Ongevraagd advies Verordening Inburgering Gemeente Zevenaar 2022
Tekst van het document
Datum: Referentie: Onderwerp:
14 oktober 2021 prz 004 21 Ongevraagd advies ‘Verordening Inburgering Gemeente Zevenaar 2022’
Gemeente Zevenaar, het college van Burgemeester en Wethouders, t.a.v. de wethouders H. Winters en B. Elfrink c.c. Mevr. R. Boenink (team Maatschappelijke Ontwikkeling) Mevr. A. te Lintelo (team Maatschappelijke Ontwikkeling) Postbus 10, 6900 AA Zevenaar
Geachte heer Winters, geachte mevrouw Elfrink
Tijdens de PRZ-vergadering van 4 oktober jl. heeft mevrouw Boenink( Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling) de Verordening Inburgering 2022 toegelicht. Hoewel u geen advies heeft gevraagd over deze verordening (motivatie: het is een beleidsarme verordening waarvan het merendeel in de wet is geregeld) willen wij toch graag reageren in de vorm van een ongevraagd advies. Maar allereerst geven wij u mee dat de PRZ zeer tevreden is met de wijze waarop Mevr. Boenink ons heeft betrokken bij de ontwikkeling van dit inburgeringsbeleid: bij de startnotitie, het beleidsplan en tot slot deze verordening. Daarbij ging het niet alleen om het ‘meegenomen’ worden maar vooral ook om het van gedachten wisselen over de inhoud en de achtergrond. Maar daarnaast twee opmerkingen. 1. In de Verordening wordt onder art 6.6 opgemerkt dat ‘…wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute is vastgesteld, verhuist naar Zevenaar stelt de gemeente de PIP opnieuw vast binnen 10 weken na inschrijving in het BPR…’ met als toevoeging ‘…de leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld…’. Uit de ruimte die zo’n lange termijn geeft, spreekt o.i. weinig gevoel voor urgentie. Het PIP is al vastgesteld, blijft onveranderd en de inburgeraar wil, kan en moet aan de slag met zijn of haar traject.
De optie op zo’n periode draagt niet bij aan het gewenste tempo van inburgeren. Dat geldt met name ook voor de inburgeraar die al in een traject zit (bij de vorige gemeente) en waarbij de continuïteit ervan meer dan relevant is. Wij gaan er dan ook vanuit dat deze tijdspanne in de praktijk ook niet wordt gehanteerd. Graag ziet de PRZ die noodzaak van snel handelen in de werkinstructie van de betrokken ambtenaren opgenomen worden.
2. Dan de aandacht voor de getraumatiseerde statushouder. Zowel in het beleidsplan als de verordening wordt daar niets over geschreven. Psychische problemen bij vluchtelingen (hier: statushouders) komen vaak pas na enige tijd aan het licht of worden pas gaandeweg de inburgering duidelijk(er). Negatieve effecten (bijv. beïnvloeding leerbaarheid) zijn voorstelbaar. Relevante vragen zijn: Worden de (bij deze doelgroep betrokken) medewerkers van de gemeente getraind in het vroegtijdig herkennen van psychische klachten?
-
Wat betekent dit voor de (maatschappelijke) begeleiding en de rol van de gemeente? Hoe gaat de gemeente in het algemeen om met deze doelgroep in het kader van de inburgeringsplicht? In hoeverre wordt hier rekening mee gehouden bij het opstellen van een PIP, de termijnen waarop stappen gezet moeten zijn of resultaten worden verwacht, de monitoring en de wijze of mate van handhaving?
In afwachting van uw reactie een vriendelijke groet,
Namens de PRZ,
Peter Donker Voorzitter
Peter van Schijndel Secretaris