CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. 1287517 - Toelichting wijziging gemeenschappelijke regeling.

Raadsvergaderingen 1 juli 2026, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/26/509232 Toestemming tot wijzigen gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst de Liemers (RDL)1.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijziging gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst De Liemers (RDL) – januari 2026 Toelichting Inleiding

In de RDL-bestuursvergadering van 2 september 2024 is een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdienst De Liemers (GR) reeds aan de orde geweest. Er waren toentertijd twee redenen om de GR aan te passen. De eerste aanleiding is de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Doel van deze wetswijziging is het versterken van de positie van raden bij besluitvorming door gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel ook de controlerende rol van de gemeenteraad te versterken. Dit wordt deels gerealiseerd door bestaande bevoegdheden aan te passen. Ook worden nieuwe instrumenten voor de raden geïntroduceerd. De tweede reden voor aanpassing van de regeling was de wens om de Reinigingsdienst te ontvlechten van (de ambtelijke organisatie van) Zevenaar in een verzelfstandigd RDL, om zodoende meer duidelijkheid in de organisatiestructuur en betere aansturing van de werkorganisatie te creëren. Dit beleidsvoornemen is in de bestuursvergadering van 10 april 2025 on hold gezet in afwachting van de uitwerking van de komende herindelingsplannen van de gemeente Zevenaar. Hiermee kwamen een aantal van de eerder voorgestelde wijzigingen in de GR te vervallen.

Mede door deze onduidelijkheid over de ontwikkelingsplannen van de RDL-organisatie was de gewijzigde GR nog niet voor zienswijzen voorgelegd aan de gemeente Zevenaar, wel in Montferland. Huidige status GR Een deel van de (wettelijke) wijzigingen is direct op 1 juli 2022 in werking getreden. Deze bepalingen zijn dus meteen vanaf 1 juli 2022 van toepassing, zonder dat de GR van de RDL is aangepast. Voor de overige wijzigingen geldt dat deze binnen twee jaar na inwerkingtreding geïmplementeerd moeten worden in de gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regeling van de RDL had dus uiterlijk 1 juli 2024 aangepast moeten zijn. Het is door capaciteitsproblemen en door de boven genoemde beleidswijziging ten aanzien van de ontvlechting niet gelukt tijdig een gewijzigde gemeenschappelijke regeling aan de beide gemeentebesturen ter besluitvorming voor te leggen. Intussen is wel zoveel mogelijk in de geest van de nieuwe bepalingen van de aangepaste Wet gemeenschappelijke regelingen gehandeld. De nu voorgestelde wijzigingen in de GR hebben daarom met name te maken met de boven genoemde wetswijziging. Tot slot is deze gelegenheid ook gebruikt om een aantal redactionele verbeteringen in de gemeenschappelijke regeling door te voeren.

Wijziging Wgr

De wijzigingen van de Wgr zijn onder te verdelen in drie categorieën: Categorie 1: De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. a. Zienswijze oprichting, wijzigen of beëindigen regeling: In de huidige situatie hoeft de raad alleen toestemming te geven, indien colleges een gemeenschappelijke regeling willen oprichten, wijzigen of beëindigen. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Een raad heeft dus een beperkte zeggenschap. Om raden een meer sturende positie te geven, krijgen raden de bevoegdheid

om een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerpbesluit tot oprichting, wijziging of beëindiging van een gemeenschappelijke regeling. De termijn hiervoor is acht weken. Wanneer een raad van mening is dat de colleges te weinig met de zienswijze hebben gedaan, kan een raad ervoor kiezen geen toestemming te verlenen. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022, zonder dat de GRRDL is aangepast. b. Zienswijze voor besluiten: Met dit voorstel wordt de verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten een zienswijze van de raden moet worden gevraagd. De verplichting om een zienswijze te vragen aan de raden geldt nu alleen voor de begrotingsprocedure. Het is denkbaar dit ook voor andere besluiten te regelen, zoals besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. In artikel 11 van de gemeenschappelijke regeling is dit verder uitgewerkt. Hierin zijn de volgende besluiten opgenomen, waarvoor een zienswijze procedure geldt: - de kaderbrief - toetreding tot de regeling - uittreding bij de regeling - wijziging van de regeling - opheffing van de regeling - evaluatie van de regeling c.

Regionale gemeenschappelijke adviescommissie: Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling krijgt de mogelijkheid om een adviescommissie op te richten, wanneer de gemeenteraden dit verzoeken. De commissie bestaat uit leden vanuit de raden. De gemeenschappelijke adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren over voorgenomen besluiten, zelf aandacht voor een onderwerp vragen en (gezamenlijke) standpunten van de raden van de deelnemende gemeenten (op het punt van de regeling) voorbereiden en daarover adviseren. Daarmee kunnen de raden eerder en nauwer betrokken worden dan op dit moment het geval is. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er geen van delegatie van bevoegdheden van de raad aan de gemeenschappelijke adviescommissie is. Uiteindelijk blijven de raden zelf beslissingsbevoegd over in te dienen zienswijzen. De commissie heeft uiteindelijk geen formele rol is het besluitvormingsproces. Voor een bedrijfsvoeringsorganisatie als de RDL kunnen geen gemeenschappelijke adviescommissies worden ingesteld. Voor de RDL is al eerder gekozen voor de instelling van een klankbordgroep. In artikel 8 van de gemeenschappelijke regeling is dat voortgezet. d. Afspraken over (burger)participatie: Bij gemeenschappelijke regelingen kunnen taken en bevoegdheden met grote maatschappelijke relevantie zijn belegd.

Op gemeentelijk niveau kan bijvoorbeeld via inspraak bij de gemeenteraad door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aandacht voor een bepaald onderwerp worden gevraagd. Die mogelijkheid bestaat niet wanneer een bevoegdheid of taak bij een gemeenschappelijke regeling is belegd. De wetswijziging brengt hier verandering in, doordat nu in de gemeenschappelijke regeling moet worden afgesproken of, en zo ja hoe, participatie mogelijk wordt gemaakt. Omdat in de gemeenschappelijke regeling geen beleidsbevoegdheden worden overgedragen is dit niet verder uitgewerkt dan met een algemene bepaling in artikel 10. e. Actieve informatieplicht: In de gemeenschappelijke regeling dienen afspraken te worden gemaakt over de wijze waarop raden actief worden voorzien van relevante informatie van het gehele bestuur van het samenwerkingsverband (algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter). Deze verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles dat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. Er dienen in ieder geval afspraken te worden gemaakt over hoe de informatie aan de gemeenteraden worden verstrekt. Het betreft nadrukkelijk

geen verantwoordingsplicht, het moet de raden helpen bij het opstellen van zienswijze en het bespreken van de gemeentelijke inbreng met de eigen vertegenwoordiger in het verband. In artikel 9 van de gemeenschappelijke regeling is de verplichting voor het geven van inlichtingen en verantwoording nader uitgewerkt. De praktijk is inmiddels dat alle vergaderstukken van het bestuur van de RDL rechtstreeks met de gemeenteraden worden gedeeld. f. Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een gemeenschappelijke adviescommissie of een gemeenschappelijke onderzoekscommissie, zoals geïntroduceerd met de wetswijziging, kunnen aanspraak maken op een extra vergoeding. Hierover hoeven geen afspraken in de gemeenschappelijke regeling te worden vastgelegd. De vergoeding is namelijk wettelijk vastgelegd. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022, zonder dat de GR-RDL is aangepast. Zie hiervoor onder c. Categorie 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden g. Recht van onderzoek: Het recht van enquête wordt geïntroduceerd door het wetsvoorstel. Dit houdt in dat raden de mogelijkheid hebben om gemeenschappelijk een onderzoek in te stellen ten aanzien van de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling.

Voorwaarde voor de instelling van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie is dat alle raden hiermee instemmen. Het recht van onderzoek hoeft niet in de gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022. h. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt. Het gaat bij deze wijziging alleen om een verduidelijking en niet om een nieuwe bevoegdheid. Categorie 3: Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling i. Afspraken over evaluatie: Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Er is geen wettelijke regeling opgenomen over waar de evaluatie op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaats vinden en de wijze waarop de evaluatie moet plaatsvinden. Dit mag naar eigen inzicht door de raden worden vormgegeven.

Er kan ook worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling dat er geen evaluatie zal plaatsvinden. In artikel 28 van de gemeenschappelijke regeling is geregeld, dat elke vier jaren in de periode voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen het algemeen functioneren en de werkwijze van de Reinigingsdienst de Liemers wordt geëvalueerd. j. Regeling over uittreding: Momenteel hoeft alleen in een gemeenschappelijke regeling te worden opgenomen dat het algemeen bestuur een besluit neemt over de uittredingsvoorwaarden, indien een deelnemer geen deel meer wil uitmaken van een samenwerkingsverband. Dit leidt in de praktijk echter tot onduidelijkheid. Voortaan dienen in ieder geval afspraken in de gemeenschappelijke regeling te worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. De gemeenschappelijke regeling kende al een uitgebreide bepaling over de uittreding en die is in artikel 22 weer overgenomen. k. Aanpassen begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente die moeten worden verwerkt in de begroting van de gemeente zelf. Om gemeenteraden meer positie te

geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota (van 15 april naar 30 april), ontwerpbegroting (van 8 weken naar 12 weken voor vaststelling) en begroting (van 1 augustus naar 15 september) aan te passen. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden gemakkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven (van 8 naar 12 weken) en ontvangen zij de kadernota later (30 april in plaats van 15 april). Er mogen kortere termijnen met de deelnemers worden afgesproken, langere termijnen is niet toegestaan. Deze bepaling geldt direct vanaf 1 juli 2022, zonder dat de GR-RDL is aangepast. De nieuwe termijnen dienen echter ook in de GR-RDL te worden opgenomen. In de gemeenschappelijke regeling zijn de nieuwe termijnen voor de P&C documenten in de artikelen over de financiële bepalingen (artikel 14 tot en met 18) verwerkt. Voor de kadernota is een kortere termijn (voor 1 januari) opgenomen om zodoende de gemeenteraden al in een eerder stadium van de voorbereiding van de begroting van de gemeenschappelijke regeling zijn zienswijze daarover te geven.

Planning

Hieronder zijn de verschillende stappen in de nieuwe procedure voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Reinigingsdienst de Liemers opgenomen. Actie Termijn Opmerkingen Bespreken wijzigingsvoorstel in 27 november 2025 bestuur RDL Toezenden concept-wijziging door 3 februari 2026 bestuur RDL naar colleges Zevenaar Montferland Colleges Montferland en Zevenaar leggen ontwerp voor aan raden zienswijzen 3 maart 3 maart Raadsbehandeling zienswijzen 22 april 23 april Beantwoorden/motiveren evt. zienswijzen door Bestuur. Opstellen eind april definitieve wijziging Brief RDL naar colleges met definitieve wijzigingsvoorstel 30 april Uiterlijk aanleveren 1 mei 1 mei Meenemen dat het college Collegebesluit/verzoek onder voorbehoud van de toestemming 12 mei 12 mei raad instemt. Toestemmingsbesluit raden Bericht definitief besluit richting bestuur RDL Bekendmaking gewijzigde GR Inwerkingtreding GR

1 juli 10 juli 2026 15 juli 2026 15 juli 2026

9 juli

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=a41ae628-3143-4ed5-88b0-25d1c6f93a35