Brief Nederlandse Bijenhouders Vereniging d.d. 6 april 2021 inzake bijenkasten en omgevingswet
Tekst van het document
Van: Bert Berghoef <info@bertberghoef.com> Verzonden: dinsdag 6 april 2021 10:27 Aan: Griffie Zevenaar <Griffie@zevenaar.nl> Onderwerp: Fwd: Bijenkasten en omgevingswet.docx Geachte griffier, Inzake hieronder benoemde handhavingskwestie en interpretatie van de Wet Algemene Bepalingen zend ik u hierbij de e-mails en bijlage in deze casus als aanvulling op uw RaadsinformatieBrief nr. 2021-027. Ik verzoek u deze informatie aan de raad ter beschikking te stellen. Met een vriendelijke groet, Met hoogachting, Bert Berghoef Voorzitter Nederlandse BijenhoudersVereniging
Verstuurd vanaf mijn iPad Begin doorgestuurd bericht: Van: Bert Berghoef <info@bertberghoef.com> Datum: 6 april 2021 om 10:12:35 CEST Aan: Bestuurssecretariaat Zevenaar <Bestuurssecretariaat@zevenaar.nl> Kopie: Nadine NBV <nadine@bijenhouders.nl> Onderwerp: Bijenkasten en omgevingswet.docx
Geacht secretariaat, Onlangs had ik met een van uw wethouders, dhr. Hans Winters, een online gesprek over bovenvermelde kwestie. Hij vroeg me o.a. mee te denken over ontwikkelingen deze zaak betreffend. Mag ik uw vragen deze email met bijlage aan hem door te zetten. Vrgr. Bert Berghoef Vz Nederlandse BijenhoudersVereniging Geachte wethouder, Zoals onlangs besproken heb ik onderhavige casus voorgelegd aan onze jurist, Dhr. Mr. Piet Huitema. Ik verwijs u naar de bijlage en verzoek u dit tevens te zien als advies van onze landelijke vereniging inzake deze kwesties. Ook vraag ik u dit te delen met het college van Burgemeester en Wethouders. Dit is openbare informatie en vanaf morgen 07-04-2021 ook op onze website terug te vinden. Met een vriendelijke groet, Bert Berghoef Vz NBV In afschrift aan de Gemeenteraad van de gemeente Zevenaar, aan de directeur van de NBV.
Verstuurd vanaf mijn iPad
Bijenkasten en omgevingswet. Inleiding Uit een signaal van een landgoedeigenaar bleek dat de gemeente Zevenaar twee bijenkasten geplaatst op een terrein van 27 ha met toepassing van een dwangsom wil laten verwijderen. De bijenkasten staan op een perceel met de bestemming Agrarisch. De gemeente motiveerde de beslissing met een verwijzing naar het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord (hierna: bestemmingsplan). In dit bestemmingsplan zijn regels gesteld voor bouwwerken. De gemeente is van mening dat een bijenkast moet worden aangemerkt als een bouwwerk in de zin van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan is beschreven welke bouwwerken in het gebied zijn toegestaan. Bijenkasten vallen niet onder de opsomming (art. 3.2.4, van het bestemmingsplan). Ook van toepassing is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). In deze wet is bepaald (art. 2.1, eerste lid onderdeel a) dat het niet is toegestaan zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren dat bestaat uit het bouwen van een bouwwerk. Het is eveneens verboden een bouwwerk in stand te laten (art. 2.3a) of te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan (art. 2, eerste lid onderdeel c). In artikel 2, eerste lid onderdeel f is bepaald dat het niet is toegestaan een rijksmonument aan te tasten.
Naar aanleiding van dit signaal heeft de voorzitter van de NBV gesproken met de wethouder die verantwoordelijk is voor de handhaving van het bestemmingsplan. De gemeente is bereid om in het kader van de Omgevingswet te kijken wat de planologische mogelijkheden zijn ten aanzien van bijenkasten en -stallen. Hierbij is voorgesteld dat de NBV de gemeente voorziet van informatie. De gemeente hoort graag van de NBV suggesties/informatie hoe zij als gemeente het plaatsen van bijenkasten met de nieuwe omgevingswet beter kan faciliteren. Beschouwing Is een bijenkast een bouwwerk? In Nederland worden bijenkasten gebruikt bestaande uit onderdelen van 47 cm lang, 42 cm breed en 23 of 15 cm hoog, een losse bodem en een deksel. Een complete bijenkast kan gemakkelijk door een mens worden gedragen. Voor de duidelijkheid verwijs ik naar een tekening https://www.imkerpedia.nl/downloads/Spaarkast-Henk_Klok.pdf Bijenkasten worden regelmatig verplaatst om de bijen op andere gewassen te kunnen laten foerageren. Een bijenkast is dus niet bedoeld om op één vaste plaats te functioneren. Het bestemmingsplan geeft in artikel 1.28 een definitie van een bouwwerk.
Ik citeer: “een bouwkundige constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren” Dit is een bekende formulering in het bestuursrecht. De Raad van State heeft op 1 mei 2019 een beslissing genomen die bruikbaar is voor de discussie over de bijenkasten. Raad van State ECLI:NL:RVS:2019:1423 “ Het begrip ‘bouwwerk’ is in de Wabo niet omschreven. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 17 juli 2013; ECLI:NL:RVS:2013:3132) kan voor de uitleg van het begrip bouwwerk aansluiting worden gezocht bij de omschrijving van dit begrip in de modelbouwverordening. Deze luidt: "elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren."
Indien hieraan is voldaan, is sprake van een bouwwerk. Uit de stukken en ter zitting is gebleken dat de plantenbak een dichte bak betreft van ongeveer 2 m breed en 40 cm hoog, die op de bestaande erfafscheiding is geplaatst en daarvan ook weer eenvoudig kan worden verwijderd. Naast deze plantenbak, waren ten tijde van het controlerapport van het college van 18 mei 2018, tevens twee kleinere plantenpotten op de erfafscheiding geplaatst. De Afdeling is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat deze plantenbak niet is aan te merken als een bouwwerk. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat deze geen ‘constructie van enige omvang’ vormt. Het betoog dat de plantenbak tezamen met de erfafscheiding wel een zodanige constructie vormt, wordt niet gevolgd. De plantenbak vormt daarmee geen geheel en dus geen constructie, maar wordt daar soms op geplaatst om ook weer te worden verwijderd. Dit laatste blijkt uit een nader controlerapport van het college van 28 november 2018, dat zich onder de gedingstukken bevindt. Ter zitting is door [appellant] bevestigd dat de plantenbak zich ook op dat moment niet op de erfafscheiding bevond. Daaruit kan mede worden geconcludeerd dat de plantenbak niet is bedoeld om (voortdurend) ter plaatse te functioneren.
Dat de plantenbak weer kan worden teruggeplaatst en in dat geval weer voor langere duur ter plaatse aanwezig is, leidt niet tot een ander oordeel. Over de afgezaagde vlaggenmast, met volgens het besluit van 18 juli 2018 een nog resterende hoogte van 2,20 m, is de Afdeling van oordeel dat ook die niet valt aan te merken als een bouwwerk. Ook deze enkele paal betreft geen ‘constructie van enige omvang’. Nu het niet gaat om een bouwwerk, wordt ook door de aanwezigheid van deze afgezaagde vlaggenmast het verbod in artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo niet overtreden.” Conclusie Op grond van de hierboven genoemde uitspraak is het redelijkerwijs niet verdedigbaar dat een bijenkast, die nota bene veel kleiner is dan de genoemde bloembak en ook gemakkelijk is te tillen en te verplaatsen, zou kunnen worden aangemerkt als een bouwwerk. Naar mijn mening zal de Raad van State korte metten maken met een andersluidende opvatting. Piet Huitema 2 april 2021