CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9. 1288560 - Bijlage 4 bij Omgevingsplan: Archeologisch rapport Vestersbos 2

Raadsvergaderingen 22 april 2026, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/25/488927 Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vestersbos 2-4 Zevenaar14.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

36

bron: Tol e.a., 2006.

37

Tol e.a., 2012. 32

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

Zevenaar en dat de archeologische niveaus onduidelijk zijn. Methode C3 hanteert een boorgrid 17 x 20 m met een edelmanboor van 12 cm, waarbij het bemonsterde materiaal versneden en verbrokkeld wordt. Relevante lagen dienen daarbij te worden gezeefd over een maaswijdte van 4 mm of te worden versneden en verbrokkeld.

Tijdens een karterend booronderzoek wordt in vergelijking met een verkennend booronderzoek uitgegaan van een dichter boorgrid en is de diameter van de boorkop groter waardoor de kans op het aantreffen van vondsten vergroot wordt en de aan- of afwezigheid van een vindplaats meestal kan worden vastgesteld. Dit onderzoek geeft een relatief hoge kans de verwachte archeologische vindplaatsen op te sporen.

33

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van acht karterende boringen (er waren 9 boringen voorzien, maar er is een boring komen te vervallen omdat een deel van het plangebied niet toegankelijk bleek te zijn). De karterende boringen hebben tot doel vindplaatsen op te sporen. Op basis van het verwachtingsmodel is karterend booronderzoek een effectieve onderzoeksmethode om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Conform de Leidraad Karterend Booronderzoek38 is het bemonsterde materiaal versneden en verbrokkeld en vervolgens op archeologische indicatoren nagezocht. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.

De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 13. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 11.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

Algemeen zijn onder een dikke A-horizont bestaande uit zwak humeus, kleiig zand crevasseafzettingen-op-oeverafzettingen-op-pleistocene/vroegholocene oever/komafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen) aangetroffen. De natuurlijke ondergrond is aangetroffen onder een dikke A-horizont (plaggendek) van 70 à 110 cm dikte. Alleen in boring 5 is op een 40 cm dikke A-horizont 20 cm dik ophoogzand aangetroffen, dat weer onder een 20 cm dikke opgebrachte

38

Tol e.a., 2012. 34

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

bouwvoor is aangetroffen. Onder de humeuze bovenlaag (A-horizont) is vanaf 70 à 110 cm -mv (10,17 à 10,66 m +NAP) de natuurlijke ondergrond aangetroffen bestaande uit crevasseafzettingen. In de oeverafzettingen direct onder de crevasseafzettingen is een laklaag aangetroffen op 120 à 160 cm -mv (9,65 à 9,99 m +NAP). Alleen in de boringen 4 en 7 is de laklaag niet aangetroffen/niet herkend. Er zijn houtskoolspikkels in de laklaag van boring 1, 2, 3 en 6 aangetroffen. Onder de oeverafzettingen en soms direct onder de laklaag is de Laag van Wijchen, Formatie van Kreftenheye aangetroffen op 180 à 220 m -mv (8,99 à 9,67 m +NAP). Als goede representatie van de bodemopbouw wordt boring 4 beschreven:

•

0 tot 40 cm -mv (10,79 tot 11,19 m +NAP): donker grijsbruin, zwak humeus, sterk kleiig zand met enkele houtskoolspikkels en een enkel aardewerkfragmentje.

•

40 tot 70 cm -mv (10,49 tot 10,79 m +NAP): bruin, zwak humeus, sterk kleiig zand met enkele houtskoolspikkels, A-horizont.

•

70 tot 90 cm -mv (10,29 tot 10,49 m +NAP): geelbruin, zwak humeus, sterk kleiig zand, crevasseafzettingen, Formatie van Echteld.

•

90 tot 120 cm -mv (9,99 tot 10,29 m +NAP): geelbruine, zwak humeuze, sterk zandige, zwak mangaanhoudende en roesthoudende klei, crevasseafzettingen, Formatie van Echteld.

•

120 tot 140 cm -mv (9,79 tot 9,99 m +NAP): bruingrijze, zwak humeuze, matig zandige, zwak mangaanhoudende en matig roesthoudende klei met enkele houtskoolspikkels, laklaag, Formatie van Echteld.

•

140 tot 160 cm -mv (9,59 tot 9,79 m +NAP): bruingrijze, zwak humeuze, sterk siltige, zwak mangaanhoudende en matig roesthoudende klei, oeverafzettingen, Formatie van Echteld.

•

160 tot 220 cm -mv (8,99 tot 9,59 m +NAP): bruingrijze, zwak humeuze, sterk siltige, zwak mangaanhoudende en roesthoudende klei, oeverafzettingen, Formatie van Echteld.

•

220 tot 250 cm -mv (8,69 tot 8,99 m +NAP): licht blauwgrijze, sterk siltige, matig roesthoudende klei met wat plantenresten, Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye.

•

250 tot 280 cm -mv (8,39 tot 8,69 m +NAP): licht blauwgrijze, sterk siltige, matig roesthoudende klei met wat plantenresten, Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye.

•

280 tot 300 cm -mv (8,19 tot 8,39 m +NAP): licht blauwgrijze, zwak zandige, matig roesthoudende klei met wat plantenresten, Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye.

Er is een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen. Er zijn drie potentieel archeologische niveaus die uit het booronderzoek naar voren komen. De top van de crevasseafzettingen op 70 à 110 cm -mv (10,17 à 10,66 m +NAP), een laklaag direct onder de crevasseafzettingen op 140 à 160 cm -mv (9,65 à 9,99 m +NAP) en de Laag van Wijchen, Formatie van Kreftenheye op 180 à 220 m -mv (8,99 à 9,67 m +NAP).

35

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Er zijn meerdere archeologische indicatoren aangetroffen in het plaggendek bestaande uit houtskool in boring 1 t/m 7 en , 9, baksteen in boring 1 t/m 3, 6, 7 en 9 en enkele aardewerkfragmentjes in boring 1 t/m 4. Deze archeologische indicatoren en bijmengingen zijn weinig relevant omdat deze niet aan een bepaalde vindplaats gekoppeld kunnen worden. De aardewerkfragmentjes uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd zijn gedeselecteerd in het veld. Deze zijn heel waarschijnlijk door bemesting op het veld gebracht en afkomstig van elders. In de laklaag onder de crevasseafzettingen, in de boring 1 t/m 4 en 6 zijn houtskoolspikkels aangetroffen. Deze kunnen mogelijk wel aan een bepaalde vindplaats gekoppeld worden.

36

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

5C

ONCLUSIE EN

VERWACHTING De conclusie wordt gegeven aan de hand van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.7. • Wat is de (geologische) samenstelling en opbouw van de ondergrond? Overwegend bestaat de bodemopbouw tot 70 à 110 cm -mv (10,17 à 10,66 m +NAP) uit: een dikke A-horizont met een of twee subhorizonten, die respectievelijk donker grijsbruin en bruin zijn. De dikke A-horizont bestaat uit zwak humeus, kleiig, matig fijn zand. Tot 140 à 160 cm -mv (9,65 à 9,87 m +NAP): geelbruin, zwak humeus, sterk kleiig zand, dat naar onderen overgaat in sterk zandige klei, crevasseafzettingen, Formatie van Echteld. In de oeverafzettingen direct onder de crevasseafzettingen is in de meeste gevallen een laklaag aangetroffen op 120 à 160 cm -mv (9,65 à 9,99 m +NAP). Deze laklaag bestaat uit grijze of bruingrijze, zwak humeuze, matig zandige, zwak mangaanhoudende en matig roesthoudende klei. Alleen in de boringen 4 en 7 is de laklaag niet aangetroffen/niet herkend. Er zijn houtskoolspikkels in de laklaag van boring 1, 2, 3 en 6 aangetroffen. Onder de oeverafzettingen en soms direct onder de laklaag is de Laag van Wijchen, Formatie van Kreftenheye aangetroffen op 180 à 220 m -mv (8,99 à 9,67 m +NAP). Het verschil in niveau waarop de Laag van Wijchen is aangetroffen, kan mogelijk verklaart worden door erosie. De dikte van de Laag van Wijchen kan tussen de 0,2 en 2,0 m liggen.39

•

Welk bodemprofiel is aanwezig en is deze intact?

Algemeen zijn enkeerdgronden in de zanden van crevasseafzettingen (ACprofiel). In een aantal gevallen bestaat de A-horizont uit een homogene, donker grijsbruine, doorgaande horizont (boring 1, 2 en 7). In de een aantal gevallen is de A-horizont uit twee subhorizonten, een donker grijsbruine en een bruine subhorizont. In boring 9 is nog een derde, grijsbruine subhorizont aangetroffen. Alleen in boring 5 ligt een opgebrachte bouwvoor en opgebrachte laag, bovenop een bruine A-horizont. In boring 5 moet de Ahorizont voor de achtereenvolgende vergraving en ophoging uit twee subhorizonten hebben bestaan. Afgezien enige vergraving in de top van de A-horizont in boring 5 is de bodemopbouw intact. Het westelijk deel van de bebouwing (deel uit 1964) heeft een kruipruimte tot 213 cm -mv. Daar is de laklaag en mogelijk de bovenste paar decimeter van de Laag van Wijchen verdwenen. De oostelijke later gebouwde vleugel van het gebouw is gefundeerd op strookfunderingen en heeft kruipruimten, die op ongeveer 80

39

TNO-GDN, 2025, geraadpleegd op 20-3-2025. 37

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

cm -mv zijn aangelegd. Deze reiken tot in de top van de crevasseafzettingen.

•

Zijn in het plangebied indicatoren gevonden die (kunnen) wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats?

Ja, de laklaag onder de crevasseafzettingen in de boring 1 t/m 4 en 6 zijn houtskoolspikkels aangetroffen. Deze kunnen mogelijk wel aan een bepaalde vindplaats gekoppeld worden. Verder zijn archeologische indicatoren in de Ahorizont aangetroffen (enkele aardewerkfragmentjes, houtskool en baksteen). Deze zijn echter weinig archeologisch relevant omdat deze van elders afkomstig kunnen zijn.

•

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten?

Vanaf 70 à 110 cm -mv (10,17 à 10,66 m +NAP) zijn crevasseafzettingen aangetroffen. In de crevasseafzettingen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In de daaronder liggende oeverafzettingen zijn houtskoolspikkels aangetroffen in een laklaag. De top van de laklaag is aangetroffen op 120 à 160 cm -mv (9,65 à 9,99 m +NAP). Er zijn houtskoolspikkels aangetroffen in de laklaag in het zuidelijke deel van het plangebied (boring t/m 4 en 6). De laklaag zal zijn verdwenen onder het westelijk deel van de bebouwing (1ste fase uit 1964) waaronder zich een kruipruimte bevindt tot 213 cm -mv.

•

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?

Deze kunnen dateren vanaf de IJzertijd tot ongeveer in de 10e eeuw na Chr. (ongeveer toen zijn de crevasseafzettingen afgezet).

•

Wordt de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek bevestigd door het veldonderzoek?

Ja.

•

Wordt het (potentiële) archeologische niveau verstoord door de ontwikkeling binnen de projectlocatie?

Er wordt een parkeerterrein aangelegd (incl. ondergrondse infra). De aanleg van de parkeerplaats zelf qua aanlegniveau het archeologisch niveau niet raken. De aanlegdiepte van de ondergrondse infra is (nog) niet bekend. Mogelijk zal de top van het archeologisch niveau (120 cm -mv/9,99 m +NAP) geraakt worden door de bodemingrepen. Met een buffer van 30 cm om de archeologie te beschermen, moet ervanuit gegaan worden dat archeologische resten bij de voorliggende plannen zullen worden verstoord. Op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek en bouwtekeningen is een advieskaart opgesteld. In de zone waar archeologische indicatoren zijn aangetroffen in de laklaag is de aanwezigheid van archeologische waarden heel waarschijnlijk (zie Bijlage 14). In deze zone wordt in ieder geval archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd bij ingrepen van 90 cm –mv (10,29 m +NAP) of meer.

38

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

6S

ELECTIEADVIES

Binnen het plangebied zijn meerdere (potentiële) archeologische niveaus aangetroffen (binnen het plangebied bevindt zich een gestapeld landschap), waarvan in één van deze niveaus (een laklaag) daadwerkelijk archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Afhankelijk van de plannen en de daarmee gepaard gaande bodemingrepen worden deze archeologische niveaus mogelijk geraakt. In de regio Arnhem wordt een buffer van 30 cm bovenop een potentieel archeologisch niveau aangehouden.40 Het potentiële archeologische niveau, waarin daadwerkelijk archeologische indicatoren zijn aangetroffen, wordt gevormd door de top van de laklaag, die vanaf 120 cm –mv (9,99 m +NAP) is aangetroffen. Op een advieskaart staat een zonering waar archeologische indicatoren zijn aangetroffen in de laklaag, waardoor de aanwezigheid van archeologische waarden heel waarschijnlijk is. Dit impliceert dat archeologisch onderzoek aan de orde is bij ingrepen van 90 cm –mv (10,29 m +NAP) of meer, binnen de zone waar archeologische waarden heel waarschijnlijk zijn (zie Bijlage 14). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als de bodemingrepen dieper dan het niveau van 10,29 m +NAP reiken binnen de zone waar archeologische waarden heel waarschijnlijk zijn.

Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).41 We adviseren om de boven beschreven randvoorwaarden in de omgevingsvergunning op te nemen. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Zevenaar. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, S. Diependaal, Regioarcheoloog gemeente Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

40

deze bufferzone van 30 cm komt overeen met de landelijke richtlijn.

41

Borsboom e.a., 2012 39

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

literatuur

Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Broeke, E.M. ten, 2010. Archeologisch bureauonderzoek Oude Wal 4 te Zevenaar. Econsultancy-Rapport 09015052. Broeke, E.M. ten, 2016. Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek. Stationsplein te Zevenaar in de gemeente Zevenaar. Econsultancy-Rapport 1681.003. Broeke, E.M. ten, 2022. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Raadhuisplein te Zevenaar. Econsultancy-Rapport 17713.001. Cohen, K.M. , E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen en H.F.J. Kempen, 2009: Zand in Banen - Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem: Provincie Gelderland. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University. Graaf, W.S. van de en T. Spitzers, 2014.

Archeologisch onderzoek aan het Masiusplein in Zevenaar. Archeodienst Rapport 379. Helmich, C., 2008. Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Frans Halsstraat te Zevenaar. Becker & Van de Graaf Rapport 31232. Hemmen, F. van, M. Tilstra en J.R. Mulder, 2011. Sleutel van het verleden, sleutel tot de toekomst. De roemrijke cultuurhistorie van de Rijnstrangen als drijvende kracht voor economische vernieuwing. Een evaluatie van kwaliteiten en kansen.

40

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

Hessing, J.Q. en G. Nieuwlaat, 2022. Kerkstraat 27, Zevenaar, gemeente Zevenaar. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC-Rapport 5458. Jong, C. de, 2022. Bureau voor Archeologie Rapport 1181. Scholencluster, Vestersbos 4, Zevenaar, gemeente Zevenaar: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase. Bureau voor Archeologie Rapport 1181. Kuijl, E.E.A. van der en D. Woolschot, 2019a. Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Kerkstraat 17-21 te Zevenaar, Gemeente Zevenaar. EKU/DIR/HAMA/182132. Kuijl, E.E.A. van der en D. Woolschot, 2019b. Rapportage Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied BAT-terrein te Zevenaar, gemeente Zevenaar. DWS/DIR/HAMA/192218. Kuijl, E.E.A. van der, 2020. Rapportage Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Raadhuisplein Zevenaar. HAMA/DIR/HAMA/202584. Melis, J., 2024. Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven en Archeologische Begeleiding BAT-terrein, Fase 1, Kerkstraat – Stationsplein, Zevenaar, Gemeente Zevenaar. SOB Research Rapport 2677-1906. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nales, T., 2014. Zevenaar, Oranjelaan (ong.) Gemeente Zevenaar (Gelderland). Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO; karterende fase). Transect-Rapport 549.

Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Oude Rengerink, J.A.M., 1998. Plangebied Ooij, gemeente Zevenaar; een archeologische kartering. RAAP-Rapport 397. Porreij-Lyklema, T.E., 2016. Plangebied Kerkstraat 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend en karterend booronderzoek). RAAP-Notitie 5692. Reinders, M., 2023. Archeologisch onderzoek Grietakkers 7 te Zevenaar. Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend veldonderzoek (IVO-O). GRA-Rapport 2022.44.

41

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

Ten Broeke, E.M., Kremer en Wemerman, 2020. Rapportage proefsleuvenonderzoek (IVO-P) Bommersheufsestraat (ong.) te Zevenaar in de gemeente Zevenaar, Doetichem. TNO-GDN, 2025: Laag van Wijchen. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 20-3-2025 op https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator/laag-van-wijchen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Verhagen, J.G.M. en M.P. Defilet, 2008. Archeologisch onderzoek Nieuwbouw Kerkstraat 4A en 6, Zevenaar. Bureauonderzoek. Archeologisch Rapport Arnhem 20. Vosselman, J., 2022. Plangebied Kostschoollaan 9 te Zevenaar, gemeente Zevenaar; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-Rapport 5719. Vosselman, J., 2023. Plangebied Kostschoollaan te Zevenaar, gemeente Zevenaar; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). RAAP-Rapport 6309. Willemse, N.W., & J.G.M. Verhagen, 2006. Gemeente Zevenaar een archeologische waarden- en verwachtingskaart met AMZ-adviezen, Brummen. Wullink, A.J., 2010. Een verkennend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Oude Wal 4 te Zevenaar (Gld). ARC-Rapport 200932. Zee, R.M. van der, 2012a.

Terrein British American Tobacco, Zevenaar (gemeente Zevenaar). Een Bureauonderzoek. ADC-Rapport 3211. Zee, R. M. van der, 2012b. Winkelhuis, Zevenaar (gemeente Zevenaar). Een bureauonderzoek. ADC-Rapport 2896.

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com www.beobom.nl www.ikme.nl www.geldersarchief.nl 42

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 8-11-2024 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 8-11-2024 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 811-2024 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 8-11-2024 Landschapskaart Zevenaar. Bron: gemeente Zevenaar. Geraadpleegd op 11-11-2024 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 8-112024 Verwachtingskaart. Bron: gemeente Zevenaar. Geraadpleegd op 12-11-2024

43

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Vestersbos 2 te Zevenaar, gemeente Zevenaar, Gelderland

afbeeldingenlijst Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl _____ 7 Afbeelding 2. Huidige situatie. Bron: pdok.nl. _________________________ 10 Afbeelding 3. Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta (naar Cohen en Stouthamer, 2012).13 Afbeelding 4. Zandbanenkaart provincie Gelderland. Bron: Cohen et al, 2009. 14 Afbeelding 5. Detailopname van het plangebied op het AHN. _____________ 15 Afbeelding 6. Uitsnede uit ‘De Lymers amts carten (fol. 9), 1733-1734 (Bron: Gelders Archief).24 Afbeelding 7. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. Bron: hisgis.nl.25 Afbeelding 8. Uitsnede van de topografische kaart van 1850. Bron: topotijdreis.nl26 Afbeelding 9. Uitsnede van de topografische kaart van 1868. Bron: topotijdreis.nl26 Afbeelding 10. Uitsnede van de topografische kaart van 1931. Bron: topotijdreis.nl27 Afbeelding 11. Uitsnede van de topografische kaart van 1962. Bron: topotijdreis.nl27 Afbeelding 12. Uitsnede van de topografische kaart van 1970. Bron: topotijdreis.nl28 Afbeelding 13. Uitsnede van de topografische kaart van 1978. Bron: topotijdreis.nl28 Afbeelding 14. Uitsnede van de topografische kaart van 2019. Bron: topotijdreis.nl29 Afbeelding 15. Uitsnede van de indicatieve kaart militair erfgoed (IKME). Bron: ikme.nl30 Afbeelding 16. Uitsnede van de BeoBOM-ruimingskaart. Bron: beobom.nl ___ 30

44

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK

BIJLAGE 4 GEOLOGISCHE BORINGEN UIT DINO-LOKET

BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE LANDSCHAPSKAART

BIJLAGE 6 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

BIJLAGE 7 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

BIJLAGE 8 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART

BIJLAGE 9 BODEMKAART

BIJLAGE 10 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

BIJLAGE 11 BOUWTEKENINGEN Bouwtekeningen nieuwe kleuterschool 1961 (fundering)

Bouwtekeningen uitbreiding kleuterschool 1968 (situering en fundering)

BIJLAGE 12 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK

BIJLAGE 13 BOORSTATEN Boring 1

RD-coördinaten: 201836/437709

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,27 0

0,25

11,02

0,5

10,77

0,75

10,52

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, A-horizont

Boring 2

RD-coördinaten: 201849/437709

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,3 0

0,25

11,05

0,5

10,8

0,75

10,55

1

10,3

weinig houtskool, weinig aardewerk

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, A-horizont weinig houtskool, weinig aardewerk

90

1

1,25

1,5

1,75

2

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak grindig, lichtbruin, crevasse afzettingen

10,27

klei, sterk zandig, lichtbruin, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, crevasse 140 afzettingen

10,02

150

9,77

klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, laklaag weinig houtskool

klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, oeverafzettingen 200 klei, sterk siltig, lichtblauw/ grijs, matig 210 roesthoudend, Wijchen

9,52

180

9,27

110

1,25

1,5

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak grindig, lichtbruin, crevasse afzettingen

10,05

klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, laklaag weinig houtskool

9,8 160

1,75

klei, sterk siltig, lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen

9,55 190

2

Projectnummer

Locatie-adres

ZEVE241

Vestersbos 2

Boormeester

Plaats

Jeroen Wijnen

Zevenaar

9,3

200

LAAGLAND ARCHEOLOGIE

Boring 3

RD-coördinaten: 201877/437712

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,15 0

0,25

0,5

10,9

10,65

50

70

0,75

10,4

1

10,15

1,25

9,9

1,5

1,75

9,4

150

9,15

0,5

10,19

1,5

9,69

70

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, geel/ bruin, crevasse afzettingen

klei, sterk zandig, zwak humeus, geel/ bruin, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, crevasse 120 afzettingen

klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin/ grijs, 140 zwak mangaanhoudend, matig roesthoudend, laklaag weinig houtskool 160

klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, laklaag matig houtskool

klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, 200 zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, oeverafzettingen klei, sterk siltig, 220 lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, bruin, A-horizont weinig houtskool

90

1

2

9,19

2,5

8,69

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, A-horizont weinig houtskool, weinig aardewerk

40

10,69

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, bruin, A-horizont weinig houtskool

klei, sterk zandig, lichtbruin, matig roesthoudend, crevasse afzettingen

RD-coördinaten: 201883/437727

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,19 0

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtbruin, crevasse afzettingen

170

2

weinig houtskool, weinig aardewerk

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak humeus, grijs/ 100 bruin, crevasse afzettingen, humusinspoeling

140

9,65

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont, pijpensteeltje

Boring 4

klei, zwak zandig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak mangaanhoudend, matig roesthoudend, oeverafzettingen

klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, 220 oeverafzettingen klei, sterk siltig, lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen 250

klei, zwak zandig, lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, matig plantenresten, Wijchen

klei, zwak zandig, lichtblauw/ grijs, matig 280 plantenresten, Wijchen

3

8,19 309

Projectnummer

Locatie-adres

ZEVE241

Vestersbos 2

Boormeester

Plaats

Jeroen Wijnen

Zevenaar

LAAGLAND ARCHEOLOGIE

Boring 5

RD-coördinaten: 201870/437727

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,36 0

11,11

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, A-horizont weinig houtskool

10,86

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtbruin, zwak baksteenhoudend, opgebracht

20

0,25

40

0,5

70

0,75

10,61

1

10,36

1,25

10,11

1,5

9,86

klei, sterk zandig, geel/ bruin, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, crevasse afzettingen zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak grindig, lichtbruin, crevasse afzettingen 150 160

1,75

2

9,61

9,36

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, bruin, A-horizont weinig houtskool, weinig aardewerk

klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, laklaag

klei, sterk siltig, zwak 170 humeus, bruin/ grijs, zwak mangaanhoudend, 180 zwak roesthoudend, oeverafzettingen klei, sterk siltig, 200 lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen

Projectnummer

Locatie-adres

ZEVE241

Vestersbos 2

Boormeester

Plaats

Jeroen Wijnen

Zevenaar

Boring 6

RD-coördinaten: 201842/437722

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,27 0

0,25

11,02

0,5

10,77

0,75

10,52

1

10,27

1,25

10,02

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, A-horizont weinig houtskool zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak grindig, lichtbruin, crevasse afzettingen

70

130 140

1,5

9,77 160

1,75

9,52

klei, sterk zandig, lichtbruin, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, crevasse afzettingen

klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, laklaag 180 weinig houtskool klei, sterk siltig, lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen

LAAGLAND ARCHEOLOGIE

Boring 7

RD-coördinaten: 201838/437742

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,13 0

0,25

10,88

0,5

10,63

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, A-horizont

Boring 9

RD-coördinaten: 201879/437741

-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 11,27 0

0,25

11,02

0,5

10,77

0,75

10,52

weinig houtskool

60

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak grindig, lichtbruin, crevasse afzettingen

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, bruin, A-horizont weinig houtskool 70

0,75

10,38

90

1

10,13

1

10,27

zand, matig fijn, sterk kleiig, matig gesorteerd, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, A-horizont weinig houtskool

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak humeus, grijs/ bruin, zwak baksteenhoudend, A-horizont

zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, , lichtbruin, crevasse 120 afzettingen

110

1,25

1,5

9,88

9,63

1,75

9,38

2

9,13

130

klei, sterk zandig, 140 lichtbruin, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, crevasse afzettingen klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak mangaanhoudend, 180 zwak roesthoudend, oeverafzettingen klei, sterk siltig, 200 lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen

Projectnummer

Locatie-adres

ZEVE241

Vestersbos 2

Boormeester

Plaats

Jeroen Wijnen

Zevenaar

1,25

10,02

1,5

9,77

klei, sterk zandig geel/ bruin, zwak 140 mangaanhoudend, zwak roesthoudend, crevasse 150 afzettingen klei, zwak zandig, zwak humeus, grijs, matig roesthoudend, laklaag

1,75

9,52

2

9,27

klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin/ grijs, zwak mangaanhoudend, zwak roesthoudend, 200 oeverafzettingen klei, sterk siltig lichtblauw/ grijs, matig roesthoudend, Wijchen

180

LAAGLAND ARCHEOLOGIE

Projectnummer

Locatie-adres

ZEVE241

Vestersbos 2

Boormeester

Plaats

Jeroen Wijnen

Zevenaar

LAAGLAND ARCHEOLOGIE

BIJLAGE 14 ADVIESKAART

BIJLAGE 15 VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. De BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont.

De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Bw-horizont - Bw-horizonten zijn ontstaan door (biologische) homogenisatie en interne verwering, waarbij nieuwgevormde kleimineralen en/of nieuwgevormd ijzer is ontstaan (verbruining). Crevasse – Een crevasse ontstaat wanneer een rivier bij hoog water een oeverwal doorbreekt. Daarbij stroomt water en sediment in het achterliggende gebied. Het sediment bezinkt vervolgens als een lobvormige afzetting. Indien een oeverwal meerdere keren doorbroken wordt, zal de crevasse steeds hoger worden. De sedimenten waaruit een crevasse is opgebouwd bestaan grotendeels uit sediment afkomstig van de oeverwal.

Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Formatie van Kreftenheye - deze afzettingen zijn gevormd door (voorlopers van) de Rijn gedurende de periode Laat-Saalien – Laat-Weichselien. Kreftenheye-afzettingen bestaan overwegend uit matig- uiterst grof zand met een grijze tot bruine kleur. Het kan zowel

kalkhoudend als kalkloos zijn en vaak komt grind voor. Ook uiterst –matig fijn zand wordt aangetroffen, evenals zwak siltige – zandige klei. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Laag van Wijchen - De afzettingen van de Laag van Wijchen in het Rijn-Maasdal worden gerekend tot de Kreftenheye Formatie, terwijl de Laag van Wijchen in de riviervlakte van de Maas (nogal onlogisch) toebedeeld wordt aan de Beegden Formatie. De Laag van Wijchen is afgezet bij periodieke overstromingen van meanderende rivieren in het Laat Pleistoceen (Allerød/laat Weichselien) - Vroeg Holoceen.

De laag markeert een fase waarin de Rijn en Maas zich aanpasten aan het veranderde afvoerregime aan het einde van de laatste ijstijd en de rivieren van een vlechtend naar een meanderend geulpatroon waren overgegaan. De afzettingen werden afgezet in een overstromingsvlakte, buiten de riviervlakte. Deze afzettingen liggen op de top een zand- en grindvlakte (terras) die afzettingen van vlechtende rivieren representeren. De Laag van Wijchen bestaat uit een zandige, zeer stugge, lichtgrijze tot blauwgrijze klei- of leemlaag (ook bekend als ‘Hochflutlehm’). Merovingische tijd – De Merovingische tijd (450-751) is de periode in de West-Europese geschiedenis na de val van Rome waarin de Franken, een Germaans volk, geleidelijk de macht naar zich toe weten te trekken. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos.

Moedermateriaal – ook wel het uitgangsmateriaal genoemd, is het materiaal waaruit de bodem is gevormd, het verse sediment vóór de verandering door de bodem vorming. Oude woongrond – oude woongronden (rivierengebied) zijn gronden met een langdurige bewoningscontinuïteit (Late IJzertijd-Romeinse Tijd-Middeleeuwen). Deze bevinden zich vaak op de hoogste delen van de stroomruggen. Deze terreinen worden vaak gekenmerkt door een zwarte humusrijke bodem met veelal een dikke A-horizont met daarin veel archeologische vondsten (nederzettingsafval). In een of meerdere subhorizonten van de Ahorizont en bovenin de ondergrond bevinden zich meestal fosfaatvlekken. Oude woongronden zijn zo gekenschetst bij de bodemkartering door de Stichting voor Bodemkartering in de jaren ’40-’75. In het zandgebied zijn de oude woongronden die gebieden die rond de 13 e eeuw als woonplek verlaten werden. Deze waren voornamelijk gelegen bovenop de dekzandruggen. Boeren verlieten het hoge zandeiland en bouwden nieuwe boerderijen aan de rand ervan. Veelal werd gekozen voor de overgang van het droge en het natte gebied. Vanuit de nieuwe vestigingsplaats waren zowel de droge akkers als de natte graslanden of heidevelden gemakkelijk toegankelijk en bereikbaar. Paleolithicum

Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Permafrost - er heersen permafrostcondities als de bodem over een lange periode een temperatuur heeft onder de 0 °C. Als er zich water in de vorm van ijs in de bodem bevindt is deze vrijwel ondoorlatend voor infiltrerende neerslag of smeltwater waardoor het terrein zomers zeer drassig kan zijn. Omdat er minder water naar het grondwater kan infiltreren, zal er meer water via het oppervlak moeten worden afgevoerd bij dooi of regen in het zomerseizoen. Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. Profielverloop – Het profielverloop in de bodemkunde zegt iets over de verandering van de aard en samenstelling van de bodem naar beneden toe.

Het zijn complexe definities en er worden vijf profielverlopen onderscheiden: Profielverloop 1 – ‘klei-op-veen’. Kleigronden met meer dan 40 cm moerig materiaal (veen of venige grond) beginnend tussen 40 en 80 cm; Profielverloop 2 – ‘klei-op-zand’. Kleigronden met een zandlaag van meer dan 20 cm dik, die begint tussen 25 – 80 cm, uitgezonderd profielen met kleiig, uiterst fijn zand en gronden met een niet-kalkrijke kleilaag boven het zand; Profielverloop 3 – ‘met een niet-kalkrijke, zware tussenlaag’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die a) of begint binnen 25 cm en doorloopt tot tenminste 40 cm; b) of begint tussen 25 en 80 cm en tenminste 15 cm dik is en rust op lichtere of kalkrijke ondergrond die 1) of binnen 80 cm begint en tenminste 40 cm dik is; 2) dieper dan 80 cm begint en doorloopt tot dieper dan 120 cm. Profielverloop 4 – ‘met een niet-kalkrijke, zware ondergrond’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die tenminste voldoet aan de eisen bij profielverloop 3 en die a) doorloopt tot tenminste 120 cm of b) ten hoogste is onderbroken door lichtere en/of kalkrijke en/of moerige lagen die samen dunner zijn dan 40 cm en die binnen 120 cm weer overgaan in niet-kalkrijke, zware klei. Profielverloop 5 – ‘homogene, aflopende en oplopende profielen’. Alle profielen die niet vallen onder de definities van profielverlopen 1 t/m 4.

Raatakkers – Raatakkers zijn min of meer vierkante of rechthoekige, aaneengesloten stukjes grond waar landbouw bedreven werd in de prehistorie, vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien.

Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost). Woerdgronden - Woerdgronden zijn oude woongronden die doorgaans op de hogere delen van stroomruggen liggen. Het zijn nederzettingsterreinen die veelal reeds in de IJzertijd bewoond werden en waar als gevolg van langdurige bewoning een onmiskenbare, donkergekleurde afvallaag is gevormd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=d05e0264-b0c3-48f2-9467-3ebe2724d4d2