CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 22. 1288574 - Bijlage 17 bij Omgevingsplan: Akoestisch onderzoek

Raadsvergaderingen 22 april 2026, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/25/488927 Gewijzigde vaststelling TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22b Vestersbos 2-4 Zevenaar86.643 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Akoestisch onderzoek herontwikkeling Vestersbos 2-4 te Zevenaar Geluid door wegen en spoorwegen

datum projectnummer

14 februari 2025 241769

Rapport

Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl avecodebondt.nl

Akoestisch onderzoek herontwikkeling Vestersbos 2-4 te Zevenaar project projectnummer projectleider

opdrachtgever adres

contactpersoon

status versie auteur

Herontwikkeling Vestersbos 2-4 te Zevenaar 241769 Jeroen Hendriks Gemeente Zevenaar Postbus 10 6900 AA ZEVENAAR G. van der Wens Definitief 2.0 Paula van der Horst

paraaf gecontroleerd

Ramon Nieborg

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

Samenvatting In opdracht van de gemeente Zevenaar is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie Vestersbos 2-4 in Zevenaar. De herontwikkeling gaat uit van de realisatie van nieuwe woningen. Nieuwe woningen dienen te worden aangemerkt als nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Om dit plan mogelijk te maken, dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Als onderdeel hiervan is een akoestisch onderzoek benodigd. Beoordelingskader Het beoordelingskader wordt gevormd door de Omgevingswet (Ow) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het plangebied bevindt zich binnen het geluidaandachtsgebied van de geluidbronsoorten gemeentewegen en hoofdspoorwegen. De gemeente Zevenaar heeft (nog) geen beleidsregels vastgesteld waarin voorwaarden zijn opgenomen voor het toestaan van geluid onder de Omgevingswet. Hoewel geluidbeleid dat door een gemeente is vastgesteld om te hanteren onder de Wet geluidhinder (vóór 1 januari 2024) niet zonder meer de beleidsregels weergeeft die een gemeente wil hanteren onder de Omgevingswet, geeft het ‘oude’ geluidbeleid Wgh wel een indicatie van de voorwaarden die kunnen worden gesteld. Het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar is gebiedsgericht opgesteld.

Voor de herontwikkeling is een stedenbouwkundig plan beschikbaar, dit plan gaat uit van grondgebonden woningen met een maximale bouwhoogte van 7 meter (2 woonlagen) in het noordelijke deel van het plangebied. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn appartementen het uitgangspunt, met een maximale bouwhoogte van 12 meter (4 woonlagen). Omdat de huidige bebouwing een onderwijsfunctie heeft (gehad) en daarmee als geluidgevoelig aangemerkt kan worden, kan het plan vervangende nieuwbouw zijn in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dat geval kunnen, bij de toetsing van het geluid op de gevels, de grenswaarden met 5 dB worden verhoogd (artikel 5.78v Bkl). Ook het wijzigen van de transformatie van gebouwen wordt op dit moment niet uitgesloten. Echter, de verruimde grenswaarde op grond van artikel 5.78w Bkl kan alleen worden toegepast indien de transformatie betrekking heeft op wijziging van de gebruiksfunctie van een op dat moment aanwezig, niet-geluidgevoelig gebouw. Dit houdt in dat de verruimde grenswaarde slechts kan worden toegepast indien de betreffende gebouwen of delen van het gebouw in de huidige situatie niet-geluidgevoelig zijn. Resultaten Uit de resultaten van het akoestisch onderzoek blijkt dat het geluid door gemeentewegen ten hoogste 53 L den is. Het geluid is niet hoger dan de standaardwaarde van 53 L den.

Hiermee is tevens voldaan aan de bovengrens voor geluid door wegen (58 dB, geluidklasse ‘zeer onrustig’) conform het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Er gelden verder geen voorwaarden ten aanzien van het geluid door gemeentewegen. Uit de resultaten blijkt dat in de situatie overeenkomstig het stedenbouwkundig plan, het geluid door hoofdspoorwegen ten hoogste 72 Lden is op het zuidelijk deel van het plan waar sprake is (of kan zijn) van vervangende nieuwbouw. Het berekende geluid is hoger dan de standaardwaarde van 55 L den en de verruimde grenswaarde van 70 Lden. Op het noordelijk deel van het plan is dit ten hoogste 63 L den en is wel aan de grenswaarde van 65 Lden voldaan.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

Op de gevels van te transformeren gebouwen is het geluid ten hoogste 72 L den. Het geluid is hoger dan de standaardwaarde (55 Lden) en de verruimde grenswaarde van 70 L den bij functiewijziging. Er is sprake van overschrijding van ten hoogste 2 dB. Op het noordelijk deel van het plan is het berekende geluid ten hoogste 62 Lden, er is sprake van overschrijding van de standaardwaarde, maar aan de grenswaarde van 65 L den is voldaan. Dit houdt tevens in dat in het noordelijk deel wordt voldaan aan de bovengrens voor geluid door spoorwegen (63 dB, geluidklasse ‘zeer onrustig’) conform het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Voor het zuidelijk deel geldt dat deze bovengrens wordt overschreden. Geluidbeperkende maatregelen Om verlaging van het geluid door de spoorweg te bewerkstelligen, kunnen als bronmaatregel raildempers worden overwogen. Geadviseerd wordt in overleg te treden met ProRail om te komen tot verlaging van de geluidproductieplafonds op basis van de daadwerkelijk aanwezige bovenbouw en een reëel toekomstscenario van het gebruik van het spoor Arnhem – Zevenaar, ter hoogte van de kern Zevenaar. Een geluidscherm naast de spoorlijn is voldoende effectief om, bij de huidige registergegevens, te kunnen voldoende aan de verruimde grenswaarde voor de geluidbronsoort hoofdspoorwegen van 70 L den indien de hoogte van het scherm minstens 3 meter is.

Voorwaarden In het akoestisch onderzoek is het plan beoordeeld aan de hand van criteria uit het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Bij de uitwerking van het plan is van belang: • indien mogelijk bronmaatregelen te treffen; • indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) te vergroten; • in ieder geval bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; • het stedenbouwkundige ontwerp vorm te geven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; • bij een aanvraag om bouwvergunning voor woningen een akoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit (thans: Besluit bouwwerken leefomgeving); • geluidsaspecten vanaf eerste ontwerpstadium te betrekken; • bij appartementen en seniorenwoningen minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde en bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde; • de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen woningen/appartementen wordt met één geluidsklasse aangescherpt. Gecumuleerd en gezamenlijk geluid In onderhavige situatie is in het plangebied geen sprake van overschrijding van de standaardwaarde als gevolg van het geluid van meer dan één geluidbronsoort. Het bepalen en beoordelen van het gecumuleerde geluid is daarom niet aan de orde.

Omdat uitsluitend sprake is van overschrijding van de standaardwaarde vanwege één geluidbronsoort, is het gezamenlijk geluid van de geluidbronsoorten hoofdspoorwegen én gemeentewegen niet (significant) hoger dan het geluid als gevolg van de geluidbronsoort hoofdspoorwegen. Indirecte effecten In het akoestisch onderzoek is door middel van modelberekeningen aangetoond dat geen sprake is van significante negatieve indirecte effecten door veranderend verkeer en wijziging in de geluidoverdracht.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

Inhoudsopgave 1

Aanleiding

1

2 2.1 2.2

Situatie Locatie plangebied Geluidbronnen in de omgeving

2 2 2

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.8.1 3.8.2 3.9

Beoordelingskader Geluidgevoelige gebouwen en ruimten Geluidaandachtsgebied Standaardwaarde en grenswaarde Overschrijding standaardwaarde Aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid Gezamenlijk geluid Overschrijding grenswaarde Indirecte akoestische effecten Als gevolg van veranderend verkeer Als gevolg van wijziging in de geluidoverdracht Gemeentelijk geluidbeleid

3 3 3 4 4 5 5 5 7 7 7 8

4 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Uitgangspunten Stedenbouwkundig plan Te onderzoeken geluid Verkeersgegevens Herkomst en aangeleverde gegevens Verkeersgeneratie van het plan Gehanteerde verkeersgegevens

10 10 11 12 12 12 12

5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3

Berekeningen en resultaten Akoestisch rekenmodel Berekend geluid Geluid door gemeentewegen Geluid door hoofdspoorwegen, stedenbouwkundig plan Geluid door hoofdspoorwegen, plan met transformatie

13 13 13 13 14 14

6 6.1 6.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3

Geluidbeperkende maatregelen Overschrijding standaard- en grenswaarde Voorkeursvolgorde geluidbeperkende maatregelen Geluidbeperkende maatregelen aan spoorwegen Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Samenvatting

16 16 16 16 16 17 18

7

Beoordeling voorwaarden geluidbeleid

19

8 8.1

Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Gecumuleerd geluid

21 21

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

8.2

Gezamenlijk geluid

21

9 9.1 9.2

Indirecte akoestische effecten Indirecte akoestische effecten door veranderend verkeer Indirecte akoestische effecten door wijziging in de geluidoverdracht

22 22 22

10

Toe te staan geluid

24

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Aangeleverde verkeersgegevens Invoergegevens rekenmodel Rekenresultaten geluid gemeentewegen Rekenresultaten geluid hoofdspoorwegen Rekenresultaten geluidbeperkende maatregelen Gezamenlijk geluid

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

1

Aanleiding

In opdracht van de gemeente Zevenaar is door Aveco de Bondt een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het aspect geluid ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie Vestersbos 2-4 in Zevenaar. De herontwikkeling gaat uit van de realisatie van nieuwe woningen. Nieuwe woningen dienen te worden aangemerkt als nieuwe geluidgevoelige gebouwen in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Om dit plan mogelijk te maken, dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Als onderdeel hiervan is een akoestisch onderzoek benodigd. De locatie van de herontwikkeling bevindt zich nabij gemeentelijke wegen en spoorwegen. Om de beoogde geluidkwaliteit te realiseren of behouden, zijn in de Omgevingswet regels opgenomen. Daartoe zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving voorwaarden opgenomen met betrekking tot het geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van wegen en spoorwegen. Het doel van het akoestisch onderzoek is het inzichtelijk maken van het geluid op de gevels van de nieuwe woningen. Het beoordelingskader wordt gevormd door de Omgevingswet (Ow) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Ook wordt beoordeeld of wordt voldaan aan de voorwaarden in het gemeentelijk geluidbeleid.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 1/31

2

Situatie

2.1 Locatie plangebied De herontwikkeling gaat uit van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen op de locatie Vestersbos 2-4 te Zevenaar. De locatie is gelegen aan de Vestersbos en Stationsstraat aan de zuidkant van de kern Zevenaar. Ter plaatse van het plangebied zijn verschillende onderwijsgebouwen aanwezig van de voormalige technische mbo-school die al langere tijd niet meer in gebruik zijn. In figuur 2.1 is het plangebied weergegeven.

Molenstraat

Stationsstraat

Plangebied Vestersbos Spoorlijn Zevenaar – Arnhem

Ringbaan-Zuid

Figuur 2.1: Situering plangebied

2.2 Geluidbronnen in de omgeving Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan de Stationsstraat en aan de oostzijde aan de Vestersbos. Beide wegen zijn 30 km/uur-wegen. Doorgaande wegen in de nabijheid zijn de Molenstraat, op een afstand van circa 100 meter ten westen van het plangebied, en de Ringbaan-Zuid, op een afstand van circa 65 meter ten zuiden van het plangebied. Ten zuiden, op een afstand van circa 20 meter van de grens van het plangebied, bevindt zich de spoorlijn Zevenaar – Arnhem. Ter hoogte van het plangebied ligt ook de Betuwelijn, maar deze spoorweg ligt hier in een tunnel en is daarom uit het oogpunt van geluid niet relevant.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 2/31

3

Beoordelingskader

Het beoordelingskader wordt gevormd door de Omgevingswet (Ow) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het geluid op een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt beoordeeld als het nieuwe geluidgevoelige gebouw is gelegen in het geluidaandachtsgebied van een geluidbronsoort. De gemeente Zevenaar heeft (nog) geen beleidsregels vastgesteld waarin voorwaarden zijn opgenomen voor het toestaan van geluid onder de Omgevingswet. Hoewel geluidbeleid dat door een gemeente is vastgesteld om te hanteren onder de Wet geluidhinder (vóór 1 januari 2024) niet zonder meer de beleidsregels weergeeft die een gemeente wil hanteren onder de Omgevingswet, geeft het ‘oude’ geluidbeleid Wgh wel een indicatie van de voorwaarden die kunnen worden gesteld. In paragraaf 3.9 zijn de relevante bepalingen beschreven. 3.1 Geluidgevoelige gebouwen en ruimten In artikel 3.21 Bkl is gedefinieerd wat een geluidgevoelig gebouw is. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: • Woonfunctie en nevengebruikfuncties daarvan; • Onderwijsfunctie en nevengebruikfuncties daarvan; • Gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruikfuncties daarvan; • Bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied nevengebruikfuncties daarvan; • Woonschip of woonwagen. In artikel 3.22 Bkl is beschreven wat een geluidgevoelige ruimte is.

Dit is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een in artikel 3.21, lid 1 Bkl een geluidgevoelig gebouw. Als het omgevingsplan geen geluidgevoelige ruimte toelaat dan is dat gedeelte van het gebouw niet geluidgevoelig. In artikel 3.23 Bkl is beschreven waar de standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden: • Op de gevel van een geluidgevoelig gebouw; • Op de locatie waar een gevel mag komen (in het geval van nieuwe te bouwen geluidgevoelige gebouw); • Op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen; • In de geluidgevoelige ruimte. 3.2 Geluidaandachtsgebied Een geluidaandachtsgebied (artikel 3.20 Bkl) is een locatie langs een geluidbronsoort waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde in L den. Als een nieuw geluidgevoelig gebouw zich in een geluidaandachtsgebied bevindt, dient te worden getoetst of wordt voldaan aan de wet- en regelgeving (artikel 5.78r Bkl). Voor gemeentewegen geldt dat deze verhard moet zijn, geen erf is in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en een verkeersintensiteit heeft van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal (artikel 5.78i Bkl).

Overgangsrecht geluidaandachtsgebied Indien de basisgeluidemissie van de gemeentewegen nog niet is vastgesteld door de gemeente en de intensiteit hoger is dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, worden de geluidaandachtsgebieden bepaald op basis van het aantal rijstroken en maximumsnelheid (artikel 17.5 van de Omgevingsregeling). In tabel 3.1 zijn de geluidaandachtsgebieden samengevat.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 3/31

Tabel 3.1: Geluidaandachtsgebied gemeentewegen Aantal rijstroken

Zonebreedte

Eén of twee rijstroken en maximumsnelheid ≤ 30 km/uur

100 meter

Eén of twee rijstroken en maximumsnelheid > 30 km/uur

200 meter

Drie of meer rijstroken

350 meter

Verder geldt dat, als een weg bestaat uit delen met een verschillende breedte van de zone, het breedste zonedeel doorloopt langs de as van de weg over een lengte van een derde van de breedte van dat zonedeel (artikel 75, lid 2 Wgh). Daarentegen loopt bij het uiteinden van een weg de zone door over een lengte die gelijk is aan de breedte van de zone, in het verlengde van de wegas (artikel 75, lid 3 Wgh). 3.3 Standaardwaarde en grenswaarde In artikel 5.78t en artikel 5.78u van het Bkl zijn de standaardwaarde en grenswaarde opgenomen voor het geluid per geluidbronsoort op de gevels van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het maatgevend jaar. Het maatgevend jaar is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie. Omdat in het plan de huidige bebouwing een onderwijsfunctie heeft of heeft gehad en daarmee als geluidgevoelig aangemerkt kan worden, kan het plan vervangende nieuwbouw zijn in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dat geval worden, bij de toetsing van het geluid op de gevels, de grenswaarden met 5 dB verhoogd (artikel 5.78v Bkl). Voorwaarde hierbij is dat het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde niet wezenlijk toeneemt (artikel 5.78v onder c Bkl).

Indien de huidige bebouwing geen geluidgevoelige functie heeft of heeft gehad, kan bij transformatie uitgegaan worden van de verruimde grenswaarde (grenswaarden met 5 dB verhoogd) (artikel 5.78w Bkl). In tabel 3.2 zijn de waarden per geluidbronsoort weergegeven. Tabel 3.2: Standaardwaarde en grenswaarde op de gevels van geluidgevoelige gebouwen Geluidbronsoort

Standaardwaarde (artikel 5.78t Bkl)

Grenswaarde (artikel 5.78u Bkl)

Verruimde grenswaarde (artikel 5.78v/w Bkl)

Gemeente- en waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

75 Lden

Lokale spoorwegen en hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

70 Lden

3.4 Overschrijding standaardwaarde Het geluid mag hoger zijn dan de standaardwaarde als is voldaan aan de voorwaarden in artikel 5.78u, eerste lid Bkl: I. Geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen. Deze geluidbeperkende maatregelen dienen financieel doelmatig te zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige en vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan. II. De overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt. III. Het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde. In artikel 5.78u, derde lid van het Bkl is bepaald dat geluidbeperkende maatregelen moeten worden toegepast als deze financieel doelmatig zijn en er geen sprake is van overwegen bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of technische aard.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 4/31

Als het geluid hoger is dan de standaardwaarde wordt het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel betrokken (artikel 5.78ab Bkl). In de onderbouwing van het plan dient aandacht te worden geschonken aan realisatie van geluidluwe gevels in het kader van de gezondheid, maar het bevoegd gezag beschikt daarbij over een relatief grote bestuurlijke afwegingsruimte. Het begrip geluidluwe gevel is akoestisch niet gedefinieerd in het Bkl, maar veelal wordt een gevel bedoeld waar aan de standaardwaarde is voldaan als gevolg van elk van de aanwezige geluidbronsoorten. 3.5 Aanvaardbaarheid van het gecumuleerd geluid Als het geluid van een geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening te worden gehouden met lokale specifieke omstandigheden en de cumulatie van het geluid (artikel 5.78ac Bkl). Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor verschillen in hinderlijkheid. Voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid zijn alleen de waarden van 50 L cum en hoger relevant omdat cumulatie van geluid alleen verplicht wordt beoordeeld als het geluid hoger is dan de standaardwaarde. Er is voor het gecumuleerde geluid geen grenswaarde in het Bkl opgenomen.

3.6 Gezamenlijk geluid Bij overschrijding van de standaardwaarde is in artikel 5.78ad vastgelegd dat het gezamenlijk geluid bepaald moet worden. Anders dan bij cumulatie van geluid, wordt voor de bepaling van het gezamenlijk geluid, het geluid door geluidbronsoorten en andere geluidbronnen energetisch opgeteld zonder daarbij te corrigeren voor verschillen in hinderlijkheid. Het gezamenlijk geluid is het uitgangspunt voor de benodigde geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen. 3.7 Overschrijding (verruimde) grenswaarde Overschrijding van de grenswaarde kan worden toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van een nietgeluidgevoelige gevel met maatgevend maatregelen (artikel 5.78y Bkl). Een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen wordt vastgelegd in het omgevingsplan en voldoet aan de voorwaarde dat: • De gevel bestaat uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat, anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of • Geborgd is dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde.

Van bovengenoemde mogelijkheden kan alleen gebruik worden gemaakt indien aangetoond is dat aan de in artikel 5.78z Bkl genoemde voorwaarden is voldaan: • geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de grenswaarde te voldoen, waarbij geldt dat geluidbeperkende maatregelen worden toegepast als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; en • de overschrijding van de grenswaarde wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 5/31

In andere gevallen kan conform artikel 5.78aa Bkl overschrijding van de grenswaarde alleen toegestaan worden als sprake is van: • Zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen die dit rechtvaardigen; • Geen andere maatregelen in aanmerking komen om te voldoen aan de grenswaarde; • In het omgevingsplan wordt bepaald (vastgelegd) dat de gevel een niet-geluidgevoelige gevel is.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 6/31

3.8

Indirecte akoestische effecten

3.8.1 Als gevolg van veranderend verkeer Veranderingen van het verkeer, zoals een toename van de verkeersintensiteit, kunnen doorwerken naar bestaande wegen, buiten het plangebied. In artikel 5.78af Bkl is geregeld dat dit indirecte effect, op vergelijkbare wijze wordt beoordeeld als het directe effect voorheen onder de Wet geluidhinder werd beoordeeld (het zogenoemde ‘reconstructie-effect’). Vanwege de toename van de verkeersintensiteit van het project mag de toename van het geluid op de geluidgevoelige gebouwen niet meer bedragen dan 1,5 dB (artikel 5.78af Bkl). Deze toename wordt bepaald door het geluid in het maatgevend jaar na de wijziging te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging. Het maatgevend jaar is over het algemeen de situatie tien jaar na de beoogde realisatie.

In het derde tot en met vijfde lid van artikel 5.78af Bkl is beschreven onder welke voorwaarden een grotere toename dan 1,5 dB is toegestaan: • Er kunnen geen geluidbeperkende maatregelen worden getroffen om de toename te voorkomen, waarbij geldt dat geluidbeperkende maatregelen worden toegepast als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; • De toename van het geluid wordt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk beperkt; • Het geluid op geluidgevoelige gebouwen is niet hoger is dan de grenswaarde uit artikel 3.35 Bkl; • De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw wordt beoordeeld. Voor gemeentewegen geldt dat deze verhard moet zijn, geen erf is in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en een verkeersintensiteit heeft van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal (artikel 5.78ae, lid 1a Bkl). 3.8.2 Als gevolg van wijziging in de geluidoverdracht In het Bkl (artikel 5.78ai Bkl) is tevens opgenomen dat indirecte effecten als gevolg van wijzigingen in een geluidaandachtsgebied worden beoordeeld. Hiervoor wordt op de gevels van bestaande geluidgevoelige gebouwen het geluid in de plansituatie vergeleken met het geluid in de autonome situatie.

Voor geluidgevoelige gebouwen die, als gevolg van een wijziging of wijzigingen in de overdracht van geluid, een significante toename van geluid ondervinden, geldt dat geluidbeperkende maatregelen moeten worden onderzocht om de toename van het geluid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Als dit niet mogelijk is, worden geluidwerende maatregelen getroffen om te voldoen aan de grenswaarde in geluidgevoelige ruimten, zoals opgenomen in tabel 3.53 van het Bkl. Om lokaal maatwerk mogelijk te maken, kan per geval te worden beoordeeld wat een significante toename van het geluid is en welke maatregelen eventueel kunnen worden getroffen. Uitgangspunt is dat als het geluid lager is dan of gelijk is aan de standaardwaarde van de geluidbronsoort, er geen sprake kan zijn van een (significante) toename van het geluid. Vanaf deze standaardwaarde wordt bepaald wat de toename van het geluid is in de plansituatie ten opzichte van de autonome situatie.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 7/31

3.9 Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Zevenaar heeft (nog) geen beleidsregels vastgesteld waarin voorwaarden zijn opgenomen voor het toestaan van geluid onder de Omgevingswet. Hoewel geluidbeleid dat door een gemeente is vastgesteld om te hanteren onder de Wet geluidhinder (vóór 1 januari 2024) niet zonder meer de beleidsregels weergeeft die een gemeente wil hanteren onder de Omgevingswet, geeft het ‘oude’ geluidbeleid Wgh wel een indicatie van de voorwaarden die kunnen worden gesteld. Het ‘Gemeentelijk geluidbeleid 2008 Zevenaar’ is gebiedsgericht opgesteld. Het plangebied is gesitueerd aan de rand van een woonwijk in het noordelijk deel van Zevenaar. Het omgevingstype ‘woonwijken in Zevenaar’ wordt meest passend geacht te zijn. Voor weg- en spoorweggeluid zijn de ambitiewaarde, de bovengrens en de bovengrens voor vervangende nieuwbouw weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Beoordelingskader gemeentelijk geluidbeleid Omgevingstype ‘woonwijken in Zevenaar

Beoordelingskader

Wegverkeer 1)

Spoorweg

Ambitiewaarde (‘redelijk rustig’)

48 dB

55 dB

Bovengrens (‘zeer onrustig’)

58 dB

63 dB

Bovengrens vervangende nieuwbouw(‘lawaaiig’)

63 dB

68 dB

1)

Voor geluid door wegverkeer na aftrek conform artikel 110g Wgh

Verder is in het geluidbeleid beschreven dat in het akoestisch onderzoek de geluidbelasting voor de relevante peiljaren in kaart gebracht moet worden. Ook dienen mogelijke en haalbare bron- en/of overdrachtsmaatregelen te worden afgewogen. Als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, landschappelijke, verkeer- of vervoerskundige of financiële aard, komt het plan in aanmerking voor vaststelling van hogere grenswaarden. Bij de afweging om meer geluid (dan de voorheen geldende wettelijke voorkeurswaarde) toe te staan, kunnen locatie-specifieke kenmerken als positief aspect meegenomen worden.

Verdere criteria die in de afweging worden betrokken, op basis van de geluidklassen, zijn: Vanaf geluidklasse ‘onrustig’ (geluid door wegen 48 dB, geluid door spoorweg 55 dB): • indien mogelijk bronmaatregelen te treffen; • indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woning(en) te vergroten; • in ieder geval bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; • het stedenbouwkundige ontwerp vorm te geven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; • vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om bouwvergunning voor woningen een akoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit. Aanvullend vanaf geluidklasse ‘zeer onrustig’ (geluid door wegen 53 dB, geluid door spoorweg 58 dB): • het geluidsaspecten vanaf eerste ontwerpstadium te betrekken; • bij appartementen en seniorenwoningen minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde en bij eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 8/31

Aanvullend vanaf geluidklasse ‘lawaaiig’ (geluid door wegen 58 dB, geluid door spoorweg 63 dB): • al het mogelijke moet gedaan om de geluidsbron stiller te maken dan wel de afstand te vergroten zodat slechts in het geval van het opvullen van een open plaats tussen bestaande bebouwing en/of ter plaatse van vervangende nieuwbouw, nieuwe gevoelige bestemmingen worden gebouwd in de geluidsklasse ‘lawaaiig’; • de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen woningen/appartementen wordt met één geluidsklasse aangescherpt. Vanaf de geluidklasse ’onrustig’ kan ook niet-akoestische compensatie als positief aspect bij de afweging worden betrokken, genoemde voorbeelden hiervan zijn: • grotere woningen en/of appartementen; • meer dan gemiddeld aantal parkeerplaatsen, liefst door middel van parkeren uit het zicht; • de nieuwe locatie ‘groen’ in te richten; • de woningen en/of appartementen te voorzien van een hoger afwerkingsniveau; • de hoogstbelaste woningen en/of appartementen te situeren op een locatie met uitzicht; • de hoogbelaste woningen en/of appartementen te situeren in de nabijheid van ‘uitloopgebieden’, natuurgebieden en/of OV-knooppunten.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 9/31

4

Uitgangspunten

4.1 Stedenbouwkundig plan Voor de herontwikkeling is een stedenbouwkundig plan beschikbaar (zie figuur 4.1, links). Dit plan gaat uit van grondgebonden woningen met een maximale bouwhoogte van 7 meter (2 woonlagen) in het noordelijke deel van het plangebied. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn appartementen het uitgangspunt, met een maximale bouwhoogte van 12 meter (4 woonlagen). Omdat de huidige bebouwing een onderwijsfunctie heeft (gehad) en daarmee als geluidgevoelig aangemerkt kan worden, kan het plan vervangende nieuwbouw zijn in de zin van het Besluit kwaliteit leefomgeving. In dat geval kunnen, bij de toetsing van het geluid op de gevels, de grenswaarden met 5 dB worden verhoogd (artikel 5.78v Bkl).

Figuur 4.1: Stedenbouwkundig plan herontwikkeling Vestersbos 2-4

Een mogelijke invulling van het plangebied is rechts weergegeven in figuur 4.1. In deze opzet gaat het plan uit van 28 grondgebonden woningen en 49 appartementen. Transformatie Ook het wijzigen van de transformatie van gebouwen wordt op dit moment niet uitgesloten. Deze situatie is eveneens beschouwd in dit akoestisch onderzoek. Uitgangspunt is dat in figuur 4.2 weergegeven gebouwen worden getransformeerd tot woningen. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is ook een bepaling opgenomen voor een verruimde grenswaarde in geval van functiewijziging (artikel 5.78w Bkl). Echter, deze verruimde grenswaarde kan alleen worden toegepast indien de transformatie betrekking heeft op wijziging van de gebruiksfunctie van een op dat moment aanwezig, dus een daadwerkelijk bestaand, niet-geluidgevoelig gebouw. Dit houdt in dat de verruimde grenswaarde slechts kan worden toegepast indien de betreffende gebouwen of delen van het gebouw in de huidige situatie nietgeluidgevoelig zijn.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 10/31

Figuur 4.2: Uitgangspunt mogelijk te transformeren gebouwen

4.2 Te onderzoeken geluid Om te bepalen of het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van gemeentelijke wegen is gesitueerd, is het overgangsrecht zoals beschreven in paragraaf 3.2 toegepast. Dit houdt in dat bepaald is of het plangebied binnen de zone van de betreffende wegen is gelegen. Voor de Molenstraat, Oranjelaan en Ringbaan-Zuid is de geluidzone 200 meter omdat sprake is van één of twee rijstroken en de maximumsnelheid meer dan 30 km/uur bedraagt. De Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG) is het digitale systeem waarin de geluidgegevens verzameld en beschikbaar wordt gesteld. Het CVGG vervult, onder andere, de rol van het geluidregister onder de Omgevingswet. Om te bepalen of het plangebied binnen het geluidaandachtsgebied van de geluidbronsoort hoofdspoorwegen is gesitueerd, is het CVGG geraadpleegd. Het nieuwbouwplan bevindt zich in het geluidaandachtsgebied van de volgende geluidbronsoorten: • gemeentewegen; • hoofdspoorwegen. Voor de Stationsstraat en Vestersbos geldt dat de verkeersintensiteit lager is dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Het plangebied grenst echter direct aan deze wegen, daarom is het geluid als gevolg van deze wegen in dit akoestisch onderzoek beschouwd als onderdeel van de geluidbronsoort gemeentewegen.

De verkeersintensiteit op de Heldringstraat en Pelgromstraat, nabij het plangebied met een maximumsnelheid van 30 km/uur, is ruimschoots lager dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Op voorhand is duidelijk dat deze wegen geen relevante bijdrage hebben aan het geluid door gemeentewegen op het plan. Deze 30 km/uur wegen zijn daarom niet verder beschouwd.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 11/31

4.3

Verkeersgegevens

4.3.1 Herkomst en aangeleverde gegevens Uitgangspunt voor het bepalen van het geluid door spoorwegen met geluidproductieplafonds is, conform artikel 5.78a Bkl, het geluid bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. De gegevens van de spoorwegen zijn ontleend aan het CVGG (registerdatum 10 september 2024). Hierin zijn alle relevante parameters opgenomen waarmee moet worden gerekend. Dit zijn onder andere de geluidschermen, het aantal bakken en spoorvoertuigcategorieën in de dag-, avond- en nachtperiode, de rijsnelheden en de spoorwegconstructies. Door uit te gaan van deze gegevens, wordt het geluid bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds bepaald, conform artikel 5.78a Bkl. Uitgangspunt voor het bepalen van het geluid door gemeentewegen (zonder geluidproductieplafonds) is conform artikel 5.78a Bkl het geluid in een voor het verkeer op die weg maatgevend jaar. Dit is het tiende jaar na het opstellen van het omgevingsplan. De gehanteerde verkeersgegevens voor de gemeentewegen zijn aangeleverd door de gemeente Zevenaar op 9 oktober 2024. Dit betreft telgegevens van de relevante wegen, voor het bepalen van de verkeersintensiteiten voor het maatgevend jaar 2035 is conform opgave van de wegbeheerder een autonome groei gehanteerd van 1,0% per jaar. De aangeleverde telgegevens zijn opgenomen in bijlage 1.

4.3.2 Verkeersgeneratie van het plan Om rekening te houden met verkeersgeneratie van het plan is een indicatie van de verkeerstoename bepaald door het toepassen van kentallen uit de CROW-publicatie 381 (‘toekomstbestendig parkeren’). De verkeersgeneratie op weekdagbasis is 520 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Omdat het plangebied zowel via de Stationsstraat als de Vestersbos ontsluit (in twee richtingen), is voor deze wegen de verkeersintensiteit met 130 motorvoertuigen per etmaal verhoogd. Dit is een worst-case uitgangspunt. 4.3.3 Gehanteerde verkeersgegevens In tabel 4.1 is het overzicht gegeven van de gehanteerde verkeersgegevens in het toekomstig jaar. De rijsnelheid en wegdekverharding zijn eveneens opgegeven door de wegbeheerder. Tabel 4.1: Gehanteerde verkeersgegevens (2035) Weg

Etmaalintensiteit [mvt/etmaal] 1)

Rijsnelheid

Wegdekverharding

Molenstraat

5.300

50 km/uur

Referentiewegdek

Ringbaan-Zuid

7.200

50 km/uur

Referentiewegdek

Stationsstraat

700

50 km/uur

Referentiewegdek

Oranjelaan

2.700

30 km/uur

Referentiewegdek

Vestersbos Afgerond op honderdtallen

200

30 km/uur

Referentiewegdek

1)

De uitgebreide verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage 2.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 12/31

5

Berekeningen en resultaten

5.1 Akoestisch rekenmodel Het geluid door wegen dient te worden berekend conform bijlage IVe van de Omgevingsregeling (Or), volgens het wettelijke Meet- en rekenmethode geluid (Mrg). Voor het geluid door spoorwegen is de wettelijke Meet- en rekenmethode opgenomen in bijlage IVf van de Omgevingsregeling. Voor de geluidberekeningen is gebruik gemaakt van het softwareprogramma GeoMilieu (versie 2024 revisie 1), dat voldoet aan gestelde rekenregels. De invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 2. Bodemgebieden Er is in het rekenmodel uitgegaan van een standaard bijna geheel reflecterende bodem (Bf = 0,2). Verharde oppervlakken (wegen) en wateroppervlakten zijn ingevoerd als geheel reflecterend bodemgebied (Bf = 0,0). Hiermee is voor de bodem uitgegaan van een worst-case situatie. Het bodemgebied dat onder de baanvakken is ingevoerd, is absorberend (Bf = 1,0) conform de Mrg. Optrektoeslag In de wettelijke Meet- en rekenmethode geluid is in bijlage IVe opgenomen dat de optrektoeslag een correctieterm is ten gevolge van het afremmen en optrekken van het verkeer door de aanwezigheid van een kruispunt (kruispunttoeslag) of een situatie die de gemiddelde snelheid van het verkeer sterk beperkt (obstakeltoeslag). Bij een gemodelleerde snelheid van 30 km/uur wordt geen optrektoeslag toegepast.

Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van een kruising met verkeersregelinstallatie (VRI) of obstakel zoals een rotonde, zodat geen optrektoeslag hoeft te worden toegepast. Rekenhoogte Het geluid is berekend op twee derde van de hoogte van een bouwlaag (artikel 3.2 Or). Voor de beoordelingshoogte is uitgegaan van 2 meter voor de begane grond, 5 meter voor de 1e verdieping, 8 meter voor de 2e verdieping, etc. Conform artikel 3.4 Or wordt het geluid, dat wordt gereflecteerd in de achterliggende gevel, buiten beschouwing gelaten (invallend geluid). Het geluid is bepaald ter plaatse van de randen van de velden uit het stedenbouwkundig plan of op de gevels van te transformeren gebouwen. 5.2 Berekend geluid Het geluid Lden is bepaald per geluidbronsoort. Per geluidbronsoort is getoetst of wordt voldaan aan de standaardwaarde. Conform artikel 3.4 van de Omgevingsregeling worden de berekende waarden afgerond op hele getallen, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het meest dichtbijgelegen even getal. 5.2.1 Geluid door gemeentewegen Uit de resultaten blijkt dat het geluid door gemeentewegen ten hoogste 53 L den is, zowel in de situatie overeenkomstig het stedenbouwkundig plan, als in de situatie met transformatie van gebouwen. Het geluid is niet hoger dan de standaardwaarde van 53 L den.

Hiermee is tevens voldaan aan de bovengrens voor geluid door wegen (58 dB, geluidklasse ‘zeer onrustig’) conform het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 13/31

Er gelden verder geen voorwaarden ten aanzien van het geluid door gemeentewegen. Voor de volledige rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage 3. 5.2.2 Geluid door hoofdspoorwegen, stedenbouwkundig plan Uit de resultaten blijkt dat het geluid door hoofdspoorwegen ten hoogste 72 Lden is in de situatie overeenkomstig het stedenbouwkundig plan, op het zuidelijk deel van het plan waar sprake is (of kan zijn) van vervangende nieuwbouw. Het berekende geluid is hoger dan de standaardwaarde van 55 L den en de verruimde grenswaarde van 70 Lden. Op het noordelijk deel van het plan is dit ten hoogste 63 Lden en is wel aan de grenswaarde van 65 L den voldaan. In figuur 5.1 is het berekende geluid op het plan gevisualiseerd.

Figuur 5.1: Gevisualiseerde resultaten geluid door hoofdspoorwegen – situatie overeenkomstig stedenbouwkundig plan

Opgemerkt wordt dat in het noordelijk deel wordt voldaan aan de bovengrens voor geluid door spoorwegen (63 dB, geluidklasse ‘zeer onrustig’) conform het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Voor het zuidelijk deel geldt dat deze bovengrens, maar ook de bovengrens voor vervangende nieuwbouw (68 dB, geluidklasse ‘lawaaiig’) wordt overschreden. In hoofdstuk 6 zijn geluidbeperkende maatregelen afgewogen en onderzocht voor hoofdspoorwegen. 5.2.3 Geluid door hoofdspoorwegen, plan met transformatie In de situatie met transformatie wordt het geluid in eerste getoetst aan de standaardwaarde (55 L den) en de verruimde grenswaarde van 70 Lden. Op de gevels van te transformeren gebouwen is het geluid ten hoogste 72 Lden. Het geluid is hoger dan de standaardwaarde (55 Lden) en de verruimde grenswaarde van 70 Lden bij functiewijziging. Er is sprake van overschrijding van ten hoogste 2 dB.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 14/31

Op het noordelijk deel van het plan is het berekende geluid ten hoogste 62 L den, er is sprake van overschrijding van de standaardwaarde, maar aan de grenswaarde van 65 L den is voldaan. In figuur 5.2 is het berekende geluid op het plan met transformatie gevisualiseerd.

Figuur 5.2: Gevisualiseerde resultaten geluid door hoofdspoorwegen – situatie plan met transformatie

Opgemerkt wordt dat in het noordelijk deel wordt voldaan aan de bovengrens voor geluid door spoorwegen (63 dB, geluidklasse ‘zeer onrustig’) conform het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. Voor het zuidelijk deel geldt dat deze bovengrens wordt overschreden. In hoofdstuk 6 zijn geluidbeperkende maatregelen afgewogen en onderzocht voor hoofdspoorwegen.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 15/31

6

Geluidbeperkende maatregelen

6.1 Overschrijding standaard- en grenswaarde Als gevolg van de geluidbronsoort dient rekening gehouden te worden met overschrijding van de standaard- en grenswaarde op het zuidelijk deel van het te herontwikkelen plangebied, zowel in de situatie overeenkomstig het stedenbouwkundig plan als de het plan met transformatie. Voor het noordelijke deel van het plangebied, waar grondgebonden woningen het uitgangspunt zijn, geldt dat rekening moet worden gehouden met overschrijding van de standaardwaarde. Hier is aan de grenswaarde voor de geluidbronsoort hoofdspoorwegen voldaan. 6.2 Voorkeursvolgorde geluidbeperkende maatregelen Algemeen geldt bij de afweging van geluidbeperkende maatregelen een voorkeursvolgorde. Dit houdt in dat bij voorkeur maatregelen worden getroffen aan de bron van het geluid. Mocht dit niet mogelijk zijn of onvoldoende doeltreffend zijn, dan worden maatregelen in de overdracht van het geluid afgewogen. Als ook overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende doeltreffend zijn, worden maatregelen bij de ontvanger (gevelmaatregelen) getroffen. 6.3 Geluidbeperkende maatregelen aan spoorwegen Bij het afwegen en onderzoek van geluidbeperkende maatregelen is in eerste instantie uitgegaan van het plan met transformatie van de bestaande bebouwing.

6.3.1 Bronmaatregelen Uit de registergegevens blijkt dat voor een deel van de banen nog uitgegaan wordt van een bovenbouw die bestaat uit houten of zigzag betonnen dwarsliggers. Uit beeldmateriaal is echter voldoende aannemelijk dat dit reeds vervangen is voor de standaard betonnen dwarsliggers (standaard akoestische kwaliteit). Voor de situatie waarin, conform de huidige situatie, is uitgegaan van betonnen dwarsliggers is het berekend geluid ten hoogste 71 Lden. De geluidreductie bedraagt een aantal rekenpunten ten hoogste 2 dB. Formeel gezien kan slechts uitgegaan worden van een ander type bovenbouw dan in de registergegevens opgenomen, indien een procedure doorlopen wordt ten behoeve van het aanpassen van de geluidproductieplafonds. Een bronmaatregel is het toepassen van raildempers in de spoorweg en kan een reductie opleveren van 2 tot 3 dB. Indien naast de betonnen dwarsliggers zoals hiervoor besproken, ook uitgegaan wordt van raildempers op daarvoor geschikte delen van de spoorweg over een lengte van circa 380 meter (in ieder geval geen overwegen, wissels), is het berekend geluid ten hoogste 70 Lden. De geluidreductie ten opzichte van de uitgangssituatie (registergegevens) is ten hoogste 4 dB.

Voor het toepassen van raildempers is medewerking van ProRail benodigd als spoorbeheerder en dit leidt bovendien tot een formele procedure in verband met het aanpassen van de geluidproductieplafonds (zie ook hierna). Verder wordt doorgaans afgewogen of het verlagen van de verkeersintensiteit kan leiden tot geluidreductie. In onderhavige situatie is de geluidbron voorzien van geluidproductieplafonds (GPP’s) en dient conform artikel 5.78a Bkl uitgegaan te worden van volledige benutting van de GPP’s. Uit het jaarlijkse nalevingsonderzoek, dat ProRail verplicht is uit te voeren, blijkt echter dat op in het kalenderjaar 20221 en 20232 fors minder geluidruimte in gebruik is ten opzichte van de situatie bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. Het GPP op referentiepunt 53479 ter hoogte van het plangebied bedraagt 66,2 dB. De berekende 1 Rapport ‘Nalevingsverslag geluidproductieplafonds 2022’, ProRail, kenmerk T20150115-1772353677-4891, versie 1.0, 27-9-2023 2 Rapport ‘Nalevingsverslag geluidproductieplafonds 2023’ ProRail, [geen kenmerk], versie 1.0, 6-11-2024

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 16/31

geluidproductie in 2022 bedraagt 54,1 dB en 2023 53,6 dB. Het verschil ter hoogte van het plangebied tussen het GPP en de geluidproductie bedraagt dus afgerond 12 dB in 2022 en 13 dB in 2023. Uit analyse van de gegevens blijkt dat het aandeel goederenvervoer in de registergegevens waarschijnlijk leidt tot de hoge berekende waarden voor het geluid op basis van de registergegevens. Tevens valt op dat het inmiddels verwijderde spoor aan de zuidzijde nog is opgenomen in de registergegevens. Ten behoeve van de ontwikkeling van (onder meer) deze locatie wordt geadviseerd in overleg te treden met ProRail, om te komen tot verlaging van de geluidproductieplafonds op basis van een reëel toekomstscenario van het gebruik van het spoor Arnhem – Zevenaar, ter hoogte van de kern Zevenaar. Indien gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheid tot verlaging van de GPP’s, leidt dit mogelijk tot een dusdanige geluidreductie dat in het plangebied kan worden voldaan aan de grenswaarde van 65 L den voor het geluid door spoorwegen. De overschrijding van de standaardwaarde kan hiermee niet worden weggenomen. 6.3.2 Overdrachtsmaatregelen Om de effectiviteit van een geluidscherm te bepalen zijn modelberekeningen uitgevoerd (op basis van de registergegevens), uitgaande van een geluidscherm met een hoogte van 3 meter en 5 meter ten opzichte van de bovenkant van het spoor (BS).

De lengte van dit scherm is ongeveer 170 meter, bij de positionering is rekening gehouden met de perceelsgrenzen en de situering van de woning met tuin aan de Stationsstraat 7. Uit de resultaten is gebleken dat met een hoogte van 3 meter is voldaan aan de verruimde grenswaarde van 70 Lden. Het berekende geluid is in dat geval ten hoogste 69 Lden. Met een geluidscherm met een hoogte van (minstens) 5 meter is voldaan aan de (reguliere) grenswaarde, het geluid is dan niet hoger dan 64 Lden. In figuur 6.1 zijn de resultaten van de modelberekeningen gevisualiseerd.

Figuur 6.1: Resultaten situatie inclusief geluidscherm (links: h=3m en rechts: h=5m)

Voor een volledig overzicht van de resultaten wordt verwezen naar bijlage 5. Het vergroten van de afstand tussen de bron van het geluid (spoorweg) en de ontvanger (nieuwe woningen) wordt vanwege de inpassing tussen bestaande bewoning geen reële optie geacht te zijn.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 17/31

6.3.3 Samenvatting Om verlaging van het geluid door de spoorweg te bewerkstelligen, kunnen als bronmaatregel raildempers worden overwogen. Geadviseerd wordt in overleg te treden met ProRail om te komen tot verlaging van de geluidproductieplafonds op basis van de daadwerkelijk aanwezige bovenbouw en een reëel toekomstscenario van het gebruik van het spoor Arnhem – Zevenaar, ter hoogte van de kern Zevenaar. Een geluidscherm naast de spoorlijn is voldoende effectief om, bij de huidige registergegevens, te kunnen voldoende aan de verruimde grenswaarde voor de geluidbronsoort hoofdspoorwegen van 70 Lden indien de hoogte van het scherm minstens 3 meter is.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 18/31

7

Beoordeling voorwaarden geluidbeleid

Het geluid in het plangebied is in dit akoestisch onderzoek inzichtelijk gemaakt conform de geldende meet- en rekenmethoden en beoordeeld aan de hand van het Besluit kwaliteit leefomgeving en het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar. In hoofdstuk 6 is ingegaan op de maatregelen die getroffen kunnen worden om het geluid te beperken. De haalbaarheid van deze geluidbeperkende maatregelen (verlaging van de geluidproductieplafonds, het toepassen van raildempers en het realiseren van een geluidscherm bij het spoor) dient ten behoeve van de verdere uitwerking van het plan nader onderzocht te worden. Locatie-specifieke kenmerken die als positief aspect meegenomen kunnen worden om meer geluid toe te staan zijn het gegeven dat de locatie zich in de nabijheid van het treinstation Zevenaar (circa 200 meter afstand) bevindt en het gegeven dat het plan wordt gerealiseerd op een locatie met thans leegstaande bebouwing. Tabel 7.1: Beoordeling aan de hand van aanvullende criteria geluidbeleid Criterium

Bespreking

indien mogelijk bronmaatregelen te treffen

In paragraaf 6.3.1 is nader ingegaan op bronmaatregelen, de haalbaarheid van deze maatregelen (verlaging van de geluidproductieplafonds, het toepassen van raildempers) dient ten behoeve van de verdere uitwerking van het plan nader onderzocht te worden.

indien mogelijk de afstand tussen de geluidsbron en De locatie bevindt zich tussen bestaande stedelijke bebouwing, het vergroten de nieuwe woning(en) te vergroten van de afstand tussen de geluidbron (spoorweg) en de nieuwe woningen is daarom niet reëel. in ieder geval bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied

Het stedenbouwkundig plan is nog niet dusdanig uitgewerkt dat het geluid in de buitenruimte beoordeeld kan worden. Eventueel kan dit criterium als voorwaarde worden toegepast in de verdere uitwerking van het plan.

het stedenbouwkundige ontwerp vorm te geven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat

De bebouwing aan de spoorzijde van het plangebied is hoger dan de beoogde grondgebonden woningen in het noordelijk deel van het plangebied. Daarmee creëert het plan zoveel mogelijk afscherming voor de achtergelegen bestaande woningen.

bij een aanvraag om bouwvergunning voor Op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is het aantonen dat woningen een akoestisch onderzoek te worden wordt voldaan aan de binnenwaarde, verplicht. gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit geluidsaspecten vanaf eerste ontwerpstadium te betrekken

Voorliggend akoestisch onderzoek is in een vroeg ontwerpstadium uitgevoerd, aan de hand van een stedenbouwkundig plan met eventueel transformatie van huidige bebouwing.

bij appartementen en seniorenwoningen minimaal 1 Het detailniveau van het stedenbouwkundig plan is niet geschikt om de verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde en bij indeling van appartementen en woningen te beoordelen. Het voorzien in een eengezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan geluidluwe zijde is echter een aandachtspunt voor zowel het noordelijke als de geluidsluwe zijde het zuidelijke deel van het plangebied. Eventueel kan dit criterium als voorwaarde worden toegepast in de verdere uitwerking van het plan. al het mogelijke moet gedaan om de geluidsbron stiller te maken dan wel de afstand te vergroten zodat slechts in het geval van het opvullen van een open plaats tussen bestaande bebouwing en/of ter plaatse van vervangende nieuwbouw, nieuwe gevoelige bestemmingen worden gebouwd in de geluidsklasse ‘lawaaiig’

Het plan wordt gerealiseerd op een locatie met thans leegstaande bebouwing. De haalbaarheid van geluidbeperkende maatregelen dient nader onderzocht te worden. Daarmee is aan dit criterium voldaan.

de lucht- en contactgeluidsisolatie tussen woningen/appartementen wordt met één geluidsklasse aangescherpt

Het detailniveau van het stedenbouwkundig plan is niet geschikt om de luchten contactgeluidsisolatie tussen woningen/appartementen te beoordelen. Eventueel kan dit criterium als voorwaarde worden toegepast in de verdere uitwerking van het plan.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 19/31

Opgemerkt dat in het plan ook sprake kan zijn van niet-akoestische compensatie, bijvoorbeeld de te realiseren mix van woningtypen (ook sociale huur, betaalbare woningen) en groene aankleding van de openbare ruimte. Eventuele niet-akoestische compensatie valt buiten de reikwijdte van dit akoestisch onderzoek en maakt deel uit van de verdere uitwerking van het plan.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 20/31

8

Gecumuleerd en gezamenlijk geluid

8.1 Gecumuleerd geluid Als sprake is van overschrijding van de standaardwaarde van een geluidbronsoort dient de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelige gebouw te worden beoordeeld (artikel 5.78ac Bkl). De methode hiervoor is beschreven in artikel 3.25 van de Omgevingsregeling. In deze methode wordt het geluid door geluidbronsoorten en andere geluidbronnen eerst omgerekend naar het geluid door wegen dat evenveel hinder veroorzaakt en vervolgens gecumuleerd. In onderhavige situatie is in het plangebied geen sprake van overschrijding van de standaardwaarde als gevolg van het geluid van meer dan één geluidbronsoort. Het bepalen en beoordelen van het gecumuleerde geluid is daarom niet aan de orde. 8.2 Gezamenlijk geluid Bij overschrijding van de standaardwaarde moet het gezamenlijk geluid bepaald worden (artikel 5.78ad Bkl). Bij de bepaling van het gezamenlijk geluid wordt het geluid energetisch opgeteld zonder daarbij te corrigeren voor verschillen in hinderlijkheid. De methode hiervoor is beschreven in artikel 3.26 van de Omgevingsregeling. Bij het bepalen van het gezamenlijke geluid zijn dezelfde geluidbronsoorten en geluidbronnen relevant als bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid.

Omdat uitsluitend sprake is van overschrijding van de standaardwaarde vanwege één geluidbronsoort, is het gezamenlijk geluid van de geluidbronsoorten hoofdspoorwegen én gemeentewegen niet significant hoger dan het geluid als gevolg van de geluidbronsoort hoofdspoorwegen. Desalniettemin is in bijlage 6 een overzicht gegeven van het gezamenlijke geluid.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 21/31

9

Indirecte akoestische effecten

9.1 Indirecte akoestische effecten door veranderend verkeer In artikel 5.78af Bkl is bepaald dat de toename van de verkeersintensiteit niet mag leiden tot een toename van het geluid van meer dan 1,5 dB op de gevels van bestaande geluidgevoelige gebouwen. Indien het geluid op de gevels van bestaande geluidgevoelige gebouwen voldoet aan de standaardwaarde, is in ieder geval geen sprake van een significant effect. Ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de Stationsstraat en de Vestersbos (zie paragraaf 4.1). Uit modelberekeningen is gebleken dat het geluid op de gevels van woningen aan de Stationsstraat en de Vestersbos in de plansituatie niet hoger is dan 53 L den (standaardwaarde). Daarmee is aangetoond dat geen sprake is van significante indirecte effecten door veranderend verkeer als gevolg van het plan.

Figuur 9.1: Geluid (begane grond / verdieping) door geluidbronsoort gemeentewegen (stedenbouwkundige plan)

9.2 Indirecte akoestische effecten door wijziging in de geluidoverdracht Beoordeeld is of het geluid op de gevels van bestaande woningen, gelegen langs het plangebied, significant kan toenemen als gevolg van toegenomen reflectie in de nieuwbouw of verminderde afscherming door sloop en nieuwbouw. Op een aantal bestaande woningen zijn de geluideffecten bepaald van het planvoornemen, door het verschil in geluid te bepalen tussen de situatie met de bestaande bebouwing en de plansituatie In figuur 9.2 zijn beide situaties en het berekende geluid weergegeven.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 22/31

Figuur 9.2: Geluid (begane grond / verdieping) door geluidbronsoort gemeentewegen, autonome (links) en plansituatie (rechts)

Uit figuur 9.2 blijkt dat voor de woningen aan de Stationsstraat geen effect uitgaat van het planvoornemen, het geluid door hoofdspoorwegen is in beide situaties gelijk. Voor de woningen aan de Vestersbos blijkt dat het plan kan leiden tot een verlaging van het geluid door de hoofdspoorwegen, de berekende waarden voor het geluid zijn in de autonome situatie hoger dan in de plansituatie. In paragraaf 9.1 is al gebleken dat in de plansituatie niet meer geluid optreedt bij bestaande woningen dan de standaardwaarde voor gemeentewegen, van significante effecten door veranderingen in de overdracht van geluid is geen sprake. Hiermee is aangetoond dat geen sprake is van significante indirecte effecten door veranderend verkeer als gevolg van het plan.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 23/31

10 Toe te staan geluid In het akoestisch onderzoek is gebleken dat voor de herontwikkeling van de locatie, met de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen, in het omgevingsplan meer geluid toegestaan dient te worden dan de standaard- en grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Indien uit nader akoestisch onderzoek blijkt dat de beschreven geluidbeperkende maatregelen niet uitvoerbaar zijn, dienen de volgende waarden van het geluid toegestaan te worden: •

De in figuur 10.1 met rood aangeduide gevels dienen te worden aangemerkt als niet geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen, er sprake van overschrijding van de verruimde grenswaarde van 72 L den voor vervangende nieuwbouw of functiewijziging (artikel 5.78v en artikel 5.78w Bkl) vanwege de geluidbronsoort hoofdspoorwegen;

Figuur 10.1: Niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen (> 70 Lden ) stedenbouwkundig plan (links) en transformatie (rechts)

•

Indien blijkt dat het juridisch-planologisch niet mogelijk is gebruik te maken van de verruimde grenswaarden voor vervangende nieuwbouw of functiewijziging dienen de in figuur 10.2 aangeduide gevels aangemerkt te worden als niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen vanwege de geluidbronsoort hoofdspoorwegen.

Figuur 10.2: Niet-geluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen (> 65 L den ) stedenbouwkundig plan (links) en transformatie (rechts)

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 24/31

•

Voor het noordelijke deel van het plan (grondgebonden woningen) is het toe te geluid dat het omgevingsplan toe moet staan ten behoeve van de herontwikkeling ten hoogste 63 L den vanwege de geluidbronsoort hoofdspoorwegen. Voor het zuidelijke deel (appartementen in nieuwbouw of transformatie) is dit gelijk aan de reguliere grenswaarde uit het Bkl, ten hoogste 65 Lden, of gelijk aan de verruimde grenswaarde van 70 Lden.

Met het oog op artikel 5.78ab Bkl en het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar is het voorzien in een geluidluwe gevel voor elk van de woningen en appartementen een voorwaarde. Een aandachtspunt dat volgt uit het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar zijn het geluid in de buitenruimte (voldoen aan de ambitiewaarde van het omgevingstype ‘woonwijken’). Op basis van het geluidbeleid is het wenselijk te voorzien in verbeterde lucht- en contactgeluidsisolatie tussen woningen en appartementen dan vereist op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving, indien sprake is van overschrijding van de grenswaarde.

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 25/31

Bijlage 1 Aangeleverde verkeersgegevens

datum referentie

14 februari 2025 241769_AdB_RAP_0002_v2.0

P 26/31

wo 13:00-14:00 wo 20:00-21:00 do 03:00-04:00 do 10:00-11:00 do 17:00-18:00 vr 00:00-01:00 vr 07:00-08:00 vr 14:00-15:00 vr 21:00-22:00 za 04:00-05:00 za 11:00-12:00 za 18:00-19:00 zo 01:00-02:00 zo 08:00-09:00 zo 15:00-16:00 zo 22:00-23:00 ma 05:00-06:00 ma 12:00-13:00 ma 19:00-20:00 di 02:00-03:00 di 09:00-10:00 di 16:00-17:00 di 23:00-00:00 wo 06:00-07:00 wo 13:00-14:00 wo 20:00-21:00 do 03:00-04:00 do 10:00-11:00 do 17:00-18:00 vr 00:00-01:00 vr 07:00-08:00 vr 14:00-15:00 vr 21:00-22:00 za 04:00-05:00 za 11:00-12:00 za 18:00-19:00 zo 01:00-02:00 zo 08:00-09:00 zo 15:00-16:00 zo 22:00-23:00 ma 05:00-06:00 ma 12:00-13:00 ma 19:00-20:00 di 02:00-03:00 di 09:00-10:00

Voertuig (60 Minuten)

Verloop Aantal voertuigen

600

500

400

300 Tweewielers

Auto

200 Bestelwagen

Vrachtwagen

100 Vrachtwagen Trailer

Totaal

0

Evaluatie periode woensdag 27 mei 2020,13:00 - dinsdag 9 juni 2020,11:00 Snelheidslimiet 50 km/h Snelheidsovertredingen 3,81 % Tweewielers Gemiddelde Afstand 27,67 s Auto Druk verkeer 16,79 % Bestelwagen GDV 4721 Vrachtwagen GJV 1723165 Vrachtwagen Trailer Aandeel zwaar vervoer 5,61 % Rijrichting Beide richtingen Totaal Bewerker: Commentaar: Locatie: Richting aankomende voertuigen: Richting wegrijdende voertuigen: Aantal 5717 42425 9414 2342 1079 Vd[km/h] 19 39 39 34 30 Vmax[km/h] 70 90 75 79 53 V85 [km/h] 34 45 45 43 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=12f14819-7296-473a-b56d-b7edaf1cc2b7