Bijlage 7. 1273474 - Verordening parkeerbelasting 2026
Tekst van het document
Verordening parkeerbelasting 2026
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de vigerende Verordening Fysieke Leefomgeving; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026. Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; c. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; d.
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Zevenaar een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; f. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: 1e. de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4 Vrijstelling De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats welke is voorzien van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart, mits die parkeerkaart op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht. Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 6 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 8
Artikel 8 Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobile telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 10 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00. Artikel 11 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
Artikel 12 Overgangsrecht De ‘verordening parkeerbelastingen 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening parkeerbelasting 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 8
Tarieventabel behorende bij de verordening parkeerbelastingen 2026.
1.
Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt: Straatparkeren tijdvak Tarief per 60 Maximum (dag) tarief minuten Tariefcode 1 Maandag t/m donderdag 09:00– 19:00 uur Vrijdag 9:00 – 21.00 uur € 1,20 n.v.t. Extra koopavonden 19.00 – 21.00 uur Zaterdag 9.00 – 18.00 uur Tariefcode 2 Maandag t/m donderdag 09:00– Maximum tarief 19:00 uur voor de eerste 5 Vrijdag 9:00 – 21.00 uur uur: Extra koopavonden 19.00 – 21.00 uur € 2,30. € 1,20 Zaterdag 9.00 – 18.00 uur Maximum dagtarief: € 4,30. 2.
Het tarief van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt
Locatie Bewoners A A B tot en met G B tot en met G Garagevergunning Masiusplein Garagevergunning Masiusplein A tot en met G A en E
Naam parkeervergunning
Tarief
Eenheid
1e Bewonersvergunning centrum 2e Bewonersvergunning centrum 1e Bewonersvergunning schil 2e Bewonersvergunning schil 1e Bewonersvergunning
€ 30,00 € 75,00 € 30,00 € 75,00
Per jaar Per jaar Per jaar Per jaar
€ 75,00
Per jaar
€ 150,00
Per jaar
€ 15,35 € 75,00
Per jaar
€ 12,00
Per 10 kraskaarten
€ 75,00
Per jaar
€ 12,00
Per 10 kraskaarten
€ 88,50 € 354,00
Per kwartaal Per jaar
2e Bewonersvergunning
Mantelzorgvergunning Bezoekersvergunning Bezoekerskaart voor maximaal 1 A en E uur parkeren Digitale bezoekersvergunning, B tot en met G voor maximaal 100 uur per maand Bezoekerskaart voor maximaal 1 B tot en met G uur parkeren Bedrijven / werknemers A tot en met G Bedrijfsvergunning A tot en met G Bedrijfsvergunning
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 8
Karel van Werknemersvergunning Gelrestraat, Oude Doesburgseweg (noordelijk gedeelte), Parkeergarage Masiusplein Laag -2 Karel van Werknemersvergunning Gelrestraat, Oude Doesburgseweg (noordelijk gedeelte); Parkeergarage Masiusplein Laag -2 A tot en met G Vergunning spoedeisende hulp Herstelwerkzaamheden A Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum A Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum A Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum B tot en met G Herstelwerkzaamhedenvergunning schil B tot en met G Herstelwerkzaamhedenvergunning schil B tot en met G Herstelwerkzaamhedenvergunning schil Wijziging vergunning Verstrekken van een gewijzigde schriftelijke vergunning Verstrekken van een gewijzigde digitale vergunning
€ 34,80
Per kwartaal
€ 139,20
Per jaar
€ 75,00
Per jaar
€ 10,80
Per dag
€ 54,00
Per week
€ 216,00
Per maand
€ 10.80
Per dag
€ 54,00
Per week
€ 216,00
Per maand
€ 10,40
Per gewijzigde vergunning
gratis
Indien de belastingplicht bij een vergunning in de loop van het kwartaal of jaar eindigt, bestaat recht op restitutie voor het aantal volle maanden dat na het einde van de belastingplicht resteert.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 5 van 8
Op de onderstaande kaart is parkeren bij een automaat aangegeven.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 6 van 8
Op de volgende kaart zijn de zones voor het vergunninghouders parkeren aangegeven.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 7 van 8
De voor 2026 geraamde kosten voor het opleggen van de naheffingsaanslag: Vaste informatieverwerkingskosten
€ 4.039
Variabele informatieverwerkingskosten
€ 9.745
Kosten van afschrijving
€ 36.596
Kosten van interest
€ 4.184
Personeelskosten: -
80% van € 183.586 (controleurs)
€ 185.712
60% van € 64.741 (bezwaar)
Overheadkosten (maximaal 50%)
€ 92.856
Totale kosten naheffingsaanslagen
€ 333.132
Het voor 2026 geraamde aantal naheffingsaanslagen is: 2536 De kosten gedeeld door het aantal te verwachte naheffingsaanslagen geeft een bedrag van € 131,36. Het wettelijk maximum te verhalen kosten van de naheffingsaanslag is vastgesteld op € 82,00. In artikel 10 stellen wij voor om voor 2026 de kosten voor de naheffingsaanslag vast te stellen op € 82,00. Behorend bij het raadsbesluit van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 8 van 8