze ontwikkeling sluit aan bij diverse landelijke beleidsdoelen:
Integraal Zorgakkoord (IZA): door de inzet van hulp efficiënter te verdelen, wordt bijgedragen aan passende zorg en ondersteuning, waarbij zorgzwaarte beter wordt afgestemd op de behoefte. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): De focus op eigen regie en informele ondersteuning past binnen het streven naar langer zelfstandig thuis wonen en het verminderen van de druk op formele zorg. Toekomstbestendige ouderenzorg (WOZO-programma): Het verminderen van het zorgvolume draagt bij aan het principe “zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan”, waardoor mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren.
Deze ontwikkeling draagt bij aan een duurzamere inzet van huishoudelijke ondersteuning en sluit aan bij de bredere landelijke hervorming van zorg en ondersteuning. 4. Begeleiding WMO: De kosten zijn binnen de begroting gebleven. Dit is mede mogelijk gemaakt door effectieve samenwerking en preventieve maatregelen, waardoor cliënten minder intensieve ondersteuning nodig hadden. Daarnaast is het gedeclareerd volume per client gedaald, wat wijst op een efficiëntere inzet van begeleiding door een focus op eigen regie, informele netwerken. Deze ontwikkeling sluit aan bij diverse landelijke hervormingen en beleidsdoelen:
Integraal Zorgakkoord (IZA): Door samenwerking en preventie wordt de inzet van zorg efficiënter, wat bijdraagt aan passende zorg en beheersing van kosten. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): De nadruk op preventie en lichte ondersteuning past binnen het streven naar gezondere en zelfstandige burgers, waardoor de druk op de zwaardere zorg afneemt. Toekomstbestendige zorg (WOZO-programma): Minder zorg per client betekent meer focus op zelfredzaamheid en eigen regie, waardoor cliënten langer zelfstandig kunnen blijven.
Deze ontwikkeling draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige Wmo-begeleiding, waarbij zorg wordt ingezet waar nodig, maar onnodige afhankelijkheid wordt voorkomen. 5. Jeugdhulp: De kosten zijn gestegen door een toename in de vraag naar groepsbehandeling en een toename van complexere zorgvragen binnen jeugdhulp behandeling GGZ, begeleiding en dagbesteding. De duur is toegenomen. Dit wijst op een groeiende behoefte aan intensievere en gespecialiseerde ondersteuning, wat mede kan samenhangen met bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals vroegsignalering, een stijgend aantal multiprobleem gezinnen en meer bewustzijn rondom mentale gezondheidsproblemen bij jongeren. Deze ontwikkeling sluit aan bij verschillende landelijke hervormingen en beleidsdoelen:
Hervormingsagenda Jeugd: De stijging in complexiteit onderstreept de noodzaak van een betere balans tussen preventie en specialistische jeugdhulp, waarbij de focus ligt op tijdige en effectievere ondersteuning om zwaardere zorg te voorkomen. Integraal Zorgakkoord (IZA): De inzet op een betere coördinatie tussen verschillende zorgverleners om overlap en inefficiënties te verminderen. Dit mede aan de hand van de verklarende analyse. Dit is een belangrijk onderdeel van het IZA dat streeft naar een geïntegreerde zorgaanpak. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Het toenemende beroep op dagbesteding en begeleiding laat zien dat preventie en ondersteuning in de leefomgeving cruciaal zijn om verdere escalatie te voorkomen.
Deze trends benadrukken de noodzaak van doordachte preventieve interventies en samenwerking tussen jeugdzorg, onderwijs en het sociale domein, om de stijgende zorgvraag in de toekomst beter te kunnen beheersen.
6. Pleegzorg: De kosten zijn binnen de begroting gebleven, mede door de introductie van deeltijd pleegzorg en een daling in het aantal cliënten. Deeltijd pleegzorg biedt flexibele ondersteuning en voorkomt mogelijk zwaardere residentiele plaatsingen, terwijl de lagere instroom kan wijzen op een effectievere inzet van preventieve hulp of gezinsgerichte aanpak. Deze ontwikkeling sluit aan bij diverse landelijke beleidsdoelen:
Hervormingsagenda Jeugd: De focus op deeltijd pleegzorg draagt bij aan de ambitie om zoveel mogelijk kinderen thuis of in een gezinsomgeving op te laten groeien, in lijn met het principe “gewone opvoeding, tenzij”. Integraal Zorgakkoord (IZA): Door pleegzorg efficiënter en gerichter in te zetten, wordt bijgedragen aan passende zorg en beheersing van kosten. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Het verminderen van de instroom in pleegzorg sluit aan bij de bredere inzet op preventie en ondersteuning binnen de leefomgeving.
Deze ontwikkeling laat zien dat door maatwerk en flexibelere vormen van pleegzorg de zorgvraag beter kan worden afgestemd, wat bijdraagt aan een duurzamere jeugdzorg. 7. Gezinsgericht: De kosten voor gezinsgerichte zorg zijn hoger uitgevallen dan begroot, voornamelijk door de introductie van het nieuwe product Thuisbest en een toename van verblijf in gezinshuizen met zware begeleidingscapaciteit. Thuisbest is ontwikkeld om kinderen en jongeren in hun eigen thuissituatie te ondersteunen, waardoor instellingsverblijf wordt verminderd. Dit vraagt om intensieve betrokkenheid van specialisten zoals therapeuten en gedragswetenschappers, wat de kosten initieel verhoogt, maar op de lange termijn kan bijdragen aan een effectievere en meer duurzame zorginzet. Deze ontwikkeling sluit aan bij verschillende landelijke hervormings- en zorgagenda’s:
Hervormingsagenda Jeugd: Door in te zetten op gezinsgerichte zorg in de thuissituatie in plaats van residentiele plaatsing, wordt gewerkt aan het principe “thuis, tenzij”, wat aansluit bij de bredere hervorming van de jeugdzorg. Integraal Zorgakkoord (IZA): De verschuiving van verblijf in instellingen naar zorg op maat in de leefomgeving sluit aan bij het streven naar passende zorg en meer maatwerk. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Door specialistische ondersteuning in het gezin te bieden, wordt preventie versterkt en kunnen zwaardere zorgtrajecten mogelijk worden voorkomen.
Hoewel de kosten nu hoger liggen, draagt de inzet van Thuisbest en intensieve gezinshulp bij aan een meer duurzame jeugdzorg, waarbij kinderen in een vertrouwde omgeving kunnen opgroeien en de noodzaak voor residentiele zorg wordt beperkt.
8. Jeugdhulp met verblijf overig: In 2024 zijn de kosten voor jeugdhulp met verblijf aanzienlijk binnen de begroting gebleven, met een besparing van € 1,4 miljoen. Deze besparing is voornamelijk toe te schrijven aan een afname in het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van deze vorm van jeugdhulp. Deze daling kan worden verklaard door een gerichte inzet om jeugdigen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, wat kostenbesparend werkt. Daarnaast is er intensief samengewerkt met partners rondom de veiligheid van jeugdigen, wat heeft bijgedragen aan een efficiëntere en effectievere zorgverlening. Hierdoor konden meer jeugdigen in hun eigen omgeving blijven wat de kosten voor verblijf in instellingen heeft verminderd. Daarnaast hebben correcties op het woonplaatsbeginsel gezorgd voor het stopzetten van de indicatie en een terugvordering. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij diverse landelijke beleidsdoelen:
Hervormingsagenda Jeugd: Door jeugdigen zo lang mogelijk thuis te laten wonen en de inzet van gezinsgerichte zorg te versterken, wordt voldaan aan het streven om kinderen in hun eigen omgeving op te laten groeien. Integraal Zorgakkoord (IZA): De efficiëntere en effectievere zorgverlening door intensieve samenwerking met partners draagt bij aan passende zorg en beheersing van kosten. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Het verminderen van verblijf in instellingen en het versterken van zorg in de eigen omgeving sluit aan bij het bevorderen van een gezond en actief leven voor jeugdigen.
Daarnaast hebben correcties op het woonplaatsbeginsel bijgedragen aan een betere toewijzing van verantwoordelijkheden en financiering tussen gemeenten, wat heeft geleid tot het stopzetten van onjuiste indicaties en terugvorderingen. Deze factoren hebben gezamenlijk bijgedragen aan het binnen de begroting blijven van de kosten voor jeugdhulp met verblijf. 9. Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-Verblijf: de stijging van de kosten kan worden verklaard door een toename in de vraag naar niet-gespecificeerde zorgdiensten, wat leidt tot hogere uitgaven. Daarnaast zijn de kosten voor Jeugdhulp Specifieke Zorg voor Licht Verstandelijk Gehandicapten (JSGLVG) toegenomen. Deze ontwikkelingen sluiten aan bij diverse landelijke beleidsdoelen:
Hervormingsagenda Jeugd: De toename in de vraag naar niet-gespecificeerde zorgdiensten en de stijging van de kosten voor JSGLVG benadrukken de noodzaak van een betere balans tussen preventie en specialistische jeugdhulp. Integraal Zorgakkoord (IZA): De stijging van de kosten voor jeugdhulp met verblijf en specifieke zorg voor licht verstandelijk gehandicapten vraagt om verdere samenwerking tussen domeinen om de zorg beheersbaar te houden. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Het toenemende beroep op crisisopvang en gespecialiseerde begeleiding laat zien dat preventie en ondersteuning in de leefomgeving cruciaal zijn om verdere escalatie te voorkomen.
Deze trends benadrukken de noodzaak van doordachte preventieve interventies en samenwerking tussen jeugdzorg, onderwijs en het sociale domein om de stijgende zorgvraag in de toekomst beter te kunnen beheersen.
10. Jeugdzorg gesloten plaatsing: De kosten zijn afgenomen ten opzichte van de begroting. Dit komt door de afbouw van gesloten jeugdzorg, waarbij Nederland streeft naar het verminderen en uiteindelijk beëindigen van de gedwongen plaatsing van jongeren in gesloten jeugdzorginstellingen. Deze afbouw komt voort uit kritiek op de effectiviteit en het welzijn van jongeren in deze instellingen. Met als doel om tegen 2030 gesloten jeugdzorg volledig te vervangen door andere alternatieve zorgvormen. 11. Jeugdbescherming: De kosten zijn licht boven de begroting uitgekomen door de introductie van een nieuw product: het wachtlijsttarief jeugdbescherming. Dit tarief voorziet in een vergoeding voor de tijd dat jongeren wachten op jeugdbescherming, wat heeft geleid tot extra kosten in 2024. Deze maatregel is ingevoerd om de periode tussen de uitspraak van de rechter en het eerste face-to-face contact met de jeugdige en/of ouders te overbruggen, vooral wanneer deze wachttijd langer is. De invoering van het wachtlijsttarief jeugdbescherming sluit aan bij diverse landelijke beleidsdoelen:
Hervormingsagenda Jeugd: Door het wachtlijsttarief in te voeren, wordt getracht de continuïteit van zorg te waarborgen en de negatieve impact van wachttijden op jeugdigen te verminderen, in lijn met hervormingsdoelen. Integraal Zorgakkoord (IZA): Het wachtlijsttarief draagt bij aan een meer flexibele en responsieve jeugdbescherming, wat past binnen de bredere doelen van het IZA om zorg toegankelijk en passend te maken. Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA): Door wachttijden te adresseren en te vergoeden, wordt bijgedragen aan het welzijn van jeugdigen, wat aansluit bij de doelstellingen van het GALA.
Hoewel deze maatregel heeft geleid tot extra kosten, is het een stap richting een effectievere en responsievere jeugdbescherming, waarbij de tijdige ondersteuning van jeugdigen centraal staat. 12. Jeugdreclassering: De kosten zijn binnen de begroting gebleven, mede door dalende aantallen en minder langdurige trajecten Kanttekeningen bij het gepresenteerde Positieve Resultaat Hoewel deze tussentijdse cijfers een positief beeld schetsen van € 161.380 moeten hierbij enkele belangrijke kanttekeningen worden geplaatst: 1. Beperkte weergave van de Cijfers: Deze tussentijdse cijfers beslaan slechts een deel van programma 6 sociaal domein, namelijk enkel de zorgkosten voor Jeugdhulp en Wmo die via het berichtenverkeer worden verwerkt. Het stoplichtmodel in deze rapportage houdt geen rekening met de taakvelden en bedragen die buiten dit berichtenverkeer vallen. 2. Volledige Verantwoording binnen P&C cyclus: De verantwoording en voortgang van de overige taakvelden binnen het sociaal domein worden behandeld binnen de reguliere planning- en control cyclus, met name in de eerste en tweede voortgangsrapportage. Deze rapportages geven een completer beeld van de financiële situatie.
3. Conjunctuur- en seizoensinvloeden Bij de begroting is geen rekening gehouden met conjunctuurschommelingen of seizoensinvloeden, wat de kostenramingen mogelijk vertekent. 4. Definitieve jaarcijfers Deze cijfers kunnen niet als de definitieve jaarcijfers van 2024 worden beschouwd. Ze zijn gebaseerd op voorlopige gegevens en kunnen nog worden aangepast. Nadat alle productieverantwoordingen binnen het sociaal domein zijn ontvangen en gecontroleerd kunnen de definitieve jaarcijfers voor 2024 worden vastgesteld. Deze kanttekeningen benadrukken de noodzaak van een breder financieel inzicht en voorzichtigheid bij het interpreteren van het huidige positieve resultaat. Leeswijzer Deze tussentijdse rapportage bestaat uit de volgende twee hoofdstukken en bijlage: -
Hoofdstuk 1 Totaal overzicht kosten Programma 6. Hoofdstuk 2 De Toegang. Bijlage: Begrippenlijst.
Hierbij presenteren wij de data die relevante ontwikkelingen laten zien. Ook presenteren we begrotingswijzigingen. Zo kunt u de ontwikkeling volgen. Over het algemeen proberen we een vergelijking over dezelfde periode met voorgaand kalanderjaar te geven.