CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. 1200117 Bijlage 4 bij toelichting: Quickscan Flora & Fauna

Commissie Ruimte 10 april 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/442593 Vaststelling bestemmingsplan Bingerdenseweg 15 te Angerlo11.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Grondgebonden zoogdieren

voortplantingsplaats voortplantingsplaats Doden van dieren

m.u.v. (kleine)

marterachtigen (kleine)

marterachtigen Diverse soorten

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling

Geen

functie van het

onderzoeksgebied voor Art. 3.10 lid 1a

marterachtigen verplicht Geen dieren doden:

wegvangen of ontheffing aanvragen/ Nader

onderzoek naar de functie

van het onderzoeksgebied voor marterachtigen

Vleermuizen

Rust- of

Mogelijk

Art. 3.5 lid 4

Vleermuizen

Essentieel

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Vliegroute

Niet aanwezig

Niet van toepassing

Vleermuizen Vleermuizen

voortplantingsplaats foerageergebied Doden van dieren

Mogelijk

Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Vogels

Bezette nesten (niet

Diverse soorten

Vogels

Jaarrond beschermde

Huismus

29

jaarrond beschermd) nest- en rustplaats

Art. 3.5 lid 1

Niet van toepassing; functie wordt

niet aangetast. Art. 3.1 lid 2 Art. 3.1 lid 2

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

27-10-2023

verplicht

Nader onderzoek naar verblijfplaats verplicht Geen

Geen

Nader onderzoek naar verblijfplaats verplicht Geen

Werken buiten

voortplantingsperiode of

broedvogelscan uitvoeren Nader onderzoek naar nestplaats verplicht

Vogels

Doden van dieren

Diverse soorten

Art. 3.1 lid 1

Werken buiten

voortplantingsperiode of

broedvogelscan uitvoeren/

nader onderzoek nestplaats

Overige flora- en

Dieren en overige

faunasoorten

functies

Niet aanwezig

Tabel 5.2: Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per soortgroep Soortgroep

Vaste rust

Amfibieën

Ja

Grondgebonden

Ja

Ja

Vleermuizen

Mogelijk

Mogelijk

zoogdieren Vogels

30

plaats

Ja

Voort-

Vliegroute

Essentieel

plaats

muizen)

gebied

plantingsNee

Ja

(vleern.v.t.

foerageer-

Wettelijke

consequenties

Nee

Ja

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

n.v.t.

van huismus verplicht

Niet van toepassing

Nee

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

Geen

Nader

onderzoek vereist

Ontheffing vereist

Nee

Nee, tenzij dieren

Ja

Ja

Mogelijk (indien

Ja

Ja

Ja

27-10-2023

Ja

gedood worden

struweel gerooid wordt)

Mogelijk Mogelijk

6. Houtopstanden

De oppervlakte van de te rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal

twintig bomen. De bomen hebben geen betrekking op de Wet natuurbescherming, zoals beschreven in artikel 4.1 van de Wet:

B. houtopstanden op erven of in tuinen.

31

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

27-10-2023

7. Conclusie

Conclusie m.b.t. gebiedsbescherming

Het onderzoeksgebied ligt binnen gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren. Daarnaast zullen er

geen werkzaamheden plaatsvinden binnen het Gelders Natuurnetwerk en ligt het onderzoeksgebied buiten de

begrenzing van weidevogel- en ganzenrustgebied, Nationaal landschap en natte landnatuur. Wegens de ligging en het uitvoeren van werkzaamheden buiten gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk en Nationaal

landschap behoren hoeft er niet getoetst te worden aan het GNN en NA ten opzichte van het provinciaal beleid. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten lokaal, is de afstand met het onderzoeksgebied

dusdanig groot en is een drukke weg tussen het ganzenrustgebied het onderzoeksgebied gelegen (verstoring al aanwezig en dieren zijn geluid gewend nabij het onderzoeksgebied) waardoor de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de natte landnatuur, ganzenrust- en

weidevogelgebied hebben. Activiteiten binnen de groene ontwikkelingszone dienen ten alle tijden het gebied te versterken. Door een bos en laanbomen aan te planten in de omgeving van het onderzoeksgebied wordt een

positieve balans berekend voor de geplande activiteiten. Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende studie niet uitgesloten worden. Uitvoering van de

voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Geadviseerd wordt om een stikstofberekening uit te laten voeren.

Conclusie m.b.t. soortenbescherming

De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde

diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk bezet

een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats, bezetten vleermuizen er een vaste rust- of voortplantingsplaats en nestelen er vogels. Amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats.

Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn jaarrond beschermd en mogen alleen met een ontheffing beschadigd of vernield worden en vleermuizen mogen alleen verstoord, verwond of gedood worden indien daarvoor een

ontheffing is verkregen. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen is specifiek vervolgonderzoek vereist. Een volledig onderzoek, conform het vleermuisprotocol, bestaat uit minimaal vijf bezoeken aan het plangebied in de periode 15 mei tot en met 30 september.

Het nest van een huismus is jaarrond beschermd en alleen met een ontheffing beschadigd of vernield worden en huismussen mogen alleen verstoord worden indien daarvoor een ontheffing is verkregen. Om nesten van huismussen in de bebouwing in het onderzoeksgebied te kunnen vaststellen, is specifiek vervolgonderzoek

vereist. Een volledig huismusonderzoek, conform Kennisdocument Huismus, bestaat uit twee ochtendbezoeken aan het onderzoeksgebied in de periode 1 april tot en met 15 mei.

De (kleine) marterachtigen en de vaste rust- en voortplantingsplaats van de (kleine) marterachtigen zijn

beschermd. Marterachtigen mogen niet gedood worden en de vaste rust- en/of voortplantingsplaats mogen niet

32

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

27-10-2023

zonder ontheffing beschadigd of vernield worden. Vaste rust- en voortplantingsplaatsen mogen echter wel

verstoord worden. Voor het mogen uitvoeren van activiteiten, met negatieve effecten voor de marterachtigen , dient een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb verkregen te zijn. Om een ontheffing te verkrijgen dient eerst nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de functie van het onderzoeksgebied voor

marterachtigen. Een volledig onderzoek, conform handreiking kleine marterachtigen, bestaat uit minimaal zes weken aaneengesloten onderzoek met wildcamera’s in de actieve periode (maart-augustus) of 12 weken aaneengesloten in de minder actieve periode (september-februari).

Van de in het onderzoeksgebied overige nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet

het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette

vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte

periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette

vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Mogelijk komen verder algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor binnen het

onderzoeksgebied. Deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft dan ook geen ontheffing voor de uitvoering van voorgenomen activiteiten te worden aangevraagd. Aanbevolen

wordt om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan en één richting op te werken zodat de dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor

planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied tijdelijk aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Conclusie m.b.t. houtopstanden

De oppervlakte van de te rooien bomen is minder dan 10 are of het betreft een rijbeplanting van maximaal

twintig bomen. De bomen hebben geen betrekking op de Wet natuurbescherming, zoals beschreven in artikel 4.1 van de Wet:

B. houtopstanden op erven of in tuinen.

33

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

27-10-2023

8. Advies en vervolgstappen Gebiedsbescherming

Een negatief effect van voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied kan op basis van voorliggende

studie niet uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot wettelijke

consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Geadviseerd wordt om een stikstofberekening uit te laten voeren.

De groene ontwikkelingszone dient bij ruimtelijke ontwikkeling versterkt te worden. Dit hoeft geen

grootschalige maatregel te zijn aangezien er geen negatiefe effecten worden veroorzaakt door de geplande werkzaamheden.

Soortenbescherming

Nader onderzoek naar nestplaatsen van huismussen noodzakelijk;

Nader onderzoek naar vaste rust en verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk;

Nader onderzoek naar de functie voor (kleine) marterachtigen verplicht indien het struweel gerooid wordt; De in het onderzoeksgebied overige voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën staan op de

provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.

Voor de overige aanwezige vogelsoorten geldt dat het uitvoeren van voorgenomen activiteiten buiten de

broedperiode moet plaatsvinden of er dient een broedvogelscan te worden uitgevoerd; Er dient te allen tijde gewerkt te worden conform de Zorgplicht.

Houtopstanden

Voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van houtopstanden.

34

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

27-10-2023

9. Bronnen

AERIUS. (2020). AERIUS-Calculator. Opgehaald van aerius.nl: www.aerius.nl

Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen J.B.M. (2016), Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. -Natuur van

Nederland 12. Naturalis Biodiversity Centre & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.

BIJ12 (2017). Kennisdocument. BIJ12, versie 1.0.

Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland, - Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey -Nederland, Leiden.

Floron (2011). Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora, Knnv Uitgeverij, Utrecht.

Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3.

SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels, - Nederlandse fauna 5.

Leiden, Nederland: KNNV Uitgeverij & European invertebrate Survey – Nederland. Soort- en gebiedsinformatie: www.eurobats.org

www.natura2000.nl

www.nederlandsesoorten.nl www.pdok.nl

www.ravon.nl

www.ruimtelijkeplannen.nl www.sovon.nl

www.verspreidingsatlas.nl

www.vogelbescherming.nl

www.zoogdiervereniging.nl Omgevingsverordening Waarnemingen: ndff-ecogrid.nl

35

Quickscan Flora & Fauna Bingerdenseweg 15 te Angerlo

27-10-2023

Bijlagen

Bijlage 1: Foto’s

Bijlage 2: Toelichting Wet natuurbescherming Drie beschermingsregimes

De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en

een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van

deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid.

Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn

bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één

op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten.

Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten

Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke

waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat

eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

Vrijstelling regelgeving

Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor

beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van

gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende

en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van

soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook

onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd?

De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten:

Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn;

Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn;

Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Figuur B2.1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Vrijgestelde soorten

In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten

weg te vangen (om doden te voorkomen) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten:

De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

Het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

Tabel B2.1: Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het

Micromys minutes

Dwergmuis

Sorex minutus

Dwergspitsmuis

Erinaceus europaeus

Egel

Eekhoorn

Gewone bosspitsmuis Haas

Hermelijn

Sciurus vulgaris

Molmuis

Ondergrondse woelmuis Ree

Rosse woelmuis Tweekleurige

x

Arvicola scherman

x x x

Meerkikker

/ Bastaardkikker

x

x x

x5 x x

x

x

x x x

x

x5

x

x

x

x5 x

x

x

x

Arvicola terrestris

Amfibieën en reptielen

Middelste groene kikker

x

x

x

x

Sus scrofa

Levendbarende hagedis

x

x

x

Rana temporaria Bufo bufo

Anguis fragilis

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x1 x x x x

x

x x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x x x2

x

x

x

x x x

x x x x

x

x x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x5 x

x

x

x

x

x

x

x x x

x

x

x

x

x x x

Ministerie LNV

x

x

x

x

x x x x

(AMvB x x x x

x

x

x

x

x x x

x x

x x x x x x x

x

x

x

x

x

x

x

x

DR

FL

FR

GD

GR

LB

NB

NH

OV

UT

ZL

ZH

MLNV

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

Pelophylax ridibundus

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

esculentus

x

x

x

Pelophylax klepton

x

x

Triturus vulgaris

Zootoca vivipara

x

x

x

Kleine watersalamander

X

Clethrionomys glareolus

Capreolus capreolus

Mustela nivalis

Hazelworm

x

x

Vulpes vulpes

Gewone pad

x

x5

x

Wezel

Bruine kikker

x

x

x

x

Woelrat

x

x

x

Microtus arvalis

Wild zwijn

x

x

x

Veldmuis* Vos

x

x

Pitymys subterraneus

Sorex coronatus

bosspitsmuis

x

Mustela erminea

Lepus europeus

Martes fiona

Steenmarter

x

x

x

Oryctolagus cuniculus

Konijn

x

Sorex ananeus

Crocidura russula

Huisspitsmuis*

x

x5

x

x

RN art.

x

x

x

Zuid-Holland

Mustena putorius

x

Zeeland

Bunzing

x

Utrecht

x

x

Overijssel

x

x

Noord-Holland

x

Apodemus sylvaticus

Noord-Brabant

Microtus agretis

Bosmuis*

Limburg

Friesland

Aardmuis

Grondgebonden zoogdieren

Groningen

Flevoland

Wetenschappelijke naam

Drenthe

Nederlandse naam

Gelderland

kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd

x

x3

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x4

* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3.10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart-april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september

x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober

x5 = de vrijstelling voor deze soorten wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022.

Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling mbt doden, vangen, vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen. In de stukken wordt ook vrijstelling gegeven voor de mol, maar deze is niet beschermd onder de Wnb.

Deze omissie wordt rechtgezet bij de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022. 3.10.2.a / Rnb 3.31.d 3.10.2.d

ikv RO en gebruik van gebieden

x

x

x

x

x

x

x

x

x

voorkomen onnodig lijden

3.10.2.e / Rnb 3.31.b 3.10.2.f / Rnb 3.31.a

ikv beheer of onderhoud

langbouw of bosbouw

ikv beheer of onderhoud overig

ikv beheer of onderhoud landsch

3.10.2.g 3.10.2.i / Rnb 3.31.c

kwaliteiten bepaald gebied

Bestendig gebruik

(geldt alleen voor amfibieën) ikv bescherming wilde flora, fauna en habitats

x

x

x

x

x x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x

x x

x

Bijlage 3: Berekening versterking Groene ontwikkelingszone

Verliesfactor

Verliesfactor 1

Categorie Totalen Totale oppervlakte (ha) Verliespunten

Er treedt geen verlies van kernkwaliteiten op 0,0000 0

Impactfactor

Impactfactor 1

Categorie Basispunten per wooneenheid Aantal eenheden Basispunten per woonbestemming ha. Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden? Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)? Impactpunten Basis Incl. toeslagen Totalen Totale oppervlakte (ha), excl. windturbines Impactpunten

Woningen 20 2 400 0,34 Ja Ja

Ja 176 880 0,3400 880

Versterkingsmaatregelen

Versterkingsmaatregel 1 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ?

Laan (dubbele bomenrij) 3000 0,3 Nee Nee

Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Versterkingsmaatregel 2 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ? Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Totalen Totale oppervlakte (ha) excl. speciale elementen Versterkingspunten

900 900 Alle typen natuurlijk bos 2000 0,65 Nee Nee 1.300 1.300 0,9500 2.200

Balans versterkingsopgave en versterkingsmaatregelen

Verliesfactor Totaal verliespunten Totale oppervlakte Hectare m² Impactfactor Totaal impactpunten Totale oppervlakte excl. windturbines Hectare m² Versterkingsopgave Totaal punten Versterkingsmaatregelen Totaal versterkingspunten Totale oppervlakte excl. speciale elementen Hectare m² Balans Balans = versterkingsmaatregelen versterkingsopgave = Toelichting

0,00 0,00 0 880,00 0,34 3400 880 2.200,00 0,95 9500 20 Perceel wordt omgezet van kantoor functie naar woonfunctie met 2 wooneenheden. op 300 meter wordt 0,3 ha laanbomen aangeplant op 500 meter wordt 0,65 ha bos aangeplant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=813b9c2e-1e9c-460d-be6a-91dfd82a1e5a