Bijlage 4. 1268388 Was-wordt-tabel Verordening op de raadscommissies 2025
Tekst van het document
Bijlage 4 onderwerp zaaknummer
Was-wordt-tabel Verordening op de raadscommissies 2025 Z/24/476670/INT/25/1268388
Bestaande tekst
Nieuwe tekst HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. lid: lid van een raadscommissie; b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie; c. commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; e. vergadering: vergadering van een raadscommissie; f. commissie: raadscommissie.
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of zijn plaatsvervanger; - commissielid: lid van een raadscommissie; - commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of zijn plaatsvervanger; - griffier: griffier van de raad of zijn plaatsvervanger; - voorzitter: voorzitter van de raad of zijn plaatsvervanger;
HOOFDSTUK 2. INSTELLING, TAKEN EN SAMENSTELLING Paragraaf 2. Instelling en taken Artikel 2 Instelling raadscommissies 1. De raad kan besluiten tot het instellen van commissies. 2. Er zijn in elk geval de volgende commissies: een commissie Ruimte, een commissie Samenleving en een commissie Middelen. 3. Het presidium bepaalt het werkterrein van de commissies.
Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie Samenleving, waarvan de werkzaamheden onder andere de volgende onderwerpen raken: onderwijs, sport, cultuur, sociaal domein en volksgezondheid; b. raadscommissie Ruimte, waarvan de werkzaamheden onder andere de volgende onderwerpen raken: duurzaamheid, verkeer, vervoer en waterstaat, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing, en c. raadscommissie Middelen, waarvan de werkzaamheden onder andere de
volgende onderwerpen raken: bestuur en ondersteuning, veiligheid, financiën, economie en recreatie. Artikel 3 Taken 1. De commissie heeft tot taak: a. advies uit te brengen aan de raad over raadsvoorstellen; b. de raad overigens gevraagd en ongevraagd te adviseren over alle onderwerpen van het werkterrein van de commissie; c. in overleg te treden met het college of de burgemeester over het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur over onderwerpen die het werkterrein van de commissie betreffen; d. in overleg te treden met het college of de burgemeester teneinde inlichtingen te verkrijgen over de onderwerpen die het werkterrein van de commissie betreffen. 2. Indien een onderwerp meerdere commissies aangaat, kan de agendacommissie besluiten op welke wijze het in de commissies wordt behandeld.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Paragraaf 2. De samenstelling Artikel 4 Samenstelling 1. Elke raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee commissieleden per fractie. 2. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn van een raadscommissie. 3. Elke fractie kan in een raadscommissie maximaal één niet-raadslid afvaardigen. 4. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 5. Elke fractie kan maximaal één niet-raadslid per commissie voordragen ter benoeming door de raad. 6. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen
zaaknummer Z/24/476670
Artikel 4. De commissieleden 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee commissieleden per fractie. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen commissielid zijn. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Iedere fractie kan hoogstens drie commissieleden die geen raadslid zijn voordragen ter benoeming door de raad. 3. Elke fractie kan in een raadscommissie maximaal één niet-raadslid afvaardigen. 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. De commissie voor het
pagina 2 van 13
raadslid zijn. Artikel 14 is eveneens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de eed wordt afgelegd in de commissie in handen van de voorzitter, waarbij voor raad en gemeentebestuur commissie wordt gelezen. 7. De fracties wijzen voor elke raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie aan dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, lid 3. Artikel 6 Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. 5. Een lid en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7.
Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel 5 Voorzitter 1. De raad benoemt de commissievoorzitters. 2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 3. De voorzitter is belast met:
zaaknummer Z/24/476670
5. 6.
7.
8.
onderzoek van de Geloofsbrieven onderzoekt de stukken van de ter benoeming als commissielid voorgedragen personen. De commissie brengt hierover schriftelijk of mondeling verslag uit aan de raad. De raad kan besluiten een commissielid te ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. Ieder commissielid kan ontslag nemen door zijn ontslag schriftelijk in te dienen bij de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt in ieder geval: a. Als niet meer wordt voldaan aan de vereisten van het lidmaatschap genoemd in het derde lid; b. Als het commissielid benoemd is op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad; c. Met het einde van de zittingsperiode van de raad. De commissievoorzitter roept een nieuwbenoemd commissielid op voor de commissievergadering om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 5. De commissievoorzitter 1. De raad benoemt commissievoorzitters en een plaatsvervangend commissievoorzitter. 2. Een commissievoorzitter is belast met:
pagina 3 van 13
a. het leiden van de vergadering; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van deze verordening; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 4. De voorzitter heeft voor het vervullen van zijn taak overeenkomstige bevoegdheden als de voorzitter van de raad.
3.
4.
5. 6.
a. De handhaving van de orde in de vergadering; b. het doen naleven van deze Verordening, en c. de overige taken die op grond van deze Verordening of de Gemeentewet aan hem zijn toegedeeld. Een commissievoorzitter heeft tijdens een commissievergadering dezelfde bevoegdheden als de voorzitter tijdens een vergadering van de Raad. Een commissievoorzitter kan ontslag nemen door zijn ontslag schriftelijk in te dienen bij de voorzitter van de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. Het commissievoorzitterschap eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad.
Artikel 6. Waarneming commissievoorzitterschap 1. Als de commissievoorzitter niet beschikbaar is, wordt het commissievoorzitterschap waargenomen door: a. de plaatsvervangend commissievoorzitter; b. als die niet beschikbaar is: de commissievoorzitter van een andere raadscommissie. 2. Een waarnemend commissievoorzitter heeft de taken en bevoegdheden van de commissievoorzitter die nodig zijn voor de waarneming. Artikel 7 Griffier en commissiegriffier Artikel 7. De commissiegriffier 1. Ter ondersteuning van iedere raadscommissie 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning fungeert commissiegriffier. van iedere raadscommissie een op de griffie a. De griffier van de raad benoemt ter werkzame ambtenaar of, in samenspraak met ondersteuning van iedere de secretaris, een niet op de griffie werkzame raadscommissie een op de griffie ambtenaar aan als commissiegriffier. 2. Een commissiegriffier is aanwezig in alle werkzame ambtenaar of, in commissievergaderingen. samenspraak met de secretaris, een
zaaknummer Z/24/476670
pagina 4 van 13
niet op de griffie werkzame ambtenaar, als commissiegriffier 2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe aangewezen ambtenaar. 4. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.
3. Als de commissiegriffier niet beschikbaar is, wordt hij vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. 4. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. HOOFDSTUK 3. COMMISSIEVERGADERINGEN Paragraaf 1. Voor de vergadering
Artikel 9 Vergaderwijze 1. De raadscommissies vergaderen in de regel één maal per maand, volgens een door het presidium vast te stellen schema. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. 4. De voorzitter zorgt voor tijdige toezending van stukken en de voorlopige agenda. 5. Op de wijze van vergaderen is zoveel mogelijk het bepaalde voor de vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing. 6. Voor het uitbrengen van een advies is een quorum vereist van meer dan de helft van de leden. 7. De raadscommissie kan bepalen dat anderen buiten de kring van het gemeentebestuur mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. 8. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.
zaaknummer Z/24/476670
Artikel 8. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter roept commissieleden ten minste zeven dagen voor een commissievergadering schriftelijke op en deelt met hen de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. De commissievoorzitter kan in spoedeisende gevallen nadat hij commissieleden schriftelijk heeft opgeroepen een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt zo snel mogelijk met de daarbij behorende stukken met de commissieleden gedeeld. 3. De stukken waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden in afwijking van het eerste en tweede lid bij de griffie ter inzage gelegd. 4. De agenda wordt bij het begin van een vergadering door de commissie vastgesteld.
pagina 5 van 13
Artikel 10 De agenda 1. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen. 4. Wanneer de commissie een raadsvoorstel onvoldoende voor beraadslaging in de raad voorbereid acht kan zij de raad adviseren het voorstel niet in behandeling te nemen. Artikel 11 Ter inzage leggen van stukken Artikel 9. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken, die ter toelichting van de 1. Stukken die horen bij de onderwerpen of onderwerpen of voorstellen op de agenda voorstellen op een agenda, worden dienen, worden gelijktijdig met het verzenden gelijktijdig met de schriftelijke oproep op van de oproep digitaal beschikbaar gesteld. elektronische wijze beschikbaar gesteld. Als Indien na het verzenden van de oproep er na de schriftelijke oproep stukken stukken ter inzage worden gelegd, wordt beschikbaar worden gesteld of ter inzage hiervan mededeling gedaan aan de leden en worden gelegd, wordt hiervan mededeling zo mogelijk in een openbare kennisgeving. gedaan aan de commissieleden. 2. Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden 2.
Informatie van de raad of aan de raad op de website van de gemeente geplaatst. verstrekte informatie waaromtrent op grond 3. Indien voor stukken op grond van artikel 86, van hoofdstuk Va van de Gemeentewet eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden in geheimhouding is opgelegd, blijven deze afwijking van het eerste lid bij de griffie ter stukken in afwijking van het eerste lid, onder inzage gelegd. berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel 12 Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt door aankondiging in een nieuwsblad en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop r een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 16.
zaaknummer Z/24/476670
Artikel 10. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden aangekondigd op de website van de gemeente.
pagina 6 van 13
Paragraaf 2. Tijdens de vergadering Artikel 13 Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid de presentielijst.
Artikel 11. Presentielijst 1. De commissiegriffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van commissievergaderingen. 2. Commissieleden ondertekenen de presentielijst als zij de vergaderzaal binnenkomen. Aan het einde van de vergadering stellen de commissievoorzitter en de commissiegriffier de presentielijst vast door deze te ondertekenen.
Artikel 14 Opening vergadering en quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproep is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is.
Artikel 12. Opening vergadering bij vergaderquorum 1. De commissievoorzitter opent de vergadering pas als volgens de presentielijst blijkt dat meer dan de helft van de commissieleden aanwezig is. 2. Als meer dan de helft van de commissieleden een kwartier na de beoogde begintijd van de vergadering niet aanwezig is, belegt de commissievoorzitter een nieuwe vergadering. Deze kan op zijn vroegst pas plaats vinden vierentwintig uur nadat de commissieleden voor deze vergadering zijn opgeroepen. In die vervangende vergadering vervalt de eis dat meer dan de helft van de commissieleden aanwezig moet zijn.
Artikel 13. Schorsing of sluiting van de vergadering De commissievoorzitter schorst of sluit de vergadering als hij denkt dat dit nodig is voor een goed verloop van de vergadering of om de orde te bewaren. Artikel 14. Spreken in de vergadering 1. In de vergadering voert eenieder slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen vindt plaats in ten hoogste twee termijnen, tenzij de commissie anders beslist.
zaaknummer Z/24/476670
pagina 7 van 13
3. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 4. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel 15. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Artikel 16 Spreekrecht burgers 1. Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4. De spreker voert maximaal vijf minuten het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 5.
De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
zaaknummer Z/24/476670
Artikel 16. Spreekrecht inwoners en anderen 1. Inwoners en anderen kunnen in een vergadering het woord voeren over een onderwerp dat op de agenda staat, maar ook over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. Over een besluit van een van de bestuursorganen van de gemeente waartegen bezwaar of beroep openstaat of heeft opengestaan; b. Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, en c. Indien een klacht als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 2. Diegene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de commissievergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De inspreker voert ten hoogste vijf minuten het woord, nadat de commissievoorzitter
pagina 8 van 13
6. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
hem dit heeft verleend. Het is hen niet toegestaan de persoonsgegevens van derden, zoals namen of adressen, in hun bijdrage te vermelden. 5. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Artikel 17. Voorstel van orde Een voorstel van orde betreffende de vergadering kan door de commissievoorzitter of een commissielid worden gedaan. De commissie beslist hier meteen over. Artikel 18. Interrupties De commissievoorzitter kan interrupties toelaten. Deze moeten bestaan uit korte opmerkingen of vragen, zonder inleiding. Paragraaf 3. Advies aan de raad en beslissingen Artikel 19. Advies aan de raad en beslissingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde. Paragraaf 4. Verslaglegging
Artikel 17 Digitaal verslag en overzicht met conclusies, toezeggingen en afspraken 1. De commissiegriffier draagt zorg voor een digitale beeld- en geluidsopname van de vergadering. Hij maakt van het verhandelde tijdens de vergadering een overzicht van conclusies, door collegeleden gedane toezeggingen en gemaakte afspraken. 2. In het geval van technische calamiteiten draagt de commissiegriffier zorg voor een
zaaknummer Z/24/476670
Artikel 20. Audiovisueel verslag 1. De commissiegriffier is verantwoordelijk voor audiovisuele verslagen en een kort zakelijk verslag van commissievergaderingen. 2. Uit een kort zakelijk verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de aanwezige commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de
pagina 9 van 13
samenvattend verslag. Ook draagt hij er zorg voor dat een digitale geluidsopname in het archief wordt opgenomen. 3. De digitale beeld- en geluidsopname is via de website te bekijken en te beluisteren. Het overzicht met conclusies, toezeggingen en afspraken wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. 4. Het overzicht met conclusies, toezeggingen en afspraken van de voorgaande vergadering wordt aan de raads- en commissieleden en het college toegezonden. 5. Het overzicht met conclusies, toezeggingen en afspraken bevat tenminste: a. de namen van de voorzitter, de commissiegriffier, de ter vergadering aanwezige leden, de wethouders en de leden die afwezig waren; in het geval overige personen het woord hebben gevoerd, dan worden ook die namen vermeld; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en de daarbij getrokken conclusies, de door burgemeester en wethouders gedane toezeggingen en de gemaakte afspraken; c. de onderwerpen die tijdens de rondvraag aan de orde zijn gesteld.
commissieleden, en de namen van de overige personen die het woord hebben gevoerd; b. een aantekening van commissieleden die afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het advies aan de raad; e. een overzicht van de gedane toezeggingen, en f. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 16 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het woord hebben gevoerd in de commissievergadering waarop het betrekking heeft. 4. De verslagen worden in een commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend. 5. Het verslag wordt na de commissievergadering openbaar gemaakt. Paragraaf 5. Besloten vergaderingen
Artikel 18 Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 21. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten commissievergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 19 Verslag 1. Een besloten (deel van de) vergadering is niet via de website te bekijken en te beluisteren. Wel draagt de commissiegriffier zorg voor een kort zakelijk verslag.
Artikel 22. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten commissievergaderingen worden niet verspreid, m maar worden bij de griffie ter inzage gelegd.
zaaknummer Z/24/476670
pagina 10 van 13
2. Dit verslag ligt in de aanloop naar de volgende commissievergadering vertrouwelijk ter inzage bij de griffie. In de volgende vergadering wordt ook deze lijst met conclusies, toezeggingen en afspraken van de besloten vergadering of van een besloten deel van de openbare vergadering vastgesteld. Het verslag wordt ondertekend door de commissiegriffier en de voorzitter. 3. Op deze lijst met conclusies, toezeggingen en afspraken is artikel 17 lid 4 en 5 van toepassing.
2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag. 3. De verslagen worden in een commissievergadering ter vaststelling aangeboden. Vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
Artikel 20 Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 21 Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Artikel 23. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Paragraaf 6. Bezoekers en pers Artikel 24. Bezoekers en pers 1. Bezoekers en vertegenwoordigers van de pers mogen de openbare raadsvergadering bijwonen vanaf de plaatsen die voor hen zijn bedoeld. 2. Het is niet toegestaan om goed- of afkeuring te laten zien of de vergadering op een andere manier te verstoren. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten
zaaknummer Z/24/476670
pagina 11 van 13
hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Artikel 25. Beeld- en geluidsregistraties Degenen die beeld- of geluidsregistraties willen maken van een openbare commissievergadering, vragen daarvoor toestemming van de commissievoorzitter en volgen zijn aanwijzingen. De orde of voortgang van de vergadering mag daarbij niet worden verstoord. HOOFDSTUK 4. BEELDVORMENDE VERGADERINGEN Artikel 26. Beeldvormende vergaderingen 1. De raad en de raadscommissies kunnen zich tijdens een beeldvormende vergadering laten informeren. 2. Een beeldvormende vergadering vindt plaats op verzoek van de raad, een commissie, het college, de burgemeester of derden. Een beeldvormende vergadering is openbaar, tenzij de agendacommissie anders besluit. 3. Een beeldvormende vergadering wordt geleid door een commissievoorzitter of de voorzitter van de raad, tenzij de agendacommissie anders besluit. 4. Tijdens een beeldvormende vergadering kan het college of de burgemeester zich laten bijstaan door ambtenaren of derden. 5. Een commissiegriffier zorgt voor het bijhouden van presentielijsten van beeldvormende vergaderingen. 6. Raadsleden en commissieleden ondertekenen de presentielijst als zij de vergaderzaal binnenkomen. Aan het einde van de beeldvormende vergadering stellen de commissievoorzitter en de commissiegriffier de presentielijst vast door deze te ondertekenen. 7.
De commissiegriffier is verantwoordelijk voor audiovisuele verslagen van openbare beeldvormende vergaderingen.
zaaknummer Z/24/476670
pagina 12 van 13
HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN Artikel 22 Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter.
Artikel 27. Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter.
Artikel 23 Inwerkingtreding 1. De verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar, vastgesteld bij raadsbesluit van 26 november 2014 en de verordening op de raadscommissies van de gemeente Rijnwaarden, vastgesteld bij raadsbesluit van mei 2006, worden ingetrokken. 2. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.
Artikel 28. Intrekking oude verordening De Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar wordt ingetrokken.
zaaknummer Z/24/476670
Artikel 29. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeenteblad. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies van de gemeente Zevenaar 2025.
pagina 13 van 13