CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. 1213774 - Regels Bestemmingsplan Rhederlaag

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 september 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/415723 2e wijzigingsbesluit bestemmingsplan Rhederlaag13.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

Page 21 of 30

Artikel 17 Leiding - Gas 17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b. c.

transport van aardgas; veiligheidszone; bij de bestemming horende bouwwerken, geen gebouw zijnde, en voorzieningen.

In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de betreffende gronden van toepassing zijn.

17.2 Bouwregels Op of in de in 17.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: a. b.

binnen een zone van 5 m aan weerszijden van het hart van de aardgastransportleiding, mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, anders dan ten behoeve van een aardgastransportleiding; bouwhoogte maximaal 2,5 m.

17.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 17.2 voor het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen van deze gronden, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

de veilige ligging en de continuïteit van de brandstof-, gas-, energievoorziening dienen te zijn gewaarborgd; er worden enkel bouwwerken toegestaan, waarmee geen kwetsbare functie of kwetsbaar gebruik wordt toegevoegd; het bevoegd gezag dient schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

17.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.4.1 Vergunningsplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het wijzigen van het maaiveldniveau; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van oppervlakte verhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het drijven van voorwerpen in de grond.

17.4.2 Uitzondering vergunningsplicht De in artikel 17.4.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b. c.

normale spit- of ploegwerkzaamheden; werken of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer van de gastransportleidingleiding betreffen; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

17.4.3 Advies Ten aanzien van de werkzaamheden genoemd in 17.4.1 wordt advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. 17.4.4 Toelaatbaarheid De in artikel 17.4.1 genoemde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen:

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

a. b.

Page 22 of 30

door de direct of indirect verwachte gevolgen worden of kunnen de de belangen van de aardgastransportleiding in onevenredige mate aangetast worden; andere regels uit het plan zich hier niet tegen verzetten.

De beheersverordening kent geen dubbelbestemming leiding gas en het ontwerpbestemmingsplan buitengebied kent een bestemming die incompleet is. Ik heb daarom zelf een voorstel gedaan.

Artikel 18 Waarde - Archeologie 18.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden.

18.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.2.1 Vergunningsplicht Ter plaatse van de volgende aanduidingen geldt dat het verboden is om een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: a. b. c.

'overige zone - specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting' voor bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5m; 'specifieke vorm van waarde - middelmatige archeologische verwachting' voor bodemingrepen groter dan 500 m² en dieper dan 0,5m; 'specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting ' voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5m;

18.2.2 Onderbouwing van de aanvraag Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 18.2.3 Toelaatbaarheid De in artikel 18.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b.

door uitvoering van de bedoelde werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden.

18.3 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a. b.

de gebieden waar de aanduidingen als genoemd in artikel 18.2.1 betrekking op hebben te vergroten en / of te veranderen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis noodzakelijk en / of mogelijk is; of de oppervlaktes en / of de dieptes als genoemd in artikel 18.2.1 te veranderen en / of hier desgewenst een extra aanduiding voor op te nemen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis noodzakelijk en / of mogelijk is.

Artikel 19 Waterstaat - Waterkering 19.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a.

waterkering;

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

b.

Page 23 of 30

bescherming en instandhouding van ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden.

19.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.2.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.

grondwerkzaamheden zoals het afgraven, vergraven, ophogen, egaliseren, diepploegen of scheuren van gronden; het aanbrengen van ondergrondse leidingen waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedraagt; aanbrengen van verhardingen, voor zover dit plaatsvindt buiten het bouwvlak het aanbrengen van diepwortelende beplanting.

19.2.2 Uitzondering vergunningsplicht De in artikel 19.2.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b.

werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

19.2.3 Advies Ten aanzien van het uitvoeren van werkzaamheden genoemd in artikel 19.2.1 wordt advies ingewonnen bij het waterschap. 19.2.4 Toelaatbaarheid De in artikel 19.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.

door uitvoering bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, worden de waterstaatkundige belangen of cultuurhistorische waarden in onevenredige mate aangetast; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.

Artikel 20 Waterstaat - Waterstaatkundige functie 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ aangewezen gronden behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b. c. d.

de afvoer van hoog oppervlakte water, sediment en ijs; de waterhuishouding; de aanleg, het onderhoud en de verbetering van de waterkering en het vergroten van de afvoercapaciteit; bij deze bestemming behorende voorzieningen.

20.2 Bouwregels a. b.

Op de in artikel 20.1 bedoelde gronden mogen, behalve overeenkomstig de aldaar voorkomende bestemmingen, tevens worden gebouwd, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming; Het bouwen zoals bedoeld onder a. alsmede het bouwen overeenkomstig de aldaar voorkomende bestemming is, voor zover voor dat bouwen een vergunning krachtens de Waterwet is vereist, uitsluitend toegestaan na inwerkingtreding van die vergunning.

20.2.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' zonder of in afwijking van een Omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b.

Het ophogen van gronden; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen.

20.2.2 Uitzonderingen op het aanlegverbod Het in 20.2.1 opgenomen verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden:

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

a. b. c. d.

Page 24 of 30

die behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; die reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; waarvoor de vereiste vergunning op grond van artikel 6.5 van de Waterwet is verleend, dan wel de daarvoor vereiste melding op grond van de Waterwet is gedaan.

20.2.3 Advies Ten aanzien van het uitvoeren van werkzaamheden genoemd in 20.2.1 wordt advies ingewonnen bij Rijkswaterstaat. 20.2.4 Toelaatbaarheid De in artikel 20.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.

door uitvoering van de werkzaamheden, dan wel de direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, worden de waterstaatkundige belangen in onevenredige mate aangetast; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 21 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 22 Algemene bouwregels 22.1 Bestaande bouw Als de bestaande bebouwing, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan, afwijkt van hetgeen elders in deze regels is toegestaan, dienen in afwijking van die regels, de bestaande afwijkingen voor wat betreft: a. b. c. d. e. f. g.

goothoogte bouwhoogte oppervlakte inhoud afstand tot de as van de weg afstand tot de zijdelingse perceelsgrens situering ten opzichte van andere bebouwing

ter plaatse van de afwijking als maximaal toelaatbaar worden aangehouden, mits deze afwijkende maatvoering in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen.

22.2 (Bedrijfs)woning 22.2.1 Hoofdgebouwen (woningen) Voor (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels: a. b.

maximaal 1 (bedrijfs)woning per bestemmingspvlak; maximaal 1 huishouden per woning;

c. d.

inhoud maximaal 800 m3; goothoogte maximaal 6 m;

a.

bouwhoogte maximaal 11 m.

22.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a.

afstand tussen de (zij)gevel van de (bedrijfs)woning en de gevel van een bijgebouw bedraagt niet meer dan 15 m;

b.

totale oppervlakte maximaal 150 m2;

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

c. d.

Page 25 of 30

goothoogte maximaal 3 m; bouwhoogte maximaal 5 m.

22.3 Paardenbakken voor hobbymatig gebruik Voor paardenbakken voor hobbymatig gebruik gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e. f. g. h.

uitsluitend bij en ten behoeve van een (bedrijfs)woning; maximaal 1 paardenbak per woning; uitsluitend binnen of direct aansluitend aan het bouwvlak, met dien verstande dat het oprichten van een paardenbak buiten het bestemmingsvlak 'Wonen' of 'Tuin', dan wel het agrarisch bouwvlak, uitsluitend is toegestaan indien aangetoond is dat het ondoelmatig is een paardenbak binnen het bestemmingsvlak respectievelijk bouwvlak op te richten; niet toegestaan binnen de bestemmingen 'Bos', 'Groen' en 'Natuur'; afstand tot de woning van derden bedraagt minimaal 25 m; oppervlakte maximaal 800 m2; bouwhoogte omheining maximaal 1,7 m; lichtmasten zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. afstand tot Natura 2000 gebieden minimaal 50 m; 2. bouwhoogte maximaal 6 m; 3. lichtbundels zijn middels afscherming zijn gericht op de rijbak.

22.4 Nadere eisen ten behoeve van de waterhuishouding Burgemeester en wethouders kunnen ter waarborging van de (toekomstige) waterhuishouding nadere eisen stellen met betrekking tot waterhuishoudkundige voorzieningen, waterbergings- en/of infiltratievoorzieningen, oppervlakteverharding of andere maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing.

Artikel 23 Algemene aanduidingsregels 23.1 Geluidszone - industrie 23.1.1 Aanduidingsomschrijving De voor 'Geluidzone - industrie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van het functioneren van geluidproducerende bedrijven. 23.1.2 Bouwregels Op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘geluidzone-industrie’ is het bouwen van geluidsgevoelige gebouwen uitsluitend toegestaan indien is gebleken dat de geluidsbelasting vanwege het industrielawaai op de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. 23.1.3 Specifieke gebruiksregels Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 23.1.2, mits gebruik kan worden gemaakt van een vóór de vaststelling van het plan verkregen hogere grenswaarde.

23.2 Veiligheidszone - bedrijven 23.2.1 Aanduidingsomschrijving De voor 'Veiligheidszone - bedrijven' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van het bouwen en/of gebruiken van gebouwen als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object vanwege locaties voor risicovolle inrichtingen. 23.2.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse voorkomende bestemmingen zullen op of in deze gronden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd. 23.2.3 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 23.2.2 in die zin dat beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd, mits: a.

er sprake is van een gewichtige reden;

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

b.

Page 26 of 30

hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.

23.2.4 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming wordt in aanvulling op het gestelde in Artikel 24 in ieder geval gerekend: a.

het gebruik van de gronden en bouwwerken als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object.

23.2.5 Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 23.2.4in die zin dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt als beperkt kwetsbare object, mits: a. b.

er sprake is van een gewichtige reden; hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.

Artikel 24 Algemene gebruiksregels 24.1 Beroep en bedrijf aan huis Het gebruik van de gronden, de (bedrijfs)woning en de bijbehorende bouwwerken voor beroep en bedrijf aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.

bij een bestaande (bedrijfs)woning; de woonfunctie blijft in stand; het beroep of bedrijf aan huis is een activiteit die in Bijlage 2 van deze regels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten aangeduid als categorie 1; geen horeca, casino, seksinrichting of detailhandel, behoudens detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit van de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteit of webwinkelinternetverkoop (zonder afhaalpunt en/of showroom); geen activiteit met grote bezoekersaantallen of verkeersaantrekkende werking; een ruimtelijke uitstraling die met de woonfunctie in overeenstemming is; geen buitenopslag of stalling van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten; het bruto vloeroppervlak voor beroep en bedrijf bedraagt niet meer dan 30% van de oppervlakte van de (bedrijfs) woning en de daarbij behorende gebouwen, met een maximum van 75 m2, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, waar onder beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast en

i.

j. k.

ondergeschikte horeca, niet meer dan 150 m2 bedraagt; in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, waarbij tevens wordt voorzien in voldoende geschikte parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'; de woonsituatie en/of de verkeersveiligheid worden niet onevenredig geschaad; de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad.

24.2 Bed & breakfast Het gebruik van de gronden, de (bedrijfs)woning en de bijbehorende bouwwerken voor bed & breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c.

d. e. f.

de woonfunctie blijft in stand; maximaal 10 slaapplaatsen; in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, waarbij tevens wordt voorzien in voldoende geschikte parkeerplaatsen op eigen terrein, met dien verstande dat is voorzien in minimaal 1 parkeerplaats per kamer, dan wel voor kamers groter dan 30 m2 minimaal 1 parkeerplaats per 15 m2; de voorziening mag door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet functioneren als een zelfstandige woning. Dit betekent ook dat een (aparte) kookgelegenheid niet is toegestaan; bij een woonbestemming bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten, waar onder beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast en ondergeschikte horeca niet meer dan 150 m2; onverkort het gestelde onder e, bedraagt de gezamenlijke oppervlakte van nevenactiviteiten , waaronder bed&breakfast, niet meer dan ter plaatse is toegestaan.

24.3 Gebruiksverbod Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven en/of te laten

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

Page 27 of 30

gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde.

24.4 Vormen van verboden gebruik Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

een seksinrichting; Bevi-inrichtingen; detailhandel, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel als genoemd 18.1 onder d; sporten die veel omgevingslawaai tot gevolg hebben, zoals (model)vliegsport en motorcross; een stand- of ligplaats van onderkomens; opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, danwel onderdelen daarvan, en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; opslag van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop in verband met het onderhoud van de waterloop ingevolge een wettelijke onderhoudsplicht; opslag van verpakkingsmaterialen, al dan niet voor hun gebruik geschikte werktuigen en machines danwel onderdelen daarvan, bouwmaterialen, producten, afval en brandstoffen; bijgebouwen, bedrijfsgebouwen en kassen voor bewoning of recreatief verblijf; beproeven van voertuigen, de beoefening van de motorsport en de modelsport, het houden van wedstrijden met motorrijtuigen of bromfietsen, het racen of crossen met motorvoertuigen, bromfietsen en fietsen; het gebruik van een bedrijfswoning als burgerwoning, zijnde bewoning door een persoon die niet met het ter plaatse gevestigde bedrijf is verbonden en wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of terrein noodzakelijk is;

voor zover dit niet op grond van de regels in dit plan is toegestaan.

24.5 Toegestaan gebruik Het volgende gebruik is niet in strijd met het bestemmingsplan: a.

b.

het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige evenementen, festiviteiten en manifestaties met meer dan 500 personen onder de volgende voorwaarden: 1. niet meer dan 3 per jaar; 2. per keer een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen; 3. de waarden die het plan beoogd te beschermen niet blijvend onevenredig worden geschaad; 4. de milieutechnische en verkeerstechnische uitvoerbaarheid is aangetoond; 5. voor het evenement wordt tevens een evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening aangevraagd in lijn met het gemeentelijk evenementenbeleid; 6. voor het evenement wordt een ontheffing van de Algemene Plaatselijke Verordening aangevraagd voor het buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer machines, toestellen of (geluids)apparaten in werking te hebben of het verrichten van handelingen die voor omwonenden/de omgeving geluidshinder veroorzaken, waarbij ten aanzien van geluid in ieder geval geldt; n Begin en eindtijd geluid: tussen 10:00 – 24:00 uur; n Maximaal geluidsniveau op de gevels van nabijgelegen woningen: 82 dB(A)* en 100 dB(C). n * invallend geluid waarbij geen muziekcorrectie wordt toegepast 7.

omwonenden van het evenement worden geïnformeerd over het evenement. het aanleggen of het laten aanleggen van ondergrond kabels en leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar; 2. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2 en K3-categorie met een diameter van meer dan 4"; 3. hoogspanningsleidingen; 4. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 m of meer en een lengte van 10 km of meer.

Artikel 25 Algemene afwijkingsregels

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

Page 28 of 30

25.1 Algemene voorwaarden voor afwijkingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 3.6 onder c van de Wet ruimtelijke ordening kan slechts worden verleend indien tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b.

c. d. e. f. g.

de verkeersveiligheid, aanwezige natuur- en landschapswaarden en cultuur-historische waarden worden niet onevenredig geschaad; in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, waarbij tevens wordt voorzien in voldoende geschikte parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'; de bebouwing en/of gebruik is verkeerstechnisch toelaatbaar; er wordt voorzien in een passende landschappelijke inpassing, op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsplan; gronden en/of gebouwen mogen niet eerder overeenkomstig de afwijking worden gebruikt dan nadat landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand gehouden conform het beplantingsplan; de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad; door initiatiefnemer is een zekerheidstelling afgegeven met betrekking tot de landschappelijke inpassing en de (planschade)kosten.

25.2 Bedrijfscategorie beroep en bedrijf aan huis Voor het afwijken van de bedrijfscategorie zoals aangeduid in Staat van bedrijfsactiviteiten gelden de volgende voorwaarden: a.

b. c.

het beroep of bedrijf aan huis is naar aard en ruimtelijke effecten gelijk te stellen is met een activiteit in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 Staat van bedrijfsactiviteiten aangeduid als categorie 1 dan wel categorie 2, of naar aard en ruimtelijke effecten hieraan is gelijk te stellen; er wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 25.1; voor het overige wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 24.1 .

25.3 Algemene afwijkingen Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in dit bestemmingsplan, een omgevingsvergunning verlenen voor: a.

b. c.

d.

e.

f.

g.

de bouw van kleine niet voor bewoning bestemde gebouwtjes en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de energie- en communicatievoorziening, afvalverwerking, waterhuishouding of wachthuisjes voor vervoersdiensten onder de volgende voorwaarden; 1. hoogte gebouwen maximaal 4 m; 2. hoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m; 3. oppervlakte gebouwen maximaal 20 m2; de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die om waterstaatkundige of verkeersredenen noodzakelijk zijn, zoals duikers, keermuren, bruggen, verkeersgeleiders en wegverlichtingsapparatuur; geringe veranderingen in de tracés van wegen en de aanpassing van de ligging en de vorm van bestemmingsgrenzen met die tracés - tot maximaal 3 m -, indien bij definitieve uitmeting blijkt, dat een weg als gevolg van de werkelijke toestand van het terrein slechts kan worden aangelegd indien op ondergeschikte punten van het plan wordt afgeweken; afwijkingen van bestemmings- of bouwperceelsgrenzen tot maximaal 3 m, in andere gevallen dan bedoeld onder c, indien daardoor de uitvoering van een bouwplan in verband met de uitmeting in het terrein, de verkaveling of de situering ter plaatse, wordt mogelijk gemaakt, zonder de stedenbouwkundige opzet of vormgeving van het plan of de belangen van derden in onevenredige mate te schaden; overschrijding van de bestemmingsgrenzen, zoals aangegeven op de verbeelding, met

maximaal 1,5 m, door ondergeschikte bouwonderdelen, zoals erkers, balkons, bordessen, luifels, galerijen, trappen, overhangende verdiepingen, pergola's, lifthuizen en dergelijke; het overschrijden van de in de regels genoemde maximum bouwhoogte ten behoeve van lift- en trappenhuizen, centrale verwarmings- en ventilatie-installaties, antennes, lichtkappen, trappen, schoorstenen, torens en dergelijke onderdelen van gebouwen, mits de genoemde bouwhoogte met niet meer dan 5 m wordt overschreden en sprake is van ondergeschikte bouwdelen; antennemasten hoogte tot maximaal 15 m, mits, 1. de waarden die het plan beoogt te beschermen niet in oneveredige mate worden geschaad;

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

2.

Page 29 of 30

de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad.

Artikel 26 Algemene wijzigingsregels 26.1 Algemene voorwaarden voor bestemmingswijziging Een bestemmingwijziging als bedoeld in artikel 3.6 onder a van de Wet ruimtelijke ordening kan slechts worden vastgesteld indien tevens wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

d. e. f. g. h.

i. j.

het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, aanwezige natuur- en landschapswaarden en cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig geschaad; er blijft sprake van een logische en compacte opzet van bebouwing; in de omgeving treedt geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk op, waarbij tevens wordt voorzien in voldoende geschikte parkeerplaatsen op eigen terrein, waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'; de bebouwing en/of gebruik is verkeerstechnisch toelaatbaar; er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsplan; gronden en/of gebouwen mogen niet eerder overeenkomstig de wijziging worden gebruikt dan nadat landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand gehouden conform het beplantingsplan; de belangen van eigenaren en/of gebruikers van omliggende gronden worden niet onevenredig geschaad; de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, waarbij tevens aangetoond moet worden dat: 1. het plan milieutechnisch aanvaardbaar is; 2. het plan stedebouwkundig en landschappelijk inpasbaar is; 3.

in het plan de belangen van het watersysteem voldoende zijn geborgd (het plan is voorzien is van een watertoets); 4. het plan past binnen de geldende beleidskaders; 5. het plan economisch uitvoerbaar is; de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet gewaarborgd zijn, zowel planologisch als financieel; door initiatiefnemer is een zekerheidstelling afgegeven met betrekking tot de landschappelijke inpassing en de (planschade)kosten.

Artikel 27 Overige regels 27.1 Parkeren Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor laden en lossen. Hiervoor gelden de volgende regels: a.

b.

c. d.

In het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 381 'Toekomstbestendig parkeren'; In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij in ieder geval dient te worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 381 'Toekomstbestendig parkeren'; Indien het gebruik van een gebouw en/of gronden daar aanleiding toe geeft, dient te worden voorzien in voldoende ruimte voor laden en lossen; De parkeervoorzieningen als bedoeld onder a en b en de ruimte voor laad- en losvoorzieningen als bedoeld onder c dienen in stand te worden gehouden.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 28 Overgangsrecht 28.1 Overgangsrecht bouwwerken

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

Bestemmingsplan Rhederlaag: Regels

Page 30 of 30

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.

b. c.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

28.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.

c. d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 29 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het Bestemmingsplan Rhederlaag'.

file:///G:/Ruimtelijke%20Ontwikkeling/1.%20PLANNEN%20&%20PROJECTEN/Buit... 1-8-2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=270c6534-a8f0-4b19-a764-9d2029557cdb