Raadsvoorstel en -besluit 1277981 - Aanpassen Re-integratieverordening door inwerkingtreding Wet van school naar duurzaam werk
Tekst van het document
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Aanpassen Re-integratieverordening door inwerkingtreding Wet van school naar duurzaam werk Z/25/504915 INT/25/1277981 S. Bijl Inkomensondersteuning / Participatiewet
1. Samenvatting Op 1 januari 2026 treedt de Wet Van school naar duurzaam werk in werking. Deze wet vergroot de kansengelijkheid door jongeren beter te begeleiden in de overgang van onderwijs naar werk. De wet omvat vier maatregelen: extra loopbaanbegeleiding op scholen, ondersteuning via doorstroompunten voor jongeren zonder startkwalificatie, versterkte gemeentelijke begeleiding voor jongeren tot 27 jaar, en een verplicht Regionaal Programma waarin partijen samenwerken. Voor de Participatiewet is vooral de derde maatregel van belang. Het nieuwe artikel 7a maakt het mogelijk om alle jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij scholing en arbeidsinschakeling. Voorheen kon dat alleen onder voorwaarden en voor een beperktere groep. Door de wetswijziging worden meer re-integratie-instrumenten toegankelijk, zoals loonkostensubsidie, beschut werk, bijscholing en ggz-werkbegeleiding. Omdat de wijziging een verordeningsplicht introduceert, moet de Re-integratieverordening Participatiewet 2024 van de gemeente Zevenaar worden aangepast. Het gaat om technische wijzigingen, zoals het uitbreiden van de doelgroep en een verwijzing naar artikel 7a. De aangepaste verordening werkt terug tot 1 januari 2026. 2. Raadsvoorstel Wij stellen u voor: 1. het ‘Besluit tot wijziging van de Re-integratieverordening Participatiewet 2024 gemeente Zevenaar’ vast te stellen. 3.
Wat gaat er veranderen met de Wet Van school naar duurzaam werk? Op 1 januari 2026 treedt de Wet van school naar duurzaam werk in werking. Met deze wet geeft het Rijk een stevige impuls aan kansengelijkheid voor jongeren in de overgang van onderwijs naar werk. De wet introduceert een nieuwe manier van samenwerken tussen scholen, Doorstroompunten en gemeenten, en biedt jongeren tot 27 jaar eerder en passender ondersteuning richting scholing en duurzame arbeidsinschakeling. De wet bestaat uit vier samenhangende maatregelen: 1. Scholen bieden extra loopbaanbegeleiding tijdens de opleiding en tot één à twee jaar na diplomering. 2. Doorstroompunten begeleiden jongeren zonder startkwalificatie tot 27 jaar terug naar school of naar werk. 3. Gemeenten krijgen een nieuwe opdracht om jongeren tot 27 jaar preventief te ondersteunen bij de keuze voor onderwijs, werk of een leerwerktraject.
4. Alle partijen werken verplicht samen binnen een regionaal programma waarin afspraken worden gemaakt over overstappen, ondersteuning en duurzame plaatsing. De doelstelling van de wet is om de ondersteuning van jongeren in de overgang van school naar werk verder te versterken; gemeenten, scholen en partners doen dit nu al, maar de wetswijziging verplicht tot een meer samenhangende en intensieve aanpak. De wet richt zich in het bijzonder op jongeren tot 27 jaar voor wie regulier onderwijs niet mogelijk of passend is, jongeren zonder startkwalificatie en jongeren die moeite hebben om zelfstandig hun plek op de arbeidsmarkt te vinden. Met de wetswijziging wordt daarbij de leeftijdsgrens verhoogd van 23 naar 27 jaar, waardoor ook jongeren tussen de 23 en 27 jaar in aanmerking komen voor ondersteuning. In de praktijk gaat het vaak om jongeren uit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, mbo-niveau 1 en 2, en om voortijdig schoolverlaters. Deze groepen hebben, ongeacht de economische situatie, een verhoogd risico op uitval of instabiliteit in werk. Daarnaast biedt de wet ruimte om maatwerk te leveren aan andere jongeren die tijdelijke of aanvullende ondersteuning nodig hebben bij de stap naar duurzaam werk.
De inzet van de wet sluit nauw aan bij de bestuurlijke opdracht 2024–2026 voor RSD de Liemers, waarin extra aandacht wordt gevraagd voor jongeren tot 27 jaar en het vroegtijdig voorkomen van langdurige uitkeringsafhankelijkheid. In die opdracht is vastgelegd dat jongeren een kwetsbare doelgroep vormen en dat actieve, preventieve ondersteuning nodig is om uitval, schulden en sociale problemen te voorkomen. Deze focus sluit tevens aan bij de gemeentelijke visie op het sociaal domein, waarin ‘kansrijk en veilig opgroeien’ en nauwe samenwerking met onderwijs en maatschappelijke partners centraal staan. De nieuwe wettelijke opdracht om jongeren eerder te begeleiden richting onderwijs, werk of participatie bevestigt en versterkt daarmee de koers die de gemeente Zevenaar al heeft ingezet. De eerste, tweede en vierde maatregel worden niet door individuele gemeenten uitgevoerd, maar regionaal georganiseerd. In onze regio werken alle middelbare scholen, mbo-instellingen en gemeenten samen in een programma dat door de wetswijziging verplicht wordt: het regionale programma ‘van school naar duurzaam werk’. In dit programma worden de extra loopbaanbegeleiding op scholen, de begeleiding van jongeren zonder startkwalificatie én de regionale samenwerkingsafspraken gebundeld.
Voor onze regio is hiervoor inmiddels een concept opgesteld, waarin de onderwijsinstellingen, gemeenten en de arbeidsmarktregio hebben uitgewerkt hoe zij jongeren samen tijdig in beeld houden en ondersteunen bij de stap van school naar werk. De gemeente Zevenaar maakt als partner, onder andere via uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers, deel uit van deze regionale samenwerking. Wij sluiten aan bij de afspraken die regionaal worden gemaakt en brengen onze kennis van de lokale praktijk in. Waar scholen en het Doorstroompunt de begeleiding van jongeren tijdens hun schoolloopbaan vormgeven, wordt Zevenaar betrokken wanneer ondersteuning richting werk of een leerwerktraject nodig is. Zo ontstaat een doorlopende route van school naar werk, waarbij Zevenaar geen regievoerder is, maar wel een onmisbare partner. Voor de Participatiewet is vooral de derde maatregel relevant. Met het nieuwe artikel 7a Participatiewet krijgen gemeenten de bevoegdheid – en opdracht – om alle jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij scholing en arbeidsinschakeling. Waar gemeenten nu pas betrokken raken als jongeren een uitkering aanvragen, kunnen zij straks al tijdens de schoolperiode worden ingezet, op verzoek van scholen of het Doorstroompunt.
Voorheen konden gemeenten jongeren die initieel voltijdsonderwijs konden volgen slechts in beperkte en uitzonderlijke gevallen ondersteunen, omdat onderwijs als voorliggende voorziening gold. Met artikel 7a blijft onderwijs voorliggend, maar krijgen gemeenten de ruimte om
zaaknummer Z/25/504915
pagina 2 van 8
gemotiveerd van deze voorrang af te wijken wanneer ondersteuning via de Participatiewet passender is. Daardoor kunnen ook jongeren die nu vaak tussen wal en schip vallen eerder en gerichter geholpen worden. Daarnaast worden meer re-integratie-instrumenten toegankelijk, zoals praktijkleren, loonkostensubsidie en ggz-werkbegeleiding. Dit vergroot de handelingsruimte van de gemeente aanzienlijk, zoals ook toegelicht in de landelijke handreiking. Met de uitbreiding van deze doelgroep introduceert de wet een verordeningsplicht: gemeenten moeten hun beleid voor ondersteuning van jongeren expliciet vastleggen in de Re-integratieverordening Participatiewet. Daarnaast moeten zij in de cliëntenparticipatieverordening opnemen hoe jongeren worden betrokken bij uitvoering en beoordeling. Voor de gemeente Zevenaar betekent dit dat de Reintegratieverordening Participatiewet 2024 moet worden aangepast. Het gaat hierbij vooral om technische wijzigingen, zoals het uitbreiden van de doelgroep en het opnemen van artikel 7a. Omdat de wet terugwerkende kracht heeft naar 1 januari 2026, moet ook de verordening vanaf die datum in lijn zijn met de gewijzigde Participatiewet. 4.
Waarom naar de raad? De Wet van school naar duurzaam werk wijzigt de Participatiewet en brengt wijzigingen mee in de wettelijke opdracht voor ondersteuning van jongeren tot 27 jaar (artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet). Op grond van de bestaande verordeningsplicht moeten deze wijzigingen worden doorgevoerd in de Re-integratieverordening. Omdat de raad op grond van artikel 147 van de Gemeentewet bevoegd is tot het wijzigen van verordeningen, wordt dit voorstel aan de raad voorgelegd. 5. Doelstelling en beoogd resultaat De Re-integratieverordening Participatiewet 2024 van de gemeente Zevenaar met terugwerkende kracht te wijzigen, zodat deze per 1 januari 2026 in overeenstemming is met de doelgroepen zoals bepaald in de Wet van school naar duurzaam werk en de Participatiewet. 6. Argumenten en alternatieven 1.1 Met deze wijziging voldoet de gemeente Zevenaar aan de Wet van school naar duurzaam werk De ingangsdatum van de Wet van school naar duurzaam werk is 1 januari 2026. De Zevenaarse Reintegratieverordening moet per die datum (met terugwerkende kracht) worden aangepast aan de uitbreiding van de doelgroep en de nieuwe wettelijke opdracht voor ondersteuning van jongeren tot 27 jaar.
1.2 De wijziging sluit aan op de lokale koers voor jongeren De voorgestelde aanpassingen liggen in het verlengde van de bestuurlijke opdracht 2024–2026 van RSD de Liemers en de gemeentelijke visie op het sociaal domein, waarin ‘kansrijk en veilig opgroeien’ en nauwe samenwerking met onderwijs en partners centraal staan. De wetswijziging ondersteunt en versterkt deze bestaande koers van de gemeente Zevenaar. 1.3 De wijziging draagt bij aan preventieve, vroegtijdige ondersteuning Door de verbrede doelgroep en de ruimte om jongeren al tijdens de schoolperiode te ondersteunen, ontstaat eerder en gerichter zicht op problemen die kunnen leiden tot uitval, schulden of langdurige uitkeringsafhankelijkheid. Dit sluit aan bij de wens om preventief te werken en jongeren duurzaam perspectief te bieden.
zaaknummer Z/25/504915
pagina 3 van 8
1.4 De wijziging zorgt voor duidelijkheid en uitvoerbaarheid in de praktijk De aanpassing van de verordening is grotendeels technisch van aard, omdat de beoogde ondersteuning van jongeren in de praktijk al plaatsvindt op basis van bestaande beleidslijnen en andere juridische grondslagen. De wetswijziging introduceert geen wezenlijk nieuw instrumentarium, maar creëert een expliciete en uniforme juridische grondslag voor deze bestaande uitvoeringspraktijk. Door de verordening hierop aan te passen wordt de huidige werkwijze juridisch verankerd, wordt onduidelijkheid over de toepasselijke grondslag voorkomen en is voor betrokken partijen – waaronder jongeren, scholen, uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers en samenwerkingspartners – helder op basis van welke grondslag en binnen welke kaders gemeentelijke ondersteuning wordt geboden. Hierdoor kan de gemeente de wettelijke mogelijkheden consistent en rechtmatig toepassen. Alternatieven Er is in dit geval geen alternatief voorstel. De wijziging van de verordening vloeit voort uit de actieve verplichting zoals vastgelegd in de Wet van school naar duurzaam werk en de toevoeging van artikel 7a in de Participatiewet.
Omdat de gemeente Zevenaar gebonden is aan deze wettelijke grondslag en de daaruit voortvloeiende verordeningsplicht, resteert er geen keuzevrijheid voor een substantieel alternatief beleidskader of een geheel andere verordening. Daarom wordt geen alternatief beleid of wijzigingsvariant gepresenteerd. 7. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? Los van de wijziging van de verordening wordt de inhoudelijke betekenis van de wet regionaal uitgewerkt en afgestemd. In dat proces kijken we – samen met uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers – gericht naar wat we in Zevenaar in de uitvoering en in beleid al doen voor de ondersteuning van jongeren bij de stap naar werk, en welke aanvullende of intensievere inzet nodig is in het licht van de Wet van school naar duurzaam werk en onze aangepaste Re-integratieverordening. Wanneer de regionale uitwerking daartoe aanleiding geeft, worden eventuele verdere inhoudelijke aanvullingen op de verordening meegenomen in het traject rond de invoering van de Participatiewet in Balans. Wat betreft evaluatie geldt dat deze tweeledig is. Ten eerste loopt de huidige bestuurlijke opdracht 2024– 2026 voor RSD de Liemers eind 2026 af. Omdat de regionale uitwerking van de wet gedurende 2025–2026 wordt vormgegeven, is het onzeker of er binnen deze periode al voldoende uitvoeringspraktijk beschikbaar is om gericht te evalueren.
Ten tweede voorziet de Participatiewet in Balans in de komende jaren in een bredere landelijke evaluatie van de gewijzigde wetgeving. De effecten van deze wetswijziging op de ondersteuning van jongeren zullen daarin vanzelfsprekend worden meegenomen. 8. Klimaat en duurzaamheid N.v.t. 9. Communicatie Op overheid.nl wordt na vaststelling de gewijzigde verordening gepubliceerd. 10. Kosten, baten en dekking De Wet van school naar duurzaam werk heeft financiële gevolgen voor zowel individuele gemeenten als voor het verplichte regionale programma. Hieronder wordt onderscheid gemaakt tussen middelen en mogelijke kosten voor de gemeente Zevenaar en middelen die beschikbaar zijn voor de regionale samenwerking.
zaaknummer Z/25/504915
pagina 4 van 8
A. Middelen en mogelijke kosten voor de gemeente Zevenaar (lokale begroting) Voor Zevenaar geldt dat in de bestuurlijke opdracht 2024–2026 voor RSD de Liemers al extra middelen zijn geraamd en dat in deze periode gericht wordt geïnvesteerd in de ondersteuning van jongeren. De uitvoering van de Wet van school naar duurzaam werk sluit daarmee in belangrijke mate aan bij de huidige inzet. Voor het jaar 2026 leidt de wetswijziging dan ook niet tot extra uitvoeringskosten. Mocht de verdere regionale invulling en middelenverdeling hier aanleiding toe geven, dan wordt dit via de reguliere planning- en controlcyclus aan de raad voorgelegd. a1. Kostensoorten die reeds onderdeel uitmaken van de huidige uitvoering De ondersteuning van jongeren bij de overgang van school naar werk omvat in de huidige uitvoeringspraktijk onder meer de volgende activiteiten: • • • • • •
inzet van jobcoaches en casemanagers voor jongeren tot 27 jaar personele inzet binnen RSD de Liemers voor begeleiding vanuit artikel 7a Participatiewet scholing en professionalisering van medewerkers begeleidingstrajecten voor jongeren die al tijdens de schoolperiode ondersteuning krijgen toepassing van re-integratie-instrumenten zoals praktijkleren, loonkostensubsidie of ggzwerkbegeleiding afstemming met scholen, werkgevers en zorgpartners wanneer deze activiteiten lokaal worden uitgevoerd
De kosten van deze activiteiten worden reeds binnen de lopende begroting en de bestuurlijke opdracht 2024–2026 opgevangen. De wetswijziging creëert hiervoor een expliciete juridische grondslag, maar wijzigt de aard of omvang van deze inzet niet. a2. Middelen die Zevenaar ontvangt Voor de uitvoering van artikel 7a Participatiewet stelt het Rijk vanaf 2026 aanvullende middelen beschikbaar via een decentralisatie-uitkering. Het betreft de volgende landelijke middelen: • •
2026–2029: jaarlijks 9,9 miljoen euro landelijk via een decentralisatie-uitkering; vanaf 2030: jaarlijks 12,4 miljoen euro structureel op de SZW-begroting.
Daarnaast ontvangen centrumgemeenten voor hun coördinerende rol binnen het regionale programma jaarlijks 75.000 euro per centrumgemeente, als onderdeel van een landelijke bijdrage van 2,6 miljoen euro. In 2025 is reeds een tijdelijke decentralisatie-uitkering verstrekt via de regeling Begeleiding jongeren naar werk. Voor de arbeidsmarktregio Midden-Gelderland betrof dit 385.000 euro, waarbij de verdeling plaatsvindt op basis van regionale afspraken. a3. Financieel perspectief vanaf 2027: vervallen bestuurlijke opdracht De bestuurlijke opdracht 2024–2026 voor RSD de Liemers, op basis waarvan de huidige inzet voor jongeren wordt gefinancierd, loopt af per 31 december 2026. De wettelijke opdracht uit artikel 7a Participatiewet is echter structureel van aard en vervalt niet met het aflopen van de bestuurlijke opdracht. Indien na 2026 geen opvolgende bestuurlijke opdracht of alternatieve bekostiging wordt vastgesteld, ontstaat een structureel financieel vraagstuk: de gemeente blijft wettelijk verplicht jongeren tot 27 jaar te ondersteunen, terwijl de huidige financieringsbron wegvalt. De landelijke middelen via de decentralisatie-uitkering (zie a2) bieden hiervoor gedeeltelijke dekking, maar de exacte toedeling aan individuele gemeenten is nog niet vastgesteld. Of deze middelen volstaan zaaknummer Z/25/504915
pagina 5 van 8
om de huidige inzet voort te zetten zonder aanvullende gemeentelijke middelen, is op dit moment niet met zekerheid te zeggen. De besluitvorming over de voortzetting, aanpassing of beëindiging van de bestuurlijke opdracht na 2026 is een afzonderlijk politiek-bestuurlijk traject dat in 2026 wordt doorlopen. De financiële gevolgen van de Wet van school naar duurzaam werk vanaf 2027 worden daarin expliciet betrokken. Het college zal bij de voorbereiding van dat traject inzichtelijk te maken welk deel van de huidige inzet voor jongeren voortkomt uit de bestuurlijke opdracht en welk deel kan worden gedekt uit de structurele rijksmiddelen. De Wet van school naar duurzaam werk verruimt en expliciteert de gemeentelijke bevoegdheid om jongeren tot 27 jaar te ondersteunen bij scholing en arbeidsinschakeling. Deze ondersteuning wordt in de praktijk in Zevenaar, veelal in regionaal verband en via uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers, al uitgevoerd op basis van bestaande beleidslijnen, instrumenten en financiering. De met deze inzet samenhangende kosten worden daardoor grotendeels al binnen de huidige uitvoering gemaakt en zijn verdisconteerd in de lopende begroting en de bestuurlijke opdracht 2024–2026. Op basis van de huidige inzichten leidt de inwerkingtreding van de Wet van school naar duurzaam werk in 2026 niet tot extra uitvoeringskosten voor de gemeente Zevenaar.
Vanaf 2027 is de financiële dekking afhankelijk van de definitieve toedeling van de landelijke middelen. De landelijke middelen sluiten aan bij deze bestaande inzet en zijn bedoeld om de huidige uitvoeringspraktijk te continueren en juridisch te borgen. De exacte verdeling van de landelijke middelen over individuele gemeenten wordt de komende periode verder uitgewerkt. De financiële effecten voor Zevenaar worden gemonitord binnen de reguliere uitvoering en regionale samenwerking. Uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers wordt hierbij expliciet betrokken bij het volgen van de uitgaven en de inzet van middelen. Indien in de uitvoering blijkt dat de kosten niet binnen de beschikbare middelen kunnen worden opgevangen, wordt dit tijdig teruggekoppeld aan het college en betrokken bij de planning- en controlcyclus van de begroting. Waar nodig wordt een afzonderlijk voorstel aan de raad voorgelegd. B. Financiële monitoring en verantwoording De uitvoering van de Wet van school naar duurzaam werk sluit in belangrijke mate aan bij de huidige uitvoeringspraktijk en de ondersteuning die de gemeente Zevenaar, veelal in regionaal verband, al biedt aan jongeren bij de overgang van school naar werk. De daarmee samenhangende kosten worden grotendeels al binnen de bestaande inzet en begroting opgevangen. Op basis daarvan worden geen extra financiële lasten voorzien.
De financiële effecten van de wet worden gevolgd binnen de reguliere uitvoering en regionale samenwerking, in afstemming met uitvoeringsorganisatie RSD de Liemers. Eventuele knelpunten of afwijkingen ten opzichte van de huidige inzet worden tijdig gesignaleerd en betrokken bij de planning- en controlcyclus van de begroting. Indien de uitvoering daartoe aanleiding geeft, wordt de raad hierover geïnformeerd en, waar nodig, een afzonderlijk voorstel voorgelegd.
zaaknummer Z/25/504915
pagina 6 van 8
11. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1.
Documentnummer INT/26/1287537
2. 3. 4
INT/26/1288857 INT/26/1288858 INT/26/1289112
Naam WAS - WORDT tabel Aanpassen Re-integratieverordening door inwerkingtreding Wet van school naar duurzaam werk Re-integratieverordening_Participatiewet_2024_integrale_tekst Regionaal programma van school naar duurzaam werk 2026-2029 Besluit tot wijziging van de Re-integratieverordening Participatiewet 2024 gemeente Zevenaar
Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen {{ZTA:Type(certificate):Signatory(0):Size(140:45)}}
zaaknummer Z/25/504915
De burgemeester Lucien van Riswijk {{ZTA:Type(certificate):Signatory(1):Size(140:45)}}
pagina 7 van 8
Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer
Aanpassen Re-integratieverordening door inwerkingtreding Wet van school naar duurzaam werk Z/25/504915 INT/25/1277981
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet en artikel 147 van de Gemeentewet; besluit: het ‘Besluit tot wijziging van de Re-integratieverordening Participatiewet 2024 gemeente Zevenaar’ vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 22 april 2026. De griffier Lennart Sluis {{ZTA:Type(certificate):Signatory(0):Size(140:45)}}
zaaknummer Z/25/504915
De burgemeester Lucien van Riswijk {{ZTA:Type(certificate):Signatory(1):Size(140:45)}}
pagina 8 van 8