CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. 1200272 Toelichting en regels

Commissie Ruimte 15 mei 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/437411 Vaststelling bestemmingsplan Bingerdenseweg 10 te Angerlo20.696 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Versie: Vastgesteld Datum: 29 mei 2024

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 Het geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

6 6 7

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2 Beleid

9 9 9

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieu

18 18

Hoofdstuk 5 Bestemmingsplanregeling 5.1 Algemeen 5.2 Juridische vormgeving

33 33 33

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35 35 35

Bijlagen bij toelichting 1. Landschappelijke inpassing 2. Verkennend bodemonderzoek 3. Akoestisch onderzoek 4. Quickscan Flora en Fauna 4a. Versterking GO 5. Stikstofdepositieberekening 6. Stikstofdepositieberekening i.r.t. N2000 7. Notitie Externe veiligheid 8. Watertoets 9. Bouwhistorisch onderzoek.

2

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Toelichting

(vastgesteld)

3

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggende bestemmingsplan ziet op het perceel Bingerdenseweg 10 in Angelo. Het perceel ook wel bekend onder de naam Hoeve Kroonestein is onderdeel van het landgoed Bingerden NSW BV. Het perceel en de bebouwing is voorheen ten behoeve van een agrarisch bedrijf gebruikt. Na het vervallen van deze agrarische functie is de eigenaar van het landgoed op zoek gegaan naar een passende invulling van de bestaande bebouwing, zodat de rijks monumentale bebouwing duurzaam in stand kan worden gehouden. In overleg met de gemeente is gezocht naar een passende functie voor hergebruik van de bestaande bebouwing. Het hoofgebouw, de woning, wordt gesplitst in twee afzonderlijke woningen, de naastgelegen monumentale schuren worden gebruikt voor maximaal twee woningen per schuur eventueel in combinatie met een B&B functie. Het kippenschuurtje en de kapschuur blijven behouden voor bergruimte voor de woningen. Om de functiewijziging van de bestaande bebouwing mogelijk te kunnen maken is een bestemminsplanprocedure noodzakelijk. De gemeente Zevenaar besloot principemedewerking te verlenen voor het opstarten van de bestemmingsplanprocedure. In het voorliggende bestemmingsplan wordt het initiatief onderbouwd en worden de planologisch kaders juridisch geborgd.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Bingerdenseweg 10 te Angerlo. De locatie ligt in het buitengebied van Bingerden, wordt omgeven door landelijk gebied en ligt ten zuiden van de IJssel. In onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied (rode marker) weergegeven op een topografische kaart.

Afbeelding 1: Globale ligging plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

4

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

1.3

Het geldend bestemmingsplan

Voor de gronden van het perceel Bingerdenseweg 10, Angerlo geldt het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord 2018. Dit bestemmingsplan heeft de gemeenteraad op 10 juni 2020 vastgesteld. De gronden hebben de bestemming 'Agrarisch' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie hoge verwachting', ‘Waarde - Natuur en Landschap’, ‘Waarde – Waardevol open gebied’. Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt daarnaast nog de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ en voor het zuidelijke deel de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Op de verbeelding is een bouwvlak aangegeven waarbinnen agrarische bedrijfsbebouwing, waaronder een bedrijfswoning, is toegestaan. Daarnaast geldt er nog een gebiedsaanduiding ‘Geluidzone – Industrie’ i.v.m. bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan en het plangebied aangegeven (rode lijn).

Afbeelding 2: Uitsnede geldende bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens is in dit hoofdstuk ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 5 is vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de inspraak en overlegmomenten zijn opgenomen.

(vastgesteld)

5

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Hoeve Kroonenstein heeft een lange voorgeschiedenis. De boerderij uit de 18e eeuw is opgetrokken in rode baksteen en voorzien van grijze gepleisterde voeting onder rode pannen gedekt afgeknot schilddak. Op het voorerf van de boerderij links van de voorgevel staat een solitaire eik uit de 18e eeuw. De boerderij en eik tesamen met de twee aangrenzende stalgebouwen vormen een schilderachtig ensemble in de historische parkaanleg van Bingerden. Het hoofdgebouw, de twee stallen en het groen op het terrein zijn Rijksmonumenten.

Afbeelding 3: Vooraanzicht bestaande situatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.700 m² en betreft een gedeelte van het perceel kadastraal bekend onder gemeente Angerlo, sectie H, nummer 176.

Afbeelding 4: Luchtfoto bestaande situatie (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

6

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de bestaande situatie.

Afbeelding 5: Foto’s bestaande situatie (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Het perceel is buitendijks gelegen waardoor er planologisch geen uitbreidingsmogelijkheden zijn voor nieuwe bebouwing ten behoeve van het agrarisch bedrijf. De huidige bebouwing is van onvoldoende omvang voor een duurzaam agrarisch bedrijf, waardoor een herbestemming van de bestaande bebouwing de enige mogelijkheid is voor een duurzame instandhouding van de monumentale bebouwing.

2.2

Toekomstige situatie

Op onderstaande afbeelding is de bestaande bebouwing weergegeven. De monumentale bebouwing (boerderij en de schuren) worden in de toekomstige situatie gebruikt voor wonen (1 en 2). Het kippenschuurtje (3) en de kapschuur (4) zijn niet monumentaal, maar wel behoudens waardig en bruikbaar als bijgebouw voor de woningen. De overige bebouwing (5 en 6) worden gesloopt.

Afbeelding 6: Luchtfoto bestaande bebouwing (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

(vastgesteld)

7

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” Voor een zorgvuldig inrichting van het perceel is een landschappelijke inpassing opgesteld en als bijlage bij de toelichting opgenomen. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie. Bebouwing Het monumentale hoofdgebouw (de boerderij) wordt opgesplitst in twee woningen (1), waarbij rekening wordt gehouden met de monumentale status. De monumentale bijgebouwen worden opgesplitst in maximaal vier wooneenheden (2) eventueel in combinatie met B&B. De exacte invulling is afhankelijk van de toekomstige gebruikers. In het bestemmingsplan wordt in beide monumentale schuren de mogelijkheid geboden voor maximaal twee woningen en een B&B functie. De bestaande kapschuur wordt gebruikt voor parkeren en berging (3). Het bestaande kippenschuurtje wordt ook gebruikt voor berging (4). De bestaande inrit blijft behouden, maar overtollige verharding o.a. steltonplaten en kuilvoerplaten worden verwijderd (5). Parkeren De bestaande in- en uitrit op de Bingerdenseweg blijft de primaire ontsluiting voor de woningen. Op het gemeenschappelijke erf aan de achterzijde (6) is ruimte voor parkeren voor minimaal 11 auto’s. Voor een twee-onder-één kap woning in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning.

In het totaal worden er 6 woningen gerealiseerd dat komt neer op een parkeerbehoefte van 6 x 2,2 parkeerplaatsen = 13,2 (afgerond 14) parkeerplaatsen. De bestaande 3 parkeerplaatsen aan de voorzijde blijven behouden (7). Daarmee is er ruim voldoende parkeergelegenheid op eigen perceel.

Afbeelding 7: Impressie toekomstige situatie (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Landschappelijke inpassing Aan de binnenzijde is ruimte voor een gemeenschappelijke tuin (8). Aan de buitenzijde blijft de tuin zoveel mogelijk intact (9) en sluit aan op de het monumentale karakter van de gebouwen en de omgeving. De tuin is omheind met een knip- en scheerheg (liguster en meidoorn). In het plangebied geven bestaande boomgroepen en solitaire bomen (10) diepte aan de tuin en zorgen voor landschappelijke inpassing. Tevens bieden de bomen beschutting voor dieren. Bestaande hagen (11) en fruitbomen (12) blijven gehandhaafd. Er wordt geen nieuwe beplanting gerealiseerd i.v.m. de bescherming van de dijkzone en de ligging in buitendijkse gebied (primair voor waterberging van de IJssel).

8

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskaders

Inleiding

In dit hoofdstuk worden ingegaan op het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid voor zover dat is relevant voor het plangebied en het voorliggende initiatief.

3.2

Beleid

3.2.1

Rijksbeleid

3.2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI (vastgesteld (11-09-2020) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen die zich aandienen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio's;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het toekomstbestendig en duurzaam wooninitiatief in het landelijk gebied in combinatie met versterking van de landschappelijke waarden past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het kabinet heeft in de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR), welke onder meer de Nota Ruimte vervangt, voor een beperkt aantal onderwerpen van nationaal belang vastgesteld dat de rijksbevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet.

In het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) van 20 augustus 2011 zijn de kaders aangegeven waaraan plannen c.q. initiatieven met betrekking tot de nationale belangen moeten voldoen.

(vastgesteld)

9

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” Onderzoek en conclusie In artikel 2.4.4. van het Barro staat dat ‘een functieverandering binnen de bestaande bebouwing’ in het stroomvoerend deel van het rivierbed mogelijk kan worden gemaakt onder voorwaarde dat voldaan wordt aan artikel 2.4.3. Doordat de functiewijziging ziet op de bestaande bebouwing en er geen nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd kunnen we concluderen dat er kan worden voldaan aan de voorwaarden uit het Barro. 3.2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 1 oktober 2012 is het op grond van artikel 3.1.6, tweede lid, Bro, verplicht om in de plantoelichting de zogenoemde ladder voor duurzame verstedelijking op te nemen. Met betrekking tot de functiewijziging van gronden en gebouwen voor stedelijke functies is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' van belang die het Rijk in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft opgenomen. Bij de afweging van een besluit tot een functiewijziging moeten alle relevante belangen worden betrokken. Onderzoek en conclusie Het initiatief heeft betrekking op een functiewijziging op perceelsniveau in het buitengebied waarbij sprake is van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, de realisatie van vijf extra woningen en de beëindiging van alle bedrijfsactiviteiten.

Op basis van de heersende jurisprudentie wordt de realisatie van vijf extra woningen niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De kwaliteit van de omgeving verbetert door de sloop van voormalige (niet-karakteristieke) agrarische bebouwing. Daarnaast worden de gebouwen en het erf op landschappelijk verantwoorde wijze ingepast. In de gemeente Zevenaar bestaat voorts behoefte aan landelijk wonen. Met de toevoeging van vijf extra woningen wordt in deze behoefte voorzien. 3.2.2

Provinciaal beleid

3.2.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd.

Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in

10

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overals waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezengebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal.In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt.

Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland. Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Zevenaar. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • • •

Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.

Onderzoek en conclusie De sanering van een agrarisch bedrijf draagt bij aan de doelstellingen van de provincie. De sloop van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de realisatie van vijf nieuwe woningen zorgt voor een ruimtelijke verbetering. De realisatie van vijf nieuwe woningen zorgt voor een duurzame instandhouding van de monumentale bebouwing. Bij de realisatie van de nieuwe woningen wordt zoveel mogelijk (vastgesteld)

11

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” rekening gehouden met de energietransitie, circulair bouwen en klimaatadaptatie. De landschappelijke inpassing van het perceel en de sanering van het agrarisch bedrijf levert een positieve bijdrage aan de biodiversiteit. 3.2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. De verordening bevat relevante regels op het gebied van:  Ruimte (hoofdstuk 2):  Milieu, ontgrondingen en natuur (hoofdstuk 3): Wonen Ten aanzien van 'Wonen' is in artikel 2.1 opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen.

In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd. Zoals in subparagraaf 3.2.4.2 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling binnen de gemeentelijke woonagenda (en derhalve binnen de subregionale woonagenda). Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening. Kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied Het plangebied is gelegen in een beschermingsgebied voor grondwater voor mogelijke drinkwaterwinning in de toekomst en waar geen afdoende beschermende kleilaag aanwezig is. In de verordening zijn regels opgenomen voor activiteiten die niet zijn toegestaan. Omdat het initiatief alleen ziet op de wijziging van het gebruik van bestaande bebouwing en er geen grondwerkzaamheden plaatsvinden is het initiatief niet in strijd met de regels van de verordening. Het initiatief draagt indirect zelfs positief bij aan de doelstellingen van de verordening door de beëindiging van de agrarische activiteiten. Nationaal landschap Het plangebied ligt niet in een 'Nationaal landschap, GNN en NHW’.

Aangezien het een kleinschalige functieverandering betreft en de sanering van een kantoorbestemming zijn er geen negatieve effecten te verwachten op deze beschermde natuurgebieden. In paragraaf 4.1.6 wordt hier nader op ingegaan. Het onderzoeksgebied ligt buiten gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk, Natte landnatuur en Weidevogelgebied behoren. Wel ligt het onderzoeksgebied binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone en het Ganzenrustgebied. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren liggen op 85 meter afstand van het onderzoeksgebied. In figuur 4.1 wordt de ligging van de Groene ontwikkelingszone (lichtgroene kleur) en het Gelders Natuurnetwerk (donkergroene kleur) en Ganzenrustgebied (donkerbruine arcering) in de omgeving van het onderzoeksgebied (rode marker) weergegeven. Gronden die tot de Natte landnatuur en Weidevogelgebied behoren liggen op minimaal 1,5 kilometer afstand van het onderzoeksgebied.

12

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Afbeelding 6: Uitsnede Omgevingsverordening (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Klimaatadaptatie In de nieuwe omgevingsverordening van de provincie Gelderland zijn regels opgenomen over klimaatadaptatie (artikel 2.65b). Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan a) een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te b) beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a) waterveiligheid; b) wateroverlast; c) droogte; en d) hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Onderzoek en conclusie De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk kent geen externe werking. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten lokaal en is de afstand met het onderzoeksgebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de Natte landnatuur en Weidevogelgebied hebben. Het onderzoeksgebied ligt wel binnen de gronden die tot de Groene ontwikkelingszone en het Ganzenrustgebied behoren.

De voorgenomen activiteiten hebben echter een lokale invloedsfeer (enkel aanpassingen aan bestaande bebouwing), ligt aan de Bingerdenseweg welke een hoge mate van verstoring oplevert waardoor gewenning optreedt en is er opgaande beplanting aanwezig rond het plangebied. Hierdoor kan een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Ganzenrustgebied uitgesloten worden. Het onderzoeksgebied ligt binnen gronden die tot de Groene ontwikkelingszone behoren. Binnen de Groene ontwikkelingszone worden geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, tenzij: a) Geen reële alternatieven aanwezig zijn; b) Sprake is van redenen van groot openbaar belang; c) De negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel

(vastgesteld)

13

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” mogelijk worden beperkt; d) De overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 2.7.1.1, derde tot en met zesde lid, en 2.7.1.3. Er kunnen nieuwe kleinschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden binnen de Groene ontwikkelingszone, mits: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en b. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. Het onderzoeksgebied ligt in deelgebied 38 van de Groene ontwikkelingszone, De Liemers oost genoemd.

Voor dit deel van de Groene ontwikkelingszone zijn de volgende kernkwaliteiten voor het aspect natuur en landschap vastgesteld: • Heideontginnings- kampen- en essenlandschap in het oosten; kom- en broekontginningen in het westen; dicht en kleinschalig in het oosten, steeds opener naar het westen; overgangen naar Montferland en het Rijnstrangengebied; • Parel/A-locatie bos: De Bijvanck: landgoed met oude boslocatie met waardevolle bossen van rijkere bodems met bossoorten als bosanemoon en boszegge; • Parel: Kwartierse Dijk: smalle, kronkelige dijk met zeer rijk stroomdalgrasland met vele zeldzame soorten; mogelijk leefgebied knoflookpad; • Parel/A-locatie bos: Bosslag: eeuwenoud op oude rivierklei met overgangen naar zandiger gedeelten; het eiken- haagbeukenbos in het meest waardevol; • De evz Bingerden – Keppel en evz Veluwe – Montferland verbinden de Veluwe met Montferland en Duitsland: modellen das, kamsalamander (in het noorden); deze verbinding is tevens klimaatcorridor Veluwe – Eiffel (stuwwalcorridor); • Leefgebied das; • Leefgebied steenuil; • Cultuurhistorische waarden van de landgoederen, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels, en boerderijen; • Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir. Er treedt geen verlies van kernkwaliteiten op aangezien er geen kenmerkende elementen worden aangetast.

Door middel van het formulier ‘Berekening versterking Groene ontwikkelingszone’ van de provincie Gelderland is een impactfactor berekend van 840 punten. Om deze negatiefe impact te compenseren worden er versterkende maatregelen getroffen. Deze maatregelen kunnen in dit geval enkel buiten het plangebied gerealiseerd worden. Het waterschap staat de aanleg van beplanting niet toe aangezien dit de doorstroming bij overstromingen binnen het gebied vermindert. Daarom wordt er op 800 meter 0,75 ha aan hoogstamboomgaarden en op 1000 meter 0,85 ha aan hoogstamboomgaarden aangelegd. Dit levert 4000 versterkingspunten op. Met deze ruime overschot aan versterkingspunten wordt de afstand tussen het plangebied en de versterkende maatregelen gecompenseerd. Zie bijlage 4 voor het rekenformulier van de versterking van de groene ontwikkelingszone.

14

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Afbeelding 7: Versterkingsplan GO

Consequenties t.a.v. provinciaal beleid Het onderzoeksgebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk, Natte landnatuur en Weidevogelgebied. De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk kent geen externe werking. Daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen activiteiten lokaal en is de afstand met het onderzoeksgebied dusdanig groot dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de Natte landnatuur en Weidevogelgebied hebben. Het onderzoeksgebied ligt wel binnen de gronden die tot de Groene ontwikkelingszone en het Ganzenrustgebied behoren. De voorgenomen activiteiten hebben echter een lokale invloedsfeer en geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Ganzenrustgebied. Met de voorgenomen activiteiten worden de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone aantoonbaar versterkt. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening geen specifieke regels die de ontwikkeling beïnvloeden. Onderhavig plan is niet in strijd met de uitgangspunten van het provinciaal beleid van Gelderland. 3.2.3

Gemeentelijk beleid

3.2.3.1 Bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord Het bestaande beleid (uit 2009) met betrekking tot vrijkomende (agrarische) bebouwing is opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Het functieveranderingsbeleid dient ter ondersteuning van de transformatie van het landelijk gebied. Nieuwe functies kunnen in het landelijk gebied een plek krijgen mits het gebied zich daarvoor leent en de functieverandering leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit. Naast het agrarisch gebruik mogen andere belangrijke functies van het landelijk gebied daarbij niet onevenredig aangetast worden. Met het VAB-beleid wordt een goede wijze van (her)gebruik bevorderd voor gebouwen in het buitengebied die hun huidige functie verliezen of hebben verloren. Het VAB beleid is vertaald in het geldende bestemmingsplan. Op basis van artikel 3.6.3 is B&W bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn genoemd in de wijzigingsbevoegdheid:

(vastgesteld)

15

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Het initiatief voldoet niet volledig aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Er wordt namelijk geen 50% van de bestaande bebouwing gesloopt. Daarnaast is het bestemmingsvlak groter dan 1.200 m² en is het bebouwingsoppervlak per woning groter dan 250 m². Het is ook niet wenselijk om aan deze voorwaarden te voldoen omdat er sprake is van monumentale bebouwing. De functiewijziging ziet op het wijzigen van het gebruik van de bestaande bebouwing. Omdat het initiatief niet volledig voldoet aan de voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid is een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk om het initiatief mogelijk te maken. 3.2.3.2 Woonvisie In de Woonvisie Zevenaar is de koers ten aanzien van wonen tot 2025 bepaald. Naast het visiedeel is er een uitvoeringsprogramma waarin is vastgelegd hoe deze koers vormgegeven gaat worden in de komende vier jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt iedere 4 jaar bekeken en indien nodig bijgesteld. De gemeente blijft zich inzetten om een jonge populatie en hogere inkomensgroepen aan zich te binden. Dat is goed voor de lokale economie en noodzakelijk om voldoende draagvlak te behouden voor de voorzieningen. Deze voorzieningen zijn belangrijk voor een prettige woonomgeving en om de leefbaarheid op peil te houden.

In de Woonvisie wordt de focus onder andere gelegd op het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie, en het bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod. Bij de invulling van deze opgaven komt ook het beleid en ambitie rondom duurzaamheid, wonen en zorg, leefbaarheid en het ruimtelijk beleid aan bod. Zevenaar blijft de centrumgemeente in de Liemers en biedt met het woningbouwprogramma ruimte om te groeien. Naast voldoende woningaanbod is een transparante woningmarkt, een goede bereikbaarheid, een aantrekkelijk voorzieningenaanbod en voldoende werkgelegenheid cruciaal om deze ambitie waar te kunnen maken. De verwachting is dat voorlopig een beperkte uitbreidingsbehoefte blijft bestaan voor woningen in het buitengebied. Om verstening te beperken en verpaupering van het buitengebied te voorkomen is nieuwvestiging van woning(en) slechts mogelijk door middel van functieverandering en woningsplitsing. Bij nieuwvestiging door middel van functieverandering is het streven een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit te bewerkstelligen. Een en ander wordt vormgegeven in en door middel van eerder vermeld VAB-beleid.

16

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

3.2.3.3 Structuurvisie gemeente Zevenaar 2010-2030 De structuurvisie doet uitspraken over de ontwikkeling van Zevenaar in de periode 2010-2030. In het algemeen richt de gemeente zich (vanuit regionaal perspectief) met de structuurvisie op het '(ruimtelijk) faciliteren van welvaart en welzijn in Zevenaar en het bevorderen van (ruimtelijke) kwaliteit als onderdeel van de leefkwaliteit van Zevenaar'. Tijdens het structuurvisieproces is onderzocht wat daarvoor wenselijk, noodzakelijk en ook daadwerkelijk mogelijk is. Het gaat hierbij om onderwerpen op allerlei terreinen, zoals wonen, zorg, welzijn, voorzieningen en werken, maar ook over recreatie, natuur, cultuurhistorie en infrastructuur. In de kernen Oud Zevenaar en Ooy is geen ruimte voor grote bouwopgaven. Dit neemt niet weg dat er mogelijk op enkele plekken nog ruimte is voor kleinschalige ontwikkelingen, zoals de Tichel. Afhankelijk van de behoefte is een beperkt aanbod appartementen in Oud Zevenaar voor de doelgroep (alleenstaande) senioren en starters mogelijk. Zowel Oud Zevenaar als Ooy zijn rustige woongebieden met een eigen identiteit. Voor Ooy geldt dat dit pas met de ontwikkeling als nieuwbouwlocatie vanaf 2002 echt tot bebouwingscluster van formaat is verworden. Nieuwe uitbreidingen zijn hier niet voorzien en een eigen voorzieningenniveau is gelet op de omvang en de nabijheid van de stad zelf niet nodig.

De structuurvisie bevat geen essentiële beleidsuitgangspunten over een kleinschalige ontwikkeling op perceelsniveau. De functiewijziging levert een positieve bijdrage aan de leefkwaliteit en de omgeving en past hiermee binnen de algemene beleidsdoelstellingen van de structuurvisie. 3.2.3.4 Conclusie Uit de toets aan het relevante gemeentelijke beleid wordt geconcludeerd dat het planvoornemen hiermee in overeenstemming is. Het initiatief voldoet niet volledig aan de regels van de wijzigingsbevoegdheid van het geldende bestemmingsplan, omdat er sprake is van hergebruik van bestaande monumentale bebouwing en beperkte sloop van voormalige agrarische bebouwing. Het initiatief voldoet wel aan de algemene uitgangspunten van het VAB beleid.

(vastgesteld)

17

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu

4.1.1

Inleiding

Milieu- en omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde gesteld, te weten water, ecologie, archeologische en cultuurhistorische waarden, bodem, geluid, luchtkwaliteit, milieuzonering, externe veiligheid alsmede de economische uitvoerbaarheid. 4.1.2

Bodem

Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat de bodemkwaliteit geschikt moet zijn voor de beoogde functie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd die als bijlage bij de toelichting is opgenomen. Uit het onderzoek is het volgende gebleken: Resultaten grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten zijn aangetoond met zware metalen, PAK en minerale olie. In de ondergrond zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde vastgesteld. Ter plaatse van de voormalige tanklocatie is minerale olie licht verhoogd gemeten waarop de zorgplicht niet van toepassing is. De aangetroffen gehalten zijn dermate laag dat naderonderzoek niet noodzakelijk is. Resultaten asbest in grond Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond plaatselijk asbest is aangetoond. De gehalten overschrijden de norm voor naderonderzoek (50mg/kg ds.) en/of interventiewaarde (100 mg/kg ds.) niet. Het ter plaatse van de voormalige tanklocatie aangetroffen materiaal is daadwerkelijk asbesthoudend. Resultaten grondwater Het grondwater is niet onderzocht omdat binnen 5,5 m-mv op de locatie geen grondwater is aangetroffen.

Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat ten aanzien van de kwaliteit van de grond geen belemmering tegen de geplande planologische procedure. Het uitvoeren van nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Het aangetroffen asbesthoudende materiaal ter plaatse van de voormalige tanklocatie bevindt zich onder de betonverharding. In de huidige situatie is daarmee geen sprake van blootstellingsrisico’s aan dit materiaal. De asbest kan op een natuurlijk moment, bijvoorbeeld bij het verwijderen van de aanwezige betonverharding in het kader van de herontwikkeling van het perceel, verder worden onderzocht. Na het verwijderen van de betonverharding kunnen immers onbelemmerd gaten en/of sleuven worden gegraven. Het plangebied is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het beoogde gebruik. De rapportage van het onderzoek is als bijlage bij het plan gevoegd.

18

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” 4.1.3

Luchtkwaliteit

De luchtkwaliteit is afhankelijk van de mate van verontreiniging door diverse luchtverontreinigende stoffen waarbij de voornaamste bronnen van luchtverontreiniging het wegverkeer, industriële bedrijven en de landbouw zijn. Vanuit Europese richtlijnen wordt aangegeven welke luchtkwaliteitsnormen voor deze stoffen gelden. In Nederland zijn deze richtlijnen sinds 15 november 2007 geïmplementeerd in de Wet milieubeheer middels een wetswijziging van hoofdstuk 5 (milieukwaliteitseisen) titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, beter bekend als de Wet Luchtkwaliteit. Artikel 5.16 lid 1 en 2 van de Wet milieubeheer bepaalt dat bestuursorganen in hun besluitvorming rekening moeten houden met deze luchtkwaliteitseisen. Dit zijn normen voor de concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Deze stoffen zijn: zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), lood, koolmonoxide (CO), fijn stof (PM10), en benzeen (C6H6) De bijbehorende concentratienormen, of grenswaarden, zijn opgenomen in bijlage 2 van de bovenvermelde wet. In de onderstaande tabel zijn deze weergegeven: Stof

Grenswaarde

SO2

350 ìg/ m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 24 maal per kalenderjaar mag worden overschreden 125 ìg/ m³ als 24 uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 3 maal per kalenderjaar mag worden overschreden

NO2

200 ìg/ m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden 40 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie

PM10

40 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie 50 ìg/ m³ als 24 uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden

Lood

0,5 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie

CO

10.000 ìg/ m³ als 8 uursgemiddelde concentratie

C 6H 6

5 ìg/ m³ als jaargemiddelde concentratie

Afbeelding 9: Tabel grenswaarden (bron: Besluit NIBM)

Het Besluit NIBM is van belang om te bepalen of een apart luchtkwaliteitsonderzoek noodzakelijk is. Dit besluit legt namelijk vast wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Dat is het geval wanneer aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. De systematiek voor het bepalen of een project NIBM is voor het grootste gedeelte geregeld in de ‘Regeling niet in betekende mate (luchtkwaliteitseisen)’. Deze ministeriële regeling, verder aan de te duiden als ´Regeling NIBM´, geeft voor een aantal categorieën van projecten een -getalsmatige- invulling aan de NIBM-grens. Het gaat onder meer om woningbouw- en kantoorprojecten en enkele soorten van inrichtingen (bijv. emplacementen, kassen en andere landbouwinrichtingen). Als een project binnen de - getalsmatige - begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de 3% grens en de grenswaarde nodig en kan het project doorgaan zonder dat extra maatregelen behoeven te worden genomen.

Woningbouwprojecten tot een maximumaantal van 1500 woningen (netto) voorzien van minimaal 1 ontsluitingsweg en 3000 woningen voorzien van minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling vallen binnen deze getalsmatige grens. Het toevoegen van vijf extra woningen betreft een kleinschalig initiatief op perceelsniveau en ligt qua aantal in verband met mogelijke milieubelasting ruim onder het hier voor vermelde criteria voor woningbouwontwikkelingen.

(vastgesteld)

19

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” Dat houdt in dat deze ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen in de Wet luchtkwaliteit. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' levert geen beperkingen op voor de uitvoering van het voorliggende plan. 4.1.4

Geluid

Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen schrijft de Wet geluidhinder voor dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden met het aspect wegverkeerslawaai. Volgens het gestelde in artikel 74, lid 1 sub. A2 van de Wet Geluidhinder dient de invloed van alle wegen in een buitenstedelijk gebied met een of twee rijstroken gelegen binnen 250 meter van de woningen in het plangebied op de betreffende gevels te worden onderzocht. De voorkeursgrenswaardeingen is 48 dB. Wordt aan die voorkeurswaarde voldaan, dan is er in de woning sprake van een goed woon- en leefklimaat. Ligt de geluidsbelasting hoger dan kan er een hogere waarde worden vastgesteld. In verband hiermee is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting. Het akoestisch onderzoek Aan de voorzijde (zuidoostzijde) is de Bingerdenseweg gelegen. Dit betreft de provinciale rijksweg N338. Aan de noordwestzijde is de IJssel waarover een groot aantal schepen per jaar varen. Uit de toetsing blijkt dat voor zowel het wegverkeers- als het industrielawaai niet wordt voldaan aan de ambitiewaarden die zijn vastgelegd in het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. De geluidbelasting is wel lager dan de plafondwaarde tot waar ontheffing kan worden verleend. Om het initiatief mogelijk te kunnen maken is het vaststellen van Hogere Grenswaarden noodzakelijk.

De geluidbelasting vanwege het wegverkeer : 58 dB De geluidbelasting vanwege industrielawaai : 54 dB(A) Hogere waarden Voor het vaststellen van hogere waarden zijn ontheffingscriteria gesteld. Bij de uitwerking van het plan is zoveel als mogelijk invulling gegeven aan de hoofdcriteria genoemd in hoofdstuk 4.1 van het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. De cumulatieve geluidbelasting bedraagt maximaal 63 dB op de dove gevels. De vereiste geluidwering van de gevel die volgt uit deze cumulatieve geluidbelasting bedraagt Ga;k= 30 dB. Goede ruimtelijke ordening Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij de toetsingskaders van de Wgh en het gemeentelijk beleid zoals in hoofdstuk 5 van het akoestisch onderzoek omschreven. Er zal voor het aspect geluid sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. In de regels en op de verbeelding is geborgd dat de dove gevels gerealiseerd en in stand gehouden moeten worden. Voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde is de aanwezigheid van een geluidluwe buitenruimte. De gezamenlijke tuin is gelegen achter de bebouwing en daardoor geluidluw.

Gelet op deze geluidluwe buitenruimte én de borging van de realisatie en instandhouding van de dove gevels kan worden gesteld dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de beoogde woningen en daarmee een goede ruimtelijke ordening. Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh. De benodigde geluidwering bedraagt dan 20 dB(A). Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Conclusie Het geluidsaspect levert geen beperkingen op voor de beoogde ontwikkeling. Het akoestisch rapport is als bijlage bijgevoegd bij deze toelichting.

20

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” 4.1.5

Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: • ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering.

Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype tot rustig buitengebied:

Afbeelding 10: Richtafstanden VNG (bron: Brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG)

De vraag is of de toe te voegen woningen de reeds bestaande ruimtelijke functies in de omgeving belemmeren. In de directe omgeving zijn voornamelijk woonfuncties aanwezig. Het perceel Bingerdenseweg 15 heeft een kantoorbestemming. Voor een kantoor geldt een afstand van minimaal 10 meter. Daar wordt ruimschoots aan voldaan. Het perceel Bingerdenseweg 15 is ook in eigendom

(vastgesteld)

21

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” van Landgoed Bingerden en wordt door de eigenaar momenteel onderzocht of de bestemming kan worden omgevormd naar een woonbestemming. Aan de overzijde van de IJssel is het bedrijventerrein Havikerwaard gelegen. Over het plangebied liggen de contouren (geluidzone) van dit bedrijventerrein. Deze zijn opgenomen op de verbeelding als ‘geluidzone - industrie’. In het akoestisch onderzoek is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van dit bedrijventerrein (bijlage 3). Voor het plan moet vanwege industrielawaai een hogere waarde worden vastgesteld van maximaal 54 dB(A). Hogere waarden Voor het vaststellen van hogere waarden zijn ontheffingscriteria gesteld. Bij de uitwerking van het plan is zoveel als mogelijk invulling gegeven aan de hoofdcriteria genoemd in hoofdstuk 4.1 van het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Goede ruimtelijke ordening Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij de toetsingskaders van de Wgh en het gemeentelijk beleid zoals in hoofdstuk 5 van het akoestisch onderzoek omschreven. Er zal voor het aspect geluid sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit Bij het bepalen van de benodigde geluidwering mag geen aftrek plaatsvinden ex. artikel 110-g Wgh.

De benodigde geluidwering bedraagt dan 20 dB(A). Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Het industrielawaai levert geen beperkingen op voor de beoogde ontwikkeling. Het akoestisch rapport is als bijlage bijgevoegd bij deze toelichting. Conclusie Het aspect 'milieuzonering en bedrijven' levert geen beperkingen op voor de nieuwe woonfuncties en de reeds bestaande bedrijven in de omgeving. 4.1.6 Ecologie Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de wettelijk beschermde dieren niet worden verontrust, dat de nesten, holen of andere verblijfplaatsen niet worden vernield, beschadigd of verstoord en dat de wettelijk beschermde planten niet worden verwijderd van hun groeiplaats en hun groeiplaats behouden blijft. In verband hiermee is een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het veldonderzoek vond plaats op 11 augustus 2022. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk, Natte landnatuur en Weidevogelgebied behoren. Wel ligt het plangebied binnen de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone en het Ganzenrustgebied. Gronden die tot het Gelders Natuurnetwerk behoren liggen op 85 meter afstand van het onderzoeksgebied.

In onderstaande afbeelding wordt de ligging van de Groene ontwikkelingszone (lichtgroene kleur) en het Gelders Natuurnetwerk (donkergroene kleur) en Ganzenrustgebied (donkerbruine arcering) in de omgeving van het onderzoeksgebied (rode marker) weergegeven. Gronden die tot de Natte landnatuur en Weidevogelgebied behoren liggen op minimaal 1,5 kilometer afstand van het onderzoeksgebied.

22

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Afbeelding 11: Ligging plangebied t.o.v. GNN, GO en GR (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Onderstaand zijn de voor het onderhavige project relevante gebieden weergegeven. Daarnaast zijn per gebied de aanwijzingsdata weergegeven en de afstand tot het projectgebied. In onderstaande afbeelding zijn deze gebieden geografisch weergegeven ten opzichte van het projectgebied. Rijntakken: • afstand: 0 meter; • aanwijzingsdata: 24 maart 2004 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied. Veluwe: • afstand: 4,26 kilometer; • aanwijzingsdata: 24 maart 2004 als Vogelrichtlijngebied en 7 december 2004 als Habitatrichtlijngebied.

Afbeelding 12: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 gebieden (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

(vastgesteld)

23

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Stikstof - Realisatiefase Uit de rekenresultaten van Aerius-calculator (bijlage 5) is gebleken dat als gevolg van onderhavig project in de realisatiefase sprake is van stikstofdeposties op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j, namelijk 0,02 mol/ha/j. Echter blijkt uit de resultaten van de ‘vergund recht situatie, bestaand’ dat sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j, namelijk 0,03 mol/ha/j. Stikstofemissie afkomstig van onderhavig project heeft geen significant negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000gebieden. Het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 vormt geen belemmering voor de realisatie van het bouwplan en de de Wet natuurbescherming noodzakelijk omdat geen sprake is van een depositie hoger dan 0,00 mol/ha/j. Stikstof - Gebruiksfase Uit de rekenresultaten (bijlage 4) blijkt dat in de ‘vergund recht, gebruiksfase’ een rekenresultaat hoger dan 0,00 mol/ha/j, namelijk 0,03 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend. Uit de rekenresultaten blijkt dat in de‘beoogde situatie, gebruiksfase’een rekenresultaat hoger dan 0,00 mol/ha/j, namelijk 0,03 mol/ha/j op omliggende Natura 2000-gebieden zijn berekend.

Uit de rekenresultaten blijkt echter dat in de ‘vergelijking, vergund recht versus gebruiksfase’geen rekenresultaat hoger dan 0,00 mol/ha/j op omliggende Natura 2000- gebieden zijn berekend. Dat betekent dat het onderhavige plan in de permanente gebruiksfase, in vergelijking met de huidige situatie, geen significant negatieve invloed uitoefent op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van de gebruiksfase zijn geen nadere stappen noodzakelijk. Het Aerius-rekenbestand is als bijlage meegeleverd. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het onderzoeksgebied als foerageergebied en mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier er een vaste rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied en amfibieën bezetten er geen voortplantingsplaats. Van de in het onderzoeksgebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaatsvinden tijdens het broedseizoen van vogels mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Mogelijk komen algemeen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën voor binnen het onderzoeksgebied. Deze soorten staan op de provinciale vrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen. Er hoeft dan ook geen ontheffing voor de uitvoering van voorgenomen activiteiten te worden aangevraagd. Aanbevolen wordt om buiten de kwetsbare periode (augustus-oktober) van de soorten aan het werk te gaan en één richting op te werken zodat de dieren de mogelijkheid hebben om te vluchten. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het onderzoeksgebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten.

Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt de functie van het onderzoeksgebied als foerageergebied niet aangetast.

24

(vastgesteld)

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo” Conclusie Mits bezette vogelnesten beschermd worden en er geen beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Vanwege de ligging buiten beschermd (natuur)gebied en de lokale invloedsfeer, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Op verzoek van de provincie wordt naderonderzoek uitgevoerd naar de huismus en vleermuizen. Indien nodig wordt er een ontheffing of vergunning aangevraagd om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming vormt naar verwachting geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen activiteiten. De quickscan natuurwaardenonderzoek is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen. 4.1.7

Leidingen

In of bij het plangebied liggen geen onder- bovengrondse leidingen, die van invloed zouden kunnen zijn op de planontwikkeling. Zie ook de volgende paragraaf 4.1.8

Externe veiligheid

Er is onderzoek gedaan naar risicobronnen in de omgeving. De rapportage is als bijlage 7 bij de toelichting opgenomen. In de nabijheid van het plangebied zijn verschillende risicobronnen gesitueerd. Zo is op onderstaande afbeelding te zien dat er in de nabijheid van het plangebied een transport buisleiding loopt en dat er in de nabijheid van het plangebied gevaarlijke stoffen worden getransporteerd via binnenvaartroutes.

Afbeelding 13: Risicobronnen in de omgeving van het plangebied (bron: Lycens)

Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen; plaatsgebonden risico en groepsrisico. Daarnaast is het Plasbrandaandachtsgebied van belang.

(vastgesteld)

25

Bestemmingsplan “Bingerdenseweg 10, Angerlo”

Plaatsgebonden risico (PR) Het risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een (fictief) persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Voor kwetsbare objecten geldt een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico van 106 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten is voornoemde waarde een richtwaarde. Van deze richtwaarde kan, mits goed gemotiveerd, worden afgeweken. Onderstaande afbeelding geeft een weergave van het plaatsgebonden risico met daarbij de invloedsgebieden. Groepsrisico (GR) De cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde -waarde maar een oriëntatiewaarde. Elke toename van het groepsrisico dient verantwoord te worden. Bij het PR is het dus niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat in een gebied waar zich geen personen bevinden het GR gelijk aan nul is.

Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers bij een ongeval in één keer kunnen vallen hoe lager (strenger) de norm. Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting. Invloedsgebied Het invloedsgebied is het gebied waarin personen nog worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt bepaald door de berekening van het grootst mogelijke ongeval waar nog bij 1% van de blootgestelde personen dodelijk letsel optreedt (de 1%-letaliteitsgrens). In het Bevi, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform de Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Beviinrichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=c195eb86-2c61-4b8a-a1d0-cf3bbc90eb4e