Bijlage 2. 1264786 - Nota zienswijze, Copera 2, 4 en 10 Spijk
Tekst van het document
Nota zienswijzen omgevingsvergunning “Spijk, Copera 2, 4 en 10” NL.IMRO.0196.BPSpijksedijk-VG02 Gemeente Zevenaar
afdeling datum status
Vergunningen, Toezicht en Handhaving 24 juli 2025 Definitief
Inhoudsopgave Inleiding Doorlopen procedure Ingediende zienswijze
Zaaknummer Z2023-00001850
3 4 5
pagina 2 van 15
Inleiding In deze nota geeft het college van B&W van de gemeente Zevenaar (hierna: ‘het college’) zijn standpunt op de ingekomen zienswijze op de ontwerp-omgevingsvergunning ’Spijk, Copera 2, 4 en 10’. De ontwerp-omgevingsvergunning ’Spijk, Copera 2, 4 en 10’ is opgesteld voor het realiseren van 2 bedrijfswoningen en bedrijfsruimten, een blokkenwand, hekwerken, weegbrug en een opslaghal met kantoor. De aanvraag is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’. Hierbinnen heeft het perceel de bestemming ‘Bedrijventerrein’ met de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage: 80% maximum bouwhoogte: 20 m’. Voor gedeelten van het perceel gelden een bouwvlak en de aanduidingen ‘specifieke vorm van bedrijf - bedrijf tot en met categorie 3.1’, ‘specifieke vorm van bedrijf - bedrijf tot en met categorie 4’, ‘bedrijfswoning’ en ‘maximum aantal wooneenheden: 4’. Ook gelden de paraplubestemmingsplannen ‘Wonen’ en ‘Parkeren gemeente Zevenaar’. De aanvraag is op de volgende onderdelen strijdig met het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’: - Artikel 3.1 onder b.: de beoogde activiteit valt in de Staat van Bedrijfsactiviteiten onder een hogere categorie dan 3.1 en de bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
- Artikel 3.1 onder c: de bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. - Artikel 3.2.1 onder f.: het oppervlak van de bedrijfswoningen is groter dan 150 m2. - Artikel 3.4 sub k.: de bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in kolom 1 van onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Om medewerking te kunnen verlenen moet worden afgeweken van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’. De ontwerp-omgevingsvergunning heeft met ingang van 13 februari 2025 tot en met 27 maart 2025 ter inzage gelegen. Binnen deze periode is één zienswijze ontvangen. Deze nota bevat de volgende onderdelen: - een weergave van de gevolgde procedure; - de ingediende zienswijze met daarop de gemeentelijke reactie en een conclusie of de zienswijze aanleiding geeft om de omgevingsvergunning aan te passen. Deze nota hoort bij de definitieve beschikking voor de omgevingsvergunning. Als het college de omgevingsvergunning heeft verleend, ontvangt de indiener van de zienswijze na het besluit een brief met daarbij de zienswijzennota, de beschikking en de bekendmaking in het Gemeenteblad.
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 3 van 15
Zichtbaarheid persoonsgegevens Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mag de gemeente NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van: -
ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof); personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden.
In de digitale versie van deze nota zienswijzen zijn daarom NAW-gegevens die niet onder de uitzonderingen vallen, geanonimiseerd.
Doorlopen procedure Zienswijzentermijn In het Gemeenteblad van Zevenaar en in de Zevenaar Post is bekend gemaakt dat het college van B&W het ontwerp van de omgevingsvergunning ’Spijk, Copera 2, 4 en 10’ voor zienswijzen ter inzage heeft gelegd. In de bekendmakingen is aangegeven dat iedereen van 13 februari 2025 tot en met 27 maart 2025 een zienswijze kenbaar kon maken bij het college van B&W van de gemeente Zevenaar over de ontwerpomgevingsvergunning. Daarnaast is in de bekendmaking aangegeven waar de digitale en papieren versies van de ontwerp-omgevingsvergunning te raadplegen waren.
Zaaknummer Z2023-00001850
pagina 4 van 15
Ingediende zienswijze Tijdens de termijn is er één zienswijze ingediend tegen de omgevingsvergunning. In onderstaand overzicht is aangegeven door wie de zienswijze is ingediend, op welke datum en onder welk nummer de zienswijze bij de gemeente is geregistreerd. Ontvangstdatum Pro forma 26 maart 2025 per post, aanvullingen ontvangen op 17 april 2025 per post
Registratiekenmerk Pro forma: INK/25/1250370 Aanvullingen: INK/25/1253656
De zienswijze is binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk. Op de volgende pagina’s wordt de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijze wordt afgerond met een conclusie waarin wordt aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot een aanpassing van het hetgeen in de ontwerp-omgevingsvergunning is opgenomen. De ingediende zienswijze is niet letterlijk overgenomen. Vanwege de leesbaarheid zijn de teksten samengevat en worden punten eventueel samengevoegd die over hetzelfde onderwerp gaan. Dit betekent niet dat er delen van een zienswijze buiten beschouwing zijn gelaten, bij de beoordeling is met de gehele inhoud van een zienswijze rekening gehouden. Als het college vindt dat de indiener op één van de punten van de zienswijze gelijk heeft, dan wordt de zienswijze voor dat punt gegrond verklaard. Als de indiener volgens het college bij een punt geen gelijk heeft, dan wordt de zienswijze ongegrond verklaard voor dat punt.
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 5 van 15
Zienswijze 1. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De onverharde toegangsweg van het metaalrecyclingbedrijf valt onder een erfdienstbaarheid ten gunste van het aangrenzende perceel. De leidende schets komt niet overeen met de kadastrale ligging van de weg en de ingetekende parkeerplaatsen gaan hinder veroorzaken voor het recht van overpad. Uit de ontwerpbeschikking blijkt onvoldoende welke eisen er gelden voor onderhoud van de weg en de bereikbaarheid voor brandweervoertuigen. Reactie gemeente Er is geen sprake van evident privaatrechtelijke belemmeringen die de uitvoering van de vergunning in de weg staan. Een bestaande erfdienstbaarheid tussen percelen blijft van kracht, ongeacht de vergunningsverlening en dient te worden gerespecteerd door de initiatiefnemer. Mocht er sprake zijn van strijd met de erfdienstbaarheid, dan staat het belanghebbenden vrij om dit civielrechtelijk aan de orde te stellen. De situering van de toegangsweg en de parkeerplaatsen, zoals weergegeven op de leidende schets, is beoordeeld op ruimtelijke inpasbaarheid, verkeersveiligheid en functionele ontsluiting. Hierbij is gebleken dat de opzet ruimtelijk aanvaardbaar is. De locatie van de parkeerplaatsen belemmert de doorgang over de toegangsweg niet op zodanige wijze dat vergunning zou moeten worden geweigerd.
Het gebruik van de toegangsweg door derden in verband met een recht van overpad wordt hiermee niet uitgesloten of belemmerd. Wat betreft de bereikbaarheid van het gebouw voor hulpdiensten geldt dat in het bij de aanvraag gevoegde brandveiligheidsrapport is aangetoond dat het gebouw op voldoende wijze bereikbaar is, mede in relatie tot brandveiligheidseisen. Eventuele beperkingen door perceelsgrenzen zijn daarin meegenomen, waarbij uit de toetsing is gebleken dat de bereikbaarheid op eigen terrein voldoende is gewaarborgd. Het onderhoud en eventuele verharding van de toegangsweg valt buiten de reikwijdte van de omgevingsvergunning. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.
Zaaknummer Z2023-00001850
pagina 6 van 15
2. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Het aangrenzende agrarische perceel past milieutechnisch niet met de voorgenomen bedrijfsactiviteit, omdat activiteiten met milieucategorie 4.1 te groot zijn. Daarom wordt een duidelijke afscherming met een betonnen wand noodzakelijk geacht. De functie en situering van de blokkenwand is onjuist weergegeven: de wand is niet als geluidsscherm aan te merken en staat bovendien niet rondom het gehele terrein. Met name aan de westelijke en noordelijke zijde ontbreekt de muur, waarmee de omvang van de muur niet overeenkomt met wat in het ontwerpbesluit wordt gesuggereerd. Er was eerder sprake van een landschappelijke inpassing in de vorm van een groenwal aan de noordzijde, die inmiddels door de initiatiefnemer is verwijderd. Dit zou hebben plaatsgevonden zonder gemeentelijk toezicht. De afwezigheid van groeninpassing leidt tot visuele hinder. Er moeten maatwerkvoorschriften opgesteld worden voor de situering en uitvoering van de muur. Dit is een gangbare praktijk bij gemeenten, en er is geen reden om daarvan af te wijken. Reactie gemeente Bestemming aangrenzend perceel Er is nog steeds sprake van goede ruimtelijke ordening. De beoogde bedrijfsactiviteiten passen naast agrarische percelen. Deze ondervinden hiervan geen hinder.
Functie en situering van de blokkenwand De blokkenwand heeft primair de functie van geluidsscherm, en is ook als zodanig aangeduid op de bij de aanvraag behorende tekening. Het betreft geen erfafscheiding. De stelling dat de muur “ten onrechte” als geluidsscherm wordt benoemd is dus niet juist. De plaatsing is afgestemd op akoestische effectiviteit en voldoet aan de eisen die daaraan vanuit milieuwetgeving worden gesteld. Omvang van de blokkenwand Het ontwerp voorziet niet in een volledige ommuring van het perceel. Op basis van akoestisch onderzoek is beoordeeld op welke locaties de plaatsing van de muur noodzakelijk is om geluidhinder voor de omgeving te beperken. Ook is de bedrijfshal zodanig gesitueerd dat een zo gunstig mogelijke geluidswerende werking is naar woningen van derden. Uit deze beoordeling volgt dat een wand aan het westelijke en noordelijke deel van het terrein niet noodzakelijk is, aangezien daar geen gevoelige functies worden geraakt en het geluidniveau binnen de normen blijft. Landschappelijke inpassing en groenwal In het verleden sprake is er geweest van een groenwal aan de noordzijde van het perceel. Voor de verwijdering daarvan bestond echter geen instandhoudingsplicht. Er zijn op dat punt geen vergunningsvoorschriften overtreden. De opmerking over het gemeentelijk toezicht is daarom niet gegrond.
De groenwal is geen onderdeel van een voorgeschreven landschappelijke inpassing en kon daarom worden verwijderd.
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 7 van 15
Maatwerkvoorschriften Voor de beoogde activiteit is een omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) aangevraagd op basis van artikel 2.2a lid 1 onder b van het Besluit omgevingsrecht in samenhang met artikel 5.13 a van het Besluit omgevingsrecht. De OBM betreft dus uitsluitend een toets of de beoogde activiteit inpasbaar is binnen de randvoorwaarden van het Activiteitenbesluit, met name ten aanzien van mogelijke nadelige milieugevolgen. Het gaat hierbij dus om een ja/nee-besluit: de activiteit mag al dan niet worden uitgevoerd, maar er kunnen aan de OBM zelf geen voorschriften worden verbonden. Anders dan de indiener van de zienswijze stelt, is er wel degelijk een voorschrift opgenomen over het oprichten en in stand houden van de blokkenwand. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning. 3. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Het adres van Copera 5 ontbreekt in het akoestisch rapport. De toegangsweg is de Batavenweg en de Krib in Tolkamer. Dit betreft een verharde, openbare weg die overgaat in een eigen weg, onverharde weg, behorende tot de inrichting. Deze eigen weg ligt in Spijk. Hier is sprake van directe geluidshinder. Alles wat bij een bedrijf en de bedrijfsactiviteiten hoort moet worden getoetst aan Representatieve bedrijfssituatie (RBS) en moet worden toegekend aan directe geluidshinder.
Hier had dus moeten worden getoetst aan directe hinder in de representatieve bedrijfssituatie. In het akoestisch onderzoek is onterecht indirecte geluidshinder met betrekking tot de eigen weg toegepast. Reactie gemeente Copera 5 is in het akoestisch onderzoek opgenomen als rekenpunt 5 (ook genoemd Batavenweg 5), waarmee expliciet rekening is gehouden met de geluidbelasting op dit perceel. In dit geval is sprake van een openbare (deels onverharde) weg, waarbij de verkeersbewegingen beperkt zijn tot aan- en afrijden van bestemmingsverkeer. De openbare weg maakt daarom geen integraal deel uit van de inrichting. Dat deze weg eigendom is van de aanvrager doet niet ter zake. Daarom is het terecht dat in het akoestisch onderzoek sprake is van indirecte hinder. Daarnaast is het akoestisch onderzoek gebaseerd op de RBS. Alle relevante bronnen en activiteiten die onder de RBS vallen, inclusief geluidbronnen binnen de inrichting, zijn meegenomen in de berekeningen. Verkeer van en naar het terrein valt hier volgens het Activiteitenbesluit niet onder wanneer het buiten de inrichting plaatsvindt. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning zoals hierboven beschreven.
Zaaknummer Z2023-00001850
pagina 8 van 15
4. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Gezien de geringe afstand tot Copera 5 had hier een volledig trillingsonderzoek moeten plaatsvinden. Werkzaamheden en verkeersbewegingen ten noorden en oosten van de inrichting zorgen wel voor trillingen, gezien de geringe afstand tussen de inrichting en Copera 5. Het werkmaterieel is oud, stug en luidruchtig. Dit onderzoek is onvolledig. Reactie gemeente Voor trillingen geldt dat er in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de daaraan gekoppelde beoordelingskaders geen landelijke normen zijn opgenomen. Er is slechts sprake van een zorgplicht voor het beperken van trillingshinder. Op basis van de aard en omvang van de activiteiten, alsmede de aanwezigheid van het gebruikelijke werkmaterieel, is er op voorhand geen aanleiding om aan te nemen dat sprake is van zodanige trillingshinder dat een aanvullend onderzoek noodzakelijk zou zijn op basis van de Ministeriële regeling Omgevingsrecht (MOR). Het opvragen van een trillingsonderzoek vóórdat de inrichting in werking is, is niet gebruikelijk. Trillingen die kunnen worden veroorzaakt door bepaalde werkzaamheden kunnen voordat de werkzaamheden zijn begonnen uiteraard nog niet worden gemeten. De vergunninghouder dient trillingshinder zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel de trillinghinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken.
Zou de vergunninghouder daar niet of niet voldoende in slagen, dan zal het College daar handhavend tegen optreden. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning. 5. Inhoudelijk punt uit de zienswijze In de stukken geldt een beoordelingsplicht van een vormvrije m.e.r. voor de aanvraag. Overschrijding van >50 ton afvalverwerking per dag betekent een m.e.r. plicht. Tot nu toe heeft de gemeente een gedoogbeleid gevoerd, bewoning en activiteiten op de locatie van de aangevraagde inrichting toegelaten. De gemeente dient hierop te controleren en handhaven. Reactie gemeente De omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) maakt onderdeel uit van de totale vergunningaanvraag voor het project. Deze is aangevraagd voor het aspect op- en overslaan en bewerken van schroot behorende bij een metaalrecyclingbedrijf. De aangevraagde situatie betreft een opslagcapaciteit van hoogstens 10.000 ton schroot. Er geldt dan geen m.e.r.beoordelingsplicht maar er kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.- beoordeling zoals in de OBM is verwoord. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning.
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 9 van 15
6. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Er is geen Bibob toets uitgevoerd, ondanks een schietincident in januari 2023. Reactie gemeente Het college heeft in 2021 de Beleidsregels Wet bibob gemeente Zevenaar 2021 vastgesteld. Daarin is vastgelegd hoe de wet wordt toegepast bij aanvragen om beschikkingen. Voor een aanvraag omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) wordt bepaald dat uitvoering van de bibobtoets alleen plaatsvindt bij een aanvraag OBM als er sprake is van ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van het Landelijk Bureau Bibob en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of informatie afkomstig van het OM als bedoeld in artikel 26 jo. artikel 11 van de wet bibob, die een aanleiding vormen om te vermoeden dat bij de aanvraag sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet bibob. Daarvan is hier geen sprake. Om die reden heeft het college bij onderhavige aanvraag geen bibob-toets uitgevoerd. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 7. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De woningen zijn gesplitst zodat er mogelijk 4 huishoudens gebruik van kunnen maken. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Spijksedijk. Hoe denkt de gemeente woningsplitsing na realisatie, te controleren.
Opmerkelijk is dat nergens in de stukken een verbod voor woonwagens of mobiele woningen is opgenomen. Dit moet worden opgenomen omdat het in strijd is met het vigerende bestemmingsplan Spijksedijk. Tevens is onacceptabel dat de gemeente bewoning in deze verpauperde en onhygiënische staat heeft gedoogd vanaf 2018 tot heden. Reactie gemeente De ontwerpbeschikking voorziet in de permanente huisvesting van 1 huishouden per bedrijfswoning. Het is dan ook, na definitieve verlening van de vergunning, niet toegestaan méér dan 1 huishouden per bedrijfswoning te huisvesten. Tijdelijke c.q. mobiele woonwagens zijn niet zonder meer toegestaan binnen het plangebied van ‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’. Bij overtreding daarvan kan daartegen handhavend worden opgetreden. Een dergelijk verbod hoeft om die reden dan ook niet in de vergunning opgenomen te worden. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning.
Zaaknummer Z2023-00001850
pagina 10 van 15
8. Inhoudelijk punt uit de zienswijze Er is wel een begintermijn genoemd in de vergunning, maar geen einddatum. Reactie gemeente Er is geen verplichting voor een einddatum in de omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning blijft gelden totdat deze wordt ingetrokken. Onder de Wabo geldt dat het college de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk kan intrekken, indien er gedurende drie jaar voor de OBM, en 26 weken voor de activiteit bouwen onderscheidenlijk de in de vergunning bepaalde termijn, geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. Dit is een bevoegdheid en geen verplichting. Een einddatum is dan ook niet nodig. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 9. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De bedrijfsactiviteiten vallen onder een hogere categorie dan 3.1. op basis van de richtafstanden van de VNG. Dit is in strijd met het vigerende bestemmingsplan Spijksedijk en geeft overlast aan de omliggende woonkernen. Categorie 3.1 is te hoog nabij een woonkern! Doordat er werkzaamheden plaatsvinden, is er overlast en stofemissie, dit mag niet worden overschreden en in dit geval zou er zeker geen sprake mogen zijn van een ontheffing voor een hogere categorie. De bedrijfsactiviteiten met betrekking tot bebouwing: twee woningen worden gebouwd maar zijn groter dan 150 m2.
Dit betekent dat er ook meerdere mensen gebruik maken van bijbehorende hallen en de overschrijdende activiteiten hoger zullen zijn. Dat is niet acceptabel. Het toestaan van activiteiten die in een hogere milieucategorie vallen dan 3.1 veroorzaken te veel hinder in de omgeving. Reactie gemeente Op het westelijk deel van de beoogde bedrijfslocatie zijn op basis van het bestemmingsplan ‘‘Bedrijventerrein Spijksedijk 2012’ activiteiten toegestaan tot en met milieucategorie 3.1. Uit de toetsing blijkt dat de beoogde activiteiten op het westelijk deel van de locatie naar aard en omvang gelijk te stellen zijn aan een activiteit uit milieucategorie 3.1. en daarmee passend in de omgeving. Uit de m.e.r.-beoordeling volgt dat de uitvoering van de voorgenomen activiteiten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben. Er is getoetst op en er zijn voorschriften opgenomen ten aanzien van de toegestane bedrijfsactiviteiten. De omgevingsvergunning laat dus geen activiteiten toe die in een hogere milieucategorie vallen dan al bij rechte is toegestaan. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 10. Inhoudelijk punt uit de zienswijze
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 11 van 15
De percelen Copera 5 en de Krib liggen binnen 50 meter van de beoogde bedrijfslocatie. Voor activiteiten die vallen onder milieucategorie 3.2 is de richtafstand vanuit de VNG richtafstanden 100 meter en is daarom strijd met het bestemmingplan dat alleen bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 toestaat. Het is niet te verwachten dat de gemeente Zevenaar hierop gaat handhaven. Reactie gemeente Uit de toetsing blijkt dat de beoogde activiteiten op het westelijk deel van de locatie naar aard en omvang gelijk te stellen zijn aan een activiteit uit milieucategorie 3.1. Er is getoetst op, en er zijn voorschriften opgenomen op de relevante milieuaspecten om te kunnen voldoen aan de richtafstanden. Er is daarmee sprake van een goede ruimtelijke ordening. Eventuele afwijkingen van de vergunde situatie in de praktijk zijn een handhavingskwestie, waarvoor het bevoegd gezag instrumenten beschikbaar heeft om op te treden. Dat betekent echter niet dat op voorhand moet worden uitgegaan van overschrijding of misbruik van de vergunning. Zolang wordt gehandeld binnen de vergunde voorwaarden, is er geen sprake van strijd met de regels of een ongewenste druk op het bevoegd gezag. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 11.
Inhoudelijk punt uit de zienswijze De stikstofberekeningen op basis van het AERIUS-programma zijn onjuist. Er is een verkeerde referentiesituatie gebruikt. De beoogde activiteiten zullen een negatieve impact hebben op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Reactie gemeente Naar aanleiding van de uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923 en ECLI:NL:RVS:2024:4909) waarbij intern salderen van stikstofruimte voor een nieuw project altijd vergunningplichtig is, heeft de initiatiefnemer op 22 januari 2025 separaat een vergunning aangevraagd voor de Natura-2000 activiteit bij de provincie Gelderland waardoor de aangehaakte Wet natuurbescherming toestemming ontkoppeld wordt en geen onderdeel meer uitmaakt van deze omgevingsvergunningprocedure. Dat het ontkoppelen van de natuurtoestemming mogelijk is, is tevens bevestigd door de Raad van State in (onder andere) een uitspraak van 29 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1160) met betrekking tot een andere omgevingsvergunning. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning.
Zaaknummer Z2023-00001850
pagina 12 van 15
12. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De aanvraag schetst een ideaalbeeld van de waarden en capaciteit van de activiteiten. Dit zou betekenen dat in de praktijk snel sprake zal zijn van overschrijding van de vergunde situatie waardoor het bevoegd gezag van de gemeente Zevenaar onder druk zal komen te staan. Reactie gemeente Het bevoegd gezag toetst niet aan verwachtingen over mogelijk toekomstig gedrag, maar aan de vergunde én aangevraagde activiteiten en de wettelijke kaders. Eventuele afwijkingen van de vergunde situatie in de praktijk zijn een handhavingskwestie, waarvoor het bevoegd gezag instrumenten beschikbaar heeft om op te treden. Dat betekent echter niet dat op voorhand moet worden uitgegaan van overschrijding of misbruik van de vergunning. Zolang wordt gehandeld binnen de vergunde voorwaarden, is er geen sprake van strijd met de regels of een ongewenste druk op het bevoegd gezag. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning. 13. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De waterbuffer ten oosten van perceel is niet volgens de ontwerpvergunning gebouwd, zoals opgenomen in de tekening van de huidige aanvraag. De waterbuffer moet daarom worden afgebroken. Reactie gemeente De realisatie van de waterbuffer is nog niet afgerond en vindt plaats vooruitlopend op de definitieve vergunningverlening.
De waterbuffer maakt onderdeel uit van de aanvraag en is opgenomen op de bij de aanvraag behorende tekening. Zolang de uitvoering nog niet is voltooid, kan niet worden vastgesteld of het eindresultaat zal afwijken van hetgeen is aangevraagd. Er is op dit moment geen grond om aan te nemen dat de realisatie structureel strijdig zal zijn met de aangevraagde en – bij verlening – te vergunnen situatie. Vooruitlopend op definitieve vergunningverlening bestaat daarom geen aanleiding om over te gaan tot verwijdering van de in aanbouw zijnde waterbuffer. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.
14. Inhoudelijk punt uit de zienswijze
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 13 van 15
Voor de gevraagde activiteiten geldt dat er maximaal 5 autowrakken opgeslagen mogen zijn. We verwachten dat er in werkelijkheid meer autowrakken worden opgeslagen dan toegestaan. We verwachten dat hierop onvoldoende of niet op gehandhaafd gaat worden door de gemeente Zevenaar. Reactie gemeente Eventuele afwijkingen van de vergunde situatie in de praktijk zijn een handhavingskwestie waarvoor het bevoegd gezag instrumenten beschikbaar heeft om op te treden. Dat betekent echter niet dat op voorhand moet worden uitgegaan van overschrijding of misbruik van de vergunning. Zolang wordt gehandeld binnen de vergunde voorwaarden, is er geen sprake van strijd met de regels of een ongewenste druk op het bevoegd gezag. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de projectomgevingsvergunning. 15. Inhoudelijk punt uit de zienswijze De vestiging van een metaalrecyclingbedrijf is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Spijksedijk 2012’. In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt aangevoerd dat het bestemmingsplan de ontwikkeling van watergebonden bedrijvigheid beoogt en dat door het terrein op te delen in kleinere kavels, dit doel wordt ondermijnd. Tevens is een metaalrecyclingsbedrijf in strijd met gemeentelijk beleid en de structuurvisie voor riviergebonden bedrijvigheid en landschapsinpassing.
De locatie zou beter benut kunnen worden door een naastgelegen watergebonden bedrijf, wat ook positieve effecten zou hebben op overlast en stikstofemissie. Reactie gemeente De omgevingsvergunning wordt verleend om af te kunnen wijken van het bestemmingplan. In de overwegingen is bepaald dat sprake van een goede ruimtelijke ordening met inachtneming van de voorschriften. Wat betreft de suggestie dat het perceel beter benut zou kunnen worden door een naastgelegen watergebonden bedrijf, merken wij op dat dit een alternatieve invulling betreft, maar geen grond vormt voor afwijzing van de onderhavige aanvraag. De goede ruimtelijke ordening van het huidige initiatief staat los van eventuele andere invullingen. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.
16. Inhoudelijk punt uit de zienswijze
Zaaknummer Z2023-00001850
pagina 14 van 15
In de aanvraag zijn oude stukken hergebruikt. Deze documenten dienen aangepast te worden aan de eisen zoals gesteld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en/of de Omgevingswet 2024. Reactie gemeente Bij het indienen van een aanvraag is het toegestaan bestaande stukken te hergebruiken, mits deze nog actueel, volledig en relevant zijn voor de beoordeling van het aangevraagde plan. In deze aanvraag is beoordeeld of de overgenomen stukken voldoen aan de inhoudelijke eisen die voortvloeien uit de vigerende wet- en regelgeving. Nu de aanvraag onder overgangsrecht reeds is ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijven de regels van de Wabo van toepassing. Uit toetsing blijkt dat de ingediende stukken voldoende informatie bevatten om een zorgvuldige beoordeling van de aanvraag mogelijk te maken. Er is dan ook geen juridische grond om de aanvraag af te wijzen op basis van hergebruik van eerder ingediende documenten, zolang deze aan de inhoudelijke eisen voldoen. Conclusie De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot aanpassing of weigering van de omgevingsvergunning.
zaaknummer Z2023-00001850
pagina 15 van 15