Commissievoorstel 1200554 Gespreksnota opiniërende commissie subsidiebeleid
Tekst van het document
*Z0833ABD0AA*
Commissievoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Voorstel aan de commissie Samenleving om een oordeel te vormen over een drietal onderwerpen zoals verwoord in de ’Gespreksnota opiniërende commissie subsidiebeleid’ Z/23/449906 INT/24/1200554 A. Boone Harmonisatie subsidiebeleid
Geachte leden, In het coalitieakkoord, verder uitgewerkt in het collegeprogramma 2022-2026, is de harmonisatie subsidiebeleid aangewezen als onderwerp voor de raadsagenda. Dit houdt in dat vooruitlopend op het uiteindelijke besluitvormende raadsvoorstel eerst aan de fracties in de raadscommissie Samenleving een oordeel wordt gevraagd. Zoals afgesproken tijdens de informatieve raadsbijeenkomst van 6 september 2023 komt er ook een beeldvormende raadsbijeenkomst op 5 juni 2024. Hiermee krijgt het college belangrijke input van u voor het opstellen van een definitief raadsvoorstel. De onderwerpen waar een oordeel over wordt gevraagd betreffen: 1. hoe wordt de hoogte van de subsidie berekend? 2. hoe verantwoorden stichtingen en verenigingen de besteding van de subsidie? 3. hoe nemen we de verenigingen en stichtingen mee in het proces te komen tot ons besluit? Voor de gevraagde standpunten verwijzen wij naar de bijgevoegde gespreksnota opiniërende commissie subsidiebeleid. Wij kijken uit naar een vruchtbare discussie met uw commissie over dit onderwerp. Burgemeester en wethouders van Zevenaar, De secretaris Danielle Jansen
De burgemeester Lucien van Riswijk
1. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: 1. 2. 3. 4.
INT/24/1199615 INT/24/1199614 INT/24/1200599 INT/24/1200600
Algemene Subsidieverordening Gemeente Zevenaar 2020 Subsidieregeling Sport, Cultuur en Welzijn 2024 Presentatie informatieve raadsbijeenkomst 6 september 2023 Verslag informatieve raadsbijeenkomst 6 september 2023
zaaknummer Z/23/449906
pagina 2 van 8
Gespreksnota opiniërende commissie subsidiebeleid Inleiding
In het coalitieakkoord, verder uitgewerkt in het collegeprogramma 2022-2026, is de harmonisatie van het subsidiebeleid aangewezen als één van de onderwerpen voor de raadsagenda. Wij verkennen de standpunten en uitgangspunten van alle partijen nog voordat wij met een concreet voorstel komen. Op woensdag 6 september 2023 trapten we af met een informatieve raadsbijeenkomst over de harmonisatie van het subsidiebeleid. Wij namen u mee in de opdracht en gaven u een beeld van onze dilemma’s. De presentatie en het verslag zijn bijgevoegd in bijlagen 4 en 5. Op dinsdag 9 april 2024 gaat u onderling in gesprek in de commissie Samenleving om ons richting te geven over het subsidiebeleid. Binnen het subsidiebeleid onderscheiden wij drie aspecten: 1. welke activiteiten en welke doelgroepen komen in aanmerking voor subsidie? 2. hoe wordt de hoogte van de subsidie berekend? 3. hoe verantwoorden stichtingen en verenigingen de besteding van de subsidie? Deze gespreksnota richt zich op de aspecten 2 en 3 van een subsidietraject. Aspect 1 is regelmatig besproken bij het opstellen van de visie sociaal domein. We beginnen eerst met een korte beschrijving van het wettelijk kader rondom de harmonisatie en over subsidies. Daarna schetsen wij een drietal onderwerpen waar u over in gesprek kunt gaan.
Dat zijn (1) de hoogte van de subsidies, (2) het verantwoordingsproces – respectievelijk aspect 2 en 3 van een subsidietraject – en (3) de wijze van inwonersparticipatie. Tot slot leest u een korte planning over het vervolgtraject.
Wettelijk kader
Op 1 januari 2018 werden de voormalige gemeenten Rijnwaarden en Zevenaar samengevoegd tot de huidige gemeente Zevenaar. Wanneer gemeenten fuseren, moet conform de Wet Arhi binnen 2 jaar harmonisatie van beleid plaatsvinden. Het subsidiebeleid is één van de dossiers dat nog niet volledig is samengevoegd. Daardoor is bijvoorbeeld de grondslag en opbouw van het subsidiebedrag voor vergelijkbare instellingen verschillend. Dit is niet wenselijk, zowel vanuit onze rol naar de samenleving als vanuit het rechtmatig verstrekken van subsidie. In het collegeprogramma spraken we af dat we verder werken aan de harmonisatie van het subsidiebeleid. Hiervoor gaan we een nieuw subsidiebeleid opstellen, met als doel een rechtmatige verstrekking van subsidie aan de verenigingen en stichtingen die vallen binnen de regeling Sport, Cultuur en Welzijn. Vanuit de algemene wet bestuursrecht dienen wij – de gemeente Zevenaar – te bepalen onder welke kaders een partij subsidie kan krijgen. Dit leggen wij vast in een algemene subsidieverordening, bijgevoegd in bijlage 2. Hierin staan onder andere de bepalingen over het proces voor het aanvragen van subsidie, het verantwoorden van subsidie en mogelijke weigeringsgronden om subsidie te verstrekken. Wij hebben in de verordening bepaald dat we via subsidieregelingen vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
Hierin wordt tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Dit is in de subsidieregeling Sport, Cultuur en Welzijn verder uitgewerkt. In bijlage 3 vindt u de huidige subsidieregeling. U ziet dat in de huidige subsidieregeling de opbouw van de subsidie per ontvangende partij erg verschilt, evenals de wijze van verantwoorden van subsidie. Over deze onderdelen – de opbouw
zaaknummer Z/23/449906
pagina 3 van 8
en het verantwoorden –vragen wij uw opinie, voor zover het de subsidieregeling Sport, Cultuur en Welzijn betreft.
Wie ontvangt subsidie, hoe wordt de subsidie berekend en hoe worden de bedragen uitbetaald?
In de subsidieregeling Sport, Cultuur en Welzijn wordt bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. De doelgroepen zijn bepaald vanuit de visie sociaal domein en omvatten circa 175 verenigingen en stichtingen. Wij spraken al eerder af dat de organisaties die subsidie krijgen, moeten aansluiten bij onze gemeentelijke beleidsdoelstellingen. De beleidsdoelstellingen formuleren wij in onze visie sociaal domein. Die zullen de basis zijn voor het verstekken van subsidie. Bij het opstellen van dit proces bent u meerdere keren betrokken geweest. Hierover gaan wij vandaag niet in gesprek. De hoogte van de subsidie en wijze van verantwoorden zijn wel onderwerp van gesprek.
Heeft u recht op subsidie?
Hoe hoog is de subsidie? Reeds besproken bij visie sociaal domein
Ter bespreking bij gespreksnota subsidiebeleid
Hoe betalen wij uit? (verantwoording) Ter bespreking bij gespreksnota subsidiebeleid
Wat vraagt het college van de oordeelvormende commissie?
Het college vraagt aan de commissie om een oordeel te vormen over een drietal onderwerpen over het subsidieregeling Sport, Cultuur en Welzijn, waarmee input geleverd wordt voor een besluitvormend document dat later dit jaar aan u gepresenteerd wordt. In dit commissievoorstel wordt per onderwerp een impressie gegeven van de huidige situatie en de dilemma’s waar wij tegenaan lopen. Met bijbehorende vragen en richtinggevende denkrichtingen hopen wij op een vruchtbare discussie tijdens de commissievergadering van 9 april 2024.
zaaknummer Z/23/449906
pagina 4 van 8
Opinie-onderwerp 1: Hoe hoog is de subsidie?
Wat betreft de 175 verenigingen en stichtingen die subsidie krijgen binnen de regeling Sport, Cultuur en Welzijn, wisselt het bedrag evenals de opbouw. Bijvoorbeeld, voor bepaalde typen organisaties geldt dat de hoogte van de subsidie afhankelijk is van het aantal leden. Bij andere typen organisaties geldt weer dat de accommodatiekosten bepalend zijn voor de hoogte van de subsidie. Of we subsidiëren het exploitatietekort. Daardoor hanteren we nu verschillende berekeningsgrondslagen.
Voorbeeld: Dorpshuis X krijgt een subsidie van 20.000 euro. Dorpshuis Y krijgt een subsidie van 8.000 euro. Beide dorpshuizen doen hetzelfde en zijn op een vergelijkbare wijze georganiseerd.
Voorbeeld: Een voetbalvereniging krijgt elk jaar subsidie van de gemeente Zevenaar. Zij geven door hoeveel leden, en hoeveel jeugdleden zij hebben. Vervolgens krijgen zij de subsidie van ons op basis van het aantal jeugdleden.
In bovenstaande ‘boxen’ komt ons dilemma sterk naar voren. Bij box 1 zien we dat voor twee vergelijkbare organisaties in het verleden verschillende afspraken zijn gemaakt. In dit voorbeeld is dat namelijk subsidie op basis van het exploitatietekort. Daardoor is de hoogte van de subsidie verschillend, en werden de dorpshuizen niet aangemoedigd om hun exploitatietekort te verkleinen. Het exploitatietekort werd vervolgens een begrotingssubsidie voor dorpshuis X en Y waar zij jaarlijks een beroep op konden doen. De hoogte werd vervolgens jaarlijks geïndexeerd, maar bleef gebaseerd op het exploitatietekort van jaren geleden. Dit roept tevens precedentwerking op: vanuit de algemene wet bestuursrecht moeten partijen die vergelijkbaar zijn met elkaar en onder vergelijkbare situaties subsidie aanvragen, een subsidie krijgen die op dezelfde wijze is opgebouwd. Bij box 2 is een ander dilemma geschetst: vaak is informatie vanuit de aanvragende partij niet controleerbaar of is een controle inefficiënt. In het voorbeeld van de voetbalvereniging vraagt de voorzitter de subsidie aan, en geeft tevens aan hoeveel leden en jeugdleden zij hebben. Op basis van het percentage jeugdleden krijgen zij subsidie. De voorzitter kan meer leden aangeven dan zij werkelijk hebben. Wij vragen in verband met privacy niet de namen op van de ledenlijst.
Graag leggen wij u een aantal vragen voor om tot een richtlijn te komen. Voor de onderstaande vragen dient u ervanuit te gaan dat al is bepaald dat een vereniging of stichting subsidie krijgt. 1. Welke kaders wilt u meegeven voor het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag? U kunt hierbij denken aan: • Willen we de basis baseren op vaste indicatoren, zoals hoogte huur, aantal m2, etc.? • Willen we verenigingen of stichtingen aanmoedigen om een prestatie te leveren, zoals meer leden betekent meer subsidie, meer activiteiten betekent meer subsidie etc.? • Willen we vernieuwende kaders, zoals ondernemerschap, eigen vermogen/weerstandsvermogen, cofinanciering, toepassen?
zaaknummer Z/23/449906
pagina 5 van 8
2. Willen we de hoogte van de subsidie voor alle typen organisaties (binnen een categorie) gelijkstellen (eventueel met een aanvulling)? U kunt hierbij denken aan: • Alle voetbalverenigingen krijgen een vaste subsidie. Hebben zij ook een eigen accommodatie? Dan wordt het subsidiebedrag aangevuld. • Alle muziekverenigingen krijgen een vaste subsidie. Voeren zij ook activiteiten uit? Dan wordt het subsidiebedrag aangevuld. De keuzes die hier gemaakt worden, zullen nader uitgewerkt worden en doorgerekend worden. Tijdens de beeldvormende raadssessie – voorlopig gepland op woensdag 5 juni 2024 – wordt dit aan u gepresenteerd.
zaaknummer Z/23/449906
pagina 6 van 8
Opinie-onderwerp 2: gaan we uit van jaarlijks een subsidie aanvragen en verantwoorden, of bieden we meerjaarlijkse subsidie? Wij zijn benieuwd wat u vindt van het proces van aanvragen en verantwoorden. Momenteel verwachten wij van inwoners en verenigingen dat zij hun subsidie jaarlijks aanvragen en verantwoorden. Wij controleren die verantwoording vervolgens jaarlijks. Er is nu geen beeld voor meerjarig perspectief. Het toekennen van subsidie gebeurt ook jaarlijks. Uiterlijk 1 mei van het jaar voorafgaand het subsidiejaar dienen verenigingen en stichtingen hun aanvraag in. Dat betekent dat kleine verenigingen vrij vroeg hun subsidie moeten aanvragen. Uiterlijk 1 april na afloop van het subsidiejaar dienen verenigingen en stichtingen een verantwoording in. De verantwoording is alleen van toepassing bij bedragen boven 5000 euro. Voorbeeld: een tennisvereniging met 20 leden, die 500 euro krijgt, vraagt dit uiterlijk 1 mei 2022 aan. De 500 euro heeft betrekking op 2023. Deze sportvereniging hoeft verder geen verantwoording af te leggen. Voorbeeld: een muziekvereniging met 15 leden, die 6000 euro krijgt, vraagt uiterlijk 1 mei 2022 subsidie aan. De 6000 euro heeft betrekking op 2023. De vereniging bekostigt hiermee enkel de dirigent. De overige kosten betalen zij uit ledenbijdrage en evenementeninkomsten (huur, jaarlijkse voorstelling etc.).
Uiterlijk 1 april 2024 dienen zij een verantwoording te sturen hoe zij om zijn gegaan met de 6000 euro. Het dilemma dat we hierboven zien is dat alle verenigingen en stichtingen die recht hebben op subsidie, elk jaar tijdig een aanvraag moeten indienen terwijl zij vaak nog geen zicht hebben op de situatie in het volgend jaar. De muziekvereniging bijvoorbeeld moet voor 1 mei 2022 de stukken aanleveren voor 2023. Wij lopen er vervolgens tegenaan dat informatie gewijzigd kan worden, bijvoorbeeld wijziging van het aantal leden, maar ook dat laat aangeleverd wordt waardoor wij herinneringen moeten versturen. Dit proces is vaak tijdrovend, en maakt het proces van aanvragen, beoordelen en verstrekken inefficiënt. De onderstaande vragen gaan over het uitbetalen en het verantwoorden. Hierin is al bepaald dat verenigingen en stichtingen subsidie krijgen en de hoogte al is bepaald. Het gaat enkel om het verantwoorden. 1. Sommige verenigingen en stichtingen zullen elk jaar subsidie krijgen van de gemeente Zevenaar. Moeten zij deze gelden dan ook jaarlijks aanvragen en verantwoorden? U kunt hierbij denken aan: • Verenigingen of stichtingen voeren die jaarlijks activiteiten uit. Hiervoor dienen zij elk jaar een aanvraag in. Wij kunnen er ook voor kiezen om subsidie direct voor een periode van 3 jaar te verstrekken.
Staan we open voor deze mogelijkheid? • Indienen we kiezen voor meerjaarlijkse subsidies, verwachten we dan van verenigingen en stichtingen dat zij jaarlijks verantwoorden?
zaaknummer Z/23/449906
pagina 7 van 8
2. Wat verwachten wij van verenigingen en stichtingen in de verantwoording van hun subsidie? U kunt hierbij denken aan: • Verenigingen of stichtingen dienen jaarlijks een schriftelijke verantwoording in bij ons. Dit is soms zeer uitgebreid. Wij controleren vervolgens of de vereniging of stichting de subsidie ook op een juiste wijze heeft ingezet. In hoeverre willen we doorgaan met het uitgebreid controleren? • Voor verenigingen en stichtingen die al meerdere jaren subsidie van ons krijgen, bijvoorbeeld 10 jaar, voeren wij een persoonlijk gesprek mee. Op basis van dit gesprek beoordelen wij in hoeverre zij meer of juist minder hoeven te verantwoorden. Dit kan betekenen dat bepaalde verenigingen en stichtingen een minder uitgebreide verantwoording indienen omdat wij ze jaarlijks spreken.
Opinie-onderwerp 3: hoe nemen we de verenigingen en stichtingen mee in het proces te komen tot ons besluit? Het is voorstelbaar dat uit dit traject wijzigingen zullen komen. Deze wijzigingen zullen ook gevolgen hebben voor de verenigingen en stichtingen. Op welke wijze ziet u voor zich dat wij de verenigingen en stichtingen mee gaan nemen? U kunt hierbij denken aan: • Informeren via brief • Informeren via een bijeenkomst • Meepraten via een bijeenkomst • Meepraten via een digitale enquête • Opzetten klankboard met een aantal verenigingen/stichtingen
Vervolg
Tijdens de informatieve raadsbijeenkomst is afgesproken om een tussenstap in te bouwen. Daarom is de volgende stap dat wij u – na dit gesprek – een beeldvormende raadssessie aanbieden waarin wij een doorvertaling maken van de bestaande subsidies. U ziet hierin wat de gevolgen van de gemaakte keuzes en wijzigingen in beleid zijn voor een aantal (geanonimiseerde) organisaties die subsidie van de gemeente ontvangen. Deze sessie vindt voorlopig plaatst op 5 juni 2024. Tevens krijgt u tijdens deze bijeenkomst ons nieuwe subsidieregister te zien. Het eventuele raadsvoorstel staat voorlopig op de planning voor de raadsvergadering van 25 september 2024. Omdat het eerste aspect in een subsidietraject – heeft u recht op subsidie? – wordt beantwoord bij de visie op het sociaal domein, dient deze visie eerst vastgesteld te worden voordat het subsidiebeleid vastgesteld kan worden. Vooralsnog staat het vaststellen van de visie op het sociaal domein op 26 juni 2024 gepland.
zaaknummer Z/23/449906
pagina 8 van 8