Bijlage 3. 1272216 - Reactienota op de zienswijzen ontwerp GR-ODBM
Tekst van het document
Reactienota zienswijze Bestuurlijke reactie op de zienswijze bij de ontwerp GR-ODGM en ontwerp-Bedrijfsplan ODGM Op 6 mei is de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groene Metropool en het ontwerp Bedrijfsplan Groene Metropool aangeboden aan de colleges van de deelnemende gemeente en Provincie om aan de raden en/of Staten aan te bieden voor een zienswijze. Alle raden en Provinciale Staten hebben een reactie gestuurd. De voorgenomen fusie van de Omgevingsdiensten Regio Arnhem (ODRA) en Regio Nijmegen (ODRN) tot de nieuwe Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) per 1 januari 2026 is door de deelnemende raden en Provinciale Staten in brede zin positief ontvangen. Vrijwel alle ingediende zienswijzen op de ontwerp gemeenschappelijke regeling en het ontwerp bedrijfsplan onderschrijven de noodzaak en de meerwaarde van een toekomstbestendige organisatie die in staat is de steeds complexere VTH-taken kwalitatief goed, efficiënt en toekomstbestendig uit te voeren. Tegelijkertijd worden door meerdere deelnemers belangrijke aandachtspunten meegegeven. Deze kunnen in vijf rode draden worden samengevat: 1. Financiële duidelijkheid en beheersing Veel zienswijzen wijzen op het feit dat de financiële consequenties van de fusie nog niet volledig in beeld zijn. Het gaat daarbij om implementatie- en frictiekosten, liquidatiekosten en mogelijke schaalvoordelen.
Deelnemers benadrukken dat de fusie kostenneutraal moet verlopen en dat tarieven voor de dienstverlening zo laag mogelijk moeten blijven. 2. Behoud van kwaliteit en continuïteit van dienstverlening Raden en Provinciale Staten hechten er sterk aan dat de dienstverlening tijdens en na het fusietraject onverminderd doorgaat. Daarbij wordt nadruk gelegd op zorgvuldigheid, klantgerichtheid en het centraal stellen van inwoners en bedrijven. 3. Nabijheid en herkenbaarheid van de organisatie Verschillende gemeenten vragen aandacht voor het behoud van korte lijnen en regionale binding. Zij vrezen dat schaalvergroting kan leiden tot grotere afstand tussen de omgevingsdienst en de gemeenten, inwoners en bedrijven. 4. Duidelijke informatievoorziening en betrokkenheid Meerdere deelnemers onderstrepen dat een stevige informatiepositie van raden en Provinciale Staten noodzakelijk is om hun kaderstellende en controlerende rol te
1
kunnen uitoefenen. Daarbij wordt gevraagd om expliciete borging in de regeling van welke stukken (zoals kadernota, evaluaties, informatieprotocol en financieringssystematiek) ter zienswijze moeten worden voorgelegd. 5. Aandacht voor personeel Een fusie brengt onzekerheid met zich mee voor medewerkers. Vanuit verschillende gemeenten wordt gevraagd om zorgvuldig met personeel om te gaan, helderheid te bieden en de gevolgen van de fusie zo beperkt mogelijk te houden. Gezamenlijke reactie Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur is de deelnemers erkentelijk voor de constructieve houding en de brede steun voor de fusie. De genoemde aandachtspunten worden volledig herkend. 1. Voor de financiën geldt dat transparantie en monitoring leidend zijn. Er is mede naar aanleiding van de zienswijzen een notitie bijgevoegd die ingaat op de financiële consequenties van de fusie. 2. Het behoud van kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening, ook tijdens de overgangsfase, is een leidend principe. Hiervoor zijn maatregelen getroffen en hierover wordt periodiek gerapporteerd. 3. Ten aanzien van nabijheid blijven de locaties Arnhem en Nijmegen voorlopig behouden en wordt ingezet op een toegankelijke en herkenbare organisatie. De leefomgeving staat centraal in alles wat ODGM doet – voor inwoners en bedrijven, namens gemeenten en provincie.
ODGM werkt aan een gezonde, veilige en duurzame fysieke leefomgeving door onze wettelijke taken zorgvuldig, voorspelbaar en met oog voor kwaliteit uit te voeren. Daarbij is ODGM duidelijk in haar communicatie, goed bereikbaar en leveren maatwerk waar nodig. Zo borgen we samen de kwaliteit van de leefomgeving, nu en in de toekomst. 4. Bij de verdere uitwerking van het informatieprotocol wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de zorgen van de raden en Provinciale Staten. Daarbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen voldoende houvast en de nodige bestuurlijke flexibiliteit. Het voornemen is om het Algemeen Bestuur van de nieuwe dienst te adviseren dit protocol aan de raden en Staten voor te leggen voor zienswijzen. 5. Wat betreft het personeel geldt dat alle medewerkers overgaan naar de nieuwe organisatie. Het plaatsingsproces wordt zorgvuldig ingericht, met betrokkenheid van de Bijzondere Ondernemingsraad, en met oog voor individuele belangen en collectieve continuïteit. Het Algemeen Bestuur streeft naar een robuuste, toekomstbestendige en betrouwbare Omgevingsdienst Groene Metropool, waarin kostenbeheersing, kwaliteit en nabijheid centraal blijven staan en de betrokkenheid van raden en Provinciale Staten stevig wordt geborgd.
2
Hieronder wordt nader ingegaan op uw zienswijze en de reactie van het Algemeen Bestuur daarop. Zienswijze De voorgestelde fusie is ingrijpend maar wij begrijpen de noodzaak van een robuuste omgevingsdienst. Het is goed om te constateren dat beide diensten oog hebben op een veranderende en steeds complexer wordende samenleving en hierop anticiperen. Wij gaan ervan uit dat de kwaliteit en de continuïteit van de dienstverlening door de schaalvergroting niet ten koste zal gaan van de zorgvuldigheid en klantgerichtheid van de nieuwe omgevingsdienst. Uiteraard levert de fusie ook onzekerheid op voor het personeel. Wij vragen u om hier zorgvuldig mee om te gaan. Het is goed om te zien dat één van de uitgangspunten bij de fusie is dat de kosten voor de dienstverlening niet mogen stijgen. Wij constateren dat de tarieven de komende jaren niet stijgen als gevolg van het fusieproces. Tegen de ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groene Metropool (GR ODGM) wordt een zienswijze ingediend. De gemeenteraad van Zevenaar pleit voor harde kaders op kwaliteit en prijs, met als doel dat de nieuwe organisatie ten doel heeft om beter te presteren dan de huidige ODRA.
De gemeenteraad is van oordeel dat bij de inrichting van de fusie concrete kwaliteitsdoelstellingen vastgelegd dienen te worden en dat erop toegezien moet worden dat binnen 3 jaar verbeteringen op deze doelstellingen behaald zijn. De gemeenteraad van Zevenaar is van oordeel dat zeker gesteld moet worden dat de dienstverlening voor inwoners en ondernemers zichtbaar en toegankelijk blijft en wenst periodiek geïnformeerd te worden over de voortgang van de fusie, inclusief de borging van kwaliteit, prijs en publieksgerichtheid. Tegen de formulering van artikel 28 van het ontwerp van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groene Metropool (GR ODGM) met betrekking tot het vormen van een algemene reserve dienen wij een zienswijze in. Overeenkomstig onze Nota verbonden partijen Zevenaar 2019 dienen geen verdere reservevormingen plaats te vinden bij een gemeenschappelijke regeling en dienen positieve jaarresultaten terug te vloeien naar deelnemende gemeenten. De wettelijke minimale ondergrens van 0.8% van de weerstandsratio zou als maximum van het eigen vermogen binnen de GR ODGM opgenomen moeten worden. Tot slot dienen wij een zienswijze in tegen de nieuwe naamgeving ‘Omgevingsdienst Groene Metropool’.
3
De nieuw te vormen omgevingsdienst heeft geen bestuurlijke en inhoudelijke relatie met de bestaande Groene Metropoolregio. De gekozen naamgeving is daardoor niet wenselijk. Wij verzoeken bij de verdere besluitvorming rond de fusie rekening te houden met deze overweging en te kiezen voor een naam die geen gelijkenis vertoont met de bestaande Groene Metropool regio. Reactie Het Algemeen Bestuur dankt de gemeenteraad van Zevenaar voor de zorgvuldige zienswijze. Het continueren van de kwaliteit, zorgvuldigheid en klantgerichtheid van de nieuwe organisatie is een leidend principe. Binnen het fusieproces zijn maatregelen getroffen om de dienstverlening richting inwoners en bedrijven op peil te houden. Over de kwaliteit van de dienstverlening wordt u via de reguliere rapportages gerapporteerd en ook wordt u bestuurlijk en ambtelijk periodiek bijgepraat. Verder is een van de uitgangspunten dat de fusie niet mag leiden tot verdere afstand tot haar deelnemers. Om dit te borgen is afgesproken dat beide bestaande locaties (Arnhem en Nijmegen) voorlopig behouden blijven. Hiermee blijven de korte lijnen met deelnemers in de regio in stand. Ook onderschrijft het Algemeen Bestuur het belang van zorgvuldigheid bij de plaatsing van personeel. Een ander uitgangspunt binnen het fusieproces is dat alle medewerkers overgaan naar de nieuwe organisatie.
Om de stem van medewerkers goed te borgen is een Bijzondere Ondernemingsraad (BOR) ingesteld. Deze vertegenwoordiging wordt o.a. actief betrokken bij de voorbereiding van het plaatsingsproces en alle daaruit voortvloeiende besluiten. Het plaatsingsproces wordt zorgvuldig ingericht conform de geldende regelgeving en afspraken. Doel is om de gevolgen van de fusie voor het personeel zoveel mogelijk te beperken, met oog voor zowel individuele belangen als het collectief. Met betrekking tot de kosten geldt dat monitoring en beheersing van de financiële gevolgen van de fusie actief worden opgepakt. De uitgangspunten van een kostenneutrale fusie en een efficiënte organisatie blijven daarbij leidend. Wij houden u graag op de hoogte van de voortgang. Binnen het fusieproces geldt als uitgangspunt dat de nieuwe organisatie ten minste gelijkwaardig moet presteren aan de huidige organisaties en waar mogelijk beter. De bestuurlijke en financiële kaders zijn daarbij vastgelegd en worden actief bewaakt, met als doel de dienstverlening voor de deelnemers op een stabiel kostenniveau te waarborgen. Ten aanzien van de kwaliteitsdoelstellingen kan worden gemeld dat bij de inrichting van de nieuwe organisatie concrete doelen worden geïntegreerd die aansluiten bij de landelijke VTH-ontwikkelagenda. De voortgang op deze doelen zal periodiek worden
4
gemonitord en gerapporteerd, zodat zichtbaar is welke verbeteringen worden gerealiseerd. Ook de toegankelijkheid en zichtbaarheid van de dienstverlening blijven nadrukkelijk speerpunten. Het Algemeen Bestuur onderstreept dat de fusie niet mag leiden tot een grotere afstand tot de deelnemers. Om dit te borgen is afgesproken dat beide bestaande locaties in Arnhem en Nijmegen voorlopig behouden blijven. Daarmee blijven de korte lijnen met de regio intact. Daarnaast wordt ingezet op een herkenbare en toegankelijke organisatie, ook in de communicatie en dienstverlening richting gemeenten, inwoners en bedrijven. Verder onderkent het Algemeen Bestuur de behoefte aan periodieke informatievoorziening. Op passende momenten zullen wij updates verstrekken en blijft het onze intentie om u blijvend en tijdig te informeren over de voortgang van de fusie. Ten aanzien van de zienswijze tegen de formulering van artikel 28 van de ontwerp-GR ODGM met betrekking tot het vormen van een algemene reserve, geldt het volgende. ODGM wordt een samenwerkingsverband van 17 partners. De nota van Zevenaar geldt niet voor de overige 16 partners. Het bestemmen van het resultaat is een aangelegenheid van het Algemeen Bestuur. Zevenaar houdt zeggenschap via het Algemeen Bestuur op de bestemming van de reserve. Bij een positief resultaat besluit het Algemeen Bestuur over de bestemming van het resultaat.
Daarbij is het geen automatisme hoe een positief jaarresultaat wordt bestemd. De tekst van de gemeenschappelijke regeling wordt één keer in de zoveel jaren gewijzigd vanwege de omvangrijke procedure. Bij de totstandkoming van deze nieuwe GR is ook als uitgangspunt genomen om de regeling toekomstbestendig te schrijven. Vanuit het ministerie IenW en het programma Interbestuurlijk programma VTH ter verbetering van het VTH-stelsel zijn robuustheidscriteria opgesteld. Een van die criteria is de weerstandscapaciteit. Daarom wordt ervoor gekozen artikel 28 van de Ontwerp-GR ongewijzigd te laten staan, want als we dit niet doen moeten we waarschijnlijk binnen afzienbare tijd na de fusie een wijzigingsproces van de GR ODGM starten. Ten aanzien van de zienswijze tegen de nieuwe naamgeving ‘Omgevingsdienst Groene Metropool’, geldt het volgende. Onder de medewerkers van ODRA en ODRN is een uitvraag gedaan naar namen voor de nieuwe fusieorganisatie. Uit de inzendingen zijn enkele namen geselecteerd waarop medewerkers hun stem konden uitbrengen. De top 2 die daaruit naar voren kwam is voorgelegd aan de Stuurgroep. De Stuurgroep heeft vervolgens een definitief besluit genomen over de naam en gekozen voor Omgevingsdienst Groene Metropool.
Hoewel juist is dat de nieuwe fusieorganisatie geen formele bestuurlijke en inhoudelijke relatie heeft met de bestaande Groene Metropoolregio, is er natuurlijk wel enige verwantschap tussen het samenwerkingsverband Groene Metropoolregio en de nieuwe fusieorganisatie. De
5
deelnemende gemeenten zijn immers hetzelfde, behoudens dat Mook en Middelaar wel deelneemt aan het bestaande samenwerkingsverband Groene Metropoolregio, maar niet aan de nieuwe fusieorganisatie. Nu er geen nadelige gevolgen bestaan voor het kiezen van een naam die gelijkenissen vertoont met het bestaande samenwerkingsverband Groene Metropoolregio en een beperkt aantal deelnemers van ODRA en ODRN een zienswijze tegen de naamgeving hebben ingediend, blijft de naam Omgevingsdienst Groene Metropool staan. Overigens goed om te vermelden dat over deze naamgeving goedkeuring is gevraagd aan de voorzitter van de Groene Metropoolregio.
6