NIEUWE VERSIE Bijlage 2. 1274345 - Was-Wordt tabel Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Zevenaar 2024 derde wijziging
Tekst van het document
In een waterrijke gemeente, waar een dergelijke vergunning gebruikelijk is, en aan de vergunning omwille van het onderhoud van de vaarwegen een zekere uniformering noodzakelijk, kan het een gerechtvaardigde keuze zijn om een vergunningplicht te
In een waterrijke gemeente, waar een dergelijke vergunning gebruikelijk is, en aan de vergunning omwille van het onderhoud van de vaarwegen een zekere uniformering noodzakelijk, kan het een gerechtvaardigde keuze zijn om een vergunningplicht te handhaven. Ook voor de vergunninghouder schept dat een duidelijke situatie: De aanvrager hoeft niet zelfstandig een afweging te maken, maar ontvangt een vergunning voorzien van een set voorschriften, en weet dan waar hij of zij aan toe is.
Nederrijn en de Lek en daarom moet deze worden toegevoegd aan dit artikel.
handhaven. Ook voor de vergunninghouder schept dat een duidelijke situatie: De aanvrager hoeft niet zelfstandig een afweging te maken, maar ontvangt een vergunning voorzien van een set voorschriften, en weet dan waar hij of zij aan toe is. In dat geval is er geen aanleiding om het bestaande artikel uit de VFL te wijzigen, of kan het alsnog worden opgenomen: Voorwerpen op, in of boven openbaar water Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de daarin
In dat geval is er geen aanleiding om het bestaande artikel uit de VFL te wijzigen, of kan het alsnog worden opgenomen: Voorwerpen op, in of boven openbaar water Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. De verboden in het eerste en derde lid gelden niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het Rijnvaartpolitieregelement, de Omgevingswet, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Juridisch karakter van een melding
geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Juridisch karakter van een melding In januari 2015 heeft de ABRvS haar zienswijze ten aanzien van meldingsstelsels herzien. Beknopt samengevat komt de wijziging erop neer dat alleen een melding in de vorm van een pure mededeling niet leidt tot een appellabel besluit. In andere gevallen is dat wel het geval. Ook als er op een melding niet of slechts met een ontvangstbevestiging wordt gereageerd, wanneer sprake is van een beslissing, al is die stilzwijgend, is er sprake van een appellabel rechtsoordeel. Voor de uitspraken van de Afdeling van 14 januari 2015 zie: ECLI:NL:RVS:2015:14 (Leeuwarden-Lekkum) en ECLI:NL:RVS:2015:36 (Stein-Elsloo). De ABRvS volgt hiermee de conclusie van Advocaat-Generaal Widdershoven over meldingsstelsels: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocu ment?id=ECLI:NL:RVS:2014:4116 Oud-staatsraad prof. mr. Konijnenbelt schreef in de Gemeentestem een belangwekkend artikel naar aanleiding van de conclusie en de
In januari 2015 heeft de ABRvS haar zienswijze ten aanzien van meldingsstelsels herzien. Beknopt samengevat komt de wijziging erop neer dat alleen een melding in de vorm van een pure mededeling niet leidt tot een appellabel besluit. In andere gevallen is dat wel het geval. Ook als er op een melding niet of slechts met een ontvangstbevestiging wordt gereageerd, wanneer sprake is van een beslissing, al is die stilzwijgend, is er sprake van een appellabel rechtsoordeel. Voor de uitspraken van de Afdeling van 14 januari 2015 zie: ECLI:NL:RVS:2015:14 (Leeuwarden-Lekkum) en ECLI:NL:RVS:2015:36 (Stein-Elsloo). De ABRvS volgt hiermee de conclusie van Advocaat-Generaal Widdershoven over meldingsstelsels: http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECL I:NL:RVS:2014:4116 Oud-staatsraad prof. mr. Konijnenbelt schreef in de Gemeentestem een belangwekkend artikel naar aanleiding van de conclusie en de uitspraken (Gst. 2015/15 afl.7417). Zijn voorstel is om bij dit artikel terug te keren naar een eenvoudig vergunningstelsel met beperkte weigeringsgronden. Mocht de gemeente willen vasthouden aan een meldingsstelsel dan is zijn aanbeveling om daarin geen termijn op te nemen, maar wel een optie om bij extreme gevallen in te grijpen.
Bij het handhaven van het huidige meldingsstelsel merkt hij op dat het raadzaam zou zijn om te voorzien in kennisgeving van de melding door het gemeentebestuur op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Die laatste aanbeveling is in de model-APV gevolgd bij de wijziging van 2015. Daartoe is een nieuw
uitspraken (Gst. 2015/15 afl.7417). Zijn voorstel is om bij dit artikel terug te keren naar een eenvoudig vergunningstelsel met beperkte weigeringsgronden. Mocht de gemeente willen vasthouden aan een meldingsstelsel dan is zijn aanbeveling om daarin geen termijn op te nemen, maar wel een optie om bij extreme gevallen in te grijpen. Bij het handhaven van het huidige meldingsstelsel merkt hij op dat het raadzaam zou zijn om te voorzien in kennisgeving van de melding door het gemeentebestuur op de in de gemeente gebruikelijke wijze. Die laatste aanbeveling is in de model-APV gevolgd bij de wijziging van 2015. Daartoe is een nieuw vierde lid ingevoegd. Het oude vierde lid is vernummerd tot vijfde lid. De model-APV voorzag al in een alternatieve optie in de vorm van een vergunning. Dit is overgegaan in de VFL.
vierde lid ingevoegd. Het oude vierde lid is vernummerd tot vijfde lid. De model-APV voorzag al in een alternatieve optie in de vorm van een vergunning. Dit is overgegaan in de VFL.
Onder alinea 12.1.4 Overgangsrecht wordt het volgende gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
12.1.4 Overgangsrecht
12.1.4 Overgangsrecht
12.1.4 Overgangsrecht
In de overgangsbepalingen is aangegeven, dat verleende vergunningen, ontheffingen e.d., die zijn verleend op grond van de vorige verordening hun rechtskracht blijven behouden na de inwerkingtreding van deze verordening. Met deze bepaling worden de besluiten van een rechtsgrond voorzien.
In de overgangsbepalingen is aangegeven, dat verleende vergunningen, ontheffingen, aanwijzingen, en (overige) besluiten e.d., die zijn verleend op grond van de vorige verordeningen hun rechtskracht blijven behouden na de inwerkingtreding van deze verordening. Met deze bepaling worden de besluiten van een rechtsgrond voorzien.
Elfde lid
Elfde lid
In deze alinea onder het kopje elfde lid missen we naast aanwijsbesluiten en nadere regels ook de beleidsregels die concrete invulling aan deze verordening en specificeren hoe gemeente Zevenaar zijn bevoegdheden uitoefent, zoals bij het verlenen van standplaatsvergunningen etc. In deze alinea is daarom opgenomen dat ook beleidsregels van kracht blijven en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Aangezien vaak onduidelijkheid bestaat over het verschil tussen beleidsregels en nadere regels volgt hieronder een korte uiteenzetting van beleidsregels en nadere regels. Het college kan beleidsregels opstellen ten aanzien van de gekregen bevoegdheden. Verder kan het college nadere regels stellen op grond van dit artikel. Voor alle duidelijkheid: beleidsregels zijn algemene regels omtrent de toepassing van bevoegdheden (zie de definitie in art. 1:3, vierde lid, van de Awb).
Dit lid zegt dat nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten die zijn genomen op basis van de in artikel 12.1.3. lid 2 genoemde verordeningen van kracht blijven en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om de nummering en de titel in de verwijzing van die nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten te wijzigen met het oog op deze verordening.
Nadere regels zijn algemene regels die te karakteriseren zijn als algemeen verbindende voorschriften. Beleidsregels kennen een inherente afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot nadere regels. Op grond van
Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten blijven van kracht en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om de nummering en de titel in de verwijzing van die nadere regels en
artikel 4:84 van de Awb dient een bestuursorgaan een uitzondering op een beleidsregel te maken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel genoemd. Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen verbindende voorschriften). Immers, van nadere regels is geen afwijking mogelijk.
aanwijzingsbesluiten te wijzigen met het oog op deze verordening. Aangezien vaak onduidelijkheid bestaat over het verschil tussen beleidsregels en nadere regels volgt hieronder een korte uiteenzetting van beleidsregels en nadere regels. Het college kan beleidsregels opstellen ten aanzien van de gekregen bevoegdheden. Verder kan het college nadere regels stellen op grond van dit artikel. Voor alle duidelijkheid: beleidsregels zijn algemene regels omtrent de toepassing van bevoegdheden (zie de definitie in art. 1:3, vierde lid, van de Awb). Nadere regels zijn algemene regels die te karakteriseren zijn als algemeen verbindende voorschriften. Beleidsregels kennen een inherente afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot nadere regels. Op grond van artikel 4:84 van de Awb dient een bestuursorgaan een uitzondering op een beleidsregel te maken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel genoemd. Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen verbindende voorschriften). Immers, van nadere regels is geen afwijking mogelijk.