Verslag raadinformatiebijeenkomst 16 februari 2022.docx
Tekst van het document
Verslag op hoofdlijnen onderwerp datum tijd locatie
Raadsinformatieavond: Participatie 16 februari 2022 19.30- 22.00 uur Patio en Raadzaal
Opening 1. Inleiding door avondvoorzitters André van Nijkerken en Marije van der Galiën André en Marije stellen zich voor. André is de scheidend Regionale Implementatiecoach Omgevingswet (RIO) en Marije de nieuwe RIO sinds 1 februari 2022. De RIO is het eerste aanspreekpunt voor al het bevoegd gezag. Hij of zij haakt aan bij bestaande netwerken en samenwerkingsverbanden. De RIO voert met gemeenten het gesprek over de Omgevingswet en de minimale eisen en kan verwijzen naar de benodigde acties en meer informatiebronnen. Ook biedt de RIO (voorbeeld)aanpakken aan of helpt mee bij de ontwikkeling hiervan, zoveel mogelijk gericht op het samen oefenen.
2. Mentimeter
André en Marije vragen door op de antwoorden die zijn gegeven. Wat betekent participatie voor u? Vaak komen de termen samen, meedoen en meedenken naar voren. Opvallend is dat iemand aangeeft “echt meedenken”. Dat zou impliceren dat dit nu niet gebeurt. Echter niet duidelijk wordt wat er precies mee wordt bedoeld. Ook wordt verder ingegaan op de term inwonerberaad. Wat wordt daarmee bedoeld? Toegelicht wordt dat het hier gaat om het zoveel mogelijk betrekken van inwoners bij plannen en projecten binnen de gemeente. Zo veel en goed mogelijk in contact komen met de inwoners. Wanneer is sprake van een goed participatieproces? Veel antwoorden zien op het betrekken van belanghebbenden en het maken van een goede afweging. Ingegaan wordt op het antwoord dat iedereen tevreden moet zijn. André en Marije vragen daarop door. Wanneer is iedereen tevreden en hoe kun je dat toetsen? Diegene die het antwoord heeft gegeven, stelt dat dit het uitgangspunt moet zijn. Zo zou het moeten zijn. Echter doorpratend hierop wordt door anderen aangegeven dat dit niet altijd kan en dat dit ook niet realistisch is. Uitgangspunt moet niet zijn, vinden een aantal, dat de uitkomst leidend is voor een goede participatie, maar toch meer het proces. Je kunt niet iedereen tevreden stellen. Daarbij wordt als voorbeeld gegeven het voorterrein voor het gemeentehuis.
Het uiteindelijke plan heeft te weinig groene elementen, maar het proces is goed doorlopen. Het resultaat is dus niet helemaal het gewenste resultaat, maar de participatie was wel goed. En hoe zit het dan met de zwijgende meerderheid? Hoe gaan we daarmee om? Vaak reageren alleen de mensen die iets niet willen. Maar wat met de belangen van de mensen waarvoor een plan wordt uitgevoerd. Bijvoorbeeld starters die een woning zoeken en blij zijn met woningbouw. Hoe neem je dat mee, als dit niet actief wordt aangegeven vanuit de participatie? Vaak ligt deze belangenafweging wel bij de gemeente om medewerking te geven aan een plan, maar hier moet aandacht voor zijn. Wat is de rol van de initiatiefnemer in het participatieproces? Hier komen veel verschillende antwoorden op. Geconstateerd wordt er ook enige tegenstrijdigheden zijn tussen de antwoorden. Er zijn uiteenlopende meningen over de rol van de initiatiefnemer. Zo geeft iemand aan dat dit een rol is van toehoorder, meer een participant in het proces zonder dat er regie ligt bij de initiatiefnemer. Deze zou altijd bij de gemeente moeten liggen als het gaat om participatie. Vanuit anderen wordt aangegeven dat dit zeker niet wenselijk is omdat de initiatiefnemer leidend zou moeten zijn in de participatie en zelf bepaalt hoe een plan eruit ziet en wat hij of zij wil doen om tegemoet te komen aan de wensen van de participanten.
Ook het woord ruimhartig wordt genoemd. Hiermee wordt bedoeld dat de initiatiefnemer goed en tijdige informatie moet geven voorin het traject. Open en eerlijk zijn is belangrijk daarbij. Aangegeven wordt dat het ook belangrijk is om mee te nemen dat er verschillende type initiatiefnemers zijn. Grote ontwikkelaars hebben genoeg geld en capaciteit, kleine initiatiefnemers dat niet. Hebben we als gemeente dan een andere rol?
Initiatiefnemers kunnen ook alleen participanten opzoeken die positief zijn. Daarmee moeten we ook rekening houden. Elke initiatiefnemer acteert anders in het proces. Wat is de rol van de gemeente in het participatieproces? Meer specifiek hier de gemeenteraad. Veel genoemd wordt kaders stellen. De raad is kaderstellend in het participatieproces. Het is belangrijk om de verwachtingen te managen. Discussie ontstaat over de vraag of raadsleden bij elk participatieproces betrokken moeten worden. Door sommigen wordt dit als wenselijk gezien. Aangegeven wordt ook dat dit juist niet zuiver is. Raadsleden moeten niet meedoen aan het participatieproces. Een handreiking, leidraad of draaiboek met daarin de kaders waarbij rekening wordt gehouden met verschillende type initiatiefnemers, wordt als wenselijk gezien. Vanuit de bedoeling van de Omgevingswet ligt er ook een grote rol bij de initiatiefnemer als het gaat om participatie. Verwacht wordt dat de initiatiefnemer goed nadenkt over de wijze van participeren. Met een leidraad kan de raad hier richting initiatiefnemer vorm aan geven. Wanneer is participatie volgens u geslaagd? Gehoord voelen en belangen zijn gewogen komen sterk naar voren in de beantwoording. Marije en André gaan nader in op het tevreden stellen van iedereen.
Het is al eerder naar voren gekomen bij vraag 2, maar er wordt aangegeven dat de uitkomst niet het meest bepalend is, maar juist het proces. André geeft aan dat het wellicht een idee is om voorbeelden van goede participatie als inspiratie op te nemen in het participatiebeleid. Het is belangrijk dat de raad een gezamenlijk beeld heeft van wat geslaagde participatie is. De raad mag daar zelf invulling aan geven. Dit wordt niet vanuit de Omgevingswet voorgeschreven. Wel is het idee van de Omgevingswet dat er meer sprake is van co-creatie met inwoners bij plannen in de fysieke leefomgeving.
3. Toelichting VNG op participatie onder de Omgevingswet: Marije van der Galliën samen met André van Nijkerken Zie presentatie.
Pauze 4. Casus bespreken in groepen en terugkoppelen
Casus: Een projectontwikkelaar klopt bij de gemeente met plannen voor woningbouw op een mooie plek in de gemeente. De grond heeft een maatschappelijke functie (bestemming). De ontwikkelaar is eigenaar van deze gronden, en vraagt de gemeente om medewerking aan een wijziging van het bestemmingsplan/ omgevingsplan.
De plannen dragen bij aan de realisatie van woningen die hard nodig zijn. Niet alleen voor mensen die het kunnen betalen maar ook voor starters en woningen binnen de sociale huursector. De buurt wil het beeldbepalende gebouw (geen monument of beschermd stadsgezicht) met maatschappelijk functie behouden. De initiatiefnemer geeft op het aanvraagformulier aan dat hij breed in de buurt informatie heeft verstrekt, maar dat verdere participatie geen zin heeft omdat wat de buurt wil financieel niet haalbaar is. Vragen: 1. Wat wil de gemeenteraad meegeven aan de projectontwikkelaar ten aanzien van de participatie? 2. Wanneer in het proces ziet de gemeenteraad voor zichzelf een rol? 3. Welke ondersteuning wil de gemeenteraad de initiatiefnemer vanuit de gemeente bieden om de participatie zorgvuldig te organiseren? 4. Wat doe je als gemeenteraad als tijdens het proces bezorgde bewoners zich bij de raad melden met twijfels en bezwaren? 5.
Wil de gemeenteraad een dergelijk initiatief aanwijzen als categorie waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is en of verplichte participatie? Terugkoppelen casus aan de aanwezigen: • Hoe verliep de bespreking van de casus? Waar lag de focus op? • Zijn er aan de hand van de casus conclusies te trekken over het participatieproces? Wat werd aan de tafel als belangrijk ervaren? • Wat wilt u als raad het college meegeven bij het opstellen van participatiebeleid? Aan 4 tafels is onder begeleiding van de griffie, een communicatieadviseur en de programmamanager Omgevingswet wordt de casus besproken en zijn de vragen beantwoord. Vanuit elke tafel heeft er vervolgens plenair een terugkoppeling plaatsgevonden. Tafel 1: Begeleider Ivo Mateman: Vragen: 1. Wat wil de gemeenteraad meegeven aan de projectontwikkelaar ten aanzien van de participatie? Praat echt met de mensen die het aangaat. Hoor waar de belangen liggen, kijk of je elkaar tegemoet kan komen en leg zaken vast.
Informatievoorziening (eenzijdig) is geen participatie. Belangrijk om te weten: waarom willen ze de maatschappelijke functie precies behouden? Biedt als ontwikkelaar ook alternatieven aan. Als raad verwijzen naar de kaders die we met elkaar hebben vastgesteld. 2. Wanneer in het proces ziet de gemeenteraad voor zichzelf een rol? De kaders zijn leidend. Alles begint hiermee. Als gemeenteraad toetsen we o.a. of alles juist is uitgevoerd. Maar het is ook belangrijk om initiatiefnemers de ruimte te bieden. Is het proces goed verlopen? 3. Welke ondersteuning wil de gemeenteraad de initiatiefnemer vanuit de gemeente bieden om de participatie zorgvuldig te organiseren? Een optie is procesbegeleiding vanuit de gemeente aanbieden (om het gesprek op gang te krijgen). 4. Wat doe je als gemeenteraad als tijdens het proces bezorgde bewoners zich bij de raad melden met twijfels en bezwaren? Als raad omarmen we inspraak. We luisteren graag naar inwoners. Maar soms ook: stuur mensen terug (naar de projectleider bijvoorbeeld – als dit nodig is). Belangrijk om duidelijk en helder te zijn naar inwoners. Wat kunnen we als raad wel/ niet bieden. Als er iets ‘oppopt’ wat niet is voorzien, is het nog te repareren in vergunningsproces? 5.
Wil de gemeenteraad een dergelijk initiatief aanwijzen als categorie waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is en of verplichte participatie? Waar wil je adviesrecht op hebben? Hebben we een opdracht? Als het om …. gaat, dan willen we het wel zien. Alles draait om vertrouwen. Terugkoppelen casus aan de aanwezigen: • Hoe verliep de bespreking van de casus? Waar lag de focus op? • Zijn er aan de hand van de casus conclusies te trekken over het participatieproces? Wat werd aan de tafel als belangrijk ervaren? • Wat wilt u als raad het college meegeven bij het opstellen van participatiebeleid? Tafel 2: Begeleider Roelien Heemsbergen Vragen: 1. Wat wil de gemeenteraad meegeven aan de projectontwikkelaar ten aanzien van de participatie? Participatie is verplicht. Heeft dit wel goed plaatsgevonden. Meer informatie is gewenst. Wat is er opgehaald? Is er verslaglegging? Hoe heeft de participatie plaatsgevonden? Advies vanuit raad: ga serieus is gesprek met de omgeving. 2. Wanneer in het proces ziet de gemeenteraad voor zichzelf een rol? Rol gemeenteraad is nu toetsen of het proces goed is uitgevoerd. Niet meer.
3. Welke ondersteuning wil de gemeenteraad de initiatiefnemer vanuit de gemeente bieden om de participatie zorgvuldig te organiseren? Faciliterende rol. Tips geven, leidraad opstellen voor participatie. Zekere niet in de lead zijn. Ook geen participatie in gemeentehuis maar op locatie. 4. Wat doe je als gemeenteraad als tijdens het proces bezorgde bewoners zich bij de raad melden met twijfels en bezwaren? Terugverwijzen naar initiatiefnemer, in ieder geval terughoudend zijn als raad. 5. Wil de gemeenteraad een dergelijk initiatief aanwijzen als categorie waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is en of verplichte participatie? Dat is afhankelijk van de grootte van het project. Waarschijnlijk wel. Terugkoppelen casus aan de aanwezigen: • Hoe verliep de bespreking van de casus? Waar lag de focus op? Het was gezellig, de focus lag op het proces en de rol van de raad. • Zijn er aan de hand van de casus conclusies te trekken over het participatieproces? Wat werd aan de tafel als belangrijk ervaren? Eigenlijk niet, maar de suggestie is dat de initiatiefnemer niet kwalitatief goed geparticipeerd heeft. • Wat wilt u als raad het college meegeven bij het opstellen van participatiebeleid? Uitgangspunt is aansluiten bij “Verklaring van geen bedenkingen”. Tafel 3: Begeleider Jacqueline van der Leij Vragen: 1.
Wat wil de gemeenteraad meegeven aan de projectontwikkelaar ten aanzien van de participatie? Dit is een moeilijk kwestie die zeker voor kan komen. Een niet welwillende omgeving. Dat maakt het wel heel moeilijk voor de initiatiefnemer. Hoe kun je een dergelijk proces goed opzetten als de buurt echt niet wil. Toch vanuit gemeente proberen het gesprek aan te gaan met initiatiefnemer en achterhalen wat er precies al is gedaan aan participatie. Het lijkt er namelijk op dat de initiatiefnemer snel de conclusie trekt dat participatie niet meer mogelijk is. 2. Wanneer in het proces ziet de gemeenteraad voor zichzelf een rol? Dat is wel een beetje een worsteling aan deze tafel. De raadsleden zijn zoekende in welke rol aan te nemen. Het idee is om vanuit de raad wel raadsleden participatiebijeenkomsten bij te laten wonen. Echter alleen om sfeer te proeven en om te weten wat er speelt. Niet om tijdens deze bijeenkomst een inhoudelijke bijdrage te leveren. Weten wat er speelt in de buurt/ omgeving. Als het ware werken met verkenners die namens de raad erbij zijn. Wellicht dat dit alleen bij bepaalde type plannen/ projecten gewenst is.
3.
Welke ondersteuning wil de gemeenteraad de initiatiefnemer vanuit de gemeente bieden om de participatie zorgvuldig te organiseren? De gemeente (ambtelijk) kan toehoorder zijn en proberen de initiatiefnemer te masseren om toch de participatie verder door te zetten en tips te geven hoe dit het beste kan. 4. Wat doe je als gemeenteraad als tijdens het proces bezorgde bewoners zich bij de raad melden met twijfels en bezwaren? Via de griffie nagaan wat er ambtelijk bekend is over de participatie en wat er al is gedaan. 5. Wil de gemeenteraad een dergelijk initiatief aanwijzen als categorie waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is en of verplichte participatie? Dat is moeilijk te zeggen. We willen niet bij elk plan betrokken zijn. Dit is mede afhankelijk van het aantal woningen. Ook al is het moeilijk om met aantallen te werken, toch geldt dat bij bepaalde aantallen woningen de raad adviesrecht wil toepassen en of verplichte participatie. Niet gesproken wordt over welke aantallen. Terugkoppelen casus aan de aanwezigen: • Hoe verliep de bespreking van de casus? Waar lag de focus op? Goed. Focus lag op vraag of participatie wel of niet goed had plaatsgevonden. Dat leek niet goed te zijn gegaan vanuit de initiatiefnemer.
• Zijn er aan de hand van de casus conclusies te trekken over het participatieproces? Wat werd aan de tafel als belangrijk ervaren? Goed nadenken over de rol van de raad. Het moet zorgvuldig zijn. • Wat wilt u als raad het college meegeven bij het opstellen van participatiebeleid? Duidelijkheid over de rollen. Tafel 4: Begeleiders: Inge van Dijk en Ellen Hondelink. Vragen: 1. Wat wil de gemeenteraad meegeven aan de projectontwikkelaar ten aanzien van de participatie? Vooraf dienen kaders (voorwaarden) of een soort “draaiboek” aan initiatiefnemer/projectontwikkelaar meegegeven te worden waaraan voldaan moet worden. De gemeenteraad stelt deze kaders zelf vast. 2. Wanneer in het proces ziet de gemeenteraad voor zichzelf een rol? Aan de voorkant geeft de gemeenteraad de voorwaarden mee waaraan een e participatietraject moet voldoen en achteraf bij besluitvorming dient de gemeenteraad te controleren of aan deze voorwaarden is voldaan. 3. Welke ondersteuning wil de gemeenteraad de initiatiefnemer vanuit de gemeente bieden om de participatie zorgvuldig te organiseren?
Geen. Het gaat alleen om de kaders aan de voorkant, aan het begin van het proces. Verder dient de raad weg te blijven van het proces. 4. Wat doe je als gemeenteraad als tijdens het proces bezorgde bewoners zich bij de raad melden met twijfels en bezwaren? Bezorgde bewoners dienen te allen tijde gehoord te worden door de raad/raadsleden. Verwachtingsmanagement is daarbij wel belangrijk, bijvoorbeeld bij de wijze van inspraak en het beste moment voor de inspraak. Als bezorgde bewoners zich bij de raad melden terwijl het proces nog niet is afgerond, dan dient de raad/een raadslid de bezorgde inwoner te adviseren om over de zorgen in gesprek te gaan met de initiatiefnemer. 5. Wil de gemeenteraad een dergelijk initiatief aanwijzen als categorie waarop het adviesrecht van de raad van toepassing is en of verplichte participatie? Dit is in deze casus lastig aan te geven. Daarvoor is meer informatie nodig in de casus. Er dienen van tevoren criteria aangeven te worden voor adviesrecht van de raad en/of verplichte participatie, bijvoorbeeld de hoogte van het gebouw, het aantal appartementen. Dit soort zaken spelen daarin mee. Een criterium kan bijvoorbeeld zijn dat het gebouw een maatschappelijke functie heeft en dat deze functie in het geding komt.
Terugkoppelen casus aan de aanwezigen: • Hoe verliep de bespreking van de casus? Waar lag de focus op? Er was af en toe onduidelijkheid over de casus. De groep had de indruk soms informatie te missen waardoor een eenduidig antwoord geven op de gestelde vragen soms lastig was. De groep is wel toegekomen aan het bespreken van alle vragen. De vraag welke voorwaarden er meegegeven moeten worden aan een participatietraject (flyer met informatie of daadwerkelijk een fysieke inspraak bijeenkomst) en hoe concreet en scherp die voorwaarden moeten worden geformuleerd op voorhand, hield de gemoederen bezig. • Zijn er aan de hand van de casus conclusies te trekken over het participatieproces? Wat werd aan de tafel als belangrijk ervaren? Welke rol pak je als raad op welk moment. Hoe concreet wil je zaken vastleggen of geef je initiatiefnemers ook de ruimte om zelf invulling te geven aan participatie. Verwachtingsmanagement naar alle deelnemende partijen om misvattingen en teleurstelling te voorkomen. • Wat wilt u als raad het college meegeven bij het opstellen van participatiebeleid? Duidelijke kaders.
5. Afsluiting en schetsen vervolg door Hans Winters Hans bedankt de aanwezigen en een speciaal dank voor de twee avondvoorzitters. Deze bijeenkomst is de laatste stap in de participatie op de participatie. We zullen dat wat we vandaag hebben opgehaald verwerken in de participatieleidraad en deze zal aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd.
Sluiting