CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. 1268394 Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar 2025 (geconsolideerde versie)

Raadsvergaderingen 2022-2026 24 september 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/24/476670 Actualisatie Reglement van orde en Verordening op de raadscommissies2.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de raad van de gemeente Zevenaar tot vaststelling van de Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar 2025 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het presidium van 2 september 2025 met kenmerk INT/24/1220713; gelet op artikel 82 en artikel 84 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar 2025 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of zijn plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of zijn plaatsvervanger; - griffier: griffier van de raad of zijn plaatsvervanger; - voorzitter: voorzitter van de raad of zijn plaatsvervanger; HOOFDSTUK 2. INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING Paragraaf 2. Instelling en taken Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie Samenleving, waarvan de werkzaamheden onder andere de volgende onderwerpen raken: onderwijs, sport, cultuur, sociaal domein en volksgezondheid; b. raadscommissie Ruimte, waarvan de werkzaamheden onder andere de volgende onderwerpen raken: duurzaamheid, verkeer, vervoer en waterstaat, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing, en c. raadscommissie Middelen, waarvan de werkzaamheden onder andere de volgende onderwerpen raken: bestuur en ondersteuning, veiligheid, financiën, economie en recreatie. Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c.

voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a. Paragraaf 2. De samenstelling Pagina 1 van 7

Artikel 4. De commissieleden 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee commissieleden per fractie. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen commissielid zijn. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Iedere fractie kan hoogstens drie commissieleden die geen raadslid zijn voordragen ter benoeming door de raad. 3. Elke fractie kan in een raadscommissie maximaal één niet-raadslid afvaardigen. 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. De Commissie voor het Onderzoek van de Geloofsbrieven onderzoekt de stukken van de ter benoeming als commissielid voorgedragen personen. De commissie brengt hierover schriftelijk of mondeling verslag uit aan de raad. 5. De raad kan besluiten een commissielid te ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 6. Ieder commissielid kan ontslag nemen door zijn ontslag schriftelijk in te dienen bij de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 7. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt in ieder geval: a. Als niet meer wordt voldaan aan de vereisten van het lidmaatschap genoemd in het derde lid; b.

Als het commissielid benoemd is op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad; c. Met het einde van de zittingsperiode van de raad. 8. De commissievoorzitter roept een nieuwbenoemd commissielid op voor de commissievergadering om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel 5. De commissievoorzitter 1. De raad benoemt commissievoorzitters en een plaatsvervangend commissievoorzitter. 2. Een commissievoorzitter is belast met: a. De handhaving van de orde in de vergadering; b. het doen naleven van deze Verordening, en c. de overige taken die op grond van deze Verordening of de Gemeentewet aan hem zijn toegedeeld. 3. Een commissievoorzitter heeft tijdens een commissievergadering dezelfde bevoegdheden als de voorzitter tijdens een vergadering van de Raad. 4. Een commissievoorzitter kan ontslag nemen door zijn ontslag schriftelijk in te dienen bij de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 5. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 6. Het commissievoorzitterschap eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. Artikel 6. Waarneming commissievoorzitterschap 1.

Als de commissievoorzitter niet beschikbaar is, wordt het commissie voorzitterschap waargenomen door: a. de plaatsvervangend commissievoorzitter; b. als die niet beschikbaar is: de commissievoorzitter van een andere raadscommissie. 2. Een waarnemend commissievoorzitter heeft de taken en bevoegdheden van de commissievoorzitter die nodig zijn voor de waarneming. Pagina 2 van 7

Artikel 7. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in alle commissievergaderingen. 3. Als de commissiegriffier niet beschikbaar is, wordt hij vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. HOOFDSTUK 3. COMMISSIEVERGADERINGEN Paragraaf 1. Voor de vergadering Artikel 8. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter roept commissieleden ten minste zeven dagen voor een commissievergadering schriftelijke op en deelt met hen de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. De commissievoorzitter kan in spoedeisende gevallen nadat hij commissieleden schriftelijk heeft opgeroepen een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt zo snel mogelijk met de daarbij behorende stukken met de commissieleden gedeeld. 3. De stukken waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden in afwijking van het eerste en tweede lid bij de griffie ter inzage gelegd. 4.

De agenda wordt bij het begin van een vergadering door de commissie vastgesteld. Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die horen bij de onderwerpen of voorstellen op een agenda, worden gelijktijdig met de schriftelijke oproep op elektronische wijze beschikbaar gesteld. Als er na de schriftelijke oproep stukken beschikbaar worden gesteld of ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de commissieleden. 2. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden in afwijking van het eerste lid bij de griffie ter inzage gelegd. Artikel 10. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden aangekondigd op de website van de gemeente. Paragraaf 2. Tijdens de vergadering Artikel 11. Presentielijst 1. De commissiegriffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van commissievergaderingen. 2. Commissieleden ondertekenen de presentielijst als zij de vergaderzaal binnenkomen. Aan het einde van de vergadering stellen de commissievoorzitter en de commissiegriffier de presentielijst vast door deze te ondertekenen. Artikel 12. Opening vergadering bij vergaderquorum 1. De commissievoorzitter opent de vergadering pas als volgens de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van de commissieleden aanwezig is. 2.

Als meer dan de helft van de commissieleden een kwartier na de beoogde begintijd van de vergadering niet aanwezig is, belegt de commissievoorzitter een nieuwe vergadering. Deze Pagina 3 van 7

kan op zijn vroegst pas plaats vinden vierentwintig uur nadat de commissieleden voor deze vergadering zijn opgeroepen. In die vervangende vergadering vervalt de eis dat meer dan de helft van de commissieleden aanwezig moet zijn. Artikel 13. Schorsing of sluiting van de vergadering De commissievoorzitter schorst of sluit de vergadering als hij denkt dat dit nodig is voor een goed verloop van de vergadering of om de orde te bewaren. Artikel 14. Spreken in de vergadering 1. In de vergadering voert eenieder slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist. 3. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 4. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 15. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 16. Spreekrecht inwoners en anderen 1.

Inwoners en anderen kunnen in een vergadering het woord voeren over een onderwerp dat op de agenda staat, maar ook over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. Over een besluit van een van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, en c. Indien een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 2. Diegene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de commissievergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De inspreker voert ten hoogste vijf minuten het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. Het is hen niet toegestaan de persoonsgegevens van derden, zoals namen of adressen, in hun bijdrage te vermelden. 5. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Artikel 17.

Voorstel van orde Een voorstel van orde betreffende de vergadering kan door de commissievoorzitter of een commissielid worden gedaan. De commissie beslist hier meteen over. Artikel 18. Interrupties De commissievoorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding. Paragraaf 3. Advies aan de raad en beslissingen Pagina 4 van 7

Artikel 19. Advies aan de raad en beslissingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Paragraaf 4. Verslaglegging Artikel 20. Audiovisueel verslag 1. De commissiegriffier is verantwoordelijk voor audiovisuele verslagen en een kort zakelijk verslag van commissievergaderingen. 2. Uit een kort zakelijk verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de aanwezige commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, en de namen van de overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een aantekening van commissieleden die afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het advies aan de raad; e. een overzicht van de gedane toezeggingen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de commissievergadering waarop het betrekking heeft. 4.

De verslagen worden in een commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. 5. Het verslag wordt na de commissievergadering openbaar gemaakt. Paragraaf 5. Besloten vergaderingen Artikel 21. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten commissievergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Artikel 22. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten commissievergaderingen worden niet verspreid, maar worden bij de griffie ter inzage gelegd. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. 3. De verslagen worden in een commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel 23.

Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Pagina 5 van 7

Paragraaf 6. Bezoekers en pers Artikel 24. Bezoekers en pers 1. Bezoekers en vertegenwoordigers van de pers mogen de openbare raadsvergadering bijwonen vanaf de plaatsen die voor hen zijn bedoeld. 2. Het is niet toegestaan om goed- of afkeuring te laten zien of de vergadering op een andere manier te verstoren. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 25. Beeld- en geluidsregistraties Degenen die beeld- of geluidsregistraties willen maken van een openbare commissievergadering, vragen daarvoor toestemming van de commissievoorzitter en volgen zijn aanwijzingen. De orde of voortgang van de vergadering mag daarbij niet worden verstoord. HOOFDSTUK 4. BEELDVORMENDE VERGADERINGEN Artikel 26. Beeldvormende vergaderingen 1. De raad en de raadscommissies kunnen zich tijdens een beeldvormende vergadering laten informeren. 2. Een beeldvormende vergadering vindt plaats op verzoek van de raad, een commissie, het college, de burgemeester of derden. 3. Een beeldvormende vergadering is openbaar, tenzij de agendacommissie anders besluit. 4.

Een beeldvormende vergadering wordt geleid door een commissievoorzitter of de voorzitter van de raad, tenzij de agendacommissie anders besluit. 5. Tijdens een beeldvormende vergadering kan het college of de burgemeester zich laten bijstaan door ambtenaren of derden. 6. Een commissiegriffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van beeldvormende vergaderingen. 7. Raadsleden en commissieleden ondertekenen de presentielijst als zij de vergaderzaal binnenkomen. Aan het einde van de beeldvormende vergadering stellen de commissievoorzitter en de commissiegriffier de presentielijst vast door deze te ondertekenen. 8. De commissiegriffier is verantwoordelijk voor audiovisuele verslagen van openbare beeldvormende vergaderingen. HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN Artikel 27. Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter. Artikel 28. Intrekking oude verordening De Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar wordt ingetrokken. Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad. Pagina 6 van 7

2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 24 september 2025. de griffier Lennart Sluis

de voorzitter Lucien van Riswijk

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=f218de50-1f68-40bc-80d5-fc9c974bd046