Bijlage 6. 1222456 - archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 1221
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase
Dorpsplein 1, Pannerden, gemeente Zevenaar (GD).
mei 2024 Versie 2 (definitief)
In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1221
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar (GD) Auteur: Jeroen Wijnen & Ronny Kost
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: definitief
Controle: J.A.M. Oude Rengerink Autorisatie: J. Wijnen
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876
© Laagland Archeologie BV, Almelo, mei 2024 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3.2
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in oktober 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Dorpsplein 1 te Pannerden. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een appartementencomplex. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Het plangebied ligt op een oeverwal binnen een omvangrijke oude woongrond. De oeverwal maakt niet direct deel uit van een stroomgordel, maar is ontstaan onder invloed van de nabijgelegen Waal en Herwen stroomgordels. Deze zijn de laatste 2000 jaar afgezet. Onder de oeverafzettingen zijn komafzettingen en mogelijk daaronder veen aanwezig. De pleistocene ondergrond bestaande uit afzettingen van Vlechtende rivieren ligt op een diepte rond 4,0 m -mv. Vanaf de Midden-Bronstijd zijn deze afzettingen afgedekt met respectievelijk veen, komklei en tenslotte oeverafzettingen. Bodemkundig zijn tuineerdgronden (oude woongronden) te verwachten.
Vanwege de grote diepte van de pleistocene ondergrond is de archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot Neolithicum weinig relevant. De archeologische verwachting is hoog voor de Bronstijd tot Nieuwe tijd. In deze periode zijn archeologische resten bekend en op basis vanaf het vroegste historisch kaartmateriaal is er aldoor bewoning geweest. Door de verschillende bouwfasen sinds ca. 1832 heeft enige verstoring plaatsgevonden. Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn versneden, verbrokkeld en vervolgens nagezocht op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Er is voornamelijk een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen met een dikke tot extreem dikke A-horizont (variërend van 70 tot maar liefst 240 cm -mv of 10,67 à 12,60 m +NAP) aangetroffen. Het gaat om oude woongronden, waarbij waarschijnlijk nog een ophoging aanwezig is (opgehoogde huisplaats, mogelijk uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd; na de bedijking rond 1328).
Daaronder is de natuurlijke ondergrond bestaande uit oever- en/of crevasseafzettingen en archeologische sporen aangetroffen (waterput of gracht in boring 1 en een spoor, ongedifferentieerd, beide ergens daterend in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd). Er zijn binnen het plangebied veel archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, houtskool, bot, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken). De aardewerkfragmenten dateren waarschijnlijk voornamelijk uit de IJzertijd en in mindere mate uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. De boringen 4 en 6 zijn respectievelijk gestuit op boomwortels en puin of een oude fundering. Ter hoogte van boring 6 lag begin vorige eeuw een woning.
Op basis van het onderzoek wordt het hoogste archeologische niveau verwacht vanaf 12,60 m + NAP. Met een buffer van 30 cm om de archeologie te beschermen kunnen alleen de ontwikkelingen die gaan tot een diepte van 12,90 m + NAP worden vrijgegeven. Voor de overige ingrepen moet er eerst een vervolgonderzoek plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd voorafgaande aan de sloop van de bestaande bebouwing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. Dit omdat de huidige bebouwing mogelijk gefundeerd is tot in het archeologische niveau/buffer.
Afhankelijk van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kunnen de volgende verplichtingen worden opgelegd: De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of de verplichting tot het doen van vervolgonderzoek doormiddel van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; en de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan en het archeologisch aangetroffen vondstmateriaal te deponeren bij het desbetreffende depot . Dit advies is overgenomen door de gemeente Zevenaar, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer S. Diependaal Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht.
Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
Samenvatting ___________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek______________________________________________ 6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied ________________________________ 6 Administratieve gegevens __________________________________________ 7 Huidige situatie en toekomstig gebruik ________________________________ 8 Geplande verstoring _____________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ______________________________________________ 11 Onderzoeksdoel _________________________________________________ 12
2 Inventarisatie ________________________________________________ 14 2.1 2.2 2.3
Inleiding_______________________________________________________ 14 Landschappelijke ontwikkeling _____________________________________ 14 Archeologie ____________________________________________________ 17
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.4
Bekende archeologische waarden _________________________________ 17 Waarnemingen _______________________________________________ 17 AMK-terreinen ________________________________________________ 17 Gemeentelijke verwachtingskaart _________________________________ 17 Eerder archeologisch onderzoek __________________________________ 18 Resumé _____________________________________________________ 19
Historie _______________________________________________________ 20
3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 28 3.1 3.2
Conclusie ______________________________________________________ 28 Verwachtingsmodel ______________________________________________ 28
4 Veldonderzoek _______________________________________________ 30 4.1 4.2 4.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek __________________________________ 30 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ________________ 30 Resultaten: archeologie ___________________________________________ 32
5 Conclusie en verwachting ______________________________________ 34 6 Selectieadvies _______________________________________________ 36 literatuur _____________________________________________________ 37 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus __________________________________________ 39 BIJLAGE 2 Archeologische perioden________________________________ 40 BIJLAGE 3 Bouwtekeningen ______________________________________ 41 BIJLAGE 4 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek _______________ 45 BIJLAGE 5 Bodemkundige landschappenkaart ________________________ 46 BIJLAGE 6 Geomorfologische kaart ________________________________ 48 BIJLAGE 7 Boorstaten DINO-loket _________________________________ 49 BIJLAGE 8 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 50 BIJLAGE 9 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 51 BIJLAGE 10 Bodemkaart ________________________________________ 52 BIJLAGE 11 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _____ 53 BIJLAGE 12 Boorpuntenkaart veldonderzoek ________________________ 54 BIJLAGE 13 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 55 BIJLAGE 14 Verklarende woordenlijst ______________________________ 59
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar (GD). Hiertoe is een projectbesluit-procedure benodigd. De gemeente Zevenaar heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Dorpsplein 1 in Pannerden, gemeente Zevenaar (GD), zie onderstaande afbeelding.
6
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van ca. 2755 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 200 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
1
Provincie
Gelderland
Gemeente
Zevenaar
Plaats
Pannerden
Beheerder/eigenaar grond
-
Toponiem
Dorpsplein 1
Kadastrale perceelnummer(s)1
PND00-B-1783, -3430, -3432
Laagland Archeologie projectnummer
PADO231
Datum conceptrapportage
27-10-2023
kadastralekaart.com 7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Datum definitief rapport
31-5-2024
XY-coördinaten
N: 199785/433733 W: 199728/433714 O: 199790/433720 Z: 199767/433655
Kaartblad
40D
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
ca. 2755 m2
Complextype
bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5470646100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek Datum begin veldonderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek karterende fase 12-10-2023
Datum eind veldonderzoek
12-10-2023
Opdrachtgever
BJZ.nu
Goedkeuring bevoegde overheid
30-5-2024
Bevoegde overheid
gemeente Zevenaar
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
dhr. S. Diependaal
2
Uitvoerder
Projectleider/opsteller onderzoek
Bronstijd tot Nieuwe tijd
Archeologisch Depot Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland met het gebouw van Dorpsplein 1 in de zuidelijke hoek. Het plangebied heeft een enkelbestemming wonen met een rand enkelbestemming tuin. De huidige bebouwing is deels onderkelderd en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig (zie Bijlage 3).3 De aanlegdiepte van de kelder en de funderingsstroken ligt op respectievelijk 11,51 m +NAP en 12,51 m +NAP. Tussen de voormalige pastorie en perceel Dorpsplein 3 is een hoogriool gelegen op een diepte van 3 meter (afbeelding 3).
2
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 8
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
De plannen binnen het plangebied bestaan uit de realisering van een de nieuwbouw van een appartementencomplex van 16 appartementen en 23 parkeerplaatsen. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron: pdok.nl
9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
1.5 GEPLANDE VERSTORING De plannen binnen het plangebied bestaan uit de realisering van een de nieuwbouw van een appartementencomplex. Van 16 appartementen en 23 parkeerplaatsen. De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. Het appartementencomplex zal niet worden onderkelderd.
Afbeelding 3. Voorgenomen bodemingrepen. De ontgravingsdiepte voor de aanleg van de parkeerplaatsen (groene vlak, afbeelding 3) wordt ongeveer 20 cm -mv4. De ontgravingsdiepte voor de aanleg van de bouwput van de nieuwbouw wordt ongeveer 50 cm -mv (12,585 m +NAP; zie Bijlage 3), terwijl de liftput wat dieper zal worden ontgraven, binnen de contouren van de huidige bebouwing. Tevens is een fundering op palen voorzien. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden. De huidige aansluiting van de riolering is aangesloten aan een uitlegger De bestaande uitlegger van het riool ligt veel hoger dan het gemeenteriool in het plangebied dat op 3,0 m -mv is aangelegd. De bestaande uitlegger zal ook voor de rioolaansluiting voor de nieuwbouw worden
4
T.o.v. het huidige maaiveld. 10
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
gebruikt. Niet alleen voor de aanleg van de parkeervlakken en aanleg van de bouwput, maar ook voor het bouwrijp maken, de aanleg van de paalfunderingen en aanleg van de nutsaansluitingen zullen er graafwerkzaamheden plaatsvinden.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID Op basis van het bestemmingsplan Pannerden heeft het plangebied een Waarde – Archeologische verwachting 1. Een Waarde – Archeologische verwachting 1 is equivalent met een hoge archeologische verwachting op de archeologische beleidskaart. Archeologisch onderzoek is verplicht bij bouwwerken groter dan 100 m2. Hetzelfde geldt voor het aanleggen of verharden van een parkeerterrein of voetpad, zoals mede de bedoeling is in het plangebied dieper dan 30 cm -mv. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.
11
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 4. Gemeentelijk beleidskaart.
1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een karterend booronderzoek.5 Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. De gemeente hanteert een aantal verplicht te gebruiken bronnen bovenop de gebruikelijke. Daarnaast hanteert de gemeente onderstaande onderzoeksvragen voor een bureauonderzoek.
•
Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden?
•
Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben?
•
Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, hoe kan daar systematisch naar gezocht worden?
Volgend op de verplichte onderzoekvragen voor het bureauonderzoek, zijn de verplichte onderzoeksvragen voor het karterend veldonderzoek:
5
Conform Handboek archeologisch onderzoek Regio Arnhem, 2023. 12
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
•
Wat is de (geologische) samenstelling en opbouw van de ondergrond?
•
Welk bodemprofiel is aanwezig en is deze intact?
•
Zijn in het plangebied indicatoren gevonden die (kunnen) wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats?
•
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten?
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten?
•
Wordt de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek bevestigd door het veldonderzoek?
•
Wordt het (potentiële) archeologische niveau verstoord door de ontwikkeling binnen de projectlocatie?
13
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING
In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ligt in het Utrechts-Gelders rivierengebied. De basis van dit landschap is gevormd in de laatste IJstijd (Weichselien), toen hier een brede, maar relatief ondiepe riviervlakte werd uitgesleten door vlechtende rivierstelsels. Tegen het einde van het Weichselien stoven in de riviervlakte rivierduinen op. Gedurende het Holoceen werd de waterlast gelijkmatiger. De vlechtende rivierstelsels ontwikkelden zich tot meanderende rivieren. De natuurlijke rivierlopen van meanderende rivieren kennen een hoge dynamiek, waarbij waterlopen zich constant verplaatsen door erosie- en sedimentatieprocessen. In de gemeente Zevenaar werd de Pleistocene/Vroeg-Holocene ondergrond vanaf ca. 3100 BP (1100 voor Chr.; Midden-Bronstijd) afgedekt met Holocene afzettingen omdat vanaf die tijd de rivieren overgingen van een insnijdend naar een accumulerend rivierensysteem door de stijging van de zeespiegel en de erosiebasis. 6 Door de vernatting trad in eerste instantie veenvorming op. Vanaf ca. 250 voor Chr. (overgang Midden- en Late IJzertijd) werd het veen afgedekt met komklei. Uit geraadpleegde de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (afbeelding 5) blijkt dat het plangebied in de overstromingsvlakte ligt tussen de stroomgordels van de Waal en Herwen. Deze stromen waren actief vanaf ca.
2000 BP, en in het geval van de Waal in de uiterwaarden, actief tot heden. Ten westen van het plangebied is rond ca. 1700 na. Chr. het Pannerdensch kanaal aangelegd. Sindsdien lag het plangebied tot aan de bedijking binnen invloed van de Waal en Herwen stroomgordels. Wellicht zijn de laatste ca. 2000 jaar oeverafzettingen afgezet in de overstromingsvlakte. Omdat oudere stroomgordels op grotere afstand zijn gekarteerd zijn in vroegere perioden komafzettingen wellicht afgezet.
6
Willemse en Verhagen, 2006. 14
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 5. Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta (naar Cohen en Stouthamer, 2012). De Zanddieptekaart is geraadpleegd maar niet afgebeeld. Vanwege de ligging van het plangebied en overgrote deel van het onderzoeksgebied binnen de bebouwde kom van Pannerden kon geen direct zinvolle informatie ontleend worden van deze kaart. Op de Zandbanenkaart staat de eenheid waarbinnen het plangebied gelegen is bekend als eenheid ‘32. Verstoord (bebouwd, zandwinning, vergraven)’ Binnen het westelijke plangebied ligt de in het DINO-loket geraadpleegde boring B40D0035 (zie Bijlage 7) heeft de volgende profielopbouw7:
7
•
0 tot 0,45 m -mv (11,96 tot 12,41 m +NAP): matig grindige klei.
•
0,45 tot 4,30 m -mv (8,11 tot 11,96 m +NAP): zwak humeuze, zwak siltige klei, komafzettingen8, Formatie van Echteld.
•
4,30 tot 6,10 m -mv (6,31 tot 8,11 m +NAP): uiterst siltig, uiterst grof, zwak grindig zand, afzettingen van vlechtend riviersysteem, Formatie van Kreftenheye (Pleistoceen).
Interpretatie Dr. J.J.A. Wijnen, senior KNA prospector.
Gezien de landschappelijke ligging op oever en crevasse klopt deze lithologische beschrijving waarschijnlijk niet. Er zijn verder geen geschikte boringen in de nabijheid. 8
15
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
De gemeente beschikt over een eigen landschapskaart (Bijlage 5). Deze biedt een aanzienlijker beter beeld van de landschappelijke situatie dan de standaard geomorfologie kaart 1:50.000. Daarom wordt deze laatste hier niet gebruikt. Op de landschapskaart ligt het plangebied op oever en crevasse (oeverwal) en in een zone met oude woongronden. Vooruitlopend op de historische beschrijving omvat deze ongeveer de oude kern van Pannerden. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 7, ligt Pannerden op een lichte verhoging ten opzichte van het omliggende landschap. De enige hoge elementen in het landschap zijn de dijken rond Pannerden en het Pannerdensch Kanaal. Ten zuiden, voorbij de dijk, ligt een nat en laaggelegen natuurgebied, de Lobberdense Waard. Op de detailopname ligt de bebouwing op een verhoging met een uitloop naar de noordwesthoek. Mogelijk gaat het bij deze verhoging om een verhoogd deel van een onbekend rivierduin of gaat het om een verhoogde huisplaats De grondwaterstanden in de omgeving liggen tussen de 7,93 – 10,76 m +NAP.
Afbeelding 6. Detailopname van het plangebied op het AHN. Bodemkundig (Bijlage 10) ligt het gebied in een zone van kalkhoudende ooivaaggronden met zware zavel en lichte klei (Rd90A). In de verdere omgeving liggen kalkhoudende ooivaaggronden met lichte zavel (Rd10A) en kalkhoudende poldervaaggronden met zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (Rn95A) achter een dijk. Afgaande op de bodemkundige landschappenkaart ligt het plangebied binnen een oude woongrond (volgens de bodemclassificatie bekendstaand als tuineerdgronden). Tuineerdgronden omvat zavel- en kleigronden met een humushoudende bovengrond dikker dan 50 cm. Hoewel ook de terpen en wierden in het noordelijke zeegebied en de oude cultuurgronden (oude woongronden) in het riviergebied voor het grootste deel tot de tuineerdgronden worden gerekend, wordt de belangrijkste oppervlakte in het westen aangetroffen. Daar gaat het om door de tuinbouw ontstane, dik opgevaren en opgebaggerde gronden. 16
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Ooivaaggronden zijn diepbruine en goed gehomogeniseerde zavel- en kleigronden. Ze kunnen kalkhoudend of kalkloos zijn. Ooivaaggronden worden naar onderen meestal lichter. Onder de bovengrond bevindt zich een, tot beneden de 50 cm diepte doorgaande, door verwering ontstane laag, de Bw-horizont. Door een goede interne drainage van het bodemprofiel, te zien aan een egale bruinkleuring en het verdwijnen van roestvlekken, kan een -van oorsprong nattere- poldervaaggrond overgaan in een ooivaaggrond.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1
BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 11 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Op 2 oktober 2023 is een informatieverzoek uitgegaan naar de Cultuurhistorische vereniging Zevenaar. Dit verzoek is verder geleid aan Jan Verhagen namens de AWN-afdeling Zuid-Veluwe en Oost-Gelderland. In 2001 heeft de AWN een onderzoek gedaan in de omgeving van het plangebied. Dit onderzoek staat gedocumenteerd in ARCHIS als Zaakidentificatienummer 2007952100 (zie paragraaf 2.3.5). Volgens Jan Verhagen heeft het plangebied een hoge verwachting op vondsten uit de IJzertijd/ Romeinse tijd/ VME. Verder is de Heemkundekring Rijnwaarden toen benaderd. Namens de Heemkundekring heeft Hugo van den Bogaard gereageerd. Uit de correspondentie komt niet naar voren dat er aanvullende archeologische gegevens bekend zijn. Wel kwam naar voren dat de huidige bebouwing (voormalige pastorie) rond 1964 gebouwd is en dat er voorheen een andere pastorie gestaan heeft (zie paragraaf 2.4).
2.3.2
WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied is een waarnemingen bekend: Zaakidentificatienummer 3268572100: op ongeveer 125 m ten noordoosten zijn bij een veldkartering in 2001 door BAAC BV 6 stuks handgevormd keramiek aangetroffen, datering: Bronstijd – Romeinse Tijd, complextype: bewoning (inclusief verdediging) onbepaald.
2.3.3
AMK-TERREINEN AMK-terreinen (= Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd.
2.3.4
GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 9) ligt het plangebied in een zone Oeverwal Waal, pleistoceen tussen 2 - 3 m -mv, hoge archeologische verwachting vanaf de IJzertijd (oeverwal), hoge archeologische verwachting vanaf het MiddenPaleolithicum (pleistocene ondergrond).
17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
2.3.5
EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 11. Zaakidentificatienummer 2007952100: Op ongeveer 110 m ten zuidoosten (Pastoor Brugmanstraat) is in 2001 door AWN - Vereniging van Vrijwilligers in de Archeologie een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij 100 stuks dierlijk bot, 50 stuks hutteleem en 346 stuks gedraaid en handgevormd aardewerk uit de Laat Romeinse Tijd – Late Middeleeuwen A aangetroffen, complextype bewoning (inclusief verdediging) onbepaald. Sporen bestaan uit een greppel (VMEB), een afvalkuil (VMED) en een geul (ROM) die is verland vanaf de Late Romeinse Tijd.9 Zaakidentificatienummer 2141918100: Op ongeveer 170 m ten zuidoosten (“De Pannerd”) is in 2007 door Becker en Van de Graaf een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn twee vindplaatsen aangetroffen. Een vindplaats uit de Vroege Middeleeuwen C – Late Middeleeuwen A (8e – 13e eeuw) is aangetroffen aan de Schoolstraat. De nederzettingssporen liggen onder een 0,4 m dikke leeflaag. De sporen bestaan uit een spitse greppel, kuilen en een paalkuil op 1,0 – 1,5 m -mv. Een tweede vindplaats uit de IJzertijd (800 – 12 v. Chr.) is aangetroffen in werkput 4. In de overige werkputten is dit niveau niet bereikt door de hoge grondwaterspiegel.
De sporen betreffen vier paalkuilen, vier kuilen en een vermoedelijk urngraf. Een van de paalkuilen bevatte drie potten. De sporen zijn gedateerd tot de Vroege IJzertijd. In deelgebied De Kamp kunnen werkzaamheden tot 1,5 m -mv onbegeleid plaatsvinden, in deelgebied Schoolstraat kunnen werkzaamheden tot 0,6 m plaatsvinden. De geplande bodemingrepen zijn tot grotere diepte gepland en een volledige opgraving is nodig.10 Zaakidentificatienummer 2167522100: Op ongeveer 170 m ten zuidoosten (Schoolstraat) is in 2007 door Archeodienst Gelderland BV een archeologische opgraving uitgevoerd. Geen documentatie is beschikbaar in verband met het faillissement van Archeodienst BV. Zaakidentificatienummer 2168405100: Op ongeveer 200 m ten zuiden (Lobberdensche Waard) is in 2007 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Verder informatie is niet beschikbaar in Archis of Danseasy. Zaakidentificatienummer 2358091100: Op ongeveer 150 m ten zuidoosten (Schoolstraat 2) is in 2012 door MUG Ingenieursbureau BV een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. De natuurlijke ondergrond bestaat uit klei-afzettingen van de Formatie van Echteld met daarbinnen een kiezellaag met grof zand van de Formatie van Kreftenheye, mogelijk een indicatie van een crevasse.
Een laag van kalkloze ongelaagd sterk zandige klei is hierop afgezet in verband met de bedijking in de 11e of 12e eeuw. Na de bedijking heeft zich een dunne humusrijke bovenlaag ontwikkeld gedurende de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Geen oeverwal, cultuurlaag en/of archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Geen vervolgonderzoek is aanbevolen.11
9
Archis; AWN.
10
Hoven et al., 2007.
11
Roller, 2013. 18
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Zaakidentificatienummer 3300355100: Op ongeveer 140 m ten westen (Rijnstraat 3) is in 2015 door Hamaland Advies vof een archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge trefkans op archeologische resten uit de prehistorie en de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Tijdens het booronderzoek is vastgesteld dat de bodem ongeroerd is, op een recente laag slooppuin na. Onder het slooppuin ligt een 170 cm dik pakket van een oude woongrond. Het pakket bestaat uit twee cultuurlagen. Eén laag bevat indicatoren uit de Romeinse Tijd en de Vroege Middeleeuwen, de tweede laag bevat indicatoren uit de Volle Middeleeuwen. Op 155 – 220 cm -mv bevinden zich oeverwalafzettingen. De hoge archeologische verwachting is bevestigd. Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek is aanbevolen.12 Zaakidentificatienummer 4597556100: Op ongeveer 165 m ten zuiden (Kerkstraat 7) is in 2018 door Hamaland Advies vof een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de prehistorie en de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het plangebied is vanaf 1830 al bebouwd, de mate van verstoring is echter onbekend.
Prehistorische vindplaatsen zijn te verwachten in het pleistocene zand dat zich op 2 – 3 m -mv bevindt, Middeleeuwse en Nieuwe Tijd resten kunnen verwacht worden in de kleilagen onder de bouwvoor. Tijdens het booronderzoek zijn onder de bouwvoor meerdere recente ophogingslagen aangetroffen. Op ca. 230 – 250 cm -mv gaan deze scherp over in oeverwalafzettingen. De onderste ophogingslaag bevatte industrieel glas en een gesmede nagel van subrecente ouderdom, in de oeverwalafzettingen zijn geen archeologische indicatoren of sporen van bodemvorming aangetroffen. In twee boringen is op 110 – 160 cm -mv een bakstenen fundering aangetroffen van bebouwing uit 1932 – 1957. Verder onderzoek werd niet nodig geacht.13
2.3.6 RESUMÉ Er is een verwachting voor vindplaatsen uit de vroege prehistorie (Laat-Paleolithicum tot Bronstijd). Uit de vroege prehistorie zijn echter geen vindplaatsen bekend. Dat komt omdat het niveau (pleistocene ondergrond) waarop resten uit deze perioden kunnen worden aangetroffen, rond 4,0 m -mv te verwachten zijn. Verder was het plangebied heel waarschijnlijk landschappelijk te nat (komgebied met veengroei) gedurende de Bronstijd. Het plangebied ligt in een zone met veel activiteit uit zowel de IJzertijd als de Romeinse periode. Gedurende de IJzertijd ontwikkelde het Midden-Nederlandse Rivierengebied zich tot een relatief dichtbevolkt en welvarend gebied. In de Romeinse tijd werd de omgeving Pannerden onderdeel van de Romeinse Limes. Er zijn resten gevonden van een castellum (Romeins fort) en een vicus (kampdorp).14 En zijn er verwijzingen gevonden die erop wijzen dat de dam van Drusus in dit gebied is gebouwd. Een unieke dam die diende om een deel van het Rijnwater dat eerder via de Waal afstroomde naar de Neder-Rijn te stuwen. Dit met de bedoeling om betere toegang via het water te krijgen voor de Romeinse troepen om de Germaanse stammen eronder te krijgen. Verder is sprake van oude woongronden en zijn een aantal vindplaatsen bekend uit de Vroege en Late Middeleeuwen.
12
Kuijl, 2016.
13
Woolschot et al., 2018.
14
mijngelderland.nl. 19
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
2.4 HISTORIE Bij het Gelders Archief15 is geraadpleegd, maar er zijn geen voor het plangebied relevante gegevens voorhanden. Verder is Gelderland in beeld geraadpleegd.16 Deze informatiebron bevat geen relevante informatie voor of over het plangebied. De dijkring van de Liemers is rond 1328 gesloten.17 Het plangebied ligt in een omvangrijke “oude woongrond” gekarteerd in 1952.18 Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)19 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als een boomgaard, tuin en een erf met bebouwing in de westelijke helft.
Afbeelding 7. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Bron: hisgis.nl.
15
www.geldersarchief.nl
16
http://www.gelderlandinbeeld.nl
17
Willemse en Verhagen, 2006.
18
AWN.
19
bron: hisgis.nl 20
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Op de topografische kaart van 1850 (zie Afbeelding 10) is het plangebied bebouwd en gelegen tussen meerdere wegen die samenlopen in Pannerden. De omgeving bestaat op de topografische kaart van 1865 voornamelijk uit weilanden en bouwlanden met verschillende erven (zie Afbeelding 11). Op de topografische kaart van 1908 (zie Afbeelding 12) is een tweede gebouw verschenen in de zuidoostelijke hoek van het plangebied. Ten westen, aan de overkant van de weg, loopt tot 1937 een waterloop door Pannerden. In 1973 (zie Afbeelding 13) is het gebouw in de westelijke hoek afgebroken. Volgens Hugo van den Bogaard van de Heemkundekring Rijnwaarden is het gebouw (R.K. pastorie) rond 1964 vervangen voor het huidige gebouw (pastorie).20 Op basis van het Foto Archief van de Heemkundekring Rijnwaarden stonden de huidige pastorie en de oude pastorie in april 1967 nog naast elkaar (Afbeelding 8).21 In ieder geval is duidelijk dat de oude pastorie op ongeveer 15 m ten westen van de huidige pastorie heeft gestaan. De oude pastorie is waarschijnlijk rond 1891 gebouwd.22 Tussen 1973 en 2019 (zie Afbeelding 14) verandert er binnen het plangebied niets meer. In de omgeving van breidt de bebouwing van Pannerden zich enorm uit.
Afbeelding 8. De R.K. Pastorie van Pannerden. Datum onbekend. Bron: Heemkundekring Rijnwaarden.
20
Mail correspondentie d.d. 12 oktober 2023 tussen Hugo van den Bogaard en Ronny Kost.
21
heemkundekringrijnwaarden.nl.
22
Giesen, 1988. 21
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 9. De oude en nieuwe (rechterrand foto) R.K. Pastorie van Pannerden in april 1967. Bron: heemkundekringrijnwaarden.nl.
Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1850. Bron: topotijdreis.nl.
22
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1865. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart van 1908. Bron: topotijdreis.nl.
23
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 13. Uitsnede uit de topografische kaart van 1937. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 14. Uitsnede uit de topografische kaart van 1973. Bron: topotijdreis.nl.
24
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 15. Uitsnede uit de topografische kaart van 2019. Bron: topotijdreis.nl.
Afbeelding 16. Luchtfoto RAF 19 september 1944. Bron: Wageningen University & Research – Geoportal.
25
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Tweede Wereldoorlog Op de luchtfoto die genomen is op 19 september 1944 tijdens de operatie ‘Market Garden’ is de kern van Pannerden te zien bestaande uit verspreidde bebouwing (Afbeelding 16). Rondom de oude kern vallen vooral de boomgaarden op. Terwijl buiten de bebouwde kom vooral de akkers en bouwlanden zichtbaar zijn. In de westelijke hoek van het perceel is de pastorie zichtbaar. Op de luchtfoto zijn (nog) geen tekenen van linies of een andere militaire aanwezigheid aanwezig zijn. Op de IKME-kaart (zie Afbeelding 17) ligt het plangebied in de linie Noordoever-Rijn. Dit was een verlenging van de Westwall van de Duitsers om eventuele vijanden uit het zuiden op te kunnen vangen. Op de ruimingskaart van BeoBOM (zie Afbeelding 17) zijn drie EODD-ruimrapporten bekend.
Afbeelding 17. Uitsnede uit de IKME-kaart. Bron: ikme.nl.
26
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Afbeelding 18. Uitsnede uit de BeoBOM-ruimingskaart. Bron: beobom.nl
27
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. De pleistocene ondergrond bestaande uit afzettingen van vlechtende rivieren (Formatie van Kreftenheye) ligt op ongeveer 4,30 m -mv. Dit rivierterras werd vanaf ongeveer de Midden-Bronstijd afgedekt met Holocene afzettingen. In eerste instantie trad veengroei op. Vanaf ongeveer de Midden-IJzertijd werd het veen afgedekt met komklei. Op basis van de bodemkundige landschappenkaart ligt het plangebied op een oeverwal binnen een omvangrijke oude woongrond. Deze omvat ongeveer de oude kern van Pannerden. De oeverwal maakt niet direct deel uit van een stroomgordel, maar is ontstaan onder invloed van de nabijgelegen Waal en Herwen stroomgordels. Deze zijn de laatste 2000 jaar afgezet. Afgaande op de bodemkundige landschappenkaart ligt het plangebied binnen een oude woongrond (volgens de bodemclassificatie bekendstaand als tuineerdgronden). Deze oude woongronden liggen volgens de bodemkaart binnen een eenheid bestaande uit met zware zavel en lichte klei. Concluderend is er een bodemopbouw te verwachten met een profielopbouw van oeverafzettingen met een dikke Ahorizont-op-komafzettingen- (mogelijk op veen), bovenop een diepe pleistocene ondergrond.
In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen bekend. Resten uit deze periode kunnen ook in het plangebied worden verwacht. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als bebouwd erf met een boomgaard en tuin. Uit oude kaarten blijkt dat rekening is te houden met bodemverstoring als gevolg van bebouwing vanaf tenminste 1832.
3.2 VERWACHTINGSMODEL
Het onderzoek dient volgens het ‘Handboek archeologisch onderzoek Regio Arnhem, 2023’ antwoord te geven op de volgende vragen:
28
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
•
Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden?
Deze resten kunnen in de top van de natuurlijke ondergrond liggen, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag of op diepere niveaus. Het gaat dan ook om een gestapeld landschap. De exacte diepte van de oeverafzettingen en de maximale diepte waarop archeologisch relevante lagen kunnen worden aangetroffen zijn in dit stadium onbekend. Vanwege de grote diepte van de pleistocene afzettingen (grootteorde 4,0 m -mv) is de archeologische verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum weinig relevant voor dit onderzoek. De archeologische verwachting is hoog voor de Bronstijd tot Nieuwe tijd. In deze periode zijn archeologische resten bekend en op basis vanaf het vroegste historisch kaartmateriaal is er aldoor bewoning geweest. • Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben? Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).23 Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen.
Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder).
•
Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, hoe kan daar systematisch naar gezocht worden?
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een karterend booronderzoek. De prospectiekenmerken van de te verwachten complextypen rechtvaardigen in dit stadium een karterend onderzoek. Conform de Leidraad Karterend booronderzoek24 dienen daarbij 20 boringen per ha te worden gezet. Relevante lagen dienen daarbij te worden gezeefd over een maaswijdte van 4 mm of te worden versneden en verbrokkeld. Tijdens een karterend booronderzoek
wordt in vergelijking met een verkennend booronderzoek uitgegaan van een dichter boorgrid en is de diameter van de boorkop groter waardoor de kans op het aantreffen van vondsten vergroot wordt en de aan- of afwezigheid van een vindplaats meestal kan worden vastgesteld. Dit onderzoek geeft een relatief hoge kans de verwachte archeologische vindplaatsen op te sporen. Bij de beoordeling van deze rapportage en overleg hierover werd duidelijk dat beter was geweest dat methode C3 (boorgrid 17 x 20 m met een edelmanboor van 12 cm, waarbij het bemonsterde materiaal versneden en verbrokkeld wordt) was toegepast. Dat heeft te maken dat nog veel onbekend is over de landschappelijke opbouw voor het gebied met name rond de gemeenten Duiven en Zevenaar en dat de archeologische niveaus onduidelijk zijn.
23
bron: Tol e.a., 2006.
24
Tol e.a., 2012. 29
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
4V
ELDONDERZOEK
4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK
Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Voor het booronderzoek niet-toegankelijke en/of verstoorde delen zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld25 en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van karterende boringen. De karterende boringen hebben tot doel vindplaatsen op te sporen. Op basis van het verwachtingsmodel is karterend booronderzoek een effectieve onderzoeksmethode om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Conform de Leidraad Karterend Booronderzoek26 is uitgegaan van een boorgrid van 20 boringen per ha en zijn de boringen uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 12 cm.27 Relevante lagen van de boorkernen zijn op archeologische indicatoren versneden en verbrokkeld. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m.
Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 13. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 12.
4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
De boringen 4 en 6 zijn gestuit op puin of boomwortels. Overal is een dikke Ahorizont aangetroffen. In boring 1 bevond zich daaronder een opgebrachte laag, met
25
Wijnen, 2023.
26
Tol e.a., 2012.
27
Achteraf was de toepassing van methode C3 beter geweest, zie paragraaf 3.2. 30
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
daaronder vullingen, waarvan de bovenste gekarakteriseerd kan worden als een dikke A-horizont. Deze vullingen zijn tot de maximaal verkende diepte van 300 cm mv aangetroffen. In de boringen 3 en 5 is een dikke A-horizont bestaande uit drie à vier subhorizonten die in totaal absurde dikten van respectievelijk 220 en 240 cm bereiken. Onder de dikke A-horizont van slechts 70 cm dikte in boring 2 zijn oeverafzettingen aangetroffen tot 220 cm -mv. Omdat de oeverafzettingen tot 130 cm -mv zwak humeus zijn en archeologische indicatoren bestaande uit baksteen en houtskool bestaat, representeren de bovenste 60 cm van de oeverafzettingen mogelijk een spoor. Tussen 170 en 200 cm -mv is in boring 2 een laklaag aangetroffen. De extreem dikke A-horizont in boring 3 en 5, maar ook de dikke Ahorizont in boring 2 kan gekarakteriseerd worden als oude woongronden. Waarschijnlijk is deze extreme dikte van de A-horizont ontstaan door ophoging van het terrein. Vooruitlopend op de beschrijving van de archeologische resultaten in de volgende paragraaf moet de bovenste 130 cm (boven 11,77 à 11,92 m +NAP) van de dikke A-horizont, vanwege de aanwezige archeologische indicatoren, uit een ophoging daterend in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd bestaan. De subhorizonten van de dikke A-horizont eronder zijn waarschijnlijk eerder ontstaan dan de Late Middeleeuwen.
In boring 1 is een diep spoor aangetroffen, die mogelijk een waterput representeert. Vanwege de extreem dikke A-horizont, een spoor tot de maximaal verkende diepte in boring 1 en het stuitten van twee van de boringen is er geen heel goed gedifferentieerd beeld van de natuurlijke ondergrond (oeverafzettingen) ontstaan. In boring 2 zijn zwak zandige afzettingen aangetroffen, waarin één laklaag in herkend zijn. In boring 3 bestaan de oeverafzettingen vanaf 220 tot 280 cm -mv uit zwak humeuze, sterk zandige klei, die bovenin gelaagd is, waarin meerdere archeologische indicatoren zijn aangetroffen (verbrande leem, houtskool en aardewerk). Ook de eronder liggende afzettingen in boring 3 bestaan uit sterk zandige klei, maar verder uiterlijk niet humeus, bevat dergelijke archeologische indicatoren. Vanaf 240 cm -mv is in boring 5 eveneens deze afzetting bestaande uit sterk zandige klei aangetroffen. Vanwege de aangetroffen lithologie (sterk zandige klei) van de afzettingen in de natuurlijke ondergrond van boring 3 en 5 kan het ook om crevasseafzettingen gaan. Er zijn bij dit karterend booronderzoek zeer veel archeologische indicatoren aangetroffen. Als representatie van de profielopbouw wordt boring 3 beschreven:
•
0 tot 70 cm -mv (12,52 tot 13,22 m +NAP): bruingrijze, humeuze, zwak zandige klei met wat baksteen en houtskool en een beetje kolengruis, Ahorizont.
•
70 tot 130 cm -mv (11,92 tot 12,52 m +NAP): bruingrijze, humeuze, zwak zandige klei met wat baksteen en houtskool, A-horizont.
•
130 tot 190 cm -mv (11,32 tot 11,92 m +NAP): bruingrijze, humeuze, zwak zandige klei met wat houtskool, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken, A-horizont.
•
190 tot 220 cm -mv (11,02 tot 11,32 m +NAP): grijze, humeuze, zwak zandige klei met wat houtskool, aardewerkfragmentjes, verbrande leem, botstukjes en fosfaatvlekken, A-horizont.
•
220 tot 280 cm -mv (10,42 tot 11,02 m +NAP): grijze, zwak humeuze, sterk zandige klei, bovenin gelaagde klei met wat verbrande leem, houtskool en aardewerkfragmentjes, oeverafzettingen, C-horizont (wel met humusinspoeling).
•
280 tot 300 cm -mv (10,22 tot 10,42 m +NAP): lichtgrijze, sterk zandige klei met wat verbrande leem, houtskool en aardewerkfragmentjes, oeverafzettingen, C-horizont.
In de boringen die konden worden doorgezet tot de gewenste diepte zijn verschillen geconstateerd. In boring 1 zijn onder een dikke A-horizont zijn vullingen tot de 31
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
maximaal verkende diepte van 3,0 m aangetroffen. In één enkel profiel (boring 2) is een dikke A-horizont met daaronder oeverafzettingen met daarin een laklaag aangetroffen. Bij de extreem dikke A-horizont in boring 3 en 5 met veel archeologische indicatoren (aardewerkfragmentjes, verbrande leem, botfragmentjes, houtskool en baksteen in de bovenste 130 cm) gaat het mogelijk deels om ophogingen. In ieder geval lijkt er binnen het plangebied, ter hoogte van de huidige woning sprake te zijn van een verhoogde huisplaats. Er is in het plangebied een overwegend onverstoorde bodemopbouw aangetroffen. De gestuite boringen 4 en 6 representeren mogelijke verstoringen. In ieder geval is boring 6 ongeveer gezet ter hoogte van voormalige bebouwing die op de topografische kaarten van 1908 en 1937 staat aangegeven. De top van het archeologisch niveau in de vorm van de oeverafzettingen of archeologisch spoor (waarschijnlijke vulling van een waterput in boring 1 en mogelijk spoor in boring 2) bevindt zich op 70 à 240 cm -mv (10,67 à 12,60 m +NAP). Er zijn dan ook grote verschillen in de dikte van de humeuze bovenlaag variërend van 70 tot 240 cm dikte.
4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Er zijn binnen het plangebied veel archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, houtskool, bot, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken). Aan de hand van het type indicatoren kan deels bij benadering de ouderdom voor een aantal lagen en horizonten worden vastgesteld worden. In boring 1 waar tot de maximaal verkende diepte vullingen zijn vastgesteld zijn houtskool en baksteen als archeologische indicatoren vastgesteld. Deze vullingen, die waarschijnlijk een waterput representeren, moeten ergens in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd dateren. Hetzelfde geldt voor de bovenste twee subhorizonten van de A-horizont in boring 3 en bovenste subhorizont in boring 5, waarin in beide in de bovenste 130 cm (respectievelijk boven 11,52 en 11,77 m +NAP) baksteen is vastgesteld. In de subhorizonten eronder is geen baksteen aangetroffen en is het waarschijnlijk dat deze in de Late Middeleeuwen of vroeger zijn gevormd. Daar zijn archeologische indicatoren in de vorm van verbrande leem, houtskool, aardewerkfragmentjes en/of fosfaatvlekken en/of botstukjes aangetroffen. In de boringen 3 en 5 zijn in de oeverafzettingen eronder houtskool, aardewerkfragmentjes en verbrande leem (alleen in boring 3) aangetroffen. In boring 2 is baksteen in de dikke A-horizont en bovenin de er onderliggende oeverafzettingen aangetroffen.
De bovenste 60 cm van de oeverafzettingen zien er uiterlijk zo uit, maar representeren waarschijnlijk een spoorvulling (zwak humeus en houtskool en baksteen als archeologische indicator) uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd. Verder is houtskool aangetroffen in het gehele profiel, afgezien dan van de oeverafzettingen vanaf 200 cm -mv (11,30 m +NAP; onder de laklaag). In de laklaag van boring 2 zijn vanaf 170 cm -mv aardewerkfragmentjes (gruis) en verbrande leem aangetroffen. In de op boomwortels gestuite boring 4 is in de bovenste 40 cm houtskool en baksteen aangetroffen, terwijl vanaf 40 cm tot de maximaal verkende diepte van ongeveer 100 cm -mv aardewerkfragmentjes, houtskool en verbrande leem is aangetroffen. In de op puin of een fundering gestuite boring 6 is wat puin, baksteen en houtskool aangetroffen.
32
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
Boring
Diepte [cm -
Beschrijving
Datering
60 - 130/
2 fragmenten wit geglazuurd
Nieuwe Tijd
A-horizont
aardewerk, 1 fragment
mv]/eenheid 1
pijpaardewerk, 1 botfragment, twee fragmenten baksteen 3 3
130 – 190/
4 fragmenten handgevormd,
IJzertijd
A-horizont
gereduceerd aardewerk
190 – 220/
3 botfragmenten, 6
IJzertijd – Nieuwe
A-horizont
fragmenten handgevormd,
Tijd
gereduceerd aardewerk 3
220 – 280/
5 fragmenten handgevormd,
oeverafzettingen, C-
gereduceerd aardewerk
IJzertijd
horizont 3
280 – 300/
3 fragmenten handgevormd,
oeverafzettingen, C-
gereduceerd aardewerk
IJzertijd
horizont 4
A-horizont
5 fragmenten roodbakkend bouwkeramiek, 1 fragment verbande leem 3 fragmenten roodbakkend aardewerk
Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd
130 – 190/
1 fragment roodbakkend
IJzertijd – Nieuwe
A-horizont
aardewerk 2 fragmenten
Tijd
40 – 100/ A-horizont
5
5
0 – 130/
handgevormd, gereduceerd aardewerk 5
190 – 240/
2 fragmenten handgevormd,
IJzertijd – Nieuwe
A-horizont
gereduceerd aardewerk 1
Tijd
botfragment, 2 fragmenten verbrande leem 5
240 – 270/
2 fragmenten handgevormd,
oeverafzettingen, C-
gereduceerd aardewerk
IJzertijd
horizont 6
0 – 100/
1 fragment roodbakkend
IJzertijd – Nieuwe
A-horizont
aardewerk, 2 fragmenten
Tijd
handgevormd, gereduceerd aardewerk, 1 verbrand botfragment
Tabel 2. Vondstmateriaal (aardewerkdeterminatie, Ronny Kost, archeoloog).
33
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
5C
ONCLUSIE EN
VERWACHTING De conclusie wordt gegeven aan de hand van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.7. • Wat is de (geologische) samenstelling en opbouw van de ondergrond? Door grote verschillen in dikte van de humeuze bovenlaag variërend van 70 tot 240 cm dikte zijn er grote verschillen in diepte waarop de natuurlijke afzettingen in de vorm van oeverafzettingen of spoorvulling (waterput in boring 1 en mogelijk spoor in boring 2) zijn aangetroffen. In de boringen 3 en 5 zijn oude woongronden aangetroffen, die respectievelijk een dikte hebben van 220 cm en 240 cm. Omdat niet overal en/of zeer beperkt de natuurlijke ondergrond verkend kon worden, kon geen duidelijke differentiatie in horizontale en verticale zin gemaakt worden. In boring 1 zijn oeverafzettingen met één laklaag aangetroffen. Vanwege de aangetroffen lithologie (sterk zandige klei) van de afzettingen in de natuurlijke ondergrond van boring 3 en 5 kan het ook om crevasseafzettingen gaan.
•
Welk bodemprofiel is aanwezig en is deze intact? Er is voornamelijk een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen met een dikke tot extreem dikke A-horizont (tot maar liefst 240 cm -mv) aangetroffen. Het gaat om oude woongronden, waarbij waarschijnlijk nog een ophoging aanwezig is (opgehoogde huisplaats). Daaronder is de natuurlijke ondergrond bestaande uit oever- en/of crevasseafzettingen en archeologische sporen aangetroffen (waterput of gracht in boring 1 en een spoor, ongedifferentieerd in boring 2, beide ergens daterend in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd).
•
Zijn in het plangebied indicatoren gevonden die (kunnen) wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats? Boring 4 is vroegtijdig gestuit door boomwortels en boring 6 door puin of een oude fundering in de ondergrond. Ter hoogte van boring 6 staat op de topografische kaart uit 1908 en 1937 een woning aangegeven. Verder zijn er veel archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, houtskool, bot, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken). De aardewerkfragmenten dateren waarschijnlijk voornamelijk uit de IJzertijd en in mindere mate uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. De meeste archeologische indicatoren zijn in de A-horizont aangetroffen, met name in de boringen 3 en 5 waar een extreem dikke A-horizont is aangetroffen met meerdere subhorizonten (oude woongronden). In de oeverafzettingen van de boringen 2, 3 en 5 zijn verschillende archeologische indicatoren op verschillende niveaus aangetroffen. In de boringen 1, 3 en 5 zijn
34
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
archeologische indicatoren aangetroffen tot ongeveer tot de maximaal verkende diepte van 3,0 m -mv.
•
Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten? Ter hoogte van boring 1 en 2 zijn sporen uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd aangetroffen. Boring 6 is waarschijnlijk begin deze eeuw bebouwd geweest. Vrijwel overal zijn archeologische indicatoren aangetroffen, behalve dan in de oeverafzettingen in boring 2, afgezien dan de laklaag in boring 2. De bovenste 130 cm (boven 11,77 à 11,92 m +NAP) van de dikke A-horizont in boring 3 en 5, bestaat vanwege de aanwezige archeologische indicatoren (baksteen en aardewerk uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd), uit een ophoging daterend in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd.
•
Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? Er zijn binnen het plangebied veel archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, houtskool, bot, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken). De aardewerkfragmenten dateren waarschijnlijk voornamelijk uit de IJzertijd en in mindere mate uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd.
•
Wordt de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek bevestigd door het veldonderzoek? De archeologische verwachting is hoog voor de IJzertijd tot Nieuwe tijd. Waarschijnlijk is er sprake van een opgehoogde huisplaats. Deze kan mogelijk in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd dateren. In het oostelijke rivierengebied zijn deze vaak na de bedijking aangelegd (rond 1328 na Chr.). Na de bedijking waren de gevolgen bij een overstroming vaak catastrofaler dan in de perioden daarvoor.
•
Wordt het (potentiële) archeologische niveau verstoord door de ontwikkeling binnen de projectlocatie? Op basis van het onderzoek wordt het hoogste archeologische niveau verwacht vanaf 12,60 m + NAP. Met een buffer van 30 cm om de archeologie te beschermen, moet ervanuit gegaan worden dat archeologische resten bij de voorliggende plannen zullen worden verstoord.
35
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar, Gelderland
6S
ELECTIEADVIES
Er is voornamelijk een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen met een dikke tot extreem dikke A-horizont (tot maar liefst 240 cm -mv) aangetroffen. Het gaat om oude woongronden, waarbij waarschijnlijk nog een ophoging aanwezig is (opgehoogde huisplaats, mogelijk uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd; na de bedijking rond 1328). Daaronder is de natuurlijke ondergrond bestaande uit oeveren/of crevasseafzettingen en archeologische sporen aangetroffen (waterput of gracht in boring 1 en een spoor, ongedifferentieerd, beide ergens daterend in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd). Er zijn binnen het plangebied veel archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, houtskool, bot, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken). De aardewerkfragmenten dateren waarschijnlijk voornamelijk uit de IJzertijd en in mindere mate uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. Op basis van het onderzoek wordt het hoogste archeologische niveau verwacht vanaf 12,60 m + NAP. Met een buffer van 30 cm om de archeologie te beschermen kunnen alleen de ontwikkelingen die gaan tot een diepte van 12,90 m + NAP worden vrijgegeven. Voor de overige ingrepen moet er eerst een vervolgonderzoek plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.