CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. 1204152 D - 150124_RO_ Eltenseweg 1a Babberich_01-2024

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/24/468629 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning en hogere grenswaarde voor realisatie van een woning ter plaatse van de Eltenseweg 1A te Babberich26.041 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Zevenaar Ruimtelijke Onderbouwing Projectafwijkingsbesluit Eltenseweg 1a te Babberich

15 januari 2024 www.paulstaats.com

Eltenseweg 1a, Babberich 2

Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding en procedure ............................................................................................................ 3 1.2 Ligging plangebied........................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4 2. Het voorliggende plan ........................................................................................................................... 4 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 4 2.2 Toekomstige situatie .................................................................................................................... 4 3. Beleidskader ............................................................................................................................................... 6 3.1 Rijksbeleid .........................................................................................................................................

6 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 6 3.3 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................................... 6 3.3.1. Structuurvisie Zevenaar ...................................................................................................... 6 3.3.2. Vigerend bestemmingsplan .............................................................................................. 7 4. Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................................ 8 4.1 Milieu ................................................................................................................................................... 8 4.1.1. Bodem ........................................................................................................................................ 8 4.1.2. Lucht ........................................................................................................................................... 9 4.1.3. Geluid ....................................................................................................................................... 10 4.1.4.

Geur .......................................................................................................................................... 12 4.1.5. Externe veiligheid ................................................................................................................ 12 4.1.6. Milieuzonering...................................................................................................................... 19 4.2 Water ................................................................................................................................................. 19 4.3 Ecologie............................................................................................................................................. 21 4.4 Verkeer .............................................................................................................................................. 22 4.5 Cultuurhistorie en archeologie .............................................................................................. 22 4.6 Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................ 23 4.6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................................

23 4.6.2 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................... 24 Bijlagen................................................................................................................................................................. 25 1.

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Rapportage verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem en puin Eltenseweg 1a te Babberich; Econsultancy, 7 juli 2022. Akoestisch onderzoek verkeerslawaai bouwplan Eltenseweg 1a te Babberich; Buijvoets bouw- en geluidsadvisering, 6 december 2023. Akoestisch onderzoek industrielawaai bouwplan Eltenseweg 1a te Babberich; Buijvoets bouw- en geluidsadvisering, 14 juni 2022. Nieuwbouw woning Eltenseweg 1a Babberich, Rapport karakteristieke geluidswering; Hurenkamp Architecten & Adviseurs, 11 december 2023. Quickscan Wet natuurbescherming, Eltenseweg 1a te Babberich; Econsultancy, 22 juni 2022. Rapportage Stikstofdepositie Nieuwbouw woonhuis Eltenseweg 1a te Babberich; S&W Bouwkundig Ingenieurs, 11 januari 2024.

Eltenseweg 1a, Babberich 3

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en procedure

De initiatiefnemer is voornemens om in de noordwestelijke hoek het perceel van de Eltenseweg 1a een nieuwe woning te realiseren. In de huidige situatie is het perceel braakliggend. Op het perceel is recent een schuur afgebroken. Het initiatief is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan ‘buitengebied Zevenaar Noord 2018’. Daarin kent het perceel de bestemming ‘recreatie’. Om de ontwikkeling van de woning mogelijk te maken wordt een concreet bouwplan vergezeld door deze ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen op de hoek Eltenseweg-Beekseweg (N812), ten oosten van de kern Babberich en de spoorlijn Zevenaar-Emmerich (D). De directe omgeving van het perceel wordt gekenmerkt door open lintbebouwing aan de Beekseweg en Camping Campschroer "Steernebosch". Onderstaande luchtfoto geeft de ligging van het plangebied in zijn omgeving weer. Het plangebied is kadastraal bekend binnen kadastrale gemeente Oud-Zevenaar sectie D, nummer 1501 en 2669. De oppervlakte meet circa 1.460 m2.

Globale ligging plangebied

Eltenseweg 1a, Babberich 4

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het plan beschreven. Hoofdstuk 3 geeft het relevante rijks-, provinciale- en gemeentelijk beleid weer, alsmede de van toepassing zijnde wetgeving. In hoofdstuk 4 wordt het project op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en de van toepassing zijnde milieuregelgeving; ook de economische haalbaarheid komt hier aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid; hierbij zullen te zijner tijd de uitkomsten van het voorgeschreven overleg en de ingekomen zienswijzen worden opgenomen.

2.

Het voorliggende plan

In dit hoofdstuk komt het voorliggende plan aan de orde; daarbij wordt eerst ingegaan op de bestaande functie en de bestaande bebouwing, ook in relatie tot de omgeving. Vervolgens wordt het nieuwe plan toegelicht in dezelfde context.

2.1

Bestaande situatie

De identiteit van de Beekseweg werd lange tijd gekenmerkt door lintbebouwing en vergezichten over het landschap. Eind jaren ’70 verschenen de eerste recreatieparken in de omgeving, en steeds meer wordt het landschap hierdoor gedomineerd. Het plangebied is gelegen op de hoek van de Beekseweg en de Eltenseweg in Babberich. Ten oosten en zuiden van het plangebied is Camping Campschroer "Steernebosch" gelegen. De camping wordt grotendeels gekenmerkt door stacaravans en chalets. Ten westen zijn voornamelijk vrijstaande woningen aanwezig. De Beekseweg is de doorgaande weg N812 tussen Babberich en A12. Het perceel is nu braakliggend. In het verleden heeft op het perceel een schuur gestaan. Deze is recent gesloopt. Aan de Eltenseweg zijn enkele volwassen laanbomen aanwezig, welke behouden blijven. Ook de bomen aan de Beekseweg blijven de behouden.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens om op het perceel een woning te realiseren. De inrit van de woning komt aan de Eltenseweg. De woning wordt aan twee zijden georiënteerd zodat het ook naar de Beekseweg een uitnodigende uitstraling heeft. De situering van de woning past in het historische beeld van de lintbebouwing lang de Beekseweg. De woning neemt op deze manier het zicht weg van de achtergelegen camping. Het plangebied is nu nog onderdeel van het perceel van de camping. Een groene

Eltenseweg 1a, Babberich 5

erfafscheiding zorgt voor privacy voor de nieuwe woning. Op het ruime, nieuwe erf komt voldoende ruimte voor parkeren voor bewoners en bezoekers.

Bestaande situatie, nog inclusief met reeds gesloopte schuur.

Beoogde toekomstige situatie

Eltenseweg 1a, Babberich 6

3.

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid van het rijk in het perspectief van 2028 en 2040. In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Onderhavig plan maakt één nieuwe woning mogelijk. De SVIR laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. Het voornemen raakt dan ook geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR.

3.2

Provinciaal beleid

De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. De laatste Omgevingsverordening is van 2021. De omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie Gaaf Gelderland beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema’s, te weten energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik De provincie en partners bezien nieuwe ontwikkelingen in samenhang met de bestaande voorraad. Als leidend principe wordt de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik gehanteerd. De juridische basis hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de toevoeging van één woning in het bestaande lint van de Beekseweg is het plan niet strijdig met provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1.

Structuurvisie Zevenaar

In februari 2013 heeft de gemeenteraad de aangepaste Structuurvisie 'Samen kijken naar de toekomst 2012- 2030' vastgesteld. De visie is opgesteld als kader voor het ruimtelijk beleid tot het jaar 2030 en betreft het gehele grondgebied van Zevenaar. In de Structuurvisie wordt ingezet op een vijftal hoofdopgaven:

Eltenseweg 1a, Babberich 7

1. Versterken van de identiteit van Zevenaar met aandacht voor de diversiteit in landschappen, kernen en functies; 2. Voldoende plek voor stedelijke ontwikkelingen tot 2030; 3. Behoud van kwalitatief goede woon- en werkgebieden en goede voorzieningen; 4. Tegengaan van versnippering van de leefomgeving inclusief het leefbaar houden van de kernen; 5. Nadrukkelijker inzetten op een duurzame ontwikkeling. De opgaven worden benaderd vanuit de drie kernwaarden: 'verbinden', 'diversiteit' en 'kwaliteit'. Deze kernwaarden vormen de rode draad van waaruit de gemeente de komende jaren werkt. Op het gebied van wonen zijn de volgende hoofddoelen geformuleerd: •

Voldoende passende woonruimte, aansluitend op de bevolkingsontwikkeling en inzetten op vergroten van het aandeel vestigers ter ondersteuning van het behoud van de streekfunctie van het voorzieningenapparaat.

•

Het behouden en realiseren van goed bereikbare woongebieden.

•

Het behouden en waar noodzakelijk versterken van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving.

•

Het bieden van de juiste condities voor levensloopbestendige wijken en dorpen.

•

Inspelen op veranderende vragen.

•

Aansluiten bij de vraag naar diverse woonmilieus.

3.3.2.

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord 2018 vastgesteld op 10 juni 2020. Daarmee werden de verschillende bestemmingsplannen voor het hele buitengebied, na de gemeentelijke herindeling, met elkaar gesynchroniseerd. Het plan kent een conserverende instelling en neemt weinig ontwikkelingen mee. Het plangebied heeft hier de enkelbestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie’, met de functie aanduiding specifieke vorm van recreatie - 2. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie hoge verwachting’.

Eltenseweg 1a, Babberich 8

Vigerend bestemmingsplan en aanduiding van nieuw woonperceel (rood kader).

De beoogde woning is strijdig met de bestaande bestemming en reden voor deze ruimtelijke onderbouwing. De Onderbouwing maakt onderdeel uit van het ‘Projectafwijkingsbesluit’ en maakt de woning mogelijk.

4.

Uitvoerbaarheid

4.1

Milieu

4.1.1.

Bodem

De Wet Bodembescherming (Wbb) vereist dat wordt aangetoond dat de kwaliteit van bodem en grondwater voldoet aan de normen voor wonen; hiertoe is door Econsultancy een bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1) met volgende conclusies: •

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De boven- en ondergrond zijn plaatselijk bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak grindig.

•

De bovengrond ter plaatse van de parkeerplaats bestaat volledig uit puingranulaat. Het puingranulaat is samengesteld uit bakstenen, beton, aardewerk en plastic. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen en bijzonderheden waargenomen.

•

Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie met betrekking tot de chemische parameters onderzocht dient te worden

Eltenseweg 1a, Babberich 9

volgens de strategie “Onverdacht” (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. •

Uit de resultaten is gebleken dat in de bodem geen verontreinigingen zijn geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Deze metaalverontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater.

•

Gelet op het regionale karakter van de lichte metaalverontreinigingen in het grondwater en het ontbreken van verontreinigingen in de grond kan de onderzoekslocatie als "onverdacht" ten opzichte van haar omgeving worden beschouwd. Er bestaan met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

•

Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten.

•

In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond.

•

De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, verworpen. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem en puin. In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen.

•

Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2.

Lucht

Ten aanzien van de luchtkwaliteit gaat het om twee aspecten. Ten eerste moet de kwaliteit ter plaatse geen belemmering zijn voor de nieuwe functie en ten tweede mag de nieuwe functie zelf de bestaande luchtkwaliteit niet boven de geldende normen beïnvloeden. De Wet milieubeheer geeft aan dat ter plaatse de belangrijkste stoffen PM10 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide) niet meer mogen bedragen dan 40 ug/m3. De Wet milieubeheer maakt voor luchtkwaliteitseisen een verschil tussen kleine en grote projecten; kleine projecten dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

Eltenseweg 1a, Babberich 10

Volgens de kaarten van de Atlas Leefomgeving bedragen de waarden voor luchtkwaliteit 18-20 ug/m3 voor NO2 en 16-17 m3 voor PM10; beide dus ruim onder de grenswaarden. De bijdrage van één woning aan de verslechtering van de luchtkwaliteit kan als verwaarloosbaar worden beschouwd en valt in elk geval onder het begrip NIBM. Tevens zijn door S&W Bouwkundig Ingenieurs in januari ’24 voor de realisatie (aanleg)- en gebruiksfase van de woning, met behulp van de AERIUS Calculator, berekeningen gemaakt om te kunnen bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden (zie bijlage 6). De nieuw te bouwen woning wordt niet voorzien van een gasaansluiting maar zal worden verwarmd d.m.v. een warmtepomp. Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn dan ook alleen de voertuigbewegingen van belang. Hierbij is uitgegaan van totaal 8,2 ritten per etmaal. Naast de gebruiksfase is ook de realisatiefase berekend. Met behulp van de AERIUS Calculator zijn berekeningen opgesteld voor de realisatie- en de toekomstige gebruiksfase. Uit de berekeningen volgt voor beide fasen geen bijdrage van stikstofdepositie. Er is gebruik gemaakt van de AERIUS-Calculator versie 2023.1. Hieruit kan worden geconcludeerd dat geen vergunningsplicht geldt op grond van de Wet natuurbescherming. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3.

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) regelt in welke mate geluid het woonmilieu mag belasten. Met name geluidgevoelige objecten als woningen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Voor deze bescherming worden zoneringen opgesteld waarbinnen het bevoegd gezag grenswaarden bepaald. De belangrijkste bronnen van geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Wegverkeerslawaai De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen een geluidszone bedraagt 48 dB. Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is uitsluitend mogelijk indien een hogere waarde wordt vastgesteld. Door Buijvoets is akoestisch onderzoek verricht naar verkeerslawaai (zie bijlage 2). Hieruit volgen deze conclusies: •

De geluidbelasting t.g.v. de N812 en Ravenstraat incl. aftrek bedraagt maximaal 57 respectievelijk 41 dB.

•

Voor de Ravenstraat wordt de ambitie- en plafondwaarde van het beleid en de voorkeursgrenswaarde van 48 dB van de Wet geluidhinder niet overschreden.

Eltenseweg 1a, Babberich 11

•

Voor de N812 wordt de ambitie- en plafondwaarde van het beleid en de voorkeursgrenswaarde van 48 dB van de Wet geluidhinder overschreden. De maximaal toelaatbare hogere grenswaarde van 53 dB conform de Wet geluidhinder voor een nieuwe woning wordt ook overschreden. Een oplossing is : - de woning wordt 20 graden verdraaid zodat de voorgevel nagenoeg evenwijdig aan de N812 ligt en de oostgevel minder wordt belast; -

de voorgevel wordt uitgevoerd als een “dove gevel” (geen bewegende delen).

Onder deze voorwaarden is de geluidbelasting in de overige rekenpunten maximaal 53 dB. In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere waarde alleen kan worden verleend indien: “Toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidsgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.” De maatregelen die voor de woning getroffen dienen te worden om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen, ontmoeten overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. De maatregelen aan de gevels zijn het meest doelmatig. Door Hurenkamp Architecten & Adviseurs is een akoestisch rapport uitgevoerd naar de karakteristieke geluidwering van de gevels van de nieuwbouwwoning aan de Eltenseweg 1a te Babberich. Metingen hebben uitgewezen dat er een hogere geluidbelasting op de noord- en oostgevels aanwezig is als gevolg van wegverkeer (N812).

De berekeningen in dit onderzoek wijzen uit dat met de aangehouden bouwkundige uitgangspunten wordt voldaan aan de nieuwbouweisen van het Bouwbesluit 2012. Conform het geluidsrapport van Buijvoets wordt de noordgevel (voorzijde) uitgevoerd als dove gevel. Industrielawaai Tevens is door Buijvoets akoestisch onderzoek verricht naar de geluidbelasting t.g.v. de camping “Campschroer Steernebosch” op de gevels van de nieuwe woning (zie bijlage 3). Het doel van dit onderzoek is na te gaan of de inrichting geen geluidoverlast zal veroorzaken bij de geplande woning van derden om aan de geluidnormen van het gemeentelijk geluidbeleid te kunnen voldoen en welke maatregelen eventueel mogelijk zijn. Het onderzoek brengt de geluidssituatie in beeld zodat kan worden bepaald of in dit geval wordt voldaan aan het principe van een goede ruimtelijke ordening voor de bestemmingswijziging.

Eltenseweg 1a, Babberich 12

Tevens heeft het onderzoek tot doel om na te gaan in hoeverre de inrichting kan voldoen aan de voorschriften uit het Activiteitenbesluit. Uit het onderzoek volgen deze conclusies: •

In het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de geplande woning moet de laagbouw worden aangeduid als “niet wonen” of een geluidsscherm worden geplaatst. De initiatiefnemer kiest voor een 2 m hoog scherm. Het zwembad is alleen overdag geopend.

•

Omdat conform art 2.18 lid 1a van het Activiteitenbesluit stemgeluid van de camping niet wordt getoetst zal de geluidbelasting LAr,LT nog aanzienlijk lager zijn waarmee de camping zeer ruim aan de normen kan voldoen. Het betreft dan alleen het rijden van voertuigen en grasmaaien op de camping. De camping wordt dus door de geplande woning niet extra beperkt in de activiteiten.

Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4.

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft hiervoor normen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van een geprojecteerde veehouderij. De Wgv heeft hierbij betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging worden nagegaan of een in de omgeving gelegen veehouderij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Het vaststellen van de bestemming wonen betekent het realiseren van een geurgevoelige functie; om te bezien of er sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat moet worden gekeken naar de invloed van het dichtstbijzijnde veehouderijbedrijf. Aangezien in de omgeving geen intensieve veehouderij voorkomt zijn alleen de vaste afstandsnormen voor melkrundvee van toepassing. Deze afstandsnorm bedraagt 50 m in een situatie buiten de bebouwde kom. De voorgenomen woonbestemming ligt in het buitengebied. De afstand tot een melkrundveebedrijf beslaat veel meer 50 m. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.5.

Externe veiligheid

Bij een ruimtelijk plan bestaat de verplichting in te gaan op het beperken en beheersen van de risico’s voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze verplichting komt voort uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid

Eltenseweg 1a, Babberich 13

transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare objecten waaronder woningen. De externe veiligheid wordt bepaald door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in en rond het plangebied. Veiligheidsafstanden tussen activiteiten met gevaarlijke stoffen en kwetsbare objecten, zoals woningen moeten ervoor zorgen dat bij een eventuele calamiteit het aantal slachtoffers beperkt blijft. De wet maakt hierbij onderscheid in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) ; het plaatsgebonden risico is gebonden aan de kans op een dodelijk ongeluk; het groepsrisico slaat op het mogelijk aantal slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Op basis van de EV-signaleringskaart is een beoordeling gemaakt van de EV- situatie. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende risicobronnen geïnventariseerd: - in oostelijke richting twee hogedruk aardgastransportleidingen van Gasunie; - in zuidwestelijke richting de Betuwespoorlijn; - in oostelijke richting de Rijksweg A12; - in zuidelijke richting het aardgasexportstation A-181 van Gasunie. In de volgende figuur worden de geïnventariseerde risicobronnen getoond.

Eltenseweg 1a, Babberich 14

De nieuw te realiseren woning wordt conform artikel 1, eerste lid letter l, sub a van het Bevi als een kwetsbaar object aangemerkt. Voor kwetsbare objecten geldt een grenswaarde voor het PR10 -6 per jaar. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie komen dus in de omgeving van de planlocatie risicovolle inrichtingen, buisleidingen en of risicovolle transportroutes voor. Er wordt verder ingegaan op de geïnventariseerde risicobronnen. Hogedruk aardgastransportleiding (Bevb) De planlocatie ligt op ruim 120 meter vanaf twee hogedruk aardgastransportleidingen met de volgende kenmerken:

In de volgende afbeelding is de ligging van de ruimtelijke ontwikkeling ten opzichte van het invloedsgebied en de 100% letaliteitszone getoond.

De planlocatie ligt zowel binnen het invloedsgebied, het rood gearceerde gebied dat begrensd wordt door de blauwe lijn in de figuur hierboven, als binnen de 100% letaliteitszone, begrensd door de blauwe onderbroken lijn, van de twee hogedruk aardgastransportleidingen. Als een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding plaatsvindt moet deze aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) worden getoetst.

Eltenseweg 1a, Babberich 15

Op grond van het Bevb moet worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10 -6 per jaar, de ligging van het plangebied ten opzichte van de belemmeringenstrook en het groepsrisico moet worden beoordeeld en verantwoord. Plaatsgebonden risico Op een afstand van 5 meter vanaf het hart van de twee hogedruk aardgastransportleidingen bedraagt het plaatsgebonden risico minder dan 10 -6 per jaar. Dit houdt in dat de ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde van het PR10 -6 per jaar. Belemmeringenstrook De hogedruk aardgastransportleidingen hebben een werkdruk van maximaal 66,2 bar. Voor buisleidingen met een druk groter dan 40 bar bedraagt de belemmeringenstrook 5 meter aan weerszijden van de leiding. De planlocatie ligt hier ruimschoots buiten en is de belemmeringenstrook verder niet relevant voor het ruimtelijk plan.

Eltenseweg 1a, Babberich 16

Groepsrisico Van ruimtelijke ontwikkelingen die binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding plaatsvinden moet het groepsrisico worden beoordeeld en moet worden verantwoord. Het ruimtelijk plan heeft betrekking op het mogelijk maken van een nieuwe woning. Voor een woning wordt gerekend met een populatiegrootte van 2,4 personen die overdag 50% van de tijd aanwezig is en ‘s nachts 100%. Het ruimtelijk plan ligt in een omgeving waarvan het berekende groepsrisico lager is dan 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. De toename van het groepsrisico van 1 woning is voor de berekening van de hoogte van het groepsrisico verwaarloosbaar en levert geen toename op. De vrijstaande hoekwoning aan twee wegen kan weinig problemen geven ten aanzien van de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten. De verantwoording groepsrisico is een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag waarin zij het restrisico accepteert. Eventueel kan hier de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), in samenspraak met de VGGM desgevraagd, nog in adviseren. Betuwespoorlijn en A12 (Bevt) De planlocatie ligt op ruim 250 meter vanaf de Betuwespoorlijn en circa 900 meter vanaf de Rijksweg A12, beide zijn transportroutes voor gevaarlijke stoffen die onderdeel vormen van respectievelijk het Basisnet spoor en het Basisnet weg.

Eltenseweg 1a, Babberich 17

De planlocatie ligt buiten de toetsingsafstand van 200 meter (blauwe lijn), zoals is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit betekent dat de hoogte van het groepsrisico niet hoeft te worden beoordeeld. Ook het plaatsgebonden risico 10 -6 per jaar is in verband met de grote afstand tussen de planlocatie en de A12 niet relevant. Daarentegen ligt de planlocatie wel binnen het invloedsgebied van de Betuweroute ter grootte van 460 meter vanwege het transport van zeer brandbare gassen en tevens binnen het invloedsgebied ter grootte van circa 4 km ten gevolge van het transport van zeer toxische gassen en vloeistoffen. De planlocatie ligt tevens binnen het invloedsgebied van de A12 ter grootte van 4 km ten gevolge van het transport van toxische gassen en vloeistoffen. De invloedsgebieden zijn grijs gearceerd weergegeven. Omdat de planlocatie binnen het invloedsgebied van de Betuwespoorlijn en de A12 ligt, dient het groepsrisico te worden verantwoord. Door de toename van 2,4 personen levert dit geen toename op van het groepsrisico, derhalve kan op grond van artikel 7 en 9 worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De vrijstaande hoekwoning aan twee wegen kan weinig problemen geven ten aanzien van de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van hulpdiensten.

De verantwoording groepsrisico is een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag waarin zij het restrisico accepteert. Eventueel kan hier de ODRA, in samenspraak met de VGGM desgevraagd, nog in adviseren. In verband met de ligging binnen het invloedsgebied veroorzaakt door het transport van toxische gassen en vloeistoffen kunnen de volgende maatregel worden voorgeschreven: Ramen, deuren en ventilatieopeningen moeten afsluitbaar zijn en de mechanische ventilatie moet uitgeschakeld kunnen worden. Het plan houdt hier rekening mee. Aardgasexportstation (Bevi) De planlocatie op circa 400 meter vanaf het aardgasexportstation van Gasunie. Het gasexportstation is een inrichting die onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) valt. Voor deze inrichting is in 2019 een QRA opgesteld, waarin de ligging van het PR10 -6 is berekend en de hoogte van het groepsrisico is bepaald. Op grond van het Bevi dient een ruimtelijk plan te worden getoetst aan de grenswaarde van het PR10 -6 per jaar en dient de hoogte van het groepsrisico te worden bepaald en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De ligging van het exportstation met de bijbehorende veiligheidszones is hieronder getoond.

Eltenseweg 1a, Babberich 18

Plaatsgebonden risico De ligging van het PR10 -6 wordt met de rode lijn weergegeven. De planlocatie ligt ruimschoots buiten het PR10 -6 per jaar. Het ruimtelijk plan voldoet hiermee aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico. Groepsrisico Het plangebied ligt daarentegen wel binnen het PR10 -8, het invloedsgebied van het exportstation. Dit houdt in dat de hoogte van het groepsrisico moet worden bepaald en dient te worden verantwoord. Het in de QRA berekende groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Door toevoeging van slechts 1 woning met 2,4 personen aan de rand van het invloedsgebied zal dit niet leiden tot een toename van het groepsrisico.

Eltenseweg 1a, Babberich 19

De verantwoording groepsrisico is een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag waarin zij het restrisico accepteert. Eventueel kan hier de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA), in samenspraak met de VGGM desgevraagd, nog in adviseren. Geconcludeerd kan worden dat het plan uitvoerbaar is met betrekking tot het aspect externe veiligheid.

4.1.6.

Milieuzonering

In de naaste omgeving van de planlocatie zijn geen inrichtingen aanwezig waarvoor een toetsing noodzakelijk is voor het aspect milieuzonering, afgezien van de bestaande camping. De camping met zwembad gaat niet meer behoren bij de woonlocatie en hiervoor geldt dan een grootste richtafstand van 50 meter voor geluid. Aan deze afstand wordt niet voldaan. Voor de camping is akoestisch onderzoek gedaan, zie paragraaf 4.1.3. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid en dus ook ten aanzien van de milieuzonering.

4.2

Water

Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Er is meer ruimte nodig voor water, omdat klimaatverandering zorgt voor hoge piekafvoeren in de zomer en een gemiddeld hogere waterafvoer in de winter. Het gaat ook om langduriger periodes van droogte en om extreem warm weer, waar vooral stedelijk gebied last van kan hebben. Ook veranderingen in ruimtegebruik hebben gevolgen voor het waterbeheer. Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerplan 2016-2021 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap t/m 2021 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft. Het waterschap laat in het waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn. Vanuit die verkenning is er beleid gemaakt voor de periode 2016-2021, voor de volgende taakgebieden: •

Veilig water - Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid;

•

Voldoende water - Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen;

•

Schoon water - Zorgen voor een goede waterkwaliteit voor mens, plant en dier;

•

Afvalwater - Verwerken van afvalwater en het daaruit benutten van energie en grondstoffen;

•

Vaarwegbeheer - Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel.

Eltenseweg 1a, Babberich 20

Beheer en onderhoud De voorgenomen ontwikkelingen vormen geen belemmering voor het reguliere beheer en onderhoud van het watersysteem. Het oppervlaktewaterpeil wordt binnen gewenste of vastgestelde marges gehandhaafd. Wijzigingen aan het watersysteem en werkzaamheden in de keurzone dienen met een watervergunning te worden uitgevoerd. Waterveiligheid en waterkeringen Het winterbed van rivieren en waterkeringen met bijbehorende beschermingszones hebben als primaire functie het bieden van veiligheid tegen overstromingen. De ontwikkeling belemmert het functioneren van de waterkering niet. Voor werkzaamheden in de keurzone van de waterkering wordt in overleg met het waterschap een watervergunning aangevraagd. Klimaatadaptatie Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Als dit hemelwater niet vertraagd wordt afgevoerd wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar naar benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Uitgangspunt is dat (nieuwe) ontwikkelingen minimaal hydrologisch neutraal zijn of een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Door de ontwikkelingen in het plangebied neemt het verhard oppervlak toe met circa 200 m2.

Daarnaast is het mogelijk om ook bestaand verhard oppervlak af te koppelen van het rioolstelsel zodat de kans op wateroverlast door toekomstige regenbuien wordt verminderd. Het gaat hierbij om maximaal 100 m2. Om wateroverlast te voorkomen wordt het hemelwater niet afgevoerd naar het rioolstelsel maar volgens de trits vasthouden - bergen – afvoeren behandeld. Het hemelwater wordt ter plaatse geborgen in infiltratie- of waterbergende voorzieningen. Op deze wijze kan regenbui T=100+10% worden opgevangen in het plangebied tot aan maaiveld of op maaiveld geborgen worden zonder dat waterschade optreedt, en vertraagd worden afgevoerd. Bij voorkeur worden natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, regionale bergingsgebieden en overstromingsvlaktes niet bebouwd. Het plangebied beoogt geen kapitaalintensieve bouwwerken in deze gebieden. Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden. Om de kwaliteit van het water te waarborgen, worden de volgende maatregelen getroffen: een bodempassage middels een wadi. Riolering en Afvalwaterketen

Eltenseweg 1a, Babberich 21

Een toename van het afvalwater heeft effect op het functioneren van de afvalwaterketen. Het (gemeentelijk) rioolstelsel, de gemalen (overnamepunten) en de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen de toename van afvalwater van verwerken zonder daarmee het milieu zwaarder te belasten. Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en zal ter plaatse infiltreren/geborgen worden. Tot slot worden in de milieuzone van de RWZI of rioolgemaal geen hindergevoelige functies opgenomen, die het functioneren van de installatie nu of in de toekomst kunnen belemmeren. Grondwaterbeheer De ontwikkeling leidt niet tot wijziging van de grondwaterstand. Er wordt niet gebouwd in een gebied met een hoge grondwaterstand of kwel. De bouwwijze is aangepast aan de grondwaterstand en zettingsgevoeligheid van de bodem door ophoging van het maaiveld, kruipruimteloos bouwen, waterdicht bouwen, passende fundering, etc. Om de bestaande grondwaterstanden op peil te houden worden maatregelen genomen om neerslag in de bodem te infiltreren of in andere voorzieningen vast te houden of te bergen. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse en in de omgeving van het plangebied. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en bosopstanden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in Gebiedsbescherming en Soortenbescherming. De gebiedsbescherming betreft de Natura 2000 gebieden, waarbij ook de negatieve effecten van invloeden van buiten deze gebieden moeten worden betrokken. Bij de soortenbescherming gaat het om inheemse planten en diersoorten in en rond het plangebied, waarvan de populaties bescherming nodig hebben, wat mogelijk met mitigerende of compenserende maatregelen kan worden bereikt. Daarnaast geldt een algemene zorgplicht bij het uitvoeren van werkzaamheden. Door Econsultancy is in juni ’22 een ecologische quickscan gemaakt (zie bijlage 5). Hierin is het volgende geconcludeerd: Gebiedsbescherming Het meest nabije natuurgebied (Natura 2000, Rijntakken) ligt op circa 1.300 meter van het plangebied; de nieuwe woning zal geen invloed hebben.

Eltenseweg 1a, Babberich 22

Soortenbescherming Ten aanzien van de algemene broedvogels geldt dat er geen overtredingen zullen plaats vinden als de beukenhaag aan de Beekse weg buiten het broedseizoen wordt verwijderd. De zorgplicht is van toepassing ten aanzien van algemene soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect ecologie.

4.4

Verkeer

Voor een goede ruimtelijke ordening dienen bij een functiewijziging ook de effecten van verkeer en parkeren te worden beoordeeld. De ontsluiting van de woning vindt plaats via de Eltenseweg. Dit is voor gemotoriseerd verkeer geen doorgaande route en kent een zeer lage intensiteit. De nieuwe woning aan het begin van deze weg, nabij de Beekseweg, zal amper een toename betekenen voor de route. Het erf met een oppervlakte van ongeveer 1.460 m2 biedt voldoende ruimte voor het parkeren van enkele auto’s voor de bewoners en bezoekers. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet worden aangegeven hoe met cultuurhistorische waarden en in het bijzonder archeologie is omgegaan. Het belang van cultuurhistorie is vastgelegd in het Besluit Ruimtelijke ordening. De bescherming van archeologische waarden is geregeld in de Erfgoedwet. Cultuurhistorie Het plangebied maakt volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente deel uit van 'Het Kwartier'. Het landschap werd grotendeels gekenmerkt door noord-zuid georiënteerde, overwegend smalle, strookvormige percelen, die in westelijke richting breder werden. De verkaveling is in het zuidelijke deel sterk beïnvloed door de aanwezigheid van de buitenplaats Babberich, waardoor de strookvormige verkaveling doorbroken wordt. Door de aanwezigheid van groene perceelsgrenzen en

Eltenseweg 1a, Babberich 23

bosjes heeft het gebied een kleinschalig karakter. Het gebied was afwisselend in gebruik als bouwland, grasland en bos met in het zuidwestelijke deel de buitenplaats Babberich. De bebouwing concentreerde zich voornamelijk in verspreide bebouwingslinten langs de Beekseweg en de Steeg en in het oostelijke, hogere deel van het landschap als verspreide bebouwing op enige afstand van de doorgaande wegen. In het langere, westelijke deel bevond de bebouwing zich overwegend op terpen. De kenmerkende beplanting op perceelsgrenzen en langs de infrastructuur is plaatselijk nog aanwezig. Ook het bebouwingspatroon heeft zijn karakteristiek grotendeels behouden. Dit geldt niet voor de omgeving van het plangebied, waar de aanleg van een bedrijventerrein, een knooppunt van de A3, de aanleg van de N812 (met op- en afritten) en de aanwezigheid van campingterreinen de oorspronkelijke historische structuur in meer of mindere mate heeft gewijzigd. Archeologie Op basis van het geldende bestemmingsplan is sprake van een hoge archeologische verwachting. Daarom geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 50 cm. Het voorliggende plan voorziet niet in dergelijke bodemingrepen. Daarbij is het perceel in het verleden lange tijd in gebruik geweest als landbouwgrond met, inmiddels gesloopte, schuren.

Aanwezige archeologische resten in de bovengrond zijn dan niet meer aannemelijk. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot de aspecten cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Uitvoerbaarheid

4.6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De initiatiefnemer hecht waarde aan een goede communicatie met de omwonenden. Voordat sprake was van een formele aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van de woning is overleg geweest met omwonenden. De eigenaar van de camping, tevens zoon van initiatiefnemer en toekomstige bewoner, is vanaf de start van de planvorming betrokken geweest. In gezamenlijk overleg wordt een muur op de erfgrens geplaatst. Op initiatief van de initiatiefnemer heeft op maandag 11april 2022 met omwonenden een informatief gesprek plaatsgevonden. Hier is het concept-bouwplan van Hurenkamp Architecten & Adviseurs toegelicht. Daarna zijn vier direct omwonenden nog eens persoonlijk bezocht. Allen hebben aangegeven géén bezwaar te hebben op het getoonde plan.

Eltenseweg 1a, Babberich 24

4.6.2

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling is een initiatief van de eigenaar en toekomstige bewoner van de betreffende locatie. Met deze eigenaar is een anterieure overeenkomst gesloten waardoor de gemeentelijke kosten anderszins verzekerd zijn.

Eltenseweg 1a, Babberich 25

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Rapportage verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem en puin Eltenseweg 1a te Babberich; Econsultancy, 7 juli 2022. Akoestisch onderzoek verkeerslawaai bouwplan Eltenseweg 1a te Babberich; Buijvoets bouw- en geluidsadvisering, 6 december 2023. Akoestisch onderzoek industrielawaai bouwplan Eltenseweg 1a te Babberich; Buijvoets bouw- en geluidsadvisering, 14 juni 2022. Nieuwbouw woning Eltenseweg 1a Babberich, Rapport karakteristieke geluidswering; Hurenkamp Architecten & Adviseurs, 11 december 2023. Quickscan Wet natuurbescherming, Eltenseweg 1a te Babberich; Econsultancy, 22 juni 2022. Rapportage Stikstofdepositie Nieuwbouw woonhuis Eltenseweg 1a te Babberich; S&W Bouwkundig Ingenieurs, 11 januari 2024.

Eltenseweg 1a, Babberich 26

Bijlage 1

VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN ONDERZOEK ASBEST IN BODEM EN PUIN ELTENSEWEG 1A TE BABBERICH

Rapportage verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem en puin Eltenseweg 1a te Babberich Opdrachtgever

De heer Staats Sabastraat 13 7556 TH Hengelo

Rapportnummer Versienummer

19011.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

7 juli 2022

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

De heer R. Beij, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer ing. R.J.E. Kok

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 4

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2

5.3

6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 7 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

7

Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 5 5.2.1 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................... 5 5.2.2 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.3 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .............. 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 7 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 7 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 7

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 7 Toetsingskader ................................................................................................................. 9 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 10 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 11 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 12

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 13

19011.001

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 5a. 5b.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Bodemprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit (indicatief) - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit

19011.001

1

INLEIDING

De heer Staats heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en onderzoek asbest in bodem en puin op de locatie Eltenseweg 1a te Babberich. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwbouwwoning. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem en het puin. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuw te bouwen woning. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond".

Het verkennend onderzoek asbest in bodem en puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" en conform de NEN 5897+C1:2016/C2:2017 "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering, aan de achtergrondwaarden voor grond. De resultaten met betrekking tot het puin zijn getoetst aan de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. De analyseresultaten zijn aanvullend indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000.

In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 2.000 m²) is gelegen aan de Eltenseweg 1a te Babberich (zie bijlage 1).

Rapport 19011.001 versie D1

Pagina 1 van 14

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Oud-Zevenaar, sectie D, nummers 2669 en 1501 (deels). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 12,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 206.592, Y = 435.495.

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Bron Opdrachtgever (contactpersoon: de heer Staats ), d.d. 6 mei 2022

Locatiegegevens van internet: - Ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

gelderland.omgevingsrapportage.nl, d.d. 15 mei 2022

Terreininspectie

Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, d.d. 3 juni 2022

3.2

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 - 2019 blijkt, dat de onderzoekslocatie tot 1955 deel uit maakte van een natuur en agrarisch gebied. Op de kaart van 1962 is de eerste bebouwing op de onderzoekslocatie zichtbaar. Op de kaart van 1970 lijkt de bebouwing gesloopt en elders op het terrein gebouwd te zijn. Op de kaart van 1988 is te zien dat de reeds aanwezige bebouwing is uitgebreid. Op de kaart van 2006 is te zien dat aan de zuidwestzijde van de onderzoekslocatie twee kleine gebouwen zijn gerealiseerd welke in 2011 niet meer zichtbaar zijn. Sindsdien hebben ter plaatse van de onderzoekslocatie geen noemenswaardige ruimtelijke veranderingen plaatsgevonden. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd terrein dat gedeeltelijk is ingericht als parkeerplaats. Ter plaatse van de parkeerplaats zijn in het verleden stacaravans gestald. Aan de zuidzijde is een deel van een woning aanwezig geweest.

Rapport 19011.001 versie D1

Pagina 2 van 14

Volgens de opdrachtgever en de Omgevingsrapportage van de provincie Gelderland heeft tot zover bekend op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens een woonhuis op de locatie te bouwen. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsrapportage van de provincie Gelderland blijkt, niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Aan de noord- en westzijde grenst de onderzoekslocatie aan woonhuizen en bijbehorende siertuinen. Aan de oost- en zuidzijde grenst de onderzoekslocatie aan een caravanplaats. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. Tijdens de terreininspectie is gebleken dat de parkeerplaats voorzien is van puinverharding is aangetroffen. Aangezien het een potentiële bron voor een verontreiniging met asbest betreft, is in overleg met de opdrachtgever dit deel van de onderzoekslocatie aanvullend onderzocht conform de NEN 5898.

Rapport 19011.001 versie D1

Pagina 3 van 14

3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

Volgens de Bodemkwaliteitskaart van de Regio Arnhem (Witteveen en Bos, kenmerk: 109993/18013.498) is de onderzoekslocatie gelegen in een gebied met functieklassen ‘Wonen’. In dit gebied voldoet de bovengrond aan kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en de ondergrond aan kwaliteitsklasse ‘AW2000’. 3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit laarpodzolgronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit midden en grof zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 12,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=2d8e5abd-2cd2-47cb-a8ae-c35fef5f8487