Bijlage 2. 1274345 - Was-Wordt tabel Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Zevenaar 2024 derde wijziging (oud)
Tekst van het document
Was-wordt lijst: Verordening fysieke leefomgeving Gemeente Zevenaar 2024 derde wijziging Artikel 4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV) wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
Artikel 4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV)
Artikel 4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV)
Artikel 4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV)
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben.
2. Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend (tijdelijk) omgevingsplan.
2. Het college kan de vergunning wegens strijd met een geldend (tijdelijk) omgevingsplan weigeren.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als:
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1.7 kan de vergunning worden geweigerd als:
a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; of
a. de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand; of
b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang;
b. een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang;
Dit artikel is destijds onjuist overgenomen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Middels deze wijziging wordt het artikel in overeenstemming gebracht met hoe het destijds in de APV stond. Lid 2 van dit artikel is aangepast in een ‘kan’ bepaling en daarmee is de omissie hersteld.
c. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid.
c. in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid
Artikel 6.1.9 Kampeermiddelen e.a. (was artikel 5.6 APV) wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
Artikel 6.1.9 Kampeermiddelen e.a. (was artikel 5.6 APV)
Artikel 6.1.9. Kampeermiddelen e.a. (was artikel 5.6 APV)
Artikel 6.1.9. Kampeermiddelen e.a. (was artikel 5.6 APV)
1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een weg binnen de bebouwde kom;
a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen of te hebben op een weg;
b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
b. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Dit artikel stelt dat het verboden is kampeermiddelen e.a. op een weg te plaatsen binnen de bebouwde kom. Vanuit handhaving is gebleken dat dit zowel binnen als buiten de bebouwde kom moet zijn. Daarom is lid 1 onder a aangepast.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale Omgevingsverordening.
3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale Omgevingsverordening.
Artikel 7.2.1. Vergunningplicht handelsreclame (was artikel 4:16 APV) wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
7.2.1 Vergunningplicht handelsreclame (was artikel 4:16 APV)
7.2.1 Vergunningplicht handelsreclame (was artikel 4:16 APV)
7.2.1 Vergunningplicht handelsreclame (was artikel 4:16 APV)
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren die vanaf een openbare plaats zichtbaar is.
1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren die vanaf een openbare plaats zichtbaar is.
2. Het verbod geldt niet voor:
2. Het verbod geldt niet voor:
a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
a. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht
Er worden redactionele wijzigingen doorgevoerd. In lid 2 worden sub c en sub d samengevoegd. In lid 4 worden sub a en b samengevoegd.
zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
b. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op: een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
c. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:
d. het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd. e. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn
-
een openbare verkoping of een aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
-
het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd.
d. opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het
aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; f.
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer;
g. één bord op het erf met een maximale afmeting van 0,5 m2, hoogte maximaal 1,2 m, breedte maximaal 1 m; h. één makelaarsbord van beperkte omvang (maximaal 2 m2) op het erf van een woning; i.
j.
één makelaarsbord op het erf van een (in aanbouw zijnde) gebouw, niet zijnde een woning, met een maximale afmeting van 10 m2; vergunningplichtige voorwerpen zoals bedoeld in artikel 7.1.1.
ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben; e. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer; f.
één bord op het erf met een maximale afmeting van 0,5 m2, hoogte maximaal 1,2 m, breedte maximaal 1 m;
g. één makelaarsbord van beperkte omvang (maximaal 2 m2) op het erf van een woning; h. één makelaarsbord op het erf van een (in aanbouw zijnde) gebouw, niet zijnde een woning, met een maximale afmeting van 10 m2;
k. gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag; b. het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c. deze opschriften of aankondigingen niet langer dan dertig dagen op, aan of in de onroerende zaak aanwezig zijn. 4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. indien het opschrift, de aankondiging, voorwerp of afbeelding als bedoeld;
i.
vergunningplichtige voorwerpen zoals bedoeld in artikel 7.1.1.
j.
gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.
3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits: a. van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijk kennisgeving is gedaan aan het bevoegd gezag; b. het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken; c. deze opschriften of aankondigingen niet langer dan dertig dagen op, aan of in de onroerende zaak aanwezig zijn. 4. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:
b. in het tweede lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken;
a. indien het opschrift, de aankondiging, voorwerp of afbeelding als bedoeld in het tweede lid de veiligheid van het verkeer in gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te veroorzaken;
c. indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
b. indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
Artikel 8.2.6. Nadere regels (was artikel 7 van Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Zevenaar 2018) wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
Artikel 8.2.6 Nadere regels (was artikel 7 van Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Zevenaar 2018)
Artikel 8.2.6 Nadere regels (was artikel 7 van Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Zevenaar 2018)
Artikel 8.2.6 Nadere regels (was artikel 7 van Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Zevenaar 2018)
1. Het college kan nadere regels stellen over het proces en de wijze van:
1. Het college kan nadere regels stellen over het proces en de wijze van:
In lid 1 staat in de derde opsomming [ en ], die worden verwijderd.
-
naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken;
-
naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken;
-
naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;
-
naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;
-
nummering van verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen [en afgebakende terreinen];
-
nummering van verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen en afgebakende terreinen;
-
opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.
-
opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.
2. De nadere regels zijn niet strijdig met het Convenant inzake postcodes.
2. De nadere regels zijn niet strijdig met het Convenant inzake postcodes.
Artikel 12.1.4. Overgangsrecht wordt als volgt gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
12.1.4 Overgangsrecht
12.1.4 Overgangsrecht
12.1.4 Overgangsrecht
1. Vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen en aanwijzingen verleend/gedaan op grond van of krachtens de Afvalstoffenverordening Zevenaar 2019 blijven - indien en voor zover het gebod of het verbod waarop de vergunning, ontheffing of aanwijzing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
1. Vergunningen, ontheffingen, vrijstellingen en aanwijzingen verleend/gedaan op grond van of krachtens de Afvalstoffenverordening Zevenaar 2019 blijven - indien en voor zover het gebod of het verbod waarop de vergunning, ontheffing of aanwijzing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
In lid 11 missen we naast aanwijsbesluiten en nadere regels ook de beleidsregels die concrete invulling aan deze verordening en specificeren hoe gemeente Zevenaar zijn bevoegdheden uitoefent, zoals bij het verlenen van standplaatsvergunningen etc. In lid 11 is daarom opgenomen dat ook beleidsregels van kracht blijven en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2. Besluiten, genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 en eerdere versies van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2. Besluiten, genomen krachtens de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar 2023 en eerdere versies van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
3. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening Zevenaar 2019 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
3. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening Zevenaar 2019 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening Zevenaar 2019 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening Zevenaar 2019 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
5. Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.
5. Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.
6. Namen en nummers die op grond van de in paragraaf 8.2 voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.
6. Namen en nummers die op grond van de in paragraaf 8.2 voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.
7. Het college kan in afwijking van lid 6 besluiten dat de op grond van de in paragraaf 8.2 genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften
7. Het college kan in afwijking van lid 6 besluiten dat de op grond van de in paragraaf 8.2 genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften
8. Besluiten, met inbegrip van nadere genoemde voorwaarden, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 12.1.3, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige bevoegdheden kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
8. Besluiten, met inbegrip van nadere genoemde voorwaarden, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 12.1.3, tweede lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige bevoegdheden kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
9. Aanvragen voor vergunningen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden
9. Aanvragen voor vergunningen waarop op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden
afgehandeld op grond van deze verordening.
afgehandeld op grond van deze verordening.
10. Een krachtens de Erfgoedverordening 2018 gemeente Zevenaar aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
10. Een krachtens de Erfgoedverordening 2018 gemeente Zevenaar aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
11. Nadere regels en aanwijzingsbesluiten blijven van kracht en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om de nummering en de titel in de verwijzing van die nadere regels en aanwijzingsbesluiten te wijzigen met het oog op deze verordening.
11. Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten blijven van kracht en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om de nummering en de titel in de verwijzing van die nadere regels en aanwijzingsbesluiten te wijzigen met het oog op deze verordening.
Wijzigingen op de Toelichting op de Verordening fysieke leefomgeving Zevenaar 2024 (VFL) Onder alinea 4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV) wordt het volgende gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV)
4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV)
4.1.1 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden (was artikel 5:18 APV)
Algemeen
Algemeen
Wij achten een vergunning voor het hebben van een standplaats, hoe eenvoudig ook, noodzakelijk en evenredig. De vergunning dient om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord en overlast wordt tegengegaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld: geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval. De vergunning is persoonsgebonden.
Wij achten een vergunning voor het hebben van een standplaats, hoe eenvoudig ook, noodzakelijk en evenredig. De vergunning dient om te voorkomen dat de openbare orde wordt verstoord en overlast wordt tegengegaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld: geluidsoverlast, stankoverlast, verkeershinder en overlast door zwerfafval. De vergunning is persoonsgebonden.
Onder de kop lid 2 wordt tekst toegevoegd en weggehaald.
Schaarse vergunning Volgens Europese en landelijke juridische uitspraken dient de gemeente transparante regels te hebben waaraan de gemeente bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoet. Het gaat vooral om transparantieverplichtingen bij de verdeling en verlening van schaarse vergunningen, die waarborgen dat de aanvragers gelijke kansen hebben om mee te dingen naar schaarse vergunningen. Omdat er een maximumstelsel geldt, dient de gemeente iedere ondernemer in beginsel een gelijke kans te bieden om een standplaatsvergunning te
Schaarse vergunning Volgens Europese en landelijke juridische uitspraken dient de gemeente transparante regels te hebben waaraan de gemeente bij de verdeling van schaarse vergunningen voldoet. Het gaat vooral om transparantieverplichtingen bij de verdeling en verlening van schaarse vergunningen, die waarborgen dat de aanvragers gelijke kansen hebben om mee te dingen naar schaarse vergunningen. Omdat er een maximumstelsel geldt, dient de gemeente iedere ondernemer in beginsel een gelijke kans te bieden om een standplaatsvergunning te
bemachtigen. Dit betekent dat vergunningen niet automatisch kunnen worden verlengd. Is de vergunningsduur verlopen dient iedere belangstellende ondernemer de kans te krijgen om de vrijgekomen vergunning te verkrijgen. Een periode van 5 jaar achten wij naar de vergunninghouder toe een redelijke periode.
bemachtigen. Dit betekent dat vergunningen niet automatisch kunnen worden verlengd. Is de vergunningsduur verlopen dient iedere belangstellende ondernemer de kans te krijgen om de vrijgekomen vergunning te verkrijgen. Een periode van 5 jaar achten wij naar de vergunninghouder toe een redelijke periode.
Vrijheid van meningsuiting In eerdere versies van de APV werd een uitzondering gemaakt op het verbod op de straathandel voor zover het betreft het uitstallen van stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard (artikel 7 Grondwet). Voor het aanbieden van gedrukte stukken als zodanig kan geen vergunning worden geëist. Het wordt gezien als een zelfstandig middel van verspreiding. Wel is een vergunning noodzakelijk indien vanaf een standplaats gedrukte stukken worden aangeboden. Deze vergunning is niet vereist vanwege het feit dat gedrukte stukken worden aangeboden, maar vanwege het feit dat een standplaats wordt ingenomen. Dus het gaat hier om een standplaatsvergunning.
Vrijheid van meningsuiting In eerdere versies van de APV werd een uitzondering gemaakt op het verbod op de straathandel voor zover het betreft het uitstallen van stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard (artikel 7 Grondwet). Voor het aanbieden van gedrukte stukken als zodanig kan geen vergunning worden geëist. Het wordt gezien als een zelfstandig middel van verspreiding. Wel is een vergunning noodzakelijk indien vanaf een standplaats gedrukte stukken worden aangeboden. Deze vergunning is niet vereist vanwege het feit dat gedrukte stukken worden aangeboden, maar vanwege het feit dat een standplaats wordt ingenomen. Dus het gaat hier om een standplaatsvergunning.
Tweede lid
Tweede lid
De bepalingen in de VFL met betrekking tot het innemen van een standplaats zijn gebaseerd op ordening van de straathandel en zijn gebaseerd op de regulerende bevoegdheid van de gemeente van zaken die tot haar huishouding
De bepalingen in de VFL met betrekking tot het innemen van een standplaats zijn gebaseerd op ordening van de straathandel en zijn gebaseerd op de regulerende bevoegdheid van de gemeente van zaken die tot haar huishouding
behoren. Daarnaast vormen de besluiten op grond van de Omgevingswet een zelfstandige weigeringsgrond. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning voor het innemen van een standplaats altijd gelet moet worden op de voorschriften die uit het bestemmingsplan voortvloeien.
behoren. Daarnaast vormen de besluiten op grond van de Omgevingswet een zelfstandige weigeringsgrond. Dit betekent dat bij de beoordeling van een aanvraag voor een vergunning voor het innemen van een standplaats altijd gelet moet worden op de voorschriften die uit het bestemmingsplan voortvloeien.
Als het (tijdelijke) omgevingsplan standplaatsen ter plaatse niet toelaat, is het moeilijk uit te leggen dat de vergunning weliswaar wordt verleend, maar dat daarvan geen gebruik gemaakt kan worden wegens strijd met het bestemmingsplan. Strijd met het omgevingsplan, een voorbereidingsbesluit of tijdelijk omgevingsplan (bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit) is daarom als imperatieve weigeringsgrond opgenomen. Blijkens jurisprudentie is dit aanvaardbaar omdat een dergelijke bepaling geen zelfstandige planologische regeling bevat.
Als het (tijdelijke) omgevingsplan standplaatsen ter plaatse niet toelaat, kan de aanvraag voor het hebben van een standplaats worden geweigerd. is het moeilijk uit te leggen dat de vergunning weliswaar wordt verleend, maar dat daarvan geen gebruik gemaakt kan worden wegens strijd met het bestemmingsplan. Strijd met het omgevingsplan, een voorbereidingsbesluit of tijdelijk omgevingsplan (bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit) is daarom als imperatieve weigeringsgrond opgenomen. Blijkens jurisprudentie is dit aanvaardbaar omdat een dergelijke bepaling geen zelfstandige planologische regeling bevat.
Derde lid De generieke weigeringsgronden worden genoemd in artikel 2.1.7. Nadere uitleg daarvan vindt men in de toelichting bij dat artikel. Meer weigeringsgronden staan in de hiervoor genoemde beleidsregels voor het al dan niet verlenen van standplaatsvergunningen.
Derde lid De generieke weigeringsgronden worden genoemd in artikel 2.1.7. Nadere uitleg daarvan vindt men in de toelichting bij dat artikel. Meer weigeringsgronden staan in de hiervoor
4.1.1 derde lid onder b In het verleden is het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in de gemeente ten behoeve van de consument als een openbare orde-belang aangemerkt. De gedachte was dat gevestigde winkeliers geconfronteerd worden met hoge exploitatiekosten die niet in verhouding staan tot de vrij lage exploitatiekosten van de straathandelaren. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de Afdeling slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Wil een gemeente op basis hiervan een vergunning weigeren dan moet worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden. De Dienstenrichtlijn staat deze weigeringsgrond voor standplaatsen die (mede) diensten verlenen niet toe, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet
genoemde beleidsregels voor het al dan niet verlenen van standplaatsvergunningen. 4.1.1 derde lid onder b In het verleden is het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in de gemeente ten behoeve van de consument als een openbare orde-belang aangemerkt. De gedachte was dat gevestigde winkeliers geconfronteerd worden met hoge exploitatiekosten die niet in verhouding staan tot de vrij lage exploitatiekosten van de straathandelaren. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de Afdeling slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Wil een gemeente op basis hiervan een vergunning weigeren dan moet worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden. De Dienstenrichtlijn staat deze weigeringsgrond voor standplaatsen die (mede) diensten verlenen niet toe, omdat dit
toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Het blijft echter nog wel mogelijk om deze weigeringsgrond te hanteren voor het verkopen van goederen. De Dienstenrichtlijn is daarop immers niet van toepassing. Maximumstelsel De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald, dat het in het belang van de openbare orde kan zijn om het aantal te verlenen vergunningen aan een maximum te binden. Het aantal te verlenen vergunningen kan worden beperkt tot een van tevoren vastgesteld maximum als de openbare orde in gevaar wordt gebracht. Wel dient te worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat van zo'n gevaar in concreto daadwerkelijk sprake is. De Europese Dienstenrichtlijn komt wat dit betreft overeen met de bestaande lijn in de Nederlandse rechtspraak: een maximumstelsel mag. Wel geldt op grond van artikel 9 jo artikel 10 dat er een transparante en nondiscriminatoire op objectieve gronden gebaseerde verdeling/toekenning van vergunningen moet zijn. Het aantal vergunningen moet vastgesteld worden voordat tot uitvoering van het beleid wordt overgegaan. De locaties waar een standplaats mag worden ingenomen moeten zo zorgvuldig mogelijk worden geselecteerd. Het totaal aantal aangewezen standplaatsen
wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Het blijft echter nog wel mogelijk om deze weigeringsgrond te hanteren voor het verkopen van goederen. De Dienstenrichtlijn is daarop immers niet van toepassing. Maximumstelsel De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald, dat het in het belang van de openbare orde kan zijn om het aantal te verlenen vergunningen aan een maximum te binden. Het aantal te verlenen vergunningen kan worden beperkt tot een van tevoren vastgesteld maximum als de openbare orde in gevaar wordt gebracht. Wel dient te worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat van zo'n gevaar in concreto daadwerkelijk sprake is. De Europese Dienstenrichtlijn komt wat dit betreft overeen met de bestaande lijn in de Nederlandse rechtspraak: een maximumstelsel mag. Wel geldt op grond van artikel 9 jo artikel 10 dat er een transparante en nondiscriminatoire op objectieve gronden gebaseerde verdeling/toekenning van vergunningen moet zijn. Het aantal vergunningen moet vastgesteld worden voordat tot uitvoering van het beleid wordt overgegaan. De locaties waar een standplaats mag worden ingenomen moeten zo zorgvuldig mogelijk worden geselecteerd.
tezamen levert het maximum aantal af te geven standplaatsvergunningen op. Het laten opmaken van een politierapport met betrekking tot de mogelijkheden tot het innemen van een standplaats op de verschillende locaties kan een verdere onderbouwing leveren van het vastgestelde maximum aantal standplaatsvergunningen. In dit politierapport kan worden aangegeven welke gevolgen het innemen van standplaatsen zal hebben voor de verkeersveiligheid en de handhaving van de openbare orde. Het innemen van een standplaats kan verder worden geordend door tijdstippen aan te wijzen wanneer een standplaats mag worden ingenomen. Een verdeling naar dagen van de week en eventueel naar dagdelen kan een nadere invulling geven aan het maximum aantal standplaatsvergunningen. Een dergelijk beleid kan zowel voor de gehele gemeente als voor nader aan te geven gedeelten van de gemeente van kracht zijn. Een verdere verfijning van het maximum aantal standplaatsvergunningen kan worden bereikt door een onderverdeling naar een aantal branches in te stellen. Per branche kan dan een maximum aantal af te geven vergunningen worden bepaald. Opgemerkt moet worden, dat een dergelijk maximum aantal vergunningen slechts door de rechter wordt toegelaten indien
Het totaal aantal aangewezen standplaatsen tezamen levert het maximum aantal af te geven standplaatsvergunningen op. Het laten opmaken van een politierapport met betrekking tot de mogelijkheden tot het innemen van een standplaats op de verschillende locaties kan een verdere onderbouwing leveren van het vastgestelde maximum aantal standplaatsvergunningen. In dit politierapport kan worden aangegeven welke gevolgen het innemen van standplaatsen zal hebben voor de verkeersveiligheid en de handhaving van de openbare orde. Het innemen van een standplaats kan verder worden geordend door tijdstippen aan te wijzen wanneer een standplaats mag worden ingenomen. Een verdeling naar dagen van de week en eventueel naar dagdelen kan een nadere invulling geven aan het maximum aantal standplaatsvergunningen. Een dergelijk beleid kan zowel voor de gehele gemeente als voor nader aan te geven gedeelten van de gemeente van kracht zijn. Een verdere verfijning van het maximum aantal standplaatsvergunningen kan worden bereikt door een onderverdeling naar een aantal branches in te stellen. Per branche kan dan een maximum aantal af te geven vergunningen worden bepaald. Opgemerkt moet worden, dat een dergelijk maximum aantal vergunningen slechts door de rechter wordt toegelaten indien
het aantal aanvragen per branche het totaal aantal af te geven vergunningen overtreft. Indien voor een branche niet het maximum aantal vergunningen wordt afgegeven, acht de rechter geen noodzaak tot handhaving van dit stelsel aanwezig.
het aantal aanvragen per branche het totaal aantal af te geven vergunningen overtreft. Indien voor een branche niet het maximum aantal vergunningen wordt afgegeven, acht de rechter geen noodzaak tot handhaving van dit stelsel aanwezig.
Bij het vaststellen van een maximum aantal vergunningen, eventueel uitgesplitst naar plaats, tijdstip of branche, moet rekening gehouden worden met het aantal reeds afgegeven vergunningen.
Bij het vaststellen van een maximum aantal vergunningen, eventueel uitgesplitst naar plaats, tijdstip of branche, moet rekening gehouden worden met het aantal reeds afgegeven vergunningen.
Indien het totaal aantal aanvragen om een standplaatsvergunning het totaal aantal af te geven vergunningen overtreft kan het college een wachtlijst opstellen. De aanvragen worden dan geregistreerd in volgorde van binnenkomst. Indien een standplaatshouder te kennen geeft zijn standplaats niet meer in te zullen nemen, kan deze vergunning aan de eerste op de wachtlijst toegekend worden.
Indien het totaal aantal aanvragen om een standplaatsvergunning het totaal aantal af te geven vergunningen overtreft kan het college een wachtlijst opstellen. De aanvragen worden dan geregistreerd in volgorde van binnenkomst. Indien een standplaatshouder te kennen geeft zijn standplaats niet meer in te zullen nemen, kan deze vergunning aan de eerste op de wachtlijst toegekend worden.
Ten slotte moet opgemerkt worden dat iedere aanvraag tot het innemen van een standplaats afzonderlijk beoordeeld moet worden. Aan de hand van de in VFL vastgestelde weigeringsgronden en het aan de hand hiervan geformuleerde beleid en beleidsregels moet een afweging plaatsvinden of de aangevraagde standplaatsvergunning verstrekt kan worden.
Ten slotte moet opgemerkt worden dat iedere aanvraag tot het innemen van een standplaats afzonderlijk beoordeeld moet worden. Aan de hand van de in VFL vastgestelde weigeringsgronden en het aan de hand hiervan geformuleerde beleid en beleidsregels moet een afweging plaatsvinden of de aangevraagde standplaatsvergunning verstrekt kan worden.
Beleidsregels
Beleidsregels
Het vaststellen van beleid, waarin objectieve, algemeen bekendgemaakte criteria worden aangegeven, die bij de beoordeling van een vergunningaanvraag worden gehanteerd, is blijkens de jurisprudentie toegestaan. Wel moet worden opgemerkt dat te voeren beleid niet mag leiden tot een beslissing omtrent een aangevraagde vergunning die niet kan worden herleid op één van de in artikel 2.1.7 genoemde weigeringsgronden. Rb Utrecht 23-12-1998, KG 1999, 78. Ook beleidsregels zijn volgens artikel 4, van de Dienstenrichtlijn onderworpen aan dwingende reden van algemeen belang: de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu.
Het vaststellen van beleid, waarin objectieve, algemeen bekendgemaakte criteria worden aangegeven, die bij de beoordeling van een vergunningaanvraag worden gehanteerd, is blijkens de jurisprudentie toegestaan. Wel moet worden opgemerkt dat te voeren beleid niet mag leiden tot een beslissing omtrent een aangevraagde vergunning die niet kan worden herleid op één van de in artikel 2.1.7 genoemde weigeringsgronden. Rb Utrecht 23-12-1998, KG 1999, 78. Ook beleidsregels zijn volgens artikel 4, van de Dienstenrichtlijn onderworpen aan dwingende reden van algemeen belang: de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu.
Bij het hanteren van deze weigeringsgronden kan een verdeling gerealiseerd worden van het aantal standplaatsen, waarbij de af te geven vergunningen zodanig over de week verspreid worden, dat een concentratie van de in te nemen standplaatsen wordt tegengegaan. De weigeringsgronden kunnen ook gebruikt worden wanneer veel belangstelling voor dezelfde locatie ontstaat. Een aantal standplaatsen op één plek doet ook de kans op feitelijke marktvorming ontstaan. Ook is het mogelijk om specifieke standplaatsen op bepaalde locaties te weren. Gedacht kan
Bij het hanteren van deze weigeringsgronden kan een verdeling gerealiseerd worden van het aantal standplaatsen, waarbij de af te geven vergunningen zodanig over de week verspreid worden, dat een concentratie van de in te nemen standplaatsen wordt tegengegaan. De weigeringsgronden kunnen ook gebruikt worden wanneer veel belangstelling voor dezelfde locatie ontstaat. Een aantal standplaatsen op één plek doet ook de kans op feitelijke marktvorming ontstaan. Ook is het mogelijk om specifieke standplaatsen op bepaalde locaties te weren. Gedacht kan
bijvoorbeeld worden aan bakkramen die in verband met stankoverlast of brandgevaarlijkheid niet in de directe nabijheid van gebouwen gewenst zijn.
bijvoorbeeld worden aan bakkramen die in verband met stankoverlast of brandgevaarlijkheid niet in de directe nabijheid van gebouwen gewenst zijn.
Inhoud standplaatsenbeleid
Inhoud standplaatsenbeleid
De motieven waarop een beleid met betrekking tot het innemen van standplaatsen berust, mogen niet strijdig zijn met de bevoegdheidsgrondslag om ordenend op te treden. Het beleid dat door het college wordt vastgesteld ter uitvoering van de VFLbepalingen mag niet de wettelijke grondslag (art. 149 Gemeentewet) van deze VFLbepalingen overschrijden.
De motieven waarop een beleid met betrekking tot het innemen van standplaatsen berust, mogen niet strijdig zijn met de bevoegdheidsgrondslag om ordenend op te treden. Het beleid dat door het college wordt vastgesteld ter uitvoering van de VFLbepalingen mag niet de wettelijke grondslag (art. 149 Gemeentewet) van deze VFLbepalingen overschrijden.
Het college heeft specifieke beleidsregels vastgesteld ten aanzien van het al dan niet verlenen van aanvragen voor standplaatsvergunningen. Deze beleidsregels wordt aangehaald als ‘Beleidsregels Standplaatsen gemeente Zevenaar 2019’.
Het college heeft specifieke beleidsregels vastgesteld ten aanzien van het al dan niet verlenen van aanvragen voor standplaatsvergunningen. Deze beleidsregels wordt aangehaald als ‘Beleidsregels Standplaatsen gemeente Zevenaar 2019’.
De zaken die het college in het standplaatsenbeleid heeft vastgelegd betreffen:
De zaken die het college in het standplaatsenbeleid heeft vastgelegd betreffen:
-
de vaststelling van het maximum aantal af te geven standplaatsvergunningen;
-
de vaststelling van het maximum aantal af te geven standplaatsvergunningen;
-
de vaststelling van het aantal af te geven standplaatsvergunningen per branche. de aanwijzing van locaties waar standplaatsen mogen worden ingenomen; de aanwijzing van tijdstippen waarop standplaatsen mogen worden ingenomen.
-
de vaststelling van het aantal af te geven standplaatsvergunningen per branche. de aanwijzing van locaties waar standplaatsen mogen worden ingenomen; de aanwijzing van tijdstippen waarop standplaatsen mogen worden ingenomen.
De vaststelling van het aantal af te geven vergunningen wordt bepaald aan de hand van een feitelijke invulling van de verschillende in artikel 2.1.7 genoemde weigeringsgronden. Nadat aan de hand van ieder motief afzonderlijk is bepaald op welke plaats in de gemeente een standplaats kan worden ingenomen, valt aan de hand van het totaalbeeld dat hieruit resulteert, aan te geven wat het maximum aantal af te geven standplaatsvergunningen is. Aan de hand van ieder motief afzonderlijk is een aantal plaatsen aan te duiden waar een standplaats ingenomen kan worden.
De vaststelling van het aantal af te geven vergunningen wordt bepaald aan de hand van een feitelijke invulling van de verschillende in artikel 2.1.7 genoemde weigeringsgronden. Nadat aan de hand van ieder motief afzonderlijk is bepaald op welke plaats in de gemeente een standplaats kan worden ingenomen, valt aan de hand van het totaalbeeld dat hieruit resulteert, aan te geven wat het maximum aantal af te geven standplaatsvergunningen is. Aan de hand van ieder motief afzonderlijk is een aantal plaatsen aan te duiden waar een standplaats ingenomen kan worden.
Nadat een overzicht van het aantal mogelijk in te nemen standplaatsen en het maximumaantal standplaatsvergunningen is vastgesteld, kan het college een beleid vaststellen ten aanzien van de handhaving en het toezicht en de wijze waarop gehandeld wordt als het maximum aantal vergunningen reeds is afgegeven.
Nadat een overzicht van het aantal mogelijk in te nemen standplaatsen en het maximumaantal standplaatsvergunningen is vastgesteld, kan het college een beleid vaststellen ten aanzien van de handhaving en het toezicht en de wijze waarop gehandeld wordt als het maximum aantal vergunningen reeds is afgegeven.
Vergunningsvoorschriften
Vergunningsvoorschriften
Aan de standplaatsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Artikel 10 van de Dienstenrichtlijn bepaalt dat vergunningstelsels gebaseerd moeten zijn op criteria die ervoor zorgen dat de bevoegde instanties hun beoordelingsbevoegdheid niet op willekeurige wijze uitoefenen. Die criteria zijn: niet-discriminatoir, gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; evenredig met die reden van algemeen belang; duidelijk en ondubbelzinnig; objectief; vooraf openbaar bekendgemaakt; transparant en toegankelijk. Voorschriften die aan een vergunning gesteld kunnen worden betreffen:
Aan de standplaatsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Artikel 10 van de Dienstenrichtlijn bepaalt dat vergunningstelsels gebaseerd moeten zijn op criteria die ervoor zorgen dat de bevoegde instanties hun beoordelingsbevoegdheid niet op willekeurige wijze uitoefenen. Die criteria zijn: niet-discriminatoir, gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang; evenredig met die reden van algemeen belang; duidelijk en ondubbelzinnig; objectief; vooraf openbaar bekendgemaakt; transparant en toegankelijk. Voorschriften die aan een vergunning gesteld kunnen worden betreffen:
-
-
het vervallen van de standplaats indien gedurende een bepaalde periode geen standplaats is ingenomen; de soort goederen of diensten die mogen worden aangeboden. Hierbij moet men wel het oog houden op een goede verdeling van de te verkopen goederen voor de consument. Anders zou er oneerlijke concurrentie kunnen zijn; de grootte van de standplaats; de ruimte waarbinnen de waren uitgestald mogen worden; het uiterlijk aanzien van de standplaats;
-
-
het vervallen van de standplaats indien gedurende een bepaalde periode geen standplaats is ingenomen; de soort goederen of diensten die mogen worden aangeboden. Hierbij moet men wel het oog houden op een goede verdeling van de te verkopen goederen voor de consument. Anders zou er oneerlijke concurrentie kunnen zijn; de grootte van de standplaats; de ruimte waarbinnen de waren uitgestald mogen worden; het uiterlijk aanzien van de standplaats;
-
tijden van opbouw en ontruiming van de standplaats; eisen met betrekking tot de (brand)veiligheid; opruimen van rommel en schoon achterlaten van de locatie.
-
tijden van opbouw en ontruiming van de standplaats; eisen met betrekking tot de (brand)veiligheid; opruimen van rommel en schoon achterlaten van de locatie.
Overige regelgeving Op het drijven van straathandel zijn ook andere regels van toepassing. Deze regels stellen vanuit andere motieven eisen aan de straathandel.
Overige regelgeving Op het drijven van straathandel zijn ook andere regels van toepassing. Deze regels stellen vanuit andere motieven eisen aan de straathandel.
Omgevingswet Een vergunning voor het innemen van een standplaats kan worden geweigerd vanwege strijd met een geldend omgevingsplan. Wanneer wel een vergunning, zoals vereist krachtens de VFL wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende (tijdelijk) omgevingsplan worden gesteld, van kracht. Het college kan een aanvraag voor het innemen van een standplaats mede opvatten als een verzoek om vrijstelling van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. In een dergelijk geval wordt een aanvraag gebruikt voor twee afzonderlijke procedures. Het is dan niet nodig twee afzonderlijke aanvragen in te dienen.
Omgevingswet Een vergunning voor het innemen van een standplaats kan worden geweigerd vanwege strijd met een geldend omgevingsplan. Wanneer wel een vergunning, zoals vereist krachtens de VFL wordt verstrekt, blijven eventuele eisen die in het geldende (tijdelijk) omgevingsplan worden gesteld, van kracht. Het college kan een aanvraag voor het innemen van een standplaats mede opvatten als een verzoek om vrijstelling van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. In een dergelijk geval wordt een aanvraag gebruikt voor twee afzonderlijke procedures. Het is dan niet nodig twee afzonderlijke aanvragen in te dienen.
Onder alinea 6.1.9 Kampeermiddelen e.a (was 5.6 APV) wordt het volgende gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
6.1.9 Kampeermiddelen e.d. (was artikel 5:6 APV)
6.1.9 Kampeermiddelen e.d. (was artikel 5:6 APV)
6.1.9 Kampeermiddelen e.d. (was artikel 5:6 APV)
Eerste lid, onder a
Eerste lid, onder a
Deze bepaling richt zich tegen het langer dan nodig plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie e.d. worden gebruikt. Hieronder vallen in ieder geval: caravans, campers, kampeerwagens, aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens e.d. op de weg. In deze bepaling zijn de woorden “parkeren” gewijzigd in “te plaatsen of te hebben” om de handhaving van deze bepaling eenvoudiger te maken. Met het steeds een paar meter verplaatsen van een caravan, aanhangwagentje e.d. op de openbare weg wordt overtreding van deze bepaling niet langer meer voorkomen. Met de zinsnede “of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt” is beoogd aan te geven dat alle soorten (aanhang)wagens en voertuigen, die niet “dagelijks” worden gebruikt als vervoermiddel onder deze bepaling kunnen vallen. Het excessieve van het hier bedoelde parkeren is in de eerste plaats gelegen in het buitensporige gebruik van parkeerruimte dat daarmee gepaard gaat. Daarnaast is dat het ontsieren van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Deze bepaling richt zich tegen het langer dan nodig plaatsen of hebben van voertuigen die voor recreatie e.d. worden gebruikt. Hieronder vallen in ieder geval: caravans, campers, kampeerwagens, aanhangwagens, magazijnwagens, keetwagens e.d. op de weg. In deze bepaling zijn de woorden “parkeren” gewijzigd in “te plaatsen of te hebben” om de handhaving van deze bepaling eenvoudiger te maken. Met het steeds een paar meter verplaatsen van een caravan, aanhangwagentje e.d. op de openbare weg wordt overtreding van deze bepaling niet langer meer voorkomen. Met de zinsnede “of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt” is beoogd aan te geven dat alle soorten (aanhang)wagens en voertuigen, die niet “dagelijks” worden gebruikt als vervoermiddel onder deze bepaling kunnen vallen. Het excessieve van het hier bedoelde parkeren is in de eerste plaats gelegen in het buitensporige gebruik van parkeerruimte dat daarmee gepaard gaat. Daarnaast is dat het ontsieren van het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Onder het kopje eerste lid, onder a wordt aan de einde van de alinea de tekst (binnen de bebouwde kom) weggehaald.
Het plaatsen of hebben gedurende ten hoogste drie (achtereenvolgende) dagen wordt niet verboden, opdat de betrokkene de gelegenheid zal hebben zijn kampeerwagen, caravan of camper voor een te ondernemen reis gereed te maken, respectievelijk na de reis op te ruimen.
Het plaatsen of hebben gedurende ten hoogste drie (achtereenvolgende) dagen wordt niet verboden, opdat de betrokkene de gelegenheid zal hebben zijn kampeerwagen, caravan of camper voor een te ondernemen reis gereed te maken, respectievelijk na de reis op te ruimen.
Ook met betrekking tot deze gevallen zou het voorzien in vervangende parkeergelegenheid, waar dit soort voertuigen kan worden gestald, overwogen kunnen worden. Verwezen wordt naar hetgeen hierover in de algemene toelichting is gesteld. Gezien de veelal toenemende parkeerdruk op de openbare weg - vaak juist ook in woonwijken - zou ervoor gekozen kunnen worden om de redactie van de bepaling in het eerste lid onder a stringenter te redigeren en direct voor de gehele gemeente (of een gedeelte daarvan) van toepassing te verklaren:
Ook met betrekking tot deze gevallen zou het voorzien in vervangende parkeergelegenheid, waar dit soort voertuigen kan worden gestald, overwogen kunnen worden. Verwezen wordt naar hetgeen hierover in de algemene toelichting is gesteld. Gezien de veelal toenemende parkeerdruk op de openbare weg - vaak juist ook in woonwijken - zou ervoor gekozen kunnen worden om de redactie van de bepaling in het eerste lid onder a stringenter te redigeren en direct voor de gehele gemeente (of een gedeelte daarvan) van toepassing te verklaren:
“a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) op de weg te plaatsen of te hebben;”
“a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen (binnen de bebouwde kom) op de weg te plaatsen of te hebben;”
Eerste lid, onder b
Eerste lid, onder b
Deze bepaling richt zich ook tegen het ontsieren van het uiterlijk aanzien van de gemeente door het doen of laten staan van caravans e.d. elders dan op de weg in de zin van de WVW 1994. In zoverre betreft deze bepaling
Deze bepaling richt zich ook tegen het ontsieren van het uiterlijk aanzien van de gemeente door het doen of laten staan van caravans e.d. elders dan op de weg in de zin van de WVW 1994. In zoverre betreft deze bepaling
derhalve niet een “eigenlijk” parkeerexces, dat immers veronderstelt dat de gedraging plaatsvindt op een weg (in de zin van de WVW 1994).
derhalve niet een “eigenlijk” parkeerexces, dat immers veronderstelt dat de gedraging plaatsvindt op een weg (in de zin van de WVW 1994).
Zoals opgemerkt in de toelichting wordt het begrip “parkeren” zo uitgelegd, dat het verbod in dit artikel zich niet alleen richt op de bestuurder van een voertuig maar ook op de andere belanghebbenden bij het voertuig.
Zoals opgemerkt in de toelichting wordt het begrip “parkeren” zo uitgelegd, dat het verbod in dit artikel zich niet alleen richt op de bestuurder van een voertuig maar ook op de andere belanghebbenden bij het voertuig.
Voor jurisprudentie bij dit artikel zie de lijst met jurisprudentie bij artikelen uit de Verordening Fysieke Leefomgeving
Voor jurisprudentie bij dit artikel zie de lijst met jurisprudentie bij artikelen uit de Verordening Fysieke Leefomgeving
Onder alinea 12.1.4 Overgangsrecht wordt het volgende gewijzigd:
Was
Wordt
Motivering verandering
12.1.4 Overgangsrecht
12.1.4 Overgangsrecht
12.1.4 Overgangsrecht
In de overgangsbepalingen is aangegeven, dat verleende vergunningen, ontheffingen e.d., die zijn verleend op grond van de vorige verordening hun rechtskracht blijven behouden na de inwerkingtreding van deze verordening. Met deze bepaling worden de besluiten van een rechtsgrond voorzien.
In de overgangsbepalingen is aangegeven, dat verleende vergunningen, ontheffingen, aanwijzingen, en (overige) besluiten e.d., die zijn verleend op grond van de vorige verordeningen hun rechtskracht blijven behouden na de inwerkingtreding van deze verordening. Met deze bepaling worden de besluiten van een rechtsgrond voorzien.
In deze alinea onder het kopje elfde lid missen we naast aanwijsbesluiten en nadere regels ook de beleidsregels die concrete invulling aan deze verordening en specificeren hoe gemeente Zevenaar zijn bevoegdheden uitoefent, zoals bij het verlenen van standplaatsvergunningen etc. In deze alinea is daarom opgenomen dat ook beleidsregels van kracht blijven en gelden
Elfde lid
Elfde lid
Aangezien vaak onduidelijkheid bestaat over het verschil tussen beleidsregels en nadere regels volgt hieronder een korte uiteenzetting van beleidsregels en nadere regels. Het college kan beleidsregels opstellen ten aanzien van de gekregen bevoegdheden. Verder kan het college nadere regels stellen op grond van dit artikel. Voor alle duidelijkheid: beleidsregels zijn algemene regels omtrent de toepassing van bevoegdheden (zie de definitie in art. 1:3, vierde lid, van de Awb).
Dit lid zegt dat nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten die zijn genomen op basis van de in artikel 12.1.3. lid 2 genoemde verordeningen van kracht blijven en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om de nummering en de titel in de verwijzing van die nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten te wijzigen met het oog op deze verordening.
Nadere regels zijn algemene regels die te karakteriseren zijn als algemeen verbindende voorschriften. Beleidsregels kennen een inherente afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot nadere regels. Op grond van artikel 4:84 van de Awb dient een bestuursorgaan een uitzondering op een beleidsregel te maken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel genoemd. Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen verbindende voorschriften). Immers, van nadere regels is geen afwijking mogelijk.
Nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten blijven van kracht en gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. Burgemeesters en wethouders zijn bevoegd om de nummering en de titel in de verwijzing van die nadere regels en aanwijzingsbesluiten te wijzigen met het oog op deze verordening. Aangezien vaak onduidelijkheid bestaat over het verschil tussen beleidsregels en nadere regels volgt hieronder een korte uiteenzetting van beleidsregels en nadere regels. Het college kan beleidsregels opstellen ten aanzien van de gekregen bevoegdheden. Verder kan het college nadere regels stellen op grond van dit artikel. Voor alle duidelijkheid: beleidsregels zijn algemene regels omtrent de toepassing van bevoegdheden (zie de definitie in art. 1:3, vierde lid, van de Awb).
als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Nadere regels zijn algemene regels die te karakteriseren zijn als algemeen verbindende voorschriften. Beleidsregels kennen een inherente afwijkingsbevoegdheid in tegenstelling tot nadere regels. Op grond van artikel 4:84 van de Awb dient een bestuursorgaan een uitzondering op een beleidsregel te maken indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen. Dit wordt de inherente afwijkingsbevoegdheid van de beleidsregel genoemd. Hierdoor zijn beleidsregels flexibeler dan nadere regels (algemeen verbindende voorschriften). Immers, van nadere regels is geen afwijking mogelijk.